← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2002, gesloten in het Paritair Comité voo

Obsah (4)Art. 12Art. 13Art. 15Art. 16

1 OKTOBER 2003. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel, t

Art. 12

.Het minimum maandloon van het administratief personeel van de ondernemingen die tot de tweede groep behoren en minder dan 20 werknemers tewerkstellen, wordt als volgt vastgesteld, per 1 oktober 2001 : Voor de raadpleging van de tabel,

Art. 13

.Het minimum maandloon van het administratief personeel van de ondernemingen die tot de tweede groep behoren en 20 werknemers of meer tewerkstellen, wordt als volgt vastgesteld, per 1 oktober 2001 : Voor de raadpleging van de tabel,

Op 1 september 2002 worden deze weddenschalen en de werkelijk betaalde lonen van de voltijdse werknemers vanaf 21 jaar en ouder, tewerkgesteld in de ondernemingen die twintig werknemers of meer tewerkstellen, verhoogd met 15 EUR. De deeltijdse bedienden van deze ondernemingen hebben recht op een pro rata van deze verhoging. De minimumlonen voor de bedienden van 16 tot 20 jaar worden vastgesteld op basis van de degressiviteitsschaal vermeld in artikel 10. C . Verkooppersoneel Art. 14.Het minimum maandloon van het verkooppersoneel van de ondernemingen die tot de eerste groep behoren, wordt als volgt vastgesteld, per 1 oktober 2001 : Voor de raadpleging van de tabel,

Art. 15

.Het minimum maandloon van het verkooppersoneel van de ondernemingen die tot de tweede groep behoren en minder dan twintig werknemers tewerkstellen, wordt als volgt vastgesteld, per 1 oktober 2001 : Voor de raadpleging van de tabel,

Art. 16

.Het minimum maandloon van het verkooppersoneel van de ondernemingen die tot de tweede groep behoren en twintig werknemers of meer tewerkstellen, wordt als volgt vastgesteld, per 1 oktober 2001 : Voor de raadpleging van de tabel,

Op 1 september 2002 worden deze weddenschalen in de werkelijk betaalde lonen van de voltijdse werknemers vanaf 21 jaar en ouder, tewerkgesteld in de ondernemingen die twintig werknemers of meer tewerkstellen, verhoogd met 15 EUR. De deeltijdse bedienden van deze ondernemingen hebben recht op een pro rata van deze verhoging. De minimumlonen voor de bedienden van 16 tot 20 jaar worden vastgesteld op basis van de degressiviteitsschaal vermeld in artikel

  1. D . Filiaalhouders Art. 17.Filiaalhouders tewerkgesteld in ondernemingen die minder dan 20 werknemers tewerkstellen en die alleen voor de verkoop instaan en bij hun werkplaats een woonst genieten ten laste van de werkgever : - 1 075,91 EUR per 1 oktober 2001 (referte-index 108,34). Dit bedrag wordt verhoogd met een commissieloon dat ten minste 3 pct. bedraagt van de schijf van het gemiddeld maandelijks omzetcijfer hoger dan 7 214,72 EUR en dit tot dit verhoogde bedrag 1 370,68 EUR bereikt. Dit laatste bedrag vertegenwoordigt in dat geval het minimum maandloon van de filiaalhouder. Art. 18.Filiaalhouders tewerkgesteld in ondernemingen met 20 of meer werkgevers en die alleen voor de verkoop instaan en bij hun werkplaats een woonst genieten ten laste van de werkgever : - 1.062,50 EUR per 1 oktober 2001 (referte-index 108,34). Dit bedrag wordt verhoogd met een commissieloon dat ten minste 3 pct. bedraagt van de schijf van het gemiddeld maandelijks omzetcijfer hoger dan 7.214,72 EUR en dit tot dit verhoogde bedrag 1.357,29 EUR bereikt. Dit laatste bedrag vertegenwoordigt in dat geval het minimum maandloon van de filiaalhouder. De hierboven vermelde minimum maandlonen worden voor de ondernemingen met 20 of meer werknemers op 1 september 2002 met 15 EUR verhoogd. Art. 19.Filiaalhouders tewerkgesteld in de ondernemingen die minder dan 20 werknemers tewerkstellen en die alleen voor de verkoop instaan en bij hun werkplaats geen woonst genieten ten laste van de werkgever : - 1.370,68 EUR per 1 oktober 2001 (referte-index 108,34). Art. 20.Filiaalhouders tewerkgesteld in de ondernemingen die minder dan 20 werknemers tewerkstellen en die alleen voor de verkoop instaan en bij hun werkplaats geen woonst genieten ten laste van de werkgever : - 1.357,29 EUR per 1 oktober 2001 (referte-index 108,34). Het hierboven vermelde minimum maandloon wordt voor de ondernemingen met 20 of meer werknemers op 1 september 2002 met 15 EUR verhoogd. Art. 21.Filiaalhouders die tewerkgesteld zijn in ondernemingen die minder dan 20 werknemers tewerkstellen en die filiaalhouder zijn van winkels of filialen die verkooppersoneel en/of winkelkassiers tewerkstellen : - 1.497,25 EUR per 1 oktober 2001 (referte-index 108,34) indien in de verkoopplaats één tot en met tien verkooppersoneelsleden en/of winkelkassiers zijn tewerkgesteld; - 1.711,93 EUR per 1 oktober 2001 (referte-index 108,34) indien in de verkoopplaats van elf tot en met negentien verkooppersoneelsleden en/of winkelkassiers zijn tewerkgesteld. Art. 22.Filiaalhouders die tewerkgesteld zijn in ondernemingen die 20 of meer werknemers tewerkstellen en die filiaalhouder zijn van winkels of filialen die verkooppersoneel en/of winkelkassiers tewerkstellen : - 1.483,87 EUR per 1 oktober 2001 (referte-index 108,34), indien in de verkoopplaats één tot en met tien verkooppersoneelsleden en/of winkelkassiers zijn tewerkgesteld; - 1.698,54 EUR per 1 oktober 2001 (referte-index 108,34) indien in de verkoopplaats van elf tot en met twintig verkooppersoneelsleden en/of winkelkassiers zijn tewerkgesteld; - 2.096,21 EUR per 1 oktober 2001 (referte-index 108,34) indien in de verkoopplaats meer dan twintig verkooppersoneelsleden en/of winkelkassiers zijn tewerkgesteld. De hierboven vermelde minimum maandlonen worden voor de ondernemingen met 20 of meer werknemers op 1 september 2002 met 15 EUR verhoogd. Art. 23.Teneinde vast te stellen of het loon van de filiaalhouder de in de artikelen 17 tot en met 22 vastgestelde minimumbedragen bereikt, wordt er rekening gehouden zowel met het vast en veranderlijk loon als met de eventueel andere voordelen in natura dan die voorzien in artikel
  2. E . Bijzondere bepalingen
  3. Leeftijd Art.
  4. De verhogingen welke voortspruiten uit de loonschalen welke zijn vastgesteld bij de artikelen 11 tot en met 16 worden toegekend de eerste van de maand waarin de bediende verjaart.
  5. Kennis en gebruik van meerdere talen Art.
  6. De bij deze collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde minimum maandlonen moeten worden beschouwd als overeenstemmend met het gebruik van één enkele taal. De vereiste van de kennis of het gebruik in de uitoefening van een functie van meer dan één taal, rechtvaardigt niet de overgang naar een hogere categorie als de aard van de functie zelf er niet door wordt gewijzigd, maar het past ermee rekening te houden bij het vaststellen van het loon.
  7. Bedienden die volledig of gedeeltelijk met commissielonen worden beloond. Art. 26.De volledig of gedeeltelijk met commissieloon beloonde bedienden kunnen elke maand aanspraak maken op de minimum loonschalen welke zijn vastgesteld bij een van de artikelen 11 tot en met
  8. De loonaanvullingen, welke hierdoor, eventueel, door de werkgever moeten worden betaald kunnen ambtshalve van het brutoloon van de volgende maanden worden afgehouden zodra en in de mate dat dit laatste deze minima overschrijdt. Deze voorschotten zijn niet meer terugvorderbaar na het afsluiten van de jaarlijkse rekeningen, noch bij het einde van de arbeidsovereenkomst voor bedienden.
  9. Bedienden die in dienst treden na de normale aanvangsleeftijd Art.
  10. Het ondernemingshoofd mag de bedienden, die in dienst treden na de normale aanvangsleeftijd van hun categorie, aanwerven tegen het minimumloon dat voor deze aanvangsleeftijd is voorzien, namelijk : eenentwintig jaar in de eerste en de tweede categorie, drieëntwintig jaar in de derde categorie en vijfentwintig jaar in de vierde en de vijfde categorie. Het minimumloon dat met de leeftijd van de bedienden overeenstemt moet evenwel geleidelijk worden bereikt met jaarlijkse gelijke schijven en dit uiterlijk : - één jaar na de indiensttreding, indien deze gebeurt voor eenendertig jaar; - twee jaar na de indiensttreding, indien deze gebeurt tussen eenendertig en zesendertig jaar; - drie jaar na de indiensttreding, indien deze gebeurt na zesendertig jaar. Het is wenselijk dat deze modaliteiten nauwkeurig in een schriftelijke overeenkomst worden omschreven.
  11. Overloon voor de arbeidsprestaties na negentien uur Art.
  12. In de ondernemingen welke meer dan dertig personen tewerkstellen wordt, voor de duur van de arbeid die wordt verricht na negentien uur, aan de bedienden een vergoeding toegekend die met 25 pct. het gewoon loon overschrijdt. Voor de berekening van het effectief wordt het deeltijds bediendepersoneel als een hele, respectievelijk een halve eenheid beschouwd naargelang in de arbeidsovereenkomst een arbeidsduur van respectievelijk meer of minder dan de helft van de wekelijkse arbeidsduur bedongen werd. HOOFDSTUK IIIbis . - Eenmalige premie Art. 29.Met het loon van 1 oktober 2002 zal, in de ondernemingen die twintig en meer werknemers tewerkstellen, een éénmalige en niet terugkerende bruto premie van 100 EUR betaald worden aan de werknemers die in dienst zijn op 1 oktober 2002 met een anciënniteit van ten minste zes maanden. Aan de deeltijds tewerkgestelde personeelsleden zal deze premie verhoudingsgewijs worden uitbetaald. HOOFDSTUK IV. - Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen Art. 30.De bij hoofdstuk III vastgestelde minimum maandlonen worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen maandelijks door het Ministerie van Economische Zaken vastgesteld en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Art. 31.Elke maand wordt bij de bekendmaking van het indexcijfer van de consumptieprijzen een referte-indexcijfer vastgesteld, dat gelijk is aan het rekenkundig gemiddelde van de indexcijfers van de jongste twee maanden. Art. 32.De in artikel 30 bedoelde lonen stemmen overeen met het referte-indexcijfer 108,34 spil van de stabilisatieschijf 106,22 - 110,
  13. Art. 33.De in artikel 25 bedoelde lonen worden gestabiliseerd per schijven het referte-indexcijfer, zodanig dat de hoogste of laagste grens van elke stabilisatieschijf gelijk is aan het spilindexcijfer vermenigvuldigd met of gedeeld door de constante coëfficiënt 1,
  14. Art. 34.Indien het referte-indexcijfer de grens van een stabilisatieschijf bereikt of overschrijdt, wordt deze grens de spil van een nieuwe stabilisatieschijf waarvan de grenzen worden berekend zoals in artikel 33 is aangegeven. Art. 35.Wanneer de grens van een stabilisatieschijf wordt bereikt of overschreden moeten de laatste minimum maandlonen worden aangepast. Deze aanpassing geschiedt bij stijging door ze te vermenigvuldigen met de coëfficiënt 1,02; bij daling, door ze te delen door de coëfficiënt 1,
  15. Art. 36.De loonaanpassingen treden in werking de eerste dag van de maand die volgt op deze waarvan het referte-indexcijfer tot aanpassing aanleiding geeft. Art. 37.Bij toepassing van de bepalingen van de artikelen 30 tot en met 35, wordt de volgende tabel opgemaakt : Voor de raadpleging van de tabel,

Deze tabel is niet beperkend. Deze schijven zijn berekend naar rato van 2 pct. gecumuleerd vanuit het referte-indexpunt 108,

  1. Het rekenkundig gemiddelde en de grenzen van de indexschijven worden afgerond tot op twee decimalen, met inachtneming van navolgende regels : - het tweede decimaal blijft ongewijzigd, wanneer het derde decimaal gelijk is aan of lager dan 4; - het tweede decimaal wordt afgerond naar de naasthogere eenheid, wanneer de derde decimaal gelijk is aan of hoger is dan
  2. De maandlonen van de bedienden worden volgens dezelfde regels afgerond tot op twee decimalen op de euro, rekening houdende met drie decimalen (voorbeeld : 1.370,68 EUR + 2 pct. indexaanpassing = 1.398,093 EUR en afgerond op 1.398,09 EUR). Art. 38.Het verschil dat er bestaat tussen het werkelijk loon en het minimum maandloon moet worden behouden telkens als het minimum maandloon wordt verhoogd ingevolge de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Art. 39.De in de artikelen 17 en 18 vermelde schijf van het gemiddelde maandelijkse omzetcijfer is gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. HOOFDSTUK V. - Eindejaarspremie A . Toekenningsvoorwaarden Art. 40.Een eindejaarspremie wordt toegekend aan de bedienden die in dienst zijn op 31 december van het refertejaar en op diezelfde datum ten minste zes maanden anciënniteit hebben in de onderneming. Art. 41.Ingeval zij het bedrijf verlaten voor de datum van de uitbetaling van de eindejaarspremie voorzien in deze collectieve arbeidsovereenkomst, hebben de werknemers eveneens recht op een eindejaarspremie. Deze premie wordt berekend pro rata de tewerkgestelde maanden in het respectievelijke referentiejaar en voor zover zij op het moment van hun vertrek een anciënniteit van ten minste zes maanden in de onderneming hebben. De eindejaarspremie is niet verschuldigd in geval van ontslag om dringende redenen en evenmin indien de werknemer zelf ontslag neemt. B . Bedrag Art. 42.Het bedrag van de eindejaarspremie is vastgesteld :
  3. voor de bedienden die gedurende het ganse refertejaar in de onderneming tewerkgesteld zijn geweest op 100 pct.van het maandloon;
  4. voor de andere bedienden die op 31 december van het refertejaar ten minste zes maand anciënniteit in de onderneming hebben op één twaalfde van de voormelde eindejaarspremie per volledige maand tewerkstelling. Art. 43.Het bedrag van de eindejaarspremie mag worden herleid ten belope van de afwezigheden in de loop van het jaar die niet voortspruiten uit de toepassing van de wettelijke reglementaire en conventionele bepalingen inzake jaarlijkse vakantie, wettelijke feestdagen, kort verzuim, beroepsziekte, arbeidsongeval. Voor de eerste dertig dagen afwezigheid wegens ziekte, ongeval of bevallingsrust, wordt bedoeld bedrag evenwel niet herleid. C . Berekeningswijze
  5. Bedienden waarvan het loon vast is Art.
  6. Voor de bedienden waarvan het loon vast is, wordt de eindejaarspremie berekend op het brutoloon voor de maand december van het betrokken jaar.
  7. Filiaalhouders en bedienden die volledig of gedeeltelijk met commissieloon zijn beloond Art.
  8. Voor de filiaalhouders en de bedienden die volledig of gedeeltelijk met commissieloon worden beloond, wordt de eindejaarspremie berekend op het maandelijks gemiddelde van de vaste en veranderlijke brutolonen die werden betaald gedurende het betrokken jaar. D . Uitsluitingen Art. 46.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing :
  9. op de ondernemingen die in de loop van het betrokken jaar ten minste een evenwaardig voordeel toekennen, onder welke benaming ook, hetzij onder de vorm van een conventionele premie, hetzij bij wijze van gift;
  10. op de ondernemingen die op hun niveau bij overeenkomst de lonen en andere arbeidsvoorwaarden van hun bedienden regelen, voor zover de bij bedoelde ondernemingsovereenkomst toegekende voordelen samen genomen ten minste gelijk zijn aan de voordelen voorzien in deze collectieve arbeidsovereenkomst. E . Betalingsdatum Art. 47.Het bedrag van de eindejaarspremie is eisbaar en moet worden uitgekeerd ten laatste tussen 15 en 31 december van ieder jaar. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen Art. 48.De werknemers met een deeltijdse betrekking hebben dezelfde rechten als de voltijdse tewerkgestelden, pro rata de gepresteerde arbeidstijd. Art. 49.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 oktober 2001 en is gesloten voor een onbepaalde tijd. Art. 50.Zij mag slechts worden opgezegd door een van de ondertekenende partijen en zulks mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel en aan de ondertekenende organisaties van deze collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 51.Deze opzegging neemt een aanvang op de eerste dag van de maand die volgt op deze waarin zij wordt betekend. Art. 52.De organisatie welke het initiatief neemt van de opzegging moet de redenen ervan opgeven en gelijktijdig opbouwende voorstellen neerleggen welke door de andere organisaties in het paritair comité moeten worden besproken binnen een termijn van één maand na hun ontvangst. Art. 53.Bij ontstentenis van een akkoord vóór het verstrijken van een opzeggingstermijn blijven de voordelen en verplichtingen welke voortvloeien uit deze collectieve arbeidsovereenkomst hun uitwerking hebben ten overstaan van de werkgevers en bedienden die zijn bedoeld in artikel 1, tot op het ogenblik dat een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst met een maximum termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf het verstrijken van de opzeggingstermijn, wordt gesloten. Art. 54.De collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juli 1999 tot vaststelling van de arbeids- en loonvoorwaarden (koninklijk besluit van 26 februari 2002, Belgisch Staatsblad van 23 april 2002) wordt opgeheven. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 oktober
  11. De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.