zonderheid op artikel 3, § 4,
gevoegd bij de wet van 22 augustus 2002; Gelet op de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/03/1964 pub. 21/06/2011 numac 2011000361 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de geneesmiddelen type wet prom. 25/03/1964 pub. 11/12/2017 numac 2017031760 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Wet op de geneesmiddelen - Bekendmaking overeenkomstig artikel 13bis, § 2quinquies, laatste lid, van de geïndexeerde bedragen van de heffingen en retributies sluiten op de geneesmiddelen,
zonderheid op artikel 6, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 en bij de wetten van 20 oktober 1998, 12 augustus 2000 en 30 december 2000; Gelet op het koninklijk besluit van 31 mei 1885 houdende goedkeuring der nieuwe onderrichtingen voor de geneesheren, de apothekers en de drogisten,
zonderheid op artikel 26bis, vervangen bij het koninklijk besluit van 9 januari 1992 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 oktober 1999, 26 juni 2001, 22 augustus 2002 en 29 juni 2003 en op artikel 35, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999012358 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 30/07/1999 numac 1999022519 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende oprichting van een Commissie « Standaarden
zake telematica ten behoeve van de sector van de gezondheidszorg » type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 09/06/1999 numac 1999012426 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot
richting van het Terugvorderingsfonds voor de publieke non-profitsector aangesloten bij de RSZ-PPO, bedoeld
artikel 1, § 7, 2° van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen en tot bepaling van zijn werkingsmodaliteiten type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 02/06/1999 numac 1999011185 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nationaal transmissienet voor elektriciteit type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 09/06/1999 numac 1999012424 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van het bedrag van de opbrengst van de forfaitaire vermindering, bedoeld
artikel 71, 1° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgische actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, en tot bepaling van de modaliteiten van de besteding van deze opbrengst aan het Fonds voor de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de RSZ type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999011189 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit waarbij aan de minister bevoegd voor Energie de bevoegdheid wordt opgedragen om bepaalde handelingen te stellen voor rekening van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 23/06/1999 numac 1999012340 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij aan de werkgevers die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren, de verplichting wordt opgelegd het begin van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst krachtens artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening mede te delen en waarbij de nadere regelen van deze mededeling worden bepaald sluiten, de koninklijke besluiten van 22 augustus 2002, 26 maart 2003, 4 april 2003 en 29 juni 2003; Gelet op het Gemeenschappelijk Optreden van 16 juni 1997 door de Raad goedgekeurd op grond van artikel K.3 van het Verdrag van de Europese Unie betreffende de uitwisseling van
formatie, de risicobeoordeling en de controle
zake nieuwe synthetische drugs; Gelet op de adviezen van de
spectie van financiën, gegeven op 2 en 12 april 2001; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 5 juli 2001; Gelet op het advies van de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer, gegeven op 14 april 2003; Gelet op het advies 36.379/3 van de Raad van State, gegeven op 20 januari 2004 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en op het advies van Onze
Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder - de Minister : de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft. - de Cel Gezondheidsbeleid Drugs : de Cel Gezondheidsbeleid Drugs,
gesteld door het protocolakkoord gesloten tussen de Federale Overheid en de Overheden bedoeld bij artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet, betreffende de
voering van een geïntegreerd gezondheids-beleid
zake drugs. HOOFDSTUK 2 Deelnemingsvoorwaarden en registratie van de artsen Art. 2.§ 1. Elke arts die gewoonlijk een behandeling met vervangingsmiddelen voorschrijft, moet : - ofwel een geneesheer-specialist zijn die, tijdens of na zijn opleiding, specifiek werd opgeleid voor de behandeling van patiënten-drugsgebruikers en de
stelling van een behandeling met vervangingsmiddelen of die, op het moment van de
werkingtreding van dit besluit, expertise heeft op dit vlak; - ofwel een erkende huisarts zijn die een specifieke opleiding heeft gevolgd voor de behandeling van patiënten drugsgebruikers en de
stelling van een behandeling met vervangingsmiddelen, of die, op het moment van de
werkingtreding van dit besluit, expertise heeft op dit vlak; Onder specifieke opleiding voor de behandeling van patiënten drugsgebruikers door behandeling met vervangingsmiddelen verstaat men een opleiding met dat doel georganiseerd gezamenlijk door wetenschappelijke organisaties van huisartsen, van geneesheren-specialisten, door een centrum voor opvang van toxicomanen, door een netwerk voor de opvang van drugsgebruikers of door een gespecialiseerd centrum. Onder expertise verstaat men specifieke en continue opleiding, kennis van de farmacologie, wetenschappelijke publicaties en ervaring
behandelingen met vervangingsmiddelen. Het centrum, het netwerk voor opvang van drugsgebruikers of het gespecialiseerd centrum oordeelt of de expertise van de arts die kandidaat is voor de registratie voor de behandeling met vervangingsmiddelen bewezen is. Elke arts die behandelingen met vervangingsmiddelen verstrekt, moet het bewijs kunnen leveren dat hij een continue opleiding volgt, artikels leest
verband met deze materie en deelneemt aan de activiteiten van een centrum van een netwerk voor opvang van drugsgebruikers of van een gespecialiseerd centrum. § 2. Elke arts die behandelingen met vervangingsmiddelen verstrekt, moet geregistreerd zijn bij een centrum, bij een netwerk voor opvang van drugsgebruikers of bij een gespecialiseerd centrum; bij zijn registratie verbindt hij er zich toe : 1° de patiënten drugsgebruikers te behandelen conform de geldende wetenschappelijke aanbevelingen;2° te waken over hun psychosociale begeleiding;3°
zijn medisch dossier de kenmerken, de evolutie en de opvolging van de patiënt, de voorgeschreven behandeling, de dosering en de toedieningsmodaliteiten, alsook de multidisciplinaire of gespecialiseerde adviezen die werden gevraagd en verkregen, te bewaren en deze gegevens op vraag van de verantwoordelijke arts van het centrum of het netwerk voor opvang van drugsgebruikers, mee te delen. De registratie van de arts die behandelingen met vervangingsmiddelen verstrekt wordt meegedeeld aan het
stituut voor Farmaco-epidemiologie van België, aan de bevoegde farmaceutisch
specteur en Geneeskundige Commissie. HOOFDSTUK
de zin van artikel 6, tweede lid, 2° van het koninklijk besluit van 10 oktober 1986, een centrum dat samengesteld is uit minstens 2 huisartsen, waarvan één aan de voorwaarden bedoeld
artikel 2 voldoet, een psychiater of een psycholoog en een maatschappelijk werker, die allen ervaring hebben
de behandeling van druggebruikers. Het wordt erkend voor de taken die haar zijn toebedeeld
dit besluit en voor maximaal vijf jaar, door de Minister op advies van de bevoegde provinciale geneeskundige commissie.
dien er
een provincie geen centrum voor opvang van drugsgebruikers bestaat, kan het centrum van een andere provincie de taken vervullen die haar zijn toebedeeld
dit besluit. § 2. Een netwerk voor de opvang van drugsgebruikers is een rechtspersoon onder andere samengesteld uit artsen, - dat zorgt voor de psycho-sociale begeleiding, de kwaliteit van de zorgen voor drugsgebruikers die behandeld worden
het netwerk, - alsook voor de continue opleiding en de peer-review van de beoefenaars van een gezondheidszorgberoep van het netwerk; Het wordt erkend voor de taken die haar door dit besluit zijn toebedeeld en voor maximaal vijf jaar, door de Minister na advies van de bevoegde provinciale geneeskundige commissie. §
het kader van een behandeling met vervangingsmiddelen worden door een officina-apotheker afgeleverd en door personen door de Koning gemachtigd om geneesmiddelen af te leveren krachtens artikel 4, § 2, 6° van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen alsmede door geneesheren die vergunning hebben om een geneesmiddelendepot te houden, en dit
een verpakking met een veiligheidssluiting ten behoeve van kinderen. Behoudens de gevallen bedoeld
artikel 7 van dit besluit, wordt ieder vervangingsmiddel persoonlijk afgeleverd aan de patiënt en dit
dagelijkse dosissen. De centra voor opvang van drugsgebruikers en de gespecialiseerde centra kunnen overgaan tot de verdeling van grotere verpakkingen naar kleinere verpakkingen
dagelijkse dosissen en per patiënt, zonder dat enige wijziging aan de eigenschappen van het vervangingsgeneesmiddel wordt aangebracht. Art. 6.Het geneesmiddel wordt dagelijks met respect voor de
timiteit van de patiënt en
dien mogelijk
een voor het publiek niet zichtbaar gedeelte van de officina, oraal toegediend, hetzij
aanwezigheid van de apotheker die het aflevert of van een ander persoon die onder zijn verantwoordelijkheid optreedt, hetzij
aanwezigheid van een zorgverstrekker
een centrum,
een netwerk voor opvang van drugsgebruikers of
een gespecialiseerd centrum die onder de verantwoordelijkheid van de voorschrijvende arts optreedt. Art. 7.
afwijking van de bepalingen van artikel 6, kan de voorschrijvende arts andere regelen
zake de toediening bepalen,
dien de medische of psychosociale toestand van de patiënt dit rechtvaardigt. Art. 8.De persoon die het vervangingsmiddel aflevert of toedient, verwittigt onverwijld de voorschrijvende arts,
dien de patiënt de voorwaarden
zake aflevering en toediening, vastgesteld bij artikel 6 of bepaald door de arts op grond van artikel 7, niet naleeft. HOOFDSTUK 6. - Registratie van de vervangingsbehandelingen Art. 9.De gegevens van het voorschrift voor vervangingsmiddelen worden verzameld en geregistreerd door de tariferingsdiensten erkend krachtens het Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningscriteria voor de tariferingsdiensten. De gegevens van de patiënt worden door deze tariferingsdienst geanonimiseerd en worden aan het
stituut voor Farmaco-epidemiologie van België (IFEB) ter behandeling
het kader van de monitoring overgemaakt. De geanonimiseerde gegevens van het voorschrift die komen van de centra voor opvang en van de gespecialiseerde centra die vervangingsbehandelingen verstrekken worden aan het
stituut voor Farmaco-epidemiologie van België (IFEB) toegestuurd, volgens het model van de voorschriften die door de tariferingsdiensten verzameld en geregistreerd worden. Deze geanonimiseerde gegevens worden ook voor wetenschappelijke doeleinden gebruikt alsook
het kader van epidemiologische analyses. Wanneer het
stituut voor Farmaco-epidemiologie van Belgïe vaststelt dat een identieke patiëntcode voorkomt bij namen van verschillende artsen, neemt het onmiddellijk contact op met de artsen, met de bevoegde Geneeskundige Commissie alsmede met de tarferingsdienst die de naam van de patiënt onmiddellijk aan de voorschrijver overmaakt. Art. 10.De gegevens, de technische en epidemiologische aspecten alsook de protocollen voor de registratie en de overdracht worden bepaald en behandeld
een technische cel
gericht
de schoot van de Cel Gezondheidsbeleid Drugs,
gesteld door het protocolakkoord gesloten tussen de Federale Overheid en de Overheden bedoeld bij artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet, betreffende de
voering van een geïntegreerd gezondheidsbeleid
zake drugs. HOOFDSTUK 7. - Bijkomende modaliteiten voor de behandeling van drugsgebruikers patiënten Art. 11.Het aantal patiënten die een arts voor zijn rekening neemt mag niet hoger zijn dan 150 verschillende patiënten per jaar. Deze bepaling is niet van toepassing voor de artsen die behandelingen met vervangingsmiddelen verstrekken
een centrum voor opvang van drugsgebruikers. Art. 12.Het centrum voor opvang van toxicomanen, het netwerk voor opvang van drugsgebruikers, het gespecialiseerd centrum kan op eigen
itiatief contact opnemen met de arts, bij hen geregistreerd, die behandelingen met vervangingsmiddelen verstrekt
zonderheid wat de sociale wederopname van de patiënt betreft, de risico's die verband houden met het gebruik van andere geneesmiddelen, psychotrope stoffen of verdovende middelen, en de werklast die gepaard gaat met het aantal patiënten dat voor zijn rekening neemt. Zij delen aan de bevoegde Geneeskundige Commissie mee en aan het
stituut voor Farmaco-epidemiologie van België de lijst van de artsen die bij hen geregistreerd worden en die beantwoorden aan de verplichtingen bedoeld
artikel 2. Art. 13.Het behandelen van een niet gestabiliseerde patiënt waarvan de verblijfplaats zich buiten het Belgisch grondgebied bevindt voor een periode van meer dan drie maand is onderworpen aan de voorwaarde dat zich
het medisch dossier een verklaring bevindt van een bevoegd centrum of netwerk van het land van de verblijfplaats waaruit blijkt dat de patiënt wel degelijk dat centrum heeft raadgepleegd. Art. 14.Van artikelen 2, 3, 9 en 11 kan worden afgeweken voor gestructureerde diensten die zich bezig houden met gedetineerde drugsgebruikers en die door de Minister van Justitie worden georganiseerd en erkend. HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het koninklijk besluit van 31 mei 1885 houdende goedkeuring der nieuwe onderrichtingen voor de geneesheren, de apothekers en de drogisten Art. 15.
artikel 26bis van het koninklijk besluit van 31 mei 1885 houdende goedkeuring der nieuwe onderrichtingen voor de geneesheren, de apothekers en de drogisten, vervangen bij het koninklijk besluit van 9 januari 1992 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 oktober 1999, 26 juni 2001, 22 augustus 2002 en 29 juni 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°)
wordt het tweede lid aangevuld als volgt : « of
dien deze behandeld worden door een arts die geregistreerd is bij een centrum voor opvang van drugsgebruikers bedoeld
artikel 2 van het koninklijk besluit van 19 maart 2004 tot reglementering van de behandeling met vervangingsmiddelen »; 2°)
wordt de eerste zin van het vierde lid vervangen als volgt : « Het is evenwel verboden aan een apotheker om een geneesmiddel door toedoen van een gemachtigde te overhandigen aan personen die
gemeenschap leven of aan personen die behandeld worden door een arts die geregistreerd is bij een centrum voor opvang van drugsgebruikers bedoeld
artikel 2 van het koninklijk besluit van 19 maart 2004 tot reglementering van de behandeling met vervangingsmiddelen,
dien deze gemeenschap of dit centrum zich niet bevindt
de gemeente waar de apotheek gevestigd is of
een aangrenzende gemeente ervan. »; 3°)
worden
het vijfde lid na het woord « gemeenschap » de woorden « of namens meerdere artsen die beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld
artikel 9 van het koninklijk besluit van 19 maart 2004 tot reglementering van de behandeling met vervangingsmiddelen » toegevoegd; 4°)
worden
de eerste zin na de woorden «
gemeenschap leven » de woorden « of aan personen die behandeld worden door een arts die beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld
artikel 9 van het koninklijk besluit van 19 maart 2004 tot reglementering van de behandeling met vervangingsmiddelen of die behandeld worden
een centrum voor de opvang van drugsgebruikers » toegevoegd; 5°)
, 1°, 4°, 5° en 6° worden na het woord « opgenomen » de woorden « of behandelde » toegevoegd; 6°)
Art. 16.
artikel 35 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999012358 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 30/07/1999 numac 1999022519 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende oprichting van een Commissie « Standaarden
zake telematica ten behoeve van de sector van de gezondheidszorg » type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 09/06/1999 numac 1999012426 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot
richting van het Terugvorderingsfonds voor de publieke non-profitsector aangesloten bij de RSZ-PPO, bedoeld
artikel 1, § 7, 2° van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen en tot bepaling van zijn werkingsmodaliteiten type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 02/06/1999 numac 1999011185 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nationaal transmissienet voor elektriciteit type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 09/06/1999 numac 1999012424 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van het bedrag van de opbrengst van de forfaitaire vermindering, bedoeld
artikel 71, 1° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgische actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, en tot bepaling van de modaliteiten van de besteding van deze opbrengst aan het Fonds voor de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de RSZ type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999011189 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit waarbij aan de minister bevoegd voor Energie de bevoegdheid wordt opgedragen om bepaalde handelingen te stellen voor rekening van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 23/06/1999 numac 1999012340 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij aan de werkgevers die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren, de verplichting wordt opgelegd het begin van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst krachtens artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening mede te delen en waarbij de nadere regelen van deze mededeling worden bepaald sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°)
het eerste lid wordt een punt 4° toegevoegd, luidend als volgt : « 4° de Geneeskundige Commissie van zijn gebied voor zover deze Commissie deze
lichtingen nuttig oordeelt voor het uitvoeren van haar taak zoals omschreven
artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen ». 2°) het tweede lid wordt geschrapt. HOOFDSTUK
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.