← België

Besluit van de Vlaamse regering betreffende het toekennen van vergunningen, het vaststellen en innen van retributies voor het privatieve gebruik van h

29 MAART 2002. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende het toekennen van vergunningen, het vaststellen en innen van retributies voor het privatieve gebruik van het openbaar domein van de wegen,

§ 1

, 1°, met een tijdsduur van ten hoogste vijftien kalenderdagen, kunnen aangebracht worden op eigen dragers of op door de overheid beschikbaar gestelde dragers. De aankondigingen,

§ 1

, 1°, die voor een langere periode gelden, of wisselende aankondigingen kunnen enkel aangebracht worden op door de overheid beschikbaar gestelde dragers. §

  1. De retributies zijn bepaald in tarief B van de bijlage, gevoegd bij dit besluit. HOOFDSTUK III. - Leidingen en netwerken Art. 26.§
  2. Voor het gebruik van het domeingoed voor leidingen, netwerken en lokale installaties van algemeen en privaat belang is een vergunning vereist en is een retributie verschuldigd. §
  3. De retributie wordt berekend op basis van de ingenomen ruimte op, in of boven het domeingoed. De ingenomen ruimte wordt bepaald door de diepte, breedte en lengte van de ingenomen ruimte met elkaar te vermenigvuldigen. De diepte is de afstand tussen de onderkant van de laagst gelegen leiding of installatie, en de bovenkant van de hoogst gelegen installatie. De breedte is de afstand tussen de meest links en de meest rechts gelegen leiding of installatie. De lengte wordt uitgedrukt in meter. Zowel voor de diepte als voor de breedte wordt een minimum van 10 cm genomen. Beschermende mantelbuizen of wachtbuizen met of zonder kabel worden samen met de leiding als één geheel beschouwd en bepalen mee de ingenomen ruimte. Meerdere bovengrondse lijnen die op dezelfde steunen zijn aangebracht, worden aangerekend overeenkomstig het aantal leidingen. In afwijking van het eerste lid wordt de retributie voor lokale installaties berekend op basis van de ingenomen oppervlakte op het domeingoed. §
  4. Op verzoek van de vergunninghoudende maatschappijen kan bij overeenkomst een globalisatie van de vergunningen, de verschuldigde retributies en de jaarlijkse aanpassingen ervan toegestaan worden. De nadere regeling ervan wordt bepaald in een protocol. §
  5. Het buiten gebruik stellen van een leiding, netwerk of lokale installatie heft de retributie niet op. Pas nadat de vergunninghouder ze effectief heeft laten verwijderen of nadat hij zich daartoe bereid heeft verklaard, maar om welbepaalde redenen de toestemming van de domeinbeheerder daartoe niet verkrijgt, is de retributie voor herziening vatbaar, na schriftelijke aanvraag. Tenzij de domeinbeheerder hem hiervan ontslaat, voert de vergunninghouder de verwijdering uit naar aanleiding van werkzaamheden door de domeinbeheerder of naar aanleiding van het aanleggen van nieuwe leidingen door de vergunninghouder zelf of een andere vergunninghouder. §
  6. De retributies zijn bepaald in tarief C van de bijlage, gevoegd bij dit besluit. HOOFDSTUK IV. - Afvoerleidingen Art. 27.§
  7. Er kan een vergunning verleend worden voor : 1° afvoerleidingen van regenwater en afvoerleidingen van pompstations in polders, naar grachten en waterlopen;2° afvoerleidingen van woningen die niet uitsluitend regenwater afvoeren naar al dan niet ingebuisde grachten en waterlopen;3° afvoerleidingen van industrie die niet uitsluitend regenwater afvoeren;4° het gebruik van jaagpaden die niet bij erfdienstbaarheid gevestigd zijn, oevers en dijken door rioleringen zonder huisaansluitingen. §
  8. De in § 1, 3°, bedoelde vergunning wordt slechts afgegeven na voorlegging van de milieuvergunning inzake de lozing in oppervlaktewateren. Wat de controlemetingen betreft is de betrokken instantie zelf belast met de milieu-inspectie. §
  9. De retributies zijn bepaald in tarief C, 2°, van de bijlage, gevoegd bij dit besluit. HOOFDSTUK V. - Inrichtingen in de vaarweg en zijn aanhorigheden Afdeling I. - Drijvende inrichtingen Art. 28.§
  10. Vanaf het ogenblik dat ze zestig kalenderdagen op dezelfde plaats blijven liggen of over een gereserveerde plaats beschikken, zijn de hiernavolgende vaartuigen vergunningsplichtig : 1° de vaartuigen die niet worden aangewend voor goederentransport;2° de magazijnschepen, ponten, baggerschepen en vaartuigen voor toeristische rondvaarten, alsook schuiten en vlotten die tijdelijk of definitief buiten gebruik zijn of wachten op sloop;3° horecavaartuigen. Voor inrichtingen als bedoeld in het eerste lid die worden ingezet voor opdrachten van de domeinbeheerder of van de dienst, belast met de bouw van de infrastructuur, is geen vergunning vereist voor de duur van de opdracht. §
  11. Voor de in het eerste lid, 1°, en 2°, vermelde vaartuigen wordt de retributie berekend op basis van de ingenomen wateroppervlakte en de periode dat het vaartuig ter plaatse ligt. Voor de in het eerste lid, 3°, vermelde vaartuigen wordt de retributie berekend op basis van de ingenomen wateroppervlakte. De ingenomen wateroppervlakte wordt berekend door de grootste lengte van het vaartuig te vermenigvuldigen met de grootste breedte, waarbij zowel voor de lengte als voor de breedte alles in aanmerking wordt genomen. §
  12. De retributies zijn bepaald in tarief D1 van de bijlage, gevoegd bij dit besluit. Afdeling II. - Vaste inrichtingen Art. 29.§
  13. Vergunningsplichtig zijn : 1° overbruggingen, onderdoorgangen en droogdokken;2° trappen, ook als ze in de oeverversterking zijn aangebracht;3° hefwerktuigen voor tewaterlating van pleziervaartuigen;4° langs- en dwarssporen;5° slipways en toegangsgeulen;6° steigers. §
  14. Voor collectieve ligplaatsen of jachthavens wordt een onderscheid gemaakt tussen kustjachthavens en binnenjachthavens. Voor kustjachthavens wordt de retributie berekend op basis van de totale vergunde oppervlakte, die zowel de natte als de droge infrastructuur behelst. Voor binnenjachthavens wordt de retributie berekend op basis van de nuttig ingenomen oppervlakten. De vergunninghouders zijn verplicht 10 % van de ligplaatsen te reserveren als passantenplaatsen. Voor de oppervlakte die door de passantenplaatsen wordt ingenomen, is geen retributie vereist. Voor overbruggingen, onderdoorgangen en droogdokken voor particulier gebruik worden de retributies berekend op basis van de ingenomen oppervlakte. Voor trappen wordt de retributie berekend per trap, behalve als de vergunninghouder een watersportvereniging is. In dat geval wordt de retributie berekend per honderd meter op basis van de vergunde afstand, ongeacht het aantal trappen in de oever. Voor hefwerktuigen voor tewaterlating van pleziervaartuigen is de retributie verschuldigd voor vaste hefwerktuigen en voor verplaatsbare hefwerktuigen. De vrije doorgang voor het toegelaten verkeer op het jaagpad en de dijk mag niet worden gehinderd of onderbroken. Voor langs- en dwarssporen wordt de retributie berekend per vierkante meter aangelegd spoor. Voor het bouwen en gebruiken van slipways en toegangsgeulen voor particulier gebruik wordt de retributie berekend op basis van de oppervlakte van de slipway en/of de toegangsgeul. Voor het bouwen en gebruiken van steigers wordt de retributie berekend op basis van de oppervlakte van de steiger en van de lengte van de oever die de aanmerende vaartuigen innemen. §
  15. De retributies zijn bepaald in tarief D2 van de bijlage, gevoegd bij dit besluit. HOOFDSTUK VI. - Versterkte oevers, kaaimuren, laad- en- losplaatsen Art. 30.§
  16. Het gebruik van een oever, kaaimuur of aanlegplaats met het oog op het laden, lossen, plaatsen van laad- en losinstallaties en het aanleggen van schepen is vergunningsplichtig. In afwijking van artikel 4, § 1, wordt de aanvraagtermijn beperkt tot drie werkdagen ingeval geladen of gelost wordt met mobiele installaties. De vergunninghouder kan aan derden toestemming geven voor het tijdelijke gebruik van de oever, vergunde kaaimuur of aanlegplaats. In periodes van niet-gebruik kan de domeinbeheerder hem daartoe verplichten. Bij het gebruik van vaste laad- of lostoestellen mag de vrije doorgang op het jaagpad en de dijk niet worden gehinderd. De vergunninghouder brengt op eigen kosten de reglementaire signalisatie aan en neemt de nodige maatregelen om te zorgen voor een veilige doorgang voor het scheepvaartverkeer, en voor het toegelaten verkeer op het jaagpad en de dijk. §
  17. De retributie wordt berekend op basis van de ingenomen wateroppervlakte en de ingenomen grondoppervlakte. De wateroppervlakte, ingenomen door de aanlegplaats, wordt berekend door de lengte van de ter beschikking gestelde kaaimuur of oever te vermenigvuldigen met de grootste breedte van het scheepstype dat aan die kaaimuur of aanlegplaats kan aanleggen. De grondinneming aan de landzijde van de kaaimuur of de oever wordt berekend door vermenigvuldiging van de lengte van de ingenomen oever met de breedte van het ingenomen domeingoed. §
  18. De retributies zijn bepaald in tarief E van de bijlage, gevoegd bij dit besluit. HOOFDSTUK VII. - Andere ingebruiknemingen Art. 31.§
  19. Vergunningsplichtig zijn : 1° wijzigingen aan het domeingoed zoals aanvullingen, uitgravingen, inbuizingen, het overbruggen van grachten, het maken van onderdoorgangen, het aanleggen van toegangen tot jaagpaden, het verharden van bermen;2° de inname van het domeingoed door parkeerplaatsen;3° de inname van het domeingoed met bestendige constructies zoals : a) zendmasten voor telecommunicatie, transformator-huisjes;b) terrassen, telefooncellen, informatiezuilen, stratenplannen, kiosken, aanwijzingsborden naar instellingen van privaat nut, door de overheid beschikbaar gestelde dragers voorzien in artikel 25, § 2;4° de in tijd beperkte inname van het domeingoed door gemakkelijk wegneembare constructies - onder meer werfinstallaties - zoals asfalt-, beton- en breekinstallaties met inbegrip van stapelruimten, werfkranen, omheiningen, werfketen, tijdelijke terrassen, verkoopsstallen, containers, eigen dragers voor aankondigingen voorzien in artikel 25, § 2.Deze installaties zijn niet vergunningsplichtig als de domeinbeheerder de opdrachtgever is. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, 3°, zijn bestendige constructies van algemeen belang zoals openbare verlichting, rioleringen in woonstraten, hydranten, schuilhuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, fietsenrekken of bloembakken niet vergunningsplichtig, op voorwaarde dat de gemeente in het kader van artikel 135 Nieuwe Gemeentewet, of een vervoermaatschappij ze heeft aangebracht, en voorzover ze op geen enkele wijze inkomsten opbrengen. Het plaatsen van die constructies moet wel door de domeinbeheerder worden toegelaten en de constructies moeten voldoen aan de vereiste technische voorwaarden. §
  20. Ongeacht de bevoegdheid terzake van plaatselijke overheden zijn de volgende activiteiten vergunningsplichtig zodra ze leiden tot exclusief gebruik of tot het geheel of gedeeltelijk afsluiten van wegen, waterwegen, dijken of jaagpaden en zeedijken : 1° sportieve of sociaal-culturele activiteiten zoals loop-, zwem-, wielerwedstrijden, spelen, watersportwedstrijden, hengelwedstrijden;2° activiteiten met commerciële inslag, zoals avondmarkten, kermissen, spelen, optredens. §
  21. De retributies zijn bepaald in tarief F van de bijlage, gevoegd bij dit besluit. Indien een enkele aanvraag wordt ingediend voor meerdere activiteiten,

§ 2

, is de vaste retributie slechts eenmaal verschuldigd en worden de variabele retributies opgeteld. Indien een vergunning wordt aangevraagd voor een aankondiging op eigen dragers als bedoeld in artikel 25, § 2, eerste lid en 31, § 1, 3°, b), is de vaste retributie slechts eenmaal verschuldigd. DEEL III. - Slotbepalingen Art. 32.De volgende regelingen worden opgeheven : 1° het koninklijk besluit van 4 december 1933 tot regeling van het innen der rechten wegens gebruik van het openbaar domein voor elektrische leidingen, gewijzigd bij het koninklijke besluit van 21 december 2001, in zoverre het betrekking heeft op het domein van de wegen en hun aanhorigheden ressorterend onder het beheer van het Vlaamse Gewest, van de waterwegen en hun aanhorigheden, de zeewering en de dijken;2° het koninklijk besluit van 15 maart 1966 tot heffing van retributies voor de bezetting van het openbaar of privaat domein van de Staat, de provinciën of de gemeenten door installaties voor gasvervoer door middel van leidingen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 november 1984 en 11 december 2001, in zoverre het betrekking heeft op het domein van de wegen en hun aanhorigheden ressorterend onder het beheer van het Vlaamse Gewest, van de waterwegen en hun aanhorigheden, de zeewering en de dijken;3° het koninklijk besluit van 26 november 1973 betreffende de wegvergunningen bedoeld bij de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening, zoals gewijzigd bij koninklijk besluit van 26 juni 1978, in zoverre het betrekking heeft op het domein van de wegen en hun aanhorigheden ressorterend onder het beheer van het Vlaamse Gewest, van de waterwegen en hun aanhorigheden, de zeewering en de dijken;4° het koninklijk besluit van 26 november 1973 tot vaststelling van de door de Staat, de provinciën, de gemeenten, de verenigingen van gemeenten en de houders van een concessie van elektriciteitsvoorziening te volgen regelen voor het benutten van een weg die geen deel uitmaakt, naar gelang het geval, van hun eigen openbaar domein, van dat van de gemeenten aangesloten bij de vereniging van gemeenten, of dat van de concessieverlenende gemeente of van de gemeenten aangesloten bij de concessieverlenende vereniging van gemeenten, zoals gewijzigd bij koninklijk besluit van 26 juni 1978, in zoverre het betrekking heeft op het domein van de wegen en hun aanhorigheden ressorterend onder het beheer van het Vlaamse Gewest, van de waterwegen en hun aanhorigheden, de zeewering en de dijken;5° het besluit van de Vlaamse regering van 16 maart 1994 betreffende het toekennen van vergunningen, het vaststellen en innen van retributies voor het privatief gebruik van het domein van de waterwegen en hun aanhorigheden, de zeewering en de dijken. Art. 33.Dit besluit treedt in werking op de 1e dag van de maand volgend op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 34.De Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 29 maart 2002. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, S. STEVAERT Bijlage TARIEF VAN DE VARIABELE RETRIBUTIES Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 29 maart 2002 betreffende het toekennen van vergunningen en het vaststellen en innen van retributies voor het privatieve gebruik van het openbaar domein van de wegen, de waterwegen en hun aanhorigheden, de zeewering en de dijken. Brussel, 29 maart 2002. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, S. STEVAERT

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.