4 APRIL 2003. - Besluit van de Vlaamse regering tot instelling van een premiestelsel voor beschermde landschappen De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapsz
§ 4
vermelde aanvullingen van het bosbeheersplan of het natuurbeheersplan goed en meldt de beslissing aan de premienemer. Als het landschapsbeheersplan of de in §
§ 4
vermelde aanvullingen onvolledig zijn bevonden of de werkwijze van de uitvoering van de beheerswerkzaamheden ontoereikend of onjuist wordt geacht, wordt dat eveneens meegedeeld aan de premienemer met de vermelding dat, en in welke zin, het landschapsbeheersplan of de aanvullingen moet worden aangepast om voor goedkeuring in aanmerking te komen. §
- De goedkeuring die de minister of zijn gemachtigde aan de premienemer meedeelt, geldt tevens als de toestemming voor het uitvoeren van werkzaamheden zoals bepaald in artikel 14, § 4, van het decreet. §
- De toekenning van de premie stelt de premienemer niet vrij van het verkrijgen van alle vergunningen die vereist zijn voor het uitvoeren van de bedoelde werkzaamheden, met uitzondering van de toestemming vermeld in §
- Onderafdeling II. - Aanvraag premie opmaak landschapsbeheersplan Art. 15.De aanvraag voor een landschapspremie voor het opmaken van een landschapsbeheersplan of van de in artikel 14, §
§ 4
, vermelde aanvullingen van een bosbeheersplan of een natuurbeheersplan bevat : 1° de identificatiegegevens van het beschermde landschap en van de premienemer;2° een voorstel van aanstelling van de ontwerper(
- s)en de motivering van deze keuze op basis van de deskundigheid die relevant is voor de beoogde materie; De premienemer wijst een of meerdere ontwerpers aan, die het best aan de vereiste kwalificaties voldoen op basis van de hierna bepaalde criteria :
- a)kwalificaties : 1) studiekwalificaties : diploma's en studiecertificaten van de ontwerper(
- s)en eventuele onderaannemers;2) beroepskwalificaties : opgave van het aantal jaar relevante beroepservaring in de sector landschapszorg;
- b)relevante referenties betreffende het beheer van landschappen, inzonderheid de opmaak van landschapsbeheersplannen, uitgevoerd tijdens de laatste drie jaar in binnen- of buitenland, met inbegrip van de processen-verbaal van de opleveringen van de beheerswerkzaamheden. Daartoe verstrekt de ontwerper de volgende gegevens : 1) de beschrijving van het referentieproject;2) de datum van oplevering;3) de naam en het adres van de opdrachtgever;4) de beschrijving van de aanpak van het referentieproject (methodologie) met vermelding van de wijze van controle van de uitvoering van het referentieproject en van de gedeelten die eventueel in onderaanneming werden gegeven;5) de mate van betrokkenheid bij het referentieproject : als eindverantwoordelijke, als medewerker of als stagiair. Als geen relevante referenties beschikbaar zijn, schrijft de ontwerper een grondige motivering om aan te tonen dat hij aanmerking komt voor de opdracht;
- c)het gedeelte van de studieopdracht dat de ontwerper voornemens is in onderaanneming te geven, met vermelding van de onderaannemer(s);3° een voorstel van contract met de ontwerper(
- s)als dat van toepassing is;4° een gemotiveerde raming van de kosten, bedoeld in artikel 18, § 1;5° de resultaten van het overleg, bedoeld in artikel 14, § 2. Onderafdeling III. - Toekenning premie opmaak landschapsbeheersplan Art. 16.De minister of zijn gemachtigde verklaart de aanvraag ontvankelijk en beslist of een landschapspremie toegekend kan worden. De beslissing wordt meegedeeld aan de premienemer. Als de minister of zijn gemachtigde het dossier onvolledig acht, wordt dat meegedeeld aan de premienemer met de vermelding dat, en in welke zin, het dossier moet worden aangepast om voor goedkeuring in aanmerking te kunnen komen. Art. 17.§ 1. Het bedrag van de landschapspremie voor de opmaak van het landschapsbeheersplan of van de in artikel 14, §
§ 4
, vermelde aanvullingen van het bosbeheersplan of het natuurbeheersplan wordt toegekend op basis van de door de minister of zijn gemachtigde aanvaarde kostenraming. Als het bedrag waarvoor de opmaak wordt gegund lager ligt dan de goedgekeurde kostenraming, wordt de toegekende landschapspremie aangepast. Ze wordt opnieuw berekend op basis van dat laatste bod. Art. 18.§ 1. De kosten voor het opmaken van het landschapsbeheersplan of van de in artikel 14, §
§ 4
, vermelde aanvullingen van het bosbeheersplan of het natuurbeheersplan die in aanmerking komen voor de toekenning van de premie, zijn de vergoedingen aan de ontwerper(s) en de rechtstreekse kosten voor het opmaken van het plan. §
- De premie van het Vlaamse Gewest voor het opmaken van het landschapsbeheersplan bedraagt 80 % van de in § 1 bepaalde kosten. §
- Voor het opmaken van een beschrijving van de cultuurhistorische en/of esthetische waarden van het beschermde landschap in een beheersplan voor een erkend natuurreservaat en voor het opmaken van de aanvulling van een goedgekeurd bosbeheersplan met een gedeelte waarin maatregelen voor de verwezenlijking van de beheersdoelstellingen voor een beschermd landschap zijn opgenomen, bedraagt de premie van het Vlaamse Gewest 80 % van de in § 1 bepaalde kosten. Art. 19.§
- De landschapspremie wordt berekend op basis van de kostenraming, BTW inbegrepen, voorzover de premienemer bewijst dat hij de BTW niet kan recupereren als BTW-plichtige. §
- Bij de opmaak van het landschapsbeheersplan kunnen andere overheidsbijdragen worden verleend. De gezamenlijke overheidsbijdragen, met inbegrip van eventuele Europese middelen, kunnen niet meer bedragen dan het totale bedrag van de aanvaarde kostenraming. Onderafdeling IV. - Uitbetaling premie opmaak landschapsbeheersplan Art. 20.De landschapspremie voor het opmaken van het landschapsbeheersplan of van de in artikel 14, §
§ 4
, vermelde aanvullingen van een bosbeheersplan of een natuurbeheersplan wordt in één keer uitbetaald als aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de minister of zijn gemachtigde heeft het landschapsbeheersplan goedgekeurd;2° de geldige facturen en de afrekening, die post per post gerelateerd is aan de kostenraming, of de kostenafrekening zijn voorgelegd. Afdeling III. - Landschapspremie voor uitvoeren beheerswerkzaamheden Onderafdeling I. - Aanvraag landschapspremie voor uitvoeren beheerswerkzaamheden Art. 21.De aanvraag voor een landschapspremie voor het uitvoeren van de werkzaamheden vermeld in artikel 13, § 1, 2°, 3° en 4°, van dit besluit bevat : 1° de identificatiegegevens van het beschermde landschap en van de premienemer;2° de verwijzing naar de delen van het goedgekeurde landschapsbeheersplan, bosbeheersplan of natuurbeheersplan waarop de aanvraag betrekking heeft;3° een gedetailleerde beschrijving van de voorwaarden voor het uitvoeren van de werkzaamheden, vermeld in het landschapsbeheersplan of in de in artikel 14, §
§ 4
, vermelde aanvullingen van het bosbeheersplan of het natuurbeheersplan;4° een gemotiveerde kostenraming en/of de opgave van de werkzaamheden met de overeenstemmende bedragen waarvoor de forfaitaire berekening wordt voorgesteld. Art. 22.De minister of zijn gemachtigde verklaart de aanvraag ontvankelijk en beslist of ze in aanmerking komt voor een landschapspremie. De beslissing wordt meegedeeld aan de premienemer. Als de minister of zijn gemachtigde het dossier onvolledig acht, wordt dat gemeld aan de premienemer met de vermelding dat, en in welke zin, het dossier moet worden aangepast om voor een ontvankelijkheidsverklaring in aanmerking te kunnen komen. Onderafdeling II. - Toekenning landschapspremie voor uitvoeren beheerswerkzaamheden Art. 23.Binnen de beperkingen van de begroting kent de minister of zijn gemachtigde de landschapspremie toe aan de ontvankelijk verklaarde aanvraag. De beslissing wordt meegedeeld aan de premienemer samen met de melding dat de toekenning pas van kracht wordt als de premienemer het dossier aanvult met de volgende documenten : 1° zijn beslissing omtrent de aanwijzing van de uitvoerder(s) en de motivering van die keuze met verwijzing naar de deskundigheid die relevant is voor de beoogde materie;2° een afschrift van het bod van de uitvoerder(s);3° voor zover van toepassing een verbintenis waarin wordt medegedeeld welke andere premies van de overheid zijn aangevraagd enlof bekomen. Art. 24.§
- De landschapspremie kan niet worden toegekend voor goederen die eigendom zijn van de staat, de gemeenschappen en gewesten en van de openbare instellingen die onder hun toezicht staan, met uitzondering van de goederen die eigendom zijn van regionale of lokale besturen. §
- De bepaling van § 1 geldt niet voor goederen waarvan het beheer voor een periode van minstens 9 jaar schriftelijk is toegewezen aan een vereniging die het herstel en het beheer van het landschap in kwestie of het natuurlijk milieu tot doel heeft. De bepaling geldt evenmin voor goederen in eigendom of beheer van de Stichting Vlaams Erfgoed. Art. 25.Een landschapspremie van minder dan 500 euro wordt niet toegekend. Art. 26.Slechts 20 %van de beheerswerkzaamheden mag uitgevoerd worden voor de toekenning van de landschapspremie, tenzij in dwingende omstandigheden en mits de minister of zijn gemachtigde voorafgaandelijk toestemming geeft. Art. 27.§
- Het bedrag van de landschapspremie wordt toegekend op basis van de door de minister of zijn gemachtigde aanvaarde kostenraming voor de beoogde beheerswerkzaamheden, verhoogd met 10 % als tegemoetkoming in de algemene kosten zoals werkingskosten. De beheerswerkzaamheden die op forfaitaire basis worden uitgevoerd, zoals bepaald in § 2, worden ook opgenomen in de kostenraming. Als het bedrag waarvoor de werkzaamheden worden gegund lager ligt dan de goedgekeurde kostenraming, wordt de toegekende landschapspremie aangepast. Ze wordt opnieuw berekend op basis van dat laatste bod. §
- De minister bepaalt de lijst van werkzaamheden die in aanmerking komen voor een forfaitaire vaststelling van de kosten voor de werkzaamheden die in aanmerking komen voor de berekening van het geheel of een gedeelte van de landschapspremie. §
- De minister kan deze lijst van werkzaamheden en de overeenstemmende bedragen vervolledigen en aanpassen, inzonderheid rekening houdend met de prijsontwikkeling van lonen en materialen. §
- De beheerswerkzaamheden die uitgevoerd worden met de financiële bijdrage aan de regionale landschappen voor algemene landschapszorg, komen niet in aanmerking voor deze premie. Art. 28.De premie van het Vlaamse Gewest voor de in artikel 27 bepaalde kosten van instandhoudings-, onderhouds-, herstel- en verbeteringswerkzaamheden bedraagt 70 %. De premie van het Vlaamse Gewest bedraagt 70 % voor de in artikel 27 bepaalde kosten voor instandhoudings-, onderhouds-, herstel- en verbeteringswerkzaamheden om cultuurhistorische en/of esthetische redenen in een beheersplan voor een erkend natuurreservaat dat conform is aan het advies van de administratie, en voor de door dezelfde administratie aanvaarde beheerswerkzaamheden die vermeld worden in de aanvulling van een goedgekeurde bosbeheersplan met een gedeelte waarin maatregelen voor de verwezenlijking van de beheersdoelstellingen voor een beschermd landschap zijn opgenomen. Art. 29.De premie van het Vlaamse Gewest voor de in artikel 27 bepaalde kosten voor ontsluitings-, onderzoeks- en voorlichtingswerkzaamheden bedraagt 20 %. Art. 30.§
- De landschapspremie wordt berekend op basis van de kostenraming, BTW inbegrepen, voorzover de premienemer bewijst dat hij de BTW niet kan recupereren als BTW-plichtige. §
- Bij de beheerswerkzaamheden kunnen andere overheidsbijdragen, met uitzondering van een onderhoudspremie, worden verleend. De gezamenlijke overheidsbijdragen, met inbegrip van eventuele Europese middelen, kunnen niet meer bedragen dan. het totale bedrag van de aanvaarde kostenraming. Onderafdeling III. - Uitbetaling landschapspremie voor uitvoeren beheerswerkzaamheden Art. 31.§
- Voor de uitbetaling van de landschapspremie voor het uitvoeren van de werkzaamheden vermeld in artikel 13, § 1, 2°, 3° en 4°, van dit besluit mogen aan de premienemer op zijn verzoek voorschotten worden verstrekt. §
- De voorschotten worden betaalbaar gesteld : 1° een eerste voorschot ten belope van 25 % van de premie van het Vlaamse Gewest, zodra de minister of zijn gemachtigde in het bezit is gesteld van de bestelling van de beheerswerkzaamheden of diensten en een afschrift van het aanvangsbevel en het rekeningnummer waarop de premie moet worden gestort als dat van toepassing is; 2°een tweede voorschot ten belope van 50 % van de premie van het Vlaamse Gewest bij het voorleggen van de documenten waaruit blijkt dat het gedeelte van de beheerswerkzaamheden of diensten, dat in aanmerking komt voor de premie, is uitgevoerd voor een bedrag dat meer bedraagt dan 50 % van de kostenraming, waarvan daarenboven minstens 25 % door de premienemer aan de uitvoerder is betaald. §
- Het saldo van de premie wordt uitbetaald : 1° na indiening van de eindafrekening, die post per post gerelateerd is aan de kostenraming;2° nadat de minister of zijn gemachtigde heeft vastgesteld dat de werkzaamheden volledig en volgens de regels van de kunst zijn uitgevoerd;3° na rapportering van de uitgevoerde beheerswerkzaamheden en van de stand van zaken in de uitvoering van het landschapsbeheersplan. Art. 32.§
- De beheerswerkzaamheden waarvoor een landschapspremie is toegekend moeten, behoudens de wijzigingen die vooraf goedgekeurd zijn door de minister of zijn gemachtigde, volledig en integraal worden uitgevoerd. Als de premienemer geen gevolg geeft aan tekortkomingen in de uitvoering van de werkzaamheden die door de minister of zijn gemachtigde aan hem worden meegedeeld, wordt hij van rechtswege geacht afstand te doen van de premie, en wordt de premie niet uitbetaald. Tevens worden in voorkomend geval de uitbetaalde voorschotten teruggevorderd door het Vlaamse Gewest. §
- Als de premienemer werkzaamheden uitvoert zonder de nodige vergunningen, wordt hij van rechtswege geacht afstand te doen van de premie en wordt de premie niet uitbetaald. §
- Als vastgesteld wordt dat de premienemer, in tegenstelling met de gegevens van de verbintenis die vermeld wordt in artikel 23, 3° één of meerdere premies heeft aangevraagd en.of bekomen van de overheid, wordt hij van rechtswege geacht afstand te doen van de premie en wordt de premie niet uitbetaald. Tevens worden in voorkomend geval de uitbetaalde voorschotten teruggevorderd door het Vlaamse Gewest §
- Uiterlijk binnen een termijn van 3 jaar na de toekenning moeten de werkzaamheden zijn uitgevoerd, voorlopig opgeleverd, moet de uitbetaling zijn aangevraagd en moeten de post per post gerelateerde eindafrekening van de kosten, een verslag van de werkzaamheden en alle verantwoordingsstukken zijn ingediend bij de administratie. Als hieraan niet wordt voldaan, wordt de premienemer van rechtswege geacht af te zien van de premie en wordt de premie niet uitbetaald. Tevens worden in voorkomend geval de uitbetaalde voorschotten teruggevorderd door het Vlaamse Gewest. Art. 33.Bij de afrekening van een toegekende landschapspremie neemt de premienemer de aanvullende kosten voor de meer- en bijwerken voor zijn rekening als het bedrag van de eindafrekening hoger is dan dat waarop de premie is berekend. Als het eindbedrag van de beheerswerkzaamheden lager ligt dan dat waarop de premie werd berekend, dan wordt de premie in verhouding verminderd. Art. 34.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Landschappen, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 4 april
- De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken, P. VAN GREMBERGEN