Obsah (4)
Art. 558Art. 342Art. 745Art. 445lag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24 december 2002 VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat ik de eer heb aan Zijne Majesteit voor te legge
52. Hydrocefalie Art.544 : in geval van een draineerbuis zonder verwikkelingen Art. 555 : intracraniële overdruk Art. 665 tot 668 : volgens het intellectueel deficit zie N°
53. Hersenangioma (gecalcifieerd) Art.558 tot 561 : bij epilepsie Art. 665 tot 668 : volgens de intellectuele weerslag zie N°
- Meningocoele - Myelomeningocoele - Spina bifida Art.579-580 : volgens de verlammingen ter hoogte van de onderste ledematen Art. 555 : bij intracraniële overdruk Art. 586 tot 588 : bij gevoelsstoornissen Art. 589-590 : bij sfincterstoornissen
- Ziekte van von Recklinghausen Art.665 tot 668 : volgens de intellectuele weerslag zie N°
Art. 558tot 561 : bij epilepsie Art.
728 en 784 : glioom van het chiasma te evalueren volgens de gevolgen 56. Tubereuse sclerose van Bourneville Art.665 tot 668 : volgens de intellectuele weerslag zie N°
Art. 558
tot 561 : voor epilepsie en flexiespasmen Psychische Aandoeningen 57..Chronisch Vermoeidheidssyndroom Art. 646
- Anorexia Nervosa Art.649
- Infantiele Psychose of Schizofrenie van de adolescent Art.657 tot 659 In geval van bijkomend intellectueel deficit zie N°
60. Hyperkinetisch syndroom (A.D.H.D.) en verwante gedragsstoornissen Art. 654 en Art. 665 tot 668 : volgens de criteria 1) of/en 2) : 1) Criteria ADHD met normaal IQ : - stoornissen in gedrag en socialisatie 5 - 25 % - leerproblemen die speciale hup vragen 5 - 25 % 2) Criteria ADHD met laag IQ : te evalueren volgens N°
(percentage niet optellen bij 1), maar toepassen regel van meervoudige ongeschiktheid) 61.Autisme Spectrumstoornis (ASS) en verwante ontwikkelingsstoornissen Art. 665 tot 668 : volgens de criteria 1) of/en 2) : 1) Criteria ASS met normaal IQ : - symptomen van autisme spectrumstoornis : 0 - 45 % (tekortkoming in het sociale contact, gedragsproblemen, stoornis in de communicatie) - behoefte aan ondersteuning door de omgeving(verhogingspercentage) : 0 - 25 % 2) Criteria ASS met laag IQ : te evalueren volgens N°
(percentage niet optellen bij 1), maar toepassen regel van meervoudige ongeschiktheid) 62.Toxicomanie - Drugverslaving Art. 664 63. Verslaving aan geneesmiddelen Art.664
- a): indien psychische verslaving Art. 664
- a)tot
- d): indien fysieke verslaving Oligofrenie 64. Psychomotore achterstand ( tot de leeftijd van 6 jaar). Art 665 tot 668 : te evalueren in functie van het klinisch onderzoek en met behulp van een gestandaardiseerde test voor de verschillende functies ( motoriek, vaardigheden en taal, niet-verbale intelligentie en socialisatie). Het resultaat wordt uitgedrukt door de vergelijking van de vastgestelde ontwikkelingsleeftijd met de kalenderleeftijd, t.t.z. het ontwikkelingsquotiënt (O.Q.) Ontwikkelingsquotiënt Ongeschiktheidspercentage 70 - 80-------------- 5 - 24 % 60 - 69--------------25 - 65 % 40 - 59--------------66 - 79 % 39 en lager------------80 - 100 % Binnen elk interval wordt het percentage lineair berekend volgens de waarden van het O.Q. 65. Geesteszwakheid, leerstoornissen (dyspraxie, dyslexie,...) met schoolse achterstand (vanaf de leeftijd van 6 jaar). Art. 665 tot 668 : te evalueren volgens de waarde van het intelligentie-quotiënt (I.Q.) bekomen met een goed gestandaardiseerde test en rekening houdende met het sociaal aanpassingsgedrag en de verworven schoolse vaardigheden : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld * Binnen elk interval wordt het percentage lineair berekend volgens de waarden van het I.Q. + Schoolse achterstand : achterstand inzake schoolse vaardigheden (lezen,spellen, rekenen) ondanks aantoonbare, planmatige en intensieve remediëringsinspanningen of aangepast onderwijs. De achterstand wordt geëvalueerd door referen aan een normale ontwikkeling bereikt op de leeftijd van 12 jaar. 66. Chromosoomafwijkingen, genetische en metabolische ziekten die de geestesontwikkeling aantasten (vb.trisomie 21/ 9 / 15, fragiel- X syndroom, deletie van chromosomen,,...) Art. 665 tot 668 : volgens de geesteszwakheid en de leeftijd zie N°
NEGENDE DEEL : NEUS - KEEL -en OORAANDOENINGEN 67. Spraakstoornis gecombineerd met doofheid De gehoordaling wordt geëvalueerd volgens N°68. Verhogingspercentage volgens Art. 548
- a): Tot het ontwikkelen van de spraak wordt het maximum van dit artikel toegekend; Na het ontwikkelen van de spraak zal deze worden gewaardeerd in functie van : - de articulatie - de actieve spraak - het passief begrijpen op basis van logopedische verslagen. 68. Aangeboren of verworven aandoeningen van het oor Art.710 - 711 : onesthetische letsels Art. 712 : de tonale liminaire audiometrie wordt uitgevoerd met en zonder prothesen. De ongeschiktheidsgraad is gelijk aan het rekenkundig gemiddelde van de invaliditeits- percentages op de tabel van het gemiddelde tonaal verlies voor elk van deze audiogrammen. Art. 713 : de vocale audiometrie wordt gedaan met prothesen. Wanneer ze onmogelijk is omwille van een onvoldoende perceptie van het woord, dient het maximum van het artikel (10pct.) te worden toegekend. Art. 718 tot 721. TIENDE DEEL : OFTALMOLOGISCHE AANDOENINGEN Voor het kind jonger dan 6 jaar moeten de testen die de oogfunctie meten niet alleen aangepast worden aan de leeftijd van het kind maar ook aan zijn psychomotore ontwikkeling. Het commentaar van de OBSI in deel 10 n°1 C, opmerking 4) blijft geldig voor kinderen onder de 6 jaar : « De bepaling van de gezichtsscherpte zal in sommige gevallen slechts een schatting zijn, die methodisch gestaafd zal worden ». De keuze van de testen wordt dus overgelaten aan het oordeel van de specialisten in functie van de psychomotore rijpheid van het kind. 69. Visuele functies
- a)Gezichtsscherpte : Art.728 - Bij het kind dat kan spreken worden de beeldtesten of de optotypen van Snellen of de schaal van de C ringen van Landolt of de schaal van de letters of cijfers gebruikt in functie van de psychomotore evolutie van het kind. De resultaten worden omgezet in decimale eenheden van Monoyer. - Bij het kind dat nog niet spreekt, - in het algemeen jonger dan 3 en een half jaar-, wordt de methode van de preferentiële blik enkel gebruikt wanneer de hoger beschreven methoden niet toepasbaar zijn. De resultaten worden omgezet in decimale eenheden van Monoyer met behulp van de schattingstabel voor de gezichtsscherpte.
- b)Gezichtsveld : Art.729 tot 734 Het gezichtsveld wordt enkel bepaald vanaf de leeftijd van ten volle 6 jaar of vanaf de leeftijd van een psychomotore ontwikkeling gelijk aan 6 jaar. Enkel de hemianopsie kan vóór deze leeftijd bepaald worden door de confrontatietest.
- c)Licht- en kleurenzin, binoculair zicht, diplopie, interne verlammingen : Art.735 tot 739 De gebruikte methoden zijn dezelfde als voor de volwassenen, maar enkel indien de leeftijd van het kind dit toelaat. Die functies worden dus geëvalueerd in functie van de leeftijd van het kind. 70. Unilateraal of Bilateraal Cataract. Niet geopereerd cataract : Art. 728 zie N°69 Art. 729 tot 734 zie N°69 Geopereerd cataract : Art. 728 zie N°69 Art. 729 tot 734 zie N°69 Ingeval van lensimplant zijn de artikelen voor afakie niet toepasbaar (art 742 tot 745). Een verhoging met 10 % is enkel toegelaten voor het verlies van de accommodatie. Bij het kind met een echte afakie blijven deze artikelen van toepassing. 71. Retinale dystrofieën Art.728 zie N°69 Art. 733 : het gezichtsveld bij het kind onder de 6 jaar wordt geschat volgens deze regel : Een gestandaardiseerd electroretinogram (ERG) dat minstens tweemaal wordt uitgevoerd en dat amplituden van maximum 10 %van de normale waarden vertoont, is gelijk aan een gezichtsveld beperkt tot een temporale straal van 20°. 72. Functionele amblyopie en strabisme Strabisme op zich geeft geen aanleiding tot een ongeschiktheid behalve voor amblyopie vanaf de leeftijd van 6 jaar.Functionele amblyopie (ten gevolge van een hypermetropie, een myopie, een astigmatisme, een anisometropie) wordt ook slechts geëvalueerd vanaf de leeftijd van 6 jaar; vermits volledig reversibel in geval van vroegtijdige diagnose en behandeling. 73. Visueel deficit van cerebrale oorsprong De schatting van de amblyopie wordt overgelaten aan de geneesheer-specialist. 74.Geïsoleerde nystagmus. Zonder geassocieerde aandoening : Art. 728 tot 734 en de bemerking 2 van hoofdstuk 1)C. In geval van geassocieerde aandoeningen zijn Art. 728 tot 734 van toepassing. ELFDE DEEL : HUIDAANDOENINGEN 75. Eczeem Art.761 76. Ichtyosis Art.764 bis - 765 : te evalueren volgens de functionele hinder 77. Epidermolysis bullosa Art.764 bis - 765 : te evalueren volgens de functionele hinder TWAALFDE DEEL : ENDOKRIENE AANDOENINGEN 78. Hyperthyroïdie Art.779/1a) Art. 779/1b) : met blijvend struma en met lokale druksymptomen Art. 779/1c) : met exoftalmie (ernstige graad, te objectiveren) 79. Hypothyroïdie Art.779/2a) : de eventuele geassocieerde mentale retardatie en pubertas praecox worden beoordeeld zoals voorzien voor de respectievelijke aandoeningen. Art. 779/3 : kropgezwel 80. Hypoparathyroïdie Art.779/4a) : als stabiele toestand Art. 779/4b) : als herhaalde tetanie niettegenstaande dagelijkse therapie 81. Hyperparathyroïdie Art.904 /Art. 783 /Art. 482 : beoordeling voor uitzonderlijke onbehandelbare vormen 82. Grote gestalte Art.779/6 : enkel aanrekenbaar als er functionele of psychische stoornissen aanwezig zijn en als de lengte groter is dan +3SD 10 % +4SD 20 % Art. 779/5 : acromegalie 83. Kleine gestalte Art.779/7a) : lengte kleiner dan -4SD 50 % Art. 779/7b) : lengte kleiner dan -3SD 30 % Art. 779/7c) : lengte kleiner dan -2SD 10 % Indien er geassocieerde hypotrofie bestaat, kan er een bijkomend % toegekend worden (hypotrofie zie N°92) 84. Cushing syndroom Art.779/8 : bot- en/of huidproblematiek Art. 368
- e): geassocieerde arteriële hypertensie Art. 780a) : geassocieerde diabetes mellitus Art. 779/10b) :iatrogene bijnierschorsinsufficiëntie 20-50 % in functie van de weerslag op de algemene toestand. 85. Hypopituïtarisme. Art. 779/9a) : totale uitval Art. 779/9b) : selectieve uitval * 10 % als enkelvoudige substitutie mogelijk is vb.GH * 30 % bij meervoudige substitutie zonder cortisol * 60 % bij meervoudige substitutie inclusief cortisol 86. Bijnierschorsinsufficiëntie Art.779/10a) : geen residuele secretie Art. 779/10b) : residuele secretie aanwezig 87. Diabetes mellitus : Art.780a) : NIDDM -> 0-20 % Art. 780b) : IDDM zonder verwikkelingen en zonder invloed op de normale activiteit -> 20-40 % Art. 780c) : IDDM met invloed op de normale activiteit doch zonder verwikkelingen -> 40-60 % Art. 780d) : IDDM leidt, ondanks optimale behandeling, tot * complicaties * frequente ernstige hypoglycemies (hospitalisatie of geassisteerde hersuikering) * ernstige, gedocumenteerde psychologische weerslag (met de gepaste begeleiding), die de activiteit van het kind sterk beperken. 88. Diabetes insipidus Art.781a) : zonder behandelingsmoeilijkheden Art. 781b) moeilijk behandelbaar euro 30-60 % (in functie van de frequentie van de hospitalisaties) 89. Hyperinsulinisme Art.780a) gecorrigeerde toestand Art. 780b) stabiele toestand mits behandeling Art. 780c) of
- d): niet controleerbaar hyperinsulinisme 40-100 % (in functie van de weerslag op de algemene toestand en de hospitalisatienood) 90. Volledige gonadale insufficiëntie Mannelijke : Art.493b) vanaf 13 jaar 30 % (inbegrepen is de hormonale substitutie en eventuele prothese) Een bijkomend % volgens Art 648
- a)is mogelijk vanaf 16 jaar als er sprake is van een psychische weerslag- gedocumenteerd- (met een aangepaste begeleiding) Vrouwelijke : Art. 513 : vanaf 11 jaar 30 % (inbegrepen is de hormonale substitutie) Een bijkomend % volgens Art. 648
- a)is mogelijk vanaf 16 jaar als er sprake is van een psychische weerslag - gedocumenteerd- (met een aangepaste begeleiding). 91. Obesitas Enkel aanrekenbaar indien endogeen en aanwezig ondanks een ononderbroken, gepaste behandeling (dieet, medicatie, lichaamsbeweging,...) Art. 649a) of 779/9b) als BMI groter dan + 2SD 10 % Art. 649b) of 779/9b) als BMI groter dan + 4SD 30 % Art. 649c) of 779/9b) als BMI groter dan + 6SD 60 % 92. Hypotrofie Art.431a) als BMI kleiner dan - 2 SD 10 % Art. 431b) als BMI kleiner dan - 3 SD 30 % Art. 431c) als BMI kleiner dan - 4 SD 60 % 93. Sexuele ambiguïteiten Het invaliditeitspercentage wordt verminderd na heelkundige correctie zelfs als er een ander sexueel fenotype gekozen werd. Misvormingen vrouwelijke geslachtsorganen (vrouwelijk pseudohermafroditisme) Art. 501a) of
- b)vanaf 16 jaar volgens de graad en de behandeling Misvormingen mannelijke geslachtsorganen (mannelijk pseudohermafroditisme) Art. 491a) : hypospadias, naargelang de graad : Een meatus ter hoogte van de glans geeft het minimumpercentage; Een meatus ter hoogte van het perineum het maximumpercentage. Art. 491b) : ernstige misvorming van de penis waarvoor veelvuldige zware ingrepen noodzakelijk zijn, naargelang de psychologische weerslag (waarvoor in behandeling). Circumcisie : niet aanrekenbaar. DERTIENDE DEEL : KANKER 94. Kwaadaardige gezwellen Te evalueren volgens de behandelingheelkunde en/of chemotherapie en/of radiotherapie; Art. 784 : meer dan 80 % ongeschiktheid gedurende de zwaarste behandelingsperiode 66 % tot 80 % ongeschiktheid gedurende de onderhoudsbehandeling, te evalueren op grond van de therapeutische resultaten en de algemene toestand. Na de stopzetting van de antikankerbehandeling evaluatie van de functionele gevolgen volgens de overeenkomstige artikelen OBSI. 95. Leucemie Art.464 : gedurende de ernstige behandelingsperiode tot de consolidatie en bij herhaalde hospitalisaties; Art. 463 : gedurende de onderhoudsbehandeling, te evalueren op grond van de therapeutische resultaten en de weerslag op de algemene toestand; Na de stopzetting van de behandeling : evaluatie van de functionele gevolgen volgens de overeenkomstige artikelen OBSI. 96. Goedaardige gezwellen en Gezwellen uitsluitend chirurgisch behandeld ( zonder aanvullende behandeling bij middel van chemotherapie of radiotherapie) : Evaluatie van de functionele hinder na de ingreep volgens de overeenkomstige artikelen van de OBSI. VEERTIENDE DEEL : METABOLE AANDOENINGEN, MULTISYSTEEMZIEKTEN en SPECIFIEKE SYNDROMEN 97. Marfan syndroom Art.341 : hyperlaxiteit der ligamenten Art. 745bis : subluxatie van de lens Art. 366 : vasculaire letsels Art. 29 tot 31 : wervelzuilletsels 98. Lupus erythematosus disseminatus Art.349 : hartletsels Art. 362
- b): vasculaire letsels Art. 389 : pleurale longletsels Art. 783 : gewrichtsletsels Art. 477 : nefrologische letsels zie N°43 99. Periarteritis nodosa Art.349 : hartletsels Art. 362
- b)en Art. 367 : vasculaire letsels Art. 368
- c)+ bis : arteriële hypertensie 100. Ziekte van Klippel-Trenaunay hypertrofische hemiangiectasieën Art.374-375 : vasculaire letsels Art. 783 : gewrichtsletsels 101. Mucoviscidose Art.377 tot 380 : letsels ter hoogte van de bronchi Art. 384-385 : bronchiectatische letsels Art. 447 : pancreasletsels Art. 697 tot 699 : sinusitis 102. Galactosemie Art.445 : leverletsels Art. 477 : nierletsels zie N°43 Art. 742 : oogletsels (cataract) zie N°70 Art. 665-668 : geestesstoornissen zie N°
103. Hepatolenticulaire degeneratie (Ziekte van Wilson) Art.445 : leverletsels Art. 554 : neurologische letsels Art. 477 : nierletsels (Fanconi) zie N°43 Art. 665-668 : cerebrale letsels zie N°
104. Glycogeen-opstapelingsziekten Art.445 : leverletsels Art. 646 a) : eventuele asthenie Art. 342bis : gewrichtsletsels Art. 355 : cardiale letsels Art. 665 tot 668 :geestesstoornissen zie N°
- Porphyrie Art.445 a)-b) : leverletsels Art. 764 bis : huidletsels, volgens de aard der symptomen Art. 628 tot 631 : neurologische letsels
- Histiocytose Art.462 : volgens de functionele hinder en de weerslag op de algemene toestand
- Syndroom van Alport Art.477 : nierletsels zie N°43 Art. 712 : gehoorstoornissen zie N°67 - 68 Art. 728 : oogletsels
- Leucinose Art.665 tot 668 : geestesstoornissen zie N°
Art. 558-559-560 : gepaard met epilepsie Art.
646 b) : eventuele asthenie Art. 431 : hypotrofie zie N°92 109. Gevolgen van Prematuriteit Art.377 tot 380 : longletsels Art. 431 : enteropathie / hypotrofie zie N°92 Art. 665 tot 668 : intellectuele stoornissen zie N°
110. Prader-Willi syndroom Art.665 tot 668 : geestesstoornissen zie N°
Art. 342bis : spierhypotonie Art.
779 : endocriene stoornissen 111. Homocystinurie Art.665 tot 668 : geestesstoornissen zie N°
Art. 745bis : lensluxatie Art.
29 tot 31 : wervelzuilmisvormingen Art. 783 : gewrichtsafwijkingen 112. Syndroom van Sturge Weber Art.363 : angiomatose Art. 728-749 : oculaire stoornissen zie N°69 Art. 558 tot 560 : epilepsie Art. 665 tot 668 : geestesstoornissen zie N°
113. Sfingolipidose Art.665 tot 668 : geestesstoornissen zie N°
Art. 445a) b) : leverfunctiestoornissen 114.
Phenylketonurie Art.665 : geestesstoornissen zie N°
Art. 445a) : leverstoornissen Art.
646
- a): asthenie 115. Congenitale fructose intolerantie Art.431 : hypotrofie zie N°92 Art. 445
- a): leverletsels Art. 477 : tubulopathie zie N°43 116. Hyperornithinemie met atrofie van de chorio-retina Art.723 of 728 of 733 : oogletsels Art. 342 en 342bis : spieratrofie Art. 445 : leverletsels 117. Veralgemeende arthritis Art.783 : te evalueren volgens het aantal opstoten en de weerslag op de gewrichten en de algemene toestand. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 28 maart 2003. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE