← België

Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie e

31 MEI 2002. - Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve

Art. 31.§ 1.

Uiterlijk tegen 1 april dient elke sportfederatie het financieel verslag, overeenkomstig artikel 16, § 7, en het werkingsverslag in de zin van artikel 5, 14°, 14, § 2, en 29, § 2, van het decreet, over het voorbije werkingsjaar bij het Bloso in. §

  1. Het financieel verslag, aangevuld met de rapportering uit de boekhouding voor de berekening van de subsidiëring, wordt ingediend met behulp van de formulieren die het Bloso ter beschikking stelt. §
  2. Voor de gesubsidieerde sportfederatie bestaat het werkingsverslag uit een overzicht van de werking en de behaalde resultaten van de sportfederatie in functie van de gestelde objectieven in het voorgaande jaar, alsmede de evaluatie van het beleidsplan op basis van effectmeting en desgevallend de bijsturing van het beleidsplan. In het werkingsverslag wordt een onderscheid gemaakt tussen de basisopdrachten en zo nodig de facultatieve opdrachten, waarbij elke opdracht afzonderlijk behandeld wordt. Het werkingsverslag wordt opgesteld overeenkomstig het model dat het Bloso ter beschikking stelt. Art. 32.De inhoudelijke en financiële controles kunnen enerzijds tijdens het betreffende werkingsjaar, anderzijds op basis van het financieel verslag en het werkingsverslag gebeuren. Uit het financieel verslag moet duidelijk blijken welke uitgaven zijn gedaan voor elke basisopdracht en zo nodig voor elke facultatieve opdracht. HOOFDSTUK VI. - Aard en wijze van subsidiëring Afdeling I. - Werkingssubsidies Art. 33.§
  3. De posten die in het kader van de subsidiëring van de basisopdrachten van toepassing zijn, worden vermeld in bijlage II, gevoegd bij dit besluit. De wijze waarop deze posten, voor de berekening van de subsidiëring per basisopdracht in het rekeningstelsel dienen opgenomen te worden, wordt vastgesteld door het Bloso. §
  4. De bezoldiging van de occasionele sporttechnische en administratieve medewerkers, als subsidieerbare post opgenomen in de bijlage vermeld in § 1, vindt plaats op basis van de bezoldigingstabel voor occasionele medewerkers in het kader van de subsidiëring van de basisopdrachten, gevoegd als bijlage III bij dit besluit. De uurlonen tegen 100 percent vermeld in deze bezoldigingstabel, zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01 van 1 januari
  5. Deze uurlonen worden jaarlijks op 1 januari van het kalenderjaar aangepast aan het spilindexcijfer. Afdeling II. - Personeelssubsidies Art. 34.§
  6. De salarisschaal die voor de berekening van de subsidiëring van een personeelslid in aanmerking komt, wordt bepaald op basis van het diploma waarvan het betrokken personeelslid houder is. Het diploma dient erkend, gelegaliseerd of gelijkwaardig verklaard te zijn. De volgende salarisschalen komen in aanmerking : 1° hoger onderwijs van twee cycli met volledig leerplan = salarisschaal A111;2° hoger onderwijs van één cyclus met volledig leerplan of kandidaatsdiploma of getuigschrift uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren = salarisschaal B111;3° hoger secundair onderwijs = salarisschaal C
  7. §
  8. De salarisschalen bedoeld in § 1, zijn opgenomen in het besluit van de Vlaamse regering van 30 juni 2000 houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse openbare instellingen. Voor de berekening van de personeelssubsidie gebeurt de aanpassing aan het spilindexcijfer jaarlijks op 1 januari van het kalenderjaar. Deeltijdse prestaties worden slechts in evenredigheid in aanmerking genomen. §
  9. De gesubsidieerde personeelsleden worden door de sportfederatie minimaal betaald overeenkomstig hun diploma, de daaraan verbonden salarisschaal, bepaald in § 1, en overeenkomstig de geldelijke anciënniteit, bepaald in artikel
  10. Art. 35.§
  11. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de sporttechnische- en de administratieve coördinator, de sporttechnische coördinator voor recreatieve sportbeoefening en de coördinator topsport, wordt de door de sportfederatie aan het personeelslid toegekende effectieve en aantoonbare functierelevante ervaring, gepresteerd in zowel de openbare als de privé-sector in aanmerking genomen, voor zover het werkelijke diensten betreft uitgedrukt in volledige maanden. §
  12. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de andere personeelsleden dan deze vermeld in § 1, die na de inwerkingtreding van dit decreet in dienst treden, worden in aanmerking genomen de werkelijke diensten, met een maximum van vier jaar, uitgedrukt in volledige maanden, als : 1° leerkracht Lichamelijke Opvoeding in het onderwijs;2° ambtenaar of contractueel personeelslid bij het Bloso of de afdeling Jeugd en Sport van de Vlaamse Gemeenschap;3° personeelslid bij een sportdienst zoals bepaald door het decreet van 5 april 1995 houdende erkenning en subsidiëring van de gemeentelijke sportdiensten, de provinciale sportdiensten en de sportdienst van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. §
  13. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de andere personeelsleden dan deze vermeld in § 1, die na de inwerkingtreding van dit decreet in dienst treden, wordt de door de sportfederatie aan het personeelslid toegekende effectieve en aantoonbare ervaring, gepresteerd als gesubsidieerd personeelslid bij een andere Vlaamse sportfederatie in aanmerking genomen, voor zover het werkelijke diensten betreft uitgedrukt in volledige maanden. §
  14. Het sporttechnische personeelslid dat houder is van het getuigschrift Trainer A in de sporttak(ken) van de sportfederatie, uitgevaardigd door de VTS of daarmee geassimileerd, krijgt voor de berekening van de subsidiëring een bijkomende geldelijke anciënniteit van twee jaar. §
  15. Het administratieve personeelslid dat houder is van het getuigschrift sportfunctionaris, uitgevaardigd door de VTS of daarmee geassimileerd, krijgt voor de berekening van de subsidiëring een bijkomende geldelijke anciënniteit van twee jaar. Deze bijkomende geldelijke anciënniteit wordt slechts verkregen voorzover het personeelslid niet reeds een bijkomende geldelijke anciënniteit van vier jaar genoten heeft in het kader van het decreet van 2 maart 1977 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de landelijk georganiseerde sportverenigingen. §
  16. De sportfederatie is verplicht de collectieve arbeidsovereenkomsten na te leven die in het paritair Comité voor de socio-culturele sector zijn gesloten. §
  17. Een personeelslid moet zijn betrekking ofwel volledig als sporttechnisch personeelslid ofwel volledig als administratief personeelslid invullen. Art. 36.§
  18. Bij definitieve uitdiensttreding, tijdelijke of definitieve vervanging van een gesubsidieerd personeelslid wordt het Bloso onverwijld op de hoogte gebracht. De sportfederatie deelt hiertoe aan het Bloso de volgende gegevens mee : 1° de datum van in - en uitdiensttreding van het personeelslid;2° de persoonlijke gegevens, de voorgaande diensten, de datum van indiensttreding, het diploma of getuigschrift en de arbeidsovereenkomst van het personeelslid dat ter vervanging in dienst treedt. §
  19. De sportfederatie dient bij uitdiensttreding van een personeelslid bedoeld in artikel 23, § 1 en 37, § 1, van het decreet, dit personeelslid te vervangen binnen de vier maand. §
  20. De sportfederatie dient bij schorsing van de arbeidsovereenkomst van een personeelslid bedoeld in artikel 23, § 1 en 37, § 1, van het decreet, de functie van dat personeelslid binnen de vier maand in te vullen door een personeelslid dat aan de diplomavereisten voldoet. §
  21. Voor de berekening van de subsidiëring voor het lopende kalenderjaar blijft de salarisschaal van het oorspronkelijk personeelslid behouden. Tijdens het volgende kalenderjaar wordt, op basis van de effectieve personeelskost de personeelssubsidie geregulariseerd volgens de berekening in artikel 34, §
  22. HOOFDSTUK VII. - Erkenning en subsidiëring van een koepelorganisatie Art. 37.In dit hoofdstuk worden in de artikelen waarnaar verwezen wordt de woorden sportfederaties of sportfederatie gelezen als koepelorganisatie. Afdeling I. - Erkenningsvoorwaarden Art. 38.Om voor erkenning in aanmerking te komen overeenkomstig artikel 41 van het decreet, moeten de eerste twee voltijdse equivalenten die aan 90 percent gesubsidieerd worden jaarlijks een administratieve bijscholing volgen van minstens zes uur die door het Bloso georganiseerd of erkend wordt. Een deelnameattest wordt door het Bloso uitgereikt. Om voor erkenning in aanmerking te komen moet het bestuur van de koepelorganisatie om de vier jaar een bijscholing inzake management van minimum acht uur volgen die door het Bloso georganiseerd of erkend wordt. Art. 39.De bepalingen van artikel 2, inzake de zelfstandigheid zijn van toepassing op de koepelorganisatie. Art. 40.De bepalingen van artikel 16, inzake de te voeren boekhouding zijn van toepassing op de koepelorganisatie. Art. 41.De bepalingen van artikel 9, 1° tot en met 7°, inzake het opstellen van het beleidsplan zijn van toepassing op de koepelorganisatie. Art. 42.§
  23. Jaarlijks stuurt de koepelorganisatie, overeenkomstig artikel 41 van het decreet, aangetekend en uiterlijk tegen 1 april van het daaropvolgende jaar een financieel verslag volgens de vorm zoals bepaald in artikel 16, § 7, naar het Bloso. §
  24. Jaarlijks stuurt de koepelorganisatie, overeenkomstig artikel 41 van het decreet, aangetekend en uiterlijk tegen 1 april van het daaropvolgende jaar een werkingsverslag naar het Bloso. Voor de koepelorganisatie bestaat dit werkingsverslag uit een overzicht van de werking en de behaalde resultaten van de koepelorganisatie in het voorgaande jaar alsmede de resultaten van de evaluatie van het beleidsplan op basis van effectmeting en desgevallend de bijsturing van het beleidsplan. §
  25. Jaarlijks stuurt de koepelorganisatie, overeenkomstig artikel 41 van het decreet, aangetekend en uiterlijk tegen 1 december de begroting van het volgende werkjaar op naar het Bloso. Afdeling II. - Erkenningsprocedure Art. 43.Overeenkomstig artikel 45 van het decreet, zijn de bepalingen van hoofdstuk III met betrekking tot de erkenningsprocedure van toepassing op de koepelorganisatie. De erkenning van een koepelorganisatie wordt voor vier jaar toegekend door de minister. Afdeling III. - Subsidiëringsvoorwaarden Art. 44.Om in aanmerking te komen voor subsidiëring moet de koepelorganisatie overeenkomstig artikel 40, § 1, 9°, van het decreet, in het vierjaarlijks beleidsplan de opdrachten, vermeld in artikel 42 van het decreet, afzonderlijk aan bod laten komen. Het vierjaarlijks beleidsplan dient aangevuld te worden met een jaarlijks actieplan en een daaraan gekoppelde jaarlijkse begroting waarin alle opdrachten, vermeld in artikel 42 van het decreet aan bod komen. Dit jaarlijks actieplan dient bij het Bloso te worden ingediend uiterlijk op 1 september. Art. 45.Om in aanmerking te komen voor subsidiëring moet de koepelorganisatie beschikken over personeelsleden met een diploma van hoger onderwijs van twee cycli met volledig leerplan om de eerste twee voltijdse equivalenten volgens artikel 43, § 2, van het decreet, in te vullen. Een van beiden moet houder zijn van een diploma van licentiaat in de Lichamelijke Opvoeding. Bij de invulling van het derde en vierde equivalent moeten de personeelsleden beschikken over minimaal het diploma van hoger secundair onderwijs. De bepalingen van artikel 27, § 2, over de subsidiëringsvoorwaarden met betrekking tot het personeel, zijn van toepassing op de koepelorganisatie. Afdeling IV. Subsidiëringsprocedure Art. 46.Overeenkomstig artikel 45 van het decreet, zijn de bepalingen van hoofdstuk V, afdeling I, II en III, over de subsidiëringsprocedure van toepassing op de koepelorganisatie. Afdeling V. -

Art. 47

.Uiterlijk tegen 1 april dient de koepelorganisatie het financieel verslag overeenkomstig artikel 16, § 7, en het werkingsverslag, in de zin van artikel 40, § 1, 8°, van het decreet, over het voorbije werkingsjaar bij het Bloso in. Het financieel verslag, aangevuld met de rapportering uit de boekhouding voor de berekening van de subsidiëring, wordt ingediend met behulp van de formulieren die het Bloso daartoe ter beschikking stelt. Het werkingsverslag wordt opgesteld overeenkomstig het model dat het Bloso ter beschikking stelt. Art. 48.De inhoudelijke en financiële controles kunnen enerzijds tijdens het betreffende werkingsjaar, anderzijds op basis van het financieel verslag en het werkingsverslag plaatsvinden. In het werkingsverslag wordt elke opdracht vermeld in artikel 42 van het decreet, afzonderlijk behandeld. Uit het financieel verslag moet duidelijk blijken welke uitgaven zijn gebeurd voor elke opdracht. Afdeling VI. - Aard en wijze van subsidiëring Art. 49.De bepalingen van hoofdstuk VI over de aard en de wijze van subsidiëring zijn van toepassing op de koepelorganisatie, met uitzondering van artikel 33 en artikel 35, § 1, § 4, § 5 en §

  1. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de eerste twee voltijdse equivalenten die aan 90 percent gesubsidieerd worden, wordt de door de koepelorganisatie aan het personeelslid toegekende effectieve en aantoonbare functierelevante ervaring, gepresteerd in zowel de openbare als de privé-sector, in aanmerking genomen, voor zover het werkelijke diensten betreft uitgedrukt in volledige maanden. De posten die in het kader van de subsidiëring van toepassing zijn, worden vermeld in bijlage IV, gevoegd bij dit besluit. De wijze waarop deze posten voor de berekening van de subsidiëring per opdracht, in het rekeningstelsel dienen opgenomen te worden, wordt vastgesteld door het Bloso. De bezoldiging van de occasionele medewerkers, als subsidieerbare post vindt plaats op basis van de bezoldigingstabel voor occasionele medewerkers in het kader van de subsidiëring van de basisopdrachten, gevoegd als bijlage III bij dit besluit. De uurlonen tegen 100 percent vermeld in deze bezoldigingstabel, zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01 van 1 januari
  2. Deze uurlonen worden jaarlijks op 1 januari van het kalenderjaar aangepast aan het spilindexcijfer. HOOFDSTUK VIII. - Erkenning en subsidiëring van organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding Afdeling I. - Erkenningsvoorwaarden Art. 50.In dit hoofdstuk worden in de artikelen waarnaar verwezen wordt de woorden sportfederaties of sportfederatie gelezen als organisaties of organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Art. 51.De bepalingen van artikel 2, inzake de zelfstandigheid zijn van toepassing op de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Art. 52.De bepalingen van hoofdstuk II, afdeling II, met betrekking tot de af te sluiten verzekeringen zijn van toepassing op de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. In deze artikelen worden de woorden leden en niet-leden gelezen als sportieve vrijetijdsbeoefenaars die de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding vertegenwoordigen, respectievelijk sportieve vrijetijdsbeoefenaars die deelnemen aan sportpromotionele acties, en wordt het woord sportclubs gelezen als aangesloten verenigingen en haar clubs. Afdeling II. - Erkenningsprocedure Art. 53.Overeenkomstig artikel 52 van het decreet, zijn de bepalingen van hoofdstuk III met betrekking tot de erkenningsprocedure, van toepassing op de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. De erkenning van een organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding wordt voor vier jaar toegekend door de minister. Afdeling III. - Subsidiëringsvoorwaarden Art. 54.De bepalingen van artikel 9, inzake het opstellen van het beleidsplan zijn van toepassing op de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Om in aanmerking te komen voor subsidiëring moeten de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding overeenkomstig artikel 49, 2°, van het decreet, in het vierjaarlijks beleidsplan de functies, vermeld in artikel 49, 1°, van het decreet, afzonderlijk aan bod laten komen. Het vierjaarlijks beleidsplan dient aangevuld te worden met een jaarlijks actieplan en een daaraan gekoppelde jaarlijkse begroting waarin alle functies, vermeld in artikel 49, 1° van het decreet afzonderlijk aan bod komen. Dit jaarlijks actieplan dient bij het Bloso te worden ingediend uiterlijk op 1 september. Art. 55.Jaarlijks sturen de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding aangetekend en uiterlijk tegen 1 december hun begroting van het volgende werkjaar op naar het Bloso. Art. 56.Het personeelslid bedoeld in artikel 49, 3°, van het decreet, dient minstens te beschikken over een diploma van hoger onderwijs van één cyclus met volledig leerplan of kandidaatsdiploma of -getuigschrift, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren. Art. 57.Overeenkomstig artikel 49, 4°, van het decreet dient de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding, op elektronische wijze een bestand met betrekking tot de aangesloten sportieve vrijetijdsbeoefenaars bij te houden waarin minimaal de gegevens geregistreerd worden die voorkomen in het model, gevoegd als bijlage VI bij dit besluit. Zowel in functie van de controle en de inspectie voor de berekening van de subsidies, als met het oog op statistische verwerking kan het Bloso op elk ogenblik de volledige bestanden, gedeeltelijke bestanden of geaggregeerde gegevens opvragen. De organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding dient deze informatie te bezorgen volgens het model, gevoegd als bijlage VI bij dit besluit. Afdeling IV. Subsidiëringsprocedure Art. 58.Overeenkomstig artikel 52 van het decreet, zijn de bepalingen van hoofdstuk V, afdeling I, II en III over de subsidiëringsprocedure van toepassing op de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Afdeling V. -

Art. 59

.Uiterlijk tegen 1 april dienen de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding het financieel verslag en het werkingsverslag, in de zin van artikel 48, 12°, van het decreet, over het voorbije werkingsjaar bij het Bloso in. Art. 60.De inhoudelijke en financiële controles kunnen enerzijds tijdens het betreffende werkingsjaar anderzijds op basis van het financieel verslag en het werkingsverslag plaatsvinden. In het werkingsverslag wordt elke functie, vermeld in artikel 49, 1°, van het decreet, afzonderlijk behandeld. Uit het financieel verslag moet duidelijk blijken welke uitgaven zijn gebeurd voor elke functie. HOOFDSTUK IX. - Slot- en overgangsbepalingen Art. 61.Het besluit van de Vlaamse regering van 17 maart 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 17/03/2000 pub. 26/05/2000 numac 2000035458 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties sluiten tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties wordt opgeheven. Art. 62.§

  1. Onverminderd de bepalingen van artikel 27, § 1, en overeenkomstig artikel 60 van het decreet, worden de personeelsleden, gesubsidieerd op basis van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, met een diploma van lager onderwijs of lager secundair onderwijs nominatief verder gesubsidieerd en ingeschaald in salarisschaal D
  2. §
  3. Onverminderd de bepalingen van artikel 34, blijven de personeelsleden die in het kader van het voornoemd decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten gesubsidieerd werden op basis van de weddeschaal C113 en C211 verder in deze weddeschaal gesubsidieerd. §
  4. Alle personeelsleden die in het kader van het voornoemd decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten gesubsidieerd werden, behouden naar aanleiding van de overgang naar het nieuwe decreet minstens hun geldelijke anciënniteit die ze verworven hebben vóór de inwerkingtreding ervan. §
  5. De unisportfederaties dienen de bijkomende functie van sporttechnisch coördinator voor recreatieve sportbeoefening in te vullen binnen de acht maand na de inwerkingtreding van dit besluit. Art. 63.§
  6. De sportfederaties, de sportconfederaties en de koepelorganisatie die op 31 december 2001 erkend zijn en al dan niet gesubsidieerd worden, op basis van het voornoemd decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten en die uiterlijk op 1 september 2001 een subsidiëringsaanvraag hebben ingediend volgens de procedure vermeld in hoofdstuk V, afdeling 1, van het besluit van 17 maart 2000 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, dienen geen nieuwe subsidiëringsaanvraag in te dienen voor het bekomen van subsidies voor het jaar
  7. §
  8. De sportfederaties die op 31 december 2001 niet erkend en niet gesubsidieerd zijn maar uiterlijk op 1 september 2001 een erkennings- en/of subsidiëringsaanvraag hebben ingediend volgens de procedure vermeld in hoofdstuk III, afdeling 1 en hoofdstuk V, afdeling 1 van het voornoemde besluit van 17 maart 2000 dienen geen nieuwe erkennings- en/of subsidiëringsaanvraag in te dienen voor het bekomen van een erkenning en/of subsidiëring voor het jaar
  9. §
  10. In afwijking van de ingezette erkennings- en subsidiëringsprocedure vermeld in respectievelijk de artikelen 17 en 18 en de artikelen 31 en 32 van het voornoemde besluit van 17 maart 2000 en in afwijking van de erkennings- en subsidiëringsprocedure vermeld in dit besluit, worden de volgende overgangsmaatregelen toegepast voor het jaar 2002 voor de in § 1 en § 2, vermelde sportfederaties, sportconfederaties en koepelorganisatie : 1° het Bloso vraagt uiterlijk tegen 1 september 2002 de bijkomende gegevens op die nodig zijn om na te gaan of de sportfederatie en de koepelorganisatie voldoen aan de gewijzigde erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden.De sportfederatie en de koepelorganisatie maken uiterlijk tegen 1 oktober 2002 de gevraagde bijkomende gegevens over aan het Bloso. Tezelfdertijd kunnen de sportfederatie en de koepelorganisatie hun oorspronkelijke subsidiëringsaanvraag aanpassen en eventueel uitbreiden gelet op de gewijzigde regelgeving; 2° In afwijking van artikel 12, § 1 en artikel 29, § 1, brengt het Bloso voor 1 december 2002 advies uit bij de minister over de sportfederaties en de koepelorganisatie die erkend en gesubsidieerd kunnen worden;3° In afwijking van artikel 12, § 2 en artikel 29, § 2, deelt de minister voor 31 december 2002 zijn beslissing mee om de sportfederatie en de koepelorganisatie te erkennen en/of te subsidiëren of zijn voornemen mee om de sportfederatie en de koepelorganisatie niet te erkennen en/of te subsidiëren.De sportfederatie en de koepelorganisatie kunnen conform artikel 12, § 3 en artikel 29, § 3, bezwaar indienen tegen het voornemen van de minister. Art. 64.Voor de sportfederaties die op 1 september 2001 geen erkennings- en subsidiëringsaanvraag hebben ingediend maar toch in aanmerking willen komen voor erkenning en subsidiëring voor het jaar 2002 en voor de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding worden volgende overgangsmaatregelen toegepast voor het jaar 2002 in afwijking van de erkennings- en subsidiëringsprocedure vermeld in respectievelijk de artikelen 11 en 12 en de artikelen 28 en 29 die op hen van toepassing zijn : 1° in afwijking van artikel 11, § 1 en artikel 28, § 1, wordt de aanvraag tot erkenning en de aanvraag tot subsidiëring ingediend uiterlijk op 1 september 2002;2° in afwijking van artikel 11, § 2 en artikel 28, § 2, worden de aanvullende gegevens opgevraagd tegen uiterlijk 1 oktober 2002;3° in afwijking van artikel 11, § 3 en artikel 28, § 3, brengt het Bloso voor 1 november 2002 de sportfederaties en de organisaties voor sportieve vrijetijdsbesteding op de hoogte indien hun aanvraag onontvankelijk is;4° in afwijking van artikel 12, § 1, en artikel 29, § 1, brengt het Bloso voor 1 december 2002 bij de minister advies uit over de sportfederaties en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding die erkend en gesubsidieerd kunnen worden;5° in afwijking van artikel 12, § 2, en artikel 29, § 2, wordt de beslissing of het voornemen van de minister om de sportfederaties en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding al dan niet te erkennen en te subsidiëren meegedeeld voor 31 december
  11. Art. 65.De sportfederaties die in het kader van het voornoemde decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten individueel erkend waren maar met één of meerdere sportfederaties een fusie aangaan, kunnen conform de bepalingen van hoofdstuk III en V hun erkenning en subsidiëring als nieuwe sportfederatie voor het jaar 2002 aanvragen. Volgende overgangsmaatregelen zijn op hen van toepassing : 1° in afwijking van artikel 11, § 1 en artikel 28, § 1, wordt de aanvraag tot erkenning en de aanvraag tot subsidiëring voor het jaar 2002 ingediend uiterlijk op 1 september 2002;2° conform artikel 11, § 2 en artikel 28, § 2, worden de aanvullende gegevens opgevraagd tegen uiterlijk 1 oktober 2002;3° conform artikel 11, § 3 en artikel 28, § 3 brengt het Bloso voor 1 november 2002 de sportfederaties op de hoogte indien hun aanvraag onontvankelijk is;4° in afwijking van artikel 12, § 1 en artikel 29, § 1, brengt het Bloso voor 1 december 2002 bij de minister advies uit over de sportfederaties die erkend en gesubsidieerd kunnen worden;5° in afwijking van artikel 12, § 2 en artikel 29, § 2, wordt de beslissing of het voornemen van de minister om de sportfederaties al dan niet te erkennen en te subsidiëren meegedeeld voor 31 december
  12. Art. 66.Voor de sportfederaties, de sportconfederaties en de koepelorganisatie die op 31 december 2001 erkend zijn en al dan niet gesubsidieerd worden op basis van het voornoemde decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten, worden voor wat betreft het beleidsplan vermeld in respectievelijk de artikelen 9 en 18 en de artikelen 41 en 44, volgende overgangsbepalingen toegepast : 1° Het ingevolge het voornoemde decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten ingediende driejaarlijks beleidsplan wordt uiterlijk op 1 september 2002 aangepast en aangevuld met een beleidsplan voor de periode die loopt van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2004.Dit beleidsplan dient opgesteld te worden conform de bepalingen van het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2001 pub. 14/09/2001 numac 2001036003 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding sluiten en dit uitvoeringsbesluit; 2° De sportfederaties en de koepelorganisatie dienen vóór 1 september 2004 een vierjaarlijks beleidsplan in conform de bepalingen van dit decreet en het uitvoeringsbesluit voor de volgende olympiade. Art. 67.De duur van de beleidsplannen vermeld in de artikelen 9, 18, 41, 44 en 54 die door de sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding moeten worden ingediend wordt herleid tot de duur van de lopende olympiade. Art. 68.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari
  13. Art. 69.De Vlaamse minister, bevoegd voor de sport, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 31 mei
  14. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, B. ANCIAUX Bijlage I Model voor het bestand met betrekking tot de aangesloten sportclubs : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Model voor het bestand met betrekking tot de aangesloten leden : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 mei 2002 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Brussel, 31 mei
  15. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, B. ANCIAUX Bijlage II Subsidieerbare posten m.b.t. de basisopdrachten van de sportfederaties brutosalaris occasionele sporttechnische en administratieve medewerkers; rsz/werkgeversbijdrage occasionele sporttechnische en administratieve medewerkers; eindejaarstoelage en vakantiegeld occasionele sporttechnische en administratieve medewerkers; dienstverhuringskosten voor occasionele sporttechnische en administratieve medewerkers; verplaatsingskosten sporttechnische medewerkers; verplaatsingskosten administratieve medewerkers en bestuursleden; verplaatsingskosten deelnemers; verblijfskosten sporttechnische medewerkers; verblijfskosten administratieve medewerkers en bestuursleden; verblijfskosten deelnemers; kosten voor vervoer van materiaal; aankoop of huur van sportmateriaal; aankoop of huur van technologisch materiaal; aankoop of huur van didactisch materiaal; aankoop van bureelbenodigdheden; huur van sportaccommodaties, vergader- en leslokalen; huur van voertuigen, reddings- en volgboten; drukwerken; kosten voor informatie- en promotiemateriaal; verbruikskosten voor interne en externe communicatie; kosten voor kwaliteits- en effectmeting; bijdrage aan de erkende koepelorganisatie (max. 250 euro); kosten aangerekend door verenigingen ter bescherming van auteursrechten; kosten voor medische hulpposten; kosten voor financiële verslaggeving; inschrijvingsgeld cursussen; andere kosten waarvoor Bloso voorafgaandelijk een schriftelijk akkoord heeft gegeven. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 mei 2002 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Brussel, 31 mei
  16. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, B. ANCIAUX Bijlage III Bezoldigingstabel voor de occasionele medewerkers in het kader van de subsidiëring van de basisopdrachten van de sportfederaties DEEL I : SPORTTECHNISCHE EN ADMINISTRATIEVE MEDEWERKERS Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld DEEL II : DOCENTEN VOOR KADEROPLEIDING EN BIJSCHOLING ERKEND DOOR DE VLAAMSE TRAINERSSCHOOL Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 mei 2002 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Brussel, 31 mei
  17. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, B. ANCIAUX Bijlage IV Subsidieerbare posten m.b.t. de opdrachten van de erkende koepelorganisatie honorarium gastsprekers; brutosalaris occasionele medewerkers; rsz/werkgeversbijdrage occasionele medewerkers; eindejaarstoelage en vakantiegeld occasionele medewerkers; verplaatsingskosten bestuursleden; verplaatsingskosten gastsprekers; verplaatsingskosten personeelsleden in vaste dienst; verblijfskosten binnenland gastsprekers; dienstverhuringskosten van occasionele medewerkers; kosten voor vervoer van materiaal; aankoop en huur van didactisch materiaal; aankoop en huur van technologisch materiaal; aankoop van bureelbenodigdheden; huur van voertuigen; huur van lokalen; drukwerken; kosten voor kwaliteits- en effectmeting; kosten aangerekend door verenigingen ter bescherming van auteursrechten; kosten voor informatie- en promotiemateriaal; kosten voor juridisch advies; kosten voor vorming; verbruikskosten voor interne en externe communicatie; kosten voor financiële verslaggeving; andere kosten waarvoor Bloso voorafgaandelijk een schriftelijk akkoord heeft gegeven. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 mei 2002 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Brussel, 31 mei
  18. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, B. ANCIAUX Bijlage V Sporttakkenlijst : sporttakken met hun disciplines die voor subsidiëring in aanmerking komen in het kader van het sporttakkenbeleid zoals bepaald in artikel 2, 8° van het decreet
  19. Aikido 2.Atletiek : loop- en kampnummers, marathon, snelwandelen, veldloop, stratenloop, ultraloop, jogging
  20. Badminton 4.Baseball - Softball
  21. Basketbal 6.Bergbeklimmen : sportklimmen (rots, muur), alpinisme, ijswatervalklimmen, bergwandelen
  22. Boksen : engels boksen (olympisch) 8.Boogschieten : doelschieten (olympisch), field
  23. Dansen : standaard (ballroom), latijns amerikaans, hedendaagse dansen 10.Duiken : vinzwemmen, duiken, onderwaterhockey
  24. Fitness 12.Gewichtheffen - Powerliften : trekken, stoten, bench press, squat, dead lifting
  25. Golf 14.Gymnastiek : artistiek, ritmisch, trampoline, acrobatisch, ritmisch per tuig, aerobics, tumbling, dubbele minitrampoline, synchroon trampoline, algemeen, rope-skipping
  26. Handbal : handbal, strandhandbal 16.Hockey
  27. Ijshockey 18.Ijsschaatsen : figuurschaatsen, snelschaatsen, shorttrack, synchroonschaatsen
  28. Ju-jitsu : duo-games, fighting systems 20.Judo
  29. Kaatsen 22.Kano-kajak : lijnvaren, slalom, polo, marathon, rivier
  30. Karate : stijl, wedstrijd (non-contact) 24.Kendo
  31. Korfbal 26.Krachtbal
  32. Motorrijden : motorcross, trial 28.Oriëntatielopen : looporiëntatie, mountainbike oriëntatie, ski oriëntatie, trial oriëntatie
  33. Paardrijden : dressuur, jumping, eventing, voltige, mennen, endurance, reining 30.Parachutisme : formation skydive, freestyle skydive, style & accuracy landing, canopy formation, freeflying, paraski, skysurfing
  34. Reddend zwemmen : pool, surf (beach) 32.Roeien : boordroeien, koppelroeien
  35. Rolschaatsen : snelschaatsen, kunstschaatsen, hockey, inline hockey, downhill, skateboard 34.Rugby
  36. Schermen : floret, degen, sabel 36.Schieten (olympisch) : geweer, pistool, running target, kleischieten
  37. Skiën : snowboard, vrijestijl, alpine, langlauf, schansspringen, nordic combined, telemark, speed, gras, roller, firngleiten 38.Speleologie
  38. Squash 40.Taekwondo : stijl, sparring (olympisch)
  39. Tafeltennis 42.Tennis
  40. Triatlon-duatlon : triatlon, duatlon, aquatlon, wintertriatlon 44.Voetbal : veldvoetbal, zaalvoetbal, strandvoetbal, minivoetbal
  41. Volleybal : zaalvolleybal, strandvolleybal, parkvolleybal 46.Wandelen
  42. Waterskiën : tornooi (figuur, schans, slalom), blootsvoets, wakeboard, racing, kabelbaan 48.Wielrennen : weg, piste, mountainbike, veldrijden, BMX, trial, fietspolo, indoor (cyclobal, kunstwielrennen)
  43. Worstelen : grieks-romeins, vrijestijl 50.Wushu
  44. Zeilen : olympische klassen, windsurfing, zwaardboot, kielboot, multihull, erkende klassen, klassieke yachtklassen, kitesurfen 52.Zeilwagenrijden : zeilwagenrijden, speedsailing
  45. Zwemmen : zwemmen, waterpolo, synchroonzwemmen, schoonspringen, open-waterzwemmen 54.Gehandicaptensport : boccia, torbal, goalbal en de sporttakken en hun disciplines uit deze sporttakkenlijst Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 mei 2002 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Brussel, 31 mei
  46. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, B. ANCIAUX Bijlage VI Model voor het bestand met betrekking tot de sportieve vrijetijdsbeoefenaars vertegenwoordigd door de erkende organisatie : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 mei 2002 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. Brussel, 31 mei
  47. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, B. ANCIAUX

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.