genomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, wat het handhavingsbeleid betreft Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. Art. 2.
titel I, hoofdstuk III, van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, gewijzigd bij decreet van 26 april 2000, wordt een afdeling 4, bestaande uit artikel 9bis, toegevoegd, die luidt als volgt : « Afdeling
de Vlaamse regering voorgelegd. § 6. De Vlaamse regering stelt de Hoge Raad voor het Herstelbeleid een permanent secretariaat en de nodige middelen ter beschikking. De Vlaamse regering bepaalt het bedrag van de vergoedingen, dat
de leden van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid moet worden toegekend, en bepaalt hun vergoedingen voor reis- en verblijfsonkosten. § 7. Naast de opdrachten die de Hoge Raad voor het Herstelbeleid heeft op grond van dit decreet of zijn uitvoeringsbesluiten, kan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid advies geven, opmerkingen maken of voorstellen doen over alle
gelegenheden met betrekking tot het handhavingsbeleid, op eigen initiatief of op verzoek van het Vlaams Parlement of de Vlaamse regering. De Hoge Raad voor het Herstelbeleid brengt jaarlijks een verslag uit met eventuele beleidsaanbevelingen
de bevoegde commissie van het Vlaams Parlement. § 8. De Vlaamse regering kan nadere regels vaststellen inzake de organisatie en de werkwijze van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. » Art. 3.In artikel 96 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen
gebracht : 1° in § 1 wordt een 7°bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « 7°bis in voorkomend geval, het stedenbouwkundig attest van conformiteit zoals bedoeld in artikel 105, § 3;»; 2°
wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Constructies waarvan door enig bewijsmateriaal wordt
getoond dat ze gebouwd zijn na de inwerkingtreding van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, maar die dateren van voor de allereerste, definitieve vaststelling van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, krijgen in het vergunningenregister de vermelding dat er een vermoeden bestaat dat de constructie als vergund moet worden beschouwd, indien de overheid niet kan
tonen door enig bewijsmateriaal, behoudens getuigenverklaringen, zoals door middel van een goedgekeurd bouwplan, een proces-verbaal of een bezwaarschrift, dat de constructie in overtreding werd opgericht.» Art. 4.
artikel 105, § 3, van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De Vlaamse regering kan bepalen dat bij het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning voor het uitvoeren van werken, waarvoor de medewerking van een architect is vereist, een financiële waarborg wordt gestort door de bouwheer. Deze waarborg komt pas vrij nadat de op een bepaald tijdstip uitgevoerde werken conform zijn verklaard met de verleende stedenbouwkundige vergunning. De Vlaamse regering stelt de nadere regels en de procedure voor dit stedenbouwkundig attest van conformiteit vast. » Art. 5.In artikel 113, § 1, van hetzelfde decreet wordt de eerste zin
gevuld met de volgende woorden : « en in voorkomend en verzoekend geval, een afschrift van de beslissing naar de toezichthoudende architect. » Art. 6.In artikel 122, § 1, van hetzelfde decreet wordt het eerste lid
gevuld met de volgende woorden : « en in voorkomend en verzoekend geval, een afschrift van de beslissing naar de toezichthoudende architect. » Art. 7.
artikel 146 van hetzelfde decreet worden een derde en vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt : « De strafsanctie voor het instandhouden van inbreuken, bedoeld in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 6° en 7°, geldt niet voorzover de handelingen, werken, wijzigingen of het strijdige gebruik niet gelegen zijn in de ruimtelijk kwetsbare gebieden, voorzover ze geen onaanvaardbare stedenbouwkundige hinder veroorzaken voor de omwonenden of voorzover ze geen ernstige inbreuk vormen op de essentiële stedenbouwkundige voorschriften inzake de bestemming krachtens het ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van
leg. Onder de ruimtelijk kwetsbare gebieden worden verstaan de groengebieden, natuurgebieden, natuurgebieden met wetenschappelijke waarde, natuurreservaten, natuurontwikkelingsgebieden, parkgebieden, bosgebieden, valleigebieden, brongebieden, agrarische gebieden met ecologische waarde of belang, agrarische gebieden met bijzondere waarde, grote eenheden natuur, grote eenheden natuur in ontwikkeling en de ermee vergelijkbare gebieden,
gewezen op plannen van
leg, alsook de beschermde duingebieden en voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden,
gewezen krachtens het decreet van 14 juli 1993 houdende maatregelen tot bescherming van de kustduinen. » Art. 8.In artikel 149 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen
gebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Naast de straf kan de rechtbank bevelen de plaats in de oorspronkelijke toestand te herstellen of het strijdige gebruik te staken, en/of bouw- of
passingswerken uit te voeren en/of een geldsom te betalen gelijk
de meerwaarde die het goed door het misdrijf heeft verkregen. Dit gebeurt op vordering van de stedenbouwkundig inspecteur of van het college van burgemeester en schepenen op wier grondgebied de werken, handelingen of wijzigingen, bedoeld in artikel 146, werden uitgevoerd. Indien deze inbreuken dateren van voor 1 mei 2000 is voorafgaand een eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid vereist. Het eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid moet worden verleend binnen 60 dagen na de
getekende adviesaanvraag. Wanneer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid geen eensluidend advies heeft verleend binnen de gestelde termijn, mag
de adviesvereiste worden voorbijgegaan. Voor de misdrijven waarvan de eigenaar kan
tonen dat ze werden gepleegd voor 1 mei 2000, kan in principe steeds het middel van de meerwaarde worden
gewend, tenzij in één van de volgende gevallen : 1° bij het niet naleven van een bevel tot staking;2° indien het misdrijf onaanvaardbare stedenbouwkundige hinder veroorzaakt voor de omwonenden;3° indien het misdrijf een zwaarwichtige en onherstelbare inbreuk vormt op de essentiële stedenbouwkundige voorschriften inzake de bestemming krachtens het ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van
leg. Indien de vorderingen van de stedenbouwkundig inspecteur en van het college van burgemeester en schepenen niet overeenstemmen, heeft de vordering van eerstgenoemde voorrang. De rechtbank bepaalt een termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen en, op vordering van de stedenbouwkundig inspecteur of het college van burgemeester en schepenen, een dwangsom per dag vertraging in de tenuitvoerlegging van de herstelmaatregelen. »; 2°
wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Bij een vordering tot betaling van een geldsom gelijk
de meerwaarde, vermeldt de stedenbouwkundig inspecteur of het college van burgemeester en schepenen of
het goed nog instandhoudings- of onderhoudswerken, die betrekking hebben op de stabiliteit, zoals bedoeld in artikel 195bis, 3°, mogen worden uitgevoerd.»; 3°
wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « In afwijking van het eerste lid worden de geldsommen gelijk
de meerwaarde, waarvan de betaling werd gevorderd en verkregen zonder voorafgaande veroordeling door de rechtbank, geacht geldig te zijn bepaald en verkregen voorzover de vordering tot het betalen van die geldsommen en de algehele betaling dateert van voor 1 mei 2000.» Art. 9.In artikel 153 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen
gebracht 1° na het eerste lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Voor de inbreuken die dateren van voor 1 mei 2000 kan de ambtshalve uitvoering van het vonnis of arrest door de stedenbouwkundig inspecteur slechts worden opgestart na eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid.»; 2° er wordt een nieuw lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De verjaring van de herstelmaatregel neemt een
vang vanaf het verstrijken van de termijn die de rechtbank, overeenkomstig artikel 149, § 1, laatste lid, bepaalde voor de tenuitvoerlegging ervan.». Art. 10.In artikel 191, § 1, vijfde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « Constructies waarvan door enig bewijsmateriaal wordt
getoond dat ze gebouwd zijn voor de inwerkingtreding van de wet van 29 maart 1962 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en de stedenbouw » vervangen door de woorden « Constructies waarvan door enig bewijsmateriaal, behoudens getuigenverklaringen, wordt
getoond dat ze gebouwd zijn voor de allereerste, definitieve vaststelling van het gewestplan ». Art. 11.In hetzelfde decreet wordt een nieuw artikel 198bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 198bis.De bepalingen met betrekking tot het eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, zoals bedoeld in artikel 149, § 1, en artikel 153, treden pas in werking nadat de Hoge Raad voor het Herstelbeleid is opgericht en het huishoudelijke reglement is goedgekeurd. De rechter kan ingediende vorderingen voor inbreuken, die dateren van voor 1 mei 2000 maar die nog niet voor eensluidend advies werden voorgelegd
de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, alsnog voorleggen voor eensluidend advies
de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. ». Art. 12.Dit decreet treedt in werking op de datum van de publicatie in het Belgisch Staatsblad . Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 4 juni 2003. De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening, D. VAN MECHELEN _______ Nota
genomen door de plenaire vergadering, 1566 - Nr. 10. Handelingen. - Bespreking en
neming : vergaderingen van 28 mei 2003.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.