13 NOVEMBER 2002. - Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen De Waalse Regering, Gelet op de wet van 28 december 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1964 pub. 18/06/2010 numac 2010000336 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging sluiten betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging, inzonderheid op artikel 1; Gelet op de beslissing van de interministeriële milieuconferentie van 16 juni 2000 betreffende het ontwerp van richtlijn inzake nationale emissieplafonds; Gelet op de beraadslaging van de Waalse Regering over het verzoek om adviesverlening door de Raad van State binnen uiterlijk één maand; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 16 oktober 2002 overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van de Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Bij dit besluit wordt Richtlijn 2001/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen omgezet. Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan : 1° "AOT 40" : de som van het verschil tussen de uurgemiddelde ozonconcentraties op leefniveau boven 80 ug/m3 (= 40 ppb) en 80 ug/m3 tijdens uren met daglicht, opgeteld gedurende de maanden mei, juni en juli van elk jaar;2° "AOT 60" : de som van het verschil tussen de uurgemiddelde ozonconcentraties op leefniveau boven 120 ug/m3 (= 60 ppb)en 120 ug/m3, opgeteld gedurende het gehele jaar;3° "kritische belasting" : de kwantitatieve schatting van een blootstelling aan een of meer verontreinigende stoffen waaronder volgens de huidige kennis geen significante schadelijke gevolgen op nader gespecificeerde kwetsbare milieucomponenten optreden;4° "kritisch niveau" : de concentratie van verontreinigende stoffen in de atmosfeer waarboven er volgens de huidige kennis voor receptoren als mensen, planten, ecosystemen of materialen rechtstreekse schadelijke gevolgen kunnen zijn;5° "emissie" : het vrijkomen van stoffen uit een puntbron of een diffuse bron in de atmosfeer;6° "roostervak" : een vierkant van 150 x 150 km, overeenkomend met de resolutie die gehanteerd wordt bij de kartering van de kritische belasting op Europese schaal en eveneens bij de bewaking van de uitstoot en depositie van luchtverontreinigende stoffen in het kader van het Programma voor samenwerking inzake de bewaking en evaluatie van het transport van luchtverontreinigende stoffen over lange afstand in Europa (EMEP), overeenkomstig de modaliteiten vermeld in de bijlage bij dit besluit;7° "landings- en startcyclus" : een cyclus waarvan de onderscheiden fasen de volgende duur hebben : aanvliegen 4,0 minuten; taxiën/stationair draaien 26,0 minuten; starten 0,7 minuten; opstijgen 2,2 minuten; 8° "emissieplafond" : de maximumhoeveelheid van een stof, uitgedrukt in kiloton, die in een kalenderjaar in het Waalse Gewest mag worden uitgestoten;9° "stikstofoxiden"(NOx) : stikstofmonoxide en stikstofdioxide, uitgedrukt als stikstofdioxide;10° "ozon op leefniveau" : ozon in het laagste gedeelte van de toposfeer;11° vluchtige organische stof (VOS)" : elke organische verbinding die bij 293,15 K een dampspanning van 0,01 kPa of meer of onder de specifieke gebruiksomstandigheden een vergelijkbare vluchtigheid heeft.De fractie creosoot die die dampspanning overschrijdt bij een temperatuur van 293,15 K, beschouwd als een VOS; 12° "vluchtige organische stoffen die fotochemische oxidantia produceren" en "fotVOS" : alle organische stoffen van antropogene aard, met uitzondering van methaan, die onder de invloed van zonlicht door reactie met stikstofoxiden fotochemische oxidantia kunnen produceren. Art. 3.§ 1. Dit besluit heeft tot doel de emissies van verzurende en eutrofiërende verontreinigende stoffen en van precursoren van ozon te beperken om aldus in het Waalse Gewest de bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid tegen de risico's van schadelijke gevolgen van verzuring, bodemeutrofiëring en ozon op leefniveau te verbeteren, en nader tot het einddoel te komen, namelijk dat de kritische niveaus en de kritische belasting niet worden overschreden en dat eenieder effectief wordt beschermd tegen de bekende gezondheidsrisico's van luchtverontreiniging door het opstellen van emissieplafonds, waarbij het jaar 2010 als richtdatum wordt genomen. § 2. De emissieplafonds hebben tot doel dat de Europese Gemeenschap als geheel in 2010 in grote lijnen de volgende tussentijdse milieudoelstellingen haalt : 1° Verzuring vergeleken met de situatie in 1990 moet het areaal, waar de kritische belasting inzake verzuring wordt overschreden in ieder roostervak met ten minste 50 % zijn teruggebracht.2° Gezondheidsgerelateerde blootstelling aan ozon op leefniveau in alle roostervakken waar de door ozon op leefniveau veroorzaakte belasting hoger is dan het gezondheidsgerelateerde criterium (AOT 60 = 0), moet zij ten opzichte van de situatie in 1990 met twee derde worden teruggebracht.Bovendien mag de door ozon op leefniveau veroorzaakte belasting in geen enkel roostervak de absolute grens van 2,9 ppm.h overschrijden. 3° Vegetatiegerelateerde blootstelling aan ozon op leefniveau in alle roostervakken waar de door ozon op leefniveau veroorzaakte belasting hoger is dan het kritische niveau voor landbouwgewassen en halfnatuurlijke vegetatie (AOT 40 = 3 ppm.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.