17 JANUARI 2003. - Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet van 13 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2002 pub. 29/01/2003 numac 2003035124 bron
Art. 16
.Volgende operationele doelstellingen en prestaties zal de stad realiseren in de periode van de beleidsovereenkomst. Tevens wordt een indicatie gegeven van de middelen die zullen worden ingezet : Voor de raadpleging van de tabel,
Art. 17
.Zoals voorzien in het decreet kan de stad middelen reserveren in een bijzonder reservefonds Stedenbeleid. Deze reserveringen moeten in de beleidsovereenkomst worden opgenomen. Art. 18.De stad verbindt er zich toe om alle financiële middelen waarover ze beschikt om de doelstellingen van deze beleidsovereenkomst te realiseren, optimaal op elkaar af te stemmen en op de meest doeltreffende wijze in te zetten. Art. 19.Als bijlage is een overzicht toegevoegd van uitgaven in het kader van de overgangsmaatregelen zoals voorzien in artikel 21 en 22 van het decreet. Art. 20.Tussen de stad en het O.C.M.W. werden volgende afspraken gemaakt om de samenwerking zoals voorzien in artikel 12, § 1,5° van het decreet te realiseren : 1. 2. 3. Art. 21.De stad zet volgende instrumenten in om de bevolking en de lokale actoren bij de voorbereiding, uitvoering en opvolging van de beoogde doelstellingen te betrekken : (mogelijk te hanteren schema) Voor de raadpleging van de tabel,
HOOFDSTUK
- - Verbintenissen van de Vlaamse Gemeenschap Art. 22.De Vlaamse Gemeenschap verleent hierbij, overeenkomstig artikel 8 en 9 van het decreet, onder voorbehoud van de goedkeuring van de begroting door het Vlaams Parlement, een subsidiebelofte die gelijk is aan ......euro, het bedrag van de gecumuleerde trekkingsrechten waarvoor aan de stad toestemming tot gebruik is verleend door de Vlaamse regering, overeenkomstig de bepalingen van het decreet en van deze beleidsovereenkomst. Art. 23.De Vlaamse Gemeenschap verbindt er zich toe bijkomend volgende engagementen t.a.v. de stad na te komen :
- Art. 24.De Vlaamse Gemeenschap verbindt er zich tevens toe om stad zo goed mogelijk te ondersteunen en te begeleiden bij de uitvoering van deze beleidsovereenkomst, onder meer door het organiseren van informatie- en studiedagen evenals van opleidingscursussen, door het opzetten van communicatiecampagnes, door het adequaat opvolgen van vragen van de stad en het opzetten van een stadsmonitor. HOOFDSTUK
- - Inwerkingtreding beleidsovereenkomst Art. 25.Deze beleidsovereenkomst treedt in werking vanaf de ondertekening en eindigt op 31 december
- Opgemaakt in vijf exemplaren te Brussel op.......... (datum). Elke partij verklaart een ondertekend exemplaar te hebben ontvangen. Voor de Vlaamse Gemeenschap : De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken P. Van Grembergen Voor de stad : De Burgemeester NN De secretaris, NN Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 17 januari 2003 tot uitvoering van het decreet van 13 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2002 pub. 29/01/2003 numac 2003035124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van het Vlaams Stedenfonds sluiten tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van het Vlaams Stedenfonds. Bijlage 2 bij artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 januari 2003 BELEIDSOVEREENKOMST TUSSEN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP EN DE VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VOOR DE PERIODE 2003-2007 Tussen enerzijds de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, waarvoor optreedt de heer Paul Van Grembergen, Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken en anderzijds de Vlaamse Gemeenschapscommissie ....., vertegenwoordigd door de raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, waarvoor optreden ....., die handelen in uitvoering van de zitting van de raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie d.d. ...... hierna genoemd de VGC wordt het volgende overeengekomen : HOOFDSTUK
- - Algemene bepalingen Artikel 1.Het decreet van 4 december 2002 tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van het Stedenfonds, hierna het decreet genoemd, en het besluit van de Vlaamse regering van (datum) tot uitvoering van het decreet van 4 december 2002 tot vaststelling van de regelen inzake de werking en de verdeling van het Stedenfonds, hierna het uitvoeringsbesluit genoemd, zijn van toepassing op deze beleidsovereenkomst. Art. 2.In uitvoering van het artikel 12 van het decreet bevat deze beleidsovereenkomst de wederzijdse afspraken en engagementen met betrekking tot de periode 1 januari 2003 tot en met 31 december 2007 tussen de Vlaamse Gemeenschap en de VGC, zoals voorzien in het decreet en het uitvoeringsbesluit. Art. 3.De VGC verbindt er zich toe gedurende de periode van de beleidsovereenkomst de in hoofdstuk 2 opgesomde strategische doelstellingen en beoogde effecten na te streven en afgesproken operationele doelstellingen en prestaties te realiseren. Art. 4.De VGC verbindt er zich tevens toe om bij de uitvoering van de beleidsovereenkomst de geldende wetgeving en reglementering na te leven. Art. 5.De Vlaamse Gemeenschap verbindt er zich toe om de trekkingsrechten stipt uit te betalen overeenkomstig de bepalingen van artikel 14 en 25 van het decreet. Tevens verbindt de Vlaamse Gemeenschap zich er toe de bijkomende engagementen zoals opgenomen in hoofdstuk 3 na te komen. Art. 6.De Vlaamse Gemeenschap en de VGC erkennen dat de in hoofdstuk 2 geformuleerde strategische doelstellingen en beoogde effecten bijdragen tot de doelstellingen van artikel 3 van het decreet. Art. 7.De Vlaamse Gemeenschap en de VGC erkennen dat de in hoofdstuk 2 geformuleerde operationele doelstellingen en resultaten voldoende SMART werden geformuleerd en bijdragen om de beoogde effecten te realiseren. Art. 8.Bijsturingen en eventuele daaruit voortvloeiende wijzigingen van de beleidsovereenkomst zijn conform artikel 14 van het uitvoeringsbesluit steeds mogelijk. Zoals voorzien in artikel 12, § 5 van het decreet dienen wijzigingen op strategische niveau voorgelegd aan de Vlaamse regering terwijl wijzigingen van de operationele doelstellingen worden voorgelegd aan de minister, bevoegd voor het Stedenbeleid. Elke wijziging komt tot stand op dezelfde wijze als de oorspronkelijke beleidsovereenkomst. Het overlegcomité wordt slechts samengeroepen op uitdrukkelijk verzoek van één van beide partijen. Art. 9.De VGC verbindt er zich toe in het derde en laatste jaar van de beleidsovereenkomst uiterlijk op 31 maart een voortgangsrapport over te maken, zoals voorzien in artikel 17 en 18 van het decreet en mee te werken aan de evaluatie van de visitatiecommissie, zoals bedoeld in artikel 9, 10 en 11 van het uitvoeringsbesluit. Art. 10.Het voortgangsrapport dient minimaal volgende elementen te bevatten : a) een meting van de beoogde maatschappelijke effecten;b) een verklaring waarom bepaalde effecten niet werden gehaald;c) een overzicht van de voorziene en gerealiseerde prestaties;d) een verantwoording waarom bepaalde prestaties niet werden gehaald;e) voorstellen tot bijsturing of aanpassing van de beleidsovereenkomst. Art. 11.De VGC verbindt er zich toe de trekkingsrechten zo effectief en efficiënt mogelijk te besteden en mee te werken aan de in het decreet en het uitvoeringsbesluit voorziene controle door de Vlaamse overheid en het Rekenhof. Art. 12.De VGC neemt akte van artikel 20 en 21 van het uitvoeringsbesluit dat de middelen van het Stedenfonds vastgelegd of uitgegeven moeten zijn voor het einde van de periode van de beleidsovereenkomst. Voor investeringsuitgaven heeft de VGC tot twee jaar na het aflopen van de beleidsovereenkomst de tijd om de vastleggingen om te zetten in effectieve betalingen. Investeringen, uitgevoerd met middelen van het Vlaams Stedenfonds, mogen voor de duur van minstens tien jaar niet vervreemd worden. Art. 13.De partijen verbinden zich ertoe om onderling alle relevante informatie tijdig uit te wisselen en op regelmatige tijdstippen met elkaar overleg te plegen over alle aspecten van deze beleidsovereenkomst. Art. 14.De partijen stellen één of meerdere contactpersonen aan binnen de administratie die verantwoordelijk zijn voor de deskundige inhoudelijke en administratieve opvolging van deze beleidsovereenkomst : - voor de VGC : - voor de Vlaamse Gemeenschap : Linda Boudry, cel Stedenbeleid, administratie Binnenlandse Aangelegenheden, Markiesstraat 1, 1000 Brussel. De briefwisseling met de Vlaamse Gemeenschap geschiedt op hetzelfde adres. HOOFDSTUK
- - Verbintenissen van de VGC ..... Art. 15.Volgende strategische doelstellingen met bijhorende effecten worden door de VGC gedurende de periode van de beleidsovereenkomst nagestreefd : Voor de raadpleging van de tabel,
Art. 16
.Volgende operationele doelstellingen en prestaties zal de stad realiseren in de periode van de beleidsovereenkomst. Tevens wordt een indicatie gegeven van de middelen die zullen worden ingezet : Voor de raadpleging van de tabel,
Art. 17
.Zoals voorzien in het decreet kan de stad middelen reserveren in een bijzonder reservefonds Stedenbeleid. Deze reserveringen moeten in de beleidsovereenkomst worden opgenomen. Art. 18.De VGC verbindt er zich toe om alle financiële middelen waarover ze beschikt om de doelstellingen van deze beleidsovereenkomst te realiseren, optimaal op elkaar af te stemmen en op de meest doeltreffende wijze in te zetten. Art. 19.Als bijlage is een overzicht toegevoegd van uitgaven in het kader van de overgangsmaatregelen zoals voorzien in artikel 21 en 22 van het decreet. Art. 20.De VGC zet volgende instrumenten in om de bevolking en de lokale actoren bij de voorbereiding, uitvoering en opvolging van de beoogde doelstellingen te betrekken : (mogelijk te hanteren schema) Voor de raadpleging van de tabel,
HOOFDSTUK
- - Verbintenissen van de Vlaamse Gemeenschap Art. 21.De Vlaamse Gemeenschap verleent hierbij, overeenkomstig artikel 8 en 9 van het decreet, onder voorbehoud van de goedkeuring van de begroting door het Vlaams Parlement, een subsidiebelofte die gelijk is aan ......euro, het bedrag van de gecumuleerde trekkingsrechten waarvoor aan de VGC toestemming tot gebruik is verleend door de Vlaamse regering, overeenkomstig de bepalingen van het decreet en van deze beleidsovereenkomst. Art. 22.De Vlaamse Gemeenschap verbindt er zich toe bijkomend volgende engagementen t.a.v. de VGC na te komen :
- Art. 23.De Vlaamse Gemeenschap verbindt er zich tevens toe om VGC zo goed mogelijk te ondersteunen en te begeleiden bij de uitvoering van deze beleidsovereenkomst, onder meer door het organiseren van informatie- en studiedagen evenals van opleidingscursussen, door het opzetten van communicatiecampagnes en oor het adequaat opvolgen van vragen van de VGC. HOOFDSTUK
- - Inwerkingtreding beleidsovereenkomst Art. 24.Deze beleidsovereenkomst treedt in werking vanaf de ondertekening en eindigt op 31 december
- Opgemaakt in vijf exemplaren te Brussel op.......... (datum). Elke partij verklaart een ondertekend exemplaar te hebben ontvangen. Voor de Vlaamse Gemeenschap De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken, P. VAN GREMBERGEN Voor de VGC, NN NN Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 17 januari 2003 tot uitvoering van het decreet van 13 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2002 pub. 29/01/2003 numac 2003035124 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van het Vlaams Stedenfonds sluiten tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van het Vlaams Stedenfonds.