23 MEI 2002. - Besluit nr. 2000/1295 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie tot instelling van het verlof op politieke gronden of voor de uitoefening van een politiek mandaat voor de personeelsleden van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie Het College van de Franse Gemeenschapscommissie, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van de instellingen, inzonderheid artikel 87, § 3, zoals gewijzigd door de bijzondere wet van 8 augustus 1988; Gelet op het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 13 april 1995 houdende het statuut van de ambtenaren van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, inzonderheid op artikelen 146 en 151; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën uitgebracht op 21 mei 2001 en 25 februari 2002; Gelet op het akkoord van het Lid van het College belast met Begroting uitgebracht op 25 februari 2002; Gelet op het akkoord van de federale minister belast met pensioenen uitgebracht op 21 maart 2002; Gelet op het protocol nr. 2001/6 van 23 maart 2001 van het Sectorcomité XV van de Franse Gemeenschapscommissie; Gelet op het protocol nr. 2001/41 van 9 oktober 2001 van het Sectorcomité XV van de Franse Gemeenschapscommissie; Gelet op de beraadslaging van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 18 januari 2001 over de aanvraag tot het verstrekken van een advies door de Raad van State binnen een termijn die de maand niet overschrijdt; Gelet op het advies 33.092/2 van de Raad van State uitgebracht op 15 april 2002, in toepassing van artikel 84, 1e lid, 1°, van de gecoördineerde wetten over de Raad van State; Overwegende dat het belangrijk is het aantal dagen politiek verlof te bepalen die de leden van het personeel van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie kunnen genieten; Op voorstel van het Lid van het College belast met Ambtenarenzaken, Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit artikel regelt, in toepassing van artikel 138 van de Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in de grondwetsartikelen 127 en 128. Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie. Onder personeelsleden van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie dient te worden verstaan de ambtenaren, de stagiaires en de personeelsleden die zijn aangeworven met een arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK II. - Verloven op politieke gronden Afdeling 1. - Verlof om zich voor verkiezingen kandidaat te stellen Art. 3.Het personeelslid kan verlof krijgen om zich kandidaat te stellen voor wetgevende, gewestelijke, provinciale, gemeenteraads- of Europese verkiezingen. Dit verlof wordt toegestaan voor de duur van de verkiezingscampagne waaraan de geïnteresseerde als kandidaat deelneemt. Art. 4.Dit verlof is onbezoldigd. Het wordt bovendien gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Afdeling 2. - Verlof voor de uitoefening van een functie bij een erkende politieke fractie Art. 5.Onder politieke fractie dient te worden verstaan een groep gekozenen die als dusdanig wordt erkend overeenkomstig het reglement van de wetgevende vergadering waartoe deze gekozenen behoren. Art. 6.Het personeelslid kan verlof krijgen om een functie uit te oefenen bij een erkende politieke fractie. De Voorzitter van een politieke fractie dient hiertoe een aanvraag in bij de Leidende Ambtenaar. De directieraad controleert of dit verlof niet in tegenspraak is met het belang van de dienst. Met het akkoord van de functioneel bevoegde minister kent het lid van het College belast met Ambtenarenzaken het verlof toe. Art. 7.Het besluit vermeldt de duur van het toegekende verlof en de politieke fractie waarin het personeelslid een functie zal uitoefenen. Art. 8.Met het akkoord van de functioneel bevoegde minister kan het lid van het College belast met Ambtenarenzaken omwille van dienstredenen een einde maken aan het verlof mits inachtneming van een opzegtermijn van één maand. Art. 9.Dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het wordt niet vergoed. Afdeling 3. - Verlof voor detachering naar een ministerieel kabinet Art. 10.Het personeelslid krijgt verlof wanneer het is aangewezen voor de uitoefening van een functie in het kabinet van een minister of een staatssecretaris: 1) van de federale Regering;2) van een Gemeenschaps- of Gewestregering;3) van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Met het akkoord van de functioneel bevoegde minister kent het lid van het College belast met Ambtenarenzaken het verlof toe. Na afloop van zijn detachering en behoudens een nieuwe detachering naar een ander kabinet, krijgt het personeelslid één dag verlof per maand activiteit in een kabinet, met een minimum van drie en een maximum van vijftien werkdagen. Art. 11.Dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het wordt niet vergoed. HOOFDSTUK III. - Verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat Art. 12.De personeelsleden van de diensten van de Franse Gemeenschapscommissie hebben recht op politiek verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat of van een functie die daarmee gelijkgesteld kan worden. De personeelsleden kunnen slechts politiek verlof genieten rekening houdend met de onverzoenbaarheden en de verboden die op hen van toepassing zijn uit hoofde van wettelijke of reglementaire bepalingen. Art. 13.Onder politiek verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat of een functie die daarmee kan worden gelijkgesteld, dient te worden begrepen: 1) hetzij een vrijstelling van dienst die geen enkele invloed heeft op de administratieve en geldelijke situatie van de personeelsleden;2) hetzij een facultatief politiek verlof toegekend op vraag van de personeelsleden;3) hetzij een van ambtswege politiek verlof dat het personeelslid niet kan weigeren. Art. 14.Het personeelslid kan, op eigen vraag, een vrijstelling van dienst krijgen a rato van: 1) een halve dag per maand voor de uitoefening van een mandaat van gemeenteraadslid, burgemeester, schepen of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, voorzitter inbegrepen, in een gemeente van maximaal 10 000 inwoners;2) een dag per maand voor de uitoefening van een mandaat van:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.