← België

Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van 20 juli 1994 tot uitvoering van het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het

27 SEPTEMBER 2002. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van 20 juli 1994 tot uitvoering van het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling va

§ 2». Art.

9.In hetzelfde besluit wordt een artikel 16bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 16bis.§ 1. De leidend ambtenaar kan overgaan tot een heffing van ambtswege op grond van de gegevens waarover hij beschikt, in de gevallen waarin de heffingsplichtige nagelaten heeft een van de onderstaande handelingen uit te voeren : 1° een aangifte in te dienen binnen de termijn, vastgesteld in artikel 14, §

§ 2

;2° de vormgebreken waarmee de aangifte is aangetast, te verhelpen binnen de termijn die de leidend ambtenaar hem hiervoor toekent;3° in overeenstemming met artikel 15 de gevraagde inlichtingen te verstrekken of de bescheiden voor te leggen binnen de vastgestelde termijn;4° zich te schikken naar de wettelijk voorgeschreven verplichtingen inzake het houden, het uitreiken, het bewaren of het ter inzage voorleggen van boeken, stukken of registers. In de volgende gevallen kan van ambtswege een heffing worden opgelegd voor het gedeelte dat onwettig werd geëxploiteerd : 1° als de berekeningselementen van de heffing niet of onjuist werden ingeschreven in de aangifte, zoals bepaald in artikel 14, §

§ 2;2° in de gevallen, genoemd in artikel 24, 3°, van het decreet.

Er wordt in elk geval een heffing van ambtswege opgelegd aan de houders van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind in een winning waarvoor proces-verbaal werd opgemaakt naar aanleiding van inbreuken op artikel 15 van het decreet. De heffing op de ontdoken hoeveelheid grind is verschuldigd vanaf de kennisgeving van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder. §

  1. De leidend ambtenaar voegt bij elk bericht van heffing van ambtswege een proces-verbaal. Het proces-verbaal vermeldt de redenen voor de heffing van ambtswege, de periode waarop de heffing van ambtswege van toepassing is, de gegevens waarop de heffing van ambtswege steunt, en de wijze waarop die gegevens zijn vastgesteld. Het proces-verbaal kan door de ambtenaar die het bericht van aanslag van ambtswege ondertekent, worden medegedeeld aan de heffingsplichtige door middel van een eensluidend verklaard afschrift van het origineel. §
  2. Als een heffing van ambtswege is gevestigd, is het de taak van de heffingsplichtige het bewijs te leveren van het juiste bedrag van de verschuldigde heffing. » Art. 10.Artikel 17 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 17.§
  3. Ten aanzien van de heffingsplichtige bedoeld in artikel 13, § 2, wordt de heffing jaarlijks gevestigd op de volgende uiterlijke data : 1° op 30 september voor de afgevoerde hoeveelheid grind van de eerste zesmaandelijkse periode van het jaar in kwestie;2° op 31 maart voor de afgevoerde hoeveelheid grind van de laatste zesmaandelijkse periode van het jaar dat aan de vestiging voorafgaat. §
  4. Ten aanzien van de heffingsplichtige, bedoeld in artikel 13, § 3, wordt de heffing jaarlijks gevestigd op uiterlijk 31 maart voor de werken waarbij grind gewonnen werd, die werden opgeleverd tijdens het jaar dat aan de vestiging voorafgaat. §
  5. In afwijking van §

§ 2

, kan een heffing of een aanvullende heffing worden gevestigd gedurende drie jaar vanaf 1 januari van het heffingsjaar in de gevallen waarin de heffingsplichtige nagelaten heeft tijdig een geldige aangifte in te dienen krachtens artikel 14, §

§ 2

, of als de verschuldigde heffing hoger is dan de heffing die gesteund is op de gegevens, vermeld in de aangifte. Een heffingsplichtige kan voor eenzelfde heffingsjaar meer dan een heffing opgelegd worden. » Art. 11.In artikel 18 van hetzelfde besluit wordt een § 1bis ingevoegd, die luidt als volgt : « § 1bis. De heffingsverhoging en de administratieve geldboete, die krachtens het decreet verschuldigd zijn, worden opgenomen in kohieren die worden meegedeeld aan de met de inning en invordering belaste ambtenaren. De kohieren worden uitvoerbaar verklaard door de leidend ambtenaar. De kohieren vermelden op straffe van nietigheid de volgende gegevens : 1° de naam en het adres van de heffingsplichtige;2° de verwijzing naar het decreet en het besluit;3° het bedrag van de heffingsverhoging of de administratieve geldboete;4° de opgave van de kredietinstelling en van het rekeningnummer waarop de heffingsverhoging of administratieve geldboete door middel van een overschrijving gestort moet worden;5° de handtekening van de ambtenaar die het kohier uitvoerbaar verklaart.» Art. 12.In hetzelfde besluit wordt een artikel 18bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 18bis.§

  1. Bij niet-aangifte of bij niet-tijdige aangifte of in geval van een onvolledige of onjuiste aangifte, als bedoeld in artikel 23bis , § 1, van het decreet, wordt de heffing vermeerderd met een heffingsverhoging. Deze heffingsverhoging wordt berekend op het verschil tussen de heffing zoals berekend op basis van de elementen van de aangifte en de door de afdeling aangehouden heffing of, bij ontstentenis van aangifte, op de door de afdeling aangehouden heffing. §
  2. Het percentage van de heffingsverhoging bij niet-aangifte of bij niet-tijdige aangifte, bedoeld in § 1, wordt als volgt vastgesteld : 1° als de niet-aangifte te wijten is aan omstandigheden buiten de wil van de heffingsplichtige, wordt de heffing niet verhoogd;2° als de aangifte niet binnen de termijn wordt ingediend, maar de heffingsplichtige wel tijdig antwoordt op het bericht van ambtshalve heffing, wordt de heffing verhoogd met 10 % van het gedeelte, genoemd in § 1;3° als de heffingsplichtige niet of niet tijdig antwoordt op het bericht van ambtshalve heffing, wordt de heffing verhoogd met 50 % van het gedeelte, genoemd in § 1; §
  3. Het percentage van de heffingsverhoging bij onvolledige of onjuiste aangifte, genoemd in § 1, wordt als volgt vastgesteld : 1° als de onvolledige of onjuiste aangifte te wijten is aan omstandigheden buiten de wil van de heffingsplichtige, wordt de heffing niet verhoogd;2° als de heffingsplichtige tijdig reageert op het bericht van rechtzetting, wordt de heffing verhoord met 10 % van het gedeelte, genoemd in § 1;3° als de heffingsplichtige niet of niet tijdig reageert op het bericht van rechtzetting, wordt de heffing verhoogd met 50 % van het gedeelte, genoemd in § 1;4° als uit de reactie van de heffingsplichtige blijkt dat de in de aangifte opgegeven gegevens juist zijn, wordt de heffing niet verhoogd. §
  4. De leidend ambtenaar of zijn plaatsvervanger is gemachtigd om de administratieve geldboete, bedoeld in artikel 23bis , § 2, van het decreet, op te leggen. De heffingsverhoging en de administratieve geldboete moet binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte ter post van de in § 6 genoemde aangetekende brief, worden betaald aan het Grindfonds. §
  5. De heffingsplichtige wordt van het voornemen tot het opleggen van de maatregel, bedoeld in §

§ 4op de hoogte gebracht met een aangetekende brief met ontvangstbericht.

Die kennisgeving vermeldt het bedrag van de maatregel, de tekst van artikel 15, § 8, van het decreet, en ook dag, plaats en uur waarop de heffingsplichtige zal worden gehoord tijdens een hoorzitting. De hoorzitting mag op zijn vroegst vijftien dagen na de verzending van de aangetekende brief plaatshebben. De kennisgeving vermeldt de plaats waar en de periode waarin het dossier kan worden ingezien. Het dossier ligt ter inzage ten minste tien dagen voor de hoorzitting. De heffingsplichtige kan op de hoorzitting een notitie indienen en hij mag zich laten bijstaan door een raadsman. Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. §

  1. Na de hoorzitting neemt de leidend ambtenaar de zaak onmiddellijk in beraad. De beslissing wordt met redenen omkleed. De leidend ambtenaar deelt de beslissing mee aan de overtreder binnen tien dagen na de hoorzitting. Hij doet dat via een aangetekende brief met ontvangstbericht. » §
  2. De heffingsverhoging en de administratieve geldboete moeten binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte ter post van de in § 6 genoemde aangetekende brief, worden betaald aan het Grindfonds. Art. 13.In artikel 19, § 1, van hetzelfde besluit wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « §
  3. De persoon, op wiens naam de heffing in het kohier is ingeschreven, kan tegen de gevestigde heffing, heffingsverhogingen en administratieve geldboeten een bezwaarschrift indienen bij de leidend ambtenaar. » Art. 14.In artikel 25, §

§ 2

, van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 26 » vervangen door de woorden « artikel 24 ». Art. 15.In hetzelfde besluit wordt een afdeling 4, bestaande uit artikel 25bis, ingevoegd, dat luidt als volgt : « Afdeling 4. Overdracht of samenvoeging van productiequota Art. 25bis.§ 1. Elke overdracht of samenvoeging van productiequota moet, met toepassing van artikel 16, § 3, van het decreet door de betrokken houders van productiequota aan het grindcomité worden aangemeld. § 2. De betrokken houders van productiequota gebruiken voor de aanmelding een aanmeldingsformulier dat door de administratie is vastgesteld. § 3. Het aanmeldingsformulier bevat de volgende gegevens : 1° het adres en de benaming van het grindcomité;2° de vermelding « Aanmelding overdracht en/of samenvoeging productiequota »;3° de concrete gegevens van de overdracht :

  1. a)de identificatie van de overdrager;
  2. b)de identificatie van de overnemer;
  3. c)de over te dragen productiequota;
  4. d)de periode waarvoor de over te dragen productiequota gelden;
  5. e)de datum van de overdracht.4° de concrete gegevens van de samenvoeging :
  6. a)de identificatie van de houders van productiequota die hun quota samenvoegen;
  7. b)de samen te voegen productiequota;
  8. c)de periode waarover de samen te voegen productiequota gelden;
  9. d)de datum van de samenvoeging.» Art. 16.In artikel 26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord « maandelijks » wordt vervangen door het woord « trimestrieel »;2° de woorden « departement Coördinatie » worden vervangen door de woorden « departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw ». Art. 17.De Vlaamse minister wijst op voordracht van de V.Z.W. Toerisme Limburg de vertegenwoordiger van de V.Z.W. Toerisme Limburg aan in het herstructureringscomité. Art. 18.§ 1. De artikelen 3 en 9 van het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 11/08/2001 numac 2001035865 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning sluiten houdende wijziging van het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning treden in werking op datum van inwerkingtreding van dit besluit. § 2. Artikel 12, 2°, van hetzelfde decreet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002. Art. 19.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad . Art. 20.De Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 27 september 2002. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Buitenlandse Handel en Huisvesting, J. GABRIELS Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 27 september 2002 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Buitenlandse Handel en Huisvesting, J. GABRIELS

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.