28 MAART 2003. - Ministerieel besluit tot vastlegging van het model en het gebruik van het ontvangstbewijsboekje, van het ontvangstbewijs-getuigschrift voor verstrekte hulp en van het dagboek te gebruiken door de podologen en de diëtisten De Minister van Financiën, Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzonderheid de artikelen 320 en 321; Gelet op het ministerieel besluit van 17 december 1998Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 17/12/1998 pub. 30/12/1998 numac 1998003657 bron ministerie van financien Ministerieel besluit tot vastlegging van het model van het ontvangstbewijsboekje en het dagboek te gebruiken door personen die een vrij beroep, een ambt of een post uitoefenen, die uitsluitend overeenkomstig artikel 44 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde vrijgestelde handelingen verrichten en voor wie geen specifieke besluiten werden getroffen ter uitvoering van de artikelen 320 en 321 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 type ministerieel besluit prom. 17/12/1998 pub. 30/12/1998 numac 1998003658 bron ministerie van financien Ministerieel besluit tot vastlegging van het model van het ontvangstbewijsboekje en van het dagboek te gebruiken door personen die een vrij beroep, een ambt of een post uitoefenen, met uitsluiting van degenen die uitsluitend overeenkomstig artikel 44 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde vrijgestelde handelingen verrichten en degenen voor wie specifieke besluiten werden getroffen ter uitvoering van de artikelen 320 en 321 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 type ministerieel besluit prom. 17/12/1998 pub. 30/12/1998 numac 1998003662 bron ministerie van financien Ministerieel besluit tot vastlegging van het model en het gebruik van het ontvangstbewijs-getuigschrift voor verstrekte hulp en van het dagboek die moeten worden gebruikt door de tandheelkundigen sluiten tot vastlegging van het model en het gebruik van het ontvangstbewijsboekje en van het dagboek te gebruiken door personen die een vrij beroep, een ambt of een post uitoefenen, met uitsluiting van degenen die uitsluitend overeenkomstig artikel 44 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde vrijgestelde handelingen verrichten en degenen voor wie specifieke besluiten werden getroffen ter uitvoering van de artikelen 320 en 321 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij ministerieel besluit van 18 december 2001; Gelet op de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende : - dat bepaalde verstrekkingen verricht door podologen en diëtisten recht geven op een tussenkomst van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging in uitvoering van het koninklijk besluit van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003022184 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 januari 1991 tot vaststelling van de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot vaststelling van de honoraria en prijzen van die verstrekkingen en tot vaststelling van het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming in die honoraria en prijzen sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 januari 1991 tot vaststelling van de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot vaststelling van de honoraria en prijzen van die verstrekkingen en tot vaststelling van het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming in die honoraria en prijzen; - dat dit koninklijk besluit op 1 maart 2003 in werking is getreden; - dat de podologen en diëtisten, voor de hier bedoelde verstrekkingen, gebruik zullen moeten maken van formulieren van ontvangstbewijzen- getuigschriften voor verstrekte hulp; - dat dit besluit derhalve het model en het gebruik vastlegt van het ontvangstbewijs-getuigschrift voor verstrekte hulp, evenals van het ontvangstbewijsboekje en van het dagboek te gebruiken door de podologen en diëtisten vanaf 1 april 2003; - dat het dus onverwijld moet worden getroffen, Besluit : Artikel 1.De podologen en de diëtisten gebruiken ontvangstbewijsboekjes en een dagboek overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde modellen. Voor de verstrekkingen die aanleiding geven tot een tussenkomst van de verplichte ziekteverzekering gebruiken de podologen en diëtisten formulieren van ontvangstbewijzen-getuigschriften voor verstrekte hulp overeenkomstig het bij dit besluit gevoegde model. Ontvangstbewijsboekjes Art. 2.De in artikel 1 beoogde personen schaffen zich op hun kosten ontvangstbewijsboekjes aan bij een door de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiên erkende drukker. Art. 3.Elk boekje bevat 50 ontvangstbewijzen die zijn samengesteld uit evenveel afscheurbare bladen (originelen) en vastgehechte bladen (duplicaten). Art. 4.De drukker nummert : - de ontvangstbewijzen van 1 tot 50; - de boekjes in een doorlopende reeks, per leveringsjaar. Hij drukt, in volgorde : - op de omslag van het boekje : het jaartal van het leveringsjaar en het nummer van het boekje; - op elk ontvangstbewijs : de gegevens bedoeld in het vorige streepje en het nummer van het ontvangstbewijs. Art. 5.De boekjes worden gebruikt in de volgorde van hun nummering, te beginnen met het boekje dat het laagste nummer draagt van het oudste jaar. Verschillende boekjes mogen evenwel gelijktijdig worden gebruikt wanneer dit de organisatie van het werk vergemakkelijkt, op voorwaarde dat niet meer dan nodig is van de in het vorige lid bepaalde volgorde wordt afgeweken. Art. 6.De inschrijvingen op het origineel van het ontvangstbewijs worden op het duplicaat doorgeschreven door middel van carbonpapier of een doorschrijflaagje dat de keerzijde van het origineel bedekt. Art. 7.De in artikel 320 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde beroepsontvangsten die zijn behaald uit hoofde van verstrekkingen die niet zijn bedoeld in artikel 1, tweede lid, van dit besluit, geven aanleiding tot het uitreiken van een ontvangstbewijs. Ontheffing van de verplichting tot het opstellen en het uitreiken van het in het vorige bedoelde ontvangstbewijs wordt nochtans toegestaan voor de betalingen die worden verricht door storting of overschrijving op een post- of bankrekening van de begunstigde. Eenzelfde ontheffing wordt toegestaan voor betalingen waarvoor op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde een kwitantie wordt uitgereikt overeenkomstig artikel 6, § 3, van het koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Art. 8.Van zodra het ontvangstbewijsboekje volledig is gebruikt, gebeurt de afsluiting ervan door het overnemen en optellen van de op de duplicata van de ontvangstbewijzen vermelde ontvangsten op een blaadje papier dat bij het boekje dient te blijven. Op dit blaadje dient tegenover elk van de ontvangsten het desbetreffende registratienummer van het boek voor uitgaande facturen inzake de belasting over de toegevoegde waarde te worden aangebracht. Voor een boekje dat werd begonnen doch op het einde van het jaar nog niet volledig is gebruikt, gebeurt de afsluiting evenwel op die datum, volgens de in het vorig lid bepaalde manier, en de niet gebruikte ontvangstbewijzen van dit boekje worden doorstreept en bewaard. Art. 9.De in artikel 1 beoogde personen zijn ertoe gehouden, op elk verzoek, aan de ambtenaren van de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën hun niet gebruikte boekjes en ontvangstbewijzen te tonen. Ontvangstbewijs-getuigschrift voor verstrekte hulp Art. 10.De formulieren van ontvangstbewijzen-getuigschriften voor verstrekte hulp zijn uit twee delen samengesteld : - het bovenste deel is het getuigschrift voor verstrekte hulp dat de gerechtigde inzake ziekte- en invaliditeitsverzekering terzake in staat stelt de voor hem bepaalde voordelen te genieten; - het onderste deel vormt het in artikel 320 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde ontvangstbewijs dat voor de patiënt als bewijs van betaling geldt. Art. 11.De formulieren van ontvangstbewijzen-getuigschriften voor verstrekte hulp worden uitsluitend door de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën gedrukt op blauw papier. Zij worden tegen betaling ter beschikking gesteld van de in artikel 1 vermelde beoefenaars, die ze bij die diensten moeten bestellen. De prijs van die formulieren en de betalingsmodaliteiten worden door de ambtenaar belast met de algemene leiding van de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën of de door hem aangeduide ambtenaar vastgelegd. Art. 12.De formulieren van ontvangstbewijzen-getuigschriften voor verstrekte hulp die bestaan uit originelen en duplicaten, worden geleverd in boekjes- of in kettingvorm. Art. 13.De formulieren van ontvangstbewijzen-getuigschriften voor verstrekte hulp bevatten de algemene vermeldingen die op het bij dit besluit gevoegde model voorkomen. De formulieren in boekjesvorm bevatten daarenboven de volgende individuele vermeldingen betreffende de beoefenaar : - naam en voornaam; - hoedanigheid; - adres van de woonplaats of van de spreekkamer; - identificatienummer bij het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. De in artikel 1 vermelde beoefenaars vullen de kettingformulieren aan met de in het vorige lid opgesomde vermeldingen. Art. 14.De boekjes of de kettingformulieren van ontvangstbewijzen-getuigschriften voor verstrekte hulp worden doorlopend genummerd per beoefenaar en per leveringsjaar. Ze moeten zoveel mogelijk volgens hun nummering worden gebruikt; ze blijven onbeperkt geldig, ook na het verstrijken van het jaar van de levering. Art. 15.De in artikel 320 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde beroepsontvangsten die zijn behaald uit hoofde van verstrekkingen die zijn bedoeld in artikel 1, tweede lid, van dit besluit, geven aanleiding tot het afleveren van het ontvangstbewijs. Art. 16.Het getuigschrift voor verstrekte hulp wordt ingevuld overeenkomstig de inzake ziekte- en invaliditeitsverzekering geldende wettelijke of reglementaire bepalingen. Art. 17.Wanneer het ontvangstbewijs zonder het getuigschrift voor verstrekte hulp wordt gebruikt of wanneer het getuigschrift voor verstrekte hulp zonder het ontvangstbewijs wordt gebruikt, moet het niet gebruikte deel van het formulier van ontvangstbewijs-getuigschrift voor verstrekte hulp worden doorgestreept en gevoegd blijven bij het boekje of bij de duplicaten. Art. 18.Ontheffing van de verplichting tot het opstellen en het uitreiken van het in artikel 15 bedoelde ontvangstbewijs wordt toegestaan voor de betalingen die worden verricht door storting of overschrijving op een post- of bankrekening van de begunstigde. Art. 19.De op het origineel van het ontvangstbewijs-getuigschrift voor verstrekte hulp gedane inschrijvingen worden, behalve die betreffende de identiteit van de gerechtigde en van de patiënt, gelijktijdig op het duplicaat overgebracht door middel van de doorschrijflaag, die een gedeelte van de keerzijde van het origineel bedekt. Art. 20.§ 1. De op de formulieren in boekjes vermelde ontvangsten worden per boekje samengevat en opgeteld op een blad papier dat bij dat boekje gevoegd moet blijven. De op de kettingformulieren vermelde ontvangsten worden samengevat en opgeteld, ofwel, per reeks van 50 formulieren, op een blad papier dat bij de duplicaten van de desbetreffende reeks formulieren gevoegd moet blijven, ofwel op een computerlisting, zoals bedoeld in artikel 24. § 2. Aan het einde van elk jaar worden de niet volledig gebruikte boekjes of reeksen van 50 kettingformulieren afgesloten en wordt de samenvatting en de optelling gemaakt. De niet gebruikte formulieren van die boekjes of reeksen worden doorgestreept en bewaard. Art. 21.De gebruikte boekjes of reeksen van 50 kettingformulieren, met inbegrip van die vermeld in artikel 20, § 2, worden door de beoefenaar bewaard gedurende zes jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin die boekjes of reeksen werden gebruikt. De beoefenaar is ertoe gehouden op verzoek van de ambtenaren van de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën de boekjes of reeksen waarvan sprake is in het vorige lid, alsmede de voorraad niet gebruikte boekjes of reeksen voor te leggen. Dagboek Art. 22.Voor elk gebruik wordt het dagboek aan de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën voorgelegd om te worden genummerd en geparafeerd. Art. 23.Het dagboek wordt per jaar gehouden; het volgende moet erin worden opgetekend : 1° ontvangsten :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.