definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van pluimvee De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, inzonderheid op artikel 28, § 1, 4°, toegevoegd bij het decreet van 9 maart 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 09/03/2001 pub. 30/03/2001 numac 2001035304 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van de vrijwillige, volledige
definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van één of meerdere diersoorten sluiten; Gelet op het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, inzonderheid op artikel 33bis, § 1bis, ingevoegd bij het decreet van 9 maart 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 09/03/2001 pub. 30/03/2001 numac 2001035304 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van de vrijwillige, volledige
definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van één of meerdere diersoorten sluiten; Gelet op het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding
voorkoming van leegstand
verwaarlozing van bedrijfsruimten, inzonderheid op artikel 4, vierde lid, ingevoegd bij het decreet van 9 maart 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 09/03/2001 pub. 30/03/2001 numac 2001035304 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van de vrijwillige, volledige
definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van één of meerdere diersoorten sluiten; Gelet op het decreet van 9 maart 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 09/03/2001 pub. 30/03/2001 numac 2001035304 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van de vrijwillige, volledige
definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van één of meerdere diersoorten sluiten tot regeling van de vrijwillige, volledige
definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 3 maart 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 03/03/2000 pub. 30/03/2000 numac 2000035275 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering ter uitvoering van de artikelen 11, § 1, 13°
, 33
33bis van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen type besluit van de vlaamse regering prom. 03/03/2000 pub. 30/03/2000 numac 2000035220 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering ter uitvoering van de artikelen 3, § 8,
14, § 7, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen sluiten ter uitvoering van de artikelen 11, § 1, 13°,
, 33,
33bis, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, inzonderheid op artikel 7, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 20 april 2001; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 13 november 2002; Gelet op de aanmelding bij de Europese Commissie op 7 oktober 2002; Gelet op de brief (C
Tuinbouwraad, gegeven op 25 oktober 2002; Overwegende dat er overleg is geweest op 14
21 oktober 2002, waarvan de verslagen op 24 januari 2003 door de Interministeriële Conferentie Landbouw zijn goedgekeurd; Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat veel pluimveehouders de stopzetting van hun exploitatie uitstellen in afwachting van een nakende opkoopregeling, de afbouw van de veestapel als aanpak aan de bron een van de drie belangrijke pijlers is van het mestbeleid voor de aanpak van de mestoverschotten
dat met het oog op het bereiken van de doelstelling inzake de waterkwaliteit conform de richtlijn van de Raad (91/676/EEG) van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen, er onverwijld een opkoopregeling voor de afbouw van het pluimvee moet worden vastgesteld; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 6 december 2002 (34.488/3) met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu
Landbouw; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° het stopzettingsdecreet : het decreet van 9 maart 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 09/03/2001 pub. 30/03/2001 numac 2001035304 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van de vrijwillige, volledige
definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van één of meerdere diersoorten sluiten tot regeling van de vrijwillige, volledige
definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten;2° het meststoffendecreet : het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen; 3° de pluimveehouder : houder van een milieuvergunning voor de exploitatie van een inrichting die onder de toepassing valt van indelingsrubriek 9.3.1
/of 9.5, bedoeld in bijlage 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning; 4° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid;5° de afdeling : de afdeling Land-
Tuinbouwondersteuningsbeleid van de administratie Land-
Tuinbouw van het departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden
Landbouw van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;6° de Mestbank : de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij, opgericht bij het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij;7° pluimvee : alle dieren, opgesomd onder de diersoort « III.Pluimvee » in de tabel van artikel 5 van het meststoffendecreet. Art. 2.Binnen de perken van de daartoe goedgekeurde begrotingskredieten, wordt een stopzettingsvergoeding verleend aan de pluimveehouders die de exploitatie van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van pluimvee, op een bestaande veeteeltinrichting stopzetten overeenkomstig de voorwaarden
modaliteiten, bedoeld in het stopzettingsdecreet. Art. 3.De uiterlijke termijnen waarbinnen de pluimveehouder op vrijwillige, volledige
definitieve wijze de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van pluimvee, op de bestaande veeteeltinrichting in kwestie moet stopzetten, worden als volgt vastgesteld : 1° voor legkippen : uiterlijk binnen 20 maanden;2° voor opfokpoeljen van legkippen
van slachtkuikenouderdieren : uiterlijk binnen 7 maanden;3° voor slachtkuikens : uiterlijk binnen 12 maanden;4° voor slachtkuikenouderdieren : uiterlijk binnen 17 maanden. Die termijnen gaan in de derde dag na de verzending van het akkoord, bedoeld in artikel 9, § 6, van de pluimveehouder met de beslissing door de afdeling van de volledige aanvraag tot de uitbetaling van een stopzettingsvergoeding. Art. 4.Voor de diersoort pluimvee wordt de stopzettingsvergoeding vastgesteld als volgt : 1° voor legkippen : 3,54 euro;2° voor opfokpoeljen van legkippen : 4,05 euro;3° voor slachtkuikens : 2,28 euro;4° voor slachtkuikenouderdieren : 12,00 euro;5° voor opfokpoeljen van slachtkuikenouderdieren : 4,05 euro. Art. 5.De minister stelt de inschrijfperiode vast waarin een aanvraag kan worden ingediend
kan één of meer extra inschrijfperiodes vaststellen. Per extra inschrijfperiode kan de minister de bedragen, genoemd in artikel 4, telkens met minstens 10 % verminderen. Een inschrijfperiode duurt maximaal 2 maanden. Art. 6.§
inlichtingen ontbreken of nog een nadere toelichting vereisen zodat op grond van een volledige aanvraag kan worden beslist of de pluimveehouder in kwestie voldoet aan alle voorwaarden
modaliteiten als bedoeld in het stopzettingsdecreet. De afdeling bepaalt tegelijkertijd binnen welke termijn de pluimveehouder op straffe van verval die extra gegevens moet verstrekken. §
start de verdere behandeling. §
definitieve stopzetting, bedoeld in artikel 3, brengt de pluimveehouder op straffe van verval de afdeling op de hoogte van de exacte datum van de volledige stopzetting door middel van een bij de post aangetekende brief. Tegelijkertijd deelt hij mee of die vergoeding integraal of in jaarlijkse schijven, gespreid over maximaal drie jaar, moet worden uitbetaald. § 8. De stopzettingsvergoeding wordt pas uitbetaald na de datum, bedoeld in § 7,
voorzover de afdeling na controle heeft vastgesteld dat de exploitatie in kwestie effectief volledig is stopgezet. § 9. De afdeling brengt na de vaststelling van de effectieve volledige stopzetting, bedoeld in § 8, de Mestbank
de overheid die in eerste instantie de milieuvergunning in kwestie heeft verleend hiervan op de hoogte. Als een hogere overheid de lopende vergunning heeft verleend of de vergunningsvoorwaarden heeft gewijzigd, brengt de afdeling die hogere overheid van de datum op de hoogte. § 10. De mededeling van de afdeling aan de pluimveehouder van de uitbetaling, met vermelding van de datum, bedoeld in § 7, geldt als bewijs dat, voor de toepassing van artikel 4, vierde lid, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding
voorkoming van leegstand
verwaarlozing van bedrijfsruimten, de bebouwde onroerende goederen vanaf die datum leegstaan ten gevolge van de vrijwillige, volledige
definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van pluimvee. Art. 10.De pluimveehouder verstrekt alle gegevens, documenten
inlichtingen, die noodzakelijk zijn voor de controle
het toezicht. De personeelsleden van de afdeling zijn bevoegd om controle
toezicht uit te oefenen op de naleving van het stopzettingsdecreet
de bijbehorende uitvoeringsbesluiten. Art. 11.De minister kan de nadere voorwaarden
regels vaststellen met betrekking tot de indiening van de aanvraag, het onderzoek naar de volledigheid van de aanvraag, de goedkeuring of de weigering van de aanvraag, de uitbetaling van de vergoeding in kwestie, de controle
het toezicht. Art. 12.In artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 3 maart 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 03/03/2000 pub. 30/03/2000 numac 2000035275 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering ter uitvoering van de artikelen 11, § 1, 13°
, 33
33bis van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen type besluit van de vlaamse regering prom. 03/03/2000 pub. 30/03/2000 numac 2000035220 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering ter uitvoering van de artikelen 3, § 8,
14, § 7, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen sluiten ter uitvoering van de artikelen 11, § 1, 13°,
, 33,
33bis, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen wordt een § 1ter ingevoegd, die luidt als volgt : « § 1ter. De Mestbank herziet de aan een bestaande veeteeltinrichting toegekende nutriëntenhalte, wanneer in een bestaande veeteeltinrichting de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van de diersoort « III. Pluimvee », volledig
definitief wordt stopgezet, overeenkomstig de voorwaarden
regels, bedoeld in het decreet van 9 maart 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 09/03/2001 pub. 30/03/2001 numac 2001035304 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van de vrijwillige, volledige
definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van één of meerdere diersoorten sluiten tot regeling van de vrijwillige, volledige
definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten,
de bijbehorende uitvoeringsbesluiten. De herziene nutriëntenhalte is onmiddellijk na de stopzetting van toepassing. » Art. 13.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid,
de Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 25 april 2003. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Leefmilieu
Landbouw, V. DUA Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.