← België

Decreet houdende oprichting van de pedagogische inspectie-begeleiding voor het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap en tot vastlegging van de opdra

Obsah (10)Art. 12Art. 13Art. 14Art. 15Art. 16Art. 17Art. 18Art. 19Art. 20Art. 21

24 MAART 2003. - Decreet houdende oprichting van de pedagogische inspectie-begeleiding voor het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap en tot vastlegging van de opdrachten ervan (1) De Raad van de Du

en

Art. 12

.Om de in de artikelen 4 tot 6 bepaalde opgaven te vervullen kan de Regering, tot de inwerkingtreding van een decreet dat de uitoefening van het ambt als pedagogisch inspecteur-adviseur in de vorm van een mandaat vastlegt of ten laatste tot het einde van het schooljaar 2005-2006, ten hoogste vier personen die aan de in artikel 13 bepaalde voorwaarden voldoen een verlof voor een opdracht in het belang van het onderwijs verlenen en zij helemaal van hun werkzaamheden vrijstellen. De zo aangewezen personen verkrijgen een weddebijslag. Dit bijslag is gelijk aan het verschil tussen de jaarwedde vastgelegd overeenkomstig artikel 2 hoofdstuk IB van het koninklijk besluit van 27 juni 1974, gewijzigd bij artikel 11 van voorliggend decreet, en de jaarwedde waarop zij recht hebben voor het ambt waarin zij vastbenoemd zijn.

Art. 13

.De personeelsleden mogen het verlof voor een opdracht in het belang van het onderwijs verkrijgen, als zij aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° burger van de Europese Unie zijn;afwijkingen kunnen worden toegestaan door de Regering; 2° een gedrag hebben dat overeenstemt met de vereisten van de betrekking;3° de burgerlijke en politieke rechten genieten;4° aan de dienstplichtwetten hebben voldaan;5° in het Gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd vrij onderwijs of het gesubsidieerd officieel onderwijs, sinds ten minste 10 jaar titularis zijn van een ambt van de categorie bestuurs- en onderwijzend personeel, waaronder ten minste twee jaar met een benoeming of aanstelling in vast verband;waarbij de vaste benoeming of aanstelling voor een volledig uurrooster heeft plaatsgevonden; 6° houder zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs bepaald door de Regering voor het ambt bedoeld onder punt 5° of, wat het gesubsidieerd onderwijs betreft, houder zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs van groep A voor het ambt bedoeld onder punt 5°;7° voor de selectieprocedure geslaagd zijn.

Art. 14

.De Regering richt een selectiecommissie op, samengesteld uit volgende leden : 1° de voorzitter, die bij het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap een leidende functie inzake Onderwijs uitoefent en ten minste de rang D van het niveau I bekleedt;2° vier personen die ten minste houders zijn van een diploma van het hoger onderwijs. De Regering wijst de voorzitter, de ondervoorzitter, de secretaris, de plaatsvervangende secretaris alsmede de werkende leden en hun plaatsvervangers. De secretaris en de plaatsvervangende secretaris worden tussen de beambten van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap aangewezen. Zij zijn niet stemgerechtigd. De samenstelling van de selectiecommissie wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Art. 15

.§ 1 - De selectiecommissie kan slechts rechtsgeldig beraadslagen als ten minste twee derden van de leden aanwezig zijn. § 2 - De beslissingen worden genomen met de meerderheid van de stemmen, waarbij de voorzitter aan de stemming niet deelneemt. Stemonthoudingen zijn niet toegelaten. Bij staking van stemmen neemt de voorzitter, in afwijking van het eerste lid, de beslissing.

Art. 16

.De deelnemingsvoorwaarden, de termijn en de vorm qua indiening van de kandidaturen, alsmede, in een apart opgestelde lijst, het aantal betrekkingen voor de personen die hoofdzakelijk in het basis- of in het secundair onderwijs werkzaam zullen zijn, worden ter kennis van het publiek gebracht door een oproep tot de gegadigden in het Belgisch Staatsblad .

Art. 17

.De selectiecommissie houdt rekening met de documenten ingediend door de kandidaten en die inlichtingen geven over hun persoonlijkheid en hun bekwaamheid om het ambt als pedagogisch inspecteur-adviseur uit te oefenen. De kandidaten schrijven een verhandeling over een thema dat betrekking heeft met de uitoefening van het ambt als pedagogisch inspecteur-adviseur. Dankzij een gesprek met de kandidaten, waarvoor de documenten bedoeld in het eerste lid en de verhandeling bedoeld in het tweede lid als basis dienen, zal de selectiecommissie inzicht krijgen in hun bekwaamheid om het ambt als pedagogisch inspecteur-adviseur uit te oefenen; zij zal ook ermee rekening houden.

Art. 18

.Bij de eindberaadslaging stelt de selectiecommissie een lijst met de kandidaten op die bekwaam zijn om het ambt als pedagogisch inspecteur-adviseur uit te oefenen. Daarbij zal een onderscheid worden gemaakt tussen de personen die hoofdzakelijk in het basis- of in het secundair onderwijs werkzaam zullen zijn. Het proces-verbaal opgesteld bij de eindberaadslaging wordt aan de Regering toegezonden.

Art. 19

.Indien de Regering, bij de verlening van een verlof voor een opdracht in het belang van het onderwijs, van de door de selectiecommissie voorgestelde volgorde afwijkt, dan moet ze dat uitvoerig met redenen omkleden.

Art. 20

.Het verlof voor een opdracht in het belang van het onderwijs wordt voor een schooljaar verleend en is hernieuwbaar zonder dat een nieuwe selectieprocedure moet plaatsvinden.

Art. 21

.In afwijking van artikel 13, 7°, kan de Regering de personeelsleden van de categorie bestuurs- en onderwijzend personeel van het Gemeenschapsonderwijs, van het gesubsidieerd officieel onderwijs of van het gesubsidieerd vrij onderwijs die, bij de inwerkingtreding van voorliggend decreet, al ermee belast zijn de opdrachten van een pedagogisch inspecteur-adviseur te vervullen het in artikel 12 bedoeld verlof voor een opdracht in het belang van het onderwijs verlenen, zonder dat de betrokken personeelsleden aan de selectieprocedure moeten deelnemen. HOOFDSTUK IV. - Opheffings- en slotbepalingen Opheffing Art. 22.Worden opgeheven : 1° artikel 79 van de wetten op het lager onderwijs, gecoördineerd op 20 augustus 1957;2° het koninklijk besluit van 26 februari 1960 betreffende de inspectie van de studiën in de gesubsidieerde onderwijsinrichtingen;3° het koninklijk besluit van 14 december 1976 houdende organiek reglement van de personeelsleden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op de rijksinrichtingen. Inwerkingtreding Art. 23.Voorliggend decreet treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen. Wij kondigen dit decreet af en bevelen dat het door het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt. Eupen op 24 maart 2003. Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap : K.-H. LAMBERTZ, Minister-President van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Minister van Werkgelegenheid, Gehandicaptenbeleid, Media en Sport B. GENTGES, Minister van Onderwijs en Vorming, Cultuur en Toerisme H. NIESSEN, Minister van Jeugd en Gezin, Monumentenzorg, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.