← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 2001, gesloten in het Paritair Comité v

20 SEPTEMBER 2003. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de makelarij en verzekeri

Art. 28

.Inwerkingtreding De nieuwe loonschalen en classificaties treden in werking op 1 april

  1. De verschuldigde loonsverhogingen kunnen worden beperkt tot 50 pct.op 1 april 2000; de helft van het saldo zal toegekend worden ten laatste op 1 april 2001 en de rest ten laatste op 1 april
  2. Art. 29.Aanpassing van de reële lonen aan de nieuwe classificatie Dit artikel betreft de werknemers die op datum van 1 april 2000, na de invoering van de nieuwe sectorale loonschalen en categorieën, een reëel loon ontvangen dat hoger is dan het bedrag verschuldigd op die leeftijd. In de nieuwe categorie zal hun loon behouden blijven en zullen zij recht hebben op een halve jaarlijkse verhoging tot op het moment dat hun reëel loon zal bijgehaald worden door het verschuldigde loon op hun leeftijd en in de nieuwe categorie. Art. 30.In het geval van een forfaitaire verhoging van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen, buiten die wegens indexering, worden deze loonschalen herzien teneinde een billijk evenwicht te behouden tussen de verschillende categorieën alsook de jaarlijkse procentuele progressie in categorie
  3. Art. 31.In geen geval zal het minimummaandloon na de invoeringsdatum van de nieuwe loonschalen (1 april 2000) lager zijn dan het bruto minimummaandloon voor die datum. Art. 32.De loonschalen, categorieën en classificaties in de ondernemingen met een gunstigere overeenkomst blijven integraal van kracht. Art. 33.Bij hun indiensttreding zullen de werknemers beloond worden volgens de categorie van de functie die zij zullen uitoefenen. Evenwel, gedurende de proef- en/of vormingsperiode (maximum 12 maanden), kan het minimummaandloon berekend worden tegen 90 pct. Art. 34.De werknemers, in dienst genomen voor 21 jaar, zullen betaald worden een percentage, afnemend met 5 pct. per afgetrokken jaar, van het minimum aanvangsmaandloon van de met hun functie overeenstemmende categorie. Art. 35.Tussen de leeftijd van 21 jaar en de normale aanvangsleeftijd van bedoelde categorie wordt het minimummaandloon bekomen door zoveel maal 1 pct. van het minimummaandloon voorzien voor de aanvangsleeftijd, af te trekken als er jaren verschil in leeftijden is. Sectie
  4. - Uitvoeringsstafpersoneel Art. 36.De minimum maandlonen per categorie van het uitvoeringsstafpersoneel worden als volgt vastgesteld in overeenstemming met de spilindex 103,14 : Voor de raadpleging van de tabel,

Sectie 4. - Inspecteurs Art. 37.De minimum maandlonen per categorie van het inspectiepersoneel, worden als volgt vastgesteld, in overeenstemming met de spilindex 103,14 : Voor de raadpleging van de tabel,

HOOFDSTUK IV. - Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen Art. 38.De minimummaandlonen vastgesteld bij de artikelen 27, 36 en 37 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, maandelijks vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad . Art. 39.Voor de toepassing van dit hoofdstuk moet onder "spilindexen" worden verstaan : de getallen behorend tot een reeks waarvan het eerste 103,14 is, voor de minimummaandlonen. Elk van de volgende spilindexen wordt bekomen door de voorgaande te vermenigvuldigen met 1,02 terwijl de delen van honderdsten van een punt worden afgerond op het naasthogere honderdste of worden verwaarloosd, naargelang zij al dan niet 50 pct. van een honderdste bereiken. Art. 40.Iedere maal dat het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van twee opeenvolgende maanden een van de spilindexen bereikt of er op wordt teruggebracht, worden de lonen opnieuw berekend door de coëfficiënt 1,02"n" er op toe te passen, waarvan "n" de rang van de bereikte spilindex vertegenwoordigt. Voor het berekenen van de coëfficiënt "1,02n", worden de breuken van een tienduizendste van een eenheid afgerond tot het hogere tienduizendste of weggelaten, naargelang zij al dan niet 50 pct. van een tienduizendste bereiken. Art. 41.De verhoging of vermindering wordt toegepast vanaf de tweede maand die volgt op het einde van de periode van twee maanden tijdens welke het gemiddeld indexcijfer het cijfer bereikt dat een wijziging rechtvaardigd, volgens de hiernavolgende tabel, die als voorbeeld wordt gegeven, maar niet limitatief is : Voor de raadpleging van de tabel,

Art. 42

.De uit de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen voortvloeiende verhogingen, aan elk personeelslid verschuldigd, mogen in geen geval lager zijn dan het bedrag van de op de maandelijkse minimumlonen toegepaste verhoging, rekening houdend met de leeftijd en de categorie waartoe de belanghebbende behoort. HOOFDSTUK V. - Arbeidsduur Art. 43.§

  1. De maximumgrens van de wekelijkse arbeidsduur wordt vastgesteld op 37 uur en 30 minuten vanaf 1 april
  2. §
  3. De ondernemingen waar de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur werd berekend op jaarbasis door het toekennen van compensatiedagen, kunnen dit systeem behouden, naar rato van 1 compensatiedag op jaarbasis per schijf van 10 minuten wekelijkse arbeidstijd boven de grens van 37 u. 30 m. Art. 44.De wekelijkse arbeidsduur wordt over de eerste vijf dagen van de week verdeeld. De voor de goede gang van de onderneming onontbeerlijke diensten worden evenwel op zaterdag verzekerd. De ondernemingsraad of, bij ontstentenis ervan, de syndicale afvaardiging bepaalt welke diensten op zaterdag moeten werken, de getalsterkte van het personeel dat met het verzekeren van de diensten is belast, alsmede de bijzondere toepassingswijzen. Voor de ondernemingen, waar noch een ondernemingsraad, noch een syndicale afvaardiging bestaat, worden in vorig lid bepaalde maatregelen door de werkgever vastgesteld, onder voorbehoud van de instemming van de meerderheid van het personeel. HOOFDSTUK VI. - Bijkomende vakantie voor anciënniteit in de firma Art. 45.Onverminderd de gunstiger bepalingen die in de onderneming kunnen worden overeengekomen en onverminderd de inachtneming van de verworven toestand, is de regeling voor de bijkomende vakantie voor anciënniteit in de firma als volgt vastgesteld : §
  4. De anciënniteit wordt berekend op de eerste dag van het kalenderjaar tijdens hetwelk de vakantie wordt toegekend. §
  5. De vakantiedagen ten gevolge van anciënniteit in de onderneming worden op basis van één dag bovenop de 20 wettelijke dagen vanaf 1997 toegekend per schijf van vijf jaar anciënniteit. De ondernemingen die reeds bijkomende vakantiedagen, bovenop de 20 wettelijke, toekennen, kunnen deze in mindering brengen van de anciënniteitsdagen waarvan sprake in bovenvermelde paragraaf. §
  6. Voor de werknemers die reeds voor 1 juli 1997 langer dan 5 jaar in dienst waren bij de onderneming geldt de hiernavolgende regeling voor het jaar 1997 en volgende. - Anciënniteit in 1997 meer dan 5 jaar : 1 dag anciënniteitsvakantie vanaf 1997 in 1997 na hun 5-jarige anciënniteitsverjaardag. - Anciënniteit in 1998 meer dan of gelijk aan 10 jaar : 2 dagen anciënniteitsvakantie vanaf 1998 waarvan 1 dag in 1998 na hun 10-jarige anciënniteitsverjaardag. - Anciënniteit in 1999 meer dan of gelijk aan 15 jaar : 3 dagen anciënniteitsvakantie vanaf 1999 waarvan 1 dag in 1999 na hun 15-jarige anciënniteitsverjaardag. - Anciënniteit in 2000 meer dan of gelijk aan 20 jaar : 4 dagen anciënniteitsvakantie vanaf 2000 waarvan 1 dag in 2000 na hun 20-jarige anciënniteitsverjaardag. - Anciënniteit in 2001 meer dan of gelijk aan 25 jaar : 1 dag per schijf van 5 jaar anciënniteit vanaf 2001 waarvan 1 dag in 2001 na hun 25-jarige anciënniteitsverjaardag. §
  7. Voor de deeltijdse werknemers zullen het aantal vermelde vakantiedagen, bepaald in artikel 4, in verhouding tot hun wekelijkse arbeidsduur bepaald worden. HOOFDSTUK VII. - Kort verzuim Art. 46.Ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten, welke hierna zijn opgesomd, hebben de werknemers het recht, met behoud van hun loon, het werk te verzuimen voor een als volgt bepaalde duur : Voor de raadpleging van de tabel,

Voor de toepassing van de nummers 2, 3, 5, 8 en 9 wordt het adoptie-, pleeg- of natuurlijk erkend kind gelijkgesteld met het wettig of gewettigd kind. Voor de toepassing van de nummers 6 en 7 worden de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de echtgeno(o)t(e) van de werknemer gelijkgesteld met de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de werknemer. Art. 47.Zonder afbreuk te doen aan het principe van het werkgeversgezag en ten einde, naar gelang van de economische mogelijkheden van de onderneming de stabiliteit van de arbeidskrachten te verzekeren, geschiedt het eventueel ontslag met inachtneming van sommige regels van billijkheid. Art. 48.Bij het ontslag dat aan bijzondere economische omstandigheden is te wijten, wordt een orde van voorrang voorzien met inachtneming van de bevoegdheid, de verdienste, de specialisatie, de leeftijd, de anciënniteit en de gezinslast. HOOFDSTUK VIII. - Ontslag en wederindienstneming Art. 49.Evenzo, wordt, bij wederindienstneming, de voorrang van de ontslagen werknemers verleend in dezelfde volgorde als bij het ontslag, doch omgekeerd. HOOFDSTUK IX. - Verlof voor syndicale vorming Art. 50.Elke representatieve werknemersorganisatie beschikt over een krediet in dagen voor de vorming buiten de onderneming van haar afgevaardigden in de ondernemingsraad, het comité voor preventie en bescherming op het werk en de vakbondsafvaardiging. Dat krediet bedraagt, voor elke representatieve werknemersorganisatie, 6 dagen voor 4 jaar effectief mandaat uitgeoefend door een van haar aangeslotenen in de ondernemingsraad, het comité voor preventie en bescherming op het werk en de vakbondsafvaardiging. Dat krediet in dagen kan gebruikt worden door de effectieve of plaatsvervangende leden van die organen zonder dat een van zijn leden daarvoor, en voor het geheel van zijn dagenkrediet voor syndicale vorming, meer dan 28 dagen kan gebruiken over een periode van 4 jaren. HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen Art. 51.Overgangsbepaling Voor de bedragen die in euro worden vermeld in de artikelen 27, 36 en 37 gelden vanaf de dag van de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst tot 31 december 2001 de bedragen die in Belgische frank worden vermeld in onderstaande tabellen. Voor de raadpleging van de tabel,

Art. 52

.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 april 2000 en wordt gesloten voor een onbepaalde tijd. Iedere ondertekenende partij mag deze collectieve arbeidsovereenkomst opzeggen mits een opzegging van drie maanden. Deze opzegging wordt gericht, bij een ter post aangetekende brief, aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de makelarij en de verzekeringsagentschappen. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 september 2003. De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE Addendum bij wijze van inlichting Uittreksel uit de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 23 van 25 juli 1975, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum maandinkomen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 9 september 1975 Art. 4.Bij ontstentenis van een andersluidende collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in het paritair comité heeft het in artikel 3 bepaalde gemiddeld minimum maandinkomen betrekking op alle elementen van het loon die verband houden met de normale arbeidsprestaties waarop de werknemer recht heeft ten laste van zijn werkgever. Deze elementen omvatten onder meer het loon in geld of in natura, het vast of veranderlijk loon alsmede de premies en voordelen waarop de werknemer recht heeft ten laste van de werkgever uit hoofde van zijn normale arbeidsprestaties, dit wil zeggen de prestaties vermeld in de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten en per onderneming gepreciseerd in het arbeidsreglement (Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971). Zij omvatten onder meer niet de overlonen voor overwerk, de voordelen bedoeld bij artikel 19, § 2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969, genomen ter uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders; zij omvatten evenmin de sociale uitkeringen die toegekend worden naar aanleiding van schorsingsperioden van de arbeidsovereenkomst. Commentaar bij artikel 4. 1) Het criterium voor de inschakeling van premies of andere voordelen in het gemiddeld minimum maandinkomen is het recht dat de werknemer erop kan laten gelden, rechtstreeks of onrechtstreeks ten laste van de werkgever, krachtens de normale arbeidsprestaties die hij heeft geleverd.2) Het criterium "normale arbeidsprestaties" betekent dat geen rekening wordt gehouden met :

  1. a)Overlonen die worden betaald als vergoeding van prestaties die als bijkomende prestaties moeten aangezien worden ten overstaan van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten, de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de arbeidsduur evenals het arbeidsreglement.
  2. b)De voordelen bedoeld bij artikel 19, § 2, van genoemd koninklijk besluit van 28 november 1969 dit wil zeggen : 1° de vergoeding toegekend in geval van sluiting van ondernemingen;2° de vergoedingen aan de werknemers verschuldigd wanneer de werkgever zijn wettelijke, contractuele of statutaire verplichtingen niet nakomt, daarin is begrepen, in afwijking van bovenvermeld artikel 19, § 2, de vergoeding wegens onrechtmatige beëindiging hetzij van de dienstbetrekking voor onbepaalde tijd wegens niet eerbiediging van de opzeggingstermijn of van het nog te lopen gedeelte van deze termijn, hetzij van de dienstbetrekking voor bepaalde tijd of voor een bepaald werk wegens beëindiging vóór het verstrijken van de termijn of de beëindiging van het werk;3° de vergoeding wegens uitwinning, bedoeld in artikel 15 van de wet van 30 juli 1963 tot instelling van het statuut der handelsvertegenwoordigers;4° de bedragen die gelden als terugbetaling van de kosten die de werknemer heeft verricht om zich van zijn woonplaats naar zijn werkplaats te begeven, alsook de kosten die ten laste van zijn werkgever vallen;5° de voordelen toegekend in de vorm van arbeidsgereedschap of werkkleding;6° de bedragen die de werkgever aan de werknemer betaalt teneinde zich te kwijten van zijn verplichting om arbeidsgereedschap of werkkleding te bezorgen of om te zorgen voor kost en inwoning wanneer de werknemer ver van zijn woning tewerkgesteld is;7° de bedragen die aan de werknemers worden toegekend wegens hun aansluiting bij een vakorganisatie ten belope van het bedrag door de Minister van Sociale Voorzorg bepaald;8° de voordelen die door een fonds voor bestaanszekerheid aan de werknemers worden toegekend in de vorm van zegels en die bepaald zijn bij regelingen, voor 1 januari 1970 ingevoerd;
  3. c)men houdt evenmin rekening met de wettelijke en aanvullende sociale prestaties die worden toegekend naar aanleiding van schorsingsperiodes van de arbeidsovereenkomst zoals : ziekte-uitkeringen, werkloosheidsuitkeringen bij gedeeltelijke werkloosheid, enkel en dubbel vakantiegeld.3) De premies die betrekking hebben op een periode van meer dan één maand, komen in aanmerking in zover de werknemer het recht op deze premies heeft verworven en in zover die premies binnen een maximum termijn van twaalf maanden worden uitbetaald.Wanneer de werknemer op het ogenblik dat hij zijn werkgever verlaat de voorwaarden tot toekenning van de premie niet vervult en hij daardoor het gemiddeld minimummaandinkomen niet bereikt, dient het bedrag van het inkomen tot het verschuldigde bedrag te worden aangevuld. 4) Voor de werknemer die niet gedurende de ganse maand in kwestie heeft gewerkt, wordt het gemiddeld minimum maandinkomen berekend tot de duur van zijn normale arbeidsprestaties. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 september 2003. De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.