verstaan onder : 1°het besluit van 13 maart 1991 : het besluit van de Vlaamse regering van 13 maart 1991 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs; 2° het besluit inrichting : het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs;3° het besluit uren-leraar : het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs;4° delibererende klassenraad in het voltijds modulair onderwijs : de raad bedoeld in artikel 5 van het besluit van 13 maart 1991;5° toelatingsklassenraad in het voltijds modulair onderwijs : de raad bedoeld in artikel 3 van het besluit van 13 maart 1991;6° klassenraad in het deeltijds modulair onderwijs : de raad bedoeld in artikel 7, § 2, van het besluit inrichting;7° pedagogische begeleidingsdiensten : de begeleidingsdiensten bedoeld in het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten. HOOFDSTUK II. - Bepalingen met betrekking tot het voltijds modulair onderwijs en het deeltijds modulair onderwijs Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 3.Het experiment heeft betrekking enerzijds op maximum 30 projecten waarin één of meer scholen met de tweede en derde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs en eventueel één of meer centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs zijn opgenomen en anderzijds op scholen met de vierde graad verpleegkunde van het voltijds beroepssecundair onderwijs. Art. 4.§ 1. Aan de minister, bevoegd voor het onderwijs,
opdracht gegeven om op voorstel van de inrichtende machten - en in voorkomend geval per project - de scholen en centra aan te duiden die deelnemen aan het experiment. § 2. Een voorstel tot deelname is slechts ontvankelijk indien alle volgende voorwaarden zijn vervuld : 1° de school respectievelijk het centrum moet zich schriftelijk engageren tot :
uitsluitend georganiseerd op basis van uren die geen lesuren zijn, meer bepaald onder vorm van bijzondere pedagogische taken. Deze bijzondere pedagogische taken worden gelijkgesteld met een opdracht in de tweede, derde of vierde graad beroepssecundair onderwijs, rekening houdend met het in artikel 12 gestelde. Art. 6.Voor de toepassing van de omkaderingsnormen met betrekking tot de ambten van technisch adviseur-coördinator en technisch adviseur, opgenomen in het besluit van de Vlaamse regering van 13 november 1991 tot vaststelling van de voorwaarden voor het oprichten van betrekkingen in de ambten van technisch adviseur en technisch adviseur-coördinator in het voltijds secundair onderwijs worden voor de studiegebieden en opleidingen die in het experiment zijn betrokken als uren praktische vakken beschouwd de uren die niet als lesuren doch als bijzondere pedagogische taken worden ingericht én, voor de toepassing van de vigerende personeelsreglementering, gelijkgesteld worden met uren praktische vakken. Afdeling 2. - Specifieke bepalingen voor het voltijds modulair onderwijs Art. 7.§ 1. Het voltijds modulair onderwijs
georganiseerd per studiegebied en wijkt af van een structuur opgebouwd uit graden en leerjaren. De volgende studiegebieden kunnen modulair georganiseerd worden : Auto, Bouw, Grafische technieken, Handel, Hout, Kleding, Koeling en warmte, Lichaamsverzorging, Mechanica-elektriciteit, Personenzorg, Textiel, Voeding. §
gevoegd in bijlage 1 bij dit besluit. De minister, bevoegd voor het onderwijs, bepaalt voor elke module de duurtijd, uitgedrukt in weken per schooljaar. In afwijking op een binnen een studiegebied vastgelegd traject, kan een school om organisatorische redenen steeds een instapvrije module behorend tot datzelfde studiegebied, inrichten. §
voldaan ingevolge het door de leerling behaald getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs of studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs. Art. 10.In het voltijds modulair onderwijs beslist de delibererende klassenraad bij het beëindigen van een module of de regelmatige leerling hetzij geslaagd is zonder beperkingen hetzij niet geslaagd is. Aan de geslaagde leerling
een deelcertificaat uitgereikt. De leerling die de deelcertificaten van alle modules van een opleiding heeft behaald, ontvangt een certificaat van de desbetreffende opleiding. Het model van deelcertificaat respectievelijk certificaat
gevoegd in bijlage 2 respectievelijk 3 bij dit besluit. Art. 11.§
een bepaalde afgeronde verzameling van modules verstaan die staat voor hetzij één volledige opleiding hetzij een combinatie van meerdere volledige opleidingen. In bijlage 5 bij dit besluit worden, per studiegebied en onder verwijzing naar het overeenkomstig certificaat, die opleidingen van de modulaire opleidingsstructuur vermeld die als corpora worden aangeduid. § 3. In het model, opgenomen in de bijlage 7 van het besluit van 13 maart 1991,
: 1° in de aanhef de rubriek "Studierichting" vervangen door achtereenvolgens de rubriek "Studiegebied" en de rubriek "Modules";2° in 2° de woorden "en studierichting" vervangen door de woorden ",studiegebied en modules". § 4. In het model, opgenomen in de bijlage 11 respectievelijk 13 van het besluit van 13 maart 1991,
: 1° in de aanhef de rubriek "Studierichting" vervangen door de rubriek "Modulaire opleiding";2° in 2° het woord "studierichting" vervangen door de woorden "Modulaire opleiding". § 5. In het model, opgenomen in de bijlage 14 van het besluit van 13 maart 1991,
in 3° het woord "studierichting" vervangen door de woorden "Modulaire opleiding" en
in diezelfde bijlage onder de onderrichtingen voor het invullen het punt
voor de conceptuele voorbereiding van het modulair onderwijs : 1° aan elke school voor voltijds secundair onderwijs een halve betrekking toegekend in een ambt, naar keuze van de inrichtende macht, per studiegebied dat tijdens het betrokken schooljaar modulair
georganiseerd.Wat het studiegebied personenzorg betreft, worden uitsluitend de tweede en de derde graad in beschouwing genomen; 2° aan elke school voor voltijds secundair onderwijs twee vijfden van een betrekking toegekend in een ambt, naar keuze van de inrichtende macht, indien de vierde graad van het studiegebied personenzorg tijdens het betrokken schooljaar modulair
georganiseerd.Deze toekenning is evenwel beperkt tot de eerste drie schooljaren waarin bedoelde graad in de school modulair
georganiseerd; 3° onverminderd het in 1° en 2° gestelde, aan elke school voor voltijds secundair onderwijs een halve betrekking toegekend in een ambt, naar keuze van de inrichtende macht, per graad, met uitzondering van de vierde graad, die tijdens het betrokken schooljaar volledig modulair en effectief
georganiseerd. § 2. Tijdens de looptijd van het experiment
voor de implementatie van het modulair onderwijs aan elke school voor voltijds secundair onderwijs een extra aantal uren-leraar toegekend. Deze uren-leraar worden, afzonderlijk voor de tweede graad en voor de derde graad en onverminderd de decretaal bepaalde tellingsdatum, als volgt berekend : 1° toegepast op alle regelmatige leerlingen van de betrokken graad, ongeacht ze al dan niet modulair onderwijs volgen,
de verhoging berekend bedoeld in artikel 4, § 2, 6., tweede lid, van het besluit uren-leraar; 2° toegepast op die regelmatige leerlingen van de betrokken graad die, in voorkomend geval, niet-modulair onderwijs volgen,
de verhoging berekend bedoeld in artikel 4, § 2, 6., tweede lid, van het besluit uren-leraar. Bij deze toepassing worden de leerlingen van een leerjaar van een studiegebied dat in de betrokken school vanaf 1 september voor het eerst modulair
georganiseerd, per 1 februari voorafgaand niet in aanmerking genomen. Dit principe herhaalt zich, schooljaar na schooljaar, tot en met het derde leerjaar van de derde graad; 3° toegepast op alle regelmatige leerlingen van de betrokken graad die modulair onderwijs volgen, vinden onderstaande vermenigvuldiging en optelling plaats : 1e tot en met 25e leerling : 0,8 per leerling 26e tot en met 75e leerling : 0,6 per leerling 76e tot en met 150e leerling : 0,3 per leerling vanaf 151e leerling : nihil Bij deze toepassing worden de leerlingen van een leerjaar van een studiegebied dat in de betrokken school vanaf 1 september voor het eerst modulair
georganiseerd, per 1 februari voorafgaand reeds in aanmerking genomen.Dit principe herhaalt zich, schooljaar na schooljaar, tot en met het derde leerjaar van de derde graad; 4° de som van de resultaten van 2° en 3° verminderd met het resultaat van 1° is het extra aantal uren-leraar dat per graad
toegekend. Afdeling
georganiseerd per studiegebied en wijkt af van een structuur bestaande uit graden. De volgende studiegebieden kunnen modulair georganiseerd worden : Auto, Bouw, Grafische technieken, Handel, Hout, Kleding, Koeling en warmte, Lichaamsverzorging, Mechanica-elektriciteit, Personenzorg, Textiel, Voeding. §
gevoegd in bijlage 1 bij dit besluit. Binnen het deeltijds modulair onderwijs
voor de modules geen duurtijd bepaald. § 4. Een regelmatige leerling kan niet gelijktijdig twee of meer modules volgen, tenzij anders vermeld in de opleidingsstructuur. Art. 16.Voor de toelating als regelmatige leerling tot het deeltijds modulair onderwijs dient rekening gehouden met de specifieke toelatingsvoorwaarden tot elke afzonderlijke module die, onverminderd het in artikel 15, § 3, gestelde, door het centrum worden vastgelegd. Art. 17.De overstap van de leerling bij het begin of in de loop van het schooljaar van het deeltijds modulair naar het deeltijds niet-modulair onderwijs vindt plaats op basis van een gemotiveerde beslissing van het centrum, tenzij aan de toelatingsvoorwaarden vastgelegd in het besluit inrichting
voldaan ingevolge het door de leerling behaald studiegetuigschrift van de tweede graad van het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Art. 18.In het deeltijds modulair onderwijs beslist de klassenraad bij het beëindigen van een module of de regelmatige leerling hetzij geslaagd is hetzij niet geslaagd is. Aan de geslaagde leerling
een deelcertificaat uitgereikt, aan de niet geslaagde leerling een attest van verworven competenties. De leerling die de deelcertificaten van alle modules van een opleiding heeft behaald, ontvangt een certificaat van de desbetreffende opleiding. Het model van deelcertificaat, certificaat respectievelijk attest van verworven competenties
gevoegd in bijlage 2, 3 respectievelijk 4 bij dit besluit. Art. 19.Worden in het deeltijds modulair onderwijs toegekend : 1° een studiegetuigschrift van de tweede graad van het deeltijds beroepssecundair onderwijs : - mits de leerling ten minste twee schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd, en - de klassenraad een gunstige beslissing neemt;2° een studiegetuigschrift van de derde graad van het deeltijds beroepssecundair onderwijs : - mits de leerling ten minste vier schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd, en - een kwalificatiegetuigschrift van het deeltijds beroepssecundair onderwijs heeft behaald of gelijktijdig behaalt, en - de klassenraad een gunstige beslissing neemt;3° een kwalificatiegetuigschrift van het deeltijds beroepssecundair onderwijs : mits de leerling in het bezit is van een of meer deelcertificaten, uitgezonderd deelcertificaten van modules basis, dat (die) volgens het betrokken centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs noodzakelijk is (zijn) om recht te geven op een kwalificatiegetuigschrift;4° een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer : mits de leerling het certificaat van basiskennis van het bedrijfsbeheer heeft behaald en derhalve beantwoordt aan de bepalingen van artikel 9, § 2, van het besluit inrichting. Art. 20.Tijdens de looptijd van het experiment
voor de conceptuele voorbereiding van het modulair onderwijs aan elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs een vierde van een betrekking toegekend in een ambt, naar keuze van de inrichtende macht, per studiegebied dat tijdens het betrokken schooljaar modulair
georganiseerd. Voor de toepassing van deze bepaling
de modulaire opleidingsstructuur van het deeltijds onderwijs opgedeeld in studiegebieden. HOOFDSTUK III. - Bepalingen met betrekking tot het buitengewoon modulair onderwijs Art. 21.Het buitengewoon modulair onderwijs heeft betrekking op 3 projecten waarin één of meer scholen voor buitengewoon secundair beroepsonderwijs van opleidingsvorm 3 en eventueel één of meer scholen voor buitengewoon secundair beroepsonderwijs van opleidingsvorm 4 zijn opgenomen. In het buitengewoon modulair onderwijs worden de opleidingsfase en de kwalificatiefase voor wat betreft de opleidingsvorm 3 en de tweede en de derde graad voor wat betreft de opleidingsvorm 4 betrokken. Art. 22.Artikel 4, § 1 en § 2, 1° is eveneens van toepassing op het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4. Art. 23.§ 1. Het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 3
georganiseerd per studiegebied. De volgende studiegebieden kunnen modulair georganiseerd worden : Auto, Bouw, Grafische technieken, Handel, Hout, Kleding, Koeling en warmte, Lichaamsverzorging, Mechanica-elektriciteit, Personenzorg, Textiel, Voeding. Een studiegebied kan in een school niet gelijktijdig modulair en niet-modulair als afdeling worden georganiseerd. §
gevoegd in bijlage 1 bij dit besluit. De duur van elke module
door de klassenraad bepaald en is aangepast aan de individuele leerling op basis van handelingsplanning. §
door het begrip « klassenraad ». § 2. In het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 3
een kwalificatiegetuigschrift toegekend, mits de leerling : - de opleidingsfase en de kwalificatiefase van deze opleidingsvorm heeft gevolgd; - ten minste één module met vrucht heeft beëindigd, waarbij de modules basis buiten beschouwing worden gelaten. Art. 25.§
voor de conceptuele voorbereiding van het modulair onderwijs aan elke school voor buitengewoon secundair onderwijs een halve betrekking toegekend in een ambt, naar keuze van de inrichtende macht, per studiegebied dat tijdens het betrokken schooljaar modulair
georganiseerd. Art. 27.Voor de toepassing van de omkaderingsnormen met betrekking tot de ambten van technisch adviseur-coördinator en technisch adviseur, opgenomen in het koninklijk besluit nr. 65 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald in inrichtingen voor buitengewoon onderwijs, worden voor de studiegebieden en opleidingen die in het experiment zijn betrokken als uren beroepsgerichte vorming beschouwd, de uren die niet als lesuren doch als bijzondere pedagogische taken worden georganiseerd en, voor de toepassing van de vigerende personeelsreglementering, gelijkgesteld worden met lesuren beroepsgerichte vorming. HOOFDSTUK IV. - Bepalingen met betrekking tot het personeel Art. 28.In artikel 25bis van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/08/1999 pub. 07/03/2000 numac 2000035148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten,
Met het oog op de reaffectatie en de werking van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap moeten de inrichtende machten die tot een scholengemeenschap behoren, aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap de volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren : de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt. Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, in het onderwijs voor sociale promotie of in het deeltijds kunstonderwijs. » Art. 29.In artikel 25ter van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/08/1999 pub. 07/03/2000 numac 2000035148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten,
Met het oog op de reaffectatie en de wedertewerkstelling en de werking van de bevoegde reaffectatiecommissie moeten de inrichtende machten aan de bevoegde reaffectatiecommissie volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die niet behoren tot een scholengemeenschap : de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt. Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, in het onderwijs voor sociale promotie of in het deeltijds kunstonderwijs. » Art. 30.In artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 september 1998 en 31 augustus 1999,
Met het oog op de reaffectatie en de wedertewerkstelling en de werking van de zonale reaffectatiecommissie moeten de inrichtende machten over hun ter beschikking gestelde personeelsleden en over de personeelsleden die ze op 1 september zullen ter beschikking stellen aan de zonale reaffectatiecommissie de volgende gegevens verstrekken : de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die hem ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt, voor het buitengewoon onderwijs het type. Er moet eveneens meegedeeld worden of het personeelslid wenst weder te werk gesteld te worden in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, of in het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan. » Art. 31.In artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/08/1999 pub. 07/03/2000 numac 2000035148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten,
punt 4 vervangen door wat volgt: « 4. als in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, in het onderwijs voor sociale promotie, in het deeltijds kunstonderwijs, in de internaten, in de semi-internaten of in de opvangcentra een betrekking
aangeboden. Deze reaffectatie of wedertewerkstelling moet slechts worden opgenomen als de betrokken personeelsleden verzocht hebben om te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in één van voormelde onderwijssectoren. Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in de betreffende onderwijssector fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling; ». HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen Art. 32.Het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 28/08/2000 pub. 10/01/2001 numac 2000036296 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende invoering van een experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel sluiten houdende invoering van een experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel
opgeheven. Art. 33.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2001 en houdt op uitwerking te hebben op 31 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.