← België

Ministerieel besluit tot wijziging van het reglement behorende bij het ministerieel besluit van 13 februari 1970 houdende reglement waarbij de technis

reglement behorende bij het ministerieel besluit van 13 februari 1970 houdende reglement waarbij de technische maatregelen worden vastgesteld die moeten genomen worden voor de exploitatie van de vlieg

§ 4.2.5.5.

kan de ondernemer voor elk vliegtuig dat voor een periode van maximum 7 maanden in dry lease is bij een andere ondernemer een contract afsluiten met een instelling die niet JAR-145 erkend/aanvaard is voor zover aan volgende voorwaarden is voldaan : 1. voor het contract voor onderhoud van het vliegtuig of het contract voor onderhoud van de motor, is de instelling waarmee het (

  1. de)contract(
  2. en)wordt (worden) afgesloten een volgens de vereisten van JAR-OPS 1 gecertificeerd ondernemer, die vliegtuigen van hetzelfde type exploiteert. Wordt als volgens de vereisten van JAR-OPS 1 gecertificeerd beschouwd, de ondernemer die gecertificeerd is volgens de vereisten van JAR-OPS 1 door een Staat die volwaardig lid is van de Joint Aviation Authorities zoals gedefinieerd in de EEG-verordening 3922/91, vermeld in § 4.2.1.; 2. elk onderhoud wordt uitgevoerd door een JAR-145 erkende/aanvaarde instelling op een volgens JAR-145 gepaste wijze; 3. het contract vult de in § 4.2.4. punten 2, 3, 5, 6 en 7 vermelde functies nader in en legt de kwaliteitsfuncties van § 4.2.6. vast; 4. het contract wordt samen met al zijn aanhangsels overgelegd aan de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart of aan zijn gemachtigde die de wijziging ervan kan aanvragen.De commerciële aspecten van het contract worden niet vereist. 4.2.5.7.

§ 4.2.5.5.

kan, in het geval van een vliegtuig dat een occasioneel lijnonderhoud behoeft, het contract de vorm aannemen van een individueel dagbriefje (work order) dat aan de onderhoudsinstelling wordt overgezonden. 4.2.5.8.

§ 4.2.5.5.

kan, in het geval van onderhoud van een vliegtuigbestanddeel, het onderhoud van een motor inbegrepen, het contract de vorm aannemen van een individueel dagbriefje (work order) dat aan de onderhoudsinstelling wordt overgezonden. 4.2.5.

  1. De ondernemer dient een gepaste kantoorruimte op een geschikte plaats ter beschikking te stellen aan het in § 4.2.5.
  2. genoemde personeel. 4.2.
  3. Kwaliteitssysteem Met betrekking tot het onderhoud dient het kwaliteitssysteem van de ondernemer er bovendien ten minste op toe te zien dat :
  4. de activiteiten van § 4.2.
  5. worden uitgevoerd volgens de goedgekeurde procedures;
  6. al het uitbestede onderhoud in overeenstemming met het contract wordt uitgevoerd;en
  7. de vereisten van § 4.
  8. permanent worden nageleefd. Voorzover de ondernemer erkend/aanvaard is volgens JAR-145, mag het kwaliteitssysteem gecombineerd worden met het systeem dat volgens JAR-145 is vereist. 4.2.
  9. Door de ondernemer opgesteld handboek van het beheersysteem voor onderhoud De ondernemer dient een handboek van het beheersysteem voor onderhoud van de ondernemer (MME) over te maken waarin nadere informatie wordt gegeven over de structuur van zijn instelling, waaronder :
  10. de overeenkomstig § 2.2.2.
  11. aangewezen functionaris die verantwoordelijk is voor het vereiste onderhoudssysteem en de in § 4.2.5.
  12. genoemde persoon of groep personen;
  13. de procedures die moeten worden gevolgd om te voldoen aan de verantwoordelijkheid inzake onderhoud beschreven in § 4.2.
  14. en de kwaliteitsfuncties beschreven in § 4.2.6., met dien verstande dat, voor zover de ondernemer zelf een ter zake dienende JAR-145-erkenning heeft, deze informatie mag worden opgenomen in het JAR-145-handboek van de onderhoudsinstelling (MOE). Het door de ondernemer opgestelde handboek van het beheersysteem voor onderhoud, en alle latere wijzigingen daarin, dienen door de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart of door zijn gemachtigde te worden goedgekeurd. 4.2.
  15. Vliegtuigonderhoudsprogramma van de ondernemer De ondernemer dient ervoor te zorgen dat het vliegtuig volgens het vliegtuigonderhoudsprogramma van de ondernemer wordt onderhouden. Het programma dient nadere informatie te bevatten over alle uit te voeren onderhoudswerkzaamheden, met inbegrip van de frequentie daarvan. Het programma dient een betrouwbaarheidsprogramma te omvatten als de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart of zijn gemachtigde van oordeel is dat dit noodzakelijk is. Het vliegtuigonderhoudsprogramma van de ondernemer, en alle latere wijzigingen daarin, dienen door de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart of door zijn gemachtigde te worden goedgekeurd. 4.2.
  16. Het technisch journaal van de ondernemer (Technical Log) De ondernemer dient gebruik te maken van een systeem van technische journaals (Tech. Log) dat voor elk vliegtuig de volgende informatie bevat :
  17. de gegevens, betreffende elke vlucht, die noodzakelijk zijn om de veiligheid van de vlucht te waarborgen;
  18. het geldig bewijs van vrijgave voor gebruik van het vliegtuig;
  19. de geldige onderhoudsverklaring, met vermelding van de staat van onderhoud van het vliegtuig voor wat betreft de geplande werken en de uitgestelde werken die binnen korte tijd moeten gebeuren, tenzij de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart of zijn gemachtigde ermee kan instemmen dat de onderhoudsverklaring in een ander documentatiesysteem wordt bewaard;
  20. de lijst van alle nog niet verholpen gebreken welke invloed hebben op de exploitatie van het vliegtuig;en
  21. alle nodige richtlijnen met betrekking tot afspraken over ondersteuning bij het onderhoud. Het technisch journaal en alle latere wijzigingen daarin dienen door de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart of door zijn gemachtigde te worden goedgekeurd. 4.2.
  22. Registratie van de onderhoudswerken De ondernemer dient ervoor te zorgen dat het technisch journaal bewaard blijft gedurende 24 maanden na de datum van de laatste aantekening daarin. De ondernemer dient er zich van te vergewissen dat er een systeem is vastgesteld om de volgende gegevens in een voor de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart of voor zijn gemachtigde aanvaardbare vorm te bewaren gedurende de vermelde termijnen :
  23. alle gedetailleerde onderhoudsverslagen met betrekking tot het vliegtuig en elk aan het vliegtuig gemonteerd onderdeel : 24 maanden nadat het vliegtuig of het onderdeel voor gebruik werd vrijgegeven;
  24. de totale vliegtijd of, naargelang het geval, het aantal vluchtcycli van het vliegtuig en van al zijn onderdelen met beperkte levensduur : 12 maanden nadat het vliegtuig definitief uit dienst is genomen;
  25. de vliegtijd of, naargelang het geval, het aantal vluchtcycli sinds de laatste algemene revisie van het vliegtuig of van elk vliegtuigonderdeel waarvoor een revisielevensduur geldt : totdat de laatste revisie van het vliegtuig of van het onderdeel is vervangen door een algemene revisie die evenwaardig is inzake draagwijdte en details;
  26. de actuele stand van zaken van de inspecties van het vliegtuig waaruit kan worden opgemaakt of het goedgekeurde onderhoudsprogramma van de ondernemer is nageleefd : totdat de inspectie van het vliegtuig of het onderdeel achterhaald is doordat een nieuwe inspectie van gelijkwaardige aard en omvang heeft plaatsgevonden;
  27. de actuele toestand van de luchtwaardigheidsrichtlijnen die van toepassing zijn op het vliegtuig en op de onderdelen daarvan : 12 maanden nadat het vliegtuig definitief uit dienst is genomen;
  28. gegevens over de aangebrachte wijzigingen en herstellingen aan het vliegtuig, de motor(en), de propeller(s) en alle andere vliegtuigonderdelen die essentieel zijn voor de vliegveiligheid : 12 maanden nadat het vliegtuig definitief uit dienst is genomen. De ondernemer moet er zich van vergewissen dat als een vliegtuig permanent wordt overgedragen van één ondernemer aan een andere ondernemer, de in § 4.2.
  29. vermelde gegevens eveneens worden overgedragen; de vastgestelde termijnen blijven toepasselijk op de nieuwe ondernemer. 4.2.
  30. Gelijkwaardigheid inzake veiligheid De ondernemer mag geen andere procedures invoeren dan deze bepaald in § 4.2., tenzij dit noodzakelijk blijkt en er vooraf een gelijkwaardigheid inzake veiligheid is goedgekeurd door de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart. » Art. 4.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Brussel, 20 oktober
  31. B. ANCIAUX

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.