← België

Decreet tot wijziging van het decreet van 14 juli 1997 houdende het statuut van de « Radio-Télévision belge de la Communauté française » (1)

19 DECEMBER 2002. - Decreet tot wijziging

het decreet

14 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1997 pub. 28/08/1997 numac 1997029295 bron ministerie

de franse gemeenschap Decreet houdende het statuut

de « Radio-Télévision belge de la Communauté française »

(1)sluiten houdende het statuut

de « Radio-Télévision belge de la Communauté française (RTBF) »

(1)De Raad

de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Opdrachten Artikel 1.In artikel 3

het decreet

14 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1997 pub. 28/08/1997 numac 1997029295 bron ministerie

de franse gemeenschap Decreet houdende het statuut

de « Radio-Télévision belge de la Communauté française »

(1)sluiten houdende het statuut

de « Radio-Télévision belge de la Communauté française (RTBF) wordt in lid 6 in fine de volgende zin ingevoegd : « Het bedrijf zorgt bovendien voor de informatie op regionaal en nabijheidsvlak alsook voor de herwaardering

het cultureel en verenigingsleven. ». HOOFDSTUK II. - Uitwerking

het beheerscontract Art. 2.In artikel 9

hetzelfde decreet wordt een § 3bis ingevoegd, luidend als volgt : « § 3bis . Eén jaar voordat het beheerscontract verstreken is, vraagt de regering het advies aan

de Raad

de Franse Gemeenschap over de bestanddelen

het volgende beheerscontract. Binnen de 6 maanden brengt de Raad

de Franse Gemeenschap zijn aanbevelingen aan de Regering uit. Bij het verstrijken

die termijn, kan de Regering de onderhandelingen met het bedrijf ondernemen. » HOOFDSTUK III. - De Raad

bestuur Art. 3.In artikel 11

hetzelfde decreet wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, luidend als volgt : « § 2bis . De bestuurders worden gekozen onder personen die het bewijs leveren

diploma's of de geschikte bekwaamheid,

integriteit en kennis inzake overheidsbeheer. » Art. 4.In hetzelfde decreet wordt een artikel 11bis ingevoegd, luidend als volgt : « Artikel 11bis . In het jaar volgend op hun aanstelling, organiseert het bedrijf voor de bestuurders een cyclus voor permanente vorming in verband met de evolutie

het statuut en het ambt

overheidsbestuurder, rekening houdend met de evolutie op wetgevings-, sociaal, verordenings- en beheersvlak op dat gebied. Elk jaar neemt de raad

bestuur een informatieverslag aan over de door de overheidsbestuurders gevolgde opleiding en zendt dit aan de Minister door. » Art. 5.Artikel 12, § 1, 4°,

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « 4° met de hoedanigheid

personeelslid

het bedrijf of

één

zijn filialen; ». Art. 6.Artikel 12, § 1, 5°,

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « 5° met de uitoefening

elk ambt waarbij een conflict

persoonlijk of functioneel belang kan ontstaan omwille

de uitoefening

het ambt of

het feit dat de bestuurder geïnteresseerd is bij een maatschappij of een organisatie die een activiteit uitoefent die in rechtstreekse concurrentie met die

het bedrijf is, met uitzondering

de mandaten die worden uitgeoefend als vertegenwoordiger aangewezen door het bedrijf in zijn filialen. ». Art. 7.Artikel 12, § 1, 6°,

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « 6° met het behoren tot een instelling die de democratische beginselen niet naleeft die inzonderheid verwoord zijn in het Europees verdrag tot bescherming

de rechten

de mens en de fundamentele vrijheden, de wet

30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing

bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing

bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden en de wet

23 maart 1995 tot bestraffing

het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren

de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd of

elke andere vorm

genocide. » Art. 8.Artikel 12, § 1

hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt : « 8° met de hoedanigheid

externe adviseur of regelmatige adviserend specialist bij het bedrijf; ». Art. 9.In artikel 12, § 3

hetzelfde decreet, worden de woorden « of op aanvraag

de Regering » ingevoegd na de woorden « op een met redenen omkleed advies

de raad

bestuur ». Art. 10.Artikel 14, § 3,

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 3. De artikelen 61, 521, 523 § 1, 523 § 2, 526, 529

de wet

7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten

de eerste minister Wet houdende oprichting

het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm

een naamloze vennootschap

publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging

de wet

30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening

televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie

justitie Wet tot wijziging

sommige bepalingen

het Strafwetboek,

het Wetboek

Strafvordering,

de wet

17 april 1878 houdende de voorafgaande titel

het Wetboek

Strafvordering,

de wet

9 april 1930 tot bescherming

de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet

1 juli 1964,

de wet

29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie,

de wet

20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis,

de wet

5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging

de wet

9 april 1930 tot bescherming

de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet

1 juli 1964 sluiten houdende het Wetboek

vennootschappen zijn

overeenkomstige toepassing op de raad

bestuur. » HOOFDSTUK IV. - Administrateur-generaal en directeurs-generaal Art. 11.§ 1. Artikel 17, § 2,

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2. Op de voordracht

de raad

bestuur, stelt de Regering het ambtsprofiel

de administrateur-generaal vast. » § 2. In artikel 17

hetzelfde decreet, worden de § 2bis , § 2ter en § 2quater , ingevoegd, luidend als volgt : « § 2bis . De administrateur-generaal wordt door de Regering aangesteld met inachtneming

de volgende procedure : 1° de Regering stelt het opdrachtenblad

de administrateur-generaal vast op de voordracht

de raad

bestuur.Dat blad omvat de nauwkeurige bepaling

de algemene beheersopdrachten en de te bereiken doelstellingen; 2° de Regering doet een oproep tot de kandidaten : a) die behoren tot het bedrijf, door middel

berichten op de aanplakborden

het bedrijf en, b) die niet behoren tot het bedrijf, door middel

een bekendmaking in drie Franstalige nationale dagbladen. Die oproep vermeldt inzonderheid dat iedere kandidaat een cultureel en beheersproject indient. 3° een college

vier door de raad

bestuur aangestelde externe deskundigen brengt aan die raad een advies uit over elke kandidatuur binnen een termijn

één maand;4° na advies

dat college, selecteert de raad

bestuur hoogstens drie kandidaten, binnen een termijn

één maand, voor.5° de Regering laat de voorgeselecteerde kandidaten verhoren door het College voor vergunning en controle

de Hoge Raad voor de audiovisuele sector. De nadere regels voor de organisatie

dat verhoor worden door het College voor vergunning en controle vastgesteld. Het College brengt de Regering een advies uit binnen de maand nadat die aanvraag werd ingediend; 6° nadat de administrateur-generaal door de Regering is aangesteld, legt hij zijn cultureel en beheersproject aan de Raad

de Franse Gemeenschap binnen de drie maanden voor volgens de door deze nader te bepalen regels. De Regering stelt de nadere regels bedoeld bij deze paragraaf vast. § 2ter . Het mandaat

de administrateur-generaal duurt zes jaar. De administrateur-generaal wordt, in het midden en op het einde

de periode

het mandaat, geëvalueerd door een college

vier door de raad

bestuur aangestelde externe deskundigen. Een ongunstige evaluatie heeft een met redenen omklede beslissing tot gevolg die door de Regering te nemen is over het behoud

die in zijn ambt

administrateur-generaal of over zijn ontslag uit dat ambt. Daarover kan alleen worden beraadslaagd nadat de administrateur-generaal door de Regering werd gehoord. Als de evaluatie op het einde

het mandaat gunstig is, dan kan de Regering het mandaat

de aftredende administrateur-generaal vernieuwen, volgens de in § 2bis , 5° en 6° bedoelde procedure, die alleen op deze

toepassing is. § 2quater . Onverminderd § 2ter , kan de administrateur-generaal

zijn ambt ontheven of uit zijn ambt alleen ontslagen worden bij besluit

de Regering, genomen op eensluidend advies

de raad

bestuur die met een tweederde-meerderheid beslist en nadat hij door de Regering werd gehoord. » Art. 12.§ 1. Artikel 17, § 3,

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 3. De raad

bestuur stelt het aantal, de functies en de bevoegdheden

de directeurs-generaal vast op voorstel

de administrateur-generaal. » § 2. In artikel 17

hetzelfde decreet worden § 3bis , § 3ter , § 3quater en § 3quinquies ingevoegd, luidend als volgt : « § 3bis . Die worden door de raad

bestuur aangesteld met inachtneming

de volgende procedure : 1° de raad

bestuur, op voorstel

de administrateur-generaal, stelt het ambtsprofiel en het opdrachtenblad

iedere directeur-generaal vast.Dat blad omvat de nauwkeurige bepaling

de algemene beheersopdrachten en de te bereiken doelstellingen; 2° hij doet een oproep tot de interne en externe kandidaten, inzonderheid door middel

een bekendmaking in drie Franstalige nationale dagbladen, volgens door de raad

bestuur nader te bepalen regels.Die oproep gaat inzonderheid gepaard met het indienen

een project door iedere kandidaat; 3° een college, samengesteld uit de administrateur-generaal en vier door de raad

bestuur aangestelde externe deskundigen, brengt aan het vast comité een advies over iedere kandidatuur uit, binnen een termijn

één maand;4° na het advies

dat college te hebben uitgebracht, legt het vast comité een preselectie

hoogstens drie kandidaten aan de raad

bestuur voor. § 3ter . Het mandaat

directeur-generaal duurt zes jaar. In het midden en op het einde

het mandaat, wordt iedere directeur-generaal geëvalueerd door een college, samengesteld uit de administrateur-generaal en vier door de raad

bestuur aangestelde externe deskundigen. Een ongunstige evaluatie heeft tot gevolg dat een met redenen omklede beslissing door de raad

bestuur na beraadslaging wordt genomen over het behoud

die in zijn ambt

directeur-generaal of over zijn ontslag uit dat ambt. De beraadslaging kan alleen plaatsvinden nadat de directeur-generaal door de raad

bestuur werd gehoord. Als de evaluatie op het einde

het mandaat gunstig is, kan de raad

bestuur het mandaat

de directeur-generaal vernieuwen. § 3quater . Onverminderd § 3ter , kan een directeur-generaal

zijn ambt ontheven of uit zijn ambt alleen ontslagen worden bij een beslissing

twee derde

de leden

de raad

bestuur en nadat hij door de raad

bestuur werd gehoord. § 3quinquies . De administrateur-generaal, bijgestaan door twee directeurs-generaal, zorgt voor de coördinatie bij de toepassing

de algemene beginselen bepaald in artikel 8, § 2,

dit decreet. » Art. 13.§ 1. Artikel 17, § 4,

hetzelfde decreet wordt opgeheven. § 2. Artikel 17, § 6,

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 6. De artikelen 12, § 1, 1° tot 3°, 5° tot 8° en § 2, alsook artikel 14, § 3 en § 4, zijn, in voorkomend geval,

toepassing op de administrateur-generaal en op de directeurs-generaal. » § 3. Artikel 17, § 7,

hetzelfde decreet wordt opgeheven. HOOFDSTUK V. - De andere directieambten, redactiechefs en hoofdredacteurs Art. 14.In hoofdstuk III

hetzelfde decreet wordt een afdeling IIIbis ingevoegd, luidend als volgt : « Afdeling IIIbis . - Andere directieambten, redactiechefs en hoofdredacteurs « Art. 17bis . § 1. De raad

bestuur stelt het aantal, de functies en de bevoegdheden

de directeurs vast die onder rechtstreeks hiërarchisch verband met een directeur-generaal staan, op voorstel

de administrateur-generaal. § 2. Die worden door de raad

bestuur aangesteld met inachtneming

de volgende procedure : 1° de raad

bestuur, op de voordracht

de administrateur-generaal, stelt het ambtsprofiel en het opdrachtenblad vast

iedere directeur die onder rechtstreeks hiërarchisch verband met een directeur-generaal staat.Dat blad omvat de nauwkeurige bepaling

de algemene beheersopdrachten en

de te bereiken doelstellingen; 2° hij doet een oproep tot interne of externe kandidaten, volgens door hem nader te bepalen regels.Die oproep gaat inzonderheid gepaard met het indienen

een project door iedere kandidaat; 3° een college, samengesteld uit de administrateur-generaal en drie door de raad

bestuur aangestelde deskundigen, brengt aan het vast comité een advies over elke kandidatuur uit, binnen een termijn

één maand;4° na het advies

dat college te hebben ingewonnen, legt het vast comité een voorselectie

hoogstens drie kandidaten aan de raad

bestuur voor. § 3. Het mandaat

iedere directeur die onder rechtstreeks hiërarchisch verband met een directeur-generaal staat, duurt zes jaar. In het midden en op het einde

het mandaat, wordt iedere directeur die onder rechtstreeks hiërarchisch verband met een directeur-generaal staat, geëvalueerd door de administrateur-generaal, bijgestaan door de directeurs-generaal. Een ongunstige evaluatie heeft tot gevolg dat een met redenen omklede beslissing na beraadslaging door de raad

bestuur wordt genomen over het behoud

die in zijn ambt

directeur onder rechtsreeks hiërarchisch verband met een directeur-generaal of over zijn ontslag uit dat ambt. De beraadslaging kan alleen plaatsvinden nadat de directeur onder rechtstreeks hiërarchisch verband met een directeur-generaal door de raad

bestuur werd gehoord. Als de evaluatie op het einde

het mandaat gunstig is, kan de raad

bestuur het mandaat

de directeur onder rechtstreeks hiërarchisch verband met een directeur-generaal vernieuwen. § 4. Onverminderd § 3, kan een directeur onder rechtstreeks hiërarchisch verband met een directeur-generaal alleen

zijn ambt ontheven of uit zijn ambt ontslagen worden bij een beslissing

twee derde

de leden

de raad

bestuur en nadat hij door de raad

bestuur werd gehoord. § 5. Artikel 12, § 1, 1° tot 3°, 5°, 6°, 7° en § 2, alsook artikel 14, § 3 en § 4 zijn

toepassing op de functies

directeur onder rechtsreeks hiërarchisch verband met een directeur-generaal. » Art. 17ter . § 1. Op de voordracht

de administrateur-generaal stelt de raad

bestuur het aantal, de functies en de bevoegdheden vast

de andere directeurs dan deze die bedoeld zijn in de artikelen 17 en 17bis , alsook het aantal, de functies en de bevoegdheden

de redactiechefs en de hoofdredacteurs. § 2. Die worden door de raad

bestuur aangesteld met inachtneming

de volgende procedure : 1° de raad

bestuur, op de voordracht

de administrateur-generaal, stelt het ambtsprofiel en het opdrachtenblad vast

iedere directeur,

de redactiechefs en de hoofdredacteurs. Dat blad omvat de nauwkeurige bepaling

de algemene beheersopdrachten en

de te bereiken doelstellingen; 2° hij doet een oproep tot interne of externe kandidaten, volgens door hem nader te bepalen regels.Die oproep gaat inzonderheid gepaard met het indienen

een project door iedere kandidaat; 3° de administrateur-generaal, in voorkomend geval bijgestaan door drie deskundigen die door de raad

bestuur worden aangewezen, brengt aan het vast comité een advies over elke kandidatuur, binnen een termijn

één maand, uit.Op de voordracht

de raad

bestuur stelt de Regering de functies vast waarvoor de administrateur-generaal zich door drie deskundigen laat bijstaan. 4° na het advies

de administrateur-generaal te hebben ingewonnen, legt het vast comité een voorselectie

hoogstens drie kandidaten aan de raad

bestuur voor. § 3. De directeurs, de redactiechefs en de hoofdredacteurs worden aangesteld in het kader

een mandaat. Dat mandaat duurt zes jaar. § 4. Iedere directeur, redactiechef en hoofdredacteur wordt in het midden en op het einde

het mandaat geëvalueerd door de administrateur-generaal of diens vertegenwoordiger, bijgestaan door de onmiddellijke hiërarchische meerdere

de geëvalueerde persoon. Een ongunstige evaluatie heeft tot gevolg dat een met redenen omklede beslissing na beraadslaging door de raad

bestuur wordt genomen over het behoud

die in zijn ambt

directeur, redactiechef of hoofdredacteur of over zijn ontslag uit dat ambt. De beraadslaging kan alleen plaatsvinden nadat de betrokken persoon door de raad

bestuur werd gehoord. Als de evaluatie op het einde

het mandaat gunstig is, kan de raad

bestuur het mandaat vernieuwen

de directeurs bedoeld in § 1,

de redactiechefs en de hoofdredacteurs. » § 5. Onverminderd § 3, kan een directeur bedoeld in § 1, een redactiechef of een hoofdredacteur alleen

zijn ambt ontheven of uit zijn ambt ontslagen worden bij een beslissing

twee derde

de leden

de raad

bestuur en nadat hij door de raad

bestuur werd gehoord. HOOFDSTUK VI. - Regionale productiecentra Art. 15.In artikel 18, § 1

hetzelfde decreet wordt de zin « de raad

bestuur kent bij voorrang aan de regionale productiecentra het opbouwen

lokale en regionale informatieprogramma's toe, alsook

programma's die de regionale en lokale specificiteiten weerspiegelen » geschrapt. Art. 16.Artikel 18, § 2, § 3 en § 4

hetzelfde decreet wordt geschrapt. Art. 17.§ 1. In artikel 16, § 2

hetzelfde decreet worden de woorden « en de verantwoordelijken

de regionale productiecentra » geschrapt. § 2. In artikel 19, § 2, 2°,

hetzelfde decreet worden de woorden « en de verantwoordelijken

de regionale centra » geschrapt. HOOFDSTUK VII. - Paritaire commissie Art. 18.Artikel 19, § 1, 7°

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « 7° het organiseren, om de vier jaar,

de verkiezingen voor de afgevaardigden die het bedrijfspersoneel vertegenwoordigen, volgens de door de Regering nader te bepalen regels; ». Art. 19.In artikel 19, § 1,

hetzelfde decreet worden een 10° en een 11° ingevoegd, luidend als volgt : « 10° het overleg vóór de aanneming

verordeningsbepalingen of vóór het indienen

ontwerpen

decreet door de Regering met betrekking tot vragen in verband met het bedrijfspersoneel; 11° het onderzoek

elk dossier betreffende de naleving

de bepalingen

het beheerscontract.» Art. 20.Artikel 19, § 2, 3°,

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « 3° acht afgevaardigden gekozen door alle werkende personeelsleden

het bedrijf. De afgevaardigde kandidaten worden voorgedragen door de representatieve organisaties

het personeel. Als representatieve organisatie

het personeel wordt beschouwd, de vakorganisatie die :

  1. a)aangesloten is bij een interprofessionele representatieve werknemersorganisatie die op nationaal vlak opgericht is en die in de nationale arbeidsraad vertegenwoordigd is;
  2. b)de belangen

alle categorieën

het bedrijfspersoneel behartigt;c) een aantal aangeslotenen telt die ten minste een behoorlijk percentage

de personeelsleden

het bedrijf vertegenwoordigen. Dat minimumpercentage wordt door de Regering vastgesteld. De controle

de representativiteit

de vakorganisaties wordt uitgeoefend door de commissie bedoeld in artikel 9

het besluit

de Executieve

de Franse Gemeenschap

5 april 1984 tot regeling

de sociale betrekkingen in de instellingen

openbaar nut die onder de Franse Gemeenschap ressorteren. Onverminderd de toepassing

de sociale wetgeving, kunnen de kandidatuur voor de verkiezing

afgevaardigden

het personeel en het mandaat

afgevaardigde niet tot gevolg hebben dat deze die zich kandidaat stelt of die het mandaat uitoefent nadelen zou ondergaan of speciale voordelen zou genieten. De raad

bestuur stelt de nadere regels voor die bepaling vast op de voordracht

de paritaire commissie. » Art. 21.§ 1. In artikel 19, § 2,

hetzelfde decreet wordt een 5° ingevoegd, luidend als volgt : « 5° de Minister tot wiens bevoegdheid de Audiovisuele Sector behoort, of diens behoorlijk gemachtigde vertegenwoordigers, uitsluitend in de gevallen bedoeld in 5°, 10° en 11°

§ 1. » § 2.

In artikel 19, § 2,

hetzelfde decreet wordt een 6° ingevoegd, luidend als volgt : « De delegaties

vakbonden en werkgeversorganisaties kunnen zich, elk afzonderlijk, door een deskundige laten begeleiden. » Art. 22.§ 1. In artikel 19, § 5,

hetzelfde decreet worden de woorden « en 7° » geschrapt. § 2. Artikel 19, § 5, lid 5,

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 19, § 1, 2°, wordt de zaak bij de sociaal bemiddelaar

ambtswege aanhangig gemaakt, indien de ad hoc bijzondere meerderheden bedoeld in § 6 niet konden worden bereikt binnen de termijnen bedoeld in paragraaf 6. » Art. 23.Artikel 19, § 6,

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 19, § 1, 2°, eindigt de onderhandeling binnen een termijn

30 dagen te rekenen

af de dag waarop het punt voor de eerste keer wordt besproken. De Voorzitter kan die termijn tot 10 dagen verminderen als hij oordeelt dat een punt dringend moet worden behandeld. De termijn

30 dagen kan in gemeen overleg met de delegaties worden verlengd. Voor de bedoelde aangelegenheden brengt de commissie haar adviezen uit bij een twee derdemeerderheid

de uitgebrachte stemmen. Deze adviezen zijn bindend voor de raad

bestuur. Indien de twee derde-meerderheid niet bereikt is en bij het verstrijken

een termijn

2 maanden die loopt

af de dag waarop de zaak bij de sociaal bemiddelaar aanhangig werd gemaakt overeenkomstig paragraaf 5, en bij gebrek aan bemiddeling, heeft de raad

bestuur de mogelijkheid om het voorstel aan te nemen zonder het advies

de paritaire commissie. » Art. 24.In artikel 19

hetzelfde decreet wordt een § 6bis ingevoegd, luidend als volgt : « § 6bis . Voor de gevallen bedoeld in 5°, 10° en 11°

§ 1

, in afwijking

§ 3

, wordt de paritaire commissie telkens bijeengeroepen als de Minister tot wiens bevoegdheid de Audiovisuele Sector behoort dit aan de Voorzitter aanvraagt. Voor de gevallen bedoeld in 5° en 10°

§ 1, moet de zaak bij de paritaire commissie aanhangig worden gemaakt.

In afwijking

de §§ 4 en 6, brengt zij in de gevallen bedoeld in 5°, 10° en 11°

§ 1

, een met redenen omkleed advies uit binnen een termijn

één maand te rekenen

af de datum

ontvangst

de projecten of de dossiers. Wanneer de Minister bewijst dat er dringende noodzakelijkheid bestaat, wordt de termijn op 10 dagen gebracht. Dat advies wordt uitgebracht in de vorm

een protocol dat de bespreking samenvat en ofwel bevestigt het eenparige advies

de paritaire commissie ofwel stelt vast dat elke partij een verschillende stelling heeft. Voor het geval bedoeld in 10°

§ 1

, is de Regering gebonden door het protocol wanneer alle partijen met dit protocol hebben ingestemd. Paragraaf 5 is niet

toepassing in de gevallen bedoeld in 5°, 10° en 11°

§ 1. » HOOFDSTUK VIII.

- Analytische boekhouding Art. 25.Artikel 22, § 2,

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2. Het bedrijf voert een analytische boekhouding. Indien het bedrijf activiteiten uitoefent die niet ressorteren onder zijn opdracht

openbare dienst, zoals die in het beheerscontract wordt bepaald, houdt het rekening met de afzonderlijke rekeningen voor die activiteiten. Daartoe bepaalt het duidelijk de beginselen

de analytische boekhouding die een correcte aanrekening mogelijk maken

de lasten en

de opbrengsten die met deze overeenstemmen. Die beginselen worden door de raad

bestuur goedgekeurd. De filialen

het bedrijf die tegelijk een opdracht

openbare dienst en een andere opdracht

commerciële aard uitoefenen, voeren afzonderlijke rekeningen voor die activiteiten. Daartoe bepalen zij duidelijk de beginselen

de analytische boekhouding die een correcte aanrekening mogelijk maken

de lasten en

de opbrengsten die met deze overeenstemmen. Die beginselen worden door de raad

bestuur goedgekeurd. » Dit artikel heeft tot doel de richtlijn 2000/52/EG

26 juli 2001 tot wijziging

de richtlijn 80/723/EEG

25 juni 1980 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven om te zetten. HOOFDSTUK IX. - Jaarlijks verslag Art. 26.In artikel 23, § 2, wordt een 5° ingevoegd, luidend als volgt : « 5° Een verslag over de activiteiten en rekeningen

zijn filialen bedoeld in artikel 6, § 1. » HOOFDSTUK X. - Personeel Art. 27.Artikel 29

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1. Het bedrijf kan een beroep doen op contractueel personeel om : 1° in te spelen op uitzonderlijke en tijdelijke behoeften inzake personeel, of het om het voeren

in tijd beperkte acties, of om een buitengewone werkoverlast gaat;2° ambtenaren te vervangen bij volledige of gedeeltelijke afwezigheid, of zij al dan niet in dienstactiviteit zijn, wanneer de duur

die afwezigheid een vervanging tot gevolg heeft waarvan de nadere regels in het statuut vastgesteld zijn;3° bijkomende of specifieke opdrachten te verrichten waarvan de lijst door de Regering vast te stellen is;4° te voorzien in de uitvoering

opdrachten waarvoor een bijzondere kennis of een brede ervaring

hoog niveau vereist zijn, die beide nuttig zijn voor de uit te voeren opdrachten. § 2. De titularissen

ambten waarvoor een mandaat vereist is krachtens dit decreet, worden onder het stelsel

tijdelijk statutair personeelslid aangeworven. § 3. De raad

bestuur stelt, op de voordracht

de administrateur-generaal, de procedures voor de oproep tot de kandidaten en voor de selectie

het personeel. » Art. 28.Artikel 30

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 30.De raad

bestuur stelt de procedure voor de oproep tot de kandidaten vast, voor het onderzoek

de projecten en de selectie

de kandidaten bedoeld in de artikelen 17, § 3bis , 17bis , § 2 en 17ter , § 2 alsook de nadere regels voor de evaluatie bedoeld in de artikelen 17, § 2ter , 17, § 3 ter , 17bis , § 3 en 17ter , § 4. » HOOFDSTUK XI. - College

Commissarissen Art. 29.Artikel 32, § 5

hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 5. De artikelen 133, 137, 138, 139 en 140

de wet

7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten

de eerste minister Wet houdende oprichting

het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm

een naamloze vennootschap

publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging

de wet

30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening

televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie

justitie Wet tot wijziging

sommige bepalingen

het Strafwetboek,

het Wetboek

Strafvordering,

de wet

17 april 1878 houdende de voorafgaande titel

het Wetboek

Strafvordering,

de wet

9 april 1930 tot bescherming

de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet

1 juli 1964,

de wet

29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie,

de wet

20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis,

de wet

5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging

de wet

9 april 1930 tot bescherming

de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet

1 juli 1964 sluiten houdende het Wetboek

vennootschappen zijn

toepassing op de colleges

commissarissen der rekeningen. Het college beraadslaagt overeenkomstig de gewone regels

de beraadslagende vergaderingen. » HOOFDSTUK XII. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 30.In afwijking

artikel 19, § 2,

het decreet

14 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1997 pub. 28/08/1997 numac 1997029295 bron ministerie

de franse gemeenschap Decreet houdende het statuut

de « Radio-Télévision belge de la Communauté française »

(1)sluiten houdende het statuut

de « Radio-Télévision belge de la Communauté française (RTBF), gewijzigd bij dit decreet, en tot de eerste verkiezingen bedoeld in artikel 17

dit decreet : 1° de paritaire commissie is samengesteld uit : a) de voorzitter

de raad

bestuur;b) de administrateur-generaal en acht personen aangesteld door de raad

bestuur op de voordracht

de administrateur-generaal onder de personen die directieambten binnen het bedrijf uitoefenen, na raadpleging

de directeurs-generaal;c) negen afgevaardigden die het personeel

het bedrijf vertegenwoordigen;2° de negen afgevaardigden bedoeld onder 1°, c) worden voorgedragen door de representatieve vakorganisaties;3° elk

de representatieve vakorganisaties heeft ten minste één vertegenwoordiger;4° wanneer elke representatieve vakorganisatie meer dan één vertegenwoordiger heeft, zorgt zij voor een evenwichtige vertegenwoordiging

het personeel dat uit de regionale productiecentra afkomstig is;5° als representatieve organisatie

het personeel

het bedrijf wordt beschouwd, de vakorganisatie die :

  1. a)aangesloten is bij een vakorganisatie die in de Nationale Arbeidsraad vertegenwoordigd is;
  2. b)die de belangen behartigt

alle categorieën

het personeel

het bedrijf;6° de werkgeversorganisaties en de vakorganisaties kunnen zich door een deskundige laten begeleiden. Art. 31.De administrateur-generaal die in functie is wanneer dit decreet in werking treedt, zet zijn mandaat voort tot 18 februari 2008. Art. 32.§ 1. Alle mandaten die worden toegekend op grond

het besluit

de Regering

de Franse Gemeenschap

16 mei 1995 of, voor de eerste keer, op grond

de artikelen 17, § 3 en 18, § 2,

het decreet

14 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1997 pub. 28/08/1997 numac 1997029295 bron ministerie

de franse gemeenschap Decreet houdende het statuut

de « Radio-Télévision belge de la Communauté française »

(1)sluiten, eindigen op de datum

inwerkingtreding

dit decreet. De personen die één

de bovenvermelde mandaten uitoefenen alsook de personen die andere directieambten zonder mandaat uitoefenen, oefenen hun ambt verder uit totdat de wervingsprocedures bedoeld in dit decreet zullen zijn voleindigd. § 2. De ambtenaar die een mandaat uitoefent op de datum

inwerkingtreding

dit decreet behoudt zijn recht op de wedde bepaald in de overeenkomst die met het bedrijf gesloten is tot het verstrijken

deze. § 3. Voor de posten die krachtens dit decreet als mandaatposten worden bepaald, zullen betrekkingen worden afgeschaft. Door de afschaffing

de betrekking die door de ambtenaar wordt bekleed, verliest deze niet de hoedanigheid

ambtenaar of wordt deze niet ontslagen. Het statuut stelt een procedure vast voor de reaffectatie

de ambtenaren wier betrekking afgeschaft is. De ambtenaar die voor reaffectatie in aanmerking komt, behoudt zijn aanspraken op de wedde en op zijn loopbaan. De periode voor de reaffectatie wordt in aanmerking genomen voor de administratieve en geldelijke anciënniteit. Art. 33.Bij wijze

afwijking, in artikel 27

dit decreet houdende wijziging, door toevoeging

een § 2,

artikel 29

het decreet

14 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1997 pub. 28/08/1997 numac 1997029295 bron ministerie

de franse gemeenschap Decreet houdende het statuut

de « Radio-Télévision belge de la Communauté française »

(1)sluiten houdende het statuut

de RTBF, in afwachting

de goedkeuring

het statuut

tijdelijk personeelslid door het bedrijf, kunnen de titularissen

ambten die krachtens dit decreet als mandaatambten worden bepaald, onder het stelsel

contractueel personeelslid worden aangeworven. De titularis

een mandaatambt die met toepassing

lid 1 in contractueel verband wordt aangeworven en die, op het ogenblik

zijn aanwijzing voor dat ambt in vast verband benoemd is, krijgt

ambtswege verlof voor de uitoefening

een opdracht bedoeld in artikel 27

dit decreet houdende wijziging

artikel 29, § 1, 4°,

het decreet

14 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1997 pub. 28/08/1997 numac 1997029295 bron ministerie

de franse gemeenschap Decreet houdende het statuut

de « Radio-Télévision belge de la Communauté française »

(1)sluiten houdende het statuut

de RTBF gedurende de periode

het mandaat. Art. 34.Dit decreet treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, op 19 december 2002. De Minister-President, belast met Internationale Betrekkingen, H. HASQUIN De Minister

Cultuur, Begroting, Openbaar Ambt, Jeugdzaken en Sport, R. DEMOTTE De Minister

Kinderwelzijn, belast met het Basisonderwijs, de Opvang en de opdrachten toegewezen aan de « ONE », J.-M. NOLLET De Minister

Secundair en Buitengewoon Onderwijs, P. HAZETTE De Minister

Hoger Onderwijs, Onderwijs voor Sociale Promotie en Wetenschappelijk Onderzoek, Mevr. F. DUPUIS De Minister

Kunsten en Letteren en

de Audiovisuele Sector, R. MILLER De Minister

Jeugdbijstand en Gezondheid, Mevr. N. MARECHAL _______ Nota

(1)Zitting 2002-2003 : Stukken

de Raad.- Ontwerp

decreet, nr. 344-

  1. - Commissieamendementen nr. 344-
  2. - Verslag, nr. 344-
  3. Vergaderingsamendementen, nr. 344-
  4. Integraal verslag . - Bespreking en aanneming. Vergadering

11 december 2002.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.