20 JUNI 2002. - Decreet betreffende de oprichting van het « Fonds Ecureuil » van de Franse Gemeenschap (1) De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen vol
§ 2
, 1° bedoelde voorzieningen gaat : de ongunstige economische omstandigheden die negatieve gevolgen hebben op de middelen van de Franse Gemeenschap, alsook het plan dat toelaat de reserves van het Fonds opnieuw aan te leggen overeenkomstig paragraaf 3 hierna; - het om een opnemen op de bij artikel 19, § 2, 2° bedoelde reserves gaat : de risico's en de lasten die negatieve gevolgen hebben op de begroting van de Franse Gemeenschap of, desgevallend, de projecten bestemd voor het inschakelen van nieuwe beleidsinitiatieven. Wanneer het ontwerp ertoe strekt nieuwe beleidsinitiatieven mogelijk te maken, wordt vooraf het advies van de Hoge Raad van Financiën aangevraagd. § 2. 1° De gecumuleerde bedragen van de voorzieningen voor conjunctuurschokken bedoeld bij artikel 19, §
§ 2
, 1°, kunnen gestort worden op de begroting van de Franse Gemeenschap ter compensatie uit haar hoofde van een vermindering van de institutionele inkomsten ten gevolge van een globaal ongunstig verschil van de tendentiële inflatie- en groeicijfers, vergeleken met tendentiële inflatie- en groeicijfers van respectief 1,7 % en 2,5 % per jaar; 2° De gecumuleerde bedragen van de voorzieningen voor onvoorspelbare risico's en lasten bedoeld bij artikel 19, § 2, 2°, kunnen gestort worden op de begroting van de Franse Gemeenschap om ze in staat te stellen het hoofd te bieden, in de volgende volgorde, aan hierna vermelde prioriteiten : I.de onvoorspelbare lasten die voortvloeien uit beslissingen van andere overheden, of niet-recurrente uitgaven zoals namelijk het schatkisttekort of RSZ schuldvorderingen. II. het mogelijke saldo van de voorziening, na tenlasteneming van de uitgaven bedoeld bij punt I van dit lid, kan bestemd worden voor het inzetten van nieuwe beleidsinitiatieven voor uitrustings- en infrastructuurprojecten inzake cultuur, kinderopvang en buitenschoolse activiteiten, hulpverlening aan de jeugd en wetenschappelijk onderzoek. III. het mogelijke saldo van de voorziening, na tenlasteneming van de uitgaven bedoeld bij de punten I en II van dit lid, kan gebruikt worden om nieuwe niet-recurrente beleidsinitiatieven in te zetten. § 3. De Franse Gemeenschap betaalt aan het Fonds, binnen de perken van de begrotingskredieten, de dotaties terug die zij genoten heeft voor 2011 overeenkomstig § 2, 1°, hiervoor, zodat de voorziening voor conjunctuurschokken, voor 1 januari 2001, opnieuw gevormd wordt, overeenkomstig artikel 19, §
§ 2, 1.
HOOFDSTUK VII. - Beheer van de reserves van het Fonds Art. 21.Het beleggen van de reserves van het Fonds moet de regels van het verstandig beleggen bepaald door de raad van bestuur in acht nemen, op de voordracht van de afgevaardigd bestuurder, binnen de perken van hiernavolgend artikel
- De raad bepaalt of past deze regels aan minstens één maal per jaar, en iedere keer dat de evolutie van de financiële markt dit zou kunnen verantwoorden. Daarbij laat de raad zich leiden door de regels van conformiteitsbeheer van de technische en mathematische reserves die van kracht zijn in de sector van de verzekeringen, en rekening houdend met de mogelijke aanbevelingen van de Controledienst voor verzekeringen. Alvorens deze regels te bepalen of aan toepassen, stelt de raad het ontwerp ervan op, dat hij voorlegt : - om advies aan de Minister belast met de Begroting van de Franse Gemeenschap; - om facultatief advies aan het Rekenhof. Na onderzoek van deze adviezen, die hem binnen de kortste termijnen overgezonden dienen te worden rekening houdend met de omstandigheden, bepaalt de raad de regels voor het beleggen. Art. 22.Het beleggen van de reserves van het Fonds dient in activa te geschieden die aan de volgende criteria beantwoorden : 1° samengesteld worden ten belope van minstens 75 % in nominaal bedrag uit : - obligaties; - onroerende certificaten of andere financiële instrumenten met betrekking tot onroerende activa; - leningen aan kredietnemers die voldoende waarborgen geven; - zicht- en termijnrekeningen bij de Nationale Bank of een kredietinstelling erkend door de Bank- en geldelijke commissie of door de bevoegde overheid van een lidstaat van de Europese Unie waarin deze kredietinstelling haar maatschappelijke zetel heeft. 2° samengesteld worden ten belope van minstens 25 % in nominaal bedrag uit : - aankoop- en verkoopopties en andere afgeleide instrumenten die betrekking hebben op instrumenten betreffende de rentevoet, onder meer de termijncontracten en andere afgeleide instrumenten, waardoor een efficiënt beheer van het effectenbezit mogelijk gemaakt wordt met uitsluiting van instrumenten die speculatief van aard zijn;3° alle activa waarin geïnvesteerd wordt, dienen verhandelbaar te zijn op een gecontroleerde en liquide markt, in de zin van artikel 35ter , § 2, 4e lid, van het koninklijk besluit van 23 september 1992 op de jaarrekening van de kredietinstellingen, die regelmatig werkt;4° alle emittenten of kredietnemers moeten hun hoofdzetel in de Europese Unie hebben;5° alle activa waarin wordt geïnvesteerd, dienen aftrekbaar te zijn van de bruto overheidsschuld in de zin van het Stabiliteitspact van de Europese Unie. HOOFDSTUK VIII. - Beroepsgeheim Art. 23.Met uitzondering van het geval waarin zij voor de rechtbank getuigenis moeten brengen in strafzaken, worden de leden van de organen van het Fonds en de leden van zijn personeel aan het beroepsgeheim onderworpen en mogen zij aan niemand of aan welke overheid dan ook, die daartoe niet gemachtigd wordt, enige informatie verstrekken betreffende het beheer van de reserves van het Fonds. De inbreuken op dit artikel worden gestraft met de straffen bedoeld bij artikel 458 van het Strafwetboek. De bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en van artikel 85, worden van toepassing op de inbreuken op dit artikel. HOOFDSTUK IX. - Bijzondere bepaling en inwerkingtreding Art. 24.In artikel 1 van de wet van 16 maart 1964 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut worden de woorden « Fonds Ecureuil de la Communauté française » toegevoegd in categorie B. Art. 25.Dit decreet treedt in werking op 1 september
- Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 20 juni
- De Minister-President, belast met de Internationale Betrekkingen, H. HASQUIN De Minister van Cultuur, Begroting, Ambtenarenzaken, Jeugdzaken en Sport, R. DEMOTTE De Minister van Kinderwelzijn, belast met het Basisonderwijs, de Opvang en de Opdrachten toegewezen aan de « O.N.E. », J.-M. NOLLET De Minister van Secundair en Buitengewoon Onderwijs, P. HAZETTE De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor Sociale Promotie en Wetenschappelijk Onderzoek, Mevr. F. DUPUIS De Minister van Kunsten en Letteren en van de Audiovisuele Sector, R. MILLER De Minister van Hulpverlening aan de Jeugd en Gezondheid, Mevr. N. MARECHAL _______ Nota
(1)Zitting 2001-
- Documenten van de Raad. - Ontwerpdecreet, nr. 265-
- Commissieamendementen, nr. 265-
- Verslag, nr. 265-
- Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 18 juni 2002.