leidende bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld
artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet Art. 2.
artikel 1 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, gewijzigd bij de wetten van 6 juli 1992, 11 december 1998 en 7 januari 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 2° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 2° de kredietgever : elke natuurlijke persoon, elke rechtspersoon of elke groep van dergelijke personen, die een krediet toestaat binnen het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten, met uitzondering van de persoon of van elke groep van personen die een verkoop op afbetaling of een financieringshuur aanbiedt of sluit wanneer deze overeenkomst het voorwerp uitmaakt van een onmiddellijke overdracht of
deplaatsstelling ten gunste van een erkende kredietgever aangewezen
de overeenkomst;»; 2° het 3° wordt aangevuld met het volgende lid : « Met een kredietbemiddelaar wordt gelijkgesteld, de persoon die een verkoop op afbetaling of een financieringshuur aanbiedt of toestaat wanneer deze overeenkomst of de schuldvordering uit de kredietovereenkomst het voorwerp uitmaakt van een onmiddellijke overdracht of
deplaatsstelling ten gunste van een erkende kredietgever aangewezen
de overeenkomst;»; 3° het 8° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 8° de debetrentevoet : de rentevoet, berekend volgens de actuariële methode, uitgedrukt
een jaarlijks of periodiek percentage, die wordt toegepast op het gedeelte van het kapitaal dat is opgenomen en die wordt berekend aan de hand van de elementen die de Koning aanduidt en op de wijze die Hij bepaalt;»; 4°
het 9° worden tussen de woorden « levering van diensten » en de woorden « en waarvan de prijs » de woorden « , verkocht door de kredietgever of de kredietbemiddelaar bedoeld
artikel 1, 3°, tweede lid, »
gevoegd;5° het 12° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 12° de kredietopening : elke kredietovereenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, waarbij koopkracht, geld of gelijk welk ander betaalmiddel ter beschikking wordt gesteld van de consument, die ervan gebruik kan maken door een of meerdere kredietopnemingen te verrichten onder meer met behulp van een betaal- of legitimatiekaart of op een andere wijze, en die zich ertoe verbindt terug te betalen volgens de overeengekomen voorwaarden;»; 6° een 12°bis wordt
gevoegd, luidend als volgt : « 12°bis de kredietovereenkomst op afstand : elke kredietovereenkomst gesloten overeenkomstig artikel 77 van de wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, vervangen bij de wet van 25 mei 1999;»; 6°bis . -
het 18°, tweede streepje, worden de woorden « vervallen contractuele
tresten » vervangen door de woorden « vervallen debetintresten en,
het geval van eenvoudige betalingsachterstand zoals bedoeld
artikel 27bis , § 2, vervallen nalatigheidsinteresten op het bedrag van de overschrijding »; 7° een 21° en een 22° worden toegevoegd, luidend als volgt : « 21° werkdagen : het geheel van alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en wettelijke feestdagen.Als een termijn, uitgedrukt
werkdagen op een zaterdag afloopt, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag; 22° de minister en de Minister van Economische Zaken : de Minister bevoegd voor Economische Zaken.». Art. 3.Artikel 2, 2°, eerste streepje, van dezelfde wet wordt aangevuld met de woorden « of dat ». Art. 4.
artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1992 en 11 april 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, 1°, wordt vervangen als volgt : « 1° de verzekeringsovereenkomsten; de overeenkomsten gesloten met het oog op het continu verlenen van diensten waarbij de consument het recht heeft om de prijs van deze diensten, zolang zij geleverd worden, te regelen via gespreide betalingen, en waarvan het onmogelijk is bij het sluiten van de overeenkomst een totale prijs of een totaal tarief vast te stellen; »; 2°
gevoegd, die het tweede lid wordt en luidt als volgt : « De kredietovereenkomsten vastgesteld bij een authentieke akte die betrekking hebben op bedragen van meer dan 20 000 euro, zijn niet aan de bepalingen van deze wet onderworpen, met uitzondering van de bepalingen van de artikelen 2, 4 tot 11, 13, 14, § 3, 1° à 6°, 10° et 11°, en van de artikelen 15, 21, 27bis tot 40, 47 en 48, 54 en 55, 57, 59 en 60, 62 tot 109.». Art. 5.
artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden « op een leesbare, goed zichtbare en ondubbelzinnige wijze vermelden » vervangen door de woorden « op een ondubbelzinnige, leesbare en goed zichtbare of,
voorkomend geval, hoorbare wijze bevatten »;2° § 2 wordt vervangen als volgt : « Geen reclame waarin een rentevoet of elk ander cijfer met betrekking tot de kredietkosten wordt genoemd kan worden gemaakt dan door middel van de vermelding, op een ondubbelzinnige, goed zichtbare, leesbare of hoorbare wijze van het jaarlijkse kostenpercentage.
dien de reclame een jaarlijks kostenpercentage aangeeft dat bij voorkeur wordt toegepast, moet zij eveneens de voorwaarden ervan aangeven en het basis jaarlijkse kostenpercentage vermelden.
dien de aanduiding van het juiste jaarlijkse kostenpercentage niet mogelijk is, moet de reclame het jaarlijkse kostenpercentage vermelden aan de hand van een representatief voorbeeld. De Koning bepaalt wat onder representatief voorbeeld moet worden verstaan en
welke gevallen dat voorbeeld moet aangewend worden. »; 3° het artikel wordt aangevuld met een § 3, luidende : « § 3.Onverminderd de toepassing van de voorgaande paragrafen en van de artikelen 6 en 6bis moeten de kredietgever en de kredietbemiddelaar aan de consument
lichtingen ter beschikking stellen onder de vorm van een prospectus die de financiële gegevens met betrekking tot de aangeboden kredietovereenkomsten moet bevatten, waaronder het bedrag en de looptijd van het krediet, het jaarlijkse kostenpercentage,
voorkomend geval de debetrentevoet en de terugkerende en niet-terugkerende kosten, en de betalingsregeling. De Koning bepaalt de financiële gegevens die
de prospectus dienen vermeld te worden. ». Art. 6.
artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : « 1°
, eerste lid, worden de volgende drie streepjes
gevoegd na het woord « kredietovereenkomst » : - die de consument, die het hoofd niet kan bieden aan zijn schulden, aanzet tot het opnemen van krediet; - die op onrechtmatige wijze het gemak of de snelheid benadrukt waarmee het krediet kan worden verkregen; - die op onrechtmatige wijze aanspoort tot hergroepering of centralisatie van lopende kredieten; »; 2°
, tweede lid, worden de woorden « leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig » vervangen door de woorden « ondubbelzinnig, leesbaar en goed zichtbaar of,
voorkomend geval, hoorbaar ». Art. 7.
dezelfde wet wordt een artikel 6bis
gevoegd, luidende : « Art. 6bis . Wanneer een reclame voor een kredietovereenkomst het gefinancierde goed of de dienst vermeldt en een jaarlijkse kostenpercentage dat gelijk is aan 0 %, dan moet die reclame de voordelen vermelden die,
voorkomend geval, worden toegekend aan de consument die contant betaalt. De prijs van het goed of de dienstprestatie gevraagd aan de consument die op krediet betaalt moet gelijk zijn aan de prijs gevraagd aan de consument die contant betaalt. » Art. 8.Artikel 10, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « De kredietgever en de kredietbemiddelaar moeten aan de consument die om een kredietovereenkomst verzoekt en,
voorkomend geval, de steller van een persoonlijke zekerheid, de juiste en volledige
formatie vragen die zij noodzakelijk achten om hun financiële toestand en hun terugbetalingsmogelijkheden te beoordelen en,
ieder geval, hun lopende financiële verbintenissen. De consument en de steller van een persoonlijke zekerheid zijn ertoe gehouden daarop juist en volledig te antwoorden. ». Art. 9.Artikel 11, 2°, van dezelfde wet wordt aangevuld met de woorden : « en met het doel van het krediet ». Art. 10.
artikel 12 van dezelfde wet worden de woorden « houder van het bestand dat hij heeft geraadpleegd en tot wie de consument zich kan wenden overeenkomstig artikel 70 » vervangen door de woorden « verantwoordelijke voor de verwerking van de bestanden die hij heeft geraadpleegd met
begrip van,
voorkomend geval, de identiteit en het adres van de geraadpleegde kredietverzekeraar, en tot wie de consument zich kan wenden overeenkomstig artikel 70 ». Art. 11.
hoofdstuk III, afdeling 1, wordt
het opschrift van onderafdeling 2, van dezelfde wet, het woord « Kredietaanbod » vervangen door het woord « Kredietovereenkomst ». Art. 12.
artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 7 januari 2001 en 10 augustus 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Onverminderd de toepassing van artikel 45, § 2, van deze wet, komt de kredietovereenkomst tot stand door de ondertekening van een geschrift, opgesteld
zoveel exemplaren als er partijen met een onderscheiden belang bij de kredietovereenkomst zijn. Een bijkomend exemplaar moet worden overhandigd aan de kredietbemiddelaar. Elke vorm van handtekening door de kredietgever is geoorloofd voor zover de consument op het ogenblik van de overhandiging van de kredietovereenkomst duidelijk de kredietgever kan identificeren die zich verbonden heeft. Bij een kredietopening moet de consument zijn handtekening laten voorafgaan door de geschreven vermelding van het kredietbedrag : « Gelezen en goedgekeurd voor ... euro op krediet. ». Bij alle overige kredietovereenkomsten moet de consument zijn handtekening laten voorafgaan door de geschreven vermelding van de terug te betalen som : « Gelezen en goedgekeurd voor ... euro terug te betalen. ».
beide gevallen moet de consument er de met de hand geschreven vermelding van de datum en van het precieze adres van de ondertekening van het contract op aanbrengen. »; 2° § 2 wordt opgeheven;3°
de vroegere § 3, die § 2 is geworden,
limine , worden de woorden « Het aanbod vermeldt » vervangen door de woorden « De kredietovereenkomst vermeldt »;4° het vroegere § 3, 4°, dat § 2, 4° is geworden, wordt vervangen als volgt : « 4° het kredietbedrag;»; 5° het vroegere § 3, 13°, dat § 2, 13° is geworden, wordt vervangen als volgt : « 13° naar gelang de kredietovereenkomst, de tekst van artikel 18 of van artikel 20bis , tweede lid.»; 6° de vroegere § 3, die § 2 is geworden, wordt aangevuld met de volgende leden : «
geval van terugbetaling door aflossing van het kapitaal moet de kredietovereenkomst de periodieke terugbetalingen evenals de tijdstippen bepalen waarop en de voorwaarden waaronder deze bedragen moeten betaald worden.Behalve voor de kredietopening moet de kredietovereenkomst eveneens een aflossingstabel bevatten die voor elke periodieke terugbetaling het bedrag van het afgeloste kapitaal en van de totale kosten van het krediet vermeldt, alsmede het verschuldigd blijvende saldo na iedere betaling.
geval van aanpassing van het jaarlijkse kostenpercentage overeenkomstig artikel 30, § 2, moet een nieuwe aflossingstabel gratis aan de consument worden overhandigd. Bij terugbetaling zonder aflossing van het kapitaal moet de kredietovereenkomst de tijdstippen en de voorwaarden van betaling van de debetinteresten en toegevoegde kosten vermelden. Het jaarlijkse kostenpercentage moet berekend worden op het verschuldigd blijvend saldo.
het geval van een kredietopening moeten de debetrentevoet en
voorkomend geval, de bijkomende kosten, berekend worden op het gedeelte van het kapitaal dat opgenomen is. »; 7° de vroegere § 4, die § 3 is geworden, wordt vervangen als volgt : « § 3.De kredietovereenkomst bevat eveneens
de vorm van afzonderlijke leden,
dikke lettertekens en
een ander lettertype : 1° ter hoogte van de plaats waar de consument zijn handtekening plaatst, de vermeldingen :
dien de kredietovereenkomst een beding van eigendomsvoorbehoud bevat, moet de tekst van artikel 491 van het Strafwetboek erin voorkomen.
dien deze tekst niet
de overeenkomst opgenomen werd, wordt het beding voor niet geschreven gehouden. »; 8° de vroegere § 5 wordt § 4;9° een § 5 wordt toegevoegd luidende als volgt : « § 5.Wanneer de kredietovereenkomst een gefinancierd goed of dienstprestatie vermeldt en wanneer het overeengekomen jaarlijkse kostenpercentage gelijk is aan 0 %, dan moet de overeenkomst de voordelen aanduiden die,
voorkomend geval, worden toegekend aan de consument die contant betaalt. De prijs van het goed of de dienst, gevraagd aan de consument die op krediet betaalt, moet gelijk zijn aan de prijs gevraagd aan de consument die contant betaalt. »; 10° de § 4bis ,
gevoegd bij de wet van 7 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/2001 pub. 25/01/2001 numac 2000011521 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet sluiten, wordt opgeheven;11° een § 6 toevoegen, luidende : « § 6.Wanneer de consument gebruik maakt van zijn opzeggingsrecht van de verzekeringsovereenkomst, bedoeld bij § 3, 1°, b) , en de kosten ervan opgenomen werden
de totale kosten van het krediet, brengt de kredietgever de consument schriftelijk en onverwijld op de hoogte van het nieuwe jaarlijkse kostenpercentage, van de nieuwe nalatigheidsintrestvoet en,
voorkomend geval, van het nieuwe aflossingsplan die er uit voortvloeien. ». Art. 13.Artikel 15 van dezelfde wet gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 25/09/2001 numac 2001011336 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen
zake gezondheidszorg sluiten wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 15.De kredietgever mag slechts een kredietovereenkomst sluiten wanneer hij, gelet op de gegevens waarover hij beschikt of zou moeten beschikken, onder meer op basis van de raadpleging geregeld door artikel 9 van de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 25/09/2001 numac 2001011336 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen
zake gezondheidszorg sluiten betreffende de Centrale voor kredieten aan particulieren, en op basis van de
formatie bedoeld
artikel 10, redelijkerwijze moet aannemen dat de consument
staat zal zijn de verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst, na te komen. ». Art. 14.
artikel 16 van dezelfde wet worden de woorden « Zolang het aanbod niet is aanvaard » vervangen door de woorden « Zolang de kredietovereenkomst niet door alle partijen is ondertekend ». Art. 15.
hoofdstuk III, afdeling 1, wordt het opschrift « Onderafdeling 3 - Totstandkoming en vorm van de kredietovereenkomst » opgeheven. Art. 16.Artikel 17 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 oktober 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/10/1998 pub. 10/11/1998 numac 1998021437 bron diensten van de eerste minister Wet betreffende de euro sluiten en bij koninklijk besluit van 13 juli 2001, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 17.- De kredietgever mag slechts een kredietovereenkomst of een overeenkomst tot persoonlijke zekerheid sluiten na onderzoek van de identiteitsgegevens op basis van, al naargelang het geval : - de identiteitskaart bedoeld
artikel 6 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen; - de verblijfsvergunning uitgereikt op het tijdstip van de
schrijving
het wachtregister bedoeld
artikel 1, § 1, eerste lid, 2°, van de hierboven vermelde wet van 19 juli 1991; - de identiteitskaart, het paspoort of de vervangende reisvergunning, uitgereikt aan een vreemdeling die geen verblijf houdt
het Rijk, door de Staat waar hij verblijft of waarvan hij onderdaan is. De Koning kan de bepalingen van dit artikel wijzigen om ze
overeenstemming te brengen met de wetten die de erin opgesomde teksten wijzigen. ». Art. 17.Artikel 18 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 18.§
aanwezigheid van beide partijen buiten de onderneming van de kredietgever of de kredietbemiddelaar. § 3. Wanneer de consument van de kredietovereenkomst afziet brengt hij de kredietgever hiervan bij een ter post aangetekende brief op de hoogte. De consument die gebruik maakt van de
de paragrafen 1 en 2 bedoelde mogelijkheid, is gelijktijdig gehouden de ontvangen bedragen of goederen terug te geven, en de voor de kredietopnemingsperiode verschuldigde rente berekend volgens het overeengekomen jaarlijkse kostenpercentage te betalen. Geen enkele andere vergoeding mag,
gevolge het afzien door de consument, geëist worden en het voorschot dat betaald werd
het raam van een verkoop op afbetaling wordt hem teruggestort binnen dertig dagen volgend op dat afzien van de overeenkomst. De ontbinding van de kredietovereenkomst brengt van rechtswege de ontbinding van de aangehechte overeenkomsten met zich mee. § 4. Dit artikel is niet van toepassing op de kredietovereenkomst op afstand bedoeld
artikel 20bis , eerste lid. ». Art. 18.
artikel 20 van dezelfde wet worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt : « Telkens een prijs geheel of ten dele zal worden betaald met behulp van een kredietovereenkomst waarbij de verkoper of dienstverlener als kredietgever of kredietbemiddelaar optreedt met het oog op het sluiten van deze kredietovereenkomst, kan de consument geen enkele verbintenis geldig aangaan ten aanzien van de verkoper of de dienstverlener, noch kan een betaling gedaan worden van de ene aan de andere, zolang de consument de kredietovereenkomst niet heeft ondertekend. ». Art. 19.
hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 5, van dezelfde wet, wordt een nieuw artikel 20bis
gevoegd, luidende : « Art. 20bis . - Wanneer de kredietovereenkomst op afstand het gefinancierde goed, verkocht op afstand, vermeldt of wanneer het kredietbedrag of het opgenomen bedrag rechtstreeks door de kredietgever aan de verkoper op afstand wordt gestort, kan de levering van het goed,
afwijking van de artikelen 16 en 20, eerste lid, plaats vinden voor de ondertekening van de kredietovereenkomst door de consument
zoverre deze laatste op het tijdstip van de levering over de kredietovereenkomst beschikt. Onverminderd artikel 45, § 2, is de kredietovereenkomst op afstand bedoeld
het eerste lid slechts voltrokken bij het verstrijken van de bedenktermijn, toepasselijk op de verkoop op afstand, bedoeld door de wetgeving op de handelspraktijken en voor zover de consument zijn recht om af te zien niet heeft uitgeoefend. Tijdens die bedenktermijn heeft de consument eveneens het recht om de kredietgever mee te delen dat hij van de kredietovereenkomst afziet.
afwijking van artikel 45, § 1, mag geen voorschot worden geëist voor het verstrijken van de bedenktermijn, waarvan sprake
het vorige lid. De consument die niet van de verrichting afziet, moet het voorschot betalen uiterlijk binnen zeven werkdagen volgend op het verstrijken van de bedenktermijn. ». Art. 20.
artikel 21 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.De Koning bepaalt de methode tot vaststelling en,
voorkomend geval, tot aanpassing van de maximale jaarlijkse kostenpercentages en bepaalt het maximale jaarlijkse kostenpercentage
functie van het type, het bedrag en eventueel, de duur van het krediet. » 2° § 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.Wanneer de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage, bedoeld
artikel 1, 6°, het gebruik van veronderstellingen noodzaakt, kan de Koning eveneens, overeenkomstig de regels bedoeld
, de maximale kredietkosten bepalen zoals onder meer de maximale debetrentevoet en,
voorkomend geval, de maximale terugkerende kosten en de maximale niet-terugkerende kosten bij een kredietopening. »; 3° § 3 wordt aangevuld met het volgende lid : « Iedere verlaging van het maximale jaarlijkse kostenpercentage en,
voorkomend geval, van de maximale kredietkosten is van onmiddellijke toepassing op de lopende kredietovereenkomsten die, binnen de perken van deze wet, de veranderlijkheid van het jaarlijkse kostenpercentage of de debetrentevoet voorzien.» Art. 21.Artikel 22 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2 en § 3, luidende als volgt : « § 2. De kredietovereenkomsten van onbepaalde duur of met een looptijd van meer dan vijf jaar, die niet
de periodieke terugbetaling van kapitaal voorzien, moeten een termijn van nulstelling voorzien waarbinnen het totaal terug te betalen bedrag dient betaald te worden. De Koning kan een maximale nulstellingstermijn bepalen. § 3.
dien de kredietovereenkomst, met toepassing van artikel 30, § 2, toestaat dat het jaalijkse kostenpercentage wordt aangepast, bepaalt de kredietovereenkomst dat bij aanpassing de consument het behoud van het termijnbedrag mag eisen, en eveneens de verlenging of de vermindering van de overeengekomen terugbetalingstermijn. De uitoefening van dit recht mag leiden tot overschrijding van de maximale terugbetalingstermijn bedoeld
. De kredietgever licht de consument uitdrukkelijk en voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst over dit recht
. ». Art. 22.Artikel 23 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 23.- §
de kredietovereenkomst een vergoeding worden bedongen. Wanneer de vervroegde terugbetaling geheel is, dient deze vergoeding berekend te worden tegen het overeengekomen jaarlijkse kostenpercentage van het krediet, op het verschuldigd blijvend saldo op datum van vervroegde terugbetaling. Zij mag niet meer bedragen dan : - twee maanden van de totale kosten van het krediet voor kredietovereenkomsten met een kredietbedrag lager dan 7.500 euro; - drie maanden van de totale kosten van het krediet voor kredietovereenkomsten met een kredietbedrag gelijk aan of hoger dan 7.500 euro. § 3. Geen enkele vergoeding mag gevraagd worden : 1°
dien, door toepassing van de artikelen 85, 86, 87, 91 of 92, de verplichtingen van de consument werden verminderd tot de prijs bij contante betaling of tot het ontleende bedrag;2°
geval van terugbetaling
uitvoering van een verzekeringsovereenkomst die contractueel de terugbetaling van het krediet waarborgt.». Art. 23.
artikel 26 van dezelfde wet worden de woorden « het kredietaanbod », telkens vervangen door de woorden « de kredietovereenkomst ». Art. 24.
artikel 27 van dezelfde wet worden de woorden « oorspronkelijke kredietgever » vervangen door de woorden « overdrager of de
deplaatssteller ». Art. 25.
artikel 27bis van dezelfde wet,
gevoegd door de wet van 7 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/2001 pub. 25/01/2001 numac 2000011521 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°) § 2 wordt aangevuld met het volgende lid : « Wanneer de overeenkomst wordt opgezegd, overeenkomstig artikel 58, § 3, of een einde heeft genomen en de consument zijn verplichtingen niet is nagekomen drie maanden na het ter post afgeven van een aangetekende brief tot
gebrekestelling, mag aan de consument geen andere betaling gevraagd worden dan die hieronder vermeld : - het vervallen en niet-betaalde kapitaal; - het bedrag van de vervallen en niet-betaalde totale kosten van het krediet; - het bedrag van de overeengekomen nalatigheidsintrest berekend op het vervallen en niet-betaalde kapitaal; - de overeengekomen straffen of schadevergoedingen binnen de grenzen en maximumbedragen bedoeld bij § 1. »; 2°)
, wordt het volgende lid
gevoegd tussen het eerste en tweede lid : « Een nieuw document dat de bedragen verschuldigd bij toepassing van §§ 1 en 2 omstandig omschrijft en verklaart, moet ten hoogste drie keer per jaar gratis worden ter beschikking gesteld aan de consument die hierom vraagt. » Art. 26.
artikel 29 van dezelfde wet, gewijzigd bij wet van 7 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/2001 pub. 25/01/2001 numac 2000011521 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
2° worden de woorden « terwijl de kredietgever zich,
overeenstemming met artikel 46, de eigendom ervan had voorbehouden » vervangen door de woorden « terwijl de kredietgever zich,
overeenstemming met artikel 14, § 3, 4°, de eigendom ervan had voorbehouden of er, overeenkomstig de regelen
zake financieringshuur, nog geen eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden. »; 2° het artikel wordt aangevuld met een 3° luidend als volgt : « 3°
geval de consument het kredietbedrag bedoeld
de artikelen 60bis en 60ter overschrijdt, en hij, een maand na het ter post afgeven van een aangetekende brief houdende
gebrekestelling, zijn verplichtingen niet is nagekomen.Die regels moeten door de kredietgever aan de consument
herinnering worden gebracht bij de
gebrekestelling. ». Art. 27.Artikel 30 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 30.- § 1. Behoudens de uitzonderingen bedoeld
deze wet wordt elk beding dat er toe strekt de voorwaarden van de kredietovereenkomst te wijzigen voor niet geschreven gehouden. § 2. Onverminderd het bepaalde
artikel 21, §§ 1 en 3, kunnen kredietovereenkomsten met een terugbetalingstermijn van meer dan vijf jaar bepalen dat het jaarlijkse kostenpercentage kan worden aangepast overeenkomstig de regelen gesteld
en krachtens artikel 9 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet. Het
dat artikel 9 vermelde begrip « vestigingsakte » moet dan worden gelezen als « kredietovereenkomst ». ». Art. 28.Artikel 31 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 31.§ 1. Het is de kredietgever en de kredietbemiddelaar verboden om, onverminderd de toepassing van § 4, de consument te verplichten
het raam van het sluiten van een kredietovereenkomst een andere overeenkomst te ondertekenen bij de kredietgever, de kredietbemiddelaar of een door hen aangewezen derde. § 2. Het is de kredietgever en de kredietbemiddelaar eveneens verboden om bij het sluiten van een kredietovereenkomst, van de consument te bedingen om het ontleende kapitaal, geheel of gedeeltelijk,
pand te geven, of om het, geheel of gedeeltelijk, te bestemmen als deposito of voor de aankoop van effecten of andere financiële
strumenten. § 3. Het stelsel van reconstitutie van het kapitaal, zoals bedoeld
artikel 5, 2°, van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet, is verboden. § 4. Wanneer de kredietovereenkomst gepaard gaat met het sluiten van een schuldsaldoverzekering die het overlijdensrisico dekt, van een verzekering werkverlies, ziekte of arbeidsongeschiktheid, teneinde de terugbetaling van het krediet te waarborgen, en een der begunstigden is de kredietgever, de kredietbemiddelaar of de kredietverzekeraar, dan moeten de desbetreffende kosten opgenomen worden
de totale kosten van het krediet. De Koning kan, conform artikel 21, § 1, het maximaal jaarlijks kostenpercentage voor deze overeenkomsten vastleggen. Dit lid is niet van toepassing op de kredietovereenkomsten die betrekking hebben op kredietbedragen hoger dan 5.000 euro. De Koning kan dit bedrag aanpassen. Het eerste lid is niet van toepassing
dien de verzekeringsovereenkomst wordt gesloten na het sluiten van de kredietovereenkomst en op het uitdrukkelijk verzoek van de consument. Het bewijs van dat verzoek komt toe aan de kredietgever en kan alleen geleverd worden door een van de verzekeringsovereenkomst onderscheiden geschrift en na het sluiten van de kredietovereenkomst. De kredietovereenkomst mag met geen enkele andere verzekeringsovereenkomst van personen gepaard gaan. § 5. Elk beding strijdig met dit artikel wordt voor niet geschreven gehouden. ». Art. 29.
hoofdstuk III, afdeling 2, onderafdeling 5, van dezelfde wet, wordt een artikel 33bis
gevoegd, luidende : « Art. 33bis . Wanneer de consument reeds sommen gelijk aan ten minste 40 % heeft betaald van de prijs bij contante betaling van een goed dat het voorwerp is, hetzij van een beding van eigendomsvoorbehoud, hetzij van een pandbelofte met onherroepelijke volmacht, kan dit goed niet worden teruggenomen dan op grond van een gerechtelijke beslissing, of van een schriftelijke overeenkomst, gesloten na een
gebrekestelling bij ter post aangetekend schrijven. Artikel 54, § 1, blijft van toepassing. De kredietgever moet binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de verkoopsdatum van het gefinancierde goed de verkregen prijs ter kennis brengen van de consument en hem het teveel gestorte terugstorten.
geen geval mag een lastgeving of een akkoord gesloten met het oog op de terugname van een goed gefinancierd door een kredietovereenkomst leiden tot een ongerechtvaardigde verrijking. » Art. 30.
artikel 34 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de eerste zin van het eerste lid wordt aangevuld met de volgende woorden « , met uitsluiting van alle andere boetes of kosten van niet-uitvoering »;2°
de tweede zin van het eerste lid worden de woorden « het kredietaanbod of » geschrapt;3° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « Voor de kredietovereenkomsten gesloten voor een onbepaalde duur kan door de kredietgever slechts een borgtocht of een persoonlijke zekerheid worden gevraagd voor een periode van vijf jaar.Deze periode kan slechts hernieuwd worden bij afloop en met het uitdrukkelijk goedvinden van de borg of de persoon die een persoonlijke zekerheid heeft gesteld. ». Art. 31.Artikel 37, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende woorden : « en kan slechts uitgevoerd en aangewend worden tot beloop van de op de dag van de kennisgeving van de overdracht krachtens de kredietovereenkomst opeisbare bedragen. » Art. 32.
artikel 38 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° De woorden « Onverminderd het bepaalde
artikel 1244 van het Burgerlijk Wetboek » worden vervangen door de woorden « De vrederechter kan »;2° § 1 wordt aangevuld met een derde lid, luidend als volgt : « De rechter kan aan de consument uitstel of herschikking van betaling van de schulden bedoeld
artikel 27bis , §§ 1 en 2, toekennen, zelfs wanneer de kredietgever een clausule als bedoeld
artikel 29 toepast of de toepassing ervan eist.» Art. 33.
artikel 41 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « het aanbod »,
limine van het artikel, worden vervangen door de woorden « de overeenkomst »;2° het 7° wordt vervangen als volgt : « 7° de nauwkeurige termijn tussen de datum van levering van het goed of de prestatie van de dienst en de datum van de eerste betaling.»; 3°
het 8° worden de woorden « evenals de wijze waarop deze worden berekend overeenkomstig artikel 23, derde lid » geschrapt. Art. 34.De artikelen 42 tot 44 van dezelfde wet worden opgeheven. Art. 35.Artikel 45, § 1, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « § 1. De kredietgever moet bij de ondertekening van de overeenkomst een voorschot ontvangen dat niet minder mag bedragen dan 15 % van de aankoopprijs bij contante betaling. » Art. 36.Artikel 46 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 37.Artikel 47 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « De kredietgever verwittigt de consument bij een ter post aangetekende brief dat hij de mogelijkheid heeft de koopoptie te lichten een maand voor de laatste hiertoe overeengekomen datum. Wanneer de koopoptie niet wordt gelicht of de eigendomsoverdracht niet plaats vindt kan de financieringshuur slechts omgezet worden
huur middels het sluiten van een huurcontract. » Art. 38.
artikel 48 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
1° wordt het woord « desgevallend » geschrapt;2° het 2° wordt vervangen als volgt : « 2° het totale bedrag van de betalingen zoals bedoeld
artikel 49, § 3, 2°;». Art. 39.Artikel 49 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 49.- § 1.
zake financieringshuur is het kredietbedrag, bedoeld
artikel 14, § 2, 4°, de contante prijs van het lichamelijk roerend goed, verminderd met het BTW-bedrag, dat
financieringshuur wordt aangeboden. De prijs van bijkomende dienstverrichtingen is, wanneer die ter financiering worden aangeboden, verminderd met het BTW-bedrag en onverminderd de toepassing van artikel 31, eveneens begrepen
het kredietbedrag.
dat geval vermeldt het contract ook de prijs van de samenstellende delen van het kredietbedrag. § 2.
dien een financieringshuur een of meerdere tijdstippen voorziet waarop een koopoptie kan gelicht worden, moet de kredietovereenkomst ook telkens de overeenstemmende residuele waarden vermelden.
dien deze residuele waarden niet kunnen bepaald worden bij het sluiten van de kredietovereenkomst dan moet het contract parameters vermelden die de consument moeten toelaten bij het lichten van de koopoptie deze residuele waarden te bepalen. De Koning kan deze parameters en hun gebruik bepalen. § 3. Onverminderd de bepalingen van artikel 14, vermeldt de overeenkomst van financieringshuur : 1° de contante prijs van het lichamelijk roerend goed en,
voorkomend geval, de contante prijs van elke bijkomende dienstverrichting;2° het totale bedrag van de betalingen te verrichten door de consument, met
begrip van de te betalen residuele waarde van het goed bij het lichten van de koopoptie.
dien de koopoptie op verschillende tijdstippen kan worden gelicht vermeldt de kredietovereenkomst het totale bedrag van de betalingen op het ogenblik dat de optie de eerste en de laatste maal wordt gelicht.
dien bij het sluiten van de kredietovereenkomst de residuele waarde slechts kan worden bepaald met behulp van parameters, moet de kredietovereenkomst, enerzijds, het totale bedrag van de betalingen vermelden, anderzijds, de minimale en maximale residuele waarde berekend op basis van deze parameters die de consument moet betalen bij het lichten van de koopoptie; 3° het aantal, het bedrag en de periodiciteit van de betalingen;4° de nauwkeurige termijn tussen de datum van levering van het goed en de datum van de eerste betaling;5°
voorkomend geval, het bedrag van de zekerheid en de verplichting vanwege de kredietgever om de financiële opbrengst van het tot zekerheid gestelde deposito ter beschikking van de consument te stellen;6° de mogelijkheid om op elk ogenblik vervroegd terug te betalen.» Art. 40.De artikelen 50, 51 en 52 van dezelfde wet worden opgeheven. Art. 41.
artikel 56 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « het aanbod van een »
limine van het artikel worden vervangen door de woorden « de overeenkomst van »;2° het 1° wordt opgeheven;3° het 5° wordt vervangen door de volgende tekst : « 5° de nauwkeurige termijn tussen enerzijds de datum van terbeschikkingstelling van het kredietbedrag aan de consument of,
voorkomend geval, de datum van levering bedoeld
artikel 19 van het goed of de prestatie van de dienst en, anderzijds, de datum van de eerste betaling;»; 4°
6°,
fine , worden de woorden « evenals de wijze waarop deze worden berekend overeenkomstig artikel 23, derde lid » geschrapt. Art. 42.
artikel 58 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.De bepalingen van artikel 14, met uitzondering van § 3, eerste lid, 3°, zijn eveneens van toepassing op de kredietopening. »; 2°
,
limine, worden de woorden « het aanbod » vervangen door de woorden « de overeenkomst »;3° § 2, 1°, wordt vervangen als volgt : « 1° de debetrentevoet op jaarbasis »;4°
worden de woorden « het aanbod » vervangen door de woorden « de overeenkomst »;5° het artikel wordt aangevuld met een § 4 luidend als volgt : « § 4.Artikel 3, § 1, 4°, geldt niet voor overschrijdingen van het bedrag of de looptijd van kredietopeningen. ». Art. 43.Artikel 59 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 59.- § 1. Voor elke kredietopening, stuurt de kredietgever elke maand een overzicht waarop hij vermeldt : 1° de juiste periode waarop het rekeningoverzicht betrekking heeft;2° de opgenomen bedragen en hun data;3°
voorkomend geval, het verschuldigd blijvend saldo van het voorgaand overzicht en de datum;4° de datum en het bedrag van de verschuldigde kosten;5° de datum en het bedrag van de betalingen verricht door de consument;6° de laatst overeengekomen debetrentevoet op jaarbasis;7° de datum en het totaal bedrag van de verschuldigde
teresten;8°
voorkomend geval, het minimaal te betalen bedrag;9°
voorkomend geval, het nieuwe verschuldigd blijvend saldo;10° het nieuwe totaal verschuldigde bedrag. De valutadata van de kredietopnemingen verricht door de consument en van de betalingen ontvangen door de kredietgever zijn,
voorkomend geval, onderworpen aan de toepassing van de wet van 10 juli 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/07/1997 pub. 08/08/1997 numac 1997011260 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de valutadatum van bankverrichtingen sluiten betreffende de valutadatum van bankverrichtingen. § 2. Wanneer de kredietgever gebruik maakt van de mogelijkheid vermeld
artikel 60 om de debetrentevoet te wijzigen, moet de consument hiervan, op duidelijke en voorafgaandelijke wijze worden
gelicht, evenals van het nieuwe jaarlijkse kostenpercentage dat er uit voortvloeit, aan de hand van een rekeningoverzicht. § 3. Wanneer de kredietgever over
lichtingen beschikt waaruit hij kan afleiden dat de consument niet langer
staat zal zijn zijn verbintenissen na te komen kan hij de kredietopnemingen opschorten, mits hij, op straffe van nietigheid, zijn behoorlijk met redenen omklede beslissing onverwijld bij ter post aangetekende brief aan de consument heeft betekend. ». Art. 44.
artikel 60 van dezelfde wet worden het eerste en tweede lid vervangen door het volgende lid : « De kredietopening kan bepalen dat de debetrentevoet kan worden gewijzigd. ». Art. 45.
dezelfde wet wordt een artikel 60bis
gevoegd, luidende als volgt : « Art. 60bis . - § 1. De overschrijding van het kredietbedrag is verboden. De kredietgever moet dit verbod vermelden
de overeenkomst.
dien er desondanks een overschrijding plaats vindt, moet de kredietgever de kredietopnemingen opschorten en de terugstorting van de overschrijding binnen een termijn van maximaal vijfenveertig dagen te rekenen vanaf de dag van de overschrijding eisen.
dat geval kunnen slechts de uitdrukkelijk overeengekomen en door deze wet geoorloofde verwijlinteresten en kosten worden gevraagd. De verwijlinteresten moeten worden berekend op de overschrijding. § 2.
geval de consument de verplichtingen die voortvloeien uit de vorige paragraaf niet nakomt, moet de kredietgever hetzij een einde stellen aan de overeenkomst binnen de perken van artikel 29, 3°, hetzij bij wege van schuldvernieuwing een nieuwe overeenkomst met een verhoogd kredietbedrag opmaken met eerbiediging van alle bepalingen van de wet. » Art. 46.
dezelfde wet wordt een artikel 60ter
gevoegd, luidende : « Art. 60ter . De kredietgever kan, op voorafgaandelijk en uitdrukkelijk verzoek van de consument, schriftelijk en tegen de laatst toegepaste debetrentevoet, met uitsluiting van iedere boete, vergoeding of verwijlinterest, een tijdelijke overschrijding van het kredietbedrag toestaan voor een maximale looptijd van vijfenveertig dagen.
dien de overschrijding bij het verstrijken van de periode, bedoeld
het eerste lid, niet is aangezuiverd moet de kredietgever de kredietopnemingen opschorten en hetzij een einde stellen aan de overeenkomst binnen de perken van artikel 29, 3°, hetzij bij wege van schuldvernieuwing een nieuwe overeenkomst met een verhoogd kredietbedrag opmaken met eerbiediging van alle bepalingen van de wet. » Art. 47.Artikel 63, § 3, van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « Iedere bemiddeling voor een kredietovereenkomst met behulp van of
de hoedanigheid van een onderagent is verboden, behalve
dien de kredietbemiddelaar zelf een erkende of geregistreerde kredietgever is. » Art. 48.Artikel 64 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 64.- § 1. De kredietbemiddelaar kan geen kredietaanvraag
dienen voor een consument waarvoor hij, gelet op de
lichtingen waarover hij beschikt of zou moeten beschikken, onder meer op basis van de
lichtingen bedoeld
artikel 10, van oordeel is dat de consument duidelijk niet
staat zal zijn de verplichtingen voortvloeiend uit de kredietovereenkomst, na te komen. § 2. De kredietbemiddelaar mag de kredietaanvragen niet opsplitsen. Hij moet aan de kredietgever de noodzakelijke
lichtingen bedoeld
artikel 10 mededelen. § 3. Eenieder die optreedt als kredietbemiddelaar moet alle aangezochte kredietgevers
kennis stellen van het bedrag van de andere kredietovereenkomsten welke hij heeft aangevraagd of ontvangen ten behoeve van dezelfde consument gedurende twee maanden voorafgaand aan het
dienen van iedere nieuwe kredietaanvraag. » Art. 49.Artikel 70, § 1, tweede lid, eerste streepje, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : « - de identiteit en het adres van de verantwoordelijke voor de verwerking. Wanneer deze geen vaste vestiging op het grondgebied van de Europese Unie heeft, moet hij een op het Belgische grondgebied gevestigde vertegenwoordiger aanwijzen, onverminderd rechtsvorderingen die tegen de verantwoordelijke voor de verwerking zelf kunnen worden
gesteld; ». Art. 50.
artikel 74 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 11 februari 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden tussen de woorden « de Minister van Economische Zaken, » en « zijn onderworpen » de woorden « of zijn gemachtigde, »
gevoegd;2° het tweede lid wordt opgeheven. Art. 51.
artikel 75 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid : « De natuurlijke personen en de rechtspersonen met betrekking tot hun bestuurders, zaakvoerders, directeurs of gevolmachtigden, moeten bovendien een bewijs van goed zedelijk gedrag of een gelijkwaardig document bezorgen, bestemd voor een openbaar bestuur.»; 2°
worden een 1°bis en een 1°ter
gevoegd, luidend als volgt : « 1°bis een liquiditeitsratio te bezitten en te behouden van minstens 1,5, berekend volgens de formule : vlottende activa gedeeld door de schulden op ten hoogste een jaar; 1°ter een bedrijfskapitaal hoger dan de behoefte aan werkkapitaal te bezitten en te behouden, waarbij - het bedrijfskapitaal gelijk is aan het verschil tussen, enerzijds het vastliggend kapitaal, zijnde het eigen vermogen, de voorzieningen en de uitgestelde belastingen en de schulden op meer dan één jaar en, anderzijds, de vaste activa, - de behoefte aan werkkapitaal gelijk is aan het verschil tussen, enerzijds de beschikbare activa, zijnde de voorraden en bestellingen
uitvoering, de vorderingen op ten hoogste één jaar en de overlopende rekeningen van de actiefzijde en, anderzijds, de uitbatingspassiva, zijnde de niet-financiële schulden op ten hoogste één jaar en de overlopende rekeningen van de passiefzijde; »; 3°
, 3° en 4°, worden de woorden « aan de Minister van Economische Zaken » vervangen door de woorden « aan de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie »; 4°
, 3°, worden de woorden « met de uitgevoerde verrichtingen op de door de Koning vastgestelde data en voorwaarden » vervangen door de woorden « met de gedane verrichtingen op de door de Koning vastgestelde data, voorwaarden en wijzen »;5° § 5 wordt vervangen als volgt : « § 5.Zij moeten zich ook ertoe verbinden om op verzoek van de bevoegde ambtenaren van het Ministerie van Economische Zaken de boekhoudkundige gegevens te verschaffen die noodzakelijk zijn om hun solvabiliteit te kunnen beoordelen. »; 6°
, eerste lid, worden tussen de woorden « De Minister van Economische Zaken » en « beslist over » de woorden « of zijn gemachtigde »
gevoegd;7° § 7, laatste lid wordt opgeheven. Art. 52.
artikel 75bis van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 11 februari 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° na de woorden « Minister van Economische Zaken » en « minister » worden telkens de woorden « of zijn gemachtigde »
gevoegd;2° de laatste zin van § 2, tweede lid, wordt opgeheven. Art. 53.
artikel 76 van dezelfde wet worden na de woorden « Minister van Economische Zaken » de woorden « of zijn gemachtigde »
gevoegd. Art. 54.
artikel 77 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2, tweede lid, 2°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 2° enkel te bemiddelen met het oog op het sluiten van een kredietovereenkomst bij een erkende kredietgever of met het oog op het uitvoeren van een kredietovereenkomst voor rekening van een persoon bedoeld
artikel 25;»; 2°
, eerste lid, worden tussen de woorden « De Minister van Economische Zaken » en de woorden « beslist over » de woorden « of zijn gemachtigde »
gevoegd;3° § 4, laatste lid, wordt opgeheven. Art. 55.
artikel 78 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt aangevuld als volgt : « 4° de ondernemingen waarin het mandaat van gedelegeerde bestuurder of dagelijkse bestuurder of de leidinggevende functie, of de ondernemingen waarin de daadwerkelijke beslissingsbevoegdheid
zake kredietverrichtingen onderworpen aan deze wet bekleed wordt door een bij deze paragraaf bedoelde persoon.»; 2° § 2, wordt vervangen als volgt : « § 2.De erkenning of
schrijving kan geweigerd of
getrokken worden voor : 1° de niet
eer herstelde personen die een gevangenisstraf van ten minste een maand, zelfs voorwaardelijk, hebben opgelopen wegens een
breuk die strafbaar is gesteld door de bepalingen van deze wet of de volgende bepalingen :
richting van de controle op de ondernemingen van hypothecaire leningen, (opgeheven en vervangen door de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet);
goederen en waren, van het beroep van de makelaars en tussenpersonen die zich met deze termijnhandel
laten en van het regime van de exceptie van spel;
stellingen;
het Duits sluiten op de boekhouding van de ondernemingen;
ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen;
schrijving, worden
aanmerking genomen; 2° de ondernemingen waarin het mandaat van gedelegeerde of dagelijkse bestuurder of de leidinggevende functie, of de ondernemingen waarin de daadwerkelijke beslissingsbevoegdheid
zake kredietverrichtingen onderworpen aan deze wet bekleed wordt door een bij 1° van deze paragraaf bedoelde persoon;3° de ondernemingen waarin het mandaat van gedelegeerde of dagelijkse bestuurder of de leidinggevende functie, of de ondernemingen waarin de daadwerkelijke beslissingsbevoegdheid
zake kredietverrichtingen onderworpen aan deze wet bekleed wordt door een natuurlijk persoon die een gelijkaardig ambt uitoefent
een onderneming die het voorwerp uitmaakt van een
trekking of opschorting van de erkenning of een doorhaling of opschorting van de
schrijving, voor de duur van deze maatregel;4° de ondernemingen waarin het mandaat van gedelegeerde of dagelijkse bestuurder of de leidinggevende functie, of de ondernemingen waarin de daadwerkelijke beslissingsbevoegdheid
zake kredietverrichtingen onderworpen aan deze wet bekleed wordt door een natuurlijk persoon die het voorwerp uitmaakt van een
trekking of opschorting van de erkenning of een doorhaling of opschorting van de
schrijving, voor de duur van deze maatregel;5° de natuurlijke personen die het mandaat van gedelegeerde of dagelijkse bestuurder of de leidinggevende functie, of de natuurlijke personen die de daadwerkelijke beslissingsbevoegdheid
zake kredietverrichtingen onderworpen aan deze wet bekleden
een onderneming die het voorwerp uitmaakt van een
trekking of opschorting van de erkenning of een doorhaling of opschorting van de
schrijving, voor de duur van deze maatregel;6° de personen die werden veroordeeld door een buitenlandse rechtbank voor soortgelijke misdrijven als bedoeld
1°;
deze gevallen is artikel 2 van voornoemd koninklijke besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 van toepassing. »; 3° het artikel wordt aangevuld met een § 3 en een § 4, luidend als volgt : « § 3.De Koning kan de bepalingen van dit artikel wijzigen om ze
overeenstemming te brengen met de wetten die de erin opgesomde teksten wijzigen. § 4. Voor de toepassing van dit artikel worden de natuurlijke of rechtspersonen die een al dan niet stemrechtverlenende rechtstreekse deelneming van ten minste 5 % of onrechtstreekse deelneming van ten minste 25 % bezitten
het kapitaal van de onderneming, gelijkgesteld met de personen die er het ambt van beheerder, zaakwaarnemer, directeur of gevolmachtigde bekleden. » Art. 56.Artikel 79 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 79.- Elke wijziging van de gegevens waarvoor
lichtingen moeten worden verstrekt krachtens de artikelen 75, 75bis en 77 moet onmiddellijk ter kennis worden gebracht van de Minister van Economische Zaken of zijn gemachtigde. De erkenning verleend aan een kredietgever die niet valt onder het toezicht van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen en de
schrijving hebben een geldigheidsduur van tien jaar, te rekenen vanaf de datum van verlening, verlenging of bevestiging bedoeld
artikel 111. Elke erkende of
geschreven persoon moet, vanaf de zesde maand voor het verval van deze termijn de verlenging aanvragen van de
schrijving of erkenning bij een ter post aangetekende brief gericht aan de minister van Economische Zaken of zijn gemachtigde. De minister van Economische Zaken of zijn gemachtigde : - stuurt drie maanden voor het verval van de
schrijving of de erkenning een herinnering aan de betrokken persoon op zijn laatst gekende adres; - gaat ambtshalve over tot hun doorhaling of hun
trekking
dien geen antwoord is ontvangen binnen de maand vanaf de verzending van de herinneringsbrief; - onderzoekt na ontvangst van de aanvraag tot verlenging of de voorwaarden tot
schrijving of erkenning nog vervuld zijn; - verlengt de
schrijving of erkenning of gaat ambtshalve over tot de doorhaling of
trekking. » Art. 57.Artikel 80 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 58.
artikel 85 van dezelfde wet worden de woorden « kan de consument kiezen tussen de nietigverklaring van de overeenkomst uitgesproken door de rechter, en de beperking van zijn verplichtingen » vervangen door de woorden « verklaart de rechter de overeenkomst nietig of vermindert de verplichtingen van de consument en dit hoogstens ». Art. 59.
artikel 86 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « bepalingen over de afgifte en de vermeldingen van het aanbod » vervangen door de woorden « vermeldingen van de kredietovereenkomst evenals de bepalingen van artikel 60bis en 60ter betreffende de overschrijding van het kredietbedrag »;2° tussen het eerste lid en het tweede lid wordt het volgende lid
gevoegd : « De rechter vermindert de verplichtingen van de borg en de steller van een persoonlijke zekerheid en dit hoogstens tot de prijs bij contante betaling of tot het ontleende bedrag, wanneer de kredietgever de
artikel 35 opgenomen bepalingen niet naleeft.»; 3° het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen door het volgende lid : «
geval van vermindering van de verplichtingen van de consument, de borg of de steller van een persoonlijke zekerheid behouden deze het voordeel van de betaling
termijnen.». Art. 60.Artikel 87, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « 5° de kredietgever de bepalingen bedoeld
artikel 31 niet heeft nageleefd of heeft miskend. ». Art. 61.Artikel 89 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 89.Wanneer, ondanks het
artikel 16 bedoelde verbod, de kredietgever of de kredietbemiddelaar een bedrag stort of een levering van een goed of een dienst verricht, is de consument niet gehouden dat bedrag terug te betalen, de geleverde dienst of het geleverde goed te betalen noch dit laatste terug te zenden. ». Art. 62.Artikel 91 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 91.
geval van niet naleving van de bepalingen bedoeld
de artikelen 27bis , § 4, 30, § 2, en 59, §§ 1 en 2, wordt de consument van rechtswege ontslagen van de
teresten en de kosten voor de periode waarop de
breuk betrekking heeft.
dien de consument,
weerwil van het verbod van artikel 31, § 3, tot reconstitutie van het kapitaal van het krediet is overgegaan, kan hij de onmiddellijke terugbetaling van het gereconstitueerde kapitaal eisen,
clusief de verworven
tresten, dan wel de terugbetaling van het krediet, tot beloop van het gereconstitueerde kapitaal
clusief de verworven
tresten. ». Art. 63.
artikel 92 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 25/09/2001 numac 2001011336 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de Centrale voor Kredieten aan Particulieren type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen
zake gezondheidszorg sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, 1°, worden tussen de woorden « de artikelen » en « 11 en 15 » de woorden « 10, eerste lid, »
gevoegd;2°
het eerste lid, 2°, worden de woorden « 11 en 63, §§ 1, 2, 4 en 5 » vervangen door de woorden « 10, eerste lid, 11, 63, §§ 1, 2, 3, tweede lid, 4 en 5, en 64, § 1 ». Art. 64.
artikel 94 van dezelfde wet worden de woorden « het eerste en het tweede lid » vervangen door de woorden « het eerste lid ». Art. 65.
artikel 97 van dezelfde wet worden de woorden « het kredietaanbod of » geschrapt. Art. 66.
artikel 98 van dezelfde wet wordt de eerste zin vervangen door de volgende bepaling : «
dien het lichamelijk roerend goed
strijd met de bepalingen van artikel 33bis wordt teruggenomen, is de kredietovereenkomst ontbonden. ». Art. 67.Artikel 99 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 99.- Geen enkele commissie is verschuldigd wanneer de kredietovereenkomst ontbonden of verbroken wordt of het voorwerp uitmaakt van een termijnverval en de kredietbemiddelaar de bepalingen van artikel 64 niet heeft nageleefd. » Art. 68.
artikel 100 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De consument kan bij de rechtbank van eerste aanleg van zijn woonplaats bij verzoekschrift op tegenspraak elke vordering
dienen die betrekking heeft op een betwisting over het recht van toegang tot, de verbetering van of de uitwissing van persoonsgegevens. ». Art. 69.
artikel 101 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 11 februari 1994, 11 december 1998 en 10 augustus 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden « 50 000 frank » vervangen door de woorden « 100.000 euro »; 2°
, 1°, b , worden tussen de woorden « tot het sluiten » en de woorden « van een kredietovereenkomst » de woorden « of het uitvoeren »
gevoegd;3° § 1, 5°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 5° hij die gebruik maakt van een van de
de artikelen 28 tot 32 bedoelde onrechtmatige bedingen of een
breuk maakt op artikel 33bis ;»; 4° § 1, 8°, wordt opgeheven;5° § 1 wordt aangevuld als volgt : « 16° hij die de bepalingen van de artikelen 5, 6, 6bis , 40, 48, 55 of 57 overtreedt;17° hij die de bepalingen van de artikelen 7, 8 of 9 overtreedt;18° hij die de bepalingen van artikel 63, § 3, overtreedt;19° hij die de verplichting tot het ter beschikking stellen van de documenten, bedoeld bij de artikelen 27bis , § 4, en 59, §§ 1 en 2, niet naleeft.». Art. 70.Artikel 106, § 3, van dezelfde wet, wordt aangevuld met het volgende lid : «
dien de kredietgever zes maanden na het verstrijken van de duur van de
trekking geen nieuwe erkenning heeft ontvangen, mag hij voor de lopende kredietovereenkomsten van onbepaalde duur, geen nieuwe kredietopnemingen meer toestaan. Bij het verstrijken van deze termijn van zes maanden moet hij bovendien deze overeenkomsten verbreken met een opzeggingstermijn van zes maanden. » Art. 71.Artikel 108 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 72.
artikel 109 van dezelfde wet worden de woorden « van de artikelen 5, 6, 7 tot 9, 14, 29 tot 31, 33, 40 tot 42, 44, 48 tot 50, 52, 55 tot 58, 63 tot 65, evenals van de bepalingen genomen ter uitvoering van de artikelen 43, § 1, tweede lid, en 51, tweede lid, » vervangen door de woorden « van de artikelen 5 tot 9, 14, 29 tot 31, 33, 33bis , 40, 41, 48, 49, 55 tot 58, 63 tot 65 ». Art. 73.Artikel 110 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 110.§ 1. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg
de ministerraad, de bepalingen van deze wet aanpassen aan de verplichtingen die voor België voortvloeien uit
ternationale akkoorden of verdragen voorzover het gaat om aangelegenheden die niet krachtens de Grondwet aan de wetgever zijn voorbehouden. § 2. De ontwerpen van koninklijke besluiten waarvan sprake
Het advies van de Raad van State wordt samen met het verslag aan de Koning en het betrokken koninklijk besluit openbaar gemaakt. § 3. De met toepassing van § 1 genomen koninklijke besluiten houden op uitwerking te hebben
dien zij niet bij wet bevestigd zijn binnen het jaar na hun bekendmaking
het Belgisch Staatsblad . » Art. 74.
artikel 115, eerste lid, van dezelfde wet worden de getallen « 43, 51 » geschrapt. HOOFDSTUK III. - Diverse wijzigingsbepalingen Art. 75.
artikel 1418, 2, e , van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976 worden de woorden « te kopen of te lenen op afbetaling, een persoonlijke lening aan te gaan, » vervangen door de woorden « een kredietovereenkomst, bedoeld door de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet te sluiten ». Art. 76.Artikel 574, 8°, van het Gerechtelijk Wetboek,
gevoegd bij de wet van 12 juni 1991, wordt opgeheven. Art. 77.
artikel 591, 21°, van het Gerechtelijk Wetboek,
gevoegd bij de wet van 12 juni 1991, worden tussen de woorden «
zake kredietovereenkomsten » en de woorden « zoals geregeld » de woorden « evenals de verzoeken tot het toestaan van betalingsfaciliteiten en de betwistingen
zake borgtocht bij kredietovereenkomsten »
gevoegd. Art. 78.Artikel 628, 8°, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 12 juni 1991 wordt aangevuld met de volgende zinsnede : « met
begrip van de verzoeken tot het toestaan van betalingsfaciliteiten en de verzoeken
zake borgtocht bij kredietovereenkomsten. » Art. 79.
artikel 1337ter van het Gerechtelijk Wetboek,
gevoegd bij wet van 12 juni 1991, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° De aanhef van § 1 wordt vervangen door wat volgt : « Het verzoekschrift vermeldt : »;2° § 2 wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt : « Bij het verzoekschrift wordt een afschrift van de kredietovereenkomst gevoegd.». Art. 80.Artikel 1337quater van het Gerechtelijk Wetboek,
gevoegd bij wet van 12 juni 1991, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1337quater . - Als de vermeldingen en bijlagen bedoeld
artikel 1337ter onvolledig zijn, vraagt de rechter binnen acht dagen aan de verzoeker om zijn verzoekschrift aan te vullen. ». Art. 81.Artikel 1337octies van het Gerechtelijk Wetboek,
gevoegd bij wet van 12 juni 1991, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 1337octies . - Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande hoger beroep en zonder borgstelling. De griffier zendt een voor eensluidend verklaard afschrift van ieder vonnis waarbij betalingsfaciliteiten werden toegestaan of geweigerd aan de Nationale Bank van België. » Art. 82.Artikel 162 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt aangevuld met een 47°, luidend als volgt : « 47° de akten, de vonnissen en arresten, betreffende het toestaan van betalingsfaciliteiten
zake consumentenkrediet,
gesteld overeenkomstig de artikelen 1337bis tot en met 1337octies van het Gerechtelijk Wetboek. ». Art. 83.
artikel 1 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet wordt het woord « uitsluitend » vervangen door het woord « hoofdzakelijk ». Art. 84.
artikel 8 van de wet van 7 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/2001 pub. 25/01/2001 numac 2000011521 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet sluiten tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, wordt het volgende lid
gevoegd tussen het tweede en het derde lid : «
deze gevallen kan de overeengekomen nalatigheidsinterestvoet worden gewijzigd binnen de grenzen bepaald door artikel
artikel 12, 6° van deze wet, gratis en onverwijld aan de consument worden overhandigd wanneer zich de volgende omstandigheden voordoen : - hetzij de ontbinding van de kredietovereenkomst of het verval van de termijnbepaling; - hetzij een eenvoudige betalingsachterstand. Ten laatste binnen drie jaar na de bekendmaking van deze wet
het Belgisch Staatsblad , dienen de partijen de lopende kredietovereenkomsten van onbepaalde duur aan te passen aan deze wet en aan de wet van 7 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/2001 pub. 25/01/2001 numac 2000011521 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet sluiten tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet. Voor het verstrijken van deze termijn moeten de consument en,
voorkomend geval, de borg op de hoogte worden gebracht van de wijzigingen die voortvloeien uit deze wet en de wet van 7 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/2001 pub. 25/01/2001 numac 2000011521 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet sluiten tot wijziging van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet. Het bewijs van deze
formatie komt de kredietgever toe. Wanneer evenwel de aanpassingen eveneens tot gevolg hebben dat de contractuele verplichtingen van de consument ook worden gewijzigd, moet deze
formatie gebeuren
de vorm van een aanhangsel bij de kredietovereenkomst. Dit aanhangsel wordt geacht door de consument te zijn aanvaard na verloop van een periode van één maand vanaf de toezending ervan. De
breuken op de bepalingen van het tweede en derde lid van dit artikel worden opgespoord, vastgesteld en gesanctionneerd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 75bis , § 3, 81 tot 84, 106 en 109 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet. HOOFDSTUK V. -
werkingtreding Art. 86.De bepalingen van deze wet treden
werking op 1 januari 2004, behalve de bepalingen van artikelen 1, 2, 6°bis , 4, 11, 12, 1° tot 4°, 6° en 10°, 13, 14, 15, 16, 18, 23, 25, 33, 1°, 35, 41, 1°, 42, 2° en 4°, 48, 49, 64, 65, 67, 69, 1° en 2°, 73, 75 en 84, die
werking treden op 1 juni
plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.
tegraal Verslag : 5 december 2003. Stukken van de Senaat : 2-1378-2002/2003 : - Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat : - Nr. 2 : Verslag. - Nr. 3 : Beslissing om niet te amenderen. Handelingen van de Senaat : 6 februari 2003.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.