Bijlage, gedaan te Straatsburg op 3 mei 1996
r Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.
ze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van
Grondwet. Art. 2.Het herziene Europees Sociaal Handvest en
Bijlage, gedaan te Straatsburg op 3 mei 1996, zullen volkomen gevolg hebben. Kondigen
ze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 15 maart 2002. ALBERT Van Koningswege :
Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL
Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX
Minister van Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie, J. VANDE LANOTTE
Minister van Volksgezondheid, Mevr. M. AELVOET
Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE
Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, F. VANDENBROUCKE
Minister van Ambtenarenzaken, L. VAN
N BOSSCHE
Minister van Landsverdediging, A. FLAHAUT
Minister van Justitie, M. VERWILGHEN
Minister toegevoegd aan
Minister van Buitenlandse Zaken, Mevr. A. NEYTS-UYTTEBROECK Met 's Lands zegel gezegeld :
Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota's
Senaat, nr. 50-1536/1. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan
Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 50-1536/2. Parlementaire handelingen. - Bespreking. Vergadering van 18
cember 2001. - Stemming.Vergadering van 20
cember 2001.
creet van
Vlaamse Gemeenschap/het Vlaams Gewest van 28 februari 2003 (Belgisch Staatsblad van 21 maart 2003),
creet van
Franse Gemeenschap van 5 mei 1999 (Belgisch Staatsblad van 22 oktober 1999 - Ed.1),
creet van
Duitstalige Gemeenschap van 25 juni 2001 (Belgisch Staatsblad van 9 augustus 2001),
creet van het Waalse Gewest van 4
cember 2003 (Belgisch Staatsblad van 16
cember 2003), Ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 22 april 1999 (Belgisch Staatsblad van 22 oktober 1999) en Ordonnantie van
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 20 juli 2000 (Belgisch Staatsblad van 9 september 2000). Het Herziene Europees Sociaal Handvest PREAMBULE
ondertekenende Regeringen, leden van
Raad van Europa, Overwegende dat het doel van
Raad van Europa het tot stand brengen is van een grotere eenheid tussen zijn leden teneinde
idealen en beginselen welke hun gemeenschappelijk erfdeel zijn, veilig te stellen en te verwezenlijken en hun economische en sociale vooruitgang te bevorderen, in het bijzonder door
handhaving en verdere verwezenlijking van
rechten van
mens en van
fundamentele vrijheden; Overwegende dat in het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Verdrag tot bescherming van
rechten van
mens en
fundamentele vrijheden en
daarbij behorende Protocollen,
lid-Staten van
Raad van Europa zijn overeengekomen dat zij hun volkeren
daarin opgesomde burgerlijke en politieke rechten en vrijheden zouden waarborgen; Overwegende dat door het op 18 oktober 1991 te Turijn voor ondertekening opengestelde Europees Sociaal Handvest en
Protocollen,
lid-Staten van
Raad van Europa zijn overeengekomen dat zij hun volkeren
daarin opgesomde sociale rechten zouden waarborgen teneinde hun levenspeil te verhogen en hun welzijn te bevorderen, Eraan herinnerend dat door
op 5 november 1990 te Rome gehouden Ministeriële Conferentie over
rechten van
mens enerzijds werd gewezen op
noodzaak om het onverbrekelijk karakter van alle rechten van
mens, zowel
burgerlijke, politieke, economische, sociale als culturele rechten te behouden en anderzijds op
noodzaak om aan het Europees Sociaal Handvest een nieuwe impuls te geven; Vastbesloten, zoals op
op 21 en 22 oktober 1991 te Turijn bijeengekomen Ministeriële Conferentie werd besloten,
materiële inhoud van het Handvest bij te werken en aan te passen teneinde in het bijzonder rekening te houden met fundamentele sociale veranderingen die zich sedert
aanneming ervan hebben voorgedaan; Erkennende dat het nuttig is om in het herziene Handvest, dat bestemd is om geleidelijk aan het Europees Sociaal Handvest te vervangen,
rechten gewaarborgd door het Handvest, zoals ze zijn geamendeerd en
ze gewaarborgd door het Additioneel Protocol van 1988 op te nemen en er nieuwe rechten aan toe te voegen, Zijn als volgt overeengekomen :
EL I
Partijen stellen zich ten doel met alle passende middelen, zowel op nationaal als internationaal terrein, zodanige voorwaarden te scheppen dat
hiernavolgende rechten en beginselen daadwerkelijk kunnen worden verwezenlijkt :
bescherming van hun economische en sociale belangen.
gevaren voor lichaam en geest waaraan zij blootstaan.
keuze van een beroep dat strookt met zijn persoonlijke opleiding en belangstelling.
elname aan
samenleving.16. Het gezin als fundamentele maatschappelijke eenheid heeft recht op een voor zijn volledige ontplooiing doelmatige, sociale, wettelijke en economische bescherming.17.
kinderen en adolescenten hebben recht op een passende sociale, wettelijke en economische bescherming.18.
onderdanen van een Partij hebben het recht op het grondgebied van een andere Partij een op winst gerichte bezigheid uit te oefenen op grond van gelijkheid met
onderdanen van laatstgenoemde Partij behoudens beperkingen op grond van economische of sociale redenen van dringende aard.
onderneming.22. Werknemers hebben het recht
el te nemen aan
vaststelling en
verbetering van
werkomstandigheden en werkomgeving binnen
onderneming 23.Iedere oudere heeft recht op sociale bescherming.
arbeidstaak.27. Iedereen die gezinsverantwoordelijkheid draagt en die een baan uitoefent of wenst uit te oefenen heeft het recht dit te doen zonder aan discriminaties te worden blootgesteld en in
mate van het mogelijke zonder dat er een onverenigbaarheid ontstaat tussen het uitoefenen van zijn baan en het dragen van gezinsverantwoordelijkheid.28.
werknemersvertegenwoordigers in
onderneming hebben recht op bescherming tegen
daden die hen schade zouden kunnen berokkenen en moeten over
passende mogelijkheden beschikken om hun functies uit te oefenen.29. Alle werknemers hebben het recht om geïnformeerd en geraadpleegd te worden bij
procedures inzake collectief ontslag.
EL II
Partijen verbinden zich, overeenkomstig het bepaalde in
el III, zich gebonden te achten door
verplichtingen, vervat in
hiernavolgende artikelen en leden. Recht op Arbeid Artikel 1.Teneinde
onbelemmerde uitoefening van het recht op arbeid te waarborgen verbinden
Partijen zich : 1.
totstandbrenging en handhaving van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, met het oogmerk een volledige werkgelegenheid te verwezenlijken, als een hunner voornaamste doelstellingen en verantwoordelijkheden te beschouwen;2. het recht van
werknemer om in zijn onderhoud te voorzien door vrijelijk gekozen werkzaamheden daadwerkelijk te beschermen;
ze te bevorderen. Recht op billijke arbeidsvoorwaarden Art. 2.Teneinde
onbelemmerde uitoefening van het recht op billijke arbeidsvoorwaarden te waarborgen verbinden
Partijen zich : 1. redelijke dagelijkse en wekelijkse arbeidstijden vast te stellen, waarbij
werkweek geleidelijk dient te worden verkort voorzover
vermeerdering
r productiviteit en andere van invloed zijnde factoren zulks toelaten;
risico's weg te werken die inherent zijn aan
gevaarlijke of voor
gezondheid schadelijke werkzaamheden en wanneer die risico's niet zijn weggewerkt of onvoldoende zijn verkleind voor
werknemers die
rgelijke werkzaamheden verrichten, hetzij een verkorting van
arbeidsduur, hetzij bijkomende vrije dagen met behoud van loon te waarborgen;5. een wekelijkse rusttijd te waarborgen, die zoveel mogelijk samenvalt met
dag die volgens
traditie of gewoonte in het betrokken land of in
betrokken streek als rustdag wordt erkend;6. erop toe te zien dat
werknemers zo snel mogelijk schriftelijk en ieder geval uiterlijk twee maanden na het aanvangen van hun arbeidstaak worden geïnformeerd over
belangrijkste punten van
arbeidsovereenkomst of -verhouding;7. ervoor te zorgen dat
werknemers die nachtarbeid verrichten maatregelen genieten die rekening houden met
bijzondere aard van dat soort arbeid. Recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden Art. 3.Teneinde
onbelemmerde uitoefening van het recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden te waarborgen, verbinden
Partijen er zich in overleg met
werkgevers- en werknemersorganisaties toe : 1. een coherent nationaal beleid inzake veiligheid en gezondheid van werknemers en van het arbeidsmilieu te bepalen, uit te voeren en periodiek te evalueren.Dit beleid moet er in
eerste plaats op afgestemd zijn
veiligheid en
hygiëne in het beroepsleven te verbeteren en ongevallen en
aantastingen van
gezondheid te voorkomen die het gevolg zijn van
arbeid, gepaard gaan met
arbeid of zich voordoen bij het verrichten van arbeid, inzonderheid door
oorzaken van
risico's die inherent zijn aan het arbeidsmilieu tot het strikte minimum te herleiden;
naleving van
rgelijke voorschriften door middel van controlemaatregelen zorg te dragen;4.
geleidelijke oprichting te bevorderen van
arbeidsgeneeskundige diensten voor alle werknemers met voornamelijk opdrachten inzake preventie en advies. Recht op billijke beloning Art. 4.Om
onbelemmerde uitoefening van het recht op een billijke beloning te waarborgen, verbinden
Partijen zich : 1. het recht van
werknemers op een zodanige beloning die hen en hun gezin een behoorlijk levenspeil verschaft, te erkennen;2. het recht van
werknemers op een hoger beloningstarief voor overwerk te erkennen, behoudens uitzonderingen in bijzondere gevallen;
r dienstbetrekking te erkennen;5. inhoudingen op lonen alleen toe te staan onder voorwaarden en in
mate als voorgeschreven door nationale wetten of verordeningen, of vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomsten of scheidsrechterlijke uitspraken.
uitoefening van
ze rechten dient te worden verwezenlijkt door middel van vrijelijk gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten, bij
wet ingestelde procedures voor loonvaststelling of andere bij
nationale omstandigheden passende middelen. Recht op vrijheid van organisatie Art. 5.Teneinde het recht van werknemers en werkgevers tot oprichting van plaatselijke, nationale of internationale organisaties voor
bescherming van hun economische en sociale belangen en tot aansluiting bij
ze organisaties te waarborgen of te bevorderen, verplichten
Partijen zich dit recht op generlei wijze door
nationale wetgeving of door
toepassing daarvan te laten beperken.
mate waarin
in dit artikel voorziene waarborgen van toepassing zullen zijn op
politie, wordt bepaald door
nationale wetten of verordeningen. Het beginsel volgens hetwelk
ze waarborgen van toepassing zullen zijn ten aanzien van leden
r strijdkrachten, en
mate waarin
ze waarborgen van toepassing zullen zijn op personen in
ze categorie, wordt eveneens bepaald door nationale wetten of verordeningen. Recht op collectief onderhandelen Art. 6.Teneinde
onbelemmerde uitoefening van het recht op collectief onderhandelen te waarborgen verbinden
Partijen zich :
totstandkoming van een procedure te bevorderen voor vrijwillige onderhandelingen tussen werkgevers of organisaties van werkgevers en organisaties van werknemers, met het oog op
bepaling van beloning en arbeidsvoorwaarden door middel van collectieve arbeidsovereenkomsten;3.
instelling en toepassing van een doelmatige procedure voor bemiddeling en vrijwillige arbitrage inzake
beslechting van arbeidsgeschillen te bevorderen; en erkennen : 4. het recht van werknemers en werkgevers op collectief optreden in gevallen van belangengeschillen, met inbegrip van het stakingsrecht, behoudens verplichtingen uit hoofde van reeds eerder gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten. Recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming Art. 7.Om
onbelemmerde uitoefening van het recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming te waarborgen, verplichten
Partijen zich : 1. te bepalen dat
minimumleeftijd voor toelating tot tewerkstelling 15 jaar zal zijn, behoudens uitzonderingen voor kinderen die nader omschreven lichte werkzaamheden verrichten welke niet nadelig zijn voor hun gezondheid, geestelijk welzijn of ontwikkeling;2.
minimumleeftijd op 18 jaar vast te stellen voor toelating tot tewerkstelling ten aanzien van nader omschreven werkzaamheden welke als gevaarlijk of als schadelijk voor
gezondheid worden beschouwd;
arbeidsduur van personen beneden
leeftijd van 18 jaar zal worden beperkt overeenkomstig
behoeften van hun ontwikkeling, in het bijzonder hun behoefte aan vakopleiding;
door jeugdige personen gedurende hun normale arbeidstijd en met toestemming van
werkgever aan vakopleiding bestede tijd als een
el van
werkdag zal worden beschouwd;7. te bepalen dat tewerkgestelde personen beneden
leeftijd van 18 jaar recht zullen hebben op tenminste vier weken verlof per jaar met behoud van loon;8. te bepalen dat personen beneden
leeftijd van 18 jaar geen nachtarbeid mogen verrichten, met uitzondering van bepaalde in nationale wetten of verordeningen omschreven werkzaamheden;9. te bepalen dat personen beneden
leeftijd van 18 jaar die nader in nationale wetten of verordeningen omschreven werkzaamheden verrichten regelmatig een geneeskundig onderzoek moeten ondergaan;10. een bijzondere bescherming tegen gevaren voor lichaam en geest, waaraan kinderen en jeugdige personen zijn blootgesteld, te waarborgen, in het bijzonder tegen die gevaren welke al dan niet rechtstreeks uit hun arbeid voortvloeien. Recht van vrouwelijke werknemers op moederschapsbescherming Art. 8.Om
onbelemmerde uitoefening van het recht van vrouwelijke werknemers op bescherming van het moederschap te waarborgen, verplichten
Partijen zich : 1. te bepalen dat vrouwelijke werknemers, hetzij door verlof met behoud van loon, dan wel door passende socialezekerheidsuitkeringen of uitkeringen uit openbare middelen, in staat worden gesteld voor en na
bevalling verlof te nemen gedurende een totaal van ten minste 14 weken;2. het als onwettig te beschouwen indien een werkgever een vrouw haar ontslag aanzegt tijdens
periode tussen het ogenblik waarop zij haar zwangerschap aan haar werkgever bekendmaakt en het einde van haar moederschapsverlof of op een zodanig tijdstip dat
opzeggings termijn gedurende
ze periode verstrijkt;3. te bepalen dat moeders die hun zuigelingen voeden voldoende tijd daartoe krijgen 4.
nachtarbeid van zwangere vrouwen, vrouwen die recent bevallen zijn of die hun kinderen borstvoeding geven, te regelen; 5.
tewerkstelling van zwangere vrouwen, vrouwen die recent bevallen zijn of hun kinderen borstvoeding geven voor ondergrondse mijnarbeid en voor alle andere arbeid die gevaarlijk, ongezond of lastig is te verbieden en
passende maatregelen te nemen om
rechten van die vrouwen inzake tewerkstelling te beschermen. Recht op beroepskeuzevoorlichting Art. 9.Teneinde
onbelemmerde uitoefening van het recht op beroepskeuzevoorlichting te waarborgen, verplichten
Partijen zich, zo nodig een dienst in het leven te roepen of hieraan medewerking te verlenen, die allen, met inbegrip van
mindervaliden, dient te helpen bij
oplossing van vraagstukken met betrekking tot beroepskeuze en vorderingen in een beroep, met inachtneming van hun persoonlijke eigenschappen, alsmede van het verband tussen
ze en
bestaande werkgelegenheid;
ze hulp dient kosteloos te worden gegeven, zowel aan jeugdige personen, met inbegrip van schoolkinderen, als aan volwassenen. Recht op vakopleiding Art. 10.Teneinde
onbelemmerde uitoefening van het recht op vakopleiding te waarborgen, verplichten
Partijen zich :
opleiding van jongens en meisjes in hun onderscheiden beroepen in het leven te roepen of hieraan medewerking te verlenen;3. zo nodig te zorgen voor of medewerking te verlenen aan :
her- en omscholing van volwassen arbeiders, voortvloeiende uit technische ontwikkelingen of uit nieuwe ontwikkelingen in
werkgelegenheid;
tijd welke
werknemer gedurende zijn tewerkstelling op verzoek van zijn werkgever voor aanvullende opleidingen besteedt, aan te merken als
el van
normale arbeidstijd;d) in overleg met organisaties van werkgevers en werknemers,
doeltreffendheid van leerlingstelsels en andere opleidingsstelsels voor jeugdige werknemers door het uitoefenen van voldoende toezicht te waarborgen, alsmede zorg te dragen voor afdoende bescherming van jeugdige arbeiders in het algemeen. Recht op bescherming van
gezondheid Art. 11.Teneinde
onbelemmerde uitoefening van het recht op bescherming van
gezondheid te waarborgen, verplichten
Partijen zich, hetzij rechtstreeks, hetzij in samenwerking met openbare of particuliere organisaties, passende maatregelen te nemen onder andere met het oogmerk : 1.
oorzaken van een slechte gezondheid zoveel mogelijk weg te nemen;2. ter bevordering van
volksgezondheid en
persoonlijke verantwoordelijkheid op het gebied van
gezondheid voorzieningen te treffen op het terrein van voorlichting en onderwijs;3. epidemische, endemische en andere ziekten evenals ongevallen zoveel mogelijk te voorkomen. Recht op sociale zekerheid Art. 12.Teneinde
onbelemmerde uitoefening van het recht op sociale zekerheid te waarborgen, verplichten
Partijen zich :
bekrachtiging van
Europese Code betreffende
sociale zekerheid;3. te streven naar een geleidelijke verhoging van
sociale zekerheidsnormen;4. stappen te ondernemen, door het sluiten van passende bilaterale en multilaterale overeenkomsten of door andere middelen, en met inachtneming van
in zulke overeenkomsten neergelegde voorwaarden ter waarborging van : a) een gelijke behandeling van
onderdanen van andere Partijen en
eigen onderdanen wat betreft rechten op het gebied van sociale zekerheid, met inbegrip van het behoud van uitkeringen uit hoofde van
socialezekerheidswetgeving, ongeacht eventuele verplaatsingen van
beschermende personen tussen
grondgebieden van
Partijen;b)
verlening, handhaving en het herstel van rechten op sociale zekerheid, onder andere door het samentellen van tijdvakken van verzekering of tewerkstelling
r betrokkenen overeenkomstig
wetgeving van elk
r Partijen. Recht op sociale en geneeskundige bijstand Art. 13.Teneinde
onbelemmerde uitoefening van het recht op sociale en geneeskundige bijstand te waarborgen, verbinden
Partijen zich : 1. te waarborgen dat eenieder die geen toereikende inkomsten heeft en niet in staat is zulke inkomsten door eigen inspanning of met andere middelen te verwerven, in het bijzonder door uitkeringen krachtens een stelsel van sociale zekerheid voldoende bijstand verkrijgt en in geval van ziekte
voor zijn toestand vereiste verzorging geniet;
bepalingen sub 1, 2 en 3 van dit artikel, op onderdanen van andere Partijen die wettig binnen hun grondgebied verblijven, toe te passen op gelijke wijze als op hun eigen onderdanen, in overeenstemming met hun verplichtingen krachtens het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand, op 11
cember 1953 te Parijs ondertekend. Recht op het gebruik van diensten voor sociale zorg Art. 14.Teneinde
onbelemmerde uitoefening van het recht op het gebruik van diensten voor sociale zorg te waarborgen, verbinden
Partijen zich : 1. diensten welke door
toepassing van methoden van maatschappelijk werk kunnen bijdragen tot het welzijn en
ontwikkeling zowel van individuele personen als van groepen personen, alsmede tot hun aanpassing aan het sociale milieu, op te richten of aan
oprichting daarvan medewerking te verlenen;2.
elneming van individuele personen en particuliere of andere organisaties aan
instelling en instandhouding van
rgelijke diensten te stimuleren. Recht van minder-validen op zelfstandigheid, sociale integratie en
elname aan
samenleving Art. 15.Teneinde
minder-validen, ongeacht hun leeftijd,
aard en
oorzaak van hun handicap,
onbelemmerde uitoefening van hun recht op zelfstandigheid, sociale integratie en
elname aan
samenleving te waarborgen, verbinden
Partijen zich ertoe : 1.
nodige maatregelen te nemen om aan
mindervaliden een voorlichting, onderwijs en een beroepsopleiding te verschaffen in het kader van het gemeen recht telkens zulks mogelijk is of als dat niet kan via gespecialiseerde openbare of privé-instellingen;2. hun toegang tot het arbeidsproces te bevorderen door toedoen van iedere maatregel waarmee
werkgevers ertoe kunnen worden aangezet mindervaliden in dienst te nemen en te behouden in het normale arbeidsmilieu en
arbeidsomstandigheden aan
behoeften van
betrokkenen aan te passen of, wanneer dit onmogelijk is omwille van
handicap, door het creëren van beschutte arbeidsplaatsen naargelang van
aard van ongeschiktheid.Die maatregelen kunnen in voorkomend geval het terugvallen op gespecialiseerde bemiddelings- en begeleidingsdiensten rechtvaardigen; 3. hun volledige integratie en
elname aan het sociale leven te bevorderen, inzonderheid door maatregelen, met inbegrip van technische bijstand, die tot doel hebben
hinderpalen uit
weg te ruimen die
communicatie en
mobiliteit in
weg staan en hen in staat te stellen gebruik te maken van vervoersmiddelen en in aanmerking te komen voor huisvesting, culturele activiteiten en andere vrijetijdsbesteding. Recht van het gezin op sociale, wettelijke en economische bescherming Art. 16.Teneinde
noodzakelijke voorwaarden te scheppen voor
volledige ontplooiing van het gezin als fundamentele maatschappelijke eenheid, verbinden
Partijen zich
economische, wettelijke en sociale bescherming van het gezinsleven te bevorderen, onder andere door middel van sociale en gezinsuitkeringen, het treffen van fiscale regelingen, het verschaffen van gezinshuisvesting en door middel van uitkeringen bij huwelijk. Recht van kinderen en volwassenen op een sociale, wettelijke en economische bescherming Art. 17.Teneinde
onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van kinderen en volwassenen op te groeien in een omgeving die gunstig is voor
ontplooiing van hun persoonlijkheid en voor
ontwikkeling van hun fysieke en mentale mogelijkheden, verbinden
Partijen zich ertoe, hetzij rechtstreeks, hetzij in samenwerking met
openbare of privé-organisaties, alle nodige en passende maatregelen te treffen die erop gericht zijn : 1. a)
kinderen en
volwassenen, rekening houdend met
rechten en
plichten van
ouders, verzorging, bijstand, onderwijs en opleiding die zij nodig hebben te waarborgen, inzonderheid door daartoe geschikte en doeltreffende instellingen en diensten op te richten of in stand te houden;b)
kinderen en
volwassenen tegen verwaarlozing, geweld of uitbuiting te beschermen;c) te zorgen voor bescherming en speciale hulp van staatswege voor het kind of
volwassene die tijdelijk of
finitief hun gezinssteun moeten ontberen;2.
kinderen en
volwassenen kosteloos lager en secundair onderwijs te waarborgen en geregeld schoolbezoek in
hand te werken. Recht op uitoefenen van een op winst gerichte bezigheid op het grondgebied van andere Partijen Art. 18.Teneinde
onbelemmerde uitoefening van het recht op het uitoefenen van een op winst gerichte bezigheid op het grondgebied van elke andere Partij te waarborgen, verbinden
Partijen zich : 1.
bestaande regelingen zo ruim mogelijk toe te passen;2.
bestaande formaliteiten te vereenvoudigen en kanselarijrechten en andere kosten welke buitenlandse werknemers of hun werkgevers moeten betalen, te verminderen of af te schaffen;3.
regelingen met betrekking tot
tewerkstelling van buitenlandse werknemers individueel of gemeenschappelijk op soepeler wijze toe te passen; en erkennen : 4. het recht van hun onderdanen om het land te verlaten teneinde op het grondgebied van
andere Partijen een op winst gerichte bezigheid uit te oefenen. Recht van migrerende werknemers en hun gezinnen op bescherming en bijstand Art. 19.Teneinde
onbelemmerde uitoefening van het recht van migrerende werknemers en hun gezinnen op bescherming en bijstand op het grondgebied van elke andere Partij te waarborgen, verbinden
Partijen zich :
reis en
ontvangst van genoemde werknemers en hun gezinnen en binnen hun eigen rechtsgebied gedurende
reis te zorgen voor doelmatige diensten op het gebied van
gezondheid en medische behandeling, alsmede voor goede hygiënische toestanden;
ze aangelegenheden bij wet of bij verordening worden geregeld of onderworpen zijn aan het toezicht van bestuursautoriteiten, een behandeling te waarborgen die niet minder gunstig is dan die van hun eigen onderdanen wat betreft
volgende aangelegenheden : a)
beloning en andere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden;b) het lidmaatschap van vakverenigingen en het genot van
voordelen van collectieve onderhandelingen;c) huisvesting;5. voor genoemde werknemers die wettig op hun grondgebied verblijven, een behandeling te waarborgen die niet minder gunstig is dan die van hun eigen onderdanen wat betreft belastingen op uit dienstverband voortvloeiende beloning, en wat betreft kosten of bijdragen verschuldigd met betrekking tot
tewerkgestelde personen;6. zoveel mogelijk
hereniging van het gezin van een migrerende werknemer die toestemming heeft gekregen om zich op het grondgebied te vestigen, te vergemakkelijken;7. voor genoemde werknemers die wettig op hun grondgebied verblijven, een behandeling te waarborgen die niet minder gunstig is dan die van hun eigen onderdanen wat betreft gerechtelijke procedures in verband met
in dit artikel vermelde aangelegenheden;8. te waarborgen, dat genoemde werknemers die wettig binnen hun grondgebied verblijven, niet uitgeleid worden tenzij zij
nationale veiligheid in gevaar brengen of een strafbaar feit tegen
openbare orde of
openbare zeden plegen;9. binnen
wettelijke grenzen toe te staan, dat genoemde werknemers zoveel van hun verdiensten en spaargelden overmaken als zij zelf wensen;10.
bescherming en bijstand, voorzien in dit artikel, uit te strekken tot migranten die zelfstandig een beroep uitoefenen, voorzover
ze maatregelen van toepassing kunnen zijn;11. het onderwijs van
landstaal van
Gaststaat, of wanneer er meerdere talen zijn, van één ervan te bevorderen en te vergemakkelijken voor migrerende werknemers en voor
leden van hun gezin;12. in
mate van het mogelijke het onderwijs van
moedertaal van
migrerende werknemer aan zijn kinderen te bevorderen en te vergemakkelijken. Recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht Art. 20.Teneinde
onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht verbinden
Partijen zich ertoe dat recht te erkennen en passende maatregelen te nemen om
toepassing ervan op
volgende gebieden te waarborgen of te bevorderen : - toegang tot
arbeidsmarkt, bescherming tegen ontslag, beroepsmatige herintreding; - beroepsvoorlichting en -opleiding, herscholing en heraanpassing; - arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden, met inbegrip van salariëring; - loopbaanontwikkeling, met inbegrip van promotie. Recht op informatie en overleg Art. 21.Teneinde
onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van
werknemers op informatie en overleg binnen
onderneming verbinden
Partijen zich ertoe maatregelen te nemen of te bevorderen waardoor
werknemers of hun vertegenwoordigers, overeenkomstig
nationale wetgeving en praktijk, in staat worden gesteld om : a) regelmatig of te gelegener tijd op een begrijpelijke wijze te worden geïnformeerd over
economische en financiële toestand van
onderneming waarbij zij in dienst zijn, met dien verstande dat
openbaarmaking van bepaalde informatie, waardoor
onderneming zou kunnen worden benadeeld, kan worden geweigerd of dat er kan worden geëist dat
ze informatie vertrouwelijk wordt behandeld;en b) tijdig te worden geraadpleegd over voorgestelde beslissingen die
belangen van werknemers aanzienlijk zouden kunnen beïnvloeden en met name over beslissingen die grote gevolgen zouden kunnen hebben voor
werkgelegenheid binnen
onderneming. Recht
el te nemen aan
vaststelling en
verbetering van
werkomstandigheden en werkomgeving Art. 22.Teneinde
onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van
werknemers
el te nemen aan
vaststelling en
verbetering van
werkomstandigheden en werkomgeving binnen
onderneming, verbinden
Partijen zich ertoe maatregelen te nemen of te bevorderen waardoor
werknemers of vertegenwoordigers, overeenkomstig
nationale wetgeving en praktijk, in staat worden gesteld bij te dragen tot : a)
vaststelling en
verbetering van
werkomstandigheden,
werkindeling en
werkomgeving;b)
bescherming van
gezondheid en
veiligheid binnen
onderneming;c)
organisatie van sociale en sociaal-culturele diensten en voorzieningen binnen
onderneming;d) toezicht op naleving van
voorschriften op
ze gebieden. Recht van ouderen op sociale bescherming Art. 23.Teneinde
onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van ouderen op sociale bescherming, verbinden
Partijen zich ertoe, hetzij rechtstreeks, hetzij in samenwerking met openbare of particuliere instanties, passende maatregelen te nemen of te bevorderen die er met name op zijn gericht : - ouderen in staat te stellen zolang mogelijk volledig lid te blijven van
maatschappij door middel van : a) voldoende middelen om hen in staat te stellen een fatsoenlijk bestaan te leiden en actief
el te nemen aan het openbare, maatschappelijke en culturele leven;b) verschaffing van informatie over
diensten en voorzieningen beschikbaar voor ouderen en
mogelijkheden voor hen om hiervan gebruik te maken : - ouderen in staat te stellen vrijelijk hun levensstijl te kiezen en een onafhankelijk bestaan te leiden in hun gewone omgeving zolang zij dit wensen en kunnen, door middel van : a) het beschikbaar stellen van huisvesting aangepast aan hun behoeften en hun gezondheidstoestand, dan wel van passende bijstand bij
aanpassing van hun woning;b)
gezondheidszorg en diensten die in verband met hun toestand nodig zijn; - ouderen die in tehuizen wonen passende hulp, met respect voor het privé-leven, en
elname aan
vaststelling van
leefomstandigheden in het tehuis te verzekeren. Recht op bescherming in geval van ontslag Art. 24.Teneinde
onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht op bescherming in geval van ontslag, verbinden
Partijen zich ertoe te erkennen : a) het recht van
werknemers om niet te worden ontslagen zonder geldige reden die verband houdt met hun geschiktheid of gedrag of die steunt op
behoeften inzake
werking van
onderneming,
inrichting of
dienst;b) het recht van
zonder geldige reden ontslagen werknemers op een afdoende vergoeding of op een andere passende schadeloosstelling. Daartoe verbinden
Partijen zich ertoe ervoor te zorgen dat een werknemer die van oordeel is dat tegen hem een ontslagmaatregel zonder geldige reden werd getroffen, recht zou hebben om bij een onpartijdig orgaan tegen
ze maatregel beroep aan te tekenen. Recht van
werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever Art. 25.Teneinde
onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van
werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever, verbinden
Partijen zich ertoe ervoor te zorgen dat
schuldvorderingen van
werknemers die het gevolg zijn van arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen zouden worden gewaarborgd door een waarborginstelling of door iedere andere doeltreffende vorm van bescherming. Recht op waardigheid bij
arbeidstaak Art. 26.Teneinde
onbelemmerde uitoefening van het recht van alle werknemers op bescherming van hun waardigheid bij
arbeidstaak te waarborgen, verbinden
Partijen zich er in overleg met
werkgevers- en werknemersorganisaties toe : 1.
sensibilisering,
informatie en
preventie inzake seksuele intimidatie op het werk of in verband met het werk te bevorderen en elke passende maatregel te nemen om
werknemers tegen
rgelijke gedragingen te beschermen;2.
sensibilisering,
informatie en
preventie te bevorderen inzake daden die laakbaar of uitdrukkelijk vijandig en beledigend zijn en die zich herhaaldelijk voordoen ten overstaan van om het even welke werknemer op
arbeidsplaats of in verband met
arbeid en elke passende maatregel te nemen om
werknemers tegen
rgelijke gedragingen te beschermen. Recht van
werknemers met gezinsverantwoordelijkheid op gelijke kansen en gelijke behandeling Art. 27.Teneinde
onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht op gelijke kansen en gelijke behandeling voor
werknemers van beiderlei kunne met gezinsverantwoordelijkheid en voor die werknemers en
andere werknemers onderling, verbinden
Partijen zich ertoe : 1. passende maatregelen te nemen : a) om
werknemers met gezinsverantwoordelijkheid in staat te stellen in het beroepsleven te stappen en er te blijven of ernaar terug te keren na een afwezigheid te wijten aan die verantwoordelijkheid met inbegrip van maatregelen op het vlak van beroepsvoorlichting en -opleiding;b) om rekening te houden met hun behoeften op het gebied van arbeidsvoorwaarden en
sociale zekerheid;c) om openbare of privé-diensten uit te bouwen of te bevorderen, inzonderheid kinderdagverblijven en andere opvangformules;2. om tijdens een periode na het moederschapsverlof voor elke ouder te voorzien in
mogelijkheid ouderschapsverlof te krijgen om een kind op te voeden, verlof waarvan
duur en
voorwaarden door
nationale wetgeving,
collectieve overeenkomsten of door
nationale praktijk moeten worden bepaald;3. om ervoor te zorgen dat
gezinsverantwoordelijkheid als dusdanig geen geldige reden voor ontslag kan zijn. Recht van
werknemersvertegenwoordigers op bescherming in
onderneming en
hen toe te kennen faciliteiten Art. 28.Teneinde
onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van
werknemersvertegenwoordigers om hun functie als vertegenwoordiger uit te oefenen, verbinden
Partijen zich ertoe ervoor te zorgen dat die vertegenwoordigers in
onderneming : a) een doeltreffende bescherming genieten tegen
daden die hen schade zouden kunnen berokkenen met inbegrip van ontslag en die zouden worden ingeroepen op basis van hun activiteiten in
hoedanigheid van werknemersvertegenwoordiger in
onderneming;b)
passende faciliteiten krijgen om hen in staat te stellen snel en doeltreffend hun functies uit te oefenen rekening houdend met het stelsel van arbeidsverhoudingen dat in het land geldt evenals met
behoeften,
grootte en
mogelijkheden van
betrokken onderneming. Recht op informatie en op overleg bij procedures inzake collectief ontslag Art. 29.Teneinde
onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht van
werknemers om in geval van collectief ontslag te worden geïnformeerd en geraadpleegd, verbinden
Partijen zich ertoe ervoor te zorgen dat
werkgevers
werknemersvertegenwoordigers tijdig en voor het collectief ontslag informeren en raadplegen over
mogelijkheden om
collectieve ontslagen te voorkomen of het aantal ervan te beperken en
gevolgen ervan te verzachten, bijvoorbeeld door terug te vallen op sociale begeleidingsmaatregelen die in het bijzonder gericht zijn op
hulp bij
herplaatsing of bij
herinschakeling van
betrokken werknemers. Recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting Art. 30.Teneinde
onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht op bescherming tegen armoede en tegen sociale uitsluiting, verbinden
Partijen zich ertoe : a) maatregelen te nemen in het kader van een totale en gecoördineerde aanpak om
daadwerkelijke toegang te bevorderen, inzonderheid tot
arbeidsmarkt, huisvesting, opleiding, onderwijs, cultuur, sociale en medische bijstand van
personen en van hun gezinsleden die zich in een situatie van armoede of sociale uitsluiting bevinden of dreigen erin te belanden;b) die maatregelen opnieuw te onderzoeken om ze indien nodig aan te passen. Recht op huisvesting Art. 31.Teneinde
onbelemmerde uitoefening te waarborgen van het recht op huisvesting, verbinden
Partijen zich ertoe maatregelen te nemen die tot doel hebben : 1.
toegang tot menswaardige huisvesting te bevorderen;2.
kans om dakloos te worden te voorkomen en te beperken, teneinde die dreiging geleidelijk aan weg te werken;3.
huisvestingskosten haalbaar te maken voor personen die niet over voldoende middelen beschikken.
EL III Verplichtingen Artikel A. 1. Behoudens
bepalingen van artikel B hieronder, is iedere Partij verplicht : a)
el I van het onderhavige Handvest te beschouwen als een verklaring van
doelstellingen welke zij overeenkomstig
inleidende alinea van genoemd
el met alle daarvoor in aanmerking komende middelen zal nastreven;b) zich gebonden te achten door ten minste zes van
negen hierna genoemde artikelen van het
el II van het Handvest namelijk
artikelen 1, 5, 6, 7, 12, 13, 16, 19 en 20;c) zich, behalve door
overeenkomstig het voorgaand lid door haar gekozen artikelen, gebonden te achten door een aantal artikelen of genummerde leden van
el II van het Handvest, te harer keuze, mits het totale aantal artikelen of genummerde leden die haar binden, niet minder dan 16 artikelen of 63 genummerde leden bedraagt.2.
krachtens lid 1, sub b en c, van dit artikel gekozen artikelen of leden worden medegedeeld aan
Secretaris-generaal van
Raad van Europa bij
neerlegging van
akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.3. Ieder
r Partijen kan op een later tijdstip door kennisgeving aan
Secretaris-generaal verklaren dat zij zich gebonden acht door andere artikelen of genummerde leden van
el II van het Handvest, die zij nog niet eerder overeenkomstig lid 1 van dit artikel heeft aanvaard.
ze later aanvaarde verplichtingen worden geacht een integrerend
el van
bekrachtiging,
aanvaarding of goedkeuring te zijn met ingang van
eerste dag van
maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na
datum van kennisgeving met hetzelfde rechtsgevolg.
bepalingen die met
bepalingen van het Europees Sociaal Handvest overeenstemmen en, in voorkomend geval, met
bepalingen van het Additioneel Protocol waardoor zij gebonden was. 2.
aanvaarding van
verplichtingen van elke bepaling van dit Handvest moet tot gevolg hebben dat, vanaf
datum van inwerkingtreding van die verplichtingen ten aanzien van
betrokken Partij,
overeenstemmende bepaling van het Europees Sociaal Handvest en, in voorkomend geval van zijn Additioneel Protocol van 1988, zal ophouden van toepassing te zijn op
betrokken Partij in geval die Partij door
eerste van beide voornoemde akten of door beide akten zou gebonden zijn.
EL IV Toezicht op
uitvoering van
verplichtingen die in dit Handvest zijn opgenomen Artikel C.
uitvoering van
juridische verplichtingen die in dit Handvest zijn opgenomen moet aan hetzelfde toezicht als dat op het Europees Sociaal Handvest worden onderworpen. Collectieve klachten Artikel D. 1.
bepalingen van het Additioneel Protocol bij het Europees Sociaal Handvest waarbij wordt voorzien in een stelsel voor collectieve klachten moeten van toepassing zijn op
bepalingen die ter uitvoering van dit Handvest zijn aanvaard voor
Staten die voornoemd protocol hebben bekrachtigd. 2. Iedere Staat die niet is gebonden door het Additioneel Protocol bij het Europees Sociaal Handvest waarbij wordt voorzien in een stelsel voor collectieve klachten kan bij
neerlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Handvest of op een om het even welk later tijdstip door kennisgeving aan
Secretaris-generaal van
Raad van Europa verklaren dat hij het toezicht op
uit hoofde van dit Handvest aangegane verplichtingen aanvaardt volgens
door voornoemd Protocol bepaalde procedure.
EL V Non-discriminatie Artikel E.
door dit Handvest erkende rechten moeten gewaarborgd zijn zonder enig onderscheid dat is gebaseerd op ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of elke andere overtuiging, nationale of sociale herkomst, gezondheid, het behoren tot een nationale minderheid,
geboorte of op elke andere situatie. Afwijkingen in geval van oorlog of noodtoestand Artikel F. 1. In geval van oorlog of een andere noodtoestand, waardoor het voortbestaan van het land wordt bedreigd, kan iedere Partij maatregelen nemen in afwijking van
in het onderhavige Handvest genoemde verplichtingen, doch uitsluitend voorzover
omstandigheden zulks absoluut vereisen en
ze maatregelen niet in strijd zijn met andere volkenrechtelijke verplichtingen. 2. Indien een Partij van dit recht om af te wijken gebruik heeft gemaakt, stelt zij binnen een redelijke termijn
Secretaris-generaal van
Raad van Europa volledig op
hoogte van
getroffen maatregelen en van
redenen die hiertoe hebben geleid.Tevens dient zij
Secretaris-generaal mededeling te doen van het tijdstip waarop
ze maatregelen buiten werking zijn gesteld en
door haar aanvaarde bepalingen van het Handvest werderom volledig van toepassing zijn. Beperkingen Artikel G. 1. Wanneer
in
el I genoemde rechten en beginselen en
in
el II geregelde onbelemmerde uitoefening en toepassing hiervan zijn verwezenlijkt, kunnen zij buiten
in
el I en
el II vermelde gevallen generlei beperkingen ondergaan, met uitzondering van die welke bij
wet zijn voorgeschreven en in een
mocratische samenleving noodzakelijk zijn voor
bescherming van
rechten en vrijheden van anderen en voor
bescherming van
openbare orde,
nationale veiligheid,
volksgezondheid of
goede zeden. 2.
krachtens het onderhavige Handvest geoorloofde beperkingen op
daarin vermelde rechten en verplichtingen kunnen uitsluitend worden toegepast voor het doel waarvoor zij zijn bestemd. Verhouding van het Handvest tot het nationale recht of tot internationale overeenkomsten Artikel H.
bepalingen van het onderhavige Handvest laten
bepalingen van nationaal recht en van alle reeds van kracht zijnde of nog van kracht wordende bilaterale of multilaterale verdragen of overeenkomsten welke gunstiger zijn voor
beschermde personen, onverlet. Uitvoering van
aangegane verbintenissen Artikel I. 1. Zonder afbreuk te doen aan
in
ze artikelen opgesomde middelen voor
uitvoering van
aangegane verbintenissen, wordt aan
relevante bepalingen van
artikelen 1 tot en met 31 van
el II van dit Handvest uitvoering gegeven door :
ze twee methoden;of d) andere passende middelen.2.
verbintenissen voortvloeiend uit
leden 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van artikel 2,
leden 4, 6 en 7 van artikel 7,
leden 1, 2, 3 en 5 van artikel 10 en uit
artikelen 21 en 22 van
el II van dit Handvest worden geacht te zijn nagekomen zodra
ze bepalingen worden toegepast, overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, op
absolute meerderheid van
betrokken werknemers. Wijzigingen Artikel J. 1. Elke wijziging aan
len I en II van dit Handvest die tot doel heeft
door dit Handvest gewaarborgde rechten uit te breiden en elke wijziging aan
len III tot VI die door een Partij of door het Regeringscomité is voorgesteld, wordt aan
Secretaris-generaal van
Raad van Europa medegedeeld en door
Secretaris-generaal ter kennis gebracht van
Partijen die dit Handvest hebben ondertekend. 2. Elke overeenkomstig
bepalingen van bovenstaand lid voorgestelde wijziging wordt onderzocht door het Regeringscomité dat
aangenomen tekst na raadpleging van
Parlementaire Vergadering ter goedkeuring aan het Comité van Ministers voorlegt.Na
goedkeuring ervan door het Comité van Ministers wordt
ze tekst aan
Partijen medegedeeld om te worden aanvaard. 3. Elke wijziging aan
el I en II van dit Handvest wordt van kracht ten aanzien van
Partijen die een wijziging hebben aanvaard op
eerste dag van
maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na
datum waarop drie Partijen
Secretaris-generaal ervan in kennis hebben gesteld dat zij een wijziging hebben aanvaard. Voor elke Partij die een wijziging op een later tijdstip aanvaardt, wordt
wijziging van kracht op
eerste dag van
maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na
datum waarop
betrokken Partij
Secretaris-generaal in kennis heeft gesteld na
aanvaarding. 4. Elke wijziging aan
len III tot VI van dit Handvest wordt van kracht op
eerste dag van
maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na
datum waarop alle Partijen
Secretaris-generaal ervan in kennis hebben gesteld dat zij een wijziging hebben aanvaard.
EL VI Ondertekening, bekrachtiging en inwerkingtreding. Artikel K. 1. Elk lid van
Raad van Europa kan dit Handvest ondertekenen. Het moet worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd.
akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring moeten worden neergelegd bij
Secretaris-generaal van
Raad van Europa. 2. Dit Handvest treedt in werking op
eerste dag van
maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na
datum waarop drie lid-Staten van
Raad van Europa hun instemming hebben betuigd om door dit Handvest te worden gebonden overeenkomstig
bepalingen van vorig lid.3. Voor elke lid-Staat die op een later tijdstip zijn instemming betuigt om door dit Handvest te worden gebonden, wordt dit Handvest van kracht op
eerste dag van
maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na
datum van neerlegging van
akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring. Territoriale toepassing Artikel L. 1. Dit Handvest is van toepassing op het grondgebied van het moederland van elke Partij. Elke ondertekende Partij kan op het tijdstip van ondertekening dan wel op het tijdstip van
neerlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, het grondgebied dat voor toepassing van dit Handvest als moederland dient te worden beschouwd nader omschrijven in een aan
Secretaris-generaal van
Raad van Europa te richten verklaring. 2. Elke ondertekende Partij kan op het tijdstip van ondertekening of op het tijdstip van
neerlegging van
akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of op elk ander daarop volgend tijdstip, in een aan
Secretaris-generaal van
Raad van Europa te richten kennisgeving verklaren dat het Handvest, geheel of gedeeltelijk, van toepassing zal zijn op één of meer in bedoelde verklaring aangegeven grondgebieden buiten het moederland gelegen waarvan zij
internationale betrekkingen behartigt of waarvoor zij
internationale verantwoordelijkheid aanvaardt.Zij dient in elke verklaring aan te geven welke van
in
el II van dit Handvest vervatte artikelen of leden in elk
r in
verklaring aangegeven gebieden van kracht zullen zijn. 3. Dit Handvest is op
grondgebieden als vermeld in
in het vorig lid bedoelde verklaring van toepassing vanaf
eerste dag van
maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na
datum waarop
Secretaris-generaal van
ze verklaring in kennis werd gesteld.4. Elke Partij kan te allen tijde in een aan
Secretaris-generaal van
Raad van Europa te richten kennisgeving verklaren dat zij ten aanzien van één of meer grondgebieden waarop dit Handvest krachtens lid 2 van dit artikel van toepassing is, nader te noemen artikel of genummerde leden van kracht verklaart, welke zij nog niet ten aanzien van zodanig gebied of zodanige gebieden als bindend had verklaard.
ze later aanvaarde verplichtingen worden geacht een integrerend
el te vormen van
oorspronkelijke verklaring ten aanzien van het betrokken grondgebied en hebben hetzelfde rechtsgevolg vanaf
eerste dag van
maand die volgt op het verstrijken van een periode van een maand na
datum waarop
Secretaris-generaal officieel in kennis werd gesteld. Opzegging Artikel M. 1. Een Partij kan dit Handvest slechts opzeggen na verloop van een periode van vijf jaar na
datum waarop het Handvest ten aanzien van
betrokken Partij in werking is getreden, of binnen elke periode van twee jaar daaropvolgend; in elk van
ze gevallen dient
opzegging met inachtneming van een termijn van zes maanden ter kennis te worden gebracht van
Secretaris-generaal van
Raad van Europa die
overige Partijen hiervan mededeling doet. 2. Elke Partij kan overeenkomstig
bepalingen van het voorgaande lid elk door haar aanvaard artikel of lid van
el II van het Handvest opzeggen, mits het aantal artikelen dat voor
ze Partij bindend is nooit minder dan 16 en het aantal leden nooit minder dan 63 bedraagt en mits dit aantal artikelen of leden steeds
artikelen omvat die door
ze Partij zijn gekozen uit
in artikel A, lid 1, sub b. genoemde artikelen. 3. Elke Partij kan dit Handvest of elk
r artikelen of leden van
el II van dit Handvest overeenkomstig
bepalingen van lid 1 van dit artikel opzeggen ten aanzien van elk grondgebied waarop dit Handvest van toepassing is krachtens een overeenkomstig paragraaf 2 van artikel L afgelegde verklaring. Bijlage Artikel N.
bijlage bij dit Handvest vormt een integrerend
el ervan. Kennisgevingen Artikel O.
Secretaris-generaal van
Raad van Europa stelt
lid-Staten van
Raad en
Directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau in kennis van : a) iedere ondertekening;b)
neerlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring;
artikelen A, lid 2 en 3, D, lid 1 en 2, F, lid 2 en L, lid 1, 2, 3 en 4.
daartoe behoorlijk gemachtigde ondergetekenden dit Handvest hebben ondertekend. Gedaan te Straatsburg, op 3 mei 1996, in
Franse en
Engelse taal, zijnde
twee teksten gelijkelijk gezaghebbend, in één exemplaar, dat zal worden neergelegd in het archief van
Raad van Europa.
Secretaris-generaal van
Raad van Europa zendt een vooreensluidend gewaarmerkt afschrift aan elk
r lid-Staten van
raad van Europa en aan
Directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau. Bijlage bij het Herziene Europees Sociaal Handvest Werkingssfeer van het Sociaal Handvest met betrekking tot
te beschermen personen 1. Behoudens
bepalingen van artikel 12, lid 4, en van artikel 13, lid 4, zijn onder
in artikelen 1 tot en met 17 en 20 tot en met 31 bedoelde personen slechts die buitenlanders begrepen die onderdaan zijn van
andere Partijen en rechtmatig woonachtig zijn in, dan wel geregeld werkzaam zijn op het grondgebied van
betrokken Partij, met dien verstande dat
genoemde artikelen dienen te worden geïnterpreteerd overeenkomstig
bepalingen van
artikelen 18 en 19. Die interpretatie sluit een uitbreiding van overeenkomstige rechten tot andere personen door een
r Partijen niet uit. 2. Elke Partij ziet erop toe dat vluchtelingen in
zin van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende
status van vluchtelingen en van het Protocol van 31 januari 1967, die rechtmatig woonachtig zijn op haar grondgebied, een zo gunstig mogelijke behandeling genieten en in elk geval een niet minder gunstige dan waartoe zij zich krachtens dit Verdrag heeft verbonden, alsmede krachtens alle andere bestaande en op
bedoelde vluchtelingen van toepassing zijnde internationale verdragen.3. Iedere Partij doet staatlozen als gedefinieerd in het verdrag van New York van 28 september 1954 betreffende
status van staatlozen, die legaal op haar grondgebied verblijven, een zo gunstig mogelijke behandeling toekomen en in elk geval een niet minder gunstige dan waartoe zij zich heeft verbonden krachtens genoemd verdrag, alsmede krachtens alle andere bestaande internationale overeenkomsten toepasselijk ten aanzien van
ze staatlozen.
EL I, LID 18 EN
EL II, ARTIKEL 18, LID 1
ze bepalingen hebben geen betrekking op
betreding van het grondgebied van
Partijen en laten
bepalingen van het te Parijs op 13
cember 1955 ondertekende Europese Vestigingsverdrag onverlet.
EL II Artikel 1, lid 2.
ze bepaling mag niet zo worden uitgelegd dat clausules en feitelijke gedragingen ter beveiliging van het vakbondswezen verboden of toegestaan zijn. Art. 2, lid 6.
Partijen kunnen ervoor zorgen dat
ze bepaling niet van toepassing is op
werknemers : 1. met een arbeidsovereenkomst of een arbeidsverhouding waarvan
totale duur niet meer dan een maand beloopt en/of waarvan
wekelijkse arbeidsduur niet meer dan acht uren bedraagt;2. wanneer
arbeidsovereenkomst of arbeidsverhouding een tijdelijk en/of specifiek karakter heeft, op voorwaarde dat objectieve redenen in die gevallen
niet-toepassing rechtvaardigen. Art. 3, lid 4. Voor
toepassing van
ze bepaling moeten
functies,
organisatie en
werkingsvoorwaarden van die diensten worden bepaald door
nationale wetgeving of reglementering, collectieve overeenkomsten of op elke andere passende wijze volgens
in het land geldende praktijk. Art. 4, lid 4.
ze bepaling mag niet worden uitgelegd dat ze een verbod bevat van ontslag op staande voet wegens een ernstig vergrijp. Art. 4, lid 5. Een Partij kan
in dit lid bedoelde verplichting slechts op zich nemen indien inhoudingen op
lonen hetzij bij
wet, hetzij bij collectieve overeenkomsten of bij scheidsrechterlijke uitspraken, verboden zijn ten aanzien van
overgrote meerderheid
r werknemers, waarbij
niet onder zodanige maatregelen vallende personen
enige uitzonderingen zijn. Art. 6, lid 4. Elke Partij kan zelf het recht van staking bij wet regelen, mits elke eventuele verdere beperking van dit recht in
bepalingen van artikel G rechtvaardiging vindt. Art. 7, lid 2.
ze bepaling belet
Partijen niet om voor
adolescenten die
vastgestelde minimumleeftijd nog niet hebben bereikt, in
wet te voorzien in
mogelijkheid om arbeidsactiviteiten te verrichten die absoluut noodzakelijk zijn voor hun beroepsopleiding met dien verstande dat
arbeid wordt verricht onder toezicht van het daartoe bestemde en bevoegde personeel en dat
veiligheid en
bescherming van
gezondheid van
werkende adolescenten gewaarborgd zijn. Art. 7, lid 8. Een Partij wordt geacht aan
geest van
in dit lid genoemde verplichting te hebben voldaan indien zij in
geest van
ze verplichting bij
wet bepaalt dat
overgrote meerderheid van
personen die jonger zijn dan 18 jaar geen nachtarbeid mag verrichten. Art. 8, lid 2.
ze bepaling mag niet zo worden uitgelegd dat ze een absoluut verbod op ontslag bevat. Bijvoorbeeld in
volgende omstandigheden kan
beschermde vrouwelijke werknemer wel ontslag krijgen : a) als
vrouwelijke werknemer een vergrijp heeft gepleegd die
breuk van
arbeidsovereenkomst veroorzaakt en wettigt;b) als
onderneming die haar in dienst heeft met haar activiteit ophoudt;c) na het vervallen van
termijn van haar arbeidsovereenkomst. Art. 12, lid 4.
zinsnede « en met inachtneming van
in zulke overeenkomsten neergelegde voorwaarden » van
inleiding tot dit lid wordt geacht onder meer in te houden dat een Partij ten aanzien van
niet van verzekeringspremies afhankelijke uitkeringen het ingezetenschap gedurende een voorgeschreven periode verplicht kan stellen alvorens
ze uitkeringen aan onderdanen van andere Partijen te verlenen. Art. 13, lid 4.
regeringen die het Europese Verdrag betreffende sociale en medische bijstand niet hebben ondertekend, kunnen het Handvest ten aanzien van dit lid bekrachtigen, mits zij erop toezien dat onderdanen van andere Partijen een met
bepalingen van genoemd Verdrag strokende behandeling genieten. Art. 16.
door
ze bepaling toegekende bescherming geldt voor
éénoudergezinnen. Art. 17.
ze bepaling geldt voor alle personen jonger dan achttien jaar, behalve wanneer
meerderjarigheid eerder wordt bereikt krachtens
op hen van toepassing zijnde wetgeving, zonder afbreuk te doen aan
andere door het Handvest vastgestelde bepalingen, inzonderheid artikel 7. Art. 19, lid 6. Voor
toepassing van
ze bepaling wordt onder « gezin van
werknemer » ten minste verstaan
echtgeno(o)t(e) van
werknemer en zijn of haar ongehuwde kinderen, zulks zolang zij door
relevante wetgeving van
Gaststaat als minderjarigen worden beschouwd en ten laste zijn van
werknemer. Art. 20.1. Het is wel verstaan dat zaken betreffende
sociale zekerheid alsmede bepalingen betreffende werkloosheidsuitkeringen, ouderdomsuitkeringen en uitkeringen aan nagelaten betrekkingen worden uitgesloten van
werkingssfeer van dit artikel. 2. Worden niet als discriminaties, in
zin van dit artikel, beschouwd
bepalingen betreffende
bescherming van
vrouw, inzonderheid waar het gaat om zwangerschap, bevalling en postnataal verlof.3. Dit artikel belet niet
aanneming van specifieke maatregelen die tot doel hebben feitelijke ongelijkheden weg te werken.4. Kunnen van het toepassingsgebied van dit artikel of van sommige bepalingen ervan worden uitgesloten
beroepsactiviteiten die wegens
aard of
omstandigheden van
uitoefening ervan niet aan personen van een bepaald geslacht kunnen worden opgedragen.
ze bepaling mag niet zo worden uitgelegd dat
Partijen worden verplicht om in wet- of regelgeving een lijst met beroepen op te nemen die wegens hun aard of
omstandigheden waaronder zij worden verricht, kunnen worden voorbehouden aan werknemers van een bepaald geslacht. Art. 21 en 22. 1. Voor
toepassing van
ze artikelen wordt verstaan onder « vertegenwoordigers van
werknemers » personen die als zodanig zijn erkend door
nationale wetgeving of praktijk. 2. Onder « nationale wetgeving en praktijk » wordt, naar gelang van het geval, verstaan, behalve
wet- en regelgeving,
collectieve overeenkomsten, andere overeenkomsten tussen
werkgevers en
vertegenwoordigers van
werknemers,
gebruiken en relevante gerechtelijke beslissingen.3. Voor
toepassing van
ze artikelen wordt onder « onderneming » verstaan een geheel van materiële en immateriële bestanddelen, met of zonder rechtspersoonlijkheid, bestemd voor het produceren van goederen of het leveren van diensten, met winstoogmerk, en met bevoegdheid het eigen marktbeleid te bepalen.4. Religieuze gemeenschappen en hun instellingen kunnen worden uitgesloten van
toepassing van
ze artikelen ook wanneer
ze instellingen ondernemingen zijn in
zin van het
rde lid. Instellingen die werkzaamheden verrichten geïnspireerd door bepaalde idealen en opvattingen die worden beschermd door
nationale wetgeving, kunnen worden uitgesloten van
toepassing van
ze artikelen voor zover zulks noodzakelijk is om
gerichtheid van
ze onderneming te beschermen. 5. Wanneer in een Staat
rechten bedoeld in
artikelen 20 en 21 worden uitgeoefend in
verschillende vestigingen van
onderneming, moet
betrokken partij worden geacht te voldoen aan
uit
ze bepalingen voortvloeiende verplichtingen.6. Van
toepassing van
ze artikelen kunnen door
Partijen worden uitgesloten
ondernemingen waarvan
personeelsbezetting
door
nationale wetgeving of praktijk vastgestelde grens bereikt. Art. 22.
ze bepaling tast noch
bevoegdheden en verplichtingen van
Staten met betrekking tot het aannemen van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften met betrekking tot
werkplaatsen, noch
bevoegdheid en verantwoordelijkheid van
lichamen belast met het toezicht op
toepassing ervan aan. Onder « sociale en sociaal-culturele diensten en voorzieningen » wordt verstaan diensten en voorzieningen van sociale en/of culturele aard die door sommige ondernemingen aan werknemers worden geboden, zoals sociale hulpverlening, sportterreinen, ruimte voor zogende moeders, bibliotheken, vakantiekampen voor kinderen, enz. Art. 23, lid 1. Voor
toepassing van dit lid, heeft
uitdrukking « zolang mogelijk » betrekking op
fysieke, psychische en intellectuele vermogens van
ouderen. Art. 24.1. Voor
toepassing van dit artikel wordt onder
term « ontslag » verstaan
beëindiging van
arbeidsverhouding op initiatief van
werkgever. 2. Dit artikel geldt voor alle werknemers met dien verstande dat een Partij
volgende werknemerscategorieën volledig of gedeeltelijk aan
bescherming van dit artikel kan onttrekken : a)
werknemers in dienst genomen met een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd of een bepaalde taak;b)
werknemers die een proefperiode doorlopen of die niet
vereiste anciënniteit hebben op voorwaarde dat
duur ervan vooraf is vastgesteld en redelijk is;c)
voor een korte periode tijdelijk in dienst genomen werknemers.3. Voor
toepassing van dit artikel zijn onderstaande factoren geen geldige redenen voor ontslag : a) lid zijn van een vakorganisatie of
elnemen aan vakbondsactiviteiten buiten
arbeidsuren of tijdens
arbeidsuren met
instemming van
werkgever;
elgenomen aan vorderingen ingesteld tegen een werkgever wegens aangevoerde inbreuken op
wetgeving of een beroep hebben ingediend bij
bevoegde administratieve overheid;
vergoeding of elke andere passende schadeloosstelling in geval van ontslag zonder geldige reden moet door
nationale wetgeving of reglementering, door collectieve overeenkomsten of op elke andere passende wijze met inachtneming van
nationale praktijk worden vastgesteld. Art. 25.1.
bevoegde overheid kan bij wijze van uitzondering en na raadpleging van
werkgevers- en werknemersorganisaties bepaalde werknemerscategorieën van
bij
ze bepaling vastgestelde bescherming uitsluiten wegens
bijzondere aard van hun arbeidsverhouding. 2.
term « insolvabiliteit » wordt door
nationale wet en praktijk gedefinieerd.3.
schuldvorderingen van
werknemers waarop
ze bepaling betrekking heeft moeten ten minste omvatten : a)
schuldvorderingen van
werknemers uit hoofde van
lonen voor een bepaalde periode welke niet korter dan drie maanden mag zijn in een bevoorrecht stelsel en dan acht weken in een gewaarborgd stelsel, periode die
insolvabiliteit of
beëindiging van
arbeidsverhouding voorafgaat;b)
schuldvorderingen van
werknemers uit hoofde van het vakantiegeld verschuldigd uit hoofde van
arbeid die is verricht in
loop van het jaar tijdens hetwelk
insolvabiliteit of
beëindiging van
arbeidsverhouding zich heeft voorgedaan;c)
schuldvorderingen van
werknemers uit hoofde van
bedragen verschuldigd voor andere bezoldigde afwezigheden voor een bepaalde periode die niet korter dan drie maanden mag zijn in een bevoorrecht stelsel en dan acht weken in een gewaarborgd stelsel, periode die
insolvabiliteit of
beëindiging van
arbeidsverhouding voorafgaat.4.
nationale wetgevingen en reglementeringen kunnen
bescherming van
schuldvorderingen van
werknemers beperken tot een bepaald bedrag dat op een sociaal aanvaardbaar peil moet worden gehouden; Art. 26.Door dit artikel worden
Partijen er niet toe verplicht een wetgeving uit te vaardigen. Paragraaf 2 geldt niet voor seksuele intimidatie. Art. 27.Dit artikel heeft betrekking op
werknemers van beiderlei kunne met gezinsverantwoordelijkheid ten aanzien van hun kinderen ten laste evenals ten aanzien van andere rechtstreekse leden van hun familie die duidelijk behoefte hebben aan hun zorg of hun steun wanneer die verantwoordelijkheid een beperking vormt voor hun mogelijkheden voor hun kansen om zich op het beroepsleven voor te bereiden, er toegang tot te hebben, er aan
el te nemen of er vooruitgang in te boeken.
termen « kinderen ten laste » en « andere rechtstreekse leden van hun familie die duidelijk behoefte hebben aan hun zorg en steun » moeten worden verstaan in
door
nationale wetgeving van
Partijen gedefinieerde betekenis. Art. 28 en 29. Voor
toepassing van
ze artikelen wordt onder
term « werknemersvertegenwoordigers » verstaan personen die als dusdanig door
nationale wetgeving of praktijk worden erkend.
EL III Het Handvest bevat juridische verplichtingen van internationale aard waarvan
toepassing enkel aan het door
el IV bedoelde toezicht is onderworpen. Artikel A, lid 1.
genummerde leden kunnen artikelen bevatten met slechts een enkel lid. Artikel B, lid 2. Voor
toepassing van lid 2 van artikel B stemmen
bepalingen van het herziene Handvest overeen met
bepalingen van het Handvest met hetzelfde artikel- of lidnummer, uitgezonderd :
EL V Artikel E. Een verschil qua behandeling dat is gebaseerd op een objectieve en redelijke basis wordt niet als discriminerend beschouwd. Artikel F.
termen « in geval van oorlog of noodtoestand » moeten worden geïnterpreteerd als eveneens betrekking hebbende op oorlogsdreiging. Artikel I.
werknemers die zijn uitgesloten overeenkomstig
bijlage bij artikelen 21 en 22 worden niet meegeteld bij
vaststelling van het aantal betrokken werknemers. Artikel J.
term « wijziging » moet worden verstaan als eveneens betrekking hebbende op
invoeging van nieuwe artikelen in het Handvest. Lijst
r Gebonden Staten Voor
raadpleging van
tabel, zie beeld VERKLARINGEN Albanië : Verklaring opgenomen in
op 14 november 2002 nedergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels. Overeenkomstig artikel A van
el III verklaart
Republiek Albanië zich gebonden te achten door
volgende artikelen van het Handvest : - Artikel 1 - Recht op arbeid; - Artikel 2 - Recht op billijke arbeidsvoorwaarden; - Artikel 3 - Recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden; - Artikel 4 - Recht op billijke beloning; - Artikel 5 - Recht op vrijheid van organisatie; - Artikel 6 - Recht op collectief onderhandelen; - Artikel 7 - Recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming; - Artikel 8 - Recht van vrouwelijke werknemers op moederschapsbescherming; - Artikel 11 - Recht op bescherming van
gezondheid; - Artikel 19 - Recht van migrerende werknemers en hun gezinnen op bescherming en bijstand; - Artikel 20 - Recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht; - Artikel 21 - Recht op informatie en overleg; - Artikel 22 - Recht
el te nemen aan
vaststelling en
verbetering van
werkomstandigheden en werkomgeving; - Artikel 24 - Recht op bescherming in geval van ontslag; - Artikel 25 - Recht van
werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever; - Artikel 26 - Recht op waardigheid bij
arbeidstaak; - Artikel 28 - Recht van
werknemersvertegenwoordigers op bescherming in
onderneming en
hen toe te kennen faciliteiten; - Artikel 29 - Recht op informatie en op overleg bij procedures inzake collectief ontslag. Inwerkingtredingstermijn : 01/01/03 Voornoemde verklaring houdt verband met artikel A Andorra : Verklaring opgenomen in een brief van
Andorrese Minister van Buitenlandse Betrekkingen d.d. 2 november 2000 die
secretaris-generaal bij
ondertekening van
akte op 4 november 2000 werd ter hand gesteld - Or. Frans
Regering van het Vorstendom Andorra wenst dat
ze ondertekening wordt gezien als een gebaar ten gunste van
Europese solidariteit. Met
ondertekening van het (herziene) Europees Sociaal Handvest, vervoegt het Vorstendom Andorra
meerderheid van
lid-Staten van
Raad van Europa die
beginselen van het Handvest hebben onderschreven. Het is evenwel zo dat
specifieke structuur van zijn maatschappij en economie het Vorstendom Andorra ertoe noopt
kernelementen van zijn specificiteit te beschermen. In het verlengde hiervan lijken sommige artikelen van het (herziene) Europees Sociaal Handvest een onmiddellijke bekrachtiging te bemoeilijken. Voornoemde Verklaring houdt verband met
volgende artikelen : Armenië : Verklaring opgenomen in
op 21 januari 2004 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels. Overeenkomstig artikel A, eerste paragraaf, lid b en c, van
el III van het Herziene Handvest, acht
Republiek Armenië zich gebonden aan
artikelen 1, 5, 6, 7, 8, 17, 18, 19, 20, 22, 24, 27 en 28 evenals aan
volgende paragrafen : Paragrafen 1, 2, 3, 4, 5 en 6 van het artikel 2; Paragraaf 1 van het artikel 3; Paragrafen 2, 3, 4 en 5 van het artikel 4; Paragrafen 1 en 3 van het artikel 12; Paragrafen 1 en 2 van het artikel 13; Paragraaf 2 van het artikel 14; Paragrafen 2 en 3 van het artikel 15. Inwerkingtredingstermijn : 01/03/04 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A België : Verklaring opgenomen in
op 2 maart 2004 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Frans. Overeenkomstig
el III, artikel A, 2e lid van het Handvest, acht België zich gebonden aan
volgende artikelen van
el II. Artikel 1 - Recht op arbeid Artikel 2 - Recht op billijke arbeidsvoorwaarden Artikel 3 - Recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden Artikel 4 - Recht op billijke beloning Artikel 5 - Recht op vrijheid van organisatie; Artikel 6 - Recht op collectief onderhandelen Artikel 7 - Recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming Artikel 8 - Recht van vrouwelijke werknemers op moederschapbescherming Artikel 9 - Recht op beroepskeuzevoorlichting Artikel 10 - Recht op vakopleiding (§§ 1-5 in hun geheel) Artikel 11 - Recht op bescherming van
gezondheid Artikel 12 - Recht op sociale zekerheid Artikel 13 - Recht op sociale en geneeskundige bijstand Artikel 14 - Recht op het gebruik van diensten voor sociale zorg Artikel 15 - Recht van mindervaliden op zelfstandigheid, sociale integratie en
elname aan
samenleving Artikel 16 - Recht van het gezin op sociale, wettelijke en economische bescherming Artikel 17- Recht van kinderen en volwassenen op een sociale, wettelijke en economische bescherming Artikel 18 - Recht op uitoefenen van een op winst gerichte bezigheid op het grondgebied van andere Partijen Artikel 19 - Recht van migrerende werknemers en hun gezinnen op bescherming en bijstand (behalve paragraaf 12) Artikel 20 - Recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht Artikel 21 - Recht op informatie en overleg Artikel 22 - Recht
el te nemen aan
vaststelling en
verbetering van
werkomstandigheden en werkomgeving Artikel 25 - Recht van
werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever Artikel 26 - Recht op waardigheid bij
arbeidstaak (behalve paragraaf 2)) Artikel 29 - Recht op informatie en op overleg bij procedures inzake collectief ontslag. Artikel 30 - Recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting Inwerkingtredingstermijn : 01/05/04 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Bulgarije : Verklaring opgenomen in
op 7 juni 2000 neergelegde akte van bekrachtiging - Or. Frans. Overeenkomstig artikel D, 2e lid van
el IV van het Handvest, verklaart
Republiek Bulgarije in te stemmen met het toezicht op
naleving van
in dit Handvest opgenomen verplichtingen, volgens
procedure zoals vastgelegd in het Additioneel Protocol bij het Europees Sociaal Handvest van 9 november 1995 dat voorziet in een stelsel voor collectieve klachten. Inwerkingtredingstermijn : 01/08/00 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel D Verklaring opgenomen in
op 7 juni 2000 nedergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels. Overeenkomstig artikel A, 1e lid van
el III van het Handvest, verklaart
Republiek Bulgarije het volgende : 1.
Republiek Bulgarije beschouwt
el I van het Handvest als een verklaring waarin
doelstellingen worden vastgelegd die ze met alle passende middelen op nationaal en internationaal niveau zal nastreven, zoals aangegeven wordt in
inleiding van dit
el.2.
Republiek Bulgarije acht zich gebonden aan
volgende artikelen van
el II van het Handvest : Artikel 1 Artikel 2, §§ 2, 4-7 Artikel 3 Artikel 4, §§ 2-5
artikelen 5, 6, 7, 8, 11 Artikel 12, §§ 1 en 3 Artikel 13, §§ 1-3
artikelen 14, 16 Artikel 17, 2e lid Artikel 18, 4e lid
artikelen 20, 21, 22, 24, 25, 26 Artikel 27, §§ 2 en 3
artikelen 28 en 29. Inwerkingtredingstermijn : 01/08/00 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Cyprus : Verklaring opgenomen in een nota-verbaal van
Permanente Vertegenwoordiging van
Republiek Cyprus die
secretaris-generaal bij
nederlegging van
akte van bekrachtiging op 27 september 2000 werd ter hand gesteld- Or. Engels Overeenkomstig artikel A van
el III van het Handvest, verklaart
Republiek Cyprus zich gebonden te achten aan
artikelen 1, 5, 6, 9, 10, 11, 12, 14, 15, 19, 20, 24 en 28 en aan
volgende §§ : §§ 1, 2, 5 en 7 van artikel 2, §§ 1, 2 en 3 van artikel 3, §§ 1, 2, 3, 4, 6, 8 en 10 van artikel 7, §§ 1, 2 en 3 van artikel 8, §§ 2 en 3 van artikel 13, § 4 van artikel 18, en § 3 van artikel 27. Inwerkingtredingstermijn : 01/11/00 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A
nemarken : Verklaring opgenomen in een nota-verbaal d.d. 2 mei 1996 van
Permanente Vertegenwoordiger die
secretaris-generaal bij
ondertekening op 3 mei 1996 werd ter hand gesteld - Or. Engels.
ense regering maakt voorbehoud ten aanzien van
volgende bepalingen van het (herziene) Sociaal Handvest : artikel 2, lid 7, artikel 24, artikel 27, artikel 28, artikel 29 en
el V, artikel E. Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Estland : Verklaring opgenomen in een nota-verbaal van
Minister van Buitenlandse Zaken van Estland die bij
nederlegging van
akte van bekrachtiging op 11 september 2000 werd overhandigd. - Or. Frans. Overeenkomstig artikel A, 2e lid van
el III van het Handvest, verklaart
Republiek Estland zich gebonden te achten aan
volgende artikelen van
el II van het Handvest : 1) Artikel 1 - Recht op arbeid (§§ 1-4 in hun geheel);2) Artikel 2 - Recht op billijke arbeidsvoorwaarden (§§ 1-3, 5-7);3) Artikel 3 - Recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden (§§ 1-3);4) Artikel 4 - Recht op billijke beloning (§§ 2, 3, 4, 5);5) Artikel 5 - Recht op vrijheid van organisatie (volledig);6) Artikel 6 - Recht op collectief onderhandelen (§§ 1-4 in hun geheel);7) Artikel 7 - Recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming (§§ 1-4, 7-10);8) Artikel 8 - Recht van vrouwelijke werknemers op moederschapsbescherming (§§ 1-5 in hun geheel);9) Artikel 9 - Recht op beroepskeuzevoorlichting (volledig) 10) Artikel 10 - Recht op vakopleiding (§§ 1, 3, 4) 11) Artikel 11 - Recht op bescherming van
gezondheid (§§ 1-3 in hun geheel);12) Artikel 12 - Recht op sociale zekerheid (§§ 1-4 in hun geheel) 13) Artikel 13 - Recht op sociale en geneeskundige bijstand (§§ 1-3) 14) Artikel 14 - Recht op het gebruik van diensten voor sociale zorg (§§ 1, 2 in hun geheel) 15) Artikel 15 - Recht van minder-validen op zelfstandigheid, sociale integratie en
elname aan
samenleving (§§ 1-3 in hun geheel) 16) Artikel 16 - Recht van het gezin op sociale, wettelijke en economische bescherming (volledig);17) Artikel 17 - Recht van kinderen en volwassenen op een sociale, wettelijke en economische bescherming (§§ 1, 2, in hun geheel) 18) Artikel 19 - Recht van migrerende werknemers en hun gezinnen op bescherming en bijstand (§§ 1-12 in hun geheel);19) Artikel 20 - Recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht (volledig);20) Artikel 21 - Recht op informatie en overleg (volledig);21) Artikel 22 - Recht
el te nemen aan
vaststelling en
verbetering van
werkomstandigheden en werkomgeving (volledig);22) Artikel 24 - Recht op bescherming in geval van ontslag (volledig);23) Artikel 25 - Recht van
werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever (volledig);24) Artikel 27 - Recht van
werknemers met gezinsverantwoordelijkheid op gelijke kansen en gelijke behandeling (1-3 volledig) 25) Artikel 28 - Recht van
werknemersvertegenwoordigers op bescherming in
onderneming en
hen toe te kennen faciliteiten (volledig);26) Artikel 29 - Recht op informatie en op overleg bij procedures inzake collectief ontslag (volledig). Inwerkingtredingstermijn : 01/11/00 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Finland : Verklaring opgenomen in
op 21 juni 2002 nedergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels
Republiek Finland verklaart zich overeenkomstig artikel A van
el III van het Handvest gebonden te achten aan
volgende artikelen van
el II van het Handvest :
artikelen 1 en 2,
en 4 van artikel 3,
, 3 en 5 van artikel 4,
artikelen 5 en 6,
- 5, 7, 8 en 10 van artikel 7,
en 4 van artikel 8,
artikelen 9-18,
-9, 11 en 12 van artikel 19 en
artikelen 20-31. Inwerkingtredingstermijn : 01/08/02 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Frankrijk : [Nota van het secretariaat : Frankrijk acht zich gebonden aan alle artikelen van
el II van het Handvest.] Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Ierland : Verklaring opgenomen in
akte van bekrachtiging en in een brief van
Permanente Vertegenwoordiger van Ierland, die op 4 november 2000 werden nedergelegd - Or. Engels. Overeenkomstig artikel A van
el III van het Handvest, acht Ierland zich gebonden aan
bepalingen van het Handvest, met uitzondering van : Artikel 8, 3e lid; Artikel 21,
punten a en b ; Artikel 27, 1e lid, punt c ; Artikel 31. Inwerkingtredingstermijn : 01/01/01 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Verklaring opgenomen in
akte van bekrachtiging en in een brief van
Permanente Vertegenwoordiger van Ierland, die op 4 november 2000 werden nedergelegd - Or. Engels. Gelet op
algemene formulering van artikel 31 van het Handvest, is Ierland momenteel niet bij machte in te stemmen met het bepaalde in dit artikel. Ierland zal
uitlegging die
Raad van Europa geeft aan van het bepaalde in dit artikel evenwel nauwlettend volgen, teneinde het op een later tijdstip te onderschrijven. Inwerkingtredingstermijn : 01/01/01 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel 31 Italië Verklaring opgenomen in een nota-verbaal van
Permanente Vertegenwoordiging die
secretaris-generaal bij
nederlegging van
akte van bekrachtiging op 5 juli 1999 werd ter hand gesteld - Or. Engels. Italië acht zich niet gebonden aan artikel 25 (recht van
werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever) van het Handvest. Inwerkingtredingstermijn : 01/09/99 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Litouwen : Verklaring opgenomen in
op 29 juni 2001 nedergelegde akte van bekrachtiging. - Or. Engels.
Republiek Litouwen verklaart zich gebonden te achten aan het bepaalde in
volgende artikelen van het Handvest :
artikelen 1-11 van
el II,
, 3 en 4 van artikel 12,
-3 van artikel 13,
artikelen 14-17,
en 4 van artikel 18,
, 3, 5, 7, 9-11 van artikel 19,
artikelen 20-22,
artikelen 24-29 en het 1e en 2e lid van artikel 31. Inwerkingtredingstermijn : 01/08/01 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Moldavië : Verklaring opgenomen in
op 8 november 2001 nedergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels. Overeenkomstig artikel A, 1e lid van
el III van het Handvest, acht
Republiek Moldavië zich gebonden aan het bepaalde in
artikelen 1, 2, 5, 6, 8, 9, 11, 12, 16, 17, 20, 21, 24, 26, 28, 29 en
els aan het bepaalde in artikel 3 (§§ 1-3), artikel 4 (§§ 3-5), artikel 7 (§§ 1-4, 7-10), artikel 13 (§§ 1-3), artikel 15 (§§ 1, 2), artikel 18 (§§ 3, 4), artikel 19 (§§ 7, 8) en artikel 27 (2e lid).
Republiek Moldavië stemt er eveneens mee in dat
naleving van
juridische verplichtingen voortvloeiend uit
gedeeltelijke bekrachtiging van het herziene Europees Sociaal Handvest wordt onderworpen aan het toezicht als vermeld in
el IV van het Europees Sociaal Handvest, opgemaakt in Turijn op 18 oktober 1961. Inwerkingtredingstermijn : 01/01/02 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Noorwegen : Verklaring opgenomen in
op 7 mei 2001 nedergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels. Het Koninkrijk Noorwegen verklaart zich gebonden te achten aan
artikelen 1, 4-6, 9-17, 20-25, 30 en 31 en daarnaast aan het bepaalde in artikel 2, §§ 1-6, artikel 3, §§ 2-3, artikel 7, §§ 1-3, 5-8 en 10, artikel 8, 1e en 3e lid, artikel 19, §§ 1-7 en 9-12 en artikel 27, §§ 1c en 2, van het Handvest. Inwerkingtredingstermijn : 01/07/01 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Verklaring opgenomen in
op 7 mei 2001 nedergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels. Overeenkomstig
el VI, artikel L van het herziene Europees Sociaal Handvest verklaart
Noorse regering dat onder het moederland van Noorwegen waarop
bepalingen van het herziene Europees Sociaal Handvest van toepassing zijn, moet worden verstaan : het grondgebied van het Koninkrijk Noorwegen met uitzondering van
Svalbardarchipel (Spitsbergen) en Jan Mayen.
Noorse afhankelijke gebieden vallen niet onder
toepassing van het herziene Europees Sociaal Handvest. Inwerkingtredingstermijn : 01/07/01 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel L Portugal : Voorbehoud opgenomen in
op 30 mei 2002 nedergelegde akte van bekrachtiging - Or. Frans/Portugees.
Portugese Republiek verklaart artikel 2, 6e lid, niet te zullen toepassen op contracten waarvan
duur niet meer dan één maand bedraagt dan wel op contracten die voorzien in een normale arbeidstijd van maximum acht uur per dag of occasionele of specifieke contracten. Inwerkingtredingstermijn : 01/07/02 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel 2 Voorbehoud opgenomen in
op 30 mei 2002 nedergelegde akte van bekrachtiging - Or. Frans/Portugees.
Portugese Republiek verklaart dat
uit artikel 6, 4e lid, voortvloeiende verplichting niet in
weg staat aan het lock-out-verbod zoals vastgelegd in artikel 57, 4e lid, van
Grondwet. Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel 6 Roemenië : Verklaring opgenomen in
op 7 mei 1999 nedergelegde akte van bekrachtiging - Or. Frans. Overeenkomstig het bepaalde in artikel A, 1e lid van
el III van het Handvest, beschouwt Roemenië
el I van het Handvest als een verklaring waarin
doelstellingen worden vastgelegd die Roemenië met alle passende middelen zal nastreven. Het acht zich gebonden aan het bepaalde in
artikelen 1; 4 - 9; 11, 12, 16, 17, 20, 21, 24, 26, 28 en 29 en daarnaast aan het bepaalde in artikel 2, §§ 1, 2, 4 - 7; artikel 3, §§ 1 - 3; artikel 13, §§ 1 - 3; artikel 15, §§ 1 en 2; artikel 18, §§ 3 en 4; artikel 19, §§ 7 en 8, en artikel 27, 2e lid. Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Verklaring opgenomen in
op 7 mei 19999 nedergelegde akte van bekrachtiging - Or. Frans. Roemenië verklaart ermee in te stemmen dat
naleving van
in het (herziene) Europees Sociaal Handvest vastgelegde juridische verplichtingen wordt onderworpen aan het toezicht waarin
el IV van het in Turijn op 18 oktober 1961 goedgekeurde Europees Sociaal Handvest voorziet. Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel C Slovenië : Verklaring opgenomen in een nota-verbaal die
secretaris-generaal bij
nederlegging van
akte van bekrachtiging op 7 mei 1999 werd ter hand gesteld - Or. Engels Overeenkomstig
el III, artikel A, 2e lid van het Handvest, verklaart
Republiek Slovenië zich gebonden te achten aan
volgende artikelen van
el II van het Handvest : 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 (§§ 2 en 3), 14, 15, 16, 17, 18 (§§ 1, 3 en 4), 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30 en 31. Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Verklaring opgenomen in een nota-verbaal die
secretaris-generaal bij
nederlegging van
akte van bekrachtiging op 7 mei 1999 werd ter hand gesteld - Or. Engels Overeenkomstig
el IV, artikel D, 2e lid van het Handvest, verklaart
Republiek Slovenië in te stemmen met het toezicht op
naleving van
uit dit Handvest voortvloeiende verplichtingen conform
procedure vastgelegd in het in Straatsburg op 9 november 1995 opgemaakte Additioneel Protocol bij het Europees Sociaal Handvest dat in een stelsel van collectieve klachten voorziet. Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel D Zweden : Verklaring opgenomen in
op 29 mei 1998 nedergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels Overeenkomstig
el III, artikel A, 2e lid van het Handvest, acht Zweden zich gebonden aan
volgende artikelen van
el II. Artikel 1 - Recht op arbeid (§§ 1-4 in hun geheel); Artikel 2 - Recht op billijke arbeidsvoorwaarden (§§ 3, 5-6); Artikel 3 - Recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden (§§ 1-3); Artikel 4 - Recht op billijke beloning (§§ 1, 3-4); Artikel 5 - Recht op vrijheid van organisatie; Artikel 6 - Recht op collectief onderhandelen (§§ 1-4 in hun geheel); Artikel 7 - Recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming (§§ 1-4, 7-10); Artikel 8 - Recht van vrouwelijke werknemers op moederschapsbescherming (§§ 1 en 3); Artikel 9 - Recht op beroepskeuzevoorlichting Artikel 10 - Recht op vakopleiding (§§ 1-5 in hun geheel) Artikel 11 - Recht op bescherming van
gezondheid (§§ 1-3 in hun geheel); Artikel 12 - Recht op sociale zekerheid (§§ 1-3) Artikel 13 - Recht op sociale en geneeskundige bijstand (§§ 1-4 in hun geheel) Artikel 14 - Recht op het gebruik van diensten voor sociale zorg (§§ 1-2 in hun geheel) Artikel 15 - Recht van mindervaliden op zelfstandigheid, sociale integratie en
elname aan
samenleving (§§ 1-3 in hun geheel) Artikel 16 - Recht van het gezin op sociale, wettelijke en economische bescherming; Artikel 17- Recht van kinderen en volwassenen op een sociale, wettelijke en economische bescherming (§§ 1- 2 in hun geheel) Artikel 18 - Recht op uitoefenen van een op winst gerichte bezigheid op het grondgebied van andere Partijen Artikel 19 - Recht van migrerende werknemers en hun gezinnen op bescherming en bijstand (§§ 1-12 in hun geheel); Artikel 20 - Recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht; Artikel 21 - Recht op informatie en overleg; Artikel 22 - Recht
el te nemen aan
vaststelling en
verbetering van
werkomstandigheden en werkomgeving; Artikel 23 - Recht van ouderen op sociale bescherming Artikel 25 - Recht van
werknemers op bescherming van hun schuldvorderingen in geval van insolvabiliteit van hun werkgever; Artikel 26 - Recht op waardigheid bij
arbeidstaak (§§ 1-2 in hun geheel) Artikel 27 - Recht van
werknemers met gezinsverantwoordelijkheid op gelijke kansen en gelijke behandeling (§§ 1-3 in hun geheel) Artikel 29 - Recht op informatie en op overleg bij procedures inzake collectief ontslag. Artikel 30 - Recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting Artikel 31 - Recht op huisvesting (§§ 1-3 in hun geheel) Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel A Verklaring opgenomen in
op 29 mei 1998 nedergelegde akte van bekrachtiging - Or. Engels Zweden is van oordeel dat
voorkeursbehandeling niet strijdig is met artikel E van het Handvest. Inwerkingtredingstermijn : 01/07/99 Voornoemde Verklaring houdt verband met artikel E
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.