10 OKTOBER 2002. - Besluitnr. 2001/101 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 13 april 1995 houdende het statuut van de ambtenaren van de Diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie Het College, Gelet op de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, gewijzigd bij de bijzonder wet van 8 augustus 1988; Gelet op het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 13 april 1995 houdende het statuut van de ambtenaren van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, inzonderheid op artikelen 144 en 145; Gelet op richtlijn 96/34/EG van de Raad, van 3 juni 1996, betreffende de raamovereenkomst inzake het ouderschapsverlof tussen de UNICE, het CEEP en het CES; Gelet op het protocolakkoord nr. 2002/8 van het Comité van de Sector XV van 2 mei 2002; Gelet op het akkoord van het Collegelid belast met de begroting, gegeven op 7 februari 2002; Gelet op het akkoord van de Federale Minister van Pensioenen, gegeven op 17 juni 2002; Gelet op de beslissing van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 7 februari 2002 over het verzoek aan de Raad van State om binnen een termijn van ten hoogste een maand van advies te dienen; Gelet op het advies nr. 33.722/2/V van de Raad van State, gegeven op 20 augustus 2002, in toepassing van artikel 84, lid 1, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat het College de voorwaarden voor het verkrijgen van verloven van korte duur heeft vastgelegd; Overwegende dat de artikelen 144 en 145 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 13 april 1995 houdende het statuut van de ambtenaren van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie derhalve moeten worden gewijzigd; Op voorstel van het Collegelid belast met Ambtenarenzaken; Na beraad; Besluit : Artikel 1.Dit besluit regelt, in toepassing van artikel 138 van de Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in de artikelen 127 en 128 van de Grondwet. Art. 2.Artikel 144 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 13 april 1995 houdende het statuut van de ambtenaren van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie wordt vervangen door de volgende bepaling : Art. 144.Onder de door het College bepaalde voorwaarden, kan de ambtenaar in actieve dienst om de volgende redenen afwezig zijn : 1° jaarlijks vakantieverlof en feestdagen;2° uitzonderlijk verlof en uitzonderlijk verlof wegens overmacht;3° verlof om familiale redenen : omstandigheidsverlof, verlof om dwingende redenen van familiaal belang, ouderschapsverlof, opvangverlof met het oog op de adoptie of de pleegvoogdij;4° bevallingsverlof en vaderschapsverlof;5° verlof wegens ziekte of humanitaire redenen;6° verlof wegens persoonlijke aangelegenheden;7° verlof voor een stage of een proefperiode in een andere betrekking van een overheidsdienst, van het onderwijs, van het universitair onderwijs, van een gesubsidieerd psycho-medisch-sociaal centrum, van een gesubsidieerde dienst voor beroepskeuze of van een gesubsidieerd medisch pedagogisch instituut;8° verlof wegens ziekte of gebrekkigheid;9° verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte of invaliditeit;10° verlof voor verminderde prestaties gewettigd door sociale of familiale redenen;11° afwezigheid wegens persoonlijke aangelegenheid;12° disponibiliteit wegens persoonlijke aangelegenheid;13° afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen;14° onderbreking van de beroepsloopbaan;15° verlof voor een internationale opdracht;16° verlof voor opdracht;17° verlof om ter beschikking van de Koning te worden gesteld;18° verlof om politieke redenen en voor het uitoefenen van een politiek mandaat;verlof om zich kandidaat te stellen voor de verkiezingen, verlof voor werkzaamheden ten behoeven van een erkende politieke groep en verlof voor het uitoefenen van een ambt bij een ministerieel kabinet, bedoeld in hoofdstuk II en III van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 23 mei 2002 tot instelling van het verlof op politieke gronden of voor de uitoefening van een politiek mandaat voor de personeelsleden van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie; 19° verlof voor het verrichten van militaire prestaties in vredestijd en van diensten in uitvoering van de wetten houdende het statuut van de gewetensbezwaarden, gecoördineerd op 20 februari 1980;» Art. 3.Artikel 145 van voornoemd besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : Art. 145 Het besluit van het College van de Franse gemeenschapscommissie betreffende de verloven van korte duur toegestaan aan de ambtenaren van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie wordt toegepast voor de verloven bedoeld in artikel 144, 1° tot 5°. Zolang het College de voorwaarden voor het verkrijgen van de in artikel 144 bedoelde verloven niet heeft bepaald, worden de hierna vermelde koninklijke besluiten en hun wijzigingsbesluiten mutatis mutandis toegepast tot het moment van de inwerkingtreding van de statuten van de Franse Gemeenschapscommissie : 1) koninklijk besluit van 1 juni 1964 betreffende sommige verloven toegestaan aan personeelsleden van de rijksbesturen en betreffende de afwezigheden wegens persoonlijke aangelegenheid, voor de verloven bedoeld in artikel 144, 6° tot 11° en 18°;2) koninklijk besluit van 13 november 1967 betreffende de stand disponibiliteit van het rijkspersoneel, voor het verlof bedoeld in artikel 144, 12°;3) koninklijk besluit van 26 mei 1975 betreffende de afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen, voor het verlof bedoeld in artikel 144, 13°;4) koninklijk besluit van 3 juli 1985 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in de besturen en de andere diensten van de ministeries, voor het verlof bedoeld in artikel 144, 14°
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.