met 55246, dient de tekst betreffende bovenvermeld koninklijk besluit vervangen te worden door de tekst hierna vermeld : 14 NOVEMBRE 2003 Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn
hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, inzonderheid op de artikelen 16, § 1, derde lid, 19, 20, § 2,
96, § 1, 2° et 3°
Gelet op de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, inzonderheid de artikelen 99, 104, 114, 115, 116
137; Gelet op de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid; Gelet op het koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/1991 pub. 08/09/2005 numac 2005000468 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen; Gelet op het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 april 1999; Gelet op de adviezen van de Commissie voor Verzekeringen gegeven op 16 oktober 1997, 16 maart 2000
24 april 2003; Gelet op de adviezen van de Controledienst voor de Verzekeringen gegeven op 21 november 2000
30 april 2003; Gelet op het besluit van de Ministerraad over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van een maand; Gelet op het advies 35.540/1 van de Raad van State gegeven op 23 oktober 2003, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Economie
van Onze Minister van Justitie, Hebben Wij besloten
besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° "de wet" : de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;2° "het algemeen reglement" : het koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/1991 pub. 08/09/2005 numac 2005000468 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen;3° "de Minister" : de Minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren;4° "de CBFA" : de Commissie voor het Bank-, Financie- et Assurantiewezen bedoeld in artikel 2, § 6, 13° van de wet;5° "de wet betreffende de aanvullende pensioenen" : de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. § 2. Voor de toepassing van dit besluit
van de maatregelen genomen tot uitvoering ervan, moet aan de termen
uitdrukkingen die voorkomen in bijlage 2 bij dit besluit de betekenis worden gegeven die hun daar wordt toegekend. Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de verrichtingen : 1° van rechtstreekse levensverzekeringen, dit wil zeggen personenverzekeringen tot uitkering van een vast bedrag, waarbij het zich voordoen van het verzekerde voorval alleen afhankelijk is van de menselijke levensduur;2° van rechtstreekse bruidsschats-
geboorteverzekeringen, dit wil zeggen personenverzekeringen tot uitkering van een vast bedrag, waarbij het voorvallen van de verzekerde gebeurtenis respectievelijk afhangt van het huwelijk van de verzekerde
van de geboorte van een kind;3° van aanvullende verzekeringen, dit wil zeggen personenverzekeringen die betrekking hebben op een bijkomend risico bij de onder 1°
2° bedoelde verrichtingen;4° met betrekking tot het beheer, voor eigen rekening, van collectieve pensioenfondsen, dit wil zeggen de verrichtingen die voor een verzekeringsonderneming bestaan in het beheer van die fondsen door op de uitgevoerde stortingen de technische grondslagen toe te passen van de verrichtingen bedoeld bij 1°, die al dan niet verbonden zijn met beleggingsfondsen, of bedoeld bij 6°.5° met betrekking tot het beheer, voor rekening van derden, van collectieve pensioenfondsen, dit wil zeggen de verrichtingen die voor een verzekeringsonderneming bestaan in het beheer van het geheel of een deel van de activa van een derde voor rekening van deze derde, in voorkomend geval gepaard gaand met het actuariële, administratieve of boekhoudkundige beheer.6° van kapitalisatie, dit wil zeggen de verrichtingen gebaseerd op een actuariële techniek, waarbij in ruil voor van tevoren vastgestelde
ige of periodieke stortingen, verplichtingen worden aangegaan die, voor wat betreft hun duur
hun bedrag, bepaald zijn
die onafhankelijk zijn van om het even welke toevallige gebeurtenis. Voor de in het eerste lid, 6°, bedoelde verrichtingen wordt onder "verzekeringnemer" verstaan "diegene die een kapitalisatieverrichting sluit". Art. 3.§ 1. Wat de verrichtingen betreft die niet verbonden zijn met een beleggingsfonds, behoren : 1° tot de in bijlage I bij het algemeen reglement bedoelde tak 21 : de in artikel 2, eerste lid, 1°, 3°
4° bedoelde verrichtingen, met uitzondering van de verrichtingen van de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde tak 25;2° tot de in bijlage I bij het algemeen reglement bedoelde tak 22 : de in artikel 2, eerste lid, 2° bedoelde verrichtingen;3° tot de in bijlage I bij het algemeen reglement bedoelde tak 26 : de in artikel 2, eerste lid, 6° bedoelde verrichtingen. § 2. Behoren tot de in bijlage I bij het algemeen reglement bedoelde tak 23, de in artikel 2, eerste lid, 1° tot
met 4°, bedoelde verrichtingen die verbonden zijn met een beleggingsfonds, met uitzondering van de verrichtingen van de in bijlage I bij het algemeen reglement bedoelde tak
het verdelen van de aldus samengestelde activa, in functie van het overleven of het overlijden van de verzekerden die tot de groep behoren. § 4. Behoren tot de in bijlage I bij het algemeen reglement bedoelde tak 27, de in artikel 2, eerste lid, 5°, bedoelde verrichtingen. Art. 4.De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op de verrichtingen die behoren tot de in bijlage I bij het algemeen reglement bedoelde takken 24, 28
29. Ze zijn slechts van toepassing op de verrichtingen die behoren tot de in bijlage I bij het algemeen reglement bedoelde takken 21, 22, 23, 25, 26
27 wanneer die verrichtingen betrekking hebben op in België gelegen risico's. In afwijking van het vorige lid zijn de bepalingen van de artikelen 22, 23, 24, 29, § 1, eerste
tweede lid,
artikel 31 van toepassing op al die verrichtingen, ongeacht de ligging van het risico. De bepalingen van de artikelen 22, 24 tot 28, 31, 34, 35
77 zijn evenwel niet van toepassing op de verzekeringsondernemingen waarvan de maatschappelijke zetel in een andere lid-Staat van de Europese Unie dan België gevestigd is. HOOFDSTUK II. - Onderschrijving van de verzekeringsovereenkomst Art. 5.De verzekeringsonderneming bezorgt de verzekeringnemer een polis met de tekst van de voorwaarden van de overeenkomst. Art. 6.Het voorstel of, bij gebrek aan voorstel, de polis : 1° bevat vragen die ertoe strekken de verzekeringsonderneming in te lichten over het te dekken risico alsmede over de mogelijkheid van een vervanging of een overname van de overeenkomst in de zin van artikel 83;2° duidt aan of de verzekeringsovereenkomst al dan niet wordt aangegaan voor het dekken of het opnieuw samenstellen van een door de verzekeringnemer aangevraagd krediet. Art. 7.De verzekeringsonderneming mag de kosten voor het ondergane medisch onderzoek
kel terugvorderen als de kandidaat-verzekeringnemer de overeenkomst niet onderschrijft of overeenkomstig artikel 9, § 1, opzegt. Dit recht mag
kel uitgeoefend worden door de verzekeringsonderneming indien er melding van gemaakt is in het voorstel. § 3. Bij afwijking van § 1, voor wat de overeenkomsten betreft waarbij de hoogte van de verzekerde prestaties bij leven op de eindvervaldag van de overeenkomst niet gewaarborgd wordt, bekomt de verzekeringnemer echter voor het sluiten van de overeenkomst de volgende inlichtingen : 1° de aard
de duur van de waarborg van het tarief
, in voorkomend geval, de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om dit tarief te bekomen;2° voor de dekking van het overlijdensrisico, een tabel met de premievoeten in functie van de leeftijd
de elementen waarop ze van toepassing zijn;3° de verzekerde prestaties bij overlijden
voor de aanvullende waarborgen bedoeld in hoofdstuk IX;4° de vermelding van de in artikel 27 bedoelde toeslagen;5° de vermelding van de kosten die ten laste van de verzekeringnemer zijn in geval van opzegging, afkoop
reductie van de overeenkomst;6° de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om van de winstdeling te kunnen genieten, in voorkomend geval met vermelding van het feit dat deze voorwaarden in de loop van de overeenkomst gewijzigd kunnen worden door de verzekeringsonderneming;7° informatie betreffende de belastingregeling
meer bepaald betreffende de fiscale behandeling van de prestaties op de eindvervaldag van de overeenkomst
in geval van vervroegde afkoop. § 4. In de documenten die voor het publiek of voor de tussenpersonen zijn bestemd, mag de verzekeringsonderneming melding maken van de projecties voor de prestaties die overeenstemmen met de combinatie van de overeenkomst of met elke andere gelijkaardige verrichting die bij wijze van voorbeeld wordt gegeven, met inachtneming van de volgende voorwaarden : 1° de verzekeringsonderneming vermeldt zichtbaar
nauwkeurig dat de projecties voor de prestaties die voortvloeien uit de ramingen met betrekking tot de winstdeling, tot de evolutie van de waarde van de eenheden van beleggingsfondsen, tot elke verhoging of andere wijziging van de overeenkomst of van de technische grondslagen, niet gewaarborgd zijn
dat de bedragen van die prestaties kunnen schommelen in de tijd, afhankelijk van de economische conjunctuur
de resultaten van de verzekeringsonderneming;2° als de verzekeringsonderneming bovendien verschillende projecties gebruikt, worden deze op een zodanige manier voorgesteld dat geen
kele projectie meer kans blijkt te hebben om zich werkelijk voor te doen dan een andere. § 5. Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen, moet in elke reclame of elk aanbod betreffende de in artikel 2 bedoelde verrichtingen, waarin verwezen wordt naar een tarief, vermeld worden aan welke voorwaarden voldaan moet worden om dit tarief te bekomen
welke de draagwijdte is van de waarborg van dit tarief. Bij elke verwijzing naar rendementen die in het verleden verwezenlijkt zijn, dient te worden vermeld dat deze rendementen niet gewaarborgd zijn voor de toekomst. In elke reclame of elk aanbod voor de in artikel 24, § 2, tweede lid
, bedoelde verrichtingen dient hetzij de interne rendementsvoet vermeld te worden, hetzij het brutorendement, met gedetailleerde opgave van de verschillende kosten. § 6. Elke reclame of elk aanbod voor de in hoofdstuk XII bedoelde verrichtingen bevat de volgende inlichtingen : 1° de benaming van het beleggingsfonds
de beleggingsdoeleinden, met vermelding van de in artikel 72, § 2, 13° bedoelde risicoklasse;2° het feit dat het financieel risico van de verrichting volledig door de verzekeringnemer gedragen wordt. Art. 9.§ 1. De verzekeringnemer heeft het recht om de overeenkomst op te zeggen binnen 30 dagen vanaf de inwerkingtreding ervan. In dit geval stort de verzekeringsonderneming de betaalde premie terug, verminderd met de bedragen die werden verbruikt om het risico te dekken. Voor de in artikel 24, § 2, tweede lid
, bedoelde verrichtingen kan de verzekeringsonderneming eveneens de in toepassing van artikel 30, § 2, laatste lid, berekende afkoopvergoeding inhouden. Voor de verrichtingen verbonden met een beleggingsfonds stort de verzekeringsonderneming de waarde van de toegekende eenheden terug, verhoogd met de instapkosten. De waarde van de eenheden wordt bepaald op de door de overeenkomst bepaalde datum, maar ten vroegste op de dag na de datum van ontvangst door de verzekeringsonderneming van de aanvraag van opzegging van de overeenkomst. §
2 bedoelde bepalingen. Art. 10.§ 1. De polis vermeldt of de overeenkomst al dan niet onbetwistbaar is. Indien de overeenkomst betwistbaar is, vermeldt de polis in welke mate
tot welke datum. Behalve voor de aanvullende verzekeringen, mag dit tijdstip niet later vallen dan één jaar na de datum van onderschrijving van de overeenkomst. § 2. De polis geeft aan in welke mate
voor welke duur de technische grondslagen van de tarifering worden gewaarborgd. § 3. De polis vermeldt in welke mate
onder welke voorwaarden de overeenkomst recht geeft op een winstdeling. Art. 11.Ongeacht de periodiciteit van de premie is de betaling van die premie of van een gedeelte ervan niet verplicht. De verzekeringsonderneming maakt hiervan melding in de polis. HOOFDSTUK III. - Uitvoering van de overeenkomst Art. 12.§
die van de aanvullende verzekeringen te handhaven
hiervoor de theoretische afkoopwaarde aan te wenden tot die is uitgeput. De verzekeringsonderneming waarschuwt schriftelijk de verzekeringnemer voor de gevolgen van de niet-betaling van de premies. Wanneer de theoretische afkoopwaarde niet volstaat om de dekking te handhaven van de verzekerde prestaties bij overlijden of van de prestaties van de aanvullende verzekeringen, heeft de vermindering van die prestaties uitwerking ten vroegste 30 dagen na de verzending door de verzekeringsonderneming aan de verzekeringnemer van een aangetekende brief waarin aan de gevolgen van de niet-betaling wordt herinnerd. Art. 14.§
de aanvullende verzekeringen, heeft de verzekeringnemer steeds recht op de omzetting van zijn gereduceerde overeenkomst in de oorspronkelijke combinatie. De verzekeringsonderneming heeft het recht om op eigen initiatief deze omzetting uit te voeren
de aanvullende verzekeringen geheel of gedeeltelijk op te zeggen, indien de overeenkomst erin voorziet. §
omzetting. In voorkomend geval vermeldt de polis de beperkingen van het recht op reductie
op omzetting alsmede de door de verzekeringnemer
de in uitvoering van de bepalingen van de voorgaande paragrafen door de verzekeringsonderneming te volgen procedures. § 4. De polis vermeldt de wijze waarop de in artikel 29, § 2, bedoelde reductievergoeding wordt berekend. Art. 16.In afwijking van artikel 15
behoudens uitdrukkelijk verzet van de verzekeringnemer, is er geen reductie maar afkoop van de overeenkomst indien de afkoopwaarde op de datum van de reductie niet hoger is dan een bedrag vermeld in de brieven bedoeld in de artikelen 13, § 2,
15, § 2, eerste lid, 2°. Art. 17.§ 1. Behalve voor de tijdelijke verzekeringen bij overlijden met periodieke constante premies, die betaalbaar zijn tijdens een periode die langer is dan de helft van de looptijd van de overeenkomst
voor tontineverrichtingen, heeft de verzekeringnemer het recht om op elk ogenblik zijn overeenkomst af te kopen, tenzij een op de overeenkomst toepasselijke wetgeving of reglementering dit verbiedt. Nochtans wordt de afkoopwaarde slechts vereffend ten belope van het kapitaal-overlijden. Het saldo van de theoretische afkoopwaarde wordt aangewend voor het verzekeren, op inventarisgrondslag, van prestaties bij leven betaalbaar onder dezelfde voorwaarden als de prestaties bij leven van de oorspronkelijke verrichting. In geval van verzekeringen op meerdere hoofden, wordt de afkoopwaarde slechts vereffend ten belope van het kleinste van de kapitalen-overlijden. § 2. De polis bepaalt of de verzekeringnemer recht heeft op afkoop. In voorkomend geval vermeldt de polis de beperkingen van het recht op afkoop
de door de verzekeringnemer te volgen procedure. Hij bepaalt dat de afkoop moet worden aangevraagd met een door de verzekeringnemer gedateerd
ondertekend schrijven. §
,
de verrichtingen verbonden met een beleggingsfonds heeft de afkoop uitwerking op de datum vermeld in het schrijven bedoeld in § 2
ten vroegste de dag die volgt op de datum van ontvangst van dit schrijven door de verzekeringsonderneming. De datum die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de afkoopwaarde is de datum bedoeld in het vorige lid. § 5. Voor de andere dan in § 4 bedoelde verrichtingen heeft de afkoop uitwerking op de datum waarop het kwijtschrift van afkoop of elk ander gelijkwaardig document voor akkoord wordt ondertekend door de verzekeringnemer. De datum die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de afkoopwaarde is de datum van het in § 2 bedoelde schrijven. Art. 18.De polis vermeldt het bestaan
de beperkingen van het recht op voorschot op de verzekerde prestaties. Dit voorschot mag niet groter zijn dan het minimum dat de afkoopwaarde tijdens heel de nog te verstrijken looptijd van de overeenkomst kan bereiken, beperkt tot het bedrag dat voor vereffening vatbaar is met toepassing van de bepalingen van artikel 17, § 1
rekening houdend met de eventuele wettelijke inhoudingen. De voorschotakte vermeldt de voorwaarden waaronder dit voorschot wordt toegekend, met name inzake de winstdeling. Art. 19.§ 1. Voor alle in artikel 8, §§ 1
2, bedoelde overeenkomsten verstrekt de verzekeringsonderneming op zijn minst jaarlijks de volgende inlichtingen aan de verzekeringnemer : 1° het bedrag van de premies die in de loop van het voorbije jaar gestort zijn;2° het bedrag van de prestaties van de verzekeringsonderneming die in de loop van het voorbije jaar vereffend zijn;3° de afkoopwaarde of de theoretische afkoopwaarde met vermelding van de wijze waarop de afkoopvergoeding wordt berekend
van de datum waarop deze waarden werden berekend of, voor de verrichtingen die geen prestaties bij overlijden omvatten, de theoretische afkoopwaarde
het ontbreken van een recht op afkoop;4° op aanvraag van de verzekeringnemer, dezelfde inlichtingen als onder 3°, met betrekking tot het voorgaande jaar;5° het bedrag van de winstdeling dat aan de overeenkomst is toegekend
, indien er een winstdelingspercentage vermeld wordt, de elementen waarop dit percentage van toepassing is;6° de verhoging van de verzekerde prestaties als gevolg van de winstdeling, alsook de voorwaarden waaraan de overeenkomst dient te voldoen om een winstdeling voor het lopende boekjaar te kunnen genieten. § 2. De in § 1, 3°
4°, bedoeld informatie is niet vereist voor : 1° de verzekeringsverrichtingen bij overlijden die geen levenslange verzekeringen zijn;2° de lopende renten;3° de overeenkomsten zonder winstdeling;4° de overeenkomsten waarvan de theoretische afkoopwaarde op de verjaardag van de overeenkomst of, bij ontstentenis, op de datum waarop deze waarde meegedeeld wordt, geen 125 euro bedraagt.Dit bedrag van 125 euro wordt in functie van het gezondheidsindexcijfer der consumptieprijzen (basis 1988 = 100) geïndexeerd. Het indexcijfer dat in aanmerking moet worden genomen, is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van de berekening voorafgaat. Art. 20.§ 1. Voor de in artikel 8, § 3, bedoelde overeenkomsten verstrekt de verzekeringsonderneming op zijn minst jaarlijks de volgende inlichtingen aan de verzekeringnemer : 1° het bedrag van de premies die in de loop van het voorbije jaar gestort zijn;2° de premie van het afgelopen jaar betreffende de overlijdensdekking;3° het bedrag van de toeslagen die in de loop van het voorbije boekjaar ten laste van de verzekeringnemer gelegd zijn;4° de rentevoet die in de loop van het voorbije jaar gewaarborgd was;5° het bedrag van de prestaties van de verzekeringsonderneming die in de loop van het voorbije jaar vereffend zijn;6° de afkoopwaarde of de theoretische afkoopwaarde, met vermelding van de wijze waarop de afkoopvergoeding wordt berekend
van de datum waarop deze waarden werden berekend of, voor de verrichtingen die geen prestaties bij overlijden omvatten, de theoretische afkoopwaarde
het gebrek aan recht op afkoop;7° op aanvraag van de verzekeringnemer, dezelfde inlichtingen als onder 6°, met betrekking tot het voorgaande jaar;8° het bedrag van de winstdeling dat aan de overeenkomst is toegekend
het percentage ten opzichte van de gemiddelde theoretische afkoopwaarde. Indien er verschillende rendementsvoeten gelden voor de verschillende reserveschijven, moeten de gewaarborgde rentevoet
de winstdelingsdotatie worden uitgedrukt in een percentage van : - hetzij de theoretische afkoopwaarde van iedere reserveschijf; - hetzij de volledige theoretische afkoopwaarde, gewogen volgens het aandeel van elke reserveschijf; 9° de verhoging van de verzekerde prestaties in geval van overlijden te wijten aan de winstdeling, alsook de voorwaarden waaraan de overeenkomst dient te voldoen om van een winstdeling voor het lopende boekjaar te kunnen genieten. § 2. De in § 1, 6°
7°, bedoeld informatie is niet vereist voor : 1° de verzekeringsverrichtingen bij overlijden die geen levenslange verzekeringen zijn;2° de lopende renten;3° de overeenkomsten zonder winstdeling;4° de overeenkomsten waarvan de theoretische afkoopwaarde op de verjaardag van de overeenkomst of, bij ontstentenis, op de datum waarop deze waarde meegedeeld wordt, geen 125 euro bedraagt.Dit bedrag van 125 euro wordt in functie van het gezondheidsindexcijfer der consumptieprijzen (basis 1988 = 100) geïndexeerd. Het indexcijfer dat in aanmerking moet worden genomen, is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van de berekening voorafgaat. Art. 21.De polis bepaalt dat de gereduceerde of afgekochte overeenkomst door de verzekeringnemer binnen een bepaalde termijn opnieuw in werking kan worden gesteld voor de op de datum van de reductie of van de afkoop verzekerde bedragen. De voormelde termijn mag niet korter zijn dan drie maanden voor een afgekochte overeenkomst
drie jaar voor een gereduceerde overeenkomst. Deze mogelijkheid mag afhankelijk worden gemaakt van een risicoselectie. Voor een gereduceerde overeenkomst gebeurt het opnieuw in werking stellen door de premie aan te passen rekening houdend met de gevestigde theoretische afkoopwaarde op het ogenblik waarop de overeenkomst opnieuw in werking wordt gesteld. Een afgekochte overeenkomst wordt opnieuw in werking gesteld door de terugstorting van de afkoopwaarde
door de aanpassing van de premie rekening houdend met de theoretische afkoopwaarde op het ogenblik van de afkoop. De door de verzekeringnemer te volgen regels zijn eveneens vermeld in de polis of in de documenten bedoeld in de artikelen 13, § 2,
15, § 2, eerste lid, 2°. De polis kan bepalen dat de zelfmoord van de verzekerde die zich minder dan één jaar na het opnieuw in werking stellen van de overeenkomst voordoet, niet is gedekt; nochtans mag die uitsluiting alleen betrekking hebben op het deel van de prestaties dat het voorwerp uitmaakt van het opnieuw in werking stellen. Dit artikel is niet van toepassing op het afgekochte deel van de in artikel 24, § 2, tweede lid,
,
in hoofdstuk XII bedoelde overeenkomsten. HOOFDSTUK IV. - Tarieven, reserves
voorzieningen Afdeling 1. - Technisch dossier Art. 22.Voor elk product of type van product dat het voorwerp van haar activiteit uitmaakt, deelt de verzekeringsonderneming voorafgaand aan de toepassing ervan, de grondslagen
methodes die zij gebruikt voor het opstellen van haar tarifering, de berekening van de afkoopwaarden, de reductiewaarden
de voorziening voor verzekering leven, alsook de vergoedingen die ze zal toepassen, mee aan de CBFA. Art. 23.De grondslagen
methodes gebruikt voor het opstellen van de tarifering, de berekening van de afkoopwaarden
de reductiewaarden, met inbegrip van de toegepaste vergoedingen,
het geldend winstdelingsplan, moeten ter beschikking van het publiek worden gesteld op de zetel van de vestiging die de overeenkomst heeft gesloten. Afdeling
de kosten te dekken, rekening houdend met de opbrengst van de dekkingswaarden
van de kapitalisatie van deze opbrengst. § 2. Voor de verrichtingen in euro is de technische rentevoet niet groter dan de referentierentevoet die gelijk is aan 3,75 %. Voor de prestaties bij leven van de verrichtingen waarvan de verzekeringsduur niet langer is dan acht jaar, wordt de technische rentevoet bovendien beperkt tot de spot rate voor deze duur. Wanneer de verrichting uit meerdere prestaties bestaat, met verschillende vervaldagen, wordt de spot rate genomen die met elke vervaldag overeenstemt. Deze spot rate wordt afgeleid uit de actuariële rendementen voor de duurtijden kleiner dan of gelijk aan deze duur. Het actuarieel rendement voor een bepaalde duur wordt bekomen door lineaire interpolatie van de op het ogenblik van de verbintenis bepaalde, actuariële nettorendementen van de twee op een bij artikel 10 van het algemeen reglement bepaalde gereglementeerde markt verhandelde, lineaire obligaties van een overheid met een vaste rentevoet, waarvan de eindvervaldagen het dichtst bij de vervaldag van de prestatie liggen
waarvoor die vervaldag tussen de twee eindvervaldagen van die obligaties valt. De berekeningswijze van de spot rate wordt in bijlage 4 vastgelegd. §
3 mag de verzekeringsonderneming voor een bepaalde prestatie die op de datum van de verbintenis is gevestigd, met inbegrip van de door het in artikel 51 bedoelde financieringsfonds gevestigde reserves, een technische rentevoet waarborgen die hoger is dan de in § § 2
3 bedoelde referentierentevoet in de mate dat de duur
de opbrengst van de dekkingswaarden het toelaten
op voorwaarde dat : 1° de duur van de waarborg niet langer is dan acht jaar;2° voor de duur van de waarborg de gewaarborgde technische rentevoet niet groter is dan de spot rate voor deze duur. Voor de verrichtingen in euro wordt de spot rate afgeleid uit de actuariële rendementen voor de duurtijden kleiner dan of gelijk aan deze duur. Het actuarieel rendement voor een bepaalde duur wordt bekomen door lineaire interpolatie van de op het ogenblik van de verbintenis bepaalde, actuariële nettorendementen van de twee op een bij artikel 10 van het algemeen reglement bepaalde gereglementeerde markt verhandelde, lineaire obligaties van een overheid met een vaste rentevoet, waarvan de eindvervaldagen het dichtst bij de vervaldag van de prestatie liggen
waarvoor die vervaldag tussen de twee eindvervaldagen van die obligaties valt; Voor de verrichtingen in een andere munt dan de euro wordt de spot rate afgeleid uit de actuariële rendementen voor de duurtijden kleiner dan of gelijk aan deze duur. Het actuarieel rendement voor een bepaalde duur wordt bekomen door lineaire interpolatie van de op het ogenblik van de verbintenis bepaalde, actuariële nettorendementen van de twee op een bij artikel 10 van het algemeen reglement bepaalde gereglementeerde markt verhandelde
in de betrokken munt uitgedrukte lineaire obligaties van een overheid met een vaste rentevoet, waarvan de eindvervaldagen het dichtst bij de vervaldag van de prestatie liggen
waarvoor die vervaldag tussen de twee eindvervaldagen van die obligaties valt. Wanneer de verrichting uit meerdere prestaties bestaat, met verschillende vervaldagen, wordt de spot rate genomen die met elke vervaldag overeenstemt. § 5. Voor de verrichtingen van het type leven zijn de overlevingskansen niet kleiner dan : 1° voor de verrichtingen waarvan het risico in België gelegen is, die welke voortvloeien uit de referentietafels MR of FR, naargelang de verzekerde van het mannelijke of het vrouwelijke geslacht is;2° voor de verrichtingen waarvan het risico in het buitenland gelegen is, de overlevingskansen die door de wetgeving van het land van het risico aan zijn eigen verzekeringsondernemingen opgelegd worden of, bij ontstentenis, de overlevingskansen die overeenstemmen met de sterfte van dat land; De referentietafels MR
FR worden bepaald met de formule
de constanten die in bijlage 1 vermeld zijn. § 6. Voor de verrichtingen van het type overlijden zijn de sterftekansen niet kleiner dan : 1° voor de verrichtingen waarvan het risico in België gelegen is, die welke voortvloeien uit de referentietafels MK of FK, naargelang de verzekerde van het mannelijke of het vrouwelijke geslacht is;2° voor de verrichtingen waarvan het risico in het buitenland gelegen is, de sterftekansen die door de wetgeving van het land van het risico aan zijn eigen verzekeringsondernemingen opgelegd worden of, bij ontstentenis, de sterftekansen die overeenstemmen met de sterfte van dat land. De referentietafels MK
FK worden bepaald met de formule
de constanten die in bijlage 1 vermeld zijn. § 7. In afwijking van §§ 5
6 mag de verzekeringsonderneming gedurende ten hoogste drie jaar lagere sterfte- of overlevingskansen waarborgen naargelang de risicokapitalen positief of negatief zijn, op voorwaarde dat die kansen niet lager zijn dan de kansen die voor alle Belgische verzekeringsondernemingen
bijkantoren van verzekeringsondernemingen waarvan de maatschappelijke zetel buiten de Gemeenschap gevestigd is, worden afgeleid uit de door de CBFA gepubliceerde statistieken betreffende het aantal verzekerde personen
het aantal vastgestelde overlijdens over vijf jaar. Art. 25.De verzekeringsonderneming mag in haar tarieven een bijzondere voorvalswet voor een verzwaard risico toepassen. Deze voorvalswet moet in het dossier van de verzekeringnemer bij de verzekeringsonderneming worden vermeld. Art. 26.De verrichtingen met flexibele premies worden voor de tarifering als een geheel van verrichtingen tegen koopsom beschouwd
geen
kele waarborg inzake tarief mag worden toegekend voor flexibele premies vóór hun storting. Art. 27.§ 1. De technische grondslagen van de tarifering mogen alleen bestaan uit : 1° sterfte- of overlevingswetten
, voor de tijdelijke verrichtingen bij overlijden met constante periodieke premies zonder recht op reductie of op afkoop, een uittredewet;2° voor de verrichtingen die niet verbonden zijn met beleggingsfondsen, inventaris-, acquisitie-
inningstoeslagen of voor de verrichtingen verbonden met een beleggingsfonds, een toeslag voor het beheer van dit fonds, een instaptoeslag
een uitstaptoeslag;3° technische rentevoeten voor verrichtingen die niet verbonden zijn met beleggingsfondsen. De technische grondslagen van de tarifering van de bruidsschats-
geboorteverzekeringen
van de aanvullende verzekeringen omvatten bovendien voorvalswetten die eigen zijn aan de door deze verzekeringen gedekte risico's § 2. De inventaristoeslagen worden voortdurend
in functie van het risicokapitaal
de theoretische afkoopwaarde verbruikt. § 3. De inningstoeslagen worden verbruikt op de vervaldag van de premie waarop ze slaan
alleen in geval van betaling ervan. Art. 28.De verzekeringsonderneming mag geen
kele kost of vergoeding aanrekenen behalve die bedoeld in de artikelen 29, § 2
30, § 2, tenzij in geval van bijzondere uitgaven die door toedoen van de verzekeringnemer, van de verzekerde of van de begunstigde werden veroorzaakt
op voorwaarde dat de verzekeringsonderneming in de polis melding maakt van deze mogelijkheid
van de bijzondere uitgaven waarvan hierboven sprake is. Afdeling
de actuele waarde van de reductiepremies die betrekking hebben op de toekomstige vervaldagen. Dat verschil wordt verhoogd met het niet-verbruikte gedeelte van de toeslagen. De technische grondslagen die gebruikt moeten worden voor de berekening van de theoretische afkoopwaarden, zijn deze die worden gebruikt voor de berekening van de premie. Als de inningstoeslagen bedoeld in artikel 27, § 3, voor de verzekeringsverrichtingen waarvan de premies vooraf worden vastgesteld, variabel zijn, moet voor de toepassing van dit besluit als een acquisitietoeslag worden beschouwd het verschil, als dit positief is, tussen de actuele waarde van de inningstoeslagen van de eerste tien jaar van de verrichting
die welke zou worden verkregen voor deze periode door als inningstoeslagvoet het gewogen gemiddelde betreffende de jaren na het tiende jaar te nemen. § 2. Bij een vermindering van de actuele waarde van de nog te vervallen reductiepremies
in de mate van deze vermindering, wordt het verbruik van de acquisitietoeslag tot een quotiteit van die acquisitietoeslag beperkt, waarvan het bedrag in bijlage 3 is vastgesteld. Bij een vermindering van de nog te vervallen premies, mag de verzekeringsonderneming echter een reductievergoeding aanrekenen. Deze mag niet groter zijn dan : 1° op het moment van de reductie, een forfait van 75 euro, geïndexeerd in functie van het gezondheidsindexcijfer der consumptieprijzen (basis 1988 = 100).Het indexcijfer dat in aanmerking moet worden genomen is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van de reductie voorafgaat; 2° nadien, op elke vervaldag van de oorspronkelijk voorziene premie, een vergoeding die overeenstemt met de vermindering van het gedeelte van de toeslagen dat het algemeen beheer van de overeenkomsten dekt
die tot 5 pro mille van de vermindering van de reductiepremie beperkt is.Deze vergoeding wordt als een inventaristoeslag in de zin van artikel 27, § 2, beschouwd. §
1 % van de theoretische afkoopwaarde vermenigvuldigd met de tot de eindvervaldag nog te verstrijken looptijd van de overeenkomst uitgedrukt in jaren. Wanneer een afkoop tijdens de eerste acht jaar van de overeenkomst gebeurt, mag voor de toepassing van deze paragraaf de theoretische afkoopwaarde evenwel vervangen worden door de theoretische afkoopwaarde die wordt verkregen door de rentevoet te vervangen door de spot rate die op het ogenblik van de afkoop van toepassing is op de verrichtingen met een duur gelijk aan het verschil tussen de looptijd van de overeenkomst beperkt tot acht jaar
de ouderdom van de overeenkomst. §
administratiekosten
commissielonen, Er wordt evneens rekening gehouden met de in de toekomst te ontvangen premies. § 3. Bij de in de voorgaande paragraaf bedoelde berekening wordt er rekening gehouden met de ongunstige ontwikkeling van de verschillende betrokken factoren, die ten grondslag liggen aan die voorziening voor verzekering leven. In het bijzonder stelt de verzekeringsonderneming voor de overeenkomsten waarvoor de gewaarborgde rentevoet vastgesteld is krachtens de bepalingen van artikel 24, §§ 2
3, een aanvullende voorziening samen zodra de gewaarborgde rentevoet 80 % van de gemiddelde rentevoet over de laatste vijf jaar van de OLO's op tien jaar met meer dan 0,1 % overschrijdt. Deze samen te stellen aanvullende voorziening maakt deel uit van de voorziening voor verzekering leven. Zij is voor alle overeenkomsten gelijk aan de som van het positieve verschil tussen de inventarisreserve van de overeenkomst waarbij de technische rentevoet wordt vervangen door de rentevoet die overeenstemt met 80 % van de gemiddelde rentevoet vermeld in het vorige lid
de inventarisreserve van de overeenkomst in haar technische grondslagen of eventueel aangepast volgens artikel 86, § 3. Deze aanvullende voorziening wordt op 31 december van elk jaar berekend. De jaarlijkse dotatie is gelijk aan ten minste 10 % van de in het vorige lid bedoelde samen te stellen aanvullende voorziening. Indien de samen te stellen aanvullende voorziening kleiner is dan de samengestelde aanvullende voorziening, mag de verzekeringsonderneming van deze laatste aanvullende voorziening 10 % afhouden van het overschot alsook 90 % van de samengestelde aanvullende voorziening die betrekking heeft op de vereffende overeenkomsten. De berekeningswijze van de samen te stellen aanvullende voorziening
van haar samenstelling wordt in bijlage 5 vastgelegd. §
is van dien aard dat de winstdeling gedurende de looptijd van de overeenkomst op een redelijke wijze wordt vrijgemaakt. § 8. Onverminderd de bepalingen van §§ 2 tot 7, mag het bedrag van de voorziening voor verzekering leven niet kleiner zijn dan de som, voor alle overeenkomsten, van de inventarisreserves, waarbij de negatieve inventarisreserves niet worden meegerekend. HOOFDSTUK V. - Winstdeling Art. 32.Geen
kele winstdeling mag, op welke wijze dan ook, worden gewaarborgd vóór de datum van de verdeling van de winst. Art. 33.§ 1. De verdeling van de winsten ten gunste van de verzekeringsovereenkomsten houdt voor de verzekeringsonderneming de definitieve afstand van deze bedragen in, behalve voor de verrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 14 mei 1969 betreffende de toekenning van bovenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust-
overlevingspensioen voor werknemers. §
7 bedoelde mogelijkheid gebruik maakt, kan slechts een winstdeling ten gunste van de betrokken overeenkomsten verdelen op het einde van de periode van waarborg van de technische grondslagen bedoeld in deze paragrafen. De bepalingen van § 2 zijn van toepassing op het einde van de waarborgperiode. HOOFDSTUK VI. - Collectieve overeenkomsten Art. 34.De verzekeringsonderneming mag een van de bepalingen van artikel 24, §§ 2, 3, 6
7 afwijkende tarifering toepassen op een overeenkomst met als voorwerp tijdelijke verzekeringsverrichtingen bij overlijden, bestemd om financieringen te dekken die de verzekeringnemer heeft toegestaan, op voorwaarde dat de overeenkomst bepaalt dat de verzekeringnemer aan de individuele verzekerden het recht op afkoop, reductie
aanduiding van de begunstigden overdraagt betreffende de bedragen die niet noodzakelijk zijn om het verschuldigd blijvend saldo te waarborgen. Art. 35.De in artikel 34 bedoelde tarifering houdt geen rekening met de leeftijd van iedere verzekerde afzonderlijk. HOOFDSTUK VII. - Samengevoegde overeenkomsten Art. 36.Wanneer er tussen de verzekeringnemers of de begunstigden van verschillende overeenkomsten onderlinge economische, sociale of familiale banden bestaan, mag de verzekeringsonderneming op deze overeenkomsten de bepalingen van dit besluit betreffende de algemene voorwaarden, de technische grondslagen, de tarifering
de winstdeling toepassen alsof het om één
kele overeenkomst zou gaan. In dat geval gebeurt de uitsplitsing van de premies
de prestaties over die overeenkomsten, samengevoegde overeenkomsten genoemd, in functie van de inventarisgrondslagen. De verzekeringsonderneming past de in het vorige lid vermelde regels toe wanneer een verzekeringnemer verscheidene overeenkomsten bij eenzelfde verzekeringsonderneming heeft aangegaan. Art. 37.Overeenkomsten die met één of meer beleggingsfondsen zijn verbonden, mogen hetzij onderling, hetzij met één of meer overeenkomsten die niet met dergelijke fondsen verbonden zijn, worden samengevoegd. In dit geval bepaalt de polis de regels voor de verdeling van de premies, de reserves
de winstdeling over de verschillende overeenkomsten. HOOFDSTUK VIII. - Bruidsschats-
geboorteverzekeringen Art. 38.De bepalingen van artikelen 103, 104, 114, 115, 119, 120
121 van de wet van 25 juni 1992 op de landsverzekeringsovereenkomst, alsmede die van dit besluit betreffende de levensverzekeringen zijn van toepassing op de bruidsschats-
geboorteverzekeringen. HOOFDSTUK IX. - Aanvullende verzekeringen Art. 39.De personenverzekeringsverrichtingen die betrekking hebben op een bijkomend risico bij de in artikel 2, 1°
2°, bedoelde verrichtingen zijn gericht op de uitkering van een vast bedrag. Art. 40.De verzekeringnemer heeft het recht om op elk ogenblik
onafhankelijk van het verloop van de hoofdverzekering, een einde te maken aan de betaling van de premies van de aanvullende verzekering. De verzekeringsonderneming maakt hiervan melding in de polis. Art. 41.De algemene voorwaarden van de hoofdverzekering zijn van toepassing op de aanvullende verzekering voor zover de bedingen van de aanvullende verzekering er niet van afwijken. De verzekeringsonderneming maakt hiervan melding in de polis. Art. 42.De opzegging
de afkoop van de hoofdverzekering leiden van rechtswege tot de opzegging of, indien er een afkoopwaarde is, tot de afkoop van de aanvullende verzekering. De reductie van de hoofdverzekering brengt van rechtswege de reductie mee van de aanvullende verzekering. De verzekeringsonderneming maakt hiervan melding in de polis. HOOFDSTUK X. - Groepsverzekeringen Afdeling 1. - Groepsverzekeringsreglement - Aansluiting Art. 43.§ 1. De artikelen 8, §§ 1 tot 3, 13, § 2, 15, §§ 1
2, 16, 19, § 1, 1° tot 5°,
, 20, § 1, 1° tot 8°,
,
30, § 2, laatste lid zijn niet van toepassing op de groepsverzekering. § 2. Artikel 54, § 2 is niet van toepassing op groepsverzekeringen die door publiekrechtelijke rechtspersonen zijn onderschreven
die bestemd zijn om het statutaire pensioenstelsel te verzekeren. Art. 44.Een groepsverzekering mag bij een verzekeringsonderneming
kel onderschreven worden ten voordele van het geheel of van een deel van het personeel of van de bedrijfsleiders van één of meerdere werkgevers. Art. 45.§
voorwaarden voor de aansluiting;2° dat de persoonlijke bijdragen van de aangeslotenen door de werkgever op de bezoldigingen worden ingehouden
aan de verzekeringsonderneming worden gestort;3° de regels die het mogelijk maken op elk ogenblik de door de aangeslotene verworven prestaties
reserves te bepalen;4° de te volgen procedure opdat elke aangeslotene, uiterlijk drie maanden na de vervaldag van de premies, van de niet-betaling van de persoonlijke bijdragen of de werkgeversbijdragen alsmede van de opzegging van de groepsverzekering op de hoogte wordt gebracht;5° de volgorde van de begunstigden in geval van overlijdensdekking;6° de voorwaarden die van toepassing zijn op de facultatieve persoonlijke overeenkomst;7° indien de groepsverzekering door verschillende inrichters werd aangegaan, de regels van verdeling van het financieringsfonds wanneer een inrichter de aldus gevormde groep verlaat;8° de doeleinden van het eventuele financieringsfonds, zijn stijvings-
vereffeningsmodaliteiten alsmede het lot van dit fonds in geval van opzegging of reductie van de groepsverzekering;9° de toe te passen procedures in geval van de in artikel 50 bedoelde onderfinanciering;10° de modaliteiten volgens dewelke de bedragen van de verworven prestaties
reserves tijdens de duur van de aansluiting aan iedere aangeslotene worden medegedeeld;11° de verschillende elementen in de samenstelling van de vaste prestaties alsmede de wijze waarop ze worden bepaald;12° de regels
de voorwaarden voor opzegging van de groepsverzekering. Afdeling
de prestaties die overeenstemmen met de persoonlijke bijdragen, ongeacht het type van de uitgevoerde verrichting,
de prestaties die voor elke aangeslotene overeenstemmen met de in artikel 46 bedoelde vaste bijdragen, maken het voorwerp van individuele berekeningen uit. De premies van de verrichtingen bij overlijden
van de aanvullende verzekeringen worden berekend volgens een individuele tarifering. Voor de groepen die een groot aantal personen verzekeren
dan nog
kel voor de werkgeversbijdragen, is het echter toegestaan dat de tarifering geen rekening houdt met de leeftijd van elke verzekerde afzonderlijk maar wel met de gemiddelde leeftijd die gewogen is in functie van de verzekerde kapitalen. Deze mogelijkheid is beperkt tot de tijdelijke verzekeringen met een looptijd niet langer dan een jaar. §
de aangeslotenen die niet meer in dienst zijn maar recht hebben op uitgestelde pensioenprestaties
die de laagste van de pensioenleeftijden voorzien door het reglement bereikt of overschreden hebben, de actuele waarde van de prestaties waarop ze aanspraak zouden kunnen maken indien ze op het beschouwde ogenblik op pensioen zouden gaan, berekend met de actualisatieregels bepaald in het tweede lid van deze paragraaf. 2° de actuele waarde : a) hetzij van de lopende rente, eventuele overdraagbaarheid inbegrepen;b) hetzij van het deel van de te bereiken prestaties, die overeenkomstig het reglement, rekening houdend met de bezoldiging van het ogenblik
op basis van een loopbaan tot aan de normale pensioenleeftijd worden berekend.De noemer van de met dit deel overeenstemmende breuk is gelijk aan het aantal jaren van de volledige loopbaan van de aangeslotene; de teller wordt gevormd door het aantal gepresteerde jaren. Beide getallen worden berekend vanaf de datum van aansluiting. Voor de werknemers die na 31 december 1995 in dienst zijn getreden
voor de werknemers die in dienst zijn getreden vóór 1 januari 1996, van wie de rechten betrekking hebben op een pensioenstelsel dat werd ingevoerd na 31 december 1995, zijn de teller
de noemer van deze breuk beperkt tot de in het reglement vastgelegde maximale erkende diensttijd. In deze berekening is de eventuele overdraagbaarheid in geval van overlijden na de pensioenleeftijd begrepen. De in het eerste lid, 2°, gedefinieerde actuele waarde wordt berekend met behulp van de volgende actualisatieregels : 1° de technische rentevoet van 6 %;2° de sterftewetten die voortvloeien uit de tafels MR of FR, naargelang de aangeslotene van het mannelijke of vrouwelijke geslacht is. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de datum van aansluiting de datum van aansluiting bij het pensioenstelsel verstaan. De normale pensioenleeftijd is de laagste van de pensioenleeftijden waarna krachtens de pensioentoezegging de pensioenprestaties van de aangeslotene alleen nog verhogen ten gevolge van salarisstijgingen of van een eventuele vermindering van het aandeel van het wettelijke pensioen. Die normale pensioenleeftijd mag niet hoger zijn dan 65 jaar. § 3. Voor de toezeggingen bedoeld in artikel 21 van de wet betreffende de aanvullende pensioenen, wordt, in afwijking van § 2, de minimumvoorziening voor elke aangeslotene samengesteld overeenkomstig de regels van § 6 van dit artikel. § 4. Wanneer het reglement voorziet in de mogelijkheid tot vervroeging van de verzekerde voordelen
de prestaties waarop men bij vervroeging recht heeft groter zijn dan die welke voortvloeien uit de actuariële vermindering volgens de technische grondslagen bepaald door het reglement, wordt bovenop de voorzieningen bedoeld in §§ 2, 5
7 een aanvullende voorziening gevestigd. Die aanvullende voorziening is minstens gelijk aan 60 % van het positief verschil tussen,
erzijds, de minimumreserve voortvloeiend uit §§ 2, 5
7 waarbij als normale pensioenleeftijd de leeftijd genomen wordt op de eerste dag waarop de aangeslotene volgens het reglement zijn recht op pensioenvoordelen ten vroegste kan laten gelden,
anderzijds, de minimumreserve voortvloeiend uit §§ 2, 5
kel de werknemers die na 31 december 1995 in dienst zijn getreden
de werknemers die in dienst zijn getreden vóór 1 januari 1996, van wie de rechten betrekking hebben op een pensioenstelsel dat werd ingevoerd na 31 december
erzijds voor de werkgeversbijdragen
anderzijds voor de persoonlijke bijdragen van de aangeslotene. Het bedrag dat zich op de rekeningen van de aangeslotene bevindt bepaalt de minimumreserve die de verzekeringsonderneming dient samen te stellen voor de dekking van de toezegging met betrekking tot deze aangeslotene. Wanneer het reglement in het gebruik van tariferingsregels voor de bepaling van de prestaties met betrekking tot de gestorte bijdragen voorziet, wordt het bedrag, dat zich op de rekeningen van de aangeslotene bevindt, verkregen door deze bijdragen te kapitaliseren overeenkomstig de tariferingsregels van het reglement. Met tariferingsregels worden regels bedoeld die, ofwel
kel een bepaald rendement in aanmerking nemen, ofwel een bepaald rendement gecombineerd met een voorvalswet. Dit rendement kan een intrestvoet zijn die numeriek in het reglement is vastgelegd, een rendement dat gedefinieerd wordt door verwijzing naar elk financieel instrument gewaarborgd door één van de lidstaten van de Europese Unie, of het rendement verbonden aan de evolutie van elke index die door een autoriteit van een gereglementeerde markt zoals bedoeld in artikel 10 van het algemeen reglement wordt openbaar gemaakt, of van elke index die op nationaal of internationaal niveau erkend wordt. Indien voormeld rendement een intrestvoet is die numeriek in het reglement wordt vastgelegd mag deze intrestvoet de rentevoet gedefinieerd in § 2, tweede lid, 1°, niet overschrijden. In het kader van dit artikel wordt met bijdragen, naast de in het reglement bepaalde persoonlijk bijdragen
werkgeversbijdragen, ook de toegekende winstdeling bedoeld. § 7. Indien het plan ten laste van de verzekeringsonderneming een groepsverzekering aanvult die onderschreven is bij een andere verzekeringsonderneming, zijn de volgende bepalingen van toepassing. De verworven reserves bedoeld in § 2, eerste lid, 1° zijn deze die ten laste van de verzekeringsonderneming zelf vallen, in overeenstemming met de bepalingen dienaangaande in het reglement. Indien de vaste prestaties ten laste van de verzekeringsonderneming uitgedrukt worden als het verschil tussen een globale vaste prestatie
prestaties samengesteld in het kader van een groepsverzekeringsovereenkomst met vaste bijdragen onderschreven bij een andere verzekeringsonderneming, wordt de breuk bedoeld in § 2, eerste lid, 2°, b), toegepast op de globale vaste prestatie. Van de in beide vorige leden bepaalde breuk worden de verworven prestaties met betrekking tot die andere overeenkomst afgetrokken vóór de actualisatie overeenkomstig de actualisatieregels vermeld in § 2, tweede lid. Deze prestaties worden uitgedrukt in rente of in kapitaal al naargelang de vaste prestaties, gedefinieerd in het plan ten laste van de verzekeringsonderneming, zijn uitgedrukt in rente of in kapitaal zonder rekening te houden met de mogelijkheden tot omzetting die in dat plan zijn voorzien. Nochtans kan de CBFA, op vraag van de verzekeringsonderneming, toestaan om af te wijken van de modaliteiten gedefinieerd in deze paragraaf op voorwaarde dat de door de verzekeringsonderneming voorgestelde berekeningsmodaliteiten op geen
kel moment een tekort aan minimumreserve tot gevolg hebben. § 8. Wanneer de toezegging in de storting van persoonlijke bijdragen van de aangeslotene voorziet, dekt het financieringsfonds voor alle actieve aangeslotenen
aangeslotenen die van uitgestelde prestaties genieten, de som van de positieve verschillen tussen : 1° voor de toezeggingen van het type vaste prestaties
in de mate dat deze verschillen nog niet gedekt worden door de reserves van de overeenkomsten : a) het gewaarborgd bedrag bedoeld bij artikel, 24, § 1 van de wet betreffende de aanvullende pensioenen,
erzijds;b) de reserves bepaald overeenkomstig de §§ 1, 2, 5
7 van dit artikel, anderzijds;2° voor de toezeggingen van het type vaste bijdragen
de toezeggingen bedoeld in artikel 21 van de wet betreffende de aanvullende pensioenen : a) het gewaarborgd bedrag bedoeld bij artikel 24, § 1, van de wet betreffende de aanvullende pensioenen,
erzijds;b) de bedragen die op de individuele rekeningen voorkomen, anderzijds. Voor de aangeslotenen die van uitgestelde prestaties genieten, wordt de kapitalisatie bedoeld in 1°, a)
2°, a) van het eerste lid vanaf de uittreding van deze aangeslotenen uitgevoerd tegen een interestvoet van ten minste 0 %. Art. 49.§ 1. Indien de te bereiken prestaties verhoogd worden hetzij door een verbetering van het reglement, hetzij door een vermindering van het wettelijk pensioen of van prestaties die voortvloeien uit een ander voorzorgs- of verzekeringsplan dat door de werkgever of een andere werkgever gestijfd wordt, komt de minimumreservering voor die verhoging tot stand volgens de regels van artikel 48, met uitzondering van die bedoeld in § 2, eerste lid, 1°
, waarbij de aansluitingsdatum door die van de verhoging wordt vervangen voor wat het verschil tussen de nieuwe
de oude te vestigen prestaties betreft. §
met name ingeval de financiering van de reserves ontoereikend is of bij een ontoereikendheid van de bij artikel 49 bedoelde aflossingen, verwittigt de verzekeringsonderneming de inrichter zodra de ontoereikendheid werd vastgesteld. Indien een voldoende financiering binnen een termijn van zes maanden vanaf de bovengenoemde verwittiging uitblijft of in alle gevallen waar het pensioenstelsel is opgeheven, wordt de groepsverzekering gereduceerd. In die gevallen worden de reserves overgedragen naar individuele overeenkomsten voorzover dit nog niet het geval was. De verdeling van de niet geïndividualiseerde reserves gebeurt voor iedere aangeslotene in de verhouding van het verschil tussen zijn volledige verworven reserve, in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag gewaarborgd in toepassing van artikel 24, § 1, van de wet betreffende de aanvullende pensioenen,
de reserve van zijn individuele persoonlijke bijdrage-
werkgeversbijdrageovereenkomsten, tot de som, voor alle aangeslotenen, van die verschillen. Afdeling
van analoge procedures of in geval van ontslagen zoals bedoeld in de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen
in het koninklijk besluit van 29 augustus 1985 tot bepaling van de ondernemingen in moeilijkheden of die uitzonderlijk ongunstige economische omstandigheden kennen, bedoeld in artikel 39bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, worden de activa van het financieringsfonds gestort in een maatschappelijk fonds van de werkgever dat beheerd wordt overeenkomstig artikel 15, h), van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, tenzij bij collectieve arbeidsovereenkomst andere toekenningsmodaliteiten worden overeengekomen. Het bedrag van de activa van het financieringsfonds dat in toepassing van het vorige lid gestort wordt in een maatschappelijk fonds van de werkgever of een andere bestemming krijgt op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst, is hoogstens gelijk aan het bedrag van de activa die de verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot de bedragen gewaarborgd in toepassing van artikel 24 van de wet betreffende de aanvullende pensioenen, overschrijden
wordt beperkt naar verhouding van de verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot de bedragen gewaarborgd in toepassing van artikel 24 van de wet betreffende de aanvullende pensioenen, van de betrokken werknemers. § 3. Het financieringsfonds vormt een theoretische afkoopwaarde. Afdeling 5. - Verworven prestaties
reserves Art. 52.Onverminderd andere wettelijke bepalingen, zijn de prestaties gevestigd door het gedeelte van de persoonlijke bijdragen dat niet verbruikt werd om het risico te dekken, de prestaties die voor elke aangeslotene met de bij artikel 46 bedoelde vaste bijdragen overeenkomen
de prestaties gevestigd door de desbetreffende toegekende winstdeling, evenals de overeenkomstige reserves, verworven door de aangeslotene. Nochtans kan het reglement voorzien dat bij de uittreding, de prestatie beperkt wordt tot het gedeelte van de door de aangeslotene voor het pensioen betaalde persoonlijke bijdragen dat niet verbruikt werd om het risico te dekken, gekapitaliseerd tegen de in artikel 24, § 2, bedoelde maximale referentierentevoet voor de verzekeringsverrichtingen van lange duur, wanneer de werknemer op het ogenblik van de uittreding minder dan één jaar bij het aanvullend pensioen was aangesloten. Afdeling 6. - Vereffening van de verzekerde prestaties Art. 53.Wanneer de te bereiken prestatie uitgedrukt is in een rente
het reglement bepaalt dat de aangeslotene voor het kapitaal kan opteren, wordt het bedrag dat hem wordt toegekend berekend met behulp van de actualisatieregels die daarvoor in het reglement werden voorzien. Die regels voor actualisatie mogen niet leiden tot een bedrag dat kleiner is dan het bedrag dat bekomen is met behulp van de in artikel 48, § 2, tweede lid bedoelde actualisatieregels die van kracht zijn op het ogenblik dat de omzetting van rente in kapitaal wordt uitgevoerd. Afdeling 7. - Afkoop van de overeenkomsten reductie of overdracht van de groepsverzekering Art. 54.§ 1. Zolang de aangeslotene niet is uitgetreden, kan het recht op afkoop niet worden uitgeoefend, behoudens in de door het reglement gespecificeerde gevallen
kel ten voordele van de aangeslotene. §
plichten van de onderneming, van de aangeslotenen
van de verzekeringsonderneming bepaalt. De tekst van het reglement wordt op eenvoudig verzoek aan de in het vorig lid bedoelde personen verstrekt. Het reglement bepaalt of de inrichter of de verzekeringsonderneming daarmee wordt belast. §
invaliditeitsrisico vóór de pensionering, gekapitaliseerd tegen de maximale referentierentevoet bedoeld in artikel 24, §
van de verworven reserves mee, waarbij in voorkomend geval het bedrag wordt vermeld dat overeenstemt met de waarborg bedoeld in §
kel van toepassing op de verzekeringsverrichtingen waarvoor de verzekeringsonderneming er zich toe verbindt om bovenop de tariefgrondslagen, een deel van de gerealiseerde winst afkomstig uit de beleggingen in bepaalde hiervoor aangewezen activa als winstdeling te verdelen
toe te kennen. In dit geval worden deze activa van de andere activa van de verzekeringsonderneming afgezonderd
vormen een gescheiden fonds, afgezonderd fonds genoemd. Art. 58.§
restorno's niet groter zijn dan de netto technisch-financiële winst vóór dotatie, vermeerderd met de variatie van de niet-geactiveerde zillmeringswaarden die niet het voorwerp dienen uit te maken van een terugbetaling. Voor de toepassing van deze paragraaf, verstaat men onder netto technisch-financiële winst vóór dotatie, de som van de posten "netto technisch-financieel saldo"
"dotatie van het boekjaar aan de voorziening voor winstdeling
restorno's", met betrekking tot een afgezonderd fonds, van de statistieken bedoeld in artikel 11bis van het algemeen reglement, als deze som positief is. Afdeling
in het bijzonder het nastreven van kapitaalgroei of van inkomsten;
diversificatie van de activa;d) de aan de beleggingspolitiek gestelde grenzen,
in het bijzonder de maximale
minimale quotiteiten voor de categorieën van activa;e) de financiële technieken
instrumenten die bij het beheer van het fonds niet zullen worden gebruikt;3° een beschrijving van de regels inzake vaststelling
bestemming van de inkomsten;4° de berekeningswijze van de toeslagen,
voor de onroerende goederen, de aard van de commissielonen, vergoedingen, kosten
lasten van het fonds
de wijze waarop zij worden berekend
toegerekend, alsook de begunstigden ervan, met vermelding van het feit of,
eventueel in welke mate, de vergoeding betrekking heeft op activa die niet rechtstreeks of onrechtstreeks in onroerende goederen zijn belegd. Art. 61.De verzekeringsonderneming stelt een financieel jaarverslag op dat toelaat na te gaan of het gedeelte van de aan de overeenkomsten toegekende winsten
de uitgevoerde beleggingen aan de bepalingen van het winstdelingsreglement beantwoorden. Dit verslag wordt ter beschikking van de verzekeringnemers gesteld op de zetel van de verzekeringsonderneming. HOOFDSTUK XII. - Verzekeringsverrichtingen die met een beleggingsfonds zijn verbonden Afdeling 1. - Aard van een beleggingsfonds Art. 62.Artikel 8, §§ 1, 2
3, 5°
7°,
artikel 20, met uitzondering van § 1, 1°
2°, zijn niet van toepassing op de verzekeringsverrichtingen die met een beleggingsfonds zijn verbonden. Art. 63.§
minderwaarden van de samenstellende waarden of uit de bij artikel 27, § 1 bedoelde beheerstoeslag voortvloeien, beïnvloeden het aantal eenheden in dat fonds niet. § 4. De herbelegging van opbrengsten
van de meer-
minwaarden in het fonds gebeurt door de waarde van de eenheid te verhogen. Art. 65.§
kel een waarborg van een minimumrendement bevatten als die waarborg het voorwerp uitmaakt van een dekking door een in de Europese Unie daarvoor toegelaten onderneming
waarvan de kosten ten laste van het beleggingsfonds zijn. De verzekeringsonderneming is niet verantwoordelijk voor het falen van de ondernemingen waarbij zij zich heeft ingedekt. De gevolgen zijn ten laste van de verzekeringnemers van het levensverzekeringsproduct dat met het betrokken beleggingsfonds is verbonden. De verzekeringsonderneming maakt melding hiervan in de voorwaarden van de betrokken overeenkomsten. § 4. De som van de uittredingstoeslag zoals bepaald door het beheersreglement
van de bij artikel 30, § 2 bedoelde afkoopvergoeding mag 5 % van de waarde van de eenheid vermenigvuldigd met het aantal eenheden niet overschrijden. § 5. Een met een beleggingsfonds verbonden verrichting mag tot geen
kele winstdeling aanleiding geven die voortvloeit uit een winst op de beleggingen. § 6. Per fonds wordt een inventaris bijgehouden van de samenstelling ervan. Deze inventaris bevat alle bestanddelen van het vermogen van het fonds. Deze inventaris wordt opgemaakt voor elke dag waarop een wijziging van de samenstelling van het fonds plaatsheeft
in elk geval tweemaal per maand. § 7. De verzekeringsonderneming kan de cedent of een derde opdragen de schuldvorderingen te innen, maar
kel volgens de modaliteiten bepaald bij een overeenkomst van invordering. Zodra de verzekeringsonderneming obligaties of leningen ten laste van het fonds heeft uitgegeven, kan ze geen
kele verrichting uitvoeren die tot gevolg zou hebben dat de door de uitgiftevoorwaarden aan de schuldeisers toegekende voordelen verminderen. § 8. De totale schuldenlast van het fonds mag niet meer bedragen dan 33 % van de onroerende activa op het ogenblik waarop een leningsovereenkomst wordt gesloten. De jaarlijkse financiële lasten die uit die schuldenlast voortvloeien, mogen op geen
kel ogenblik meer bedragen dan 80 % van de verkoop
de prestaties
de financiële opbrengsten van de onroerende goederen van het fonds. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt geen rekening gehouden met de bedragen die door het fonds verschuldigd zijn ingevolge de verwerving van onroerende goederen, voorzover zij binnen de gebruikelijke termijnen worden betaald. Art. 66.§ 1. Het beheersreglement bepaalt de voorwaarden waaronder de verzekeringsonderneming de bepaling van de waarde van de eenheid kan opschorten. Dit reglement bepaalt dat de stortingen
inhoudingen tijdens zo'n periode eveneens opgeschort worden. De verzekeringnemer kan de terugbetaling eisen van de tijdens die periode gestorte premies, verminderd met de bedragen die werden verbruikt om het risico te dekken. § 2. De bepaling van de waarde van de eenheid kan
kel opgeschort worden : 1° wanneer een beurs of een markt waarop een aanzienlijk deel van de activa van het beleggingsfonds is genoteerd of wordt verhandeld of een belangrijke wisselmarkt waarop de deviezen waarin de waarde van de netto activa is uitgedrukt, worden genoteerd of verhandeld, om een andere reden dan wettelijke vakantie gesloten is of wanneer de transacties er opgeschort zijn of aan beperkingen worden onderworpen;2° wanneer de toestand zo ernstig is dat de verzekeringsonderneming de tegoeden
/of verplichtingen niet correct kan waarderen, er niet normaal kan over beschikken of dit niet kan doen zonder de belangen van de verzekeringnemers of begunstigden van het beleggingsfonds ernstig te schaden;3° wanneer de verzekeringsonderneming niet in staat is fondsen te transfereren of transacties uit te voeren tegen een normale prijs of wisselkoers of wanneer beperkingen zijn opgelegd aan de wisselmarkten of aan de financiële markten; d) bij een substantiële opname van het fonds die meer dan 80 % van de waarde van het fonds bedraagt of hoger is dan 1.250.000 euro. Afdeling 3. - Evolutie van de waarde van een beleggingsfonds Art. 67.De opbrengsten alsook de meer-
minwaarden van de activa van een beleggingsfonds behoren tot dat fonds. Het reglement bepaalt de berekeningswijze van de beheerstoeslag bedoeld in artikel 27, §
de inhoudingen erop, met uitzondering van deze die in artikel 67 werden vermeld, komen tot stand door gelijktijdig de waarde van het fonds
het aantal eenheden ervan respectievelijk te verhogen
te verminderen. Deze stortingen
inhoudingen hebben geen weerslag op de waarde van de eenheid. § 2. Voor de toepassing van de bepalingen van § 1 wordt verondersteld dat de stortingen
de inhoudingen plaatsvinden op de in de overeenkomst vastgestelde datum. Wanneer de storting of de inhouding voortspruit uit de vrijwillige daad van de verzekeringnemer of van de begunstigde, moet de hierboven vermelde datum ten minste één dag vallen na de datum waarop de verzekeringsonderneming in het bezit werd gesteld van het met de storting overeenkomstige bedrag of indien het om een inhouding gaat, de datum vermeld in artikel 17, § 4, eerste lid. Art. 69.Wanneer de overeenkomst verbonden is met een beleggingsfonds, omschrijft de polis in welke mate
volgens welke voorwaarden de verzekeringnemer recht heeft op een interne overdracht van zijn overeenkomst. Art. 70.De polis vermeldt dat in geval van vereffening van een beleggingsfonds, de verzekeringnemer de keuze heeft tussen de interne overdracht
de vereffening van de theoretische afkoopwaarde
dat geen
kele vergoeding, noch een uittredingstoeslag wordt toegepast. Afdeling
andere geld-
kapitaalmarktinstrumenten uitgegeven door de werkgever, door zijn moederonderneming
door hun dochterondernemingen alsook uit leningen toegestaan aan deze ondernemingen
vorderingen op deze ondernemingen. §
wordt ook de plaats aangeduid waar het publiek dit kan verkrijgen. § 2. Het beheersreglement van het beleggingsfonds bevat minstens de volgende gegevens : 1° de benaming van het beleggingsfonds;2° de oprichtingsdatum van het fonds
de duur ervan indien hij beperkt is;3° de voorwaarden
modaliteiten van wijziging van dit reglement;4° de identiteit
de kwalificaties van de onafhankelijke deskundige(n) die de waarde van de onroerende goederen inschatten
hun besluiten naar aanleiding van hun laatste evaluatie van deze onroerende goederen;5° indien het beheer van het beleggingsfonds niet volledig door de verzekeringsonderneming zelf wordt uitgevoerd, de identiteit van de beheerders met de precieze vermelding van hun taak, alsmede de naam, de firma, de zetel van die vennootschap
het hoofdkantoor indien dit niet de zetel van deze vennootschap is;6° de omstandigheden waaronder tot vereffening van het fonds kan worden besloten
de vereffeningsregels, in het bijzonder ten aanzien van het recht van de verzekeringnemers of van de begunstigden;7° de beleggingsdoeleinden van het fonds, met inbegrip van : a) de financiële doelstellingen, met name het nastreven van kapitaalgroei of van inkomsten
de bij artikel 65, § 3 bedoelde waarborgen;
in het bijzonder de maximale
minimale quotiteiten voor de categorieën van activa;e) de financiële technieken
instrumenten die bij het beheer van het fonds niet mogen worden gebruikt;f) de bevoegdheid om leningen aan te gaan die bij het beheer van het fonds kunnen worden gebruikt;8° de regels
voorwaarden voor de afkoop
de overdracht van eenheden
de mogelijke gevallen van schorsing hiervan;9° een beschrijving van de regels inzake vaststelling
bestemming van de inkomsten;10° de regels voor de waardering van de activa;11° de wijze van vaststelling van de waarde van de eenheid, met name : a) de methode
de regelmaat waarmee de waarde van de eenheid wordt berekend;
overdracht van eenheden;d) de vermelding van de middelen, de plaats
de frequentie van publicatie van de waarde van de eenheid;12° de berekeningswijze van de toeslagen,
voor de onroerende goederen, de aard van de commissielonen, vergoedingen, kosten
lasten van het fonds
de wijze waarop zij worden berekend
toegerekend, alsook de begunstigden ervan, met vermelding van het feit of,
eventueel in welke mate, de vergoeding betrekking heeft op activa die niet rechtstreeks of onrechtstreeks in onroerende goederen zijn belegd;13° voor elk beleggingsfonds in effecten, de risicoklasse waartoe het behoort volgens de modaliteiten van bijlage
dat alleen de integrale tekst juridische waarde heeft. § 5. De identiteit
de kwalificaties van de deskundige(n)
de identiteit van de beheerders kunnen in de loop van de overeenkomst gewijzigd worden. Art. 73.§ 1. De verzekeringsonderneming stelt, voor elk beleggingsfonds, een jaarlijks
zesmaandelijks verslag op. Deze verslagen worden ter beschikking van de verzekeringnemers gesteld op de zetel van de verzekeringsonderneming. § 2. Ingeval de uitoefening van de stemrechten verbonden aan de effecten in het beleggingsfonds een belangenconflict kan doen ontstaan, wordt in het jaarverslag van het beleggingsfonds vermeld
verantwoord hoe de verzekeringsonderneming het stemrecht heeft uitgeoefend of waarom dat zij dit niet door de verzekeringsonderneming heeft gedaan. § 3. De periodieke verslagen bevatten minstens de volgende gegevens : 1° de samenstelling van het fonds in bedragen
percentages volgens de volgende categorieën : 1.Obligaties uitgegeven door : 1.1. Staten
gelijkgestelde effecten; 1.
andere instellingen;
kapitaalmarktinstrumenten; 4.1. deposito-
thesauriebewijzen; 4.
volgens procentueel aandeel in de netto activa;
het effectieve gebruikspercentage;b) de inventaris van de onroerende goederen van het fonds met inbegrip van de vastgoedvennootschappen
vastgoedbeleggingsinstellingen waarover het fonds de controle heeft, met vermelding, voor elke vastgoedcategorie, van de aanschaffingswaarde, de verzekerde waarde
de waarderingswaarde.Het fonds kan ervoor opteren de aanschaffingswaarde niet te vermelden voor een categorie die bestaat uit één
kel onroerend goed;
over de verleende hypotheken, alsook over de ontvangen
verleende waarborgen
zekerheden;e) de eventuele verkregen
/of verleende opties op onroerende goederen;f) de toestand van de markten waarin het fonds heeft belegd;7° een samenvatting van de beleggingsdoeleinden van het fonds;8° een beschrijving van de risico's die inherent zijn aan de beleggingspolitiek, aan de lange termijnbeleggingen in onroerende goederen
aan de notering van aandelen;9° de evolutie van de waarde van de eenheid in het verleden over een voldoende lange periode;10° de in artikel 72, § 2, 1°, 4°
5° bedoelde gegevens. § 4. De verzekeringsonderneming deelt jaarlijks mee aan de verzekeringnemer hoeveel eenheden hij bezit, wat hun waarde is
welke de bewegingen van het voorbije jaar zijn. Die mededeling is niet nodig indien deze inlichting verstrekt werd tijdens het afgelopen jaar bij de bewegingen of volgens elke andere procedure die door de CBFA is toegelaten. HOOFDSTUK XIII. - Beheer van collectieve pensioenfondsen Afdeling 1. - Beheer voor eigen rekening Art. 74.De verrichtingen betreffende het beheer voor eigen rekening van collectieve pensioenfondsen hebben slechts betrekking op de in artikel 2, § 3, 6°, van de wet bedoelde voorzorgsinstellingen
de publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van die onderworpen aan de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten met betrekking tot de boekhouding
de jaarrekeningen van de ondernemingen. Afdeling 2. - Beheer voor rekening van derden Art. 75.De verzekeringsonderneming mag geen
kele verbintenis op zich nemen die van eender welke verzekerbare gebeurtenis afhangt, noch
ige waarborg met betrekking tot het rendement of het behoud van de beheerde activa verlenen. De verrichtingen betreffende het beheer voor derden van collectieve pensioenfondsen hebben slechts betrekking op de in artikel 2, § 3, 6°, van de wet bedoelde voorzorgsinstellingen
de publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van die onderworpen aan de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten met betrekking tot de boekhouding
de jaarrekeningen van de ondernemingen. Art. 76.De verzekeringsonderneming deelt de CBFA de berekeningsgrondslagen mee van de vergoeding die zij aanrekent voor het beheer van de activa. HOOFDSTUK XIV. - Individuele pensioentoezeggingsverzekering Art. 77.De bepalingen van de artikelen 43, § 1, 45, § 1
, behalve de 1°, 7°
8°, 46, 47, § 2, 48 behalve § 7, 49, 50, 52 tot 54
71 zijn van overeenkomstige toepassing op de individuele verzekeringen die gesloten worden in uitvoering van een individuele pensioentoezegging, bedoeld in artikel 6 van de wet betreffende de aanvullende pensioenen. De in het eerste lid opgesomde artikelen
de artikelen 55, § 1
56 zijn van overeenkomstige toepassing op de individuele pensioentoezeggingsverzekeringen die worden gesloten ten gunste van een bedrijfsleider. Voor de toepassing van de artikelen vermeld in het eerste
tweede lid worden de woorden "groepsverzekering", "groepsverzekerings reglement" of "reglement"
"pensioenstelsel" telkens vervangen door de woorden "individuele pensioentoezeggingsverzekering", "pensioenovereenkomst"
"individuele pensioentoezegging". Voor de toepassing van artikel 48, § 8 worden de woorden "het financieringsfonds" vervangen door de woorden "de technische voorzieningen". HOOFDSTUK XV. - Registers
statistieken Art. 78.De verzekeringsonderneming houdt een afzonderlijke registratie van de overeenkomsten bij per tak. Art. 79.Voor de takken 21
23 houdt de verzekeringsonderneming afzonderlijke registraties bij voor de groepsverzekeringen
erzijds
de andere verzekeringen anderzijds. Art. 80.De verzekeringsonderneming bewaart de documenten betreffende de beëindigde overeenkomsten gedurende vijf jaar vanaf de totale vereffening van de prestaties of vanaf de beslissing die een definitief einde stelt aan een eventueel geschil. Art. 81.De krachtens artikel 40bis van de wet aangewezen actuaris stelt jaarlijks een verslag op met vermelding van de bedragen van de theoretische afkoopwaarden, de actuele waarden van de verzekerde prestaties, de zillmeringswaarden, de inventarisreserves, de technische voorzieningen uitgesplitst in voorziening voor verzekering leven, in winstdelingsfondsen
in voorziening voor te betalen schaden, alsook de inlichtingen die nodig zijn om elk verschil te rechtvaardigen tussen de voorziening voor verzekering leven
de inventarisreserves. HOOFDSTUK XVI. - Tussenpersonen Art. 82.De commissielonen die aan de tussenpersonen worden verleend, worden maar verworven naarmate de overeenkomstige toeslagen van de overeenkomst worden verbruikt. De verzekeringsonderneming treft de nodige maatregelen opdat het niet-verworven deel van de aan de tussenpersoon toegestane voorschotten op commissielonen kan worden teruggewonnen. Art. 83.§ 1. In de zin van dit artikel is er : 1° vervanging van een overeenkomst door een andere overeenkomst indien
voorzover de onderschrijving van de tweede gebeurt in verhouding tot de afkoop of de reductie van de eerste;2° overname van een overeenkomst wanneer er een vervanging is van die overeenkomst door een bij een andere verzekeringsonderneming onderschreven overeenkomst. § 2. De verzekeringsonderneming die door het verzekeringsvoorstel kennis heeft van de vervanging of de overname van een overeenkomst of van het voornemen van de verzekeringnemer om tot een dergelijke vervanging of overname over te gaan, richt aan de verzekeringnemer een verwittiging
vraagt er een door de verzekeringnemer ondertekende kopie van op vóór het onderschrijven van de overeenkomst of indien het om vooraf getekende overeenkomsten gaat, binnen dertig dagen. De in het eerste lid bedoelde verwittiging bevat minstens de volgende elementen : 1° een herinnering aan de eventuele uitsluitingen die van toepassing zijn op die nieuwe overeenkomst
het niet of niet meer waren op de oude overeenkomst;2° de gevolgen die de gehele of gedeeltelijke vervanging of overname van een overeenkomst met zich brengt, wat ook de gekozen combinatie is, in vergelijking met de situatie vóór de genoemde vervanging of overname, voor de afkoopwaarde, de voorschotten op polis
voor het deel van de overeenkomst dat bij een lening gevoegd is;3° wanneer de vervanging van de overeenkomst gebeurt in dezelfde combinatie als die van de oorspronkelijke overeenkomst, een vergelijking van de theoretische afkoopwaarden van de oude overeenkomst met die van de nieuwe overeenkomst vanaf de datum van onderschrijving tot aan de eindvervaldag. §
2 zijn niet van toepassing op : 1° de gevallen waarbij de vervanging of de overname meer dan drie jaar vóór of na de reductie of de afkoop van de vervangen overeenkomst heeft plaatsgevonden;2° de gevallen van overdracht toegelaten door de CBFA in toepassing van de artikelen 74
75 van de wet. § 5. In geval van inbreuk op § 1 mag de verzekeringnemer zijn overeenkomst opzeggen. In dit geval stort de verzekeringsonderneming de betaalde premie terug, verminderd met de bedragen die werden verbruikt om het risico te dekken. Voor de bij artikel 24, § 2, tweede lid
, bedoelde verrichtingen kan de verzekeringsonderneming de in toepassing van artikel 30, § 2, laatste lid, berekende afkoopvergoeding inhouden. Voor de verrichtingen verbonden met een beleggingsfonds stort de verzekeringsonderneming de waarde van de toegekende eenheden terug, verhoogd met de instapkosten. Art. 84.De verzekeringsonderneming ziet erop toe dat de overeenkomsten die zij met de tussenpersonen aangaat, de toepassing van de in de artikelen 82
83 bedoelde bepalingen mogelijk maken. HOOFDSTUK XVII. - Opheffingsbepaling Art. 85.Het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 30 april 1999, wordt opgeheven. HOOFDSTUK XVIII. - Slotbepalingen Art. 86.§ 1. Onder voorbehoud van de volgende paragraaf zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing op de overeenkomsten gesloten na de datum van inwerkingtreding,
op de op die datum lopende overeenkomsten. § 2. De artikelen 15, 16, 17, 21, 29, 30, 38, 45, 47, 51, 53, 54, 56, 58, 60, 65, 66, 67, 70, 71
72 zijn slechts van toepassing op de lopende overeenkomsten vanaf de wijziging van de voorwaarden, of, bij ontstentenis daarvan, vanaf de vernieuwing of stilzwijgende of uitdrukkelijke verlenging van deze overeenkomsten. § 3. In geval van wijziging van de technische grondslagen voor een bepaald type van producten
indien de verzekeringsonderneming tot de aanpassing van de lopende overeenkomsten in functie van de nieuwe technische grondslagen overgaat, mag deze aanpassing geen aanleiding geven tot een vermindering van de theoretische afkoopwaarde. Indien de verzekeringsonderneming tot de aanpassing overgaat
indien die aanpassing bij gelijkblijvende premies tot een verhoging van de verzekerde prestaties leidt, mag geen
kele nieuwe acquisitietoeslag ten laste van de verzekeringnemer worden gelegd
mag geen
kel commissieloon op de verhoging van de prestaties aan de tussenpersoon worden toegekend. Indien de verzekeringsonderneming tot de aanpassing overgaat
indien die aanpassing bij gelijkblijvende premies tot een vermindering van de verzekerde prestaties leidt, blijven de verzekerde prestaties, de afkoop-
reductiewaarden inbegrepen, zonder bijkomende premie gewaarborgd. In dit geval wordt de theoretische afkoopwaarde bepaald in functie van de nieuwe technische grondslagen, door de fictieve toevoeging van een reductiepremie. Bij de toekenning van de winstdeling na deze aanpassing mag rekening worden gehouden met die verhoging van de reductiepremie. Art. 87.De bepalingen van dit besluit treden in werking op 1 januari 2004. De verzekeringsondernemingen gaan over tot de formele aanpassing van de verzekeringsovereenkomsten
andere verzekeringsdocumenten aan de bepalingen van dit besluit, ten laatste een jaar na de inwerkingtreding van dit besluit. Tot op die datum hoeven de bestaande
de nieuwe verzekeringsovereenkomsten niet naar de vorm overeen te stemmen met de bepalingen van dit besluit. Art. 88.Onze Minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren
Onze Minister van Justitie, zijn ieder voor wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 14 november 2003. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, Mevr. F. MOERMAN De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.