← België

Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bep

Obsah (5)§ 1§ 2§ 3§ 4§ 5

Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand

zake de

vordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten, belastingen en andere maatregelen

(1)ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld

artikel 78 van de Grondwet. Art. 2.Artikel 1 van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand

zake de

vordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten, belastingen en andere maatregelen wordt vervangen als volgt : « Artikel 1.- § 1. Met deze wet worden naar

tern recht omgezet : -de bepalingen van Richtlijn 76/308/EEG van de Raad van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand

zake de

vordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen alsmede andere maatregelen; - de bepalingen van Richtlijn 2002/94/EG van de Commissie van 9 december 2002 tot vaststelling van de praktische maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van sommige bepalingen van Richtlijn 76/308/EEG van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand

zake de

vordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen alsmede andere maatregelen. Zij bepaalt de rechten en verplichtingen van de verzoekende Belgische autoriteiten en van de aangezochte Belgische autoriteiten met betrekking tot de

artikel 2 bedoelde schuldvorderingen welke buiten het Rijk,

een lid-Staat van de Europese Gemeenschap, of

het Rijk, op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere lid-Staat, moeten worden

gevorderd. § 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1) verzending « langs elektronische weg », de verzending van gegevens met elektronische apparatuur voor de verwerking (met

begrip van digitale compressie) daarvan en met gebruikmaking van draden, radio, optische technologie of andere elektromagnetische middelen;2) « CCN/CSI »-netwerk, het gemeenschappelijk platform, gebaseerd op het gemeenschappelijk communicatienetwerk (CCN) en de gemeenschappelijke systeeminterface (CSI), dat door de Gemeenschap is ontwikkeld voor alle verzending door elektronische middelen tussen de bevoegde autoriteiten op het gebied van de douane en de belastingen;3) verzoekende Belgische autoriteiten, die welke gemachtigd zijn een verzoek tot de bevoegde autoriteit van een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschap te richten;4) aangezochte Belgische autoriteiten, die welke gemachtigd zijn om een verzoek uitgaande van de bevoegde autoriteit van een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschap te ontvangen. § 3. De verzoekende Belgische autoriteiten en de aangezochte Belgische autoriteiten worden door de Koning aangewezen. ». Art. 3.Het opschrift van Hoofdstuk II van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Hoofdstuk II : Rechten en verplichtingen van de verzoekende Belgische autoriteit. ». Art. 4.Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 3.- De verzoekende Belgische autoriteit kan tot de bevoegde autoriteit van een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschap, hierna genoemd « aangezochte buitenlandse autoriteit », met betrekking tot de

artikel 2 genoemde schuldvorderingen, richten : a) een verzoek om

lichtingen;

  1. b)een verzoek tot notificatie;
  2. c)een verzoek tot

vordering;d) een verzoek tot bewarende maatregelen.». Art. 5.

Hoofdstuk II

van dezelfde wet, wordt een afdeling I

gevoegd, die de artikelen 4 tot 4quinquies omvat, luidende : « Afdeling I. Verzoeken om

lichtingen. ». Art. 6.

artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/01/2004 pub. 13/02/2004 numac 2004003064 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand

zake de

vordering van schuldvorderingen

de Europese Economische Gemeenschap, die voortvloeien uit verrichtingen, die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, van de belasting op de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen sluiten, dat wordt opgenomen

Afdeling 1

, worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende Belgische autoriteit. ». Art. 7.

dezelfde afdeling wordt een artikel 4bis

gevoegd, luidende : « Art. 4bis.- Het verzoek om

lichtingen bedoeld

artikel 4, wordt schriftelijk gedaan door de verzoekende Belgische autoriteit door gebruik te maken van het als bijlage I bij deze wet opgenomen modelformulier.

dien het verzoek niet langs elektronische weg kan worden

gediend, is het voorzien van de officiële stempelafdruk van de verzoekende Belgische autoriteit en is het ondertekend door een ambtenaar van deze autoriteit die gemachtigd is een dergelijk verzoek

te dienen.

dien een soortgelijk verzoek tot een andere autoriteit werd gericht, vermeldt de verzoekende Belgische autoriteit

haar verzoek om

lichtingen de naam van deze autoriteit. ». Art. 8.

dezelfde afdeling wordt een artikel 4ter

gevoegd, luidende : « Art. 4ter.- Het verzoek om

lichtingen kan betrekking hebben op : 1) de schuldenaar;2) elke persoon die gehouden is de schuldvordering te voldoen;3) elke derde houder van activa die aan één der onder 1) of 2) bedoelde personen toebehoren.». Art. 9.

dezelfde afdeling wordt een artikel 4quater

gevoegd, luidende : « Art. 4quater.- Afhankelijk van de

lichtingen die zij van de aangezochte buitenlandse autoriteit heeft ontvangen, kan de verzoekende Belgische autoriteit deze autoriteit vragen haar onderzoek voort te zetten. Dit bijkomend verzoek wordt schriftelijk gedaan binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving van het resultaat van het door de aangezochte buitenlandse autoriteit verrichte onderzoek. ». Art. 10.

dezelfde afdeling wordt een artikel 4quinquies

gevoegd, luidende : « Art. 4quinquies.- De verzoekende Belgische autoriteit kan het verzoek om

lichtingen dat zij de aangezochte buitenlandse autoriteit heeft toegezonden te allen tijde

trekken. Het besluit tot

trekking wordt aan de aangezochte buitenlandse autoriteit schriftelijk medegedeeld. ». Art. 11.

Hoofdstuk II

van dezelfde wet, wordt een afdeling II

gevoegd, die de artikelen 5 tot 5ter omvat, luidende : « Afdeling II. Verzoeken tot notificatie. ». Art. 12.

artikel 5, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/01/2004 pub. 13/02/2004 numac 2004003064 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand

zake de

vordering van schuldvorderingen

de Europese Economische Gemeenschap, die voortvloeien uit verrichtingen, die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, van de belasting op de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen sluiten, dat wordt opgenomen

Afdeling II

, worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende Belgische autoriteit ». Art. 13.

dezelfde afdeling wordt een artikel 5bis

gevoegd, luidende : « Art. 5bis.- Het verzoek tot notificatie bedoeld

artikel 5 wordt schriftelijk en

tweevoud gedaan door de verzoekende Belgische autoriteit door gebruik te maken van het

bijlage II van deze wet opgenomen modelformulier. Dit verzoek is voorzien van de officiële stempelafdruk van de verzoekende Belgische autoriteit en is ondertekend door een ambtenaar van deze autoriteit die gemachtigd is dergelijke verzoeken

te dienen. Twee exemplaren van de akte of beslissing waarvan de notificatie wordt gevraagd, worden aan het

het eerste lid bedoelde verzoek gehecht. ». Art. 14.

dezelfde afdeling wordt een artikel 5ter

gevoegd, luidende : « Art. 5ter.- Het verzoek tot notificatie door de verzoekende Belgische autoriteit kan betrekking hebben op elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die, overeenkomstig de Belgische wet, kennis moet hebben van een akte of beslissing die op deze persoon betrekking heeft.

dien zulks niet is vermeld

de akte of beslissing waarvan de notificatie wordt gevraagd, wordt

het verzoek tot notificatie verzonden door de verzoekende Belgische autoriteit verwezen naar de bepalingen van de Belgische wetgeving betreffende de procedure voor de betwisting van de schuldvordering of voor de

vordering daarvan. ». Art. 15.

Hoofdstuk II

van dezelfde wet, wordt een afdeling III

gevoegd, die de artikelen 6 tot 7septies omvat, luidende : « Afdeling III. Verzoeken tot

vordering of om bewarende maatregelen. » Art. 16.

artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/01/2004 pub. 13/02/2004 numac 2004003064 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand

zake de

vordering van schuldvorderingen

de Europese Economische Gemeenschap, die voortvloeien uit verrichtingen, die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, van de belasting op de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen sluiten, dat wordt opgenomen

Afdeling III

, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, wordt het woord « executoriale » vervangen door het woord « uitvoerende »;2°

§ 2

worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende Belgische autoriteit »;3°

§ 3

, littera b), worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende Belgische autoriteit »;4°

§ 3

, littera c), wordt het woord « executoriale » vervangen door het woord « uitvoerende »;5°

§ 3

, littera c), worden de woorden « de lid-Staat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd » vervangen door de woorden « het Rijk »;6°

§ 3

, littera e), worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende Belgische autoriteit » en worden de woorden « aangezochte autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte buitenlandse autoriteit »;7°

§ 3

, littera f), worden de woorden « het geldende recht van de lid-Staat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd » vervangen door de woorden « de Belgische wet »;8°

§ 4

worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende Belgische autoriteit »;9°

§ 5

worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende Belgische autoriteit » en worden de woorden « aangezochte autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte buitenlandse autoriteit.». Art. 17.

artikel 7 van dezelfde wet, dat wordt opgenomen

Afdeling III

, wordt het woord « conservatoire » vervangen door het woord « bewarende » en wordt het woord « executoriale » vervangen door het woord « uitvoerende ». Art. 18.

dezelfde afdeling wordt een artikel 7bis

gevoegd, luidende : « Art. 7bis.- § 1. De verzoeken tot

vordering of tot bewarende maatregelen bedoeld

respectievelijk de artikelen 6 en 7 worden schriftelijk gedaan door de verzoekende Belgische autoriteit door gebruik te maken van het

bijlage III van deze wet opgenomen modelformulier. Zij bevatten een verklaring die bevestigt dat de voorwaarden bepaald

de Richtlijn 76/308/EEG voor de

leiding van de procedure van de wederzijdse bijstand ter zake zijn vervuld, zij zijn voorzien van de officiële stempelafdruk van de verzoekende Belgische autoriteit en zijn ondertekend door een ambtenaar van deze autoriteit die gemachtigd is een dergelijk verzoek

te dienen. § 2. De uitvoerbare titel dient het verzoek tot

vordering of om bewarende maatregelen te vergezellen. Eén enkele titel kan voor meer schuldvorderingen worden afgegeven, mits deze op één en dezelfde persoon betrekking hebben. Voor de toepassing van de artikelen 7ter tot 7septies en 17bis tot 17octies, wordt het geheel van alle schuldvorderingen waarop dezelfde uitvoerbare titel betrekking heeft, geacht één enkele schuldvordering te vormen. ». Art. 19.

dezelfde afdeling wordt een artikel 7ter

gevoegd, luidende : « Art. 7ter.- Verzoeken tot

vordering of om bewarende maatregelen door de verzoekende Belgische autoriteit gericht aan de aangezochte buitenlandse autoriteit kunnen op elke

artikel 4ter bedoelde persoon betrekking hebben. ». Art. 20.

dezelfde afdeling wordt een artikel 7quater

gevoegd, luidende : « Art. 7quater.- § 1.

dien de valuta van de lid-Staat van de aangezochte buitenlandse autoriteit verschillend is van de euro vermeldt de verzoekende Belgische autoriteit het bedrag van de

te vorderen schuldvordering

beide valuta's. § 2. De voor de toepassing van de eerste paragraaf te gebruiken wisselkoers is de wisselkoers gepubliceerd door de Europese Centrale Bank op de datum van ondertekening van het verzoek tot

vordering. ». Art. 21.

dezelfde afdeling wordt een artikel 7quinquies

gevoegd, luidende : « Art. 7quinquies.- Afhankelijk van de gegevens die zij van de aangezochte buitenlandse autoriteit heeft ontvangen, kan de verzoekende Belgische autoriteit deze autoriteit vragen de procedure

zake de

vordering of de bewarende maatregelen voort te zetten. Dit bijkomend verzoek wordt schriftelijk gedaan binnen twee maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving van het resultaat van de procedure. ». Art. 22.

dezelfde afdeling wordt een artikel 7sexies

gevoegd, luidende : « Art. 7sexies.- Elke rechtsvordering tot betwisting van de schuldvordering of van de desbetreffende uitvoerende titel die wordt

gesteld op het Belgisch grondgebied, wordt door de verzoekende Belgische autoriteit onmiddellijk nadat zij van deze rechtsvordering

kennis is gesteld, schriftelijk aan de aangezochte buitenlandse autoriteit medegedeeld. ». Art. 23.

dezelfde afdeling wordt een artikel 7septies

gevoegd, luidende : « Art. 7septies.- § 1.

dien aan het verzoek tot

vordering of om bewarende maatregelen de grondslag ontvalt, hetzij omdat de schuldvordering is voldaan of de uitvoerende titel is

getrokken, hetzij om enige andere reden, stelt de verzoekende Belgische autoriteit de aangezochte buitenlandse autoriteit daarvan onmiddellijk schriftelijk

kennis zodat deze laatste een actie die zij heeft

geleid kan beëindigen. § 2.

dien het bedrag van de schuldvordering waarop het verzoek tot

vordering of om bewarende maatregelen betrekking heeft om enige reden is gewijzigd, stelt de verzoekende Belgische autoriteit de aangezochte buitenlandse autoriteit daarvan onmiddellijk schriftelijk

kennis en geeft zij

dien nodig een nieuwe uitvoerbare titel af. § 3.

dien de wijziging een verhoging van het bedrag van de schuldvordering ten gevolge heeft, zendt de verzoekende Belgische autoriteit de aangezochte buitenlandse autoriteit zo spoedig mogelijk een aanvullend verzoek tot

vordering of om bewarende maatregelen. § 4. Voor de omrekening van het gewijzigde bedrag van de schuldvordering

de valuta van de lid-Staat van de aangezochte buitenlandse autoriteit, gebruikt de verzoekende Belgische autoriteit dezelfde wisselkoers als

haar oorspronkelijke verzoek. ». Art. 24.

Hoofdstuk II

van dezelfde wet wordt een afdeling IV

gevoegd, die artikel 8 omvat, luidende : « Afdeling IV. Vertaling van de verzoeken. ». Art. 25.

artikel 8 van dezelfde wet, dat wordt opgenomen

Afdeling IV

, worden de woorden « bevoegde autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte buitenlandse autoriteit » en worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende Belgische autoriteit. ». Art. 26.

Hoofdstuk II

van dezelfde wet, wordt een afdeling V

gevoegd, die artikel 9 omvat, luidende : « Afdeling V. Verantwoordelijkheid van de Belgische Staat. ». Art. 27.

artikel 9 van dezelfde wet, dat wordt opgenomen

Afdeling V

worden de woorden « bevoegde autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte buitenlandse autoriteit » en worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende Belgische autoriteit. ». Art. 28.Het opschrift van Hoofdstuk III van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Hoofdstuk III. - Rechten en verplichtingen van de aangezochte Belgische autoriteit. ». Art. 29.

Hoofdstuk III

van dezelfde wet, wordt een afdeling I

gevoegd, die de artikelen 10 tot 10quinquies omvat, luidende : « Afdeling I. Verzoeken om

lichtingen. ». Art. 30.

artikel 10 van dezelfde wet, dat wordt opgenomen

Afdeling I

, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « aangezochte autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte Belgische autoriteit » en worden de woorden « vragende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende buitenlandse autoriteit »;2° het derde lid wordt vervangen als volgt : « De aangezochte Belgische autoriteit die bevoegd is om over de

het tweede lid vermelde weigering te beslissen, wordt door de Koning aangewezen.». Art. 31.

dezelfde afdeling wordt een artikel 10bis

gevoegd, luidende : « Art. 10bis.- § 1. De aangezochte Belgische autoriteit bevestigt zo spoedig mogelijk, doch

elk geval binnen zeven dagen na ontvangst van het verzoek, schriftelijk de ontvangst van het verzoek om

lichtingen gedaan door de verzoekende buitenlandse autoriteit. § 2. Onmiddellijk bij ontvangst van het verzoek vraagt de aangezochte Belgische autoriteit,

dien nodig, de verzoekende buitenlandse autoriteit alle noodzakelijke aanvullende

lichtingen te verstrekken waartoe zij normaal toegang heeft. ». Art. 32.

dezelfde afdeling wordt een artikel 10ter

gevoegd, luidende : « Art. 10ter.- § 1. De aangezochte Belgische autoriteit doet de gevraagde

lichtingen, naar gelang de verkrijging, aan de verzoekende buitenlandse autoriteit toekomen. § 2.

dien de gevraagde

lichtingen of een gedeelte daarvan niet kunnen worden verkregen binnen een voor het betrokken geval redelijke termijn, stelt de aangezochte Belgische autoriteit de verzoekende buitenlandse autoriteit daarvan met opgave van redenen

kennis.

elk geval stelt de aangezochte Belgische autoriteit de verzoekende buitenlandse autoriteit zes maanden na de datum van de kennisgeving van ontvangst van het verzoek

kennis van het resultaat van het onderzoek dat zij heeft verricht om de gevraagde

lichtingen te verkrijgen. ». Art. 33.

dezelfde afdeling wordt een artikel 10quater

gevoegd, luidende : « Art. 10quater.- De aangezochte Belgische autoriteit handelt dit bijkomend verzoek om

lichtingen door de verzoekende buitenlandse autoriteit af zoals het oorspronkelijke verzoek. ». Art. 34.

dezelfde afdeling wordt een artikel 10quinquies

gevoegd, luidende : « Art. 10quinquies.-

dien de aangezochte Belgische autoriteit besluit geen gevolg aan een verzoek om

lichtingen te geven, stelt zij de verzoekende buitenlandse autoriteit schriftelijk van de redenen van haar weigering

kennis, door uitdrukkelijk te verwijzen naar de bepalingen van artikel 10, tweede lid, littera a) tot c), waarop zij zich beroept. Deze kennisgeving wordt door de aangezochte Belgische autoriteit gedaan zodra zij haar besluit heeft genomen, doch

elk geval binnen drie maanden na de datum van de kennisgeving van ontvangst van het verzoek. ». Art. 35.

Hoofdstuk III

van dezelfde wet, wordt een afdeling II

gevoegd, die de artikelen 11 en 11bis omvat, luidende : « Afdeling II. Verzoeken tot notificatie. ». Art. 36.

artikel 11, eerste lid, van dezelfde wet, dat wordt opgenomen

Afdeling II

, worden de woorden « aangezochte autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte Belgische autoriteit » en worden de woorden « vragende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende buitenlandse autoriteit. ». Art. 37.

dezelfde afdeling wordt een artikel 11bis

gevoegd, luidende : « Art. 11bis.- § 1. De aangezochte Belgische autoriteit geeft ten spoedigste, doch

elk geval binnen zeven dagen na ontvangst, schriftelijk kennis aan de verzoekende buitenlandse autoriteit van de ontvangst van het verzoek tot notificatie. Bij ontvangst van het verzoek tot notificatie neemt de aangezochte Belgische autoriteit onmiddellijk de nodige maatregelen om de notificatie te verrichten overeenkomstig de Belgische wet.

dien nodig, verzoekt de aangezochte Belgische autoriteit, met

achtneming van de

het verzoek tot notificatie vermelde uiterste datum voor de notificatie, de verzoekende buitenlandse autoriteit om aanvullende

lichtingen te verstrekken waartoe zij normaal toegang heeft. De aangezochte Belgische autoriteit betwist

geen geval de geldigheid van de akte of de beslissing waarvan de notificatie wordt gevraagd. § 2. De aangezochte Belgische autoriteit deelt de verzoekende buitenlandse autoriteit de datum van de notificatie mede zodra deze is geschied. Zij doet dit door de verzoekende buitenlandse autoriteit één van de exemplaren van haar verzoek met de volledig

gevulde verklaring betreffende de notificatie op de ommezijde terug te zenden. ». Art. 38.

Hoofdstuk III

van dezelfde wet, wordt een afdeling III

gevoegd, die de artikelen 12 tot 17octies omvat, luidende : « Afdeling III. Verzoeken tot

vordering of om bewarende maatregelen. ». Art. 39.

artikel 12 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/01/2004 pub. 13/02/2004 numac 2004003064 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand

zake de

vordering van schuldvorderingen

de Europese Economische Gemeenschap, die voortvloeien uit verrichtingen, die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, van de belasting op de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen sluiten, dat wordt opgenomen

Afdeling III

, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « aangezochte autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte Belgische autoriteit » en worden de woorden « vragende autoriteit » vervangen door de woorden »verzoekende buitenlandse autoriteit »;2°

het derde lid worden de woorden « aangezochte autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte Belgische autoriteit.». Art. 40.

artikel 13, § 3, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/01/2004 pub. 13/02/2004 numac 2004003064 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand

zake de

vordering van schuldvorderingen

de Europese Economische Gemeenschap, die voortvloeien uit verrichtingen, die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, van de belasting op de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen sluiten, dat wordt opgenomen

Afdeling III

, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Tenzij

de gevallen waarin de bepalingen van het derde lid worden toegepast, dwingt de aangezochte Belgische autoriteit zichzelf de formaliteiten te voltooien die erin bestaan de titel te vervangen binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek.» ; 2°

het tweede lid worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende buitenlandse autoriteit »;3°

het derde lid worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende buitenlandse autoriteit.». Art. 41.

artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/01/2004 pub. 13/02/2004 numac 2004003064 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand

zake de

vordering van schuldvorderingen

de Europese Economische Gemeenschap, die voortvloeien uit verrichtingen, die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, van de belasting op de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen sluiten, dat wordt opgenomen

Afdeling III

, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, worden de woorden « aangezochte autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte Belgische autoriteit » en worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende buitenlandse autoriteit »;2°

§ 2

, tweede lid, worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende buitenlandse autoriteit.». Art. 42.

artikel 16 van dezelfde wet, dat wordt opgenomen

Afdeling III

, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, eerste lid, worden de woorden « vragende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende buitenlandse autoriteit »;2°

§ 1

, eerste lid, wordt het woord « executoriale » vervangen door het woord « uitvoerende »;3°

§ 1

, tweede lid, worden de woorden « aangezochte autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte Belgische autoriteit » en worden de woorden « vragende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende buitenlandse autoriteit »;4°

§ 1

, derde lid, worden de woorden « vragende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende buitenlandse autoriteit »;5°

§ 2

worden de woorden « Belgische wetgeving » vervangen door de woorden « Belgische wet ». Art. 43.

artikel 17, eerste lid, van dezelfde wet, dat wordt opgenomen

Afdeling III

, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « aangezochte autoriteit » worden vervangen door de woorden « aangezochte Belgische autoriteit »;2° het woord « conservatoire » wordt vervangen door het woord « bewarende ». Art. 44.

dezelfde afdeling wordt een artikel 17bis

gevoegd, luidende : « Art. 17bis.- § 1. De aangezochte Belgische autoriteit is gehouden zo spoedig mogelijk, doch

elk geval binnen zeven dagen na ontvangst van het door de verzoekende buitenlandse autoriteit gerichte verzoek tot

vordering of om bewarende maatregelen, schriftelijk :

  1. a)kennis te geven van de ontvangst van het verzoek;
  2. b)de verzoekende buitenlandse autoriteit te vragen het betreffende verzoek te vervolledigen,

dien de

lichtingen en de andere elementen bedoeld

artikel 6, waartoe de verzoekende buitenlandse autoriteit normaal toegang heeft, niet zijn vermeld

de aanvraag. § 2.

dien de aangezochte Belgische autoriteit niet binnen de

artikel 13 vastgestelde termijn van drie maanden de vereiste maatregelen neemt, stelt zij de verzoekende buitenlandse autoriteit zo spoedig mogelijk doch

elk geval binnen zeven dagen na het verstrijken van de genoemde termijn

kennis van de redenen waarom zij deze niet kan naleven. ». Art. 45.

dezelfde afdeling wordt een artikel 17ter

gevoegd, luidende : « Art. 17ter.- Wanneer de schuldvordering of een gedeelte daarvan niet binnen een voor het betrokken geval redelijke termijn kan worden

gevorderd of geen bewarende maatregelen kunnen worden genomen, stelt de aangezochte Belgische autoriteit de verzoekende buitenlandse autoriteit daarvan met opgave van redenen

kennis. Uiterlijk aan het einde van elke termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum van kennisgeving van de ontvangst van het verzoek stelt de aangezochte Belgische autoriteit de verzoekende buitenlandse autoriteit

kennis van de stand van zaken of het resultaat van de procedure

zake de

vordering of de bewarende maatregelen. ». Art. 46.

dezelfde afdeling wordt een artikel 17quater

gevoegd, luidende : « Art. 17quater.-

dien het Belgisch recht de bewarende maatregelen of de

vordering gevraagd door de verzoekende buitenlandse autoriteit niet toelaat, brengt de aangezochte Belgische autoriteit deze laatste daarvan zo spoedig mogelijk doch

elk geval binnen één maand na de ontvangst van de

artikel 7sexies bedoelde mededeling

kennis. ». Art. 47.

dezelfde afdeling wordt een artikel 17quinquies

gevoegd, luidende : « Art. 17quinquies.-

dien de aangezochte Belgische autoriteit door de verzoekende buitenlandse autoriteit wordt

gelicht over een verlaging van het bedrag van de schuldvordering, zet de aangezochte Belgische autoriteit de door haar

gestelde actie tot

vordering of tot het nemen van bewarende maatregelen voort, doch deze actie blijft beperkt tot het nog niet betaalde bedrag.

dien op het tijdstip waarop de aangezochte Belgische autoriteit van de verlaging van het bedrag van de schuldvordering

kennis wordt gesteld, deze autoriteit reeds een bedrag heeft

gevorderd dat het nog verschuldigde bedrag overschrijdt doch de

artikel 17septies bedoelde procedure van overdracht nog niet is

geleid, betaalt deze autoriteit het teveel betaalde bedrag aan de rechthebbende terug. ». Art. 48.

dezelfde afdeling wordt een artikel 17sexies

gevoegd, luidende : « Art. 17sexies.- De aangezochte Belgische autoriteit handelt dit bijkomend verzoek om

lichtingen door de verzoekende buitenlandse autoriteit af zoals het oorspronkelijke verzoek. Het aanvullende verzoek wordt door de aangezochte Belgische autoriteit, voor zover mogelijk, samen met het oorspronkelijke verzoek van de verzoekende buitenlandse autoriteit afgehandeld.

dien de lopende procedure reeds zover is gevorderd dat samenvoeging met het aanvullende verzoek niet meer mogelijk is, is de aangezochte Belgische autoriteit enkel gehouden aan het aanvullende verzoek van de verzoekende buitenlandse autoriteit gevolg te geven

dien dit betrekking heeft op een bedrag dat niet lager is dan het

artikel 22quater, § 2, bedoelde bedrag. ». Art. 49.

dezelfde afdeling wordt een artikel 17septies

gevoegd, luidende : « Art. 17septies.- Alle door de aangezochte Belgische autoriteit

gevorderde bedragen, met

begrip van,

voorkomend geval, de

artikel 14 bedoelde

teresten, worden aan de verzoekende buitenlandse autoriteit overgemaakt uitgedrukt

euro. Deze overmaking geschiedt binnen een maand na de datum van de

vordering. De bevoegde Belgische autoriteiten aangeduid overeenkomstig artikel 1, § 3, kunnen met de bevoegde autoriteiten van een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschap verschillende regelingen overeenkomen voor de procedure van overdracht van bedragen die lager zijn dan het

artikel 22quater, § 2, bedoelde minimumbedrag. ». Art. 50.

dezelfde afdeling wordt een artikel 17octies

gevoegd, luidende : « Art. 17octies.- Ongeacht de bedragen die door de aangezochte Belgische autoriteit eventueel uit hoofde van de

artikel 14 bedoelde

teresten worden

gevorderd, wordt de schuldvordering geacht te zijn

gevorderd

evenredigheid tot de

vordering van het bedrag dat is uitgedrukt

euro

het verzoek

gediend door de verzoekende buitenlandse autoriteit. ». Art. 51.

Hoofdstuk III

van dezelfde wet, wordt een afdeling IV

gevoegd, die artikel 18 omvat, luidende : « Afdeling IV. Afwijzing van verzoeken om bijstand. ». Art. 52.

artikel 18 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/01/2004 pub. 13/02/2004 numac 2004003064 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand

zake de

vordering van schuldvorderingen

de Europese Economische Gemeenschap, die voortvloeien uit verrichtingen, die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, van de belasting op de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen sluiten, dat wordt opgenomen

Afdeling IV

, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « aangezochte autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte Belgische autoriteit »;2°

het eerste lid, littera b), worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende buitenlandse autoriteit »;3° het derde lid wordt vervangen als volgt : «

dien de aangezochte Belgische autoriteit overeenkomstig de bepalingen

het eerste lid, besluit een verzoek om bijstand af te wijzen, geeft zij de verzoekende buitenlandse autoriteit schriftelijk kennis van de redenen van haar weigering.Een dergelijke kennisgeving wordt door de aangezochte Belgische autoriteit gedaan zodra zij haar besluit heeft genomen, doch

elk geval binnen drie maanden na de datum van ontvangst van het verzoek om bijstand. Deze met redenen omklede weigering wordt tevens ter kennis van de Commissie van de Europese Gemeenschap gebracht. ». Art. 53.

Hoofdstuk III

van dezelfde wet, wordt een afdeling V

gevoegd, die artikel 19 omvat, luidende : « Afdeling V. Vertaling van de verzoeken. ». Art. 54.

artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/01/2004 pub. 13/02/2004 numac 2004003064 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand

zake de

vordering van schuldvorderingen

de Europese Economische Gemeenschap, die voortvloeien uit verrichtingen, die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, van de belasting op de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen sluiten, dat wordt opgenomen

Afdeling V

, worden de woorden « aangezochte autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte Belgische autoriteit. ». Art. 55.

Hoofdstuk IV

van dezelfde wet, wordt een afdeling I

gevoegd, die artikel 20 omvat, luidende : « Afdeling I. Regels nopens de verjaring. ». Art. 56.

artikel 20 van dezelfde wet, dat wordt opgenomen

Afdeling V

, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

worden de woorden « vragende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende buitenlandse autoriteit »;2°

§ 2

worden de woorden « aangezochte autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte Belgische autoriteit » en worden de woorden « vragende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende buitenlandse autoriteit.». Art. 57.

Hoofdstuk IV

van dezelfde wet, wordt een afdeling II

gevoegd, die de artikelen 20bis tot 21 omvat, luidende : « Afdeling II. - Verzending van de gegevens. Art. 58 (vroeger art. 57partim )

Afdeling II

wordt een artikel 20bis

gevoegd, luidende : « Art. 20bis.- § 1. Alle krachtens deze wet schriftelijk verstrekte gegevens worden voor zover mogelijk uitsluitend langs elektronische weg verzonden, met uitzondering van : a) het verzoek tot notificatie bedoeld

artikel 5, evenals de akte of beslissing waarvan de notificatie wordt gevraagd;b) het verzoek tot

vordering of om bewarende maatregelen bedoeld

respectievelijk de artikelen 6 en 7, evenals de desbetreffende uitvoerbare titel. § 2. De bevoegde Belgische autoriteiten aangeduid overeenkomstig artikel 1, § 3, kunnen overeenkomen met de bevoegde autoriteiten van een andere lid-Staat van de Europese Gemeenschap af te zien van de mededeling op papier van de verzoeken en

strumenten opgesomd

paragraaf 1. ». Art. 59.

dezelfde afdeling wordt een artikel 20ter

gevoegd, luidende : « Art. 20ter.- Een centrale dienst, verbonden met het CCN/CSI-netwerk en verantwoordelijk voor het verzenden van de elektronische communicatie tussen de verschillende bevoegde Belgische autoriteiten aangeduid overeenkomstig artikel 1, § 3, en de centrale diensten van de andere lid-Staten, is aangeduid door de Koning. ». Art. 60.

dezelfde afdeling wordt een artikel 20quater

gevoegd, luidende : « Art. 20quater.- § 1.

dien gegevens

elektronische databanken worden opgeslagen en uitgewisseld langs elektronische weg nemen de bevoegde Belgische autoriteiten aangeduid overeenkomstig artikel 1, § 3, alle passende maatregelen om er voor te zorgen dat alle gegevens

ongeacht welke vorm die overeenkomstig deze wet worden medegedeeld als vertrouwelijk worden behandeld. De gegevens overgezonden door de aangezochte buitenlandse autoriteit aan de verzoekende Belgische autoriteit vallen onder het beroepsgeheim bedoeld

artikel 458 van het Strafwetboek en krijgen de bescherming die aan soortgelijke gegevens wordt verleend door de Belgische wet. § 2. De

de eerste paragraaf bedoelde gegevens mogen enkel aan de

artikel 21 bedoelde personen en autoriteiten worden verstrekt. Dergelijke gegevens mogen worden gebruikt

het kader van gerechtelijke of administratieve procedures die worden

geleid met het oog op de

vordering van de schuldvorderingen bedoeld

artikel 2. § 3.

dien de bevoegde Belgische autoriteiten, aangeduid overeenkomstig artikel 1, § 3, gebruikmaken van systemen voor elektronische gegevensuitwisseling met bevoegde autoriteiten van de andere lid-Staten van de Europese Gemeenschap nemen zij alle nodige maatregelen om er voor te zorgen dat voor alle uitwisselingen van gegevens machtiging wordt verleend. ». Art. 61.

dezelfde afdeling wordt een artikel 20quinquies

gevoegd, luidende : « Art. 20quinquies.-

lichtingen en andere gegevens worden door de aangezochte Belgische autoriteit aan de verzoekende buitenlandse autoriteit medegedeeld

één van de officiële talen van het Rijk of

een andere tussen de aangezochte Belgische autoriteit en de verzoekende buitenlandse autoriteit overeengekomen taal. ». Art. 62.

artikel 21, dat wordt opgenomen

dezelfde afdeling, worden de woorden « aangezochte autoriteit » vervangen door de woorden « aangezochte Belgische autoriteit. ». Art. 63.

Hoofdstuk IV

van dezelfde wet, wordt een afdeling III

gevoegd, die de artikelen 22 tot 22ter omvat, luidende : « Afdeling III. - Vergoedingsregelingen. ». Art. 64.

artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/01/2004 pub. 13/02/2004 numac 2004003064 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand

zake de

vordering van schuldvorderingen

de Europese Economische Gemeenschap, die voortvloeien uit verrichtingen, die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, van de belasting op de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen sluiten, dat wordt opgenomen

Afdeling III

, worden de woorden « verzoekende autoriteit » vervangen door de woorden « verzoekende buitenlandse autoriteit. ». Art. 65.

dezelfde afdeling wordt een artikel 22bis

gevoegd, luidende : « Art. 22bis.- De ambtenaren gemachtigd om vergoedingsregelingen te treffen betreffende de procedures bedoeld

artikel 22 worden aangeduid door de Koning. ». Art. 66.

dezelfde afdeling wordt een artikel 22ter

gevoegd, luidende : « Art. 22ter.- § 1.

dien de aangezochte Belgische autoriteit besluit om een vergoedingsregeling te verzoeken, deelt zij de verzoekende buitenlandse autoriteit schriftelijk mede om welke redenen zij van oordeel is dat de

vordering van de schuldvordering een bijzonder probleem doet rijzen, met zeer hoge kosten gepaard gaat of verband houdt met de bestrijding van de georganiseerde misdaad. Zij voegt bij haar kennisgeving een omstandige raming van de kosten waarvan zij vergoeding door de buitenlandse verzoekende autoriteit verlangt. § 2.

dien de bevoegde autoriteiten, Belgische en buitenlandse, geen overeenstemming over een vergoedingsregeling bereiken, zet de aangezochte Belgische autoriteit de

vorderingsprocedure op de normale wijze voort. § 3. Wanneer de verzoekende Belgische autoriteit van de aangezochte buitenlandse autoriteit een verzoek om terugbetaling van de gemaakte kosten ontvangt, wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk ontvangst gemeld, en

elk geval binnen zeven dagen na ontvangst. Binnen twee maanden te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving van ontvangst van dit verzoek deelt de verzoekende Belgische autoriteit de aangezochte buitenlandse autoriteit mede of en

hoeverre zij de voorgestelde vergoedingsregeling aanvaardt. ». Art. 67.

Hoofdstuk IV

van dezelfde wet wordt een afdeling IV

gevoegd, luidende : « Afdeling IV. - Ontvankelijkheid van de vragen om bijstand ». Art. 22quater.- § 1. De verzoekende Belgische autoriteit kan een verzoek om bijstand

dienen voor één of verscheidene schuldvorderingen ten aanzien van één en dezelfde persoon. § 2. Er kan geen verzoek om bijstand worden

gediend wanneer het totale bedrag van de betrokken schuldvordering of schuldvorderingen bedoeld

artikel 2 minder dan 1500 EUR bedraagt. ». Art. 68.

Hoofdstuk IV

van dezelfde wet wordt een afdeling V

gevoegd, luidende : « Afdeling V. -

formatieverplichtingen. » Art. 22quinquies.- De Minister van Financiën of zijn gedelegeerde stelt de Commissie van de Europese Gemeenschap voor 15 maart van elk jaar,

dien mogelijk langs elektronische weg,

kennis van het gebruik dat hij van de

de wet vastgestelde procedures heeft gemaakt en van de

het voorafgaande kalenderjaar bereikte resultaten door middel van het

bijlage IV bij deze wet opgenomen modelformulier. De bevoegde autoriteiten aangeduid overeenkomstig artikel 1, § 3, die niet behoren tot de Federale Overheidsdienst Financiën delen voor 15 februari van ieder jaar de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde de

het eerste lid bedoelde elementen mee, door middel van het

bijlage IV bij deze wet opgenomen modelformulier. ». Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 4 juli 2004. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, Mevr. F. MOERMAN De Minister van Middenstand en Landbouw, Mevr. S. LARUELLE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota's

(1)Parlementaire verwijzingen : Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 51-1087 - 2003/2004 : - Nr.1 : Wetsontwerp. - Nr. 2 : Tekst verbeterd door de commissie. - Nr. 3 : Tekst aangenomen

plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.

tegraal Verslag : 3 juni 2004. Stukken van de Senaat : 3-733 - 2003/2004 : - Nr. 1 : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.