artikel 3, 5° van het Aardgasdecreet;3° houder van een leveringsvergunning : elke persoon die beschikt over een leveringsvergunning, zoals
artikel 3, 18° van het Aardgasdecreet;4° met een onderneming verbonden ondernemingen : de ondernemingen, met uitsluiting van de aardgasnetbeheerders, a) waarover de onderneming een controlebevoegdheid, zoals
het Wetboek van Vennootschappen, uitoefent;b) die een controlebevoegdheid, zoals
het Wetboek van Vennootschappen, over de onderneming uitoefenen;c) waarmee de onderneming een consortium, zoals
het Wetboek van Vennootschappen, vormt;d) die, bij weten van haar bestuursorgaan, onder de controle staan van de ondernemingen,
a),
c), of met daarmee verbonden of geassocieerde ondernemingen die, volgens de VREG, zijn oordeel kunnen beïnvloeden.9° aanvrager : persoon die een aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van een leveringsvergunning;10° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid. TITEL II. - Beheer van het distributienet HOOFDSTUK I. - De voorwaarden waaraan de aardgasnetbeheerder moet voldoen Afdeling I. - De voorwaarden inzake financiële en technische capaciteit Art. 2.De aardgasnetbeheerder beschikt over voldoende financiële en technische capaciteit om de activiteiten als aardgasnetbeheerder uit te oefenen. Art. 3.De financiële capaciteit kan, onder meer, aangetoond worden door de volgende referenties : 1° passende bankverklaringen;2° voorlegging van de balansen, uittreksels uit de balansen of jaarrekeningen, indien de wetgeving van het land waar de aardgasnetbeheerder gevestigd is de bekendmaking van de balansen voorschrijft;3° een verklaring over de omzet van de laatste drie boekjaren. Art. 4.De technische capaciteit kan, onder meer, aangetoond worden door de volgende referenties : 1° een lijst met de relevante studie- en beroepskwalificaties van de personeelsleden;2° een lijst met de voornaamste activiteiten in de laatste drie jaar;3° een verklaring die de vermelding bevat van de werktuigen, het materiaal en de technische uitrusting waarover de aardgasnetbeheerder beschikt voor het beheer van het distributienet;4° een verklaring die de gemiddelde jaarlijkse personeelsbezetting en de omvang van het kader weergeeft tijdens de laatste drie jaar;5° een verklaring waarin de technici of de technische diensten vermeld worden die, al dan niet deel uitmakend van de aardgasnetbeheerder, ter beschikking staan van de aardgasnetbeheerder voor het beheer van het distributienet. Afdeling II. - De voorwaarden inzake professionele betrouwbaarheid Art. 5.De aardgasnetbeheerder geeft blijk van voldoende professionele betrouwbaarheid om de activiteiten als aardgasnetbeheerder uit te oefenen. Art. 6.Er wordt geen blijk gegeven van professionele betrouwbaarheid door diegene : 1° die in staat van faillissement of van vereffening verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt of die in een overeenstemmende toestand verkeert als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in de wetgevingen en reglementeringen van de lidstaten van de Europese Unie;2° die aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor wie een procedure van vereffening aanhangig is of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure die bestaat in de wetgevingen en reglementeringen van de lidstaten van de Europese Unie. Art. 7.De VREG kan beslissen dat er geen blijk van professionele betrouwbaarheid wordt gegeven door diegene : 1° die zelf, of waarvan een bestuurs- of directielid, bij een vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een misdrijf dat zijn professionele integriteit aantast;2° die bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan, vastgesteld op elke grond die de VREG aannemelijk kan maken;3° die niet voldaan heeft aan de verplichtingen inzake de betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid die overeenkomstig de Belgische wetgeving of de wetgeving van het land waar hij gevestigd is, op hem rusten;4° die niet voldaan heeft aan de verplichtingen inzake de betaling van belastingen die overeenkomstig de Belgische wetgeving of de wetgeving van het land waar hij gevestigd is, op hem rusten;5° die zich schuldig heeft gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen die op grond van het Aardgasdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten moeten worden verstrekt;6° die een gerechtelijk akkoord heeft verkregen, voor wie een procedure van gerechtelijk akkoord aanhangig is of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure die bestaat in de wetgevingen en reglementeringen van de lidstaten van de Europese Unie. Art. 8.Het bewijs dat men zich niet bevindt in een van de gevallen die opgesomd werden in artikel 6 of 7, kan, onder meer, geleverd worden door de volgende stukken : 1° voor artikel 6,1° : een bewijs van niet-faillissement en een bewijs van inschrijving of evenwaardige documenten, uitgereikt door een gerechtelijke of overheidsinstantie van het land van oorsprong waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan;2° voor artikel 6, 2°, en artikel 7, 1° en 6° : een uittreksel uit het strafregister of een evenwaardig document, uitgereikt door een gerechtelijke of overheidsinstantie van het land van oorsprong of herkomst, waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan;3° voor artikel 7, 3° en 4° : een getuigschrift, uitgereikt door de bevoegde overheidsinstantie van het land in kwestie. Wanneer een van de voornoemde documenten of getuigschriften niet uitgereikt wordt in het land in kwestie, kan het vervangen worden door een verklaring onder eed of een plechtige verklaring van de betrokkene voor een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst. Afdeling III. - De voorwaarden inzake het eigendoms- of exploitatierecht op het distributienet Art. 9.De aardgasnetbeheerder beschikt over de volle eigendom of het exploitatierecht op het distributienet waarvoor hij de aanvraag ingediend heeft. Afdeling IV. - De voorwaarden inzake de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de aardgasnetbeheerder ten aanzien van invoerders van buitenlands aardgas, houders van een leveringsvergunning en tussenpersonen Onderafdeling I. - Inleidende bepaling Art. 10.De voorwaarden die in deze afdeling worden opgelegd inzake de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de aardgasnetbeheerder ten aanzien van invoerders van buitenlands aardgas, houders van een leveringsvergunning en tussenpersonen, gelden niet ten aanzien van aardgasnetbeheerders voor de leveringsactiviteiten die zij uitoefenen op grond van artikel 8, § 1, 2° en van artikel 18, 1° van het Aardgasdecreet, op grond van de gedragscode,
artikel 15/5, § 3 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en op grond van het technisch reglement,
artikel 9 van het Aardgasdecreet. Onderafdeling II. - De activiteiten van de aardgasnetbeheerder Art. 11.De aardgasnetbeheerder mag geen andere activiteiten ondernemen inzake levering van aardgas dan de activiteiten, vermeld in de artikelen 8 en 18, 1°, van het Aardgasdecreet, de gedragscode,
artikel 15/5, § 3 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en in het technisch reglement,
artikel 9 van het Aardgasdecreet. Art. 12.§
artikel 12, § 1, de instemming van een meerderheid van de onafhankelijke bestuurders vereisen. Onderafdeling VII. - Het orgaan, belast met de dagelijkse leiding van de aardgasnetbeheerder en de personeelsleden van de aardgasnetbeheerder Art. 20.Onverminderd de bevoegdheden van het bestuursorgaan neemt de aardgasnetbeheerder de maatregelen die nodig zijn om de toegang tot de persoonlijke en commerciële gegevens over de netgebruikers en tot de verwerking van die gegevens te beperken tot de leden van het orgaan, belast met de dagelijkse leiding van de aardgasnetbeheerder en de personeelsleden die deze informatie nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Art. 21.De leden van het orgaan dat belast is met de dagelijkse leiding van de aardgasnetbeheerder en de personeelsleden van de aardgasnetbeheerder mogen geen enkele functie of activiteit, al dan niet bezoldigd, voor een invoerder van buitenlands aardgas, een houder van een leveringsvergunning, een tussenpersoon of met die ondernemingen verbonden of geassocieerde ondernemingen uitoefenen die geen functie of activiteit voor een aardgasnetbeheerder of als lid van het bestuursorgaan van een van de voornoemde personen is. HOOFDSTUK II. - De procedure tot aanwijzing van de aardgasnetbeheerders Art. 22.§ 1. Het opstarten van de procedure tot aanwijzing van een of meer aardgasnetbeheerders wordt door de VREG bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door middel van een aankondiging. § 2. De aankondiging vermeldt onder meer : 1° de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer van de VREG;2° de termijn waarbinnen de aanvragen tot aanwijzing als aardgasnetbeheerder ingediend moeten worden;3° de stukken die nodig zijn om na te gaan of de kandidaat-aardgasnetbeheerder :
de artikelen 2 tot en met 21, en aan de openbaredienstverplichtingen, opgelegd op grond van artikel 18, 1°, van het Aardgasdecreet. Indien de kandidaat-aardgasnetbeheerder niet aan de voorwaarden
het eerste lid voldoet, brengt de VREG binnen drie maanden na ontvangst van de volledige aanvraag de kandidaat-aardgasnetbeheerder daarvan per aangetekende brief op de hoogte. Hierbij worden de redenen vermeld waarom niet aan de voorwaarden werd voldaan en de termijn waarbinnen de kandidaat-aardgasnetbeheerder, op straffe van verval van de aanvraag, aan deze voorwaarden kan voldoen. Art. 26.De naam, het adres van de aardgasnetbeheerder, de gebiedsomschrijving evenals de datum van de aanvang van de periode waarvoor de aardgasnetbeheerder aangewezen is, worden door de VREG bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad . HOOFDSTUK III. - Informatieverstrekking door de aardgasnetbeheerder Art. 27.Het bestuursorgaan van de aardgasnetbeheerder bezorgt jaarlijks, op een door de VREG te bepalen datum, aan de VREG een verslag over de wijze waarop aan de voorwaarden van dit besluit werd voldaan. Met betrekking tot de in artikel 12 bedoelde aangelegenheden worden in het verslag gegevens aangereikt over de wijze waarop derden bij de besluitvorming en de uitvoering van de beslissingen van de aardgasnetbeheerder betrokken werden, wie deze derden zijn, welke de aard en de omvang was van de hen toevertrouwde opdrachten en welke vergoedingen daarvoor werden betaald. Met betrekking tot de persoonlijke en commerciële gegevens,
artikel 20, bevat het verslag minstens : 1° een gedetailleerde classificatie van de informatie die als vertrouwelijk wordt behandeld;2° een opsomming van de categorieën van personeelsleden die tot die vertrouwelijke informatie toegang hebben, alsook de aspecten van die informatie waartoe ze toegang hebben;3° een overzicht van de procedures en voorzorgsmaatregelen die de vertrouwelijkheid van die informatie waarborgen. Art. 28.Het bestuursorgaan van de aardgasnetbeheerder bezorgt jaarlijks aan de VREG de goedgekeurde jaarrekening van de aardgasnetbeheerder, vergezeld van een toelichting waaruit onder meer blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden, bepaald in de artikelen 13 en 14. Art. 29.Onverminderd de verplichtingen, bepaald in artikel 27 en 28, bezorgt het bestuursorgaan van de aardgasnetbeheerder aan de VREG de volgende informatie : 1° elke wijziging van de statuten van de aardgasnetbeheerder zoals ze zijn toegevoegd aan de aanvraag tot aanwijzing evenals de notulen van de vergadering van het orgaan dat tot de statutenwijziging beslist heeft;2° elke wijziging van het aandeelhouderschap van de aardgasnetbeheerder;3° elke wijziging in de samenstelling van het bestuursorgaan van de aardgasnetbeheerder;4° elke andere belangrijke wijziging die gevolgen kan hebben voor de wijze waarop de aardgasnetbeheerder voldoet aan de voorwaarden van dit besluit. HOOFDSTUK IV. - Herroeping van de aanwijzing Art. 30.Indien de aanwijzing van een aardgasnetbeheerder wordt herroepen met toepassing van artikel 7 van het Aardgasdecreet, wijst de VREG een nieuwe aardgasnetbeheerder aan overeenkomstig de procedure, vervat in hoofdstuk II of, eventueel, in hoofdstuk V. De aanwijzing heeft betrekking op de resterende duurtijd van de aanwijzing die herroepen werd. HOOFDSTUK V. - Voorwaardelijke aanwijzing als aardgasnetbeheerder Art. 31.De VREG kan in een gemotiveerde beslissing overgaan tot aanwijzing van een kandidaat als aardgasnetbeheerder hoewel die niet voldoet aan alle voorwaarden van dit besluit. Van die mogelijkheid kan alleen gebruik worden gemaakt als voor het distributienet in kwestie geen enkele kandidaat aan alle in dit besluit vermelde voorwaarden voldoet en als de kandidaat,
het eerste lid, voldoet aan de voorwaarden die vermeld werden in de artikelen 2 tot en met
de artikelen 6 tot en met 8. Afdeling III. - De voorwaarden inzake capaciteit om aan de behoeften van de klanten te voldoen Art. 36.De houder van een leveringsvergunning beschikt over voldoende capaciteit om aan de behoeften van zijn klanten te voldoen bij de levering van aardgas. Art. 37.De capaciteit om aan de behoeften van zijn klanten te voldoen kan, onder meer, aangetoond worden door de volgende referenties : 1° een beschrijving van de hoeveelheid aardgas die zelf ingevoerd wordt of aangekocht wordt bij derden, evenals de oorsprong van het aardgas;2° een beschrijving van de hoeveelheid en de aard van het geleverde aardgas;3° een beschrijving van de manier waarop het evenwicht tussen het ingevoerde of gekochte aardgas en het geleverde aardgas gerealiseerd wordt. Afdeling IV. - De voorwaarden inzake de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de houder van een leveringsvergunning ten opzichte van de aardgasnetbeheerders Art. 38.De voorwaarden bepaald in de artikelen 10 tot 21 zijn van overeenkomstige toepassing op de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de houders van een leveringsvergunning ten opzichte van de aardgasnetbeheerders. Aan de voorwaarden,
het eerste lid, moet niet worden voldaan door een aardgasnetbeheerder die een leveringsvergunning aanvraagt voor de verkoop van aardgas voor de uitvoering van de verplichtingen, opgenomen in artikel 18, 1°, van het Aardgasdecreet, de gedragscode,
artikel 15/5, § 3 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, en het technisch reglement,
artikel 9 van het Aardgasdecreet. HOOFDSTUK II. - De procedure tot toekenning van een leveringsvergunning Art. 39.De aanvraag tot toekenning van een leveringsvergunning, wordt gericht aan de VREG. De aanvraag wordt ingediend per aangetekende brief of afgegeven tegen ontvangstbewijs. Daarbij bezorgt de aanvrager een dossier waarin wordt aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarden van dit besluit. Art. 40.De VREG gaat na of de aanvraag volledig is. Indien de aanvraag niet volledig is, brengt de VREG, binnen een maand na ontvangst van de aanvraag, de aanvrager daarvan per aangetekende brief op de hoogte. Daarbij worden de redenen vermeld waarom de aanvraag niet volledig werd bevonden en de termijn waarbinnen de aanvrager, op straffe van verval van de aanvraag, het dossier kan vervolledigen. Art. 41.De VREG gaat op grond van de inlichtingen over de eigen situatie van iedere aanvrager en van de inlichtingen en documenten waarover ze beschikt na of de aanvrager voldoet aan de voorwaarden,
hoofdstuk I, en aan de openbaredienstverplichtingen, opgelegd op grond van artikel 18, 2°, van het Aardgasdecreet. Art. 42.Indien de aanvrager aan de voorwaarden
artikel 41 voldoet, brengt de VREG, binnen drie maanden na ontvangst van de volledige aanvraag, de aanvrager per aangetekende brief op de hoogte van haar beslissing tot toekenning van de leveringsvergunning. Indien de aanvrager niet aan de voorwaarden
artikel 41 voldoet, brengt de VREG binnen drie maanden na ontvangst van de volledige aanvraag de aanvrager op de hoogte van de beslissing om geen leveringsvergunning toe te kennen. Daarbij worden de redenen vermeld waarom niet aan de voorwaarden werd voldaan en de termijn waarbinnen de aanvrager, op straffe van verval van de aanvraag, alsnog aan deze voorwaarden kan voldoen. Art. 43.Een leveringsvergunning wordt toegekend voor onbepaalde termijn. Art. 44.De beslissing tot toekenning van een leveringsvergunning wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad , met aanduiding van de naam en het adres van de houder van een leveringsvergunning. HOOFDSTUK III. - Intrekking van de leveringsvergunning Art. 45.Indien de VREG van oordeel is dat een houder van een leveringsvergunning niet meer voldoet aan de voorwaarden van hoofdstuk I, brengt ze de houder van de leveringsvergunning daarvan per aangetekende brief op de hoogte. Hierbij worden de redenen vermeld waarom niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan. Indien de houder van een leveringsvergunning niet de nodige handelingen stelt, binnen de door de VREG te bepalen termijn, om aan de voorwaarden van hoofdstuk I te voldoen, zal de VREG, op voorwaarde dat de houder van de leveringsvergunning werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, de leveringsvergunning intrekken. De gemotiveerde beslissing van de VREG om de leveringsvergunning in te trekken wordt per aangetekende brief bekendgemaakt aan de aanvrager. Deze beslissing en de datum waarop de intrekking ingaat, wordt door de VREG eveneens bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad . HOOFDSTUK IV. - Beroep Art. 46.§ 1. De aanvrager of de houder van een leveringsvergunning kan beroep instellen bij de minister tegen de beslissingen van de VREG inzake de toekenning of de intrekking van een leveringsvergunning. Het beroep moet worden ingesteld binnen vijftien dagen na de kennisgeving van de beslissing van de VREG. Het beroep wordt per aangetekende brief gericht aan de minister en ter kennis gebracht van de VREG. § 2. De beslissing van de minister wordt binnen twee maanden na ontvangst van de aanvraag ter kennis gebracht van de indiener van het beroep en van de VREG. § 3. Indien de minister oordeelt dat het beroep gegrond is of indien de minister binnen de termijn
geen uitspraak heeft gedaan, zorgt de VREG ervoor dat, uiterlijk vijftien dagen na de ontvangst van de beslissing van de minister of na het einde van de termijn
HOOFDSTUK V. - Controlewijziging, fusie of splitsing Art. 47.§
artikel
artikel
, 2°, kan de aardgasnetbeheerder de facturering van het aardgasverbruik van de gebonden afnemers, met name de opmaak, de verzending en de inning van de facturen, toevertrouwen aan de door hem aangewezen leverancier, voorzover laatstgenoemde deze taken uitvoert in naam en voor rekening van de aardgasnetbeheerder. § 3. De aardgasnetbeheerder deelt aan de door hem aangewezen leverancier de gegevens inzake de gebonden afnemers mee, die noodzakelijk zijn opdat de leverancier de taak,
De VREG bepaalt welke gegevens noodzakelijk zijn. Art. 51.§
De VREG bepaalt welke gegevens noodzakelijk zijn. Art. 52.Vanaf de datum waarop een afnemer als een in aanmerking komende afnemer wordt beschouwd, is deze vrij om van leverancier te veranderen volgens de procedure, bepaald in het technisch reglement. TITEL V. - In aanmerking komende afnemers Art. 53.Op 1 juli 2003 zijn alle afnemers van aardgas in aanmerking komende afnemers. Art. 54.De locatie, zoals
artikel 13, § 1, 2° van het Aardgasdecreet, is het aansluitingspunt op het distributienet waar het verbruik van de afnemer wordt gemeten. TITEL VI. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 55.Bij wijze van overgangsmaatregel kan de VREG de personen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit instaan voor de aardgasdistributie, aanwijzen als aardgasnetbeheerder voor het gebied waarin zij de aardgasdistributie verzekeren. Die overgangsmaatregel eindigt op het ogenblik dat, overeenkomstig de voorwaarden van titel II van dit besluit, een aardgasnetbeheerder wordt aangewezen en in ieder geval een jaar na de publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad . Art. 56.De leveranciers, die door de aardgasnetbeheerders worden aangewezen voor de taken,
de artikelen 50, § 1, 2°, en 51, § 1, kunnen een tijdelijke leveringsvergunning krijgen van de VREG. Deze leveringsvergunning is enkel geldig tot zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit. Art. 57.Artikel 13 treedt in werking 5 jaar na de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 58.Dit besluit treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse regering van 11 oktober 2002 betreffende de inwerkingtreding van de bepalingen van het Aardgasdecreet. In afwijking van het vorige lid treedt het artikel 54 in werking op 1 januari 2003 en de artikelen 50 en 51 op de datum waarop de aanwijzing van de eerste aardgasnetbeheerder voor het Vlaamse distributienet in voege treedt. Art. 59.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Energiebeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 11 oktober 2002. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, S. STEVAERT
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.