(1)sluiten houdende de oprichting van het Overheidsbedrijf voor de Nieuwe Informatie- en Communicatietechnologieën van de Franse Gemeenschap (ETNIC); Gelet op het koninklijk besluit van 1 juni 1964 betreffende sommige verloven toegestaan aan personeelsleden van de rijksbesturen en betreffende de afwezigheden wegens persoonlijke aangelegenheid; Gelet op de Richtlijn 96/34 van 3 juni 1996 van de Raad van de Europese Unie betreffende de door de UNICE, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof; Gelet op het advies van de Directieraad van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, gegeven op 28 oktober 2002; Gelet op het advies van de Directieraad van de "Office de la Naissance et de l'Enfance", gegeven op 13 september 2002; Gelet op het advies van de Directieraad van het Commissariaat-generaal voor Internationale Betrekkingen, gegeven op 28 januari 2003; Gelet op het advies van de Directieraad van de Dienst voor inning van het kijk- en luistergeld van de Franse Gemeenschap, gegeven op 3 september 2002; Gelet op het protocol nr. 270 van het Comité van Sector XVII, gesloten op 29 november 2002; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 16 juli 2002; Gelet op het akkoord van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 17 juli 2002; Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 17 juli 2002; Gelet op het akkoord van de Minister van Pensioenen, gegeven op 24 oktober 2002; Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 juli 2002, over de aanvraag om advies te geven door de Raad van State binnen een termijn van hoogstens één maand; Gelet op het advies van de Raad van State nr. 34.922/2 gegeven op 7 april 2003, bij toepassing van artikel 84, lid 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van de Minister van Ambtenarenzaken; Gelet op de beraadslaging van de Regering van 8 mei 2003, Besluit : HOOFDSTUK I. - Toepassingsveld Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op het geheel van de personeelsleden van de Regeringsdiensten van de Franse Gemeenschap en van de Instellingen van openbaar nut die ressorteren onder het Comité van Sector XVII. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan te brengen aan het koninklijk besluit van 1 juni 1964 betreffende sommige verloven toegestaan aan personeelsleden van de Rijksbesturen en betreffende de afwezigheden wegens persoonlijke aangelegenheid Art. 2.Artikel 6 van het koninklijk besluit van 1 juni 1964 betreffende sommige verloven toegestaan aan personeelsleden van de rijksbesturen en betreffende de afwezigheden wegens persoonlijke aangelegenheid, wordt vervangen door de volgende tekst : « Art. 6.Omstandigheidsverloven worden toegekend binnen de hierna bepaalde perken : 1° oor het huwelijk van de ambtenaar : vier werkdagen;2° voor de bevalling van de echtgenote of van de persoon met wie de ambtenaar op het tijdstip van de gebeurtenis samenleeft : tien werkdagen;3° voor het overlijden van de echtgenoot, van de persoon met wie de ambtenaar samenleefde, van een bloed- of aanverwant in de 1e graad van de ambtenaar of van de persoon met wie hij samenleeft : vier werkdagen;4° voor het huwelijk van een kind van de ambtenaar, van het kind van de echtgenoot van de ambtenaar of van een kind van de persoon met wie hij samenleeft : twee werkdagen;5° voor het overlijden van een bloed- of aanverwant in enig welke graad, die onder hetzelfde dak woont als de ambtenaar : twee werkdagen; Onder dezelfde voorwaarden wordt dit verlof eveneens verleend bij het overlijden van een bloedverwant van de persoon met wie de ambtenaar samenleeft. 6° voor het overlijden van een bloed- of aanverwant in de 2e graad of 3e graad, die niet onder hetzelfde dak woont als de ambtenaar : één werkdag; Onder dezelfde voorwaarden wordt dit verlof eveneens verleend bij het overlijden van een bloed- of aanverwant van de persoon met wie de ambtenaar samenleeft. Het verlof bedoeld in 2° van dit artikel betreft enkel statutaire ambtenaren of stagiairs. Deze verloven worden gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. » Art. 3.Artikel 6bis van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende tekst : « Art. 6bis.§ 1. De ambtenaar kan verlofdagen krijgen wegens overmacht, die het gevolg is van de ziekte of van een ongeval overkomen aan de volgende, met de ambtenaar onder hetzelfde dak wonende personen : de echtgenoot, de persoon met wie hij samenleeft, een bloed- of aanverwant, bloedverwant van de persoon met wie de ambtenaar samenleeft, een persoon opgenomen met het oog op zijn adoptie of met het oog op de uitoefening van een pleegvoogdij. Een medisch getuigschrift bepaalt in welke mate de aanwezigheid van de ambtenaar noodzakelijk is. § 2. De duur van deze in § 1 bedoelde verloven is tot vier werkdagen per kalenderjaar beperkt. Deze duur kan evenwel tot acht dagen gaan wanneer een ziekte of een ongeval het kind van de ambtenaar of van de persoon met wie hij samenleeft aangaat en wanneer dat kind nog geen twaalf jaar oud is voor zover de werkgever een attest levert dat bewijst dat de echtgenoot effectief alle gelijkaardige verlofdagen gebruikt heeft waarover hij in voorkomend geval kan beschikken. Deze worden gelijkgesteld met periodes van dienstactiviteit. » Art. 4.Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende tekst : « Art. 10.De ambtenaar kan een ouderschapsverlof verkrijgen van een maximale duur van drie maanden na de geboorte of de adoptie van een kind. Het verlof moet genomen worden vooraleer het kind de leeftijd van twaalf jaar bereikt heeft. Het verlof wordt per hele dagen en per periodes van minstens één maand genomen. Dat verlof is niet bezoldigd en wordt voor het overschot gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. » Art. 5.Artikel 13bis van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende tekst : « Art. 13bis.De ambtenaar kan een opvangverlof krijgen met het oog op de adoptie van een kind dat de leeftijd van twaalf jaar nog niet bereikt heeft. De maximale duur van dat verlof wordt vastgesteld op zes weken. De maximale duur van het verlof wordt evenwel verdubbeld wanneer het opgenomen kind mindervalide is en aan de voorwaarden voldoet om kinderbijslag te genieten overeenkomstig artikel 47 van de gecoördineerde wetten betreffende de kindertoeslagen voor de loonarbeiders of overeenkomstig artikel 26 van het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen. Het opvangverlof begint op de datum waarop het kind effectief opgevangen wordt in het huis. Het bewijs moet blijken uit een getuigschrift van domiciliëring, opgesteld door het gemeentebestuur. In afwijking van vorig lid, begint het opvangverlof op de dag waarop de ambtenaar naar het buitenland vertrekt, op voorwaarde dat de adoptie gebeurt bij de terugkeer naar België. Indien er evenwel blijkt dat bij de terugkeer geen adoptie gebeurd is, wordt deze verlofperiode omgezet in een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden. Het verlof kan in geen geval de duur van de terbeschikkingstelling voor persoonlijke aangelegenheden die de vastbenoemde ambtenaar kan aanvragen, overschrijden. Deze terbeschikkingstelling loopt alleszins ten einde bij het verstrijken van de periode waarvoor het opvangverlof aangevraagd was. Dat verlof wordt bezoldigd en gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. » HOOFDSTUK III. - Moederschapsrust Art. 6.De moederschapsrust bedoeld in artikel 39 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Art. 7.De bezoldiging die verschuldigd is voor de periode gedurende welke de ambtenares moederschapsrust geniet, mag niet meer dan vijftien weken bestrijken of zeventien weken in geval van meervoudige geboorte. Art. 8.De periodes van afwezigheid wegens ziekte door de zwangerschap, die voorkomen tijdens de zes weken die voor de zevende dag vallen die de werkelijke bevallingsdatum voorafgaan, worden voor het bepalen van de administratieve stand van de ambtenares in moederschapsrust omgezet. Dit artikel is eveneens van toepassing wanneer de periodes van afwezigheid wegens ziekte door de zwangerschap voorkomen tijdens de acht weken, die in geval van meervoudige geboorte, vallen voor de zevende dag die de werkelijke bevallingsdatum voorafgaat. Art. 9.§ 1. Wanneer de ambtenares al haar zwangerschapsverlof heeft opgedaan en de bevalling na de bedoelde datum voorkomt, wordt het zwangerschapsverlof verlengd tot de werkelijke bevallingsdatum. Tijdens die periode bevindt de ambtenares zich in zwangerschapsrust. In afwijking van artikel 7 is de bezoldiging verschuldigd. § 2. Wanneer het pasgeboren kind vanaf zijn geboorte gedurende minstens acht weken in het ziekenhuis moet blijven, kan de ambtenares de verlenging van de arbeidsonderbreking waarop ze recht heeft krachtens artikel 6 overdragen tot wanneer het pasgeboren kind naar huis terugkeert. Daartoe overhandigt de ambtenares aan de verantwoordelijke van de administratie waartoe ze hoort :
- a)op het ogenblik waarop ze haar werk hervat, een attest van het ziekenhuis dat bewijst dat het pasgeboren kind sinds minstens acht weken in het ziekenhuis verblijft;
- b)op het ogenblik waarop ze haar verlenging van arbeidsonderbreking aanvraagt, een attest van het ziekenhuis dat de datum van ontslag van het pasgeboren kind vermeldt. Art. 10.Worden met werkdagen gelijkgesteld die zouden kunnen worden overgedragen tot na het postnataal verlof gedurende de zes weken of in geval van meervoudige geboorte, gedurende de acht weken die vallen voor de zevende dag die de werkelijke bevallingsdatum voorafgaat : 1° jaarlijks vakantieverlof;2° wettelijke feestdagen;3° omstandigheidsverloven en verloven wegens overmacht;4° verloven voor dwingende familiale redenen;5° afwezigheden wegens ziekte met uitzondering van de in artikel 8 bedoelde afwezigheden. Art. 11.Tijdens een periode van zwangerschap of borstvoeding, kunnen de ambtenaressen geen bijkomend werk verrichten. Als bijkomend werk wordt beschouwd, voor de toepassing van dit artikel, elk werk dat uitgevoerd wordt boven de 38 uren per week. Dit artikel is eveneens van toepassing op het personeel aangeworven met een arbeidscontract. Art. 12.De ambtenares die, bij toepassing van de artikelen 42 en 43 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten, wordt vrijgesteld van werken, krijgt van rechtswege verlof voor de nodige duur. Het verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Art. 13.De artikelen 6 en 8 zijn niet van toepassing in geval van miskraam die na de 181e zwangerschapsdag voorkomt. Art. 14.§ 1. Als op de datum van de bevalling of tussen deze datum en het einde van de moederschapsrust de moeder van het kind overlijdt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of opnieuw in het ziekenhuis wordt opgenomen, verkrijgt de vader van het kind of, bij gebrek, de persoon met wie de moeder samenleeft, op zijn aanvraag een vaderschapsverlof met het oog op de opvang van het kind. § 2. In het geval de moeder zou overlijden, zou de duur van het vaderschapsverlof maximaal gelijk zijn aan de duur van de moederschapsrust die door de moeder nog niet is opgedaan. De ambtenaar dat de vader van het kind is of bij gebrek de persoon met wie de moeder samenleeft en dat een vaderschapsverlof wil genieten, informeert de verantwoordelijke van het bestuur schriftelijk ervan binnen de zeven dagen vanaf het overlijden van de moeder. Dat geschreven stuk vermeldt de datum van het begin van het vaderschapsverlof en zijn vermoedelijke duur. Een uittreksel van de overlijdensakte van de moeder wordt zo vlug mogelijk ingediend. § 3. In het geval de moeder in het ziekenhuis zou opgenomen zijn, kan de ambtenaar dat de vader van het kind is of bij gebrek de persoon met wie de moeder samenleeft het vaderschapsverlof genieten in de volgende gevallen : 1° het pasgeboren kind moet van het ziekenhuis ontslaan zijn;2° de ziekenhuisopname van de moeder moet meer dan zeven dagen duren. Het vaderschapsverlof kan niet voor de zevende dag beginnen volgend op de dag van de geboorte van het kind en eindigt op het moment waarop de ziekenhuisopname van de moeder beëindigt en ten laatste op het einde van het deel van de moederschapsrust dat door moeder nog niet is opgedaan. De ambtenaar dat de vader van het kind is en dat het vaderschapsverlof wil genieten, brengt de verantwoordelijke van het bestuur waarvan hij afhangt ervan schriftelijk op de hoogte. Dat geschreven stuk vermeldt de datum van het begin van het vaderschapsverlof en de vermoedelijke duur ervan. De aanvraag om verlof gaat samen met een getuigschrift van de duur van de ziekenhuisopname van de moeder boven de zeven dagen die volgen op de datum van bevalling en de datum waarop het pasgeboren kind uit het ziekenhuis is ontslaan. § 4. Het vaderschapsverlof vernietigt niet het recht op een verlof bedoeld in artikel 6, 2°, van voornoemd koninklijk besluit van 1 juni 1964. § 5. Het vaderschapsverlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. HOOFDSTUK IV. - Pauzes voor borstvoeding Art. 15.De ambtenares heeft, volgens de bij de artikelen 17 tot 22 van dit besluit bedoelde bepalingen, het recht pauzes te krijgen om haar kind met moedermelk te voeden of haar melk af te kolven. Art. 16.§ 1. Om te zogen of af te kolven gebruikt de ambtenares in principe een discrete plaats, goed verlucht, goed verlicht, proper en gunstig verwarmd, die in uitvoering van artikel 88, lid 5, van het Algemeen reglement voor de bescherming van het werk en het welzijn op het werk, door de Franse Gemeenschap ter beschikking gesteld wordt van de zwangere vrouwen opdat ze de mogelijkheid zouden hebben al liggend te rusten in gunstige omstandigheden. § 2. In afwijking van § 1 kunnen de ambtenares en de Franse Gemeenschap een andere plaats verkiezen waar de ambtenares zoogt en/of afkolft. Art. 17.§ 1. De pauze om te zogen bedraagt een half uur. § 2. De ambtenares waarvan de prestaties 4 uur of meer bedragen gedurende een werkdag, heeft recht op een pauze op die dag. De ambtenares waarvan de prestaties minstens 7 u. 30 m. bedragen gedurende een werkdag, heeft recht op twee pauzes op die dag. § 3. Wanneer de ambtenares recht heeft op twee pauzes op een werkdag, kan ze die in één of twee keer nemen op diezelfde dag. § 4. De duur van de in § 2 bedoelde pauze(
- s)is inbegrepen in de duur van de prestaties van de werkdag. Art. 18.De totale duur gedurende welke de ambtenares het recht heeft pauzes te nemen om te zogen, bedraagt twaalf maanden vanaf de geboorte van het kind. Art. 19.In uitzonderlijke omstandigheden gebonden met de gezondheidstoestand van het kind bewezen door een medisch getuigschrift kan de totale duur gedurende welke de ambtenares het recht heeft pauzes te nemen om te zogen maximaal met twee maanden verlengd worden. Art. 20.Het (
- de)tijdstip(pen) van de dag waarop de ambtenares een pauze(
- s)kan nemen om te zogen is (zijn) te bepalen door hem en de ambtenaar-generaal van wie zij afhangt. Art. 21.§ 1. De ambtenares die pauzes wenst te krijgen om te zogen, brengt haar hiërarchische hoofd twee maanden op voorhand ervan op de hoogte. De termijn van twee maanden kan in overleg verminderd worden. § 2. De mededeling van de waarschuwing gebeurt per aangetekende brief of door een geschreven stuk in te dienen waarvan het dubbel de handtekening van de Secretaris-generaal draagt. Art. 22.§ 1. Het recht op pauzes om te zogen wordt toegekend mits een bewijs dat de ambtenares de borst geeft. § 2. Het bewijs van borstvoeding wordt ingediend vanaf het begin van de uitoefening van het recht op pauzes om te zogen, naar keuze van de ambtenares, door een medisch getuigschrift van een consultatiecentrum voor zuigelingen of door een medisch getuigschrift. § 3. Een attest of een medisch getuigschrift moet daarna door de ambtenares elke maand ingediend worden op de datum waarop het recht op een pauze(
- s)om te zogen voor het eerst werd uitgeoefend. » HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen Art. 23.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 24.De Minister van Ambtenarenzaken wordt belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 8 mei 2003. Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : De Minister-President belast met de Internationale Betrekkingen, H. HASQUIN De Minister van Ambtenarenzaken, R. DEMOTTE De Minister van Kinderwelzijn belast met de Opdrachten toegewezen aan de « O.N.E. », J.-M. NOLLET