nieuwe categorie van instellingen voor collectieve belegging, private privak genaamd, en houdende diverse fiscale bepalingen
aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - De private privak Art. 2.In artikel 2, van de wet van 4 december 1990 betreffende de financiële transacties en de financiële markten, vervangen bij de wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten, wordt aan de eerste paragraaf
vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Voor de toepassing van artikel 105, eerste lid, 1°,
4°, luidende : « 4° de beleggingsinstellingen met
vast aantal rechten van deelneming die zijn geregeld bij statuten, opgericht voor
bepaalde duur en met als uitslui tend doel de collectieve belegging in toegelaten financiële instrumenten uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen.» Art. 5.In boek III, titel I, hoofdstuk I, van dezelfde wet, worden
« Afdeling V. - De private privak » alsmede de artikelen 119decies en 119undecies ingevoegd, luidende : « Art. 119decies.Onder beleggingsvennootschap met vast kapitaal zoals bedoeld in artikel 108, eerste lid, 4°, « private privak » genaamd, wordt verstaan, de beleggingsinstelling die is opgericht als gewone commanditaire vennootschap, als commanditaire vennootschap op aandelen of als naamloze vennootschap, voor
maximale duur van 12 jaar en die is ingeschreven op de lijst van de private privaks bedoeld in artikel 136ter, §
jaarrekening opstellen volgens de regels die de Koning heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 92, § 1, van dat wetboek. §
of meer commissarissen. In afwijking van artikel 144, eerste lid, 6°, van dat wetboek mag (mogen) deze commissaris (sen) die kennis heeft (hebben) gekregen van overtredingen van de statutaire bepalingen aangaande het statuut als beleggingsinstelling, in geen geval de melding van deze overtredingen, die bovendien omstandig moet zijn en met opgave van de overtreden bepalingen, uit het verslag weglaten. In de gevallen bepaald door de Koning zendt (zenden) de commissaris (sen)
voor
sluidend verklaard afschrift van het verslag aan de Commissie voor het bank- en financiewezen. § 6. In afwijking van de artikelen 184, eerste lid, 187 en 193 van het Wetboek van vennootschappen wordt de wijze van vereffeningen van aanstelling van de vereffenaar (s) in alle gevallen statutair bepaald, mag de beleggingsvennootschap geen nieuwe beleggingen meer verrichten in niet-genoteerde vennootschappen na het proces-verbaal van de in vereffeningstelling en moeten in alle gevallen tijdens de vereffening jaarrekeningen worden opgemaakt volgens de regels die de Koning heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 92, § 1, van dat wetboek. » Art. 6.In artikel 122 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « bedoeld in artikel 108, eerste lid, 1° en 2°, » ingevoegd tussen de woorden « De beleggingsinstellingen » en de woorden « moeten opteren »;2°
er wordt ingevoegd, luidende : « § 1ter.De beleggingsinstellingen bedoeld in artikel 108, eerste lid, 4°, beleggen in financiële instrumenten uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen volgens de definitie daaraan gegeven en volgens de voorwaarden en de nadere regels bepaald door de Koning. »; 3° paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende leden : « De beleggingsinstellingen bedoeld in § 1 ter, kunnen steeds bijkomend of tijdelijk : 1° termijnbeleggingen van maximaal 6 maanden of liquide middelen houden;2° genoteerde effecten houden voorzover : a) zij deze effecten reeds houden op het ogenblik van de aanvraag tot opname in de notering van
beurs of
andere georganiseerde en openbare markt voor effecten;b) deze effecten worden verkregen door omruiling van niet-genoteerde effecten, met uitzondering van haar eigen effecten;3° in het kader van indekkingsverrichtingen handelen in al dan niet genoteerde afgeleide financiële instrumenten op al dan niet genoteerde onderliggende materiële of financiële activa. De Koning bepaalt wat onder « bijkomend of tijdelijk » dient te worden verstaan. » Art. 7.In boek III, titel I, hoofdstuk II, afdeling Vil, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12 december 1996, wordt
artikel 136ter ingevoegd, luidende : « Art. 136ter.§
periode die, per belastbaar tijdperk, ten minste gelijk is aan dat belastbaar tijdperk verminderd met zes maanden.»; 4° paragraaf 5, toegevoegd bij de wet van 16 april 1997, wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 5.De §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing voor het belastbaar tijdperk waarin
beleggingsvennootschap bedoeld in artikel 119decies de volgende bepalingen niet naleeft : 1° de in § 4 bedoelde bepaling;2°
of meer statutaire regels die volgen uit het specifiek karakter van deze vennootschap als beleggingsinstelling. Voor de toepassing van het eerste lid worden de onder het regime bedoeld in de §§ 1 en 2 voordien gevormde reserves beschouwd als : 1° belaste reserves in de mate dat de vennootschap bewijst dat zij voortkomen van gerealiseerde meerwaarden of ontvangen dividenden van beleggingen bedoeld in § 4, 1° en 2°;2° vrijgestelde reserves voor het saldo en in zover het bedrag van die reserves op
of meer afzonderlijke rekeningen van het passief geboekt is en blijft en niet tot grondslag dient voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning;3° winst van dat belastbare tijdperk indien en in zover de voorwaarden van het 2°, niet langer worden nageleefd. De reserves bedoeld in het tweede lid, 2°, worden bovendien beschouwd als winst van het belastbaar tijdperk waarin de vennootschappen bedoeld in artikel 119decies worden geschrapt van de lijst van de private privaks bedoeld in artikel 136ter , § 2, onverminderd de toepassing van artikel 210, § 1, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. De FOD Financiën kan de vennootschap schrappen van de lijst van de private privaks bedoeld in artikel 136ter, § 2, in de gevallen bepaald door de Koning of in geval van overtreding van statutaire regels bepaald door de Koning. De schrapping impliceert dat de vennootschap niet langer beschouwd wordt als
beleggingsvennootschap voor de toepassing van artikel 2, 5°, f) , van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. De FOD Financiën deelt de schrapping mee door middel van
aangetekende brief geadresseerd aan de zetel van de vennootschap.
beroep tegen
beslissing tot schrapping is mogelijk volgens de gemeenrechtelijke procedure van beroep in administratieve zaken. De overtredingen bedoeld in deze paragraaf kunnen vastgesteld worden met alle bewijsmiddelen bedoeld in artikel 340 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. »; 5°
wordt ingevoegd, luidende : « § 6.Wat de toekenning betreft van het regime van de definitief belaste inkomsten aan dividenden afkomstig van door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen erkende vennootschappen met vast kapitaal voor belegging in niet-genoteerde aandelen, wordt de 90 % drempel van artikel 203, § 2, lid 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, geacht vervuld te zijn wanneer die beleggingsvennootschappen de netto-opbrengst hebben uitgekeerd met toepassing van artikel 57 van het koninklijk besluit van 18 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/04/1997 pub. 24/06/1997 numac 1997003229 bron ministerie van financien Koninklijk besluit met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven sluiten met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven en voorzover zij daartoe met toepassing van dit artikel verplicht waren. »; 6°
wordt ingevoegd, luidende : « § 7.Artikel 203, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is niet van toepassing op dividenden verdeeld door beleggingsvennootschappen als bedoeld in artikel 119decies , voorzover en in de mate dat de inkomsten voortkomen van gerealiseerde meerwaarden op beleggingen bedoeld in § 4, 1 ° en 2° of dividenden voortkomende van die beleggingen. »; 7°
wordt ingevoegd, luidende : « § 8.Voor de toepassing van de §§ 4 en 7 worden beleggingsvennootschappen die in
lidstaat van de Europese Unie beantwoorden aan de kenmerken van
beleggingsinstelling zoals bedoeld in artikel 108, eerste lid, 4°, en waarvan de financiële instrumenten volgens de in die lidstaat overeenkomstige bepalingen met betrekking tot het openbaar beroep op het spaarwezen privaat worden aangehouden, gelijkgesteld met de beleggingsvennootschappen bedoeld in artikel 119decies . ». Art. 9.In artikel 150, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het 3°, gewijzigd bij de wet van 12 december 1996, worden de woorden « 136bis, § 2 » vervangen door de woorden « 136bis, § 2, 136ter, § 2 »;2°
4° wordt ingevoegd, luidende : 4° zij die overdrachten van financiële instrumenten uitgegeven door beleggingsinstellingen hebben bewerkstelligd en hierbij de bepalingen van dit boek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, hebben miskend.» HOOFDSTUK III. - Diverse bepalingen Art. 10.In artikel 211, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van
internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten, wordt de eerste paragraaf, derde lid, ingevoegd bij de wet van 21 december 1994 en vervangen bij de wet van 16 april 1997, aangevuld met de woorden « of
bij de FOD Financiën op de lijst van de private privaks ingeschreven vennootschap. » Art. 11.In artikel 122, van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, vervangen bij de wet van 14 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/04/1965 pub. 18/07/2012 numac 2012000418 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van
zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, worden in het eerste lid, 4°, toegevoegd bij de wet van 4 december 1990 en gewijzigd bij de wet van 28 december 1992, de woorden « en 119quinquies » vervangen door de woorden « , 119quinquies en 119decies ». Art. 12.De bepalingen van deze wet treden in werking op dezelfde datum als die van het koninklijk besluit dat er uitvoering zal aan geven. Dat koninklijk besluit moet worden genomen vóór 15 mei 2003. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met |$$|Aas Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 22 april 2003. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.