artikel 78 van de Grondwet. Art. 2.Deze wet zet de Richtlijn 2001/115/EG van de Raad van 20 december 2001 tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG met het oog op de vereenvoudiging, modernisering en harmonisering van de ter zake van de facturering geldende voorwaarden op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde om. Art. 3.
artikel 17, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 28 december 1992, wordt het derde lid opgeheven. Art. 4.
artikel 22, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, wordt het derde lid opgeheven. Art. 5.
artikel 38, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden "
artikel 17, § 1, tweede en derde lid, §§ 2 en 3, en
artikel 22, § 2, tweede en derde lid, en § 3" vervangen door de woorden "
artikel 17, § 1, tweede lid, §§ 2 en 3, en
artikel 22, § 2, tweede lid, en § 3". Art. 6.
artikel 51 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 december 1992 en 22 december 1995 en de wet van 7 maart 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 2°, worden de woorden "
artikel 53, eerste lid, 2°" vervangen door de woorden «
artikel 53, § 2, eerste lid";2°
, 5°, worden de woorden "
artikel 53, eerste lid, 3°" vervangen door de woorden "
artikel 53, § 1, eerste lid, 2°". Art. 7.Artikel 53 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, wordt vervangen als volgt : « Art. 53.§ 1. De belastingplichtige, met uitzondering van degene die geen enkel recht op aftrek heeft, is gehouden : 1° een aangifte
te dienen bij de aanvang, de wijziging of de stopzetting van zijn werkzaamheid;2° iedere maand een aangifte
te dienen waarin hij vermeldt : a) het bedrag der
dit Wetboek bedoelde handelingen die hij heeft verricht of die aan hem werden verstrekt gedurende de vorige maand
het kader van zijn economische activiteit;
zake statistieken en om de controle op de toepassing van de belasting te waarborgen;3° de verschuldigd geworden belasting te voldoen binnen de termijn van
diening van de bij 2° voorgeschreven aangifte.
afwijking van het eerste lid is de
artikel 56, § 2, bedoelde belastingplichtige gehouden tot de
het eerste lid, 1°, bepaalde verplichtingen. § 2. De belastingplichtige die andere leveringen van goederen of diensten verricht dan die welke krachtens artikel 44 zijn vrijgesteld en die hem geen enkel recht op aftrek verlenen, is ertoe gehouden een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant of ervoor te zorgen dat
zijn naam en voor zijn rekening, door zijn medecontractant of een derde een factuur wordt uitgereikt : 1° wanneer hij een levering van goederen of een dienst heeft verricht voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon;2° wanneer hij een
artikel 15, §§ 4 en 5, bedoelde levering van goederen heeft verricht voor elke niet-belastingplichtige persoon;3° wanneer hij een
artikel 39bis, eerste lid, 2°, bedoelde levering van goederen heeft verricht voor elke niet-belastingplichtige persoon;4° wanneer, vóór de levering van een goed of vóór de voltooiing van een dienst bedoeld
1° en 2°, de belasting opeisbaar wordt over de gehele of een deel van de prijs van de handeling, bij toepassing van de artikelen 17, § 1, en 22, § 2;5° wanneer, vóór een
artikel 39bis, eerste lid, 1° tot 3°, bedoelde levering, de prijs geheel of gedeeltelijk wordt ontvangen. De uitreiking van facturen door de medecontractant wordt toegestaan op voorwaarde dat er een voorafgaandelijk akkoord is tussen beide partijen en dat iedere factuur het voorwerp uitmaakt van een procedure van aanvaarding door de belastingplichtige die de goederen levert of de diensten verstrekt. Ieder document dat wijzigingen aanbrengt
en specifiek en ondubbelzinnig verwijst naar de oorspronkelijke factuur geldt als factuur en dient te worden uitgereikt door dezelfde persoon als degene die de oorspronkelijke factuur heeft uitgereikt. De Koning kan aan de belastingplichtigen de verplichting opleggen een factuur uit te reiken voor de
België verrichte leveringen van goederen of dienstverrichtingen, andere dan deze bedoeld
het eerste lid. ». Art. 8.
artikel 53ter, eerste lid, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 december 1992, worden de woorden "
artikel 53, eerste lid, 3° en 4°" vervangen door de woorden "
artikel 53, § 1, eerste lid, 2° en 3°". Art. 9.
artikel 53octies van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wetten van 5 september 2001 en 22 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, wordt het tweede lid vervangen als volgt : « Hij kan onder de door Hem te stellen voorwaarden en modaliteiten toelaten dat de uitreiking van de factuur, bedoeld
artikel 53, § 2, geschiedt door de overdracht van de gegevens die ze moet bevatten bij wege van een procedure waarbij telegeleidingstechnieken worden aangewend, voor zover de authenticiteit van de herkomst en de
tegriteit van de
houd ervan worden gewaarborgd.»; 2°
, wordt het derde lid vervangen als volgt : « Hij kan toelaten dat de door Hem aan te wijzen groepen van belastingplichtigen de
artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde aangifte slechts driemaandelijks, zesmaandelijks of jaarlijks
dienen.»; 3° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid : « Hij kan andere verplichtingen bepalen om de juiste heffing van de belasting te waarborgen en om de fraude te vermijden.»; 4°
, worden de woorden "
de artikelen 53, eerste lid, 1° en 3°, en 53ter " vervangen door de woorden "
de artikelen 53, § 1, eerste lid, 2°, en 53ter";5°
, worden de woorden "
de artikelen 53, eerste lid, 3°" vervangen door de woorden «
de artikelen 53, § 1, eerste lid, 2°". Art. 10.
artikel 53nonies, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden "de artikelen 53, eerste lid, 3° en 4°," vervangen door de woorden "de artikelen 53, § 1, eerste lid, 2° en 3°". Art. 11.
artikel 60 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « § 1.De boeken, facturen en andere stukken, waarvan dit wetboek of de ter uitvoering ervan gegeven regelen het houden, het opmaken of het uitreiken voorschrijven, dienen te worden bewaard door hen die ze hebben gehouden, opgemaakt, uitgereikt of ontvangen gedurende tien jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar volgend op hun sluiting wat boeken betreft, op hun datum wat facturen of andere stukken betreft of op het jaar waarin het recht op aftrek is ontstaan
de gevallen bedoeld
artikel 58, § 4, 7°, tweede lid,
dien het gaat om stukken bedoeld
artikel 58, § 4, 7°, vierde lid. »; 2° er wordt
de plaats van § 3, die § 4 wordt, een nieuwe § 3
gevoegd, luidende : « § 3.Alle door belastingplichtigen hetzij door henzelf, hetzij
hun naam en voor hun rekening door hun medecontractant of door een derde, uitgereikte facturen en alle door hen ontvangen facturen dienen op het Belgische grondgebied te worden bewaard. Facturen die worden bewaard langs elektronische weg die
België een volledige on-line toegang tot de betrokken gegevens waarborgt, mogen evenwel
een andere lidstaat van de Gemeenschap worden bewaard op voorwaarde dat de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft hiervan op voorhand wordt
kennis gesteld. De authenticiteit van de herkomst en
tegriteit van de
houd van de facturen, alsmede de leesbaarheid ervan, moeten gedurende de volledige bewaringstermijn worden gewaarborgd. De facturen moeten worden bewaard
de oorspronkelijke vorm, papier of elektronisch, waarin zij werden ontvangen. Voor de facturen die langs elektronische weg worden bewaard, dienen de gegevens die de authenticiteit van de herkomst en de
tegriteit van de
houd van elke factuur waarborgen, eveneens te worden bewaard. Onder het elektronisch bewaren van een factuur wordt verstaan de bewaring via elektronische apparatuur voor het bewaren van gegevens met
begrip van digitale compressie. »; 3° § 4, nieuw, wordt vervangen als volgt : « § 4.
de gevallen waarin het bewaren van boeken, facturen of andere stukken aanleiding geeft tot ernstige moeilijkheden, kan door of vanwege de Minister van Financiën,
afwijking van de §§ 1 en 3, aan door hem aan te duiden personen of groepen van personen, een kortere bewaringstermijn of een afwijking op de verplichting
zake het bewaren van de boeken, facturen of andere stukken worden toegestaan en de wijze van bewaren worden bepaald. ». Art. 12.
artikel 61 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wet van 7 maart 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "boeken en stukken" worden vervangen door de woorden "boeken, facturen en andere stukken";2°
worden tussen het tweede en het derde lid de volgende leden
gevoegd : « Elke belastingplichtige die de facturen die hij uitreikt of ontvangt bewaart langs elektronische weg die
België een on-line toegang tot de gegevens waarborgt, en waarvan de plaats van bewaring is gesitueerd
een andere lidstaat, is met het oog op de controle gehouden aan de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, voor deze facturen een recht van toegang, downloading en gebruikneming langs elektronische weg te waarborgen. Wanneer zulks uit het oogpunt van de controle nodig is, kan de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft voor de facturen opgesteld
een andere taal dan één van de nationale talen, een vertaling eisen
één van deze nationale talen van de facturen betreffende de leveringen van goederen en dienstverrichtingen die overeenkomstig de artikelen 15 en 21
België plaatsvinden, alsmede van de facturen die worden ontvangen door de
België gevestigde belastingplichtigen. ». Art. 13.
artikel 66, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden "
de artikelen 53, eerste lid, 3°" vervangen door de woorden "
de artikelen 53, § 1, eerste lid, 2°". Art. 14.
artikel 78 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden "
de artikelen 53, eerste lid, 3°" vervangen door de woorden "
de artikelen 53, § 1, eerste lid, 2°". Art. 15.
artikel 91, § 1, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden "53, eerste lid, 4°" vervangen door de woorden "53, § 1, eerste lid, 3°". Art. 16.Deze wet heeft uitwerking met
gang van 1 januari
plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 51-431 - Nr. 3.
tegraal verslag . - 18 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.