← België

Besluit van de Waalse Regering betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen

24 APRIL

  1. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen De Waalse Regering, Gelet op de Richtlijn 72/168/EEG van de Commissie van 14 april 1972 tot vaststelling van kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek bij groentegewassen; Gelet op de Richtlijn 72/180/EEG van de Commissie van 14 april 1972 tot vaststelling van kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van rassen van landbouwgewassen; Gelet op de Richtlijn 2002/8/EG van de Commissie van 6 februari 2002 houdende wijziging van de Richtlijnen 72/168/EEG en 72/180/EEG betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van respectievelijk groentegewassen en landbouwgewassen; Gelet op de wet van 11 juli 1969 betreffende pesticiden en grondstoffen voor de land-, tuin- en bosbouw en voor de fokkerij; Gelet op het koninklijk besluit van 8 juli 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/07/2001 pub. 11/10/2001 numac 2001016251 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de nationale rassencatalogi voor landbouwgewassen en groentegewassen sluiten betreffende de nationale rassencatalogi voor landbouwgewassen en groentegewassen, inzonderheid op artikel 7; Gelet op het overleg van 31 maart 2003 tussen de gewestelijke Regeringen en de federale overheid; Gelet op de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de bepalingen van de Richtlijn 2002/8/EG onverwijld moeten worden omgezet en in elk geval uiterlijk 31 maart 2002; Overwegende het met redenen omkleed advies van 17 december 2002 van de Europese Commissie gericht aan het Koninkrijk van België krachtens artikel 226 van het Verdrag waarbij de Europese Gemeenschap wordt ingericht, wegens het gebrek aan mededeling van de maatregelen betreffende de omzetting van Richtlijn 2002/8/EEG in nationaal recht; Op de voordracht van de Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.§
  2. De officiële onderzoeken bij de toelating van rassen voor groentegewassen strekken zich tenminste uit tot de volgende kenmerken : 1° voor wat betreft tomaten (Lycopersicon lycopersicum L.Karsten ex. Farw.) de kenmerken die zijn vermeld in bijlage 1; 2° voor wat betreft prei (Allium porrum L.) de kenmerken die zijn vermeld in bijlage 2; 3° voor wat betreft bonen (Phaseolus vulgaris L.) de kenmerken die zijn vermeld in bijlage 3; 4° voor wat betreft kool (Brassica oleracea convar.Capitata (L.) Alef.) de kenmerken die zijn vermeld in bijlage 4; 5° voor wat betreft bloemkool (Brassica oleracea L.convar. Botrytis (L.) Alef. Var. botrytis L.) de kenmerken die zijn vermeld in bijlage 5; 6° voor wat betreft sla (Lactuca sativa L.) de kenmerken die zijn vermeld in bijlage 6; 7° voor wat betreft de andere groentegewassen, de kenmerken die zijn vermeld in bijlage 7 tot
  3. Alle kenmerken moeten in aanmerking worden genomen, tenzij de waarneming van een bepaald kenmerk onmogelijk wordt gemaakt door de expressie van een ander kenmerk, of de expressie van een kenmerk wordt verhinderd door de omgevingsomstandigheden waaronder de test plaatsvindt. Deze bepaling geldt onverminderd de toepassing van voorschriften inzake groentegewassen. §
  4. Voor de tomaten-, prei-, bonen-, kool-, bloemkool- en slarassen is voldaan op het ogenblik van het onderzoek aan de respectievelijk in bijlage 1 tot 6 vermelde minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek met betrekking tot proefopzet en teeltomstandigheden. Voor de andere groentegewassen is voldaan aan de in bijlage 37 vermelde minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek. Art. 2.§
  5. De officiële onderzoeken bij de toelating van rassen voor landbouwgewassen, voor wat betreft het onderzoek op onderscheidbaarheid, bestendigheid en homogeniteit, strekken zich tenminste uit tot de volgende kenmerken : 1° voor wat betreft tarwe (Triticum aestivum L.) de kenmerken die zijn vermeld in bijlage 38; 2° voor wat betreft maïs (Zea mays L.) de kenmerken die zijn vermeld in bijlage 39; 3° voor wat betreft de andere landbouwgewassen, de kenmerken die zijn vermeld in bijlage 40 tot
  6. Alle kenmerken moeten in aanmerking worden genomen, tenzij de waarneming van een bepaald kenmerk onmogelijk wordt gemaakt door de expressie van een ander kenmerk, of de expressie van een kenmerk wordt verhinderd door de omgevingsomstandigheden waaronder de test plaatsvindt. Deze bepaling geldt onverminderd de toepassing van voorschriften inzake landbouwgewassen. §
  7. Voor de tarwe- en maïsrassen is voldaan op het ogenblik van het onderzoek aan de respectievelijk in bijlage 38 en 39 vermelde minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek met betrekking tot proefopzet en teeltomstandigheden. Voor de andere landbouwgewassen is voldaan aan de in bijlage 93 vermelde minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek. Art. 3.De officiële onderzoeken bij de toelating van rassen voor landbouwgewassen, voor wat betreft het onderzoek van de cultuur- en gebruikswaarde, strekken zich tenminste uit tot de in bijlage 94 vermelde kenmerken. Art. 4.Dit besluit is van toepassing op alle rassen die nog niet opgenomen waren op de nationale catalogi voor landbouwgewassen en groentegewassen op 31 maart
  8. Indien de officiële onderzoeken met zicht op de opneming van de rassen begonnen zijn voor deze datum, hetzij helemaal, hetzij gedeeltelijk overeenkomstig de aanvankelijke bepalingen van de Richtlijnen 72/168/EEG of 72/180/EEG, moeten de betrokken rassen geen nieuw onderzoek ondergaan teneinde te bewijzen dat de nieuwe maatregelen gerespecteerd zijn. Art. 5.Indien de bepalingen van de Richtlijnen worden gewijzigd, moet de Minister de bijlagen bij dit besluit wijzigen. Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april
  9. Art. 7.De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit. Namen, 24 april
  10. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 1 : Tomatenrassen (Lycopersicon lycopersicum L. Karsten ex. Farw.) Waargenomen kenmerken
  11. Kiemplant : anthocyaankleuring van het hypocotyl 2.Plant : 2.
  12. groeitype 2.
  13. aantal knopen op de hoofdstam (okselscheuten te verwijderen)
  14. Stam 3.
  15. anthocyaankleuring van bovenste derde gedeelte 3.
  16. lengte van de internodiën (tussen de 1e en 4e knoop) (alleen rassen van het type onbepaalde groei)
  17. Blad 4.
  18. houding (in het midden derde gedeelte van de plant) 4.
  19. lengte 4.
  20. breedte 4.
  21. verdeling van de bladschijf 4.
  22. grootte van de afzonderlijke blaadjes (in het midden van het blad) 4.
  23. intensiteit van de groene kleur 4.
  24. glans (zoals bij 4.1) 4.
  25. blaarvorming (zoals bij 4.1) 4.
  26. grootte van de blaren (zoals bij 4.1) 4.
  27. houding van de afzonderlijke blaadjes ten opzichte van de centrale as (zoals bij 4.1)
  28. Bloeiwijze : type (2e en 3etros) 6.Bloem 6.
  29. fasciatie 6.
  30. beharing van de stijl 6.
  31. kleur 7 Bloemsteel 7.
  32. afstotingslaag 7.
  33. lengte (vanaf het punt van afstoting tot aan de kelk) (enkel bij rassen met een afstotingslaag)
  34. Vrucht : 8.
  35. grootte 8.
  36. verhouding lengte/breedte 8.
  37. vorm van de longitudinale doorsnede 8.
  38. geribdheid aan het steeleinde 8.
  39. dwarsdoorsnede 8.
  40. inzinking aan het steeleinde 8.
  41. grootte van de kurkzone aan de steelaanzet 8.
  42. grootte van de bloemaanzet 8.
  43. vorm van de bloemeind 8.
  44. hartgrootte bij dwarsdoorsnede (in verhouding tot de totale diameter) 8.
  45. dikte van de vruchtwand 8.
  46. aantal hokken 8.
  47. groenkraag (voor oogstrijpheid) 8.
  48. grootte van de groenkraag 8.
  49. intensiteit van de groene kleur van de groenkraag (voor oogstrijpheid) 8.
  50. intensiteit van de groene kleur (voor oogstrijpheid) 8.
  51. kleur bij oogstrijpheid 8.
  52. kleur van het vlees (bij oogsrijpheid) 8.
  53. vastheid 8.
  54. duur van de bewaring 8.
  55. drogestofgehalte
  56. Bloeitijdstip 10.Tijdstip van oogstrijpheid
  57. Witkoppen 12.Resistentie tegen Meloidogyne incognita
  58. Resistentie tegen Verticillium dahliae 13.
  59. fysio 0
  60. Resistentie tegen Fusarium oxysporum f.sp. Lycopersici 14.
  61. fysio 0 (ex 1) 14.
  62. fysio 1 (ex 2)
  63. Resistentie tegen Fusarium oxysporum f.sp. Radicis lycopersici
  64. Resistentie tegen Cladosporum fulvum 16.
  65. fysio 0 16.
  66. groep A 16.
  67. groep B 16.
  68. groep C 16.
  69. groep D 16.
  70. groep E
  71. Resistentie tabaks mozaïek virus 17.
  72. stam 0 17.
  73. stam 1 17.
  74. stam 2 17.
  75. stam 1-2
  76. Resistentie tegen Phytophtora infestans 19.Resistentie tegen Pyrenochaeta lycopersici
  77. Resistentie tegen Stemphylium spp.
  78. Resistentie tegen Pseudomonas syringae 22.Resistentie tegen Ralstonia solanacearum : fysio 1
  79. Resistentie tegen Tomato Yellow Leaf Curl Virus 24.Resistentie tegen Tomato Spotted Wilt Virus
  80. Resistentie tegen Leveillula taurica 26.Resistentie tegen Oidium lycopersicum Minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek met betrekking tot proefopzet en teeltomstandigheden De minimale duur van de onderzoeken is normaal twee onafhankelijke groeicycli. Voor rassen met een vegetatieve vermeerdering kan het onderzoek beperkt worden tot één groeicyclus als de resultaten van het onderscheidbaarheids- en homogeniteitonderzoek voldoende conclusies toelaten. De onderzoeken worden uitgevoerd in omstandigheden welke een normale groei toelaten. De grootte van de percelen zal zodanig zijn dat planten of plantedelen eruit kunnen verwijderd worden met het doel er tellingen of metingen op te verrichten zonder nadeel te berokkenen aan de waarnemingen welke nog moeten verricht worden op het einde van de groeiperiode. Elk onderzoek moet minimaal een totaal van 20 planten in serre bevatten en een totaal van 40 planten in open lucht; ieder onderzoek is verdeeld over twee herhalingen. Alle waarnemingen die uitgevoerd worden door metingen of tellingen moeten verricht worden op 20 planten of 20 plantedelen. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  81. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 2 : Preirassen (Allium porrum L.) Waargenomen kenmerken
  82. Plant 1.
  83. hoogte 1.
  84. lengte 1.
  85. dichtheid plaatsing van het blad
  86. Blad : houding 3.Bladschijf 3.
  87. lengte van het langste blad 3.
  88. breedte 3.
  89. kleur 3.
  90. intensiteit van de kleur 3.
  91. anthocyaan kleuring 3.
  92. berijptheid 3.
  93. neiging tot het vormen van groeven
  94. Schacht 4.
  95. lengte 4.
  96. diameter 4.
  97. verhouding lengte/diameter 4.
  98. neiging tot bolvorming 4.
  99. versmalling naar de basis
  100. Bloem : mannelijk steriliteit (alleen voor vegetatief vermeerde rassen) Minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek met betrekking tot proefopzet en teeltomstandigheden De minimale duur van de onderzoeken is normaal twee onafhankelijke groeicycli.Voor rassen met een vegetatieve vermeerdering kan het onderzoek beperkt worden tot één groeicyclus als de resultaten van het onderscheidbaarheids- en homogeniteitonderzoek voldoende conclusies toelaten. De onderzoeken worden uitgevoerd in omstandigheden welke een normale groei toelaten. De grootte van de percelen zal zodanig zijn dat planten of plantedelen eruit kunnen verwijderd worden met het doel er tellingen of metingen op te verrichten zonder nadeel te berokkenen aan de waarnemingen welke nog moeten verricht worden op het einde van de groeiperiode. Elk onderzoek moet minimaal een totaal van 200 planten op afstand voor de rassen met generatieve vermeerdering bevatten en een totaal van 60 planten voor de rassen met vegetatieve vermeerdering; ieder onderzoek is verdeeld over twee herhalingen. Alle waarnemingen die uitgevoerd worden door metingen of tellingen moeten verricht worden op 60 planten of 60 plantedelen. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  101. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 3 : Bonenrassen (Phaseolus vulgaris L.) Waargenomen kenmerken
  102. Kiemplant : anthocyaankleuring van het hypocotyl 2.Plant : 2.
  103. groeitype 2.
  104. dwergtype (alleen voor stamboon) 2.
  105. hoogte (alleen voor stamboon) 2.
  106. vroegheid van de wikkeling (80 % van de planten) (alleen voor staakboon) 2.
  107. groeisnelheid (alleen voor staakboon)
  108. Blad : 3.
  109. groene kleur 3.
  110. bobbeling
  111. Topblaadje : 4.
  112. grootte 4.
  113. vorm 4.
  114. top
  115. Bloemtrossen : plaats (in volle bloei) (alleen voor stamboon) 6.Bloem : 6.
  116. grootte van de bracteeën 6.
  117. kleur van de vlag 6.
  118. kleur van de zwaarden
  119. Graan : kleur van het halfrijpe zaad (bij het begin van het zwellen van de peul) (alleen witzadige rassen) 8.Peul : 8.
  120. lengte (incl. de snavel) 8.1.
  121. alleen dwerg boon 8.1.
  122. alleen stokboon 8.
  123. breedte 8.
  124. vorm van de dwarsdoorsnede (door het zaad) 8.
  125. verhouding transversale breedte/mediane breedte 8.
  126. grondkleur 8.
  127. intensiteit van de grondkleur 8.
  128. secundaire kleur 8.
  129. schakering van de secundaire kleur 8.
  130. dichtheid van de secundaire kleurvlekken 8.
  131. draad 8.
  132. mate van de kromming 8.
  133. richting van de kromming 8.
  134. vorm van de peuleind (zonder snavel) 8.
  135. lengte van de snavel 8.
  136. kromming van de snavel 8.
  137. structuur van het oppervlak 8.
  138. insnoeringen (in droge stadium)
  139. Zaad : 9.
  140. gewicht 9.
  141. vorm van de mediane lengtedoorsnede 9.
  142. mate van de kromming (alleen rassen met niervormige zaden) 9.
  143. vorm va, de mediane dwarsdoorsnede 9.
  144. breedte van de dwarsdoorsnede 9.
  145. aantal kleuren 9.
  146. hoofdkleur (grootste deel) 9.
  147. overheersende secundaire kleur 9.
  148. verdeling van de overheersende secundaire kleur 9.
  149. adering 9.
  150. kleur van de navelring
  151. Bloei (50 % van de planten met minstens 1 bloem) 11.Resistentie : 11.
  152. tegen vlekkenziekte (Colletotrichum lindemuthianum) 11.1.
  153. fysio Lambda 11.1.
  154. fysio kappa 11.
  155. tegen bonenmozaïekvirus (BMV) 11.
  156. tegen vetvlekkenziekte (Pseudomonas syringae pv. Phaseolicola) 11.3.
  157. US fysio 1 11.3.
  158. US fysio 2 11.
  159. tegen Xanthomonas campestris pv. phaseoli Minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek met betrekking tot proefopzet en teeltomstandigheden De minimale duur van de onderzoeken is normaal twee onafhankelijke groeicycli. De onderzoeken worden uitgevoerd in omstandigheden welke een normale groei toelaten. De grootte van de percelen zal zodanig zijn dat planten of plantedelen eruit kunnen verwijderd worden met het doel er tellingen of metingen op te verrichten zonder nadeel te berokkenen aan de waarnemingen welke nog moeten verricht worden op het einde van de groeiperiode. Elk onderzoek moet minimaal een totaal van 150 planten voor stambonen bevatten en een totaal van 60 planten voor staakbonen; ieder onderzoek is verdeeld over twee herhalingen. Alle waarnemingen die uitgevoerd worden door metingen of tellingen moeten verricht worden op 20 planten of 20 plantedelen. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  160. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 4 : Koolrassen (Brassica oleracea convar. Capitata (L.) Alef.) Waargenomen kenmerken
  161. Plant : 1.
  162. hoogte 1.
  163. grootste diameter (inclusief omblad) 1.
  164. lengte van de stronk 1.
  165. houding van deomblad
  166. Omblad : 2.
  167. grootte 2.
  168. vorm van de bladschijf 2.
  169. profiel van de bovenzijde van de bladschijf 2.
  170. bobbeling 2.
  171. grootte van de bobbels 2.
  172. kreuking (alleen Savooiekool) 2.
  173. kleur (met was) 2.
  174. intensiteit van de kleur 2.
  175. groene zweem (alleen rode kool) 2.
  176. was 2.
  177. golving van de rand 2.
  178. insnijdingen van de rand 2.
  179. ombuigen van de rand
  180. Kool 3.
  181. vorm van de longitudinale doorsnede 3.
  182. vorm van de basis bij longitudinale 3.
  183. lengte 3.
  184. diameter 3.
  185. plaats van de grootste diameter 3.
  186. sluiting 3.
  187. bobbeling van het dekblad (alleen Savooiekool) 3.
  188. ombuigen van de rand van het dekblad 3.
  189. kleur van het dekblad 3.
  190. intensiteit van de kleur van het dekblad 3.
  191. anthocyaankleuring van het dekblad (alleen Savooie- en witte kool) 3.
  192. inwendige kleur 3.
  193. intensiteit van de inwendige kleur 3.
  194. vastheid 3.
  195. inwendige structuur 3.
  196. lengte van de inwendige stronk (in relatie tot de lengte van de kool)
  197. Tijdstip oogstrijpheid 5.Tijdstip van barsten van de kool na oogstrijp
  198. Resistentie tegen fysio 1 van Fusarium oxysporum f.sp. conglutinans Minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek met betrekking tot proefopzet en teeltomstandigheden De minimale duur van de onderzoeken is normaal twee onafhankelijke groeicycli. Voor rassen met een vegetatieve vermeerdering kan het onderzoek beperkt worden tot één groeicyclus als de resultaten van het onderscheidbaarheids- en homogeniteitonderzoek voldoende conclusies toelaten. De onderzoeken worden uitgevoerd in omstandigheden welke een normale groei toelaten. De grootte van de percelen zal zodanig zijn dat planten of plantedelen eruit kunnen verwijderd worden met het doel er tellingen of metingen op te verrichten zonder nadeel te berokkenen aan de waarnemingen welke nog moeten verricht worden op het einde van de groeiperiode. Elk onderzoek moet minimaal een totaal van 40 planten bevatten; ieder onderzoek is verdeeld over twee herhalingen. Alle waarnemingen die uitgevoerd worden door metingen of tellingen moeten verricht worden op 20 planten of 20 plantedelen. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  199. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 5 : Bloemkoolrassen (Brassica oleracea L. convar. Botrytis (L.) Alef. Var. botrytis L.) Waargenomen kenmerken
  200. Kiemplant anthocyaankleuring van het hypocotyl 2.Plant : hoogte (bij rijpheid)
  201. Stronk onder het blad : lengte (tot de eerste bladaanzet) 4.Blad : 4.
  202. houding 4.
  203. lengte 4.
  204. breedte 4.
  205. vorm 4.
  206. lobben 4.
  207. kleur (met was, wanneer aanwezig) 4.
  208. intensiteit van de kleur 4.
  209. dwarsdoorsnede van de middennerf van het onderste derde gedeelte) 4.
  210. draaiing van de bladtop 4.
  211. vorm van de dwardoorsnede 4.
  212. bobbeling 4.
  213. verdeling van de bobbels 4.
  214. plooiing bij de hoofdnerf 4.
  215. golving van de rand
  216. Kool 5.
  217. afdekking door het binnenblad 5.
  218. hoogte 5.
  219. diameter 5.
  220. vorm van longitudinale doorsnede 5.
  221. welving (behalve rassen met driehoekige kolen) 5.
  222. kleur 5.
  223. bonkigheid 5.
  224. korrel 5.
  225. anthocyaan na oogstrijpheid
  226. Bloem : kleur 7.Vroegheid in specifiek groeiseizoen (50 % oogstrijp) Minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek met betrekking tot proefopzet en teeltomstandigheden De minimale duur van de onderzoeken is normaal twee onafhankelijke groeicycli. Voor rassen met een vegetatieve vermeerdering kan het onderzoek beperkt worden tot één groeicyclus als de resultaten van het onderscheidbaarheids- en homogeniteitonderzoek voldoende conclusies toelaten. De onderzoeken worden uitgevoerd in omstandigheden welke een normale groei toelaten. De grootte van de percelen zal zodanig zijn dat planten of plantedelen eruit kunnen verwijderd worden met het doel er tellingen of metingen op te verrichten zonder nadeel te berokkenen aan de waarnemingen welke nog moeten verricht worden op het einde van de groeiperiode. Elk onderzoek moet minimaal een totaal van 60 planten bevatten; ieder onderzoek is verdeeld over twee herhalingen. Alle waarnemingen die uitgevoerd worden door metingen of tellingen moeten verricht worden op 40 planten of 40 plantedelen. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  227. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 6 : Slarassen (Lactuca sativa L.) Waargenomen kenmerken
  228. Kiemplant : 1.
  229. anthocyannkleuring 1.
  230. grootte cotylen bij volledige ontwikkeling) 1.
  231. vorm colylen
  232. Zaad : kleur 3.Blad : 3.
  233. houding (in 10-12 blad stadium) 3.
  234. dikte 3.
  235. houding omblad (bij oogsrijheid) 3.
  236. vorm 3.
  237. kleur omblad 3.
  238. kleurintensiteit omblad 3.
  239. anthocyaankleuring 3.
  240. mate anthocyaankleuring 3.
  241. verdeling van het anthocyaan 3.
  242. aard van de anthocyaanverdeling 3.
  243. glans bovenzijde 3.
  244. profiel omblad 3.
  245. bobbeling 3.
  246. grootte van de bobbels
  247. Bladschijf : 4.
  248. insnijdingen (in 10-12 blas stadium) 4.
  249. mate van golving van de rand 4.
  250. insnijdingen rand bovenhelft 4.
  251. diepte randinsnijding rand bovenhelft 4.
  252. Mate insnijding rand bovenhelft 4.
  253. nervatuur
  254. Plant : 5.
  255. hoogte (bloeiende plant) 5.
  256. diameter 5.
  257. kropvorming
  258. Krop : 6.
  259. mate van overlappen bladeren (alleen rassen met gesloten krop) 6.
  260. vastheid 6.
  261. grootte 6.
  262. sluiting onderkant 6.
  263. vorm van de lengtedoorsnede
  264. Stengel : 7.
  265. bandvorming (bloeiende plant) 7.
  266. mate van bandvorming (bloeiende plant)
  267. Zijscheutvorming 9.Tijdstip oogstrijpheid
  268. Tijdstip begin schieten onder lange dag 11.Resistentie tegen valse meeldauw (Bremia lactucae) 11.
  269. Isolaat IL4 11.
  270. Isolaat S1 11.
  271. Isolaat NL13 11.
  272. Isolaat NL12 11.
  273. Isolaat SF1 11.
  274. Isolaat NL7 11.
  275. Isolaat NL15 11.
  276. Isolaat NL14 11.
  277. Isolaat TV 11.
  278. Isolaat CS9 11.
  279. Isolaat NL16
  280. Tolerantie tegen slamozaiekvirus : stam Ls-1 Minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek met betrekking tot proefopzet en teeltomstandigheden De minimale duur van de onderzoeken is normaal twee onafhankelijke groeicycli.Voor rassen met een vegetatieve vermeerdering kan het onderzoek beperkt worden tot één groeicyclus als de resultaten van het onderscheidbaarheids- en homogeniteitonderzoek voldoende conclusies toelaten. De onderzoeken worden uitgevoerd in omstandigheden welke een normale groei toelaten. De grootte van de percelen zal zodanig zijn dat planten of plantedelen eruit kunnen verwijderd worden met het doel er tellingen of metingen op te verrichten zonder nadeel te berokkenen aan de waarnemingen welke nog moeten verricht worden op het einde van de groeiperiode. Elk onderzoek moet minimaal een totaal van 80 planten bevatten; ieder onderzoek is verdeeld over twee herhalingen. Alle waarnemingen die uitgevoerd worden door metingen of tellingen moeten verricht worden op 20 planten of 20 plantedelen. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  281. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 7 : Waargenomen kenmerken op de uirassen (Allium cepa L.)
  282. Loof : 1.
  283. lengte 1.
  284. kleur 1.
  285. waslaag : aanwezig of afwezig
  286. Bol : 2.
  287. huidkleur 2.
  288. vleeskleur 2.
  289. ringenvorming 2.
  290. vorm 2.
  291. droge-stofgehalte
  292. Vroegheid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  293. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 8 : Waargenomen kenmerken op de kervelrassen (Anthriscus cerefolium (L.) Hoffm.)
  294. Plant : groeivorm 2.Blad 2.
  295. kleur 2.
  296. oppervlak 2.
  297. vorm der blaadjes 2.
  298. tanding der blaadjes
  299. Bloemgestel : steellengte Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  300. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 9 : Waargenomen kenmerken op de selderijrassen (Apium graveolens L.) A. Bleekselderij
  301. Plant 1.
  302. groeivorm 1.
  303. zijscheuten : aanwezig of afwezig
  304. Loof 2.
  305. kleur 2.
  306. marmering : aanwezig of afwezig
  307. Bladsteel 3.
  308. structuur : gevuld of hol 3.
  309. kleur 3.
  310. anthocyaan : aanwezig of afwezig 3.
  311. lengte 3.
  312. breedte 3.
  313. vorm dwarsdoorsnede
  314. Neiging tot bleken : natuurlijk of kunstmatig B.Knolselderij
  315. Loof (bij het begin der knolontwikkeling) 1.
  316. houding 1.
  317. lengte 1.
  318. hoeveelheid 1.
  319. grootte van de blaadjes 1.
  320. anthocyaan in de bladsteel : aanwezig of afwezig
  321. Knol 2.
  322. grootte 2.
  323. vorm 2.
  324. knobbeligheid 2.
  325. wortelaanzet 2.
  326. wortelhoeveelheid 2.
  327. worteldikte 2.
  328. gesteldheid van het oppervlak
  329. Verkleuring bij koken Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  330. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 10 : Waargenomen kenmerken op de aspergerassen (Asparagus officinalis L.)
  331. Stengelkop 1.
  332. intensiteit van de anthocyaankleuring in de top 1.
  333. diameter
  334. Geslachtsverdeling : ras bisexueel of mannelijk 3.Vroegheid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  335. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 11 : Waargenomen kenmerken op de snijbietenrassen (Beta vulgaris L. var. cycla (L.) Ulrich)
  336. Plant 1.
  337. zijscheuten : aanwezig of afwezig 1.
  338. bladhouding
  339. Blad (van de volledig ontwikkelde plant) 2.
  340. lengte, de bladsteel meegerekend 2.
  341. vorm 2.
  342. bobbeling 2.
  343. kleur 2.
  344. breedte hoofdnerf 2.
  345. bladsteeldoorsnede
  346. Monogermie Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  347. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 12 : Waargenomen kenmerken op de krootarssen (Beta vulgaris L. var. esculenta L.)
  348. Loof 1.
  349. hoeveelheid in verhouding tot de biet 1.
  350. intensiteit van de anthocyaankleuring
  351. Biet 2.
  352. vorm 2.
  353. vorm van de basis 2.
  354. kurkvorming op de schil 2.
  355. kleur buitenkant 2.
  356. kleur van het vlees
  357. Monogermie 4.Vroegheid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  358. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 13 : Waargenomen kenmerken op de boerenkoolrassen (Brassica oleracea L. var. acephala DC. subvar. Laciniata L.)
  359. Stronklengte 2.Blad 2.
  360. vorm 2.
  361. kleur 2.
  362. mate van gekroesdheid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  363. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 14 : Waargenomen kenmerken op de brocolirassen (Brassica oleracea L. convar. botrytis (L.) Alef. var. italica Plenck)
  364. Stengel 1.
  365. lengte 1.
  366. vertakking : aanwezig of afwezig
  367. Blad 2.
  368. golving van de rand 2.
  369. anthocyaan : aanwezig of afwezig
  370. Bloemgestel (voor de bloei van het eerste bloemetje) 3.
  371. grootte 3.
  372. vorm 3.
  373. dichtheid 3.
  374. kleur 3.
  375. bracteeën in bloemgestel : aan de buitenkant zichtbaar of niet 3.
  376. vermogen tot remonteren Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  377. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 15 : Waargenomen kenmerken op de spruitkoolrassen (Brassica oleracea L. var. bullata subvar. gemmifera DC.)
  378. Stronk (van de volledig ontwikkelde plant) : lengte 2.Blad : kleur
  379. Spruit 3.
  380. grootte 3.
  381. vorm
  382. Vroegheid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  383. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 16 : Waargenomen kenmerken op de koolrabirassen (Brassica oleracea L. var. gongylodes L.)
  384. Plant : grootte 2.Blad : kleur
  385. Knol 3.
  386. vorm 3.
  387. kleur
  388. Verhouting 5.Vroegheid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  389. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 17 : Waargenomen kenmerken op de meiknollen- en herfstknollenrassen (Brassica rapa L. var. rapa (L.) Thell)
  390. Loof (direct voor de oogst te beoordelen aan goed uitgegroeide planten) 1.
  391. bladtype : gedeeld of ongedeeld 1.
  392. hoeveelheid in verhouding tot de knol
  393. Knol 2.
  394. vorm 2.
  395. kleur van de kop 2.
  396. kleur van het vlees Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  397. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 18 : Waargenomen kenmerken op de paprikarassen (Capsicum annuum L.)
  398. Kiemplant 1.
  399. anthocyaan in het hypocotyl : aanwezig of afwezig 1.
  400. intensiteit van de groenkleuring van het hypocotyl
  401. Plant : lengte van de internodiën 3.Vrucht 3.
  402. houding 3.
  403. grootte 3.
  404. vorm (niet van de eerste vrucht) 3.3.
  405. vorm van de lengtedoorsnede 3.3.
  406. vorm van de steelaanzet 3.3.
  407. vorm van de top 3.
  408. kleur 3.4.
  409. kleur van de onrijpe vrucht 3.4.
  410. kleur van de rijpe vrucht 3.
  411. dikte van het vlees 3.
  412. gesteldheid van het oppervlak 3.
  413. capsaicine : aanwezig of afwezig
  414. Vroegheid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  415. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 19 : Waargenomen kenmerken op de krulandevie- en andijvierassen (Cichorium endivia L.)
  416. Plant : houding 2.Loof 2.
  417. vorming van het hart 2.
  418. vorm van de jonge hartbladen (scarole) 2.
  419. vorm van de uitgegroeide bladen 2.
  420. bladkleur 2.
  421. glans 2.
  422. gesteldheid van het oppervlak (scarole) 2.
  423. vorm van de bladrand 2.
  424. anthocyaan in de hoofdnerf : aanwezig of afwezig (frisé)
  425. Vroegheid 4.Schietneiging Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  426. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 20 : Waargenomen kenmerken op de cichoreirassen (Cichorium intybus L. var. foliosum Bisch.) A. Witlof
  427. Loof : vroegheid van het afsterven van het blad (te beoordelen in de herfst van het eerste jaar) 2.Krop : vorm
  428. Vroegheid (ten aanzien van het trekken) 4.Groeisnelheid van de krop B. Bladcichorei
  429. Blad : in vegetatief stadium 1.
  430. algemene vorm 1.
  431. anthocyaan : aanwezig of afwezig
  432. Krop 2.
  433. vorm 2.
  434. zijscheuten : aanwezig of afwezig 2.
  435. anthocyaan : aanwezig of afwezig 2.
  436. intensiteit van de groenkleuring 2.
  437. golving van de bladschijf Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  438. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 21 : Waargenomen kenmerken op de watermeloenrassen (Citrullus vulgaris L.)
  439. Steel 1.
  440. anthocyaan : aanwezig of afwezig 1.
  441. beharing : aanwezig of afwezig
  442. Blad (bij het begin van de bloei) 2.
  443. diepte der bladinsnijding 2.
  444. beharing : aanwezig of afwezig
  445. Bloem (op het tijdstip van de eerste vruchtontwikkeling) 3.
  446. vorm van de kroon 3.
  447. beharing van de kelk : aanwezig of afwezig
  448. Geslachtsverdeling 5.Vrucht (in het onrijpe stadium) 5.
  449. grootte 5.
  450. vorm 5.
  451. ribben : aanwezig of afwezig 5.
  452. grondkleur van de schil 5.
  453. marmering van de schil 5.
  454. vleeskleur 5.
  455. vruchtholte : aanwezig of afwezig 5.
  456. stevigheid van het vlees 5.
  457. zaden : aanwezig of afwezig
  458. Zaad (rijp en droog) 6.
  459. grootte 6.
  460. vorm 6.
  461. kleur : eenkleurig of meerkleurig
  462. Ploidie Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  463. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 22 : Waargenomen kenmerken op de meloenrassen (Cucumis melo L.)
  464. Kiemplant 1.
  465. lengte van het hypocotyl 1.
  466. grootte van het kiemblad
  467. Geslachtsverdeling 3.Vrucht 3.
  468. grootte 3.
  469. vorm 3.
  470. loslatendheid van de vruchtsteel 3.
  471. ribben 3.
  472. netvorming 3.
  473. schilkleur (in het onrijpe stadium) 3.
  474. schilkleur (in het rijpe stadium) 3.
  475. marmering en stippeling 3.
  476. vleeskleur
  477. Zaad (rijp en droog) 4.
  478. grootte 4.
  479. kleur
  480. Suikergehalte van de rijpe vrucht 6.Vroegheid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  481. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 23 : Waargenomen kenmerken op de augurk- komkommerrassen (Cucumis sativus L.)
  482. Plant : bitterstof : aanwezig of afwezig 2.Bloemgestel : aantal vrouwelijke bloemen per vrouwelijk bloemgestel
  483. Geslachtsverdeling 4.Vrucht 4.
  484. lengte 4.
  485. kleur (in rijp en onrijp stadium) 4.
  486. dikte en kleur der stekels 4.
  487. dikte en kleur der beharing 4.
  488. aantal en dikte der wratten 4.
  489. gegroefdheid 4.
  490. nettekening op de rijpe vrucht 4.
  491. hals : aanwezig of afwezig 4.
  492. parthenocarpie 4.10 bitterstof : aanwezig of afwezig
  493. Vroegheid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  494. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 24 : Waargenomen kenmerken op de pompoenrassen (Cucurbita pepo L.)
  495. Groeivorm 2.Stengel 2.
  496. lengte van de internodiën 2.
  497. vorm dwarsdoorsnede
  498. Blad (bij het begin van de bloei) 3.
  499. vorm 3.
  500. diepte der insnijding 3.
  501. vlekken : aanwezig of afwezig 3.
  502. ranken : aanwezig of afwezig
  503. Bloem 4.
  504. steellengte van de mannelijke bloem 4.
  505. kroon der vrouwelijke bloem : afvallend of niet aldus
  506. Geslachtsverdeling 6.Vrucht 6.
  507. vorm (in oogststadium) 6.
  508. ribben : aanwezig of afwezig (in oogststadium) 6.
  509. grondkleur van de schil (in oogststadium) 6.
  510. kleur van de marmering (in oogststadium) 6.
  511. kleur van de schil (in rijpstadium) 6.
  512. marmering : aanwezig of afwezig (in rijp stadium)
  513. Zaad (rijp en droog) : grootte 8.Vroegheid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  514. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 25 : Waargenomen kenmerken op de wortelrassen (Daucus carota L. ssp. sativus (Hoffm.) Hayek)
  515. Loof : lengte 2.Wortel 2.
  516. lengte 2.
  517. vorm 2.
  518. uitwendige kleur
  519. Zaad (rijp en droog) : beharing : aanwezig of afwezig 4.Vroegheid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  520. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 26 : Waargenomen kenmerken op de venkelrassen (Foeniculum vulgare P. Mill.)
  521. Groeivorm 2.Blad : afmetingen der blaadjes
  522. Grumolo (bolvormig bladrozet) 3.
  523. vorm 3.
  524. aaneensluiting der bladbasissen 3.
  525. verzeligheid der bladscheden 3.
  526. zijscheuten : aanwezig of afwezig Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  527. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 27 : Waargenomen kenmerken op de peterselierassen (Petroselinum hortense Hoffm.)
  528. Loof 1.
  529. lengte 1.
  530. vorm van de bladschijf 1.
  531. kleur
  532. Worteltype Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  533. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 28 : Waargenomen kenmerken op de pronkboonrassen (Phaseolus coccineus L.)
  534. Groeivorm 2.Bloem : kleur
  535. Peul 3.
  536. lengte 3.
  537. draad : aanwezig of afwezig
  538. Zaad (rijp en droog) : kleur Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  539. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 29 : Waargenomen kenmerken op de erwtrassen (Pisum sativum L. (excl. P. arvense L.))
  540. Plant 1.
  541. groeiwijze : stamdoperwt of rijsdoperwt 1.
  542. aantal knopen inclusief die van het eerste bloemgestel (exclusief de knoop der kiembladen)
  543. Blad 2.
  544. kleur 2.
  545. vlekken op de steunblaadjes : aanwezig of afwezig
  546. Bloemgestel 3.
  547. aantal bloemen per gestel 3.
  548. vlagbasis (V-vormig of niet aldus)
  549. Peul 4.
  550. lengte van de droge peul 4.
  551. vorm van de peultop 4.
  552. vorm van de peulrug (aan de tweede fertiele knoop) 4.
  553. kleur van het zaad voor de oogst 4.
  554. vlies : aanwezig of afwezig 4.
  555. zaadbeginsels : aantal
  556. Zaad (rijp en droog) 5.
  557. grootte 5.
  558. vorm (inclusief de struktuur van de oppervlakte) 5.
  559. kleur van de zaadhuid 5.
  560. kleur van de zaadlobben 5.
  561. vorm van de zetmeelkorrels (enkelvoudig of samengesteld) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  562. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 30 : Waargenomen kenmerken op de radijs-, ramenasrassen (Raphanus sativus L.) A. Ramenas R. sativus L. var. niger Pers.
  563. Blad (te beoordelen aan het 4e tot 7e blad) 1.
  564. lengte 1.
  565. algemene vorm 1.
  566. insnijdingen 1.
  567. steelkleur 1.
  568. grootte van het eindblaadje 1.
  569. kleur van het eindblaadje
  570. Knol 2.
  571. grootte 2.
  572. vorm 2.
  573. vorm van de schouder 2.
  574. kleur van de schouder 2.
  575. vorm van de punt 2.
  576. gesteldheid van de schil 2.
  577. kleur buitenzijde
  578. Vroegheid B.Radijs R. sativus L. var. radicula Pers.
  579. Blad (te beoordelen aan het 3e blad) 1.
  580. lengte 1.
  581. algemene vorm 1.
  582. insnijdingen 1.
  583. kleur
  584. Wortel 2.
  585. vorm 2.
  586. kleur buitenzijde
  587. Vroegheid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  588. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 31 : Waargenomen kenmerken op de schorsoneerrassen (Scorzonera hispanica L.)
  589. Wortel 1.
  590. lengte 1.
  591. vorm 1.
  592. gesteldheid van het oppervlak 1.
  593. kleur buitenzijde Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  594. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 32 : Waargenomen kenmerken op de auberginerassen (Solanum melongena L.)
  595. Kiemplant 1.
  596. anthocyaan in hypocotyl : aanwezig of afwezig 1.
  597. houding van het kiemblad 1.
  598. vorm van het kiemblad
  599. Plant 2.
  600. lengte van de internodiën 2.
  601. vorm van het uitgegroeide blad 2.
  602. beharing van het steeleinde 2.
  603. anthocyaan in steeleinde : aanwezig of afwezig 2.
  604. bedoorning (te schatten vlak boven de kelk)
  605. Vrucht 3.
  606. grootte 3.
  607. vorm 3.
  608. kleur 3.
  609. glans 3.
  610. verdeling van de kleurstof 3.
  611. kleurstof onder de kelk : aanwezig of afwezig 3.
  612. anthocyaan : aanwezig of afwezig 3.
  613. type anthocyaan 3.
  614. vleeskleur
  615. Vroegheid van de bloei Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  616. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 33 : Waargenomen kenmerken op de spinazierassen (Spinacia oleracea L.)
  617. Plant : groeisnelheid 2.Blad (te beoordelen wanneer de eerste vier bladeren volledig ontwikkeld zijn) 2.
  618. houding van de steel 2.
  619. steellengte 2.
  620. kleur
  621. Blad (te beoordelen aan het 7e blad van de uitgegroeide plant) 3.
  622. houding van de steel 3.
  623. steellengte 3.
  624. kleur 3.
  625. vorm van de bladschijf 3.
  626. gesteldheid van het oppervlak
  627. Zaad (rijp en droog) : vorm 5.Schietsnelheid
  628. Geslachtsverdeling 7.Resistentie tegen Peronospora spinaciae Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  629. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 34 : Waargenomen kenmerken op de veldslarassen (Valerianella locusta (L.) Betcke (V. olitoria Polt.)
  630. Plant : grootte 2.Blad (te beoordelen in oogststadium) 2.
  631. houding 2.
  632. vorm 2.
  633. kleur 2.
  634. gesteldheid van het oppervlak 2.
  635. beharing 2.
  636. bladrandvorm 2.
  637. tanding : aanwezig of afwezig
  638. Zaad (rijp en droog) 3.
  639. grootte 3.
  640. vorm
  641. Vroegheid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  642. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 35 : Waargenomen kenmerken op de tuinboomrassen (Vicia faba major L.)
  643. Stengel : lengte 2.Steunblaadjes : gevlekt of niet aldus
  644. Bloem : kleur 4.Peul 4.
  645. houding 4.
  646. lengte 4.
  647. aantal zaadbeginsels
  648. Zaad (rijp en droog) 5.
  649. grootte 5.
  650. algemene kleur 5.
  651. tannine : aanwezig of afwezig 5.
  652. kleur navel Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  653. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 36 : Waargenomen kenmerken op de pofmaïs- en suikermaïsrassen (Zea mays L. convar. microsperma Koern. en Zea mays L. convar. saccharata Koern.)
  654. Stengel 1.
  655. anthocyaan in de knopen aanwezig of afwezig 1.
  656. inplantingshoogte van de bovenste kolf op de hoofdstengel 3,
  657. Kolf 2.
  658. kleur van de stempels (2/3 dagen na het te voorschijn komen) 2.
  659. steellengte 2.
  660. lengte van het schutbladgedeelte dat boven de kolf uitsteekt 2.
  661. kleur van de as bij volledige rijpheid
  662. Zaad 3.
  663. type van de geoogste korrel 3.
  664. vorm 3.
  665. kleur van top en zijkant
  666. Periode tussen opkomst en 4.
  667. bloei der mannelijke bloemen 4.
  668. bloei der vrouwelijke bloemen Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  669. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 37 : Minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek met betrekking tot proefopzet en teeltomstandigheden Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  670. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 38 : Waargenomen kenmerken op de tarwerassen (Triticum aestivum L.) Waargenomen kenmerken
  671. Coleoptiel : anthycyaankleuring 2.Plant : 2.
  672. houding bij de uitstoeling 2.
  673. aantal planten met gebogen vlagblad 2.
  674. lengte (halm, aar naalden en snavels)
  675. Laatste blad : 3.
  676. anthocyaankleuring van de oortjes 3.
  677. berijpheid van de schede
  678. Tijdstip van aarvorming (eerste pakje zichtbaar bij 50 %van de aren) 5.Aar : 5.
  679. berijpheid 5.
  680. vorm in zijaanzicht 5.
  681. dichtheid 5.
  682. Lengte (met uitzondering van baarden en naalden) 5.
  683. kleur
  684. Stengel : berijpheid van het bovenste internodium 7.Stro : merg in dwaars snijvlak (ter hoogte van de helft van het bovenste internodium)
  685. Baarden of naalden : 8.
  686. aanwezigheid 8.
  687. lengte, aan de top van de aar
  688. Bovenste aarsspillid : beharing van de buitenzijde 10.Onderste kelkkafje : 10.
  689. breedte van de schouder (aartje van het middenderde van de aar) 10.
  690. vorm van de schouder (aartje van het middenderde van de aar) 10.
  691. lengte van de bek (aartje van het middenderde van de aar) 10.
  692. vorm van de bek (aartje van het middenderde van de aar) 10.
  693. uitgestrektheid van de beharing aan de binnenzijde (aartje van het middenderde van de aar)
  694. Onderste kroonkafje : vorm van de bek (aartje van het middenderde van de aar) 12.Korrel : 12.
  695. kleur 12.
  696. phenolverkleuring
  697. Ontwikkelingstype Minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek met betrekking tot proefopzet en teeltomstandigheden De minimale duur van de onderzoeken is normaal twee onafhankelijke groeicycli.De onderzoeken worden uitgevoerd in omstandigheden welke een normale groei toelaten. De grootte van de percelen zal zodanig zijn dat planten of plantedelen eruit kunnen verwijderd worden met het doel er tellingen of metingen op te verrichten zonder nadeel te berokkenen aan de waarnemingen welke nog moeten verricht worden op het einde van de groeiperiode. Elk onderzoek moet zonder tegenindicatie minimaal ongeveer 2000 planten bevatten; ieder onderzoek is verdeeld over twee herhalingen. De bepaling van het kenmerk ontwikkelingstype' moet worden uitgevoerd op minimaal 500 planten. De onderzoeken op de aarlijnen worden uitgevoerd op minimaal 100 aarrijen. Met betrekking tot de hybriden worden de ouderlijnen ingevoegd in het onderzoek en moeten zij onderzocht en beschreven worden zoals elk ander autogaam ras. De waarnemingen over het hybride-ras zelf moeten uitgevoerd worden op minimaal 200 planten. Alle waarnemingen op individuele planten voor het vastleggen van de onderscheidbaarheid moeten verricht worden op minimaal 20 planten of plantedelen. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  698. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 39 : Waargenomen kenmerken op de maïsrassen (Zea maïs L.) Waargenomen kenmerken
  699. Plant : 1.
  700. lengte 1.1.
  701. kolf inbegrepen (alleen voor de lijnen) 1.1.
  702. kolf inbegrepen (alleen voor hybriden en vrijbestoven) 1.
  703. hoogte van de invoeging van de kolf in vergelijking met de lengte van de plant
  704. Eerste blad :X2.
  705. anthocyaanverkleuring van de schede 2.
  706. vorm van de top 3 Blad : 3.
  707. hoek tussen de bladschijf en de stengel (op het blad juist boven de bovenste kolf) 3.
  708. houding van de bladschijf 3.
  709. anthocyaanverkleuring van de schede (in het middden van de plant) 3.
  710. breedte van de bladschijf (blad van de bovenste kolf)
  711. Stengel : anthocyaanverkleuring van de ankerwortels 5.Pluim : 5.
  712. tijdstip van de mannelijke bloemwijze (middelste derde van de hoofdas, 50 % van de planten) 5.
  713. volledige anthocyaanring aan de basis van het kelkkafje (middelste derde van de hoofdas) 5.
  714. anthocyaanverkleuring van de kelkkafjes, behalve de basis (zoals voor 4.2) 5.
  715. anthocyaanverkleuring van de helmknoppen (middelste derde van de hoofdas, op verse helmknoppen) 5.
  716. dichtheid van de aartjes (middelste derde van de hoofdas)hoek tussen de centrale as en de vertakking (middelste derde van de hoofdas) 5.
  717. hoekje tussen de centrale as en de vertakkingen (middelste derde van de hoofdas) 5.
  718. houding van de vertakking (middelste derde van de hoofdas) 5.
  719. aantal primaire vertakkingen 5.
  720. lengte van de centrale as boven het laagste takje 5.
  721. lengte van de centrale as boven het bovenste takje 5.
  722. lengte van de takjes (anthocyaanverkleuring van de draden)
  723. Kolf : 6.
  724. tijdstip van het verschijnen van de draden (50 % van de planten) 6.
  725. anthocyaanverkleuring van de draden 6.
  726. intensiteit van de anthocyaanverkleuring van de draden 6.
  727. lengte van het steeltje 6.
  728. lengte van het steeltje (zonder schudblad) 6.
  729. diameter (van het midden) 6.
  730. vorm 6.
  731. aantal rijen 6.
  732. korreltype (middelste derde van de kolf) 6.
  733. kleur van de top van de korrel 6.
  734. kleur van de rugzijde van de korrel 6.
  735. anthocyaanverkleuring van de kolfjes van de spil 6.
  736. intensiteit van de anthocyaanverkleuring van de kolfjes van de spil Minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek met betrekking tot proefopzet en teeltomstandigheden De minimale duur van de onderzoeken is normaal twee onafhankelijke groeicycli. De onderzoeken worden uitgevoerd in omstandigheden welke een normale groei toelaten. De grootte van de percelen zal zodanig zijn dat planten of plantedelen eruit kunnen verwijderd worden met het doel er tellingen of metingen op te verrichten zonder nadeel te berokkenen aan de waarnemingen welke nog moeten verricht worden op het einde van de groeiperiode. Alle waarnemingen voor het vastleggen van de onderscheidbaarheid en de homogeniteit moeten verricht worden op minimaal 40 planten of 40 plantedelen. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  737. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 40 : Waargenomen kenmerken op de suikerbieten- en voederbietenrassen (Beta vulgaris L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  738. Hypocotyl : kleur 2.Biet : 2.
  739. kleur van de kop 2.
  740. kleur van het bovengrondse deel (H) 2.
  741. kleur van het ondergrondse deel (H) 2.
  742. vorm (H) 2.
  743. aandeel van het bovengrondse deel (voederbieten) 2.
  744. drogestofgehalte (voederbieten) 2.
  745. suikergehalte (suikerbieten) 2.
  746. gewicht van de biet (in procenten van het totale gewicht van de plant)
  747. Blad : 3.
  748. kleur van de bladschijf 3.
  749. kleur van de nerven (voederbieten) 3.
  750. totale lengte van bladsteel en bladschijf 3.
  751. dikte van de bladsteel 3.
  752. kleur van de basis van de bladsteel 3.
  753. habitus van het bladroset 3.
  754. gewicht van de bladmassa met inbegrip van de kop (in procenten van het totale gewicht van de plant).
  755. Ploidie : 4.
  756. ploidie-niveau 4.
  757. percentages van de verschillende ploidieniveaus (polyploide rassen)
  758. Monogermie (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  759. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 41 : Waargenomen kenmerken op de kruipend struisgrasrassen (Agrostis canina L. ssp. camina Hwd.), hoog struisgrasrassen (Agrostis gigantea Roth), wit struisgras (Agrostis stolonifera L.) en gewoon struisgras (Agrostis tenuis Sibth.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  760. Habitus van de plant (bij het doorschieten) 2.Stengel : lengte (H) (aan het einde van de bloei)
  761. Uitlopers : aanwezig of afwezig (ontwikkelingsstadium op het tijdstip van de waarneming aangeven) 4.Blad : 4.
  762. kleur (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai voor het doorschieten) 4.
  763. houding van het vlagblad (bij het begin van de bloei) 4.
  764. grootte van het vlagblad (H) (bij het begin van de bloei)
  765. Bloeiwijze : vorm (na de bloei) 6.Vroegheid van doorschieten of bloeien (H) (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai)
  766. Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai) 8.Aantal chromosomen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  767. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 42 : Waargenomen kenmerken op de beemdvossestaartrassen (Alopecurus pratensis L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  768. Habitus van de plant (bij het doorschieten) 2.Stengel : lengte (H) (aan het einde van de bloei)
  769. Uitlopers : aanwezig of afwezig (ontwikkelingsstadium op het tijdstip van de waarneming aangeven) 4.Blad : 4.
  770. houding van het vlagblad (bij het begin van de bloei) 4.
  771. grootte van het vlagblad (H) (bij het begin van de bloei)
  772. Bloeiwijze : vorm (na de bloei) 6.Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai).
  773. Aantal chromosomen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  774. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 43 : Waargenomen kenmerken op de Frans raaigrasrassen (Arrhenatherum elatius (L.) J. et C. Presl.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  775. Habitus van de plant (bij het doorschieten) 2.Stengel : Lengte (H) (aan het einde van de bloei)
  776. Blad : 3.
  777. houding van het vlagblad (bij het begin van de bloei) 3.
  778. grootte van het vlagblad (H) (bij het begin van de bloei)
  779. Vroegheid van doorschieten of bloeien (H) (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai) 5.Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai)
  780. Aantal chromosomen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  781. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 44 : Waargenomen kenmerken op de kropaarrassen (Dactylis glomerata L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  782. Habitus van de plant (bij het doorschieten) 2.Stengel : lengte (H) (aan het einde van de bloei)
  783. Blad : 3.
  784. kleur (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai voor het doorschieten) 3.
  785. houding van het vlagblad (bij het begin van de bloei) 3.
  786. grootte van het vlagblad (H) (bij het begin van de bloei)
  787. Vroegheid van doorschieten of bloeien (H) (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai) 5.Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden (H) (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai)
  788. Vernalisatie behoefte 7.Aantal chromosomen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  789. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 45 : Waargenomen kenmerken op de rietzwengrasrassen (Festuca arundinacea Schreb.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  790. Habitus van de plant (bij het doorschieten) 2.Stengel : lengte (H) (aan het einde van de bloei)
  791. Blad : 3.
  792. houding van het vlagblad (bij het begin van de bloei) 3.
  793. grootte van het vlagblad (H) (bij het begin van de bloei)
  794. Vroegheid van doorschieten of bloeien (H) (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai) 5.Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai)
  795. Aantal chromosomen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  796. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 46 : Waargenomen kenmerken op de schapengrasrassen (Festuca ovina L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  797. Habitus van de plant (bij het doorschieten) 2.Stengel : lengte (H) (aan het einde van de bloei)
  798. Blad : 3.
  799. houding van het vlagblad (bij het begin van de bloei) 3.
  800. grootte van het vlagblad (H) (bij het begin van de bloei)
  801. Vroegheid van doorschieten of bloeien (H) (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai) 5.Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai)
  802. Aantal chromosomen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  803. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 47 : Waargenomen kenmerken op de beemdlangbloemrassen (Festuca pratensis Huds.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  804. Habitus van de plant (bij het doorschieten) 2.Stengel : lengte (H) (aan het einde van de bloei)
  805. Blad : 3.
  806. houding van het vlagblad (bij het begin van de bloei) 3.
  807. grootte van het vlagblad (H) (bij het begin van de bloei)
  808. Vroegheid van doorschieten of bloeien (H) (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai) 5.Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai)
  809. Aantal chromosomen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  810. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 48 : Waargenomen kenmerken op de roodzwenkgrasrassen (Festuca rubra L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  811. Habitus van de plant (bij het doorschieten) 2.Stengel : lengte (H) (aan het einde van de bloei)
  812. Uitlopers : aanwezig of afwezig (ontwikkelingsstadium op het tijdstip van de waarneming aangeven) 4.Blad : 4.
  813. kleur (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai voor het doorschieten) 4.
  814. houding van het vlagblad (bij het begin van de bloei) 4.
  815. grootte van het vlagblad (H) (bij het begin van de bloei)
  816. Vroegheid van doorschieten of bloeien (H) (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai) 6.Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai)
  817. Aantal chromosomen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  818. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 49 : Waargenomen kenmerken op de gekruist raaigras (Lolium hybridum Hausskn.), Italiaans en Westerwolds raaigras (Lolium multiflorum Lam.) en Engels raaigrasrassen (Lolium perenne L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  819. Habitus van de plant (bij het doorschieten) 2.Stengel : lengte (H) (aan het einde van de bloei)
  820. Blad : 3.
  821. houding van het vlagblad (bij het begin van de bloei) 3.
  822. grootte van het vlagblad (H) (bij het begin van de bloei)
  823. Vroegheid van doorschieten of bloeien (H) (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai) (bij eenjarige rassen in het jaar van uitzaai) 5.Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai)
  824. Vernalisatiebehoefte 7.Aantal chromosomen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  825. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 50 : Waargenomen kenmerken op timotheerassen (Phleum pratense L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  826. Habitus van de plant (bij het dooschieten) 2.Stengel : lengte (H) (aan het einde van de bloei)
  827. Blad : 3.
  828. kleur (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai voor het doorschieten) 3.
  829. houding van het vlagblad (bij het begin van de bloei) 3.
  830. grootte van het vlagblad (H) (bij het begin van de bloei)
  831. Vroegheid van doorschieten of bloeien (H) (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai) 5.Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai)
  832. Aantal chromosomen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  833. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 51 : Waargenomen kenmerken op beemdrassen (Straatgrasrassen (Poa annua L.), bosbeemdgrasrassen (Poa nemoralis L.), moeras beemdgrasrassen (Poa palustris L.), veldbeemdgrasrassen (Poa pratensis L.) en ruw beemdgrasrassen (Poa trivialis L.)) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  834. Habitus van de plant (bij het doorschieten) 2.Stengel : lengte (H) (aan het einde van de bloei)
  835. Uitlopers : aanwezig of afwezig (ontwikkelingsstadium op het tijdstip van de waarneming aangeven) 4.Blad : 4.
  836. kleur (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai voor het doorschieten) 4.
  837. houding van het vlagblad (bij het begin van de bloei) 4.
  838. grootte van het vlagblad (H) (bij het begin van de bloei)
  839. Bladschede : kleur (Poa pratensis) 6.Tongetje : 6.
  840. kleur (Poa pratensis) 6.
  841. vorm (Poa pratensis) 6.
  842. beharing (Poa pratensis)
  843. Bloeiwijze : kleur (tijdens de bloei) 8.Vroegheid van doorschieten of bloeien (H) (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai)
  844. Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai) 10.Aantal chromosomen (H) (behalve bij Poa pratensis) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  845. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 52 : Waargenomen kenmerken op de goudhaverrassen (Trisetum flavescens (L.) Pal. Beauv.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  846. Habitus van de plant (bij het doorschieten) 2.Stengel : lengte (H) (aan het einde van de bloei)
  847. Blad : 3.
  848. kleur (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai voor het doorschieten) 3.
  849. houding van het vlagblad (bij het begin van de bloei) 3.
  850. grootte van het vlagblad (H) (bij het begin van de bloei)
  851. Vroegheid van doorschieten of bloeien (H) (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai) 5.Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden (in het jaar volgende op het jaar van uitzaai)
  852. Aantal chromosomen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  853. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 53 : Waargenomen kenmerken op de rode hanekoprassen (Hedysarum coronarium L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  854. Habitus van de plant (H) 2.Stengel : 2.
  855. lengte 2.
  856. doorsnede op halve hoogte 2.
  857. vertakking (aantal zijtakken per stengel)
  858. Blad (waar te nemen aan het middelste derde gedeelte van de plant) 3.
  859. aantal bladeren per stengel 3.
  860. vorm van het kopblaadje (H) 3.
  861. grootte van het topblaadje (H) 3.
  862. aantal blaadjes per blad.
  863. Bloem : kleur van de vlag (H) 5.Vroegheid van de bloei (H)
  864. Ontwikkelingscyclus : 6.
  865. hergroei in de herfst 6.
  866. gebruiksduur (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  867. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 54 : Waargenomen kenmerken op rolklaverrassen (Lotus corniculatus L.)
  868. Stengel : lengte 2.Blad : 2.
  869. vorm van het middelste blaadje 2.
  870. grootte van het middelste blaadje
  871. Vroegheid van de bloei Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  872. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 55 : Waargenomen kenmerken op de witte lupinerassen (Lupinus albus L.), blauwe lupinerassen (Lupinus angustifolius L.) en gele lupinerassen (Lupinus luteus L.)
  873. Stengel : lengte 2.Bloem : kleur van de vlag
  874. Peul : 3.
  875. vorm 3.
  876. beharing : blijvend of niet blijvend
  877. Zaad : 4.
  878. vorm 4.
  879. grootte 4.
  880. grondkleur 4.
  881. tekening
  882. Vroegheid van de bloei 6.Alkaloidgehalte : 6.
  883. van het blad 6.
  884. van het zaad Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  885. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 56 : Waargenomen kenmerken op de hopperupsklaverrassen (Medicago lupulina L.)
  886. Stengel : lengte 2.Vroegheid van de bloei Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  887. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 57 : Waargenomen kenmerken op luzernerassen (Medicago sativa L. en Medicago varia Martyn) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  888. Stengel : lengte (H) 2.Blad : 2.
  889. vorm van het middelste blaadje (H) 2.
  890. grootte van het middelste blaadje (H)
  891. Bloem : kleur van de vlag 4.Vroegheid van de bloei (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  892. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 58 : Waargenomen kenmerken op de esparcetterassen (Onobrychis sativa L.)
  893. Stengel : lengte 2.Blad : 2.
  894. vorm van het blaadje 2.
  895. grootte van het blaadje
  896. Vroegheid van de bloei Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  897. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 59 : Waargenomen kenmerken op de voedererwtrassen (Pisum arvense L.)
  898. Stengel : lengte 2.Blad : 2.
  899. vorm van de beide eerste schubben 2.
  900. grootte van de beide eerste schubben 2.
  901. vorm van het blaadje 2.
  902. grootte van het blaadje 2.
  903. vorm van de top van het blaadje
  904. Steunblaadje : 3.
  905. vorm 3.
  906. grootte 3.
  907. bladvlekken : aanwezig of afwezig 3.
  908. vorm van de okselvlek 3.
  909. kleur van de okselvlek
  910. Bloem : 4.
  911. kleur van de vlag 4.
  912. vorm van de basis van de vlag
  913. Peul : 5.
  914. vorm (bij groenrijpheid) 5.
  915. vorm van de top (bij groenrijpheid)
  916. Zaad : 6.
  917. vorm met inbegrip van het oppervlak 6.
  918. grondkleur 6.
  919. tekening
  920. Vroegheid van de bloei 8.Duur van de bloei Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  921. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 60 : Waargenomen kenmerken op de Alexandrijnse klaverrassen (Trifolium alexandrinum L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  922. Habitus van de plant (H) (bij het begin van de bloei) 2.Stengel : lengte (H) (bij het begin van de bloei)
  923. Blad : 3.
  924. vorm van het middelste blaadje (H) (bij het begin van de bloei) 3.
  925. grootte van het middelste blaadje (H) (bij het begin van de bloei)
  926. Bloeiwijze : 4.
  927. vertakking (H) 4.
  928. gesteeld of zittend (H) 4.
  929. lengte van de bracteeën in verhouding tot de kelk
  930. Bloem : kleur van de vlag 6.Vroegheid van de bloei (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  931. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 61 : Waargenomen kenmerken op bastaaesklaverrassen (Trifolium hybridum L.)
  932. Stengel : lengte 2.Blad : 2.
  933. vorm van het middelste blaadje 2.
  934. grootte van het middelste blaadje
  935. Vroegheid van de bloei 4.Aantal chromosomen Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  936. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 62 : Waargenomen kenmerken op incarnaatklaverrassen (Trifolium incarnatum L.)
  937. Stengel : lengte 2.Bloem : kleur van de vlag
  938. Vroegheid van de bloei Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  939. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 63 : Waargenomen kenmerken op de rode klaverrassen (Trifolium pratense L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  940. Stengel : lengte (H) 2.Blad : 2.
  941. vorm van het middelste blaadje (H) 2.
  942. grootte van het middelste blaadje (H) 2.
  943. bladtekening
  944. Bloemen : kleur van de vlag 4.Zaad : grondkleur
  945. Vroegheid van de bloei (H) 6.Aantal chromosomen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  946. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 64 : Waargenomen kenmerken op de witte klaverrassen (Trifolium repens L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  947. Blad : 1.
  948. vorm van het middelste blaadje (H) 1.
  949. grootte van het middelste blaadje (H) 1.
  950. bladtekening 1.
  951. lengte van de bladsteel (H)
  952. Vroegheid van de bloei (H) 3.Aantal chromosomen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  953. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 65 : Waargenomen kenmerken op de Perzische klaverrassen (Trifolium resupinatum L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  954. Stengel : 1.
  955. stand (bij het begin van de bloei) 1.
  956. lengte (H) (bij het begin van de bloei) 1.
  957. beharing : aanwezig of afwezig (bij het begin van de bloei)
  958. Blad : 2.
  959. vorm van het middelste blaadje (H) (bij het begin van de bloei) 2.
  960. grootte van het middelste blaadje (H) (bij het begin van de bloei)
  961. Bloem : kleur van de vlag 4.Peul : vorm (bij volledige rijpheid)
  962. Zaad : kleur 6.Vroegheid van de bloei (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  963. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 66 : Waargenomen kenmerken op de bokshoornrassen (Trigonella foenum-graecum L.)
  964. Habitus van de plant (bij het begin van de bloei) 2.Stengel : 2.
  965. lengte 2.
  966. beharing : aanwezig of afwezig
  967. Blad : 3.
  968. vorm van het middelste blaadje (bij het begin van de bloei) 3.
  969. grootte van het middelste blaadje) (bij het begin van de bloei)
  970. Peul : 4.
  971. totale lengte (bij volledige rijpheid) 4.
  972. lengte van de snavel (bij volledige rijpheid)
  973. Vroegheid van de bloei Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  974. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 67 : Waargenomen kenmerken op de veldbonenrassen (Paardeboonrassen (Vicia faba L. ssp. faba var. equina Pers.) en duiveboonrassen (Vicia faba L. var. minor (Peterm.) Bull.)) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn als volgt aangegeven : (H1) voor vrij bestoven rassen van een gewas (H2) voor inteeltlijnen en enkele hybriden van een gewas
  975. Stengel : lengte (H1) (H2) 2.Peul : 2.
  976. vorm (H2) (bij volledige rijpheid) 2.
  977. beharing (H2) (bij volledige rijpheid)
  978. Zaad : 3.
  979. vorm (H1) (H2) 3.
  980. grootte (H2) 3.
  981. grondkleur (H1) (H2) 3.
  982. tekening (H2) 3.
  983. navelkleur (H2)
  984. Vroegheid van de bloei (H2) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  985. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 68 : Waargenomen kenmerken op de voederwikkerassen (Vicia sativa L.)
  986. Blad : 1.
  987. vorm van het eerste blad 1.
  988. grootte van het eerste blad 1.
  989. vorm van het blaadje 1.
  990. grootte van het blaadje
  991. Bloem : kleur van de vlag 3.Peul (bij volledige rijpheid) 3.
  992. vorm 3.
  993. beharing
  994. Zaad : 4.
  995. vorm 4.
  996. grootte 4.
  997. grondkleur 4.
  998. tekening 4.
  999. kleur van de cotylen
  1000. Vroegheid van de bloei Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  1001. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 69 : Waargenomen kenmerken op de Hongaarse wikkerassen (Vicia pannonica Crantz) en zandwikkerassen (Vicia villosa Roth) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  1002. Blad : 1.
  1003. vorm van het blaadje (H) 1.
  1004. grootte van het blaadje (H) 1.
  1005. aantal blaadjes
  1006. Bloem : kleur van de vlag (H) 3.Peul : 3.
  1007. vorm (H) (bij volledige rijpheid) 3.
  1008. beharing (H) (bij volledige rijpheid)
  1009. Vroegheid van de bloei (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  1010. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 70 : Waargenomen kenmerken op de koolraaprassen (Brassica napus L. var. napobrassica (L.) Peterm.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  1011. Plant : hoogte 2.Knol : 2.
  1012. vorm (H) 2.
  1013. aandeel van het bovengrondse deel 2.
  1014. kleur van de knol (H) 2.
  1015. kleur van de kop (H) 2.
  1016. kleur van het vlees (H)
  1017. Hals : lengte (H) 4.Bladschijf : 4.
  1018. grootte (H) 4.
  1019. vorm 4.
  1020. rand : golving of tanding 4.
  1021. anthocyaan : aanwezig of afwezig (H) 4.
  1022. wasbedekking
  1023. Bladsteel : 5.
  1024. stand 5.
  1025. lengte 5.
  1026. dikte 5.
  1027. anthocyaan : aanwezig of afwezig (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  1028. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 71 : Waargenomen kenmerken op de voederkoolrassen en mergkoolrassen (Brassica oleracea L. convar. acephala (DC)) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn als volgt aangegeven : (H1) voor vrij bestoven rassen van een gewas (H2) voor inteeltlijnen en enkele hybriden van een gewas
  1029. Plant : 1.
  1030. hoogte (H1) (H2) (bij volledige vegetatieve ontwikkeling) 1.
  1031. vertakking (H2) (bij volledige vegetatieve ontwikkeling)
  1032. Stengel : 2.
  1033. lengte (H2) 2.
  1034. dikte (H1) (H2) (mergkool) 2.
  1035. vorm (H1) (H2) (mergkool) 2.
  1036. kleur (H2)
  1037. Bladschijf : 3.
  1038. grootte (H1) (H2) 3.
  1039. vorm (H2) 3.
  1040. stand (H2) 3.
  1041. rand : golving of tanding (H2) 3.
  1042. anthocyaan : aanwezig of afwezig (H1) (H2) 3.
  1043. wasbedekking (H2)
  1044. Bladsteel : 4.
  1045. stand (H2) 4.
  1046. lengte (H2) 4.
  1047. dikte (H2) 4.
  1048. anthocyaan : aanwezig of afwezig (H1) (H2) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  1049. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 72 : Waargenomen kenmerken op de bladramenasrassen (Raphanus sativus L. ssp. oleifera (DC) Metzg.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  1050. Plant : 1.
  1051. hoogte (bij rijpheid) 1.
  1052. mate van vertakking (bij rijpheid) 1.
  1053. hoogte van de inplanting van de eerste zijstengel (bij rijpheid)
  1054. Stengel : 2.
  1055. lengte van de hoofdstengel (H) (bij rijpheid) 2.
  1056. dikte van de hoofdstengel (gemeten 25 cm boven de wortelhals) (bij rijpheid)
  1057. Blad van het rozet : 3.
  1058. vorm (bij het verschijnen van de bloemknoppen) 3.
  1059. grootte (bij het verschijnen van de bloemknoppen)
  1060. Bloem : kleur van de kroonbladen 5.Hauw : lengte van de snavel (H)
  1061. Zaad : grootte (H) 7.Vroegheid van de bloei (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  1062. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 73 : Waargenomen kenmerken op de haverrassen (Avena sativa L.)
  1063. Habitus van de plant (aan het einde van de uitstoeling) 2.Stengel : 2.
  1064. lengte 2.
  1065. beharing van de bovenste knoop
  1066. Blad : beharing van de rand van de bladschijf 4.Pluim : vorm
  1067. Kroonkafje : wasbedekking (tijdens de bloei) 6.Korrel : 6.
  1068. kleurtype (van de kroonkafjes) 6.
  1069. benaalding van de kroonkafjes; aanwezig of afwezig 6.
  1070. beharing aan de basis van de onderste korrels 6.
  1071. naakt of bedekt
  1072. Vroegheid van in pluim komen Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  1073. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 74 : Waargenomen kenmerken op de tweerijige gerstrassen (Hordeum distichum L.) en meerrijige gerstrassen (Hordeum polystichum L.)
  1074. Habitus van de plant (aan het einde van de uitstoeling) 2.Halm : lengte
  1075. Oortjes : kleur 4.Bladscheden : 4.
  1076. beharing van de onderste bladschede 4.
  1077. wasbedekking
  1078. Aar : 5.
  1079. type : 2 -, 4 - of 6-rijig 5.
  1080. kafnaalden : aanwezig of afwezig 5.
  1081. betanding van de naalden 5.
  1082. houding 5.
  1083. schakeling 5.
  1084. wasbedekking 5.
  1085. kleur van de rachilla van de steriele pakjes 5.
  1086. vorm van de steriele p : 7.
  1087. lengte van de rachille-beharing 7.
  1088. betanding van de kroonkafjes 7.
  1089. naakt of bedekt 7.
  1090. beharing langs de groeve 7.
  1091. anthocyaan in de nerven van de kroonkafjes : aanwezig of afwezig
  1092. Vroegheid van in aar komen 9.Vernalisatiebehoefte
  1093. Reactie op D.D.T. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  1094. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 75 : Waargenomen kenmerken op de rijstrassen (Oryza sativa L.)
  1095. Halm : 1.
  1096. kleur van de knopen : groen of gekleurd (tijdens de groei) 1.
  1097. lengte van de wortelhals tot de top van de hoogste pluim (bij rijpheid)
  1098. Blad : kleur : groen of gekleurd (tijdens de groei) 3.Oortjes : kleur : groen of gekleurd (tijdens de groei)
  1099. Pluim : 4.
  1100. naalden : aanwezig of afwezig 4.
  1101. houding (bij rijpheid) 4.
  1102. kleur van de stempels : ongekleurd of gekleurd
  1103. Kroonkafje : 5.
  1104. kleur van de kiel : groen of gekleurd 5.
  1105. kleur van het oppervlak : groen of gekleurd 5.
  1106. kleur van de top : groen of gekleurd 5.
  1107. beharing
  1108. Korrel : 6.
  1109. zijaanzicht van de gepelde korrel

(1)6.
  1. "perle" : aanwezig of afwezig
  2. Vroegheid van doorschieten
(1)Lengte/breedte verhouding : afgerond : minder dan 1,75 iets afgerond : 1,75 - 1,99 iets spoelvormig : 2,00 - 2,45 spoelvormig : meer dan 2,45 Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  1. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 76 : Waargenomen kenmerken op de kanariezaadrassen (Phalaris canariensis L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  2. Halm : lengte (H) 2.Blad : houding (H) (voor het begin van het in aar komen)
  3. Aar : vorm 4.Vroegheid van in aar komen (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  4. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 77 : Waargenomen kenmerken op de roggerassen (Secale cereale L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  5. Coleoptiel : kleur 2.Habitus van de plant : 2.
  6. aan het einde van de uitstoeling (in het voorjaar) 2.
  7. tijdens het schieten
  8. Halm : 3.
  9. lengte (H) 3.
  10. kleur van de bovenste knoop 3.
  11. mate van de beharing onder de aar
  12. Bladschede : beharing (tijdens het schieten) 5.Aar : 5.
  13. vorm (tijdens de bloei of de melkrijpheid) 5.
  14. kleur (tijdens de melkrijpheid) 5.
  15. kleur van de halmknoppen 5.
  16. anthocyaan : aanwezig of afwezig
  17. Naalden : mate van anthocyaan kleuring 7.Korrel : 7.
  18. vorm 7.
  19. kleur
  20. Vroegheid van in aar komen (H) 9.Vernalisatiebehoefte (H)
  21. Ploïdie (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  22. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 78 : Waargenomen kenmerken op de speltrassen (Triticuitstoeling)
  23. Halm : 3.
  24. lengte 3.
  25. vulling in het midden van het bovenste lid : hol of gevuld
  26. Blad : 4.
  27. houding (kort voor het in aar komen) 4.
  28. wasbedekking van de bladschijf (kort voor het in aar komen)
  29. Bladschede : 5.
  30. beharing van de schede van het vlagblad 5.
  31. wasbedekking
  32. Aar : 6.
  33. vorm 6.
  34. schakeling 6.
  35. mate van benaalding 6.
  36. kleur van de naalden 6.
  37. wasbedekking 6.
  38. kleur van de helmknoppen 6.
  39. kleur (bij geelrijpheid) 6.
  40. stevigheid van de spil
  41. Kelkkafje : 7.
  42. vorm van de schouder 7.
  43. breedte van de schouder 7.
  44. vorm van de snavel 7.
  45. lengte van de snavel 7.
  46. beharing van de buitenzijde 7.
  47. beharing van de binnenzijde
  48. Korrel : 8.
  49. vorm 8.
  50. kleur
  51. Vroegheid van in aar komen 10.Vernalisatiebehoefte Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  52. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 79 : Waargenomen kenmerken op de aardappelrassen (Solanum tuberosum L.)
  53. Knol : 1.
  54. vorm : beschrijving, regelmatigheid en uniformiteit 1.
  55. kleur van de schil 1.
  56. kleur van het vlees
  57. Lichtkiem : 2.
  58. kleur 2.
  59. vorm 2.
  60. beharing
  61. Stengel : kleur 4.Bloem : 4.
  62. aanwezig of afwezig 4.
  63. kleur van de kelkbladen in het knopstadium 4.
  64. kleur van de kroonbladen Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  65. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 80 : Waargenomen kenmerken op aardnootrassen (Arachis hypogaea L.)
  66. Habitus van de plant (tijdens de bloei) 2.Stengel : beharing - aanwezig of afwezig
  67. Blad (tijdens de bloei) 3.
  68. vorm van de blaadjes 3.
  69. beharing van de bladschijf 3.
  70. rand : wimpers aanwezig of afwezig
  71. Steunblaadje : lengte in verhouding tot de bladsteel 5.Gynophoor : lengte (tijdens het ingroeien in de grond)
  72. Peul (bij rijpheid) 6.
  73. vorm 6.
  74. insnoering : aanwezig of afwezig 6.
  75. stevigheid van de vruchtwand 6.
  76. aantal zaden : tot twee of meer dan twee
  77. Zaad : 7.
  78. vorm 7.
  79. kleur van de zaadhuid Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  80. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 81 : Waargenomen kenmerken op de raapzaadrassen (Brassica campestris L. ssp. oleifera (Metzg.) Sinsk.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  81. Cotylen : grootte 2.Plant (bij rijpheid) 2.
  82. hoogte 2.
  83. mate van vertakking 2.
  84. hoogte van de inplanting van de eerste zijstengel
  85. Stengel (bij rijpheid) 3.
  86. lengte van de hoofdstengel (H) 3.
  87. dikte van de hoofdstengel gemeten 25 cm boven de wortelhals
  88. Blad van het rozet (bij het verschijnen van de bloemknoppen) 4.
  89. vorm (H) 4.
  90. grootte (H)
  91. Bloem : kleur van de kroonbladen (H) 6.Zaad : grootte
  92. Vroegheid van de bloei (H) 8.Vernalisatiebehoefte (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  93. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 82 : Waargenomen kenmerken op de sarepta mosterdrassen (Brassica juncea L.)
  94. Stengel : lengte (bij volledige rijpheid) 2.Blad van het rozet : vorm (bij het verschijnen van de bloemknoppen)
  95. Bloem : kleur van de kroonbladen 4.Zaad : 4.
  96. grootte 4.
  97. kleur
  98. Vroegheid van de bloei Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  99. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 83 : Waargenomen kenmerken op de koolzaadrassen (Brassica napus L. ssp. oleifera (Metzg.) Sinsk.)
  100. Cotylen : grootte 2.Plant : mate van vertakking (bij rijpheid)
  101. Stengel : lengte van de hoofdstengel (bij rijpheid) 4.Blad van het rozet : vorm (bij het verschijnen van de bloemknoppen)
  102. Bloem : kleur van de kroonbladen 6.Vroegheid van de bloei
  103. Vernalisatiebehoefte Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  104. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage
  105. - Waargenomen kenmerken op de zwarte mostersrassen (Brassica nigra (L.) W. Koch)
  106. Plant : hoogte van de hoofdstengel (bij volledige rijpheid) 2.Bloem : kleur van de kroonbladen
  107. Hauw : stand aan de stengel (bij rijpheid) 4.Vroegheid van de bloei Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  108. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 85 : Waargenomen kenmerken op de henneprassen (Cannabis sativa L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  109. Stengel : 1.
  110. groeven : aanwezig of afwezig 1.
  111. kleur
  112. Blad : aantal blaadjes 3.Vrucht : 3.
  113. vorm 3.
  114. verdikking : aanwezig of afwezig
  115. Vroegheid van de rijping (H) 5.Eénhuizig of tweehuizig (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  116. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 86 : Waargenomen kenmerken op de karwijrassen (Carum carvi L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  117. Stengel : lengte (H) 2.Blad : 2.
  118. houding voor het schieten 2.
  119. kleur
  120. Vrucht : deelvruchtjes gemakkelijk loslatend of niet (H) 4.Vroegheid van de bloei (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  121. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 87 : Waargenomen kenmerken op de katoenrassen (Gossypium sp.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  122. Habitus van de plant (H) 2.Stengel (tijdens de bloei) 2.
  123. aard van de vertakking 2.
  124. aantal vegetatieve en bloeiende spruiten 2.
  125. beharing
  126. Blad van vegetatieve spruit (bij het begin van de bloei) 3.
  127. beharing van de bladschijf (H) 3.
  128. aantal lobben 3.
  129. diepte van de insnijdingen (H)
  130. Bloem (voor de vorming van het stuifmeel) 4.
  131. lengte van de bracteeën in verhouding tot de bloemkroon (H) 4.
  132. kleur van de kroonbladen
  133. Doosvrucht : 5.
  134. vorm (H) (bij groen rijpheid) 5.
  135. stippeling : aanwezig of afwezig (H) (bij groen rijpheid) 5.
  136. openspringen : geheel of gedeeltelijk (H) (bij volledige rijpheid) 5.
  137. aantal hokken (bij volledige rijpheid)
  138. Vezel (bij volledige rijpheid) 6.
  139. gekroesd of glad 6.
  140. gemiddelde lengte 6.
  141. regelmaat van de lengte
  142. Zaad : 7.
  143. naakt of met " fuzz " 7.
  144. kleur van de " fuzz " Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  145. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 88 : Waargenomen kenmerken op de zonnebloemrassen (Helianthus annuus L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn als volgt aangegeven : (H1) voor vrij bestoven rassen van een gewas (H2) voor inteeltlijnen en enkele hybriden van een gewas
  146. Hypocotiel : anthocyaan : aanwezig of afwezig (H2) 2.Blad : 2.
  147. houding in het midden van de stengel (H2) 2.
  148. kleur van de bladschijf (H2) (als er vier bladeren aanwezig zijn) 2.
  149. grootte (H1) (H2)
  150. Bloemhoofdje : 3.
  151. vorm (H2) 3.
  152. lintbloemen : aanwezig of afwezig (H2)
  153. Vruchtbare bloem : 4.
  154. kleur van de kroonbladen : geel of oranje (H1) (H2) 4.
  155. kelkbladen : anthocyaan : aanwezig of afwezig (H2) 4.
  156. kleur van de stempel (H2)
  157. Zaad : 5.
  158. vorm (H2) 5.
  159. grondkleur (H1) (H2) 5.
  160. strepen : aanwezig of afwezig (H1) (H2) 5.
  161. kleur van de strepen (H2) 5.
  162. dop-gehalte (H2)
  163. Vroegheid van de rijping (H1) (H2) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  164. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 89 : Waargenomen kenmerken op de vlasrassen (Linum usitatissimum L.)
  165. Plant : 1.
  166. lengte van de stengel 1.
  167. hoogte waarop de vertakking begint
  168. Bloem : 2.
  169. grootte 2.
  170. vlekken van de kelkbladen 2.
  171. kleur van de kroonbladen 2.
  172. kleur van de nerven van de kroonbladen 2.
  173. kleur van de helmdraden 2.
  174. kleur van de helmknoppen 2.
  175. kleur van de stijlen 2.
  176. kleur van de stempels
  177. Doosvrucht : beharing op de tussenschotten 4.Zaad : 4.
  178. kleur 4.
  179. vorm 4.
  180. grootte
  181. Vroegheid van de bloei Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  182. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 90 : Waargenomen kenmerken op de maanzaadrassen (Papaver somniferum L.)
  183. Stengel : 1.
  184. lengte 1.
  185. beharing van het bovenste deel van de hoofdstengel
  186. Blad (voor het schieten) 2.
  187. vlekken : aanwezig of afwezig 2.
  188. kleur van de vlekken
  189. Bloem : 3.
  190. anthocyaan in de kelkbladen : aanwezig of afwezig 3.
  191. kleur van de kroonbladen
  192. Doosvrucht (bij rijpheid) 4.
  193. vorm 4.
  194. kleur
  195. Zaad : kleur (bij rijpheid) 6.Vroegheid van de bloei Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  196. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 91 : Waargenomen kenmerken op de gele mosterdrassen (Sinapis alba L.) Alle kenmerken die worden genoemd gelden voor het onderzoek van de onderscheidbaarheid en de bestendigheid van de rassen. De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn door (H) aangegeven.
  197. Plant (bij volledige rijpheid) 1.
  198. hoogte van de hoofdstengel (H) 1.
  199. mate van vertakking 1.
  200. hoogte van de inplanting van de eerste zijstengei (rijpheid)
  201. Blad van het rozet (bij het verschijnen van de bloemknoppen) 2.
  202. aantal 2.
  203. vorm 2.
  204. beharing
  205. Bloem : kleur van de kroonbladen (H) 4.Zaad : 4.
  206. grootte 4.
  207. bruine kleur : aanwezig of afwezig (H)
  208. Vroegheid van de bloei (H) Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  209. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 92 : Waargenomen kenmerken op de sojarassen (Soia hispida L.)
  210. Cotylen : anthocyaan : aanwezig of afwezig 2.Stengel : lengte
  211. Bloem : kleur 4.Peul : kleur
  212. Zaad : 5.
  213. grondkleur 5.
  214. tekening : aanwezig of afwezig 5.
  215. vorm
  216. Vroegheid van de bloei Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  217. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 93 : Minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek met betrekking tot proefopzet en teeltomstandigheden Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  218. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Bijlage 94 : Waargenomen kenmerken op rassen van landbouwgewassen, voor wat betreft het onderzoek van de cultuur- en gebruikswaarde
  219. opbrengsten 2.resistentie tegen schadelijke organismen
  220. gedrag ten opzichte van milieufactoren 4.kwaliteit
  221. vernalisatiebehoefte - bij gewassen met zomer - en wintervormen 6.produktieritme - bij grassen Bij het bekend maken van de resultaten dienen de toegepaste methoden opgegeven te worden. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2003 betreffende de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van landbouwgewassen en groentegewassen. Namen, 24 april
  222. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.