de Vlaamse regering tot wijziging
het besluit
de Vlaamse regering
5 maart 1996 houdende vaststelling
het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering De Vlaamse regering, Gelet op het decreet
22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, gewijzigd bij het decreet
22 december 1995, bij het besluit
de Vlaamse regering
22 oktober 1996, bekrachtigd bij het decreet
4 maart 1998, en bij de decreten
20 december 1996, 26 mei 1998 en 18 mei 2001; Gelet op het besluit
de Vlaamse regering
5 maart 1996 houdende vaststelling
het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering, gewijzigd bij de besluiten
de Vlaamse regering
19 december 1998 en 9 februari 1999; Gelet op het akkoord
de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, gegeven op 14 juli 2000; Gelet op de beslissing
de Vlaamse regering over het verzoek aan de Raad
State om advies te geven binnen een termijn
een maand; Gelet op het advies 30.532/3
de Raad
State, gegeven op 30 januari 2001, met toepassing
artikel 84, eerste lid, 1°,
de gecoördineerde wetten op de Raad
State; Op voorstel
de Vlaamse minister
Leefmilieu en Landbouw; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Artikel 1
het besluit
de Vlaamse regering
5 maart 1996 houdende vaststelling
het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 1.Voor de toepassing
dit besluit wordt verstaan onder : 1° decreet : het decreet
22 februari 1995 betreffende de bodemsanering;2° Vlaamse minister : het lid
de Vlaamse regering tot wiens bevoegdheid de bescherming
het leefmilieu behoort;3° grafische informatie : kaartmateriaal, hetzij op papier, hetzij via informaticasystemen;4° code
goede praktijk : door de OVAM aanvaarde geschreven en publiek toegankelijke regels met betrekking tot het uitvoeren
onderzoeken, het nemen
monsters en het analyseren
monsters, met inbegrip
de bij de betrokken beroepscategorieën algemeen aanvaarde regels
goed vakmanschap.5° risicogrond : grond waarop een inrichting gevestigd is of was of waarop een activiteit uitgeoefend wordt of werd die is opgenomen in de lijst zoals bedoeld in artikel 3, § 1,
het decreet.6° AJD : afdeling Juridische Dienstverlening
de administratie Algemene Administratieve Diensten
het departement Leefmilieu en Infrastructuur
het ministerie
de Vlaamse Gemeenschap.» Art. 2.Artikel 3
hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 3.In artikel 4, § 1, eerste lid,
hetzelfde besluit wordt het woord « bovendien » geschrapt. Art. 4.Hoofdstuk III
hetzelfde besluit, bestaande uit de artikelen 6 tot 21, wordt vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK III. - Erkenning
bodemsaneringsdeskundigen Afdeling
deskundigheid worden onderscheiden : 1° erkenning
type 1 : erkenning vereist voor : a) het leiden
de uitvoering
een oriënterend bodemonderzoek, zoals bedoeld in artikel 3, § 5,
het decreet;b) het leiden
de opstelling
een voorstel
beschrijvend bodemonderzoek, zoals bedoeld in artikel 13, § 1,
het decreet;c) het leiden
de uitvoering
een beschrijvend bodemonderzoek, zoals bedoeld in artikel 14, § 1,
het decreet;d) het voorstellen en leiden
de uitvoering
voorzorgsmaatregelen en/of veiligheidsmaatregelen, voor zover deze maatregelen geen grondwateronttrekkingen omvatten, geen grondverzet
meer dan 100 m3;of een afgraving
meer dan 1 meter ten opzichte
het maaiveld inhouden; e) het opmaken
een technisch verslag als bedoeld in artikel 56.2° erkenning
type 2 : erkenning vereist voor : a) het leiden
de uitvoering
een oriënterend bodemonderzoek, zoals bedoeld in artikel 3, § 5,
het decreet;b) het leiden
de opstelling
een voorstel
beschrijvend bodemonderzoek, zoals bedoeld in artikel 13, § 1,
het decreet;c) het leiden
de uitvoering
een beschrijvend bodemonderzoek, zoals bedoeld in artikel 14, § 1,
het decreet;d) het leiden
de opstelling en
de uitvoering
een bodemsaneringsproject, zoals bedoeld in artikel 15, § 2,
het decreet;e) het leiden
bodemsaneringswerken, zoals bedoeld in artikel 19, § 1,
het decreet;f) het leiden
de uitvoering
maatregelen
bewaking en controle, zoals bedoeld in artikel 20, § 2,
het decreet;g) het leiden
de uitvoering
een eindevaluatieonderzoek, zoals bedoeld in artikel 21, § 3,
het decreet;h) het voorstellen en leiden
de uitvoering
voorzorgsmaatregelen en/of veiligheidsmaatregelen;i) het opmaken
een technisch verslag, zoals bedoeld in artikel
type 2 heeft, bezit
rechtswege ook een erkenning
type
type 1 gelden de volgende voorwaarden : 1° als het gaat om een natuurlijke persoon : a) de nationaliteit hebben
een lidstaat
de Europese Unie;b) grondige kennis hebben
de volgende disciplines : biologie, bodemkunde, fysica, geologie, scheikunde;c) minimaal 3 jaar beroepservaring hebben in een milieusector die relevant is voor het onderzoek betreffende bodemverontreiniging of afvalstoffen gedurende de 6 jaar voorafgaand aan de datum
de erkenningsaanvraag;d) grondige kennis hebben
het decreet en zijn uitvoeringsbesluit(en);e) zelf beschikken of de contractuele beschikking hebben over een mathematisch grondwatermodel en een model voor risicoanalyse
bodemverontreiniging dat aanvaard wordt door de OVAM;
faillissement of
vereffening verkeren of een gerechtelijk akkoord verkregen hebben, dan wel in een soortgelijke toestand verkeren als gevolg
een gelijksoortige procedure die in een lidstaat
de Europese Unie geldt; - niet het voorwerp zijn
een procedure
faillietverklaring of
gerechtelijk akkoord of
een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de nationale wetten en regelingen
een lidstaat
de Europese Unie; 2) geen handelaar is : - niet in staat
kennelijk onvermogen verkeren, dan wel in soortgelijke toestand als gevolg
enige procedure die in een lidstaat
de Europese Unie geldt; - niet het voorwerp zijn
een procedure
collectieve schuldenregeling of
een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de wetten en regelingen
een lidstaat
de Europese Unie; 2° als het gaat om een rechtspersoon : a) opgericht zijn in overeenstemming met de wetgeving
een lidstaat
de Europese Unie, en zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Unie hebben, of er zijn maatschappelijke zetel hebben, op voorwaarde dat zijn werkzaamheden daadwerkelijk en duurzaam verband houden met de economie
een lidstaat
de Europese Unie;b) als het gaat om een handelaar;ingeschreven zijn in het handels- of beroepsregister volgens de eisen
de wetgeving
de lidstaat
de Europese Unie waar hij gevestigd is; c) een of meer personen in dienst hebben die samen een grondige kennis hebben
de volgende disciplines : biologie, bodemkunde, fysica, geologie, scheikunde;d) ten minste één natuurlijke persoon in dienst hebben die minimaal 3 jaar beroepservaring heeft in een milieusector die relevant is voor het onderzoek inzake bodemverontreiniging of afvalstoffen gedurende de 6 jaar voorafgaand aan de datum
de erkenningsaanvraag;e) ten minste één natuurlijke persoon in dienst hebben die een grondige kennis heeft
het decreet en zijn uitvoeringsbesluit(en);f) zelf beschikken of de contractuele beschikking hebben over een mathematisch grondwatermodel en een model voor risicoanalyse
bodemverontreiniging dat aanvaard wordt door de OVAM;
faillissement of
vereffening verkeren of een gerechtelijk akkoord verkregen hebben, dan wel in een soortgelijke toestand verkeren als gevolg
een gelijksoortige procedure die in een lidstaat
de Europese Unie geldt; - niet het voorwerp zijn
een procedure
faillietverklaring of
gerechtelijk akkoord of
een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de nationale wetten en regelingen
een lidstaat
de Europese Unie; 2) geen handelaar is : - niet in staat
kenneliijk onvermogen verkeren, dan wel in soortgelijke toestand als gevolg
enige procedure die in een lidstaat
de Europese Unie geldt; - niet het voorwerp zijn
een procedure
collectieve schuldenregeling of
een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de wetten en regelingen
een lidstaat
de Europese Unie; § 2. De grondige kennis, bedoeld in sub 1°, b), en in sub 2°, c),
, moet worden aangetoond met academische diploma's of diploma's
het hoger onderwijs
het lange type of ermee gelijkgestelde diploma's, uitgereikt in een lidstaat
de Europese Unie. § 3. Het ter beschikking hebben, bedoeld in sub 1°, e) en f), alsook in sub 2°, f) en g),
, moet
die aard zijn dat de uit het decreet voortvloeiende termijnen voor het uitvoeren
een beschrijvend bodemonderzoek kunnen worden nageleefd. Art.
type 2 gelden de volgende voorwaarden : 1° als het gaat om een natuurlijke persoon : a) de nationaliteit hebben
een lidstaat
de Europese Unie;b) grondige kennis hebben
de volgende disciplines : biologie, bodemkunde, bouwkunde, fysica, geologie, grondmechanica, microbiologie, scheikunde;c) minimaal 3 jaar beroepservaring hebben in een milieusector die relevant is voor het onderzoek inzake bodemverontreiniging of afvalstoffen gedurende de 6 jaar voorafgaand aan de datum
de erkenningsaanvraag;d) minimaal 5 jaar beroepservaring hebben in een milieusector die relevant is voor het opstellen
bodemsaneringsprojecten en het begeleiden
bodemsaneringswerken gedurende de 10 jaar voorafgaand aan de datum
de erkenningsaanvraag;e) kennis hebben
en minimaal 5 jaar beroepservaring hebben met het aannemingsrecht gedurende de 10 jaar voorafgaand aan de datum
de erkenningsaanvraag;f) minimaal 5 jaar ervaring hebben met het opstellen
bestekken voor de aanneming
werken gedurende de 10 jaar voorafgaand aan de datum
de erkenningsaanvraag;g) een grondige kennis hebben
het decreet en zijn uitvoeringsbesluit(en), alsook
de Vlaamse reglementeringen inzake de milieuvergunning, het grondwaterbeheer en de stedenbouw;h) zelf beschikken of de contractuele beschikking hebben over een mathematisch grondwatermodel en een model voor risicoanalyse
bodemverontreiniging dat aanvaard wordt door de OVAM;
faillissement of
vereffening verkeren of een gerechtelijk akkoord verkregen hebben, dan wel in een soortgelijke toestand verkeren als gevolg
een gelijksoortige procedure die in.een lidstaat
de Europese Unie geldt; - niet het voorwerp zijn
een procedure
faillietverklaring of
gerechtelijk akkoord of
een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de nationale wetten en regelingen
een lidstaat
de Europese Unie; 2) geen handelaar is : - niet in staat
kennelijk onvermogen verkeren, dan wel in soortgelijke toestand als gevolg
enige procedure die in een lidstaat
de Europese Unie geldt; - niet het voorwerp zijn
een procedure
collectieve schuldenregeling of
een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de wetten en regelingen
een lidstaat
de Europese Unie; 2° als het gaat om een rechtspersoon : a) opgericht zijn in overeenstemming met de wetgeving
een lidstaat
de Europese Unie, en zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Unie hebben, of er zijn maatschappelijke zetel hebben, op voorwaarde dat zijn werkzaamheden daadwerkelijk en duurzaam verband houden met de economie
een lidstaat
de Europese Unie;b) als het gaat om een handelaar;ingeschreven zijn in het handels- of beroepsregister volgens de eisen
de wetgeving
de lidstaat
de Europese Unie waar hij gevestigd is; c) een of meer personen in dienst hebben die samen een grondige kennis hebben
de volgende disciplines : biologie, bodemkunde, bouwkunde, fysica, geologie, grondmechanica, microbiologie, scheikunde;d) ten minste één natuurlijke persoon in dienst hebben die minimaal 3 jaar beroepservaring heeft in een milieusector relevant is voor het onderzoek inzake bodemverontreiniging of afvalstoffen gedurende de 6 jaar voorafgaand aan de datum
de erkenningsaanvraag;e) ten minste één natuurlijke persoon in dienst hebben die minimaal 5 jaar beroepservaring heeft in een milieusector die relevant is voor het opstellen
bodemsaneringsprojecten en het begeleiden
bodemsaneringswerken gedurende de 10 jaar voorafgaand aan de datum
de erkenningsaanvraag;f) ten minste één natuurlijke persoon in dienst hebben die kennis heeft
en minimaal 5 jaar beroepservaring heeft met het aannemingsrecht gedurende de 10 jaar voorafgaand aan de datum
de erkenningsaanvraag;g) ten minste één natuurlijke persoon in dienst hebben die minimaal 5 jaar ervaring heeft met het opstellen
bestekken voor de aanneming
werken gedurende de 10 jaar voorafgaand aan de datum
de erkenningsaanvraag;h) ten minste één natuurlijke persoon in dienst hebben die een grondige kennis heeft
het decreet en zijn uitvoeringsbesluit(en), alsook
de Vlaamse reglementeringen inzake de milieuvergunning, het grondwaterbeheer en de stedenbouw;i) zelf beschikken of de contractuele beschikking hebben over een mathematisch grondwatermodel en een model voor risicoanalyse
bodemverontreiniging dat aanvaard wordt door de OVAM;
faillissement of
vereffening verkeren of een gerechtelijk akkoord verkregen hebben, dan wel in een soortgelijke toestand verkeren als gevolg
een gelijksoortige procedure die in een lidstaat
de Europese Unie geldt; - niet het voorwerp zijn
een procedure
faillietverklaring of
gerechtelijk akkoord of
een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de nationale wetten en regelingen
een lidstaat
de Europese Unie; 2) geen handelaar is : - niet in staat
kenneliijk onvermogen verkeren, dan wel in soortgelijke toestand als gevolg
enige procedure die in een lidstaat
de Europese Unie geldt; - niet het voorwerp zijn
een procedure
collectieve schuldenregeling of
een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de wetten en regelingen
een lidstaat
de Europese Unie; § 2. De grondige kennis, bedoeld in sub 1°, b), en in sub 2°, c),
, moet worden aangetoond met academische diploma's of diploma's
het hoger onderwijs
het lange type of ermee gelijkgestelde diploma's, uitgereikt in een lidstaat
de Europese Unie. § 3. Het ter beschikking hebben, bedoeld in sub 1°, h), i) en j), alsook in sub 2°, i), j) en k),
, moet
die aard zijn dat de uit het decreet voortvloeiende termijnen kunnen worden nageleefd. Afdeling
het standaardaanvraagformulier waarvan het model wordt vastgesteld bij besluit
de administrateur-generaal
de OVAM. Dit besluit wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Art.
type 1 ten minste de volgende gegevens bevatten : 1° het correct en volledig ingevulde standaardaanvraagformulier;2° als het een rechtspersoon betreft, de statuten
de rechtspersoon;3° als het een rechtspersoon betreft, de naam (of namen)
de natuurlijke persoon (of personen) die door de rechtspersoon aangesteld is (of zijn) als verantwoordelijk persoon (of personen);4° een eensluidend verklaard afschrift
de diploma's waardoor de volgens artikel 8 vereiste kennis wordt aangetoond;5° een curriculum vitae
de personen die over de kennis en ervaring, zoals vereist in artikel 8, beschikken, waaruit die kennis en ervaring blijkt;6° een bewijs dat de aanvrager de beschikking heeft over de modellen en de personen, bepaald in artikel 8;7° een onvoorwaardelijke verbintenis waarin de aanvrager stelt binnen een maand na de erkenning een verzekering voor beroepsaansprakelijkheid, zoals bepaald in artikel 8, te sluiten en de OVAM in kennis te stellen
de afgesloten polis;8° een verklaring waarin de aanvrager stelt dat alle analyses
monsters en alle boringen verricht zullen worden, zoals bepaald in artikel 15;als de aanvrager zelf boringen wenst uit te voeren, moet een beschrijving
de beschikbare apparatuur toegevoegd worden; die beschrijving moet
die aard zijn dat de kwaliteit en de geschiktheid
de apparatuur aangetoond wordt; 9° een getuigschrift
goed zedelijk gedrag
de personen, bedoeld in artikel 8;10° als de aanvrager handelaar is, moet een bewijs toegevoegd worden dat de aanvrager : a) niet in staat
faillissement of
vereffening verkeert of geen gerechtelijk akkoord heeft verkregen, dan wel in een soortgelijke toestand verkeert als gevolg
een gelijksoortige procedure die in een lidstaat
de Europese Unie geldt;b) niet het voorwerp is
een procedure
faillietverklaring of
gerechtelijk akkoord of
een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de nationale wetten en regelingen
een lidstaat
de Europese Unie;11° een attest waaruit blijkt dat de aanvrager aan zijn sociale en fiscale verplichtingen voldaan heeft. § 2. Het getuigschrift, het bewijs en het attest, bedoeld in sub 9°, 10° en 11°,
, moeten
recente datum zijn. Art.
type 2 ten minste de volgende gegevens bevatten : 1° het correct en volledig ingevulde standaardaanvraagformulier;2° als het een rechtspersoon betreft, de statuten
de rechtspersoon;3° als het een rechtspersoon betreft, de naam (of namen)
de natuurlijke persoon (of personen) die door de rechtspersoon aangesteld is (of zijn) als verantwoordelijk persoon (of personen);4° een eensluidend verklaard afschrift
de diploma's waardoor de volgens artikel 9 vereiste kennis wordt aangetoond;5° een curriculum vitae
de personen die over de kennis en ervaring, zoals vereist in artikel 9, beschikken, waaruit die kennis en ervaring blijkt;6° een bewijs dat de aanvrager de beschikking heeft over de modellen en de personen, bepaald in artikel 9;7° een bewijs dat de aanvrager de contractuele beschikking heeft over de middelen om infrastructuurwerken te ontwerpen en te begeleiden;8° een onvoorwaardelijke verbintenis waarin de aanvrager stelt binnen een maand na de erkenning een verzekering voor beroepsaansprakelijkheid, zoals bepaald in artikel 9, te sluiten en OVAM in kennis te stellen
de afgesloten polis;9° een verklaring waarin men stelt dat alle analyses
monsters en alle boringen verricht zuilen worden zoals bepaald in artikel 15;als de aanvrager zelf boringen wenst uit te voeren, moet een beschrijving
de beschikbare apparatuur toegevoegd worden; die beschrijving moet
die aard zijn dat de kwaliteit en de geschiktheid
de apparatuur aangetoond wordt; 10° een getuigschrift
goed zedelijk gedrag
de personen, bedoeld in artikel 9;11° als de aanvrager handelaar is, moet een bewijs toegevoegd worden dat de aanvrager : a) niet in staat
faillissement of
vereffening verkeert of geen gerechtelijk akkoord heeft verkregen, dan wei in een soortgelijke toestand verkeert ais gevolg
een gelijksoortige procedure die in een lidstaat
de Europese Unie geldt;b) niet het voorwerp is
een procedure
faillietverklaring of
gerechtelijk akkoord of
een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de nationale wetten en regelingen
een lidstaat
de Europese Unie;12° een attest waaruit blijkt dat de aanvrager aan zijn sociale en fiscale verplichtingen voldaan heeft. § 2. Het getuigschrift, het bewijs en het attest, bedoeld in sub 10°, 11° en 12°,
, moeten
recente datum zijn. Art. 13. De procedure voor de behandeling
de aanvragen tot erkenning als bodemsaneringsdeskundige is als volgt. 1° Onderzoek
de ontvankelijkheid : De OVAM verzendt binnen 30 dagen na datum
ontvangst
de in artikel 10 bedoelde aanvraag een ontvangstbewijs aan de aanvrager, waarbij de OVAM zich tevens uitspreekt over de ontvankelijkheid
de aanvraag. De OVAM verklaart de aanvraag ontvankelijk of verzoekt om de nodige of passende aanvullingen. Als de OVAM niet binnen 30 dagen na datum
ontvangst
de aanvraag om aanvullingen heeft verzocht, wordt de aanvraag geacht ontvankelijk te zijn. Als de OVAM om aanvullingen verzoekt, wordt de aangepaste of aangevulde aanvraag opnieuw per aangetekende brief naar de OVAM gestuurd. De OVAM verzendt binnen 30 dagen na datum
ontvangst
de aangepaste of aangevulde aanvraag het ontvangstbewijs aan de aanvrager, waarbij de OVAM zich tevens uitspreekt over de ontvankelijkheid
de aangepaste aanvraag. 2° Onderzoek
de aanvraag en beslissing : De OVAM onderzoekt de ontvankelijke aanvraag en doet binnen 120 dagen na de datum
het ontvangstbewijs
de aanvraag bij gemotiveerde beslissing uitspraak over de ontvankelijke aanvraag. Op basis
een aanvraag tot een erkenning
type 2 kan een erkenning
type 1 worden verleend, mits uit het onderzoek blijkt dat de aanvrager niet voldoet aan de eisen, gesteld voor een erkenning
type 2, maar wel aan die voor een erkenning
type 1. 3° Betekening
de beslissing : Binnen 150 dagen na de datum
het ontvangstbewijs
de aanvraag wordt de beslissing over de erkenningsaanvraag door de OVAM per aangetekende brief aan de aanvrager betekend.De beslissing wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Art. 14. De statutair benoemde ambtenaren
niveau A
de afdeling
de OVAM die bevoegd is voor de bodemsanering en wier namen in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt worden, hebben, voor de uitvoering
hun taak,
rechtswege de erkenning als bodemsaneringsdeskundige
type
de erkenning als bodemsaneringsdeskundige Art. 15. In het kader
het gebruik
de erkenning is de erkende bodemsaneringsdeskundige ertoe gehouden : 1° alle monsters die genomen worden in het kader
het decreet te laten analyseren bij een laboratorium dat erkend is voor de uit te voeren metingen krachtens het decreet
2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer
afvalstoffen;2° boringen die uitgevoerd worden in het kader
het decreet : a) ofwel te laten verrichten door een aannemer die erkend is voor boringen in de categorie G 1 volgens het ministerieel besluit
27 januari 1991 tot nadere bepaling
de indeling
de werken volgens hun aard in categorieën en ondercategorieën met betrekking tot de erkenning
de aannemers;b) ofwel in eigen beheer uit te voeren;in dat geval moet de deskundige beschikken over een verklaring
de OVAM waaruit blijkt dat de deskundige bepaalde boringen zelf mag verrichten; 3° de uitvoering
een oriënterend bodemonderzoek, zoals bedoeld in artikel 3, § 5,
het decreet, te leiden in overeenstemming met de standaardprocedure voor oriënterend bodemonderzoek, opgesteld door de OVAM;4° de opstelling
een voorstel
beschrijvend bodemonderzoek, zoals bedoeld in artikel 13, § 1,
het decreet, en de uitvoering
een beschrijvend bodemonderzoek, zoals bedoeld in artikel 14, § 1,
het decreet, te leiden in overeenstemming met de standaardprocedure voor beschrijvend bodemonderzoek, opgesteld door de OVAM;5° in elk rapport te verklaren dat hij voor de uitvoering
deze opdracht niet verkeert in een
de gevallen
onverenigbaarheid, opgenomen in dit besluit;6° tijdens de twaalfde, vierentwintigste, zesendertigste en achtenveertigste maand na datum
de beslissing houdende erkenning als bodemsaneringsdeskundige aan de OVAM een lijst te bezorgen
de personen en de modellen waarop de bodemsaneringsdeskundige een beroep doet om te voldoen aan :
type 1;
type 1;
type 2;
type 2;7° de verslagen als auteurs mee te laten ondertekenen door de personen waarop hij een beroep doet om een onderzoek uit te voeren : a) voor de onderzoeken, uitgevoerd onder leiding
een natuurlijke persoon, erkend als bodemsaneringsdeskundige
type 1 : de personen, vermeld in artikel 8, § 1, 1°, f);b) voor de onderzoeken, uitgevoerd onder leiding
een rechtspersoon, erkend als bodemsaneringsdeskundige
type 1 : de personen, vermeld in artikel 8, § 1, 2°, c), d),
een natuurlijke persoon, erkend als bodemsaneringsdeskundige
type 2 : de personen, vermeld in artikel 9, § 1, 1°, i);d) voor de onderzoeken, uitgevoerd onder leiding
een rechtspersoon, erkend als bodemsaneringsdeskundige
type 2 : de personen, vermeld in artikel 9, § 1, 2°, c), d), e), f), g), h) en j);8° een klachtenregister bij te houden dat ter inzage ligt
de toezichthoudende overheid. Afdeling 5. - Schorsing en opheffing
de erkenning Art.
maximaal 6 maanden in elk
de volgende gevallen : 1° wanneer de bodemsaneringsdeskundige de taken waarmee hij is belast door dit besluit en het decreet niet reglementair of niet objectief uitvoert;2° wanneer de bodemsaneringsdeskundige niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, gesteld in dit besluit;3° wanneer de bodemsaneringsdeskundige onregelmatigheden begaat bij de uitvoering
de opdrachten waarvoor de erkenning krachtens artikel 7 vereist is;4° wanneer de bodemsaneringsdeskundige bij een vonnis of arrest dat in kracht
gewijsde is gegaan, veroordeeld is voor een misdrijf dat door zijn aard de beroepsmoraal
de bodemsaneringsdeskundige aantast;5° wanneer de bodemsaneringsdeskundige de voorwaarden inzake het gebruik
de erkenning, gesteld in dit besluit, niet naleeft; § 2. De OVAM brengt de houder
de erkenning per aangetekende brief en minstens 30 dagen voor de betekening ervan, op de hoogte
de voorgenomen beslissing en haar motieven. Binnen deze termijn kan de houder
de erkenning zich verweren of zijn zaken in orde brengen. §
de betekening
de beslissing aan de betrokkene. Art.
de volgende gevallen : 1° wanneer de bodemsaneringsdeskundige de taken waarmee hij is belast door dit besluit en het decreet herhaaldelijk niet reglementair of niet objectief uitvoert;2° wanneer de bodemsaneringsdeskundige bij het verstrijken
de schorsingsperiode nog steeds niet voldoet aan de erkenningsvoorwaarden waarvoor hij op grond
artikel 16, § 1, 2° geschorst werd;3° wanneer de bodemsaneringsdeskundige ernstige onregelmatigheden of bij herhaling onregelmatigheden begaat bij de uitvoering
de opdrachten waarvoor de erkenning krachtens artikel 7 vereist is;4° wanneer de bodemsaneringsdeskundige bij een vonnis of arrest dat in kracht
gewijsde is gegaan, veroordeeld is voor een misdrijf dat door zijn aard de beroepsmoraal
de bodemsaneringsdeskundige in ernstige mate aantast;5° wanneer de bodemsaneringsdeskundige de voorwaarden inzake het gebruik
de erkenning, gesteld in dit besluit, herhaaldelijk niet naleeft. § 2. De OVAM brengt de houder
de erkenning per aangetekende brief en minstens 30 dagen voor de betekening ervan, op de hoogte
de voorgenomen beslissing en haar motieven. Binnen deze termijn kan de houder
de erkenning zich verweren of zijn zaken in orde brengen. §
de betekening
de beslissing aan de betrokkene. Art. 18. De erkenning als bodemsaneringsdeskundige wordt
rechtswege geacht nooit te zijn verleend als de bodemsaneringsdeskundige na het verstrijken
de termijn
1 maand volgend op de erkenning niet het bewijs heeft geleverd dat hij de voorgeschreven verzekering voor beroepsaansprakelijkheid heeft afgesloten. Afdeling 6. - Duur, verlenging en niet-overdraagbaarheid
de erkenning Art.
de erkenning kan geen gebruik gemaakt worden in een of meer
de volgende gevallen : 1° als de bodemsaneringsdeskundige of een persoon die voor rekening
de bodemsaneringsdeskundige een directie- of beheersbevoegdheid uitoefent, bloed- of aanverwant is in de rechte lijn tot en met de derde graad en in de zijlijn tot en met de vierde graad, met de opdrachtgever, of - als het de leiding
bodemsaneringswerken betreft - met de opdrachtgever of met de uitvoerder
de werken, of met ieder ander persoon die voor rekening
voormelde opdrachtgever respectievelijk uitvoerder, een directie- of beheersbevoegdheid uitoefent;2° als de bodemsaneringsdeskundige of een persoon die voor rekening
de bodemsaneringsdeskundige een directie- of beheersbevoegdheid uitoefent, zelf of bij tussenpersoon eigenaar, mede-eigenaar of werkend vennoot is
de opdrachtgever, of - als het de leiding
bodemsaneringswerken betreft -
de opdrachtgever of
de uitvoerder
de werken;3° als de bodemsaneringsdeskundige of een persoon die voor rekening
de bodemsaneringsdeskundige een directie- of beheersbevoegdheid uitoefent, in rechte of in feite, zelf of bij tussenpersoon, een directie- of beheersbevoegdheid uitoefent bij voormelde opdrachtgever, of - als het de leiding
bodemsaneringswerken betreft -
de opdrachtgever of
de uitvoerder;4° als de activiteiten
bodemsaneringsdeskundige in die hoedanigheid, als natuurlijke of rechtspersoon, rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk gefinancierd, gecontroleerd of beheerd worden, onder welke vorm dan ook, door de opdrachtgever of de uitvoerder
de werken. Afdeling
goede praktijk, waarvan de resultaten voor 31 december 1996 aan de OVAM werden overhandigd, wordt bij wijze
overgangsregeling
rechtswege als bodemsaneringsdeskundige erkend voor de uitvoering
dat specifieke bodemonderzoek. » Art. 5.Hoofdstuk IV
hetzelfde besluit, bestaande uit de artikelen 22 tot 30, wordt vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK IV. - Register
de verontreinigde gronden en bodemattesten Afdeling 1. - Inrichting en werking
het register Art.
verontreinigde gronden opgeslagen. § 2. De in het register aanwezige bestanden kunnen worden vervolledigd en/of bijgewerkt op basis
gegevens onder meer afkomstig
erkende bodemsaneringsdeskundigen,
besturen en diensten, inbegrepen politiediensten, en
instrumenterende ambtenaren. Art. 23. Op eerste verzoek bezorgen alle diensten
de Vlaamse regering alle nuttige gegevens aan de OVAM alsook aan de erkende bodemsaneringsdeskundige voor zover deze bodemsaneringsdeskundige handelt in opdracht
de OVAM. Art. 24. Voor elke bekende verontreinigde grond worden in het register
de verontreingigde gronden de gegevens, bedoeld in artikel 4, § 2,
het decreet, opgenomen en beheerd. Art. 25. De OVAM staat niet in voor de juistheid
de gegevens die haar overeenkomstig dit besluit rechtstreeks of onrechtstreeks worden verstrekt. Afdeling 2. - Toegankelijkheid
het register Art. 26. Het bodemattest vermeldt in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 4, § 2, a),
het decreet. Als zij bestaan, worden op het bodemattest de volgende gegevens opgenomen : de verwijzing naar : 1° de in uitvoering
het decreet door de OVAM gegeven aanmaning(en) tot het uitvoeren
een beschrijvend bodemonderzoek;2° de uitvoering
de door of krachtens het decreet opgelegde verplichtingen, namelijk : a) het opstellen
een bodemsaneringsproject;b) het aangaan jegens de OVAM
de verbintenis tot uitvoering
de bodemsaneringswerken;c) het stellen
de door het decreet voorgeschreven financiële zekerheden;d) het eventueel verzekeren
de nazorg. Art.
het decreet bedoelde verzoek, alsook de aanvraag, bedoeld in de artikelen 36, § 1, en 41, § 2,
het decreet, moeten worden gericht aan de OVAM. Dit moet, op straffe
onontvankelijkheid, gebeuren met een correct ingevuld standaardaanvraagformulier voor bodemattest. Het model
het standaardaanvraagformulier voor bodemattest wordt vastgesteld bij besluit
de administrateur-generaal
de OVAM. Dit besluit wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Het standaardaanvraagformulier voor bodemattest moet op straffe
onontvankelijkheid vergezeld zijn
het bewijs
betaling
de retributie, bedoeld in artikel
een bodemattest krachtens artikel 4, § 4, artikel 36, § 1, en artikel 41, § 2,
het decreet is afhankelijk
de betaling
een retributie waarvan het bedrag is vastgesteld op 1 000 frank per kadastraal perceel. Voor percelen zonder kadastraal perceelnummer bedraagt de retributie 1 000 frank per sectie, of bij ontstentenis
indeling per sectie, per afdeling. De aanvrager moet de verschuldigde retributie storten op het rekeningnummer
de OVAM met vermelding
zijn naam en het kadastraal perceelnummer waarop de aanvraag betrekking heeft. Als de aanvraag op meerdere kadastrale percelen betrekking heeft, moet hij benevens zijn naam slechts één
de aangevraagde kadastrale perceelnummers vermelden. Als de aanvraag op één of meerdere percelen zonder kadastraal perceelnummer betrekking heeft, moet hij benevens zijn naam ook de afdeling en de sectie waarbinnen het bedoelde perceel of één
de bedoelde percelen gelegen is, vermelden. Art.
de OVAM onontvankelijk wordt bevonden, deelt de OVAM dit binnen een termijn
30 kalenderdagen na de aanvraag per aangetekende brief aan de aanvrager mee met de vermelding
de reden in het licht
de bepalingen
artikel 27, §
de mededeling
onontvankelijkheid ontvankelijk maken, zoniet wordt de aanvraag of het verzoek geacht definitief onontvankelijk te zijn. Bij een onontvankelijke aanvraag of een onontvankelijk verzoek wordt het retributierecht niet teruggestort, tenzij hierom schriftelijk binnen de twee maanden na de ontvangst
de mededeling
onontvankelijkheid wordt verzocht. In dit geval wordt een retributierecht
1 000 frank per aanvraagformulier ingehouden. Art.
verontreinigde gronden met het oog op het opbouwen, het vervolledigen en het beheren ervan : 1° de administrateur-generaal
de OVAM;2° de adjunct-administrateur-generaal
de OVAM;3° de door de administrateur-generaal
de OVAM aangeduide personeelsleden
de OVAM. § 2. De in § 1 bedoelde personeelsleden die bij het uitoefenen
hun functie betrokken zijn bij het opbouwen, het vervolledigen en het beheren
het register
verontreinigde gronden, treffen alle nodige voorzorgsmaatregelen teneinde de discretie
de opgenomen gegevens te verzekeren en te beletten dat ze vervormd, beschadigd of meegedeeld worden aan personen die geen recht hebben om er kennis
te nemen. § 3. De OVAM ziet toe op de rechtmatigheid
de mededeling
de gegevens. » Art. 6.Hoofdstuk V
hetzelfde besluit, bestaande uit de artikelen 31 tot 34, wordt vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK V. - Bodemsaneringsnormen en achtergrondwaarden Afdeling 1. - Bodemsaneringsnormen Art. 31. Ter uitvoering
artikel 7, § 1,
het decreet gelden de bodemsaneringsnormen, vastgesteld in bijlage 4. De in het eerste lid bedoelde normen zijn niet
toepassing op bodems
oppervlaktewateren, zoals gedefinieerd in het besluit
de Vlaamse regering
1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne. Art. 32. Om te kunnen oordelen of bodemverontreiniging de bodemsaneringsnormen overschrijdt, moeten alle analyses uitgevoerd worden volgens de methodes, vastgesteld in bijlage 5, of volgens een methode die door de OVAM gelijkwaardig wordt verklaard. De OVAM spreekt zich uit binnen 90 dagen na datum
ontvangst
het verzoek om een methode gelijkwaardig te verklaren. Bij ontstentenis
een uitspraak binnen de voorziene termijn wordt de methode geacht niet gelijkwaardig te zijn. Als de OVAM een methode gelijkwaardig verklaart, geldt deze verklaring enkel voor het laboratorium dat het verzoek heeft ingediend en dit voor de resterende duur
de erkenning
het betreffende laboratorium. Afdeling
artikel 8, § 1,
het decreet gelden de achtergrondwaarden, als vastgesteld in bijlage 6. Art. 34. Bij de vergelijking
de gemeten concentraties aan de achtergrondwaarden dienen alle analyses uitgevoerd te worden volgens de methodes, vastgesteld in bijlage 5, of volgens een methode die door de OVAM gelijkwaardig wordt verklaard. De OVAM spreekt zich uit binnen 90 dagen na datum
ontvangst
het verzoek om een methode gelijkwaardig te verklaren. Bij ontstentenis
een uitspraak binnen de voorziene termijn wordt de methode geacht niet gelijkwaardig te zijn. Als de OVAM een methode gelijkwaardig verklaart, geldt deze verklaring enkel voor het laboratorium dat het verzoek heeft ingediend en dit voor de resterende duur
de erkenning
het betreffende laboratorium. » Art. 7.Hoofdstuk VI
hetzelfde besluit, bestaande uit de artikelen 35 tot 37, wordt vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK VI. - Beroepsprocedures opgenomen in het decreet Afdeling
de AJD, die het voorzitterschap
deze commissie waarneemt. Het secretariaat wordt waargenomen door de AJD. §
het decreet Art.
het decreet, moet per aangetekende brief met ontvangstbewijs worden ingediend bij de Vlaamse regering, per adres AJD. § 2. Het beroep bevat, op straffe
onontvankelijkheid, een voor eensluidend verklaard afschrift
de bestreden beslissing. § 3. De AJD onderzoekt de ontvankelijkheid
het beroep. § 4. Wordt het beroep onontvankelijk bevonden, dan worden de indiener
het beroep en de OVAM door de AJD binnen veertien dagen na ontvangst
het beroep per aangetekende brief daarvan in kennis gesteld. Wordt het beroep ontvankelijk bevonden, dan worden de indiener
het beroep, de OVAM, alsook de Adviescommissie Bodemsanering binnen veertien dagen na ontvangst
het beroep per aangetekende brief daarvan in kennis gesteld. § 5. Binnen veertien dagen na ontvangst
die kennisgeving legt de OVAM per aangetekende brief het administratief dossier neer bij de Adviescommissie Bodemsanering per adres AJD, eventueel vergezeld
een nota met opmerkingen ten aanzien
het ingediende beroep. § 6. De Adviescommissie Bodemsanering verleent met betrekking tot het beroep een gemotiveerd advies aan de Vlaamse regering. Daarbij zal de Adviescommissie Bodemsanering zich, inzake die overwegingen en onderdelen
de bestreden beslissing waarbij de OVAM uitspraak doet als erkende bodemsaneringsdeskundige, beperken tot een marginale toetsing waarbij ze in haar advies op gemotiveerde wijze uitspraak doet over de eventuele manifeste onredelijkheid
de overwegingen en onderdelen in kwestie
de bestreden beslissing. Binnen twintig dagen na ontvangst
het in § 5 bedoelde administratief dossier en de eventuele nota
de OVAM zendt de Adviescommissie Bodemsanering haar gemotiveerd advies per aangetekende brief aan de Vlaamse regering, per adres
de Vlaamse minister. § 7. Binnen een termijn
zestig dagen na ontvangst
het beroep, bedoeld in § 1, doet de Vlaamse regering bij gemotiveerde beslissing uitspraak over het ingediende beroep. De beslissing
de Vlaamse regering wordt binnen een termijn
tien dagen na datum
deze beslissing per aangetekende brief ter kennis gebracht
de indiener
het beroep, de OVAM en in voorkomend geval
de andere personen en organen, vermeld in artikel 17, § 3,
het decreet. Afdeling 3. - Beroep bedoeld in artikel 23
het decreet Art.
het decreet, moet worden betekend of afgegeven tegen ontvangstbewijs aan de Vlaamse regering, per adres AJD. § 2. Het beroep bevat, op straffe
onontvankelijkheid, een voor eensluidend verklaard afschrift
de bestreden beslissing. § 3. De AJD onderzoekt de ontvankelijkheid
het beroep. § 4. Wordt het beroep onontvankelijk bevonden, dan worden de indiener
het beroep en de OVAM door de AJD binnen veertien dagen na ontvangst
het beroep per aangetekende brief daarvan in kennis gesteld. Wordt het beroep ontvankelijk bevonden, dan worden de indiener
het beroep, de OVAM, alsook de Adviescommissie Bodemsanering binnen veertien dagen na ontvangst
het beroep per aangetekende brief daarvan in kennis gesteld. § 5. Binnen veertien dagen na ontvangst
die kennisgeving legt de OVAM per aangetekende brief het administratief dossier neer bij de Adviescommissie Bodemsanering per adres AJD, eventueel vergezeld
een nota met opmerkingen ten aanzien
het ingediende beroep. § 6. De Adviescommissie Bodemsanering verleent met betrekking tot het beroep een gemotiveerd advies aan de Vlaamse regering. Daarbij zal de Adviescommissie Bodemsanering zich, inzake die overwegingen en onderdelen
de bestreden beslissing waarbij de OVAM uitspraak doet als erkende bodemsaneringsdeskundige, beperken tot een marginale toetsing waarbij ze in haar advies op gemotiveerde wijze uitspraak doet over de eventuele manifeste onredelijkheid
de overwegingen en onderdelen in kwestie
de bestreden beslissing. Binnen vijfenveertig dagen na ontvangst
het in § 5 bedoelde administratief dossier en de eventuele nota
de OVAM zendt de Adviescommissie Bodemsanering haar gemotiveerd advies per aangetekende brief aan de Vlaamse regering, per adres
de Vlaamse minister. § 7. Binnen een termijn
negentig dagen na ontvangst
het beroep, bedoeld in § 1, doet de Vlaamse regering bij gemotiveerde beslissing uitspraak over het ingediende beroep. De beslissing
de Vlaamse regering wordt binnen een termijn
tien dagen na datum
deze beslissing per aangetekende brief ter kennis gebracht
de indiener
het beroep en de OVAM. » Art. 8.Hoofdstuk VII
hetzelfde besluit, bestaande uit de artikelen 38 tot 43, wordt vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK VII. - Financiële zekerheden Afdeling 1. - Financiële zekerheden in verband met de kosten
bodemsanering Art.
een financiële instelling met zetel in een lidstaat
de Europese Unie;2° een borgsom gestort op een rekening bij de Deposito- en Consignatiekas waarbij de gelden als volgt worden besteed : a) na betekening per aangetekende brief door de OVAM aan de Deposito- en Consignatiekas
de vaststelling dat de verbintenissen niet of niet volledig worden nagekomen en na betekening per aangetekende brief door de OVAM
haar beslissing om een bodemsanering ambtshalve uit te voeren, stelt de Deposito- en Consignatiekas het saldo
de borgsom ter beschikking
de OVAM om de ambtshalve uitgevoerde bodemsanering te financieren;b) de borgsteller kan beschikken over het saldo, na de betekening per aangetekende brief
de vaststelling door de OVAM dat de verbintenissen waarvoor de borgsom werd gestort, werden nagekomen. § 2. De OVAM heeft bovendien de mogelijkheid om als financiële zekerheid te aanvaarden : 1° een erkenning door een erkende verzekeringsonderneming
haar verbintenis om de kosten
de bodemsanering of een deel ervan te vergoeden;2° een borgtocht als is aangetoond dat de kosten
de bodemsanering kunnen gedragen worden;3° een hypotheek als is aangetoond dat de kosten
de bodemsanering kunnen gedragen worden;4° andere als is aangetoond dat de kosten
de bodemsanering kunnen gedragen worden. § 3. Naarmate de bodemsanering vordert, kan het bedrag
de financiële zekerheid, gesteld ten voordele
de OVAM, op schriftelijk verzoek afgebouwd worden. Het schriftelijk verzoek wordt per aangetekende brief gericht aan de OVAM en moet vergezeld zijn
de nodige bewijzen die de afbouw
het bedrag
de financiële zekerheid rechtvaardigen. De OVAM spreekt zich binnen een termijn
60 dagen na datum
ontvangst
het schriftelijk verzoek uit over de voorgestelde afbouw
het bedrag
de financiële zekerheid. In ieder geval moet het bedrag
de financiële zekerheid na afbouw nog voldoende zijn om de kostprijs
de nog uit te voeren bodemsanering te dekken. Art.
de financiële zekerheid betekend aan de OVAM. § 2. De OVAM bepaalt uiterlijk gelijktijdig met de conformverklaring
het bodemsaneringsproject de omvang, de termijn en de aard
de financiële zekerheid die gesteld moet worden. § 3. Op gemotiveerd verzoek
de OVAM wordt een voorstel tot bijkomende financiële zekerheden ingediend, als de OVAM : 1° desgevallend aanvullingen bij of wijzigingen aan het bodemsaneringsproject vraagt en wanneer ze
mening is dat deze gevraagde aanvullingen bij of wijzigingen aan het bodemsaneringsproject aanleiding dienen te geven tot het stellen
bijkomende financiële zekerheden;2°
mening is dat het aangepaste of gewijzigde bodemsaneringsproject aanleiding dient te geven tot het stellen
bijkomende financiële zekerheden;3°
mening is dat, op basis
de uitspraak
de Vlaamse regering overeenkomstig artikel 18
het decreet, bijkomende financiële zekerheden moeten gesteld worden;4°
mening is dat, op basis
de verklaring conform artikel 21, § 3,
het decreet waarin de resultaten
de bodemsanering vastgelegd worden, bijkomende financiële zekerheden moeten gesteld worden. Het verzoek
de OVAM, bedoeld in het eerste lid, moet schriftelijk gebeuren binnen de hierna gestelde termijn : a) in het geval, bedoeld in 1°
het eerste lid : gelijktijdig met de beslissing
de OVAM om aanvullingen bij of wijzigingen aan het bodemsaneringsproject op te leggen, bedoeld in artikel 17, § 2,
het decreet;b) in het geval, bedoeld in 2°
het eerste lid : in de conformverklaring
het aangepaste of gewijzigde bodemsaneringsproject;c) in het geval, bedoeld in 3°
het eerste lid : binnen de 30 dagen nadat de OVAM in kennis is gesteld
de uitspraak
de Vlaamse regering, overeenkomstig artikel 18
het decreet;d) in het geval, bedoeld in 4°
het eerste lid : binnen de 30 dagen volgend op de datum
de verklaring, bedoeld in artikel 21, § 3,
het decreet. § 4. De financiële zekerheid moet gesteld worden binnen de 30 dagen na de beslissing
de OVAM omtrent de omvang, de termijn en de aard
de financiële zekerheden. Art. 40. Als de OVAM ambtshalve overgaat tot het opstellen
een bodemsaneringsproject, kan ze opleggen dat het bedrag
de financiële zekerheid wordt verhoogd tot het bedrag
de bodemsaneringswerken, zoals dat geraamd wordt in het door de OVAM opgestelde bodemsaneringsproject. Als de in het bodemsaneringsproject geraamde kosten lager zijn dan het bedrag
de gestelde financiële zekerheid, kan dit bedrag op overeenkomstige wijze worden verlaagd. Afdeling
een financiële instelling;2° een aansprakelijkheidsverzekering;3° een borgstelling. § 2. Het voorstel met betrekking tot de omvang, de termijn en de aard
de financiële zekerheid moet binnen een termijn
30 dagen na datum
ontvangst
het verzoek aan de OVAM betekend worden. § 3. De OVAM bepaalt, rekening houdend met een voorlopige evaluatie
de risico's op schade die de bodemsanering of andere maatregelen kunnen opleveren, de omvang, de termijn en de aard
de financiële zekerheden die gesteld moeten worden. § 4. Binnen de 30 dagen na ontvangst
de financiële zekerheid spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit ervan met hetgeen door haar bepaald was conform § 3. » Art. 9.Hoofdstuk VIII
hetzelfde besluit, bestaande uit de artikelen 44 tot 45, wordt vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK VIII. - Gemeentelijke inventaris Afdeling 1. - Inrichting en werking
de gemeentelijke inventaris Art.
gegevens waarover de gemeente beschikt in verband met beslissingen over vergunningen en meldingen
hinderlijke inrichtingen, als hinderlijk ingedeeld ingevolge de huidige of vroegere wetgeving, en gegevens aan de gemeente verstrekt door de Bestendige Deputatie
de provincie, betreffende inrichtingen of activiteiten die opgenomen zijn in de lijst
artikel 3, § 1,
het decreet. De Bestendige Deputatie
de provincie verstrekt de gegevens aan de gemeenten op basis
concrete vragen. § 2. De in de gemeentelijke inventaris aanwezige gegevens worden vervolledigd of bijgewerkt op basis
gegevens, afkomstig
onder meer openbare besturen en diensten, inbegrepen politiediensten, en
instrumenterende ambtenaren. Art.
het decreet wordt voor elke bekende risicogrond de volgende informatie in de gemeentelijke inventaris opgenomen, beheerd en bewaard : 1° de meest recente kadastrale gegevens, zoals meegedeeld door de bevoegde diensten
het ministerie
Financiën;2° de inrichtingen en activiteiten die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken;3° facultatief : de identiteit
de eigenaar(s) en de gebruiker(s);4° facultatief : bepaalde karakteristieken
de grond. § 2. De in § 1, 1° en 2°, vermelde gegevens bevatten ten minste : 1° inzake de identificatie
de grond : fusiegemeente, deelgemeente, postnummer, straat en nummer;2° inzake de ligging
de grond : afdeling(en), sectie(s), perceelnummer(s), data waarop de gegevens slaan.3° inzake de inrichtingen en activiteiten die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken : nummer, beschrijving, categorie en, voorzover gekend, start- en einddatum. § 3. De in § 1, 3° en 4°, vermelde facultatieve gegevens bevatten zo mogelijk : 1° inzake de identiteit
de eigenaar(s) : naam, voorna(a)m(en), straat en nummer, postnummer, gemeente;2° inzake de identiteit
de gebruiker(s) : naam, voorna(a)m(en), straat en nummer, postnummer, gemeente;3° inzake de karakteristieken
de grond : Lambert-coördinaten (x en y)
het centrale punt
het perceel, bestemmingstype volgens de vigerende plannen
aanleg of de vigerende ruimtelijke uitvoeringsplannen, grondwaterkwetsbaarheid. Art. 44. De gemeente staat niet in voor de juistheid
de gegevens die haar overeenkomstig dit besluit rechtstreeks of onrechtstreeks worden verstrekt. Afdeling 2. - Toegankelijkheid
de gemeentelijke inventaris Art.
het decreet, moet schriftelijk worden gericht aan de gemeente waar de betreffende grond gelegen is. Dat kan gebeuren met het standaardaanvraagformulier voor een uittreksel waarvan het model wordt vastgesteld bij besluit
de administrateur-generaal
de OVAM. Dit besluit wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. §
risicogronden » en vermeldt de gegevens, bedoeld in § 2 en § 3,
artikel 43. » Art. 10.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IX ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK IX. - Melding
overdracht, stopzetting of sluiting Afdeling 1. - Melding
overdracht Art.
overdracht, bedoeld in artikel 37, § 3,
het decreet, moet per aangetekende brief worden gericht aan de OVAM. De melding moet, op straffe
onontvankelijkheid, gebeuren met het volledig en correct ingevulde standaardmeldingsformulier voor overdracht. Het model
het meldingsformulier wordt vastgesteld bij besluit
de administrateur-generaal
de OVAM. Dit besluit wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. § 2. Als een melding
overdracht door de OVAM onontvankelijk wordt bevonden, deelt ze dat binnen een termijn
14 dagen na ontvangst ervan per aangetekende brief mee aan de overdrager met vermelding
de reden
onontvankelijkheid. Afdeling 2 -- Melding
sluiting of stopzetting Art. 47. § 1. De melding
de sluiting
een inrichting of de stopzetting
een activiteit, bedoeld in artikel 44
het decreet, moet per aangetekende brief worden gericht aan de OVAM. De melding moet, op straffe
onontvankelijkheid, gebeuren met het volledig en correct ingevulde standaardmeldingsformulier voor sluiting of stopzetting. Het model
het meldingsformulier wordt vastgesteld bij besluit
de administrateur-generaal
de OVAM. Dit besluit wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. § 2. Als een melding
sluiting of stopzetting door de OVAM onontvankelijk wordt bevonden, deelt ze dat binnen een termijn
14 dagen na ontvangst ervan per aangetekende brief mee aan de exploitant met vermelding
de reden
onontvankelijkheid. » Art. 11.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk X ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK X. - Nadere regelen met betrekking tot het gebruik
uitgegraven bodem Afdeling
6 februari 1991
de Vlaamse regering houdende vaststelling
het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, zoals herhaaldelijk gewijzigd.2° Vlarem II : het besluit
1 juni 1995
de Vlaamse regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, zoals herhaaldelijk gewijzigd.3° Vlarea : het besluit
17 december 1997
de Vlaamse regering tot vaststelling
het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, zoals herhaaldelijk gewijzigd.4° ontvangende grond : grond waarop de uitgegraven bodem wordt gebruikt.5° verdachte grond : risicogrond of grond die opgenomen is in het register
de verontreinigde gronden, bedoeld in artikel 4
het decreet, of waarvoor aanwijzingen bestaan
bodemverontreiniging.6° fysisch scheiden : het wegnemen
een deel of het geheel
de steenfractie en
bodemvreemde materialen uit uitgegraven bodem.7° kadastrale werkzone : - het kadastraal perceel of een gedeelte daarvan; - meerdere kadastrale percelen met dezelfde milieukenmerken waarop eenzelfde project wordt uitgevoerd. Voor gronden zonder kadastraal perceelnummer wordt als kadastrale werkzone beschouwd, de gronden waarop werken in het kader
eenzelfde project worden uitgevoerd. 8° tussentijdse opslagplaats : locatie voor een in de tijd beperkte opslag
uitgegraven bodem met het oog op de definitieve bestemming al dan niet na fysische scheiding of reiniging.9° ANRE : afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie
de administratie Economie
het departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw
het ministerie
de Vlaamse Gemeenschap. 10° werk : werk, zoals gedefinieerd in artikel 4.1.1.3.
het Vlarea. 11° bouwstof : bouwstof, zoals gedefinieerd in artikel 4.1.1.4.
het Vlarea. Afdeling
dit hoofdstuk regelen het gebruik
uitgegraven bodem. De bepalingen voor het gebruik
uitgegraven bodem gelden evenzeer voor het gebruik
gereinigde uitgegraven bodem en
uitgegraven bodem waarop een fysische scheiding wordt toegepast. Art. 50. De bepalingen
dit hoofdstuk zijn niet
toepassing op grondstoffen afkomstig
groeven, graverijen en uitgravingen, vergunningsplichtig overeenkomstig de bepalingen
het decreet
28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, waarvan de herkomst bewezen wordt door een erkende bodembeheerorganisatie, door de ANRE of door de OVAM. Afdeling 3.--. Het gebruik
uitgegraven bodem als bodem Onderafdeling
uitgegraven bodem als bodem moet geen technisch verslag en bodembeheerrapport opgemaakt worden als de uitgegraven bodem afkomstig is
een niet-verdachte grond en voorzover de totale uitgraving op de niet-verdachte grond niet meer dan 250 m3; bedraagt. § 2. Voor het gebruik
uitgegraven bodem als bodem moet een technisch verslag en een bodembeheerrapport opgemaakt worden als de uitgegraven bodem afkomstig is
een verdachte grond of als de totale uitgraving op een niet-verdachte grond meer dan 250 m3; bedraagt. Onderafdeling 2. - Voorwaarden voor gebruik
uitgegraven bodem als bodem binnen de kadastrale werkzone Art. 52. Het gebruik
uitgegraven bodem als bodem binnen de kadastrale werkzone is toegelaten onder de volgende voorwaarden : 1° Uitgegraven bodem met concentraties aan verontreinigende stoffen lager of gelijk aan 80 %
de overeenstemmende bodemsaneringsnormen kan vrij gebruikt worden.2° Uitgegraven bodem met concentraties aan verontreinigende stoffen hoger dan 80 %
de overeenstemmende bodemsaneringsnormen kan met toepassing
een code
goede praktijk als bodem gebruikt worden als uit een technisch verslag en bodembeheerrapport blijkt dat hij voldoet aan de voorwaarden voor het beoogde gebruik. Onderafdeling 3. - Voorwaarden
gebruik
uitgegraven bodem als bodem buiten de kadastrale werkzone Art. 53. Het gebruik
uitgegraven bodem als bodem buiten de kadastrale werkzone is toegelaten onder de volgende voorwaarden : 1° Uitgegraven bodem die voldoet aan de voorwaarden, opgenomen in bijlage 7, kan vrij worden gebruikt in bestemmingstypes I tot en met V.2° Uitgegraven bodem die voldoet aan de voorwaarden, opgenomen in bijlage 8, kan vrij worden gebruikt in bestemmingstype I als de ontvangende grond hogere concentraties aan verontreinigende stoffen bevat dan deze opgenomen in bijlage 7, op voorwaarde dat de concentraties in de uitgegraven bodem lager zijn dan de concentraties die gemeten worden in de ontvangende grond.3° Uitgegraven bodem die voldoet aan de voorwaarden, opgenomen in bijlage 8, kan vrij worden gebruikt in bestemmingstypes II tot en met V.4°
de voorwaarden gesteld in 3° kan afgeweken worden, als de ontvangende grond hogere concentraties aan verontreinigende stoffen bevat dan deze opgenomen in bijlage 8, op voorwaarde dat de concentraties in de uitgegraven bodem lager zijn dan of gelijk zijn aan deze die gemeten worden in de ontvangende grond.Wanneer de uitgegraven bodem de bodemsaneringsnormen overschrijdt
het bestemmingstype
de zone waaruit hij afkomstig is, moet hij voor gebruik gereinigd worden, tenzij de uitgegraven bodem niet reinigbaar is. De bouwheer dient door middel
een studie, uitgevoerd door een erkende bodemsaneringsdeskundige volgens een code
goede praktijk, het bewijs te leveren dat het gebruik
de uitgegraven bodem als bodem geen verontreiniging
het grondwater kan veroorzaken en dat mogelijke blootstelling aan de verontreinigende stoffen geen bijkomend risico oplevert. In de studie worden de milieukenmerken
de uitgegraven bodem geëvalueerd in functie
de milieukenmerken
de ontvangende grond. 5° Bij het gebruik
uitgegraven bodem als opvulmateriaal voor een vergunde groeve, graverij of uitgraving die geheel of gedeeltelijk binnen bestemmingstype I gelegen is, kan
de voorwaarden, gesteld in 2°
dit artikel, worden afgeweken, behalve voor de bovenste laag
70 cm. De bouwheer dient door middel
een studie, uitgevoerd door een erkende bodemsaneringsdeskundige volgens een code
goede praktijk, het bewijs te leveren dat het gebruik
de uitgegraven bodem als bodem geen verontreiniging
het grondwater kan veroorzaken en dat mogelijke blootstelling aan de verontreinigende stoffen geen bijkomend risico oplevert. In de studie worden de milieukenmerken
de uitgegraven bodem geëvalueerd in functie
de milieukenmerken
de ontvangende grond. 6° Uitgegraven bodem die voor zijn gebruik fysisch wordt gescheiden volgens de best beschikbare techniek met als doel het gehalte aan stenen en bodemvreemde materialen te reduceren, kan worden gebruikt mits na fysische scheiding het gehalte aan stenen die niet op natuurlijke wijze ter plaatse aanwezig zijn in de uitgegraven bodem maximum 5 gewichtsprocent bedraagt, de afmeting
de voorkomende stenen die niet op natuurlijke wijze ter plaatse aanwezig zijn niet groter is dan 50mm en het gehalte aan bodemvreemde materialen in de uitgegraven bodem maximum 0,5 gewichts- en volumeprocent bedraagt. Afdeling 4. - Het gebruik
uitgegraven bodem in of als bouwstof Onderafdeling
uitgegraven bodem in of als bouwstof moet geen technisch verslag en bodembeheerrapport opgemaakt worden als de uitgegraven bodem afkomstig is
een niet verdachte grond voor zover de toe te passen hoeveelheid niet meer dan 250 m3; bedraagt. § 2. Voor het gebruik
uitgegraven bodem in of als bouwstof moet een technisch verslag en een bodembeheerrapport opgemaakt te worden als de uitgegraven bodem afkomstig is
een verdachte grond of als de toe te passen hoeveelheid uitgegraven bodem afkomstig
een niet verdachte grond meer dan 250 m3; bedraagt. Uit het technisch verslag en bodembeheerrapport moet blijken dat de uitgegraven bodem voldoet aan de voorwaarden voor het beoogde gebruik. Onderafdeling 2. - Voorwaarden voor het gebruik
uitgegraven bodem in of als bouwstof Art. 55. Voor het gebruik
uitgegraven bodem in of als bouwstof gelden de voorwaarden inzake samenstelling en gebruik voor het gebruik
afvalstoffen als secundaire grondstof in of als bouwstof, vermeld in de artikelen 4.2.2.1. en 4.2.2.2., § 1, § 2, eerste lid en § 3,
het Vlarea. De specifieke toepassingen en de aanvullende voorwaarden, bedoeld in artikel 4.2.2.2., § 2, eerste lid,
het Vlarea, worden uitdrukkelijk in het bodembeheerrapport vermeld. Onverminderd de voorwaarden bepaald in het vorige lid, is het gebruik
uitgegraven bodem in of als bouwstof enkel toegelaten binnen de realisatie
een werk. Afdeling
goede praktijk. Het wordt opgemaakt op basis
de analyseresultaten
representatieve mengmonsters die werden genomen volgens een bemonsteringsprocedure, aanvaard door de OVAM. De bemonsteringsprocedures zijn onder meer afhankelijk
de hoeveelheid, de homogeniteit en het al of niet verdacht zijn
de bodem. Alle analyses moeten uitgevoerd worden volgens de methodes, opgenomen in bijlage 5, of volgens een methode die door de OVAM gelijkwaardig wordt bevonden. De OVAM spreekt zich hierover uit binnen 90 dagen na ontvangst
dit verzoek. Bij ontstentenis
een uitspraak binnen de vastgestelde termijn wordt de methode geacht niet gelijkwaardig te zijn. § 2. Het technisch verslag omvat de volgende gegevens. 1° In ieder geval : a) de identificatie
de grond waar de bodem uitgegraven werd of uitgegraven zal worden;b) de identiteit
de eigenaar
de grond waar de bodem uitgegraven werd of uitgegraven zal worden;c) de identificatie
de grond waar bemonsterd en geanalyseerd werd;d) de bevestiging dat werd bemonsterd en geanalyseerd overeenkomstig de bepalingen
dit besluit;e) de analyseresultaten, inclusief de naam
het laboratorium.2° voorzover gekend : de identiteit
de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de bodem uitgegraven, respectievelijk getransporteerd heeft. Art.
dit besluit. In afwijking daarvan kan een tussentijdse opslagplaats, erkend overeenkomstig de bepalingen
dit besluit, bodembeheerrapporten afleveren met betrekking tot uitgegraven bodem, door haar in ontvangst genomen met het oog op de verhandeling ervan. In afwijking
het eerste lid
deze bepaling kan een grondreinigingscentrum, erkend overeenkomstig de bepalingen
dit besluit, bodembeheerrapporten afleveren met betrekking tot uitgegraven bodem, door haar in ontvangst genomen met het oog op de reiniging ervan en de verhandeling
de gereinigde uitgegraven bodem. § 2. Het bodembeheerrapport attesteert de conformiteit
de uitgegraven bodem met de voorwaarden voor het beoogde gebruik. § 3. Het bodembeheerrapport wordt afgeleverd op basis
een technisch verslag en omvat : 1° de nodige verwijzingen naar het technisch verslag;2° de identificatie
de plaats waar de ontvangende bodem gelegen is;3° de voorwaarden waaronder de uitgegraven bodem mag worden gebruikt;4° in de gevallen, bedoeld in artikel 53, 4° en 5° : de milieukenmerken
de ontvangende grond, inclusief de studie die vereist is overeenkomstig voormelde bepalingen. Afdeling 6. - Bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats en grondreinigingscentrum : erkenning in het kader
de regeling met betrekking tot het gebruik
uitgegraven bodem Onderafdeling 1. - Voorwaarden tot erkenning en voorwaarden tot gebruik
de erkenning Art. 58. Om als bodembeheerorganisatie erkend te worden en erkend te blijven, moeten de volgende voorwaarden zijn vervuld : 1° opgericht zijn als een vereniging zonder winstoogmerk conform de wet
27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1921 pub. 19/08/2013 numac 2013000498 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen sluiten waarbij aan de verenigingen zonder winstoogmerk en aan de instellingen
openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend;2° voldoende representatief zijn voor de verschillende sectoren die betrokken zijn bij het gebruik
uitgegraven bodem;3° uitsluitend als statutair doel hebben het leveren
studiewerk, het afleveren
bodembeheerrapporten en het verstrekken
informatie en advies inzake uitgegraven bodem;4° een of meer personen in dienst hebben die een grondige kennis hebben
de volgende disciplines : microbiologie, biologie, bodemkunde, fysica, geologie, scheikunde;5° ten minste één natuurlijke persoon in dienst hebben die minimaal 3 jaar beroepservaring heeft in een milieusector die relevant is voor het onderzoek inzake bodemverontreiniging of afvalstoffen gedurende de 6 jaar voorafgaand aan de datum
de erkenningsaanvraag;6° een gekwalificeerd persoon contractueel ter beschikking hebben met de nodige ervaring voor de beoordeling
de analyse- en bemonsteringsprocedure en het technisch verslag op hun inhoud;7° beschikken over een procedure die haar in staat stelt de uitgegraven bodem waarvoor ze een bodembeheerrapport aflevert, te traceren;8° beschikken over een verzekering die haar beroepsaansprakelijkheid dekt;9° de bestuurders en de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden, moeten over hun burgerlijke en politieke rechten beschikken en mogen geen strafrechtelijke veroordeling hebben opgelopen voor overtredingen
de milieuwetgeving
een lidstaat
de Europese Unie;10° bijhouden
een klachtenregister dat ter inzage ligt
de toezichthoudende overheid;11° bijhouden
een register
bodembeheerrapporten dat ter inzage ligt
de toezichthoudende overheid.De bodembeheerrapporten moeten gedurende een termijn
vijf jaar bijgehouden worden. De grondige kennis, bedoeld in 4°, moet worden aangetoond met academische diploma's of met diploma's
het hoger onderwijs
het lange type of ermee gelijkgestelde diploma's, uitgereikt in een lidstaat
de Europese Unie. Art. 59 Om als tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem of als grondreinigingscentrum voor uitgegraven bodem erkend te worden en erkend te blijven, moeten de volgende voorwaarden zijn vervuld : 1° een rechtspersoon zijn, opgericht in de vorm
een handelsvennootschap, met een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest;2° niet in staat
faillissement verkeren, noch het voorwerp uitmaken
een procedure tot faillietverklaring, noch een gerechtelijk akkoord hebben aangevraagd of verkregen;3° één of meer personen in dienst hebben die een grondige kennis hebben
de volgende disciplines : microbiologie, biologie, bodemkunde, fysica, geologie, scheikunde;4° ten minste één natuurlijke persoon in dienst hebben die minimaal 3 jaar beroepservaring heeft in een milieusector die relevant is voor het onderzoek inzake bodemverontreiniging of afvalstoffen gedurende de 6 jaar voorafgaand aan de datum
de erkenningsaanvraag;5° een gekwalificeerd persoon contractueel ter beschikking hebben met de nodige ervaring voor de beoordeling
de analyse- en bemonsteringsprocedure en het technisch verslag op hun inhoud;6° minstens één of meer personen in dienst hebben en een gekwalificeerd persoon contractueel ter beschikking hebben die samen een grondige kennis en ervaring hebben om de aanvaarding en de beoordeling
uitgegraven bodem overeenkomstig dit besluit te garanderen;7° beschikken over een procedure die haar in staat stelt de uitgegraven bodem waarvoor ze een bodembeheerrapport aflevert, te traceren;8° voldoen aan een door de OVAM aanvaard kwaliteitsreglement houdende administratieve bepalingen en technische voorzieningen die garanderen dat de aangeboden uitgegraven bodem voldoet aan de in dit besluit vermelde normen.Dat reglement omvat minstens : a) een procedure voor het in ontvangst nemen
, het opslaan
, het fysisch scheiden en/of reinigen en het afleveren
uitgegraven bodem;b) registers voor aan- en afvoer
uitgegraven bodem, reststoffen en hulpstoffen;c) een projectdossier per partij grond met vermelding
herkomst, in- en uitgangsanalyses, verwerkingsmethode en locatie
gebruik
de uitgegraven bodem.9° beschikken over een verzekering die haar beroepsaansprakelijkheid dekt;10° de bestuurders en de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden, moeten over hun burgerlijke en politieke rechten beschikken en mogen geen strafrechtelijke veroordeling hebben opgelopen voor overtredingen
de milieuwetgeving
een lidstaat
de Europese Unie;11° beschikken over de nodige infrastructuur en installaties voor de exploitatie
de inrichting;12° bijhouden
een klachtenregister dat ter inzage ligt
de toezichthoudende overheid;13° bijhouden
een register
bodembeheerrapporten dat ter inzage ligt
de toezichthoudende overheid;de bodembeheerrapporten moeten gedurende een termijn
vijf jaar bijgehouden worden. 14° voldoen aan een tweejaarlijkse keuring door een erkende bodembeheerorganisatie die nagaat of aan de voornoemde bepalingen in dit artikel is voldaan.De keuring moet voldoen aan de door OVAM opgelegde procedures of een evenwaardige code
goede praktijk; 15° beschikken over de nodige vergunningen overeenkomstig de bepalingen
het decreet
28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning;16° voldoen aan de voorwaarden opgelegd door of krachtens Vlarem I en II. De grondige kennis, bedoeld in 3°, moet worden aangetoond met academische diploma's of met diploma's
het hoger onderwijs
het lange type of ermee gelijkgestelde diploma's, uitgereikt in een lidstaat
de Europese Unie. Onderafdeling
de OVAM. Art. 61. Om ontvankelijk te zijn, moet de aanvraag voor erkenning ten minste de volgende gegevens bevatten : 1° de statuten
de rechtspersoon;2° de naam (of namen)
de natuurlijke persoon (of personen) die door de rechtspersoon aangesteld is (of zijn) als verantwoordelijk persoon (of personen);3° een eensluidend verklaard afschrift
de diploma's, zoals bedoeld in artikel 58, tweede lid, respectievelijk artikel 59, tweede lid;4° een curriculum vitae
de personen die over de kennis en ervaring zoals bedoeld in artikel 58, eerste lid, 4° tot en met 6°, respectievelijk artikel 59, eerste lid, 3° tot en met 6°, beschikken, waaruit die kennis en ervaring blijkt;5° een onvoorwaardelijke verbintenis waarin de aanvrager verklaart binnen 30 dagen na de erkenning een verzekering voor beroepsaansprakelijkheid te sluiten zoals bedoeld in artikel 58, eerste lid, 8°, respectievelijk artikel 59, eerste lid, 9°, en de OVAM in kennis te stellen
de afgesloten polis;6° een recent getuigschrift
goed zedelijk gedrag
de personen, bedoeld in artikel 58, eerste lid, 9°, respectievelijk artikel 59, eerste lid, 10°;7° een recent attest waaruit blijkt dat de aanvrager aan zijn sociale en fiscale verplichtingen voldaan heeft;8° wat de tussentijdse opslagplaatsen en grondreinigingscentra betreft, een beschrijving
de infrastructuur en installaties, bedoeld in artikel 59, eerste lid, 11°. Art. 62. De procedure voor de behandeling
de aanvragen tot erkenning zoals bedoeld in artikel 58 en 59 is als volgt. 1° Onderzoek
de ontvankelijkheid : De OVAM verzendt binnen 30 dagen na de datum
ontvangst
de aanvraag een ontvangstbewijs aan de aanvrager, waarbij de OVAM zich tevens uitspreekt over de ontvankelijkheid
de aanvraag.De OVAM verklaart de aanvraag ontvankelijk of verzoekt om de nodige of passende aanvullingen. Als de OVAM niet binnen de 30 dagen na de datum
ontvangst
de aanvraag om aanvullingen heeft verzocht, wordt de aanvraag geacht ontvankelijk te zijn. Als de OVAM om aanvullingen verzoekt, wordt de aangepaste of aangevulde aanvraag opnieuw per aangetekende brief aan de OVAM toegestuurd. De OVAM verzendt binnen 30 dagen na de datum
ontvangst
de aangepaste of aangevulde aanvraag het ontvangstbewijs aan de aanvrager, waarbij de OVAM zich tevens uitspreekt over de ontvankelijkheid
de aangepaste aanvraag. 2° Onderzoek en advisering
de aanvraag : De OVAM onderzoekt de ontvankelijke aanvraag en stuurt die, samen met haar advies, binnen 90 dagen na de datum
het ontvangstbewijs naar de Vlaamse minister.3° Beslissing : De Vlaamse minster doet binnen 120 dagen na de datum
het ontvangstbewijs
de aanvraag bij gemotiveerde beslissing over de ontvankelijke aanvraag.4° Betekening
de beslissing : Binnen 150 dagen na de datum
het ontvangstbewijs
de aanvraag wordt de beslissing over de erkenningsaanvraag door de OVAM per aangetekende brief aan de aanvrager betekend.De beslissing wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Onderafdeling 3. - Schorsing en opheffing
de erkenning Art.
maximaal 6 maanden in elk
de volgende gevallen : 1° wanneer de houder
de erkenning de taken waarmee hij is belast door dit besluit niet reglementair of niet objectief uitvoert;2° wanneer de houder
de erkenning niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, gesteld in dit besluit;3° wanneer de houder
de erkenning onregelmatigheden begaat bij het afleveren
bodembeheerrapporten en bij de toepassing
de procedures, voorgeschreven in dit besluit;5° bij een erkende bodembeheerorganisatie, wanneer de onafhankelijkheid tegenover de betrokkenen bij een project niet gegarandeerd wordt. § 2. De OVAM brengt de houder
de erkenning per aangetekende brief en minstens 30 dagen voor de betekening ervan, op de hoogte
de voorgenomen beslissing en haar motieven. Binnen deze termijn kan de houder
de erkenning zich verweren of zijn zaken in orde brengen. § 3. De beslissing tot schorsing wordt door de OVAM per aangetekende brief aan de houder
de erkenning betekend en wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. § 4. De schorsing gaat in op de dertigste dag na de datum
de betekening
de beslissing aan de betrokkene. Art.
de volgende gevallen : 1° wanneer de houder
de erkenning de taken waarmee hij is belast door dit besluit herhaaldelijk niet reglementair of niet objectief uitvoert;2° wanneer de houder
de erkenning bij het verstrijken
de schorsingsperiode nog steeds niet voldoet aan de erkenningsvoorwaarden waarvoor hij op grond
artikel 63, § 1, 2° geschorst werd;3° wanneer de houder
de erkenning ernstige onregelmatigheden of bij herhaling onregelmatigheden begaat bij het afleveren
bodembeheerrapporten en bij de toepassing
de procedures, voorgeschreven in dit besluit;4° wanneer de houder
de erkenning bij een vonnis of arrest dat in kracht
gewijsde is gegaan, veroordeeld is voor een misdrijf dat door zijn aard de beroepsmoraal
de betrokken rechtspersoon in ernstige mate aantast;5° bij een erkende bodembeheerorganisatie, wanneer de onafhankelijkheid tegenover de betrokkenen bij een project bij herhaling niet gegarandeerd wordt. § 2. De OVAM brengt de houder
de erkenning per aangetekende brief en minstens 30 dagen voor de betekening ervan, op de hoogte
de voorgenomen beslissing en haar motieven. Binnen deze termijn kan de houder
de erkenning zich verweren of zijn zaken in orde brengen. § 3. De beslissing tot opheffing wordt door de OVAM per aangetekende brief aan de houder
de erkenning betekend en wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. § 4. De opheffing gaat in op de dertigste dag na de datum
de betekening
de beslissing aan de betrokkene. Art. 65. De erkenning wordt
rechtswege geacht nooit te zijn verleend als de houder
de erkenning uiterlijk bij het verstrijken
de termijn, bepaald in artikel 61, 5°, niet het bewijs heeft geleverd dat de voorgeschreven verzekering voor beroepsaansprakelijkheid werd afgesloten. Onderafdeling 4. - Duur, verlenging en niet-overdraagbaarheid
de erkenning Art
het decreet bedoelde toezichthoudende ambtenaren
de OVAM worden, op voorstel
de administrateur-generaal
de OVAM, door de Vlaamse minister aangewezen. Deze ambtenaren maken zich bekend door een legitimatiebewijs, ondertekend door de administrateur-generaal
de OVAM. » Art. 13.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk XII ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK XII. - Slotbepaling Art. 70. De Vlaamse minister is belast met de uitvoering
dit besluit. » Art. 14.Bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Bijlage 1 Lijst
inrichtingen en activiteiten die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Art. 15.Bijlage 2 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit
de Vlaamse regering
19 december 1998, wordt opgeheven. Art. 16.Bijlage 3 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit
de Vlaamse regering
9 februari 1999, wordt opgeheven. Art. 17.Bijlage 4 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Bijlage 4 Bodemsaneringsnormen Art. 1. De bodemsaneringsnormen voor het vaste deel
de aarde gelden voor een standaardbodem met een gehalte aan klei
10 % (op de minerale bestanddelen) en een gehalte organisch materiaal
2 % (op de luchtdroge bodem). Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Art. 2. De in artikel 1 vermelde bodemsaneringsnormen zijn verschillend afhankelijk
de bestemming volgens de vigerende plannen
aanleg of de vigerende ruimtelijke uitvoeringsplannen, of naar gelang
de aanwijzing
de beschermde duingebieden en
de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden. Per grond wordt het overeenkomstig bestemmingstype opgezocht. De bodemsaneringsnormen voor deze grond worden in artikel 1 weergegeven in de kolom onder het cijfer
het betreffende bestemmingstype. De volgende bestemmingstypes worden onderscheiden : 1° bestemmingstype I : - bosgebied; - groengebied; - valleigebied; - natuurgebied; - natuurgebied met wetenschappelijke waarde of natuurreservaat; - bosgebied met ecologisch belang; - bijzonder natuurgebied; - gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen met nabestemming natuurgebied met wetenschappelijke waarde of natuurreservaat; - zone voor natuurontwikkeling; - ontginningsgebied met nabestemming natuurontwikkeling; - oeverstreek met bijzondere bestemming; - beschermd duingebied; - bijzonder groengebied; - gebied dat behoort tot het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN); - agrarisch gebied met ecologisch belang; - voor het duingebied belangrijk landbouwgebied; 2° Bestemmingstype II : - agrarisch gebied; - landelijk gebied met toeristische waarde; - parkgebied met semi-agrarische functie; - woongebied met landelijk karakter; - woongebied met geringe dichtheid; - landelijk woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde; - kleintuingebied; - agrarisch gebied met bijzondere waarde; - abdijgebied; 3° bestemmingstype III : - woongebied; - woonuitbreidingsgebied; - woongebied met grote dichtheid; - woongebied met middelgrote dichtheid; - woonpark; - woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde; - woongebied waar bijzondere voorschriften betreffende de hoogte
de gebouwen gelden; - pleisterplaats voor nomaden, zigeuners of woonwagenbewoners; - scholen en kinderspeelterreinen; - gebied voor service-residentie; - gemengd woon- en industriegebied; - gemengd woon- en parkgebied - bedrijfsgebied met stedelijk karakter; - zone
handelsvestigingen; - reservegebied voor woonwijken; - speelbos of speelweide; - gebied voor jeugdcamping; 4° bestemmingstype IV : - parkgebied; - recreatiegebied; - gebied voor dagrecreatie; - gebied voor verblijfrecreatie; - sportterrein; - golfterrein; - gebied voor vissport; - gebied voor groenvoorziening met recreatieve accommodatie; - toeristisch recreatiepark; - gebied voor recreatiepark; - reservegebied voor recreatie; 5° bestemmingstype V : - industriegebied; - industriegebied voor vervuilende industrieën; - industriegebied voor milieubelastende industrieën; - gebied voor ambachtelijke bedrijven of gebied voor kleine en middelgrote ondernemingen; - dienstverleningsgebied; - industriegebied met bijzondere bestemming; - gebied hoofdzakelijk bestemd voor de vestiging
grootwinkelbedrijven; - gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen (andere dan scholen en kindertuinen); - luchtvaartterrein; - industriestortgebied; - bezinkingsgebied; - transportzone; - gemengd gemeenschapsvoorzienings- en dienstverleningsgebied (andere dan scholen en kinderspeelterreinen); - gebied voor kerninstallatie; - stortgebied; - wetenschapspark; - reservegebied voor ambachtelijke uitbreiding; - reservegebied voor industriële uitbreiding; - reservegebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen; - reservegebied voor beperkte industriële uitbreiding. Art. 3. Als een grond als bestemming bufferzone heeft, berekent men de bodemsaneringsnormen die krachtens deze bijlage gelden voor de bestemmingen
alle zones die aan de bufferzone palen. Hierbij verrekent men telkens de bodemkenmerken
de te beoordelen grond in de bufferzone. De strengste
de zo gevonden waarden geldt als bodemsaneringsnorm voor de betreffende grond. Art. 4. De hiernavolgende bestemmingen die in overdruk worden weergegeven op de plannen
aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen, worden beoordeeld krachtens deze bijlage op basis
de bestemming bepaald door de grondkleur : - landschappelijk waardevol gebied; - ontginningsgebied; - uitbreiding
ontginningsgebied; - opspuitings- en ontginningsgebied; - reservegebied voor ontginning; - tijdelijk ontginningsgebied; - kleiontginningsgebied; - kleiontginningsreservegebied; - renovatiegebied; - overstromingsgebied; - opspuitingsgebied; - reservatie- en erfdienstbaarheidsgebieden. Art. 5. Alle gronden die niet onder eerder genoemde bestemmingen ressorteren, dienen beoordeeld te worden op basis
de functies die de bodem er vervult. Op basis
de beoordeling
deze functies wordt de betreffende grond ingedeeld onder één
de vermelde bestemmingstypes. Art. 6. De waterwingebieden en beschermingszones type I, II en III, afgebakend conform het besluit
de Vlaamse regering
27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik
grondwater en de afbakening
waterwingebieden en beschermingszones, worden volledig ingedeeld in bestemmingstype I. Art. 7. § 1. Gronden die op basis
de artikelen 2, 3 en 4 ingedeeld worden onder bestemmingstype III, IV of V maar die feitelijk als landbouwgrond gebruikt worden, dienen beoordeeld te worden alsof ze ingedeeld zouden zijn in bestemmingstype II. § 2. Gronden die op basis
de artikelen 2, 3 en 4 ingedeeld worden onder bestemmingstype IV of V maar die feitelijk voor bewoning gebruikt worden, dienen beoordeeld te worden alsof ze ingedeeld zouden zijn in bestemmingstype III. § 3. Gronden die op basis
de artikelen 2, 3 en 4 ingedeeld worden onder bestemmingstype V maar die feitelijk voor recreatie gebruikt worden, dienen beoordeeld te worden alsof ze ingedeeld zouden zijn in bestemmingstype IV.' Art. 18.Bijlage 5 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Bijlage 5 Methodes voor de analyse
monsters Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Art. 19.Bijlage 6 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Bijlage 6 Achtergrondwaarden voor de bodemkwaliteit De achtergrondwaarden voor het vaste deel
de aarde gelden voor een standaardbodem met een gehalte aan klei
10 % (op de minerale bestanddelen) en een gehalte organisch materiaal
2 % (op de luchtdroge bodem). Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Art. 20.Aan hetzelfde besluit worden de volgende bijlagen toegevoegd : 1° bijlage 7, opgenomen als bijlage I;2° bijlage 8, opgenomen als bijlage II. Art. 21.De bodemsaneringsdeskundigen die vóór de datum
inwerkingtreding
artikel 4 werden erkend, beschikken over een termijn
zes maanden,
af de datum
bekendmaking
dit besluit in het Belgisch Staatsblad, om bij aangetekend schrijven aan de OVAM te bewijzen dat zij voldoen aan de volgende bepalingen
zoals bedoeld in artikel 4
dit besluit : - artikel 8, § 1, 1°,
type 1; - artikel 8, § 1, 2°,
type 1; - artikel 9, § 1, 1°, c), d), e),
type 2; - artikel 9, § 1, 2°, d), e), f),
type 2; Art. 22.Voor de exploitanten
de inrichtingen of activiteiten die ingevolge dit besluit ofwel voor het eerst onder categorie A, B of C, ofwel in een categorie met een hogere onderzoekfrequentie ingedeeld worden in de lijst bedoeld in artikel 14, wordt de verplichting een eerste maal op eigen kosten een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren zoals bedoeld in artikel 4
het besluit
de Vlaamse regering
5 maart 1996 houdende vaststelling
het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering, uitgesteld met een periode
drie jaar te rekenen
af hetzij de datum hetzij het verstrijken
de periode vermeld in artikel 4, § 1, 1°, a), artikel 4, § 1, 2°, a), dan wel artikel 4, § 1, 3°, a),
voormeld besluit. Art. 23.De beroepen zoals bedoeld in de artikelen 18 en 23
het decreet die vóór de inwerkingtreding
artikel 7 worden ingediend, worden afgehandeld volgens de procedure die
toepassing is op het ogenblik
het indienen
het beroep. Art. 24.Dit besluit treedt in werking de eerste dag
de tweede maand volgend op de maand waarin het besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, behoudens de artikelen 5 en 16 die in werking treden op 1 januari 2002, behoudens de artikelen 14, 17 en 19 die in werking treden op 1 april 2002, en behoudens de afdelingen 2, 3, 4 en 5
hoofdstuk X ingevoegd bij artikel 11 die in werking treden één jaar na de datum waarop het besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. In geval het besluit vóór 1 november 2001 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt, treden de bepalingen
artikel 7 pas in werking
af 1 januari 2002. Art. 25.De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu, is belast met de uitvoering
dit besluit. Brussel, 12 oktober 2001. De minister-president
de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister
Leefmilieu en Landbouw, Mevr. V. DUA BIJLAGE I « Bijlage 7 Toepassen
uitgegraven bodem op een ontvangende grond die geheel of gedeeltelijk binnen bestemmingstype I gelegen is of in zones die als uiterst kwetsbaar voor het grondwater zijn aangeduid op de vlaamse kwetsbaarheidskaarten. Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Brussel, 12 oktober 2001. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit
de Vlaamse regering
tot wijziging
het besluit
de Vlaamse regering
5 maart 1996 houdende vaststelling
het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering. De minister-president
de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister
Leefmilieu en Landbouw, Mevr. V. DUA BIJLAGE II « Bijlage 8 Toepassen
uitgegraven bodem op een ontvangende grond die binnen bestemmingstype II, III, IV of V gelegen is De voorwaarden gelden per stof die in onderstaande tabel zijn opgenomen. Voor de raadpleging
de tabel, zie beeld Brussel, 12 oktober 2001. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit
de Vlaamse regering
tot wijziging
het besluit
de Vlaamse regering
5 maart 1996 houdende vaststelling
het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering. De minister-president
de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister
Leefmilieu en Landbouw, Mevr. V. DUA
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.