richtingen die hun ambt
het onderwijs voor sociale promotie uitoefenen
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen Artikel 1.Artikel 3bis,
gevoegd
het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen, gewijzigd bij het besluit van de Executieve van 20 november 1989 en vervangen door het besluit van de Regering van 10 juni 1993, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 3bis.Voor de toepassing van de artikelen 30, eerste lid, 31ter, 39, 40bis, 46novies, 46decies, 46undecies, 84, 85, 98, 99, 102, 104, 107, 107bis, 108, 109, 110, et 139, worden de diensten die
het onderwijs van de Duitstalige Gemeenschap werkelijk worden gepresteerd, gelijkgesteld met de diensten die werkelijk werden gepresteerd
het onderwijs van de Franse Gemeenschap. » Art. 2.
artikel 14 van hetzelfde besluit, vervangen door het besluit van de Regering van 10 juni 1993, worden de woorden « op de prioritaire tijdelijken » vervangen door de woorden « op de prioritaire tijdelijken en op de beschermde tijdelijken ». Art. 3.Artikel 14quinquies,
gevoegd
hetzelfde besluit van de Regering van 12 januari 1998 en vervangen door het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 14quinquies.Er worden 8 aanstellingszones voor het onderwijs voor sociale promotie opgericht, die worden bepaald als volgt : 1° De aanstellingszone nummer 1, die de
richtingen voor onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap te Anderlecht, Evere, Ukkel, Woluwe, Eigenbrakel en Court-Saint-Etienne omvat;2° De aanstellingszone nummer 2, die de
richtingen voor onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap te Aat, Doornik, Moeskroen en Pérulwez omvat;3° De aanstellingszone nummer 3, die de
richtingen voor onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap te Colfontaine, Dour, Frameries, en Jemappes-Mons omvat;4° De aanstellingszone nummer 4, die de
richtingen voor onderwijs voor sociale promotie te Morlanwelz, Philippeville, Rance en Thuin omvat;5° De aanstellingszone nummer 5, die de
richtingen voor onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap te Blégny, Soumagne, Verviers en Vielsalm omvat;6° De aanstellingszone nummer 6, die de
richtingen voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap te Alleur, Grace-Hollogne, Saint-Georges en Borgworm omvat;7° De aanstellingszone nummer 7, die de
richtingen voor onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap te Aarlen, Libramont, Marche en Virton omvat;8° De aanstellingszone nummer 8, die de
stellingen voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap te Dinant, Namur Cadets en Namur Céfor omvat.» Art. 4.Artikel 14sexies,
gevoegd
hetzelfde besluit door het besluit van de Regering van 12 januari 1998 en vervangen door het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 14sexies.§ 1. Voor het geheel van de acht aanstellingszones bedoeld
artikel 14quinquies wordt een
terzonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale promotie opgericht. De
terzonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale promotie brengt adviezen aan de Regering uit
de gevallen bedoeld
artikel 14ter, § 1, tweede lid, 1° tot 4°. § 2. De
terzonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale promotie is samengesteld uit : 1° een voorzitter, die de directeur-generaal is van de algemene directie onderwijspersoneel van de Franse Gemeenschap;2° een ondervoorzitter die een adjunct-directeur-generaal is bij de algemene directie onderwijspersoneel van de Franse Gemeenschap, die de voorzitter bij diens afwezigheid vervangt;3° de ambtenaar-generaal van de algemene directie niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, tot wiens bevoegdheid het onderwijs voor sociale promotie behoort;4° vier leden van het personeel van het onderwijs van de Franse Gemeenschap, aangesteld door de Regering onder de acht voorzitters van de zonale aanstellingscommissies bedoeld
artikel 14septies;5° vier werkende leden, aangewezen door de vakorganisaties die de leerkrachten van het net van de Franse Gemeenschap vertegenwoordigen en die aangesloten zijn bij vakorganisaties die
de Nationale Arbeidsraad zitting hebben;elk van de vakorganisaties beschikken over ten minste één vertegenwoordiger; 6° een afgevaardigde van de Regering met raadgevende stem. Naast de vier werkende leden bedoeld
het eerste lid, 4°, stelt de Regering vier plaatsvervangende leden aan onder de
richtingshoofden van het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap. Naast de vier werkende leden bedoeld
het eerste lid, 5°, wijzen de bovenvermelde vakorganisaties vier plaatsvervangende leden aan. De Regering wijst de leden van de
terzonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie aan voor een periode van 4 jaar. Bij overlijden of ontslag gedurende het mandaat, stelt de Regering een ander lid aan, dat het lopende mandaat voleindigt. § 3. De nadere regels voor de werking van de
terzonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale promotie worden vastgesteld
artikel 14ter, § 3. » Art. 5.Artikel 14 septies,
gevoegd
hetzelfde besluit bij het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 14septies.§ 1.
elke aanstellingszone bedoeld
artikel 14quinquies, wordt een zonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale promotie opgericht. De zonale aanstellingscommissie brengt adviezen aan de Regering uit :
de gevallen bedoeld
artikel 14quater, § 1, tweede lid, 1° tot 3°, en over de betrekkingen die binnen de zone vacant zijn. Die zonale commissie stelt, op grond van de
lichtingen verstrekt door de administratie, de lijst vast van de personeelsleden die de hoedanigheid van beschermde tijdelijke kunnen krijgen en deelt die mee aan de Regering. § 2. Elke zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie is samengesteld uit : 1° een voorzitter, aangesteld door de Regering;2° vier werkende leden, aangesteld door de Regering onder de personeelsleden die een selectie- of bevorderingsambt
het onderwijs voor sociale promotie binnen de zone zoals bedoeld
artikel 14quinquies uitoefenen, onder wie ten minste de
richtingshoofden van het onderwijs voor sociale promotie van die zone;dat aantal wordt,
voorkomend geval, vermeerderd met het aantal
richtingen die de bedoelde zone omvat; 3° vier werkende leden aangesteld door de vakorganisaties die de leerkrachten van het net van de Franse Gemeenschap vertegenwoordigen en die aangesloten zijn bij vakorganisaties die
de Nationale Arbeidsraad zitting hebben;elk van de vakorganisaties beschikken over ten minste een vertegenwoordiger; dat aantal wordt,
voorkomend geval, vermeerderd met het aantal
richtingen die de bedoelde zone omvat; 4° een afgevaardigde van de Regering met raadgevende stem. De Regering stelt een plaatsvervangend lid aan voor ieder werkend lid bedoeld
het eerste lid, 2°, onder de personeelsleden die een selectie-ambt uitoefenen
de zone-
richting die door het werkend lid wordt geleid. Naast de vier werkende leden bedoeld
het eerste lid, 3°, wijzen de bovenvermelde vakorganisaties een gelijk aantal plaatsvervangende leden aan. De Regering stelt de leden van elke zonale commissie voor een periode van 4 jaar aan. Bij overlijden of ontslag, stelt de Regering een nieuw lid aan dat het lopende mandaat voleindigt. § 3. De nadere regels voor de werking van de zonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale promotie worden vastgesteld
artikel 14quater, § 3, 1ste, 2e en 4e leden. De commissie vergadert tijdens de eerste veertien dagen van maart, de eerste veertien dagen van mei en de eerste veertien dagen van november. Ze kan op andere tijdstippen vergaderen op
itiatief van de voorzitter. » Art. 6.Artikel 17bis van het besluit,
gevoegd bij het besluit van de Regering van 10 juni 1993, wordt aangevuld met een lid, dat luidt als volgt : « Dit artikel is niet van toepassing op het onderwijs voor sociale promotie. » Art. 7.
hetzelfde besluit wordt een artikel 17ter
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 17ter.Wanneer,
het onderwijs voor sociale promotie, om redenen die eigen zijn aan de organisatie van de
richting, cursussen gelijktijdig moeten worden georganiseerd en het bijgevolg niet mogelijk is om aan hetzelfde personeelslid alle lestijden
verband met hetzelfde ambt toe te vertrouwen, kunnen niet al die lestijden, op gunstig advies van het basisoverlegcomité, worden toevertrouwd aan het personeelslid met de grootste prioriteit. Nadat het maximaal aantal lestijden toegelaten voor de organisatie van de
richting bedoeld
het vorig lid aan dat personeelslid met de grootste prioriteit werd toevertrouwd, worden de overblijvende lestijden,
de volgorde van de prioriteiten, toevertrouwd aan het personeelslid met de onmiddellijk minder grote prioriteit. » Art. 8.Het opschrift van afdeling 2 van hoofdstuk III van hetzelfde besluit, vervangen door het besluit van de Regering van 10 juni 1993, wordt vervangen door het volgende opschrift : « Afdeling 2. - Tijdelijke aanstelling, tijdelijken, prioritaire tijdelijken en beschermde tijdelijken. » Art. 9.Artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 10 juni 1993, wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : «
het onderwijs voor sociale promotie, worden de lestijden die
eenzelfde ambt binnen dezelfde zone beschikbaar zijn, aan de best gerangschikte tijdelijke toevertrouwd, om hem de mogelijkheid te verschaffen om een ambt met volledig leerplan uit te oefenen. ». Art. 10.
hetzelfde artikel wordt een artikel 26ter
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 26ter.
het onderwijs voor sociale promotie, binnen een
richting, bij vermindering van de prestaties die
een betrokken ambt beschikbaar zijn, wordt volledig of gedeeltelijk een einde gemaakt aan de prestaties van een personeelslid
de volgende volgorde : 1° de niet gerangschikte tijdelijken;2° de tijdelijken die gerangschikt zijn
de tweede groep bedoeld
artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de regels voor de rangschikking van de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling
het rijksonderwijs;3° de tijdelijken die gerangschikt zijn
de eerste groep bedoeld
artikel 2 van hetzelfde besluit,
de omgekeerde volgorde van hun rangschikking;4° de beschermde tijdelijken,
de omgekeerde volgorde van hun rangschikking als tijdelijke;5° de personeelsleden die
vast verband benoemd zijn voor de prestaties die hun worden toegewezen als aanvullende opdracht;6° de personeelsleden die voorlopig
actieve dienst weer
dienst worden geroepen
het ambt waarin ze benoemd zijn;7° de personeelsleden die weer
actieve dienst worden geroepen voor onbepaalde tijd
het ambt waarin ze benoemd zijn;8° de personeelsleden die
vast verband benoemd zijn
het ambt dat ze binnen de
richting uitoefenen. § 2.
het onderwijs voor sociale promotie, binnen een zone, wordt geheel of gedeeltelijk een einde gemaakt aan de prestaties van een tijdelijk aangesteld personeelslid dat niet de hoedanigheid van beschermde tijdelijke bezit, om het voorlopig weer
actieve dienst roepen van een wegens ontstentenis van betrekking
dezelfde zone of een andere zone ter beschikking gesteld personeelslid mogelijk te maken of om de toewijzing aan een
vast verband benoemd personeelslid van dezelfde zone mogelijk te maken van een aantal uren dat gelijk is aan het aantal uren waarvoor het bezoldigd is. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt eerst een einde gemaakt, binnen de zone waarin het weer
actieve dienst roepen geschiedt of de aanvullende opdracht wordt uitgevoerd, aan de prestaties van de niet gerangschikte tijdelijken, dan aan die van de gerangschikte tijdelijken bedoeld
artikel 2 van het voormelde koninklijk besluit van 22 juli 1969, en ten slotte,
de omgekeerde volgorde van hun rangschikking, aan die van de gerangschikte tijdelijken van de eerste groep bedoeld
artikel 2 van hetzelfde besluit. ». Art. 11.
artikel 27 van hetzelfde besluit, vervangen door het besluit van de Regering van 10 juni 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, worden de woorden « of prioritair tijdelijke » vervangen door de woorden « prioritair tijdelijke of beschermde tijdelijke »;2°
het derde lid, worden de woorden « de prioritair tijdelijke » vervangen door de woorden « prioritair tijdelijke of beschermde tijdelijke ». Art. 12.
artikel 30 van hetzelfde besluit, wordt het derde lid, er door het besluit van de Regering van 12 januari 1998
gevoegd en door het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten vervangen, opgeheven. Art. 13.
hetzelfde besluit wordt een artikel 31ter
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 31ter.
het onderwijs voor sociale promotie, kan niemand als beschermde tijdelijke worden aangesteld
een bepaalde
richting en een bepaald ambt als hij niet voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° Belg zijn of onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie, behalve afwijking toegestaan door de Regering;2° van onberispelijk gedrag zijn;3° de burgerlijke en politieke rechten genieten;4° voldoen hebben aan de dienstplichtwetten;5° houder zijn van een door de Regering vastgesteld bekwaamheidsbewijs
verband met het toe te kennen ambt of opeenvolgende afwijkingen, bedoeld
artikel 20, bekomen hebben gedurende ten minste 450 dagen dienst
het ambt, gespreid over minstens 3 schooljaren;6° aan de wets- en verordeningsbepalingen
zake taalwetten voldoen;7° bij de
diensttreding, een medisch attest overleggen dat maximaal zes maanden oud is, dat aantoont dat hij zich bevindt
een zodanige gezondheidstoestand dat hij de gezondheid van de leerlingen en de andere personeelsleden niet kan schaden;8° gedurende de laatste twee schooljaren,
het betrokken ambt, geen ongunstig verslag van een
richtingshoofd of de bevoegde
specteur hebben gekregen;9° op 30 april van het schooljaar dat aan de aanstelling als beschermde tijdelijke voorafgaat, 450 dagen ambtsanciënniteit tellen, gepresteerd
de loop van de 4 laatste schooljaren, waarvan 150 dagen ambtsanciënniteit
de betrokken
richting;10° niet getroffen worden door een schorsing bij wijze van tuchtmaatregel, een tuchtschorsing, een terbeschikkingstelling bij wijze van tuchtmaatregel of een non-activiteitstelling bij wijze van tuchtmaatregel opgelegd door de
richtende macht of elke andere
richtende macht van een ander net. Een ongunstig verslag dat over ten minste 100 gepresteerde lestijden loopt, wordt niet
aanmerking genomen, als een gunstig verslag
het betrokken ambt dat over ten minste 400 lestijden loopt, op dat verslag volgt. » Art. 14.
hetzelfde besluit wordt een artikel 31quater
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 31quater.
het onderwijs voor sociale promotie, rekening houdend met de beschikbare prestaties, stelt de Regering,
de volgorde van de rangschikking bedoeld
artikel 46octies, als beschermde tijdelijke
de betrokken
richting en het betrokken ambt, de personeelsleden aan die de voorwaarden bedoeld
artikel 31ter vervullen, gedurende het schooljaar dat volgt op het schooljaar gedurende hetwelk werd vastgesteld dat zij die voorwaarden vervullen, overeenkomstig artikel 14septies, § 1, lid 3. Zodra het personeelslid de hoedanigheid van beschermde tijdelijke verworven heeft en zolang het die behoudt, komt het van ambtswege voor
de rangschikking van de tijdelijken. Die rangschikking wordt elk schooljaar aangepast door met één eenheid het aantal kandidaturen te verhogen van iedere beschermde tijdelijke, die zo geacht wordt zijn kandidatuur
de vorm en binnen de termijn bepaald bij de oproep tot de kandidaten te hebben
gediend. Voor de toepassing van het tweede lid, is het aantal kandidaturen dat wordt toegekend aan het personeelslid dat aangesteld is als beschermde tijdelijke op grond van de afwijkingen bedoeld
artikel 31ter, eerste lid, 5°, gelijk aan het aantal schooljaren gedurende welke dat personeelslid een aanstelling
het ambt heeft genoten, nadat het heeft voldaan aan de voorwaarde van dezelfde bepaling. Het personeelslid aan wie geen lestijd meer wordt toevertrouwd
de
richting en het ambt waarin het de hoedanigheid van beschermde tijdelijke heeft verworven, verliest die hoedanigheid.
dat geval behoudt het personeelslid bedoeld
het derde lid het genot van zijn rangschikking en wordt ertoe gemachtigd, net zoals de houder van een vereist bekwaamheidsbewijs, jaarlijks een kandidatuur
te dienen die
aanmerking komt voor die rangschikking. Na advies van de zonale aanstellingscommissie, maakt de Regering,
de omgekeerde volgorde van de rangschikking als tijdelijke, een einde aan de aanstelling van een beschermde tijdelijke, om
die hoedanigheid, voor een aantal lestijden dat gelijk is aan hoogstens het aantal betrokken lestijden, een personeelslid aan te stellen dat die heeft verloren gedurende de 4 voorafgaande schooljaren. » Art. 15.
hetzelfde besluit wordt een artikel 31quinquies
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 31quinquies.Het personeelslid dat ziek is, een moederschapsrust geniet of een arbeidsongeschiktheid heeft als gevolg van een arbeidsongeval, wordt aangesteld overeenkomstig artikel 31quater als beschermde tijdelijke. Het aantal dagen bedoeld
artikel 19 van het decreet van 5 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/07/2000 pub. 18/08/2000 numac 2000029268 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de regeling
zake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of
validiteit van sommige personeelsleden uit het onderwijs sluiten houdende de regeling
zake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of
validiteit van sommige personeelsleden uit het onderwijs wordt toegekend aan het personeelslid vanaf de eerste
dienstneming die volgt op zijn aanstelling en wordt berekend vanaf die werkelijke
dienstneming. De afwezigheden wegens ziekte van een personeelslid dat overeenkomstig lid 1 wordt aangesteld, worden aangerekend op het aantal dagen die het kan genieten met toepassing van artikel 20 van hetzelfde decreet. » Art. 16.
artikel 36 van hetzelfde besluit, vervangen door het besluit van de Regering van 10 juni 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « of een beschermde tijdelijke »
gevoegd tussen de woorden « een prioritair tijdelijke » en de woorden « worden toegewezen », en worden de woorden « ,
het onderwijs met volledig leerplan, »
gevoegd tussen de woorden « door een aanvullende opdracht » en de woorden « of door een aanvullend uurrooster »;2°
het tweede lid, worden de woorden « of aan een beschermde tijdelijke »
gevoegd tussen de woorden « een prioritair tijdelijke » en de woorden « worden toegewezen », en worden de woorden « ,
het onderwijs met volledig leerplan, »
gevoegd tussen de woorden « door een aanvullende opdracht » en de woorden « door een aanvullend uurrooster »;3°
het derde lid, worden de woorden « of aan een beschermde tijdelijke »
gevoegd tussen de woorden « een prioritair tijdelijke » en de woorden « toegekend worden ». Art. 17.
artikel 38, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen door het besluit van de Regering van 10 juni 1993, worden de woorden « of,
het onderwijs voor sociale promotie, iedere tijdelijke die, op grond van artikel 31ter, 2°, of 31ter, 8°, niet als beschermde tijdelijke aangesteld is »,
gevoegd tussen de woorden « als prioritair tijdelijke verworpen is » en de woorden « wordt per aangetekende brief ». Art. 18.Artikel 39, e), van hetzelfde besluit, vervangen door het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten, wordt opgeheven. Art. 19.
hetzelfde besluit wordt een artikel 40bis
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 40bis.Voor de berekening van het aantal dagen ambtsanciënniteit bedoeld
artikel 31ter, eerste lid, 9° : 1° worden enkel
aanmerking genomen, de diensten die werkelijk werden gepresteerd als hoofdambt
het betrokken ambt en
het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap, ofwel sedert het personeelslid houder is van het vereiste bekwaamheidsbewijs voor het ambt bedoeld
artikel 31quater, ofwel, als de afwijkingen bedoeld
artikel 20 toegekend zijn, vanaf de 451e dag gepresteerd als tijdelijke op het einde van het derde schooljaar, voor het betrokken ambt;2° bedraagt het aantal dagen verworven als tijdelijke
een ambt : a) 300 dagen,
dien de gepresteerde diensten ten minste vijftig percent vertegenwoordigen van het aantal lestijden per jaar dat noodzakelijk is om een volledige opdracht
dat ambt uit te maken;b) 150 dagen,
dien de gepresteerde diensten minder dan vijftig percent vertegenwoordigen van het aantal lestijden per jaar dat noodzakelijk is om een volledige opdracht
dat ambt uit te maken.». Art. 20.Artikel 41 van hetzelfde besluit, vervangen door het besluit van de Regering van 10 juni 1993, wordt aangevuld met het volgende lid : «
het onderwijs voor sociale promotie, onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 31quater, worden de betrekkingen vóór elke andere aanstelling als tijdelijke aan de beschermde tijdelijken toegekend. ». Art. 21.
artikel 42 van hetzelfde besluit, vervangen door het besluit van de Regering van 10 juni 1993, worden de woorden « of een beschermde tijdelijke »
gevoegd tussen de woorden « Een prioritair tijdelijke » en de woorden « kan ontslagen worden », en worden de woorden « of de beschermde tijdelijke »
gevoegd tussen de woorden « De prioritair tijdelijke » en « viseert en dateert dit voorstel ». Art. 22.
artikel 43 van hetzelfde artikel, vervangen door het besluit van de Regering van 10 juni 1993 en gewijzigd bij het besluit van de Regering van 29 april 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, worden de woorden « of de beschermde tijdelijke »
gevoegd tussen de woorden « De prioritair tijdelijke » en « tegen wie een gemotiveerd voorstel »;2°
het zesde lid, worden de woorden « of de beschermde tijdelijke »
gevoegd tussen de woorden « de prioritair tijdelijke » en « wordt ontslagen ». Art. 23.
artikel 43bis,
gevoegd
hetzelfde besluit door het besluit van de Regering van 10 juni 1993, worden de woorden « of een beschermde tijdelijke »
gevoegd tussen de woorden « Een prioritair tijdelijke » en « kan vrijwillig zijn ambt neerleggen ». Art. 24.Artikel 44 van hetzelfde besluit, vervangen door het besluit van de Regering van 10 juni 1993, wordt aangevuld met het volgende lid : « Iedere beschermde tijdelijke die het voorwerp is geweest van een afdanking verliest, voor het ambt dat hij op het ogenblik van zijn afdanking uitoefende, de hoedanigheid van beschermde tijdelijke alsmede het voordeel van de
gediende kandidaturen en van het aantal vóór zijn afdanking gepresteerde dagen. ». Art. 25.
hetzelfde besluit wordt een artikel 44bis
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 44bis.De artikelen 26bis, 30, 31, 32, 33, 34, 37, 37bis, 39, 40, 41, eerste en tweede leden, en 44, eerste lid, van deze afdeling, zijn niet toepasselijk op het onderwijs voor sociale promotie. » Art. 26.
hoofdstuk III van hetzelfde besluit, tussen het opschrift « Afdeling III. - De benoeming
vast verband en de aanstellingsveranderingen. »,
gevoegd door het besluit van de Regering van 1 juni 1993 en artikel 45 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2003 pub. 26/06/2003 numac 2003029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van de geldende bepalingen
zake verlof en tot
richting van de moederschapsbescherming
gevoegd, luidend als volgt : « Onderafdeling 1. - Benoeming
vast verband. A. Benoeming
vast verband
het onderwijs met volledig leerplan. » Art. 27.Tussen artikel 46 en artikel 47 van hetzelfde besluit, vervangen door het besluit van de Regering van 10 juni 1993, wordt een ondertitel B
gevoegd, luidend als volgt : « B. Benoeming
vast verband
het onderwijs voor sociale promotie. Artikel 46bis.
het onderwijs voor sociale promotie, kan niemand
een bepaalde
richting en
een bepaald ambt
vast verband worden benoemd, als hij niet voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° Belg zijn of onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie, behalve afwijking toegestaan door de Regering;2° van onberispelijk gedrag zijn;3° de burgerlijke en politieke rechten genieten;4° voldoen hebben aan de dienstplichtwetten;5° de door de Regering vastgestelde lichamelijke geschiktheid bezitten;6° als beschermde tijdelijke
het ambt waarin de betrekking vacant wordt verklaard, aangesteld zijn of geweest zijn gedurende de 4 schooljaren die voorafgaan aan de oproep voor benoeming;7° gedurende de laatste twee schooljaren,
het betrokken ambt, geen ongunstig verslag van een
richtingshoofd of de bevoegde
spectie hebben gekregen;8° niet getroffen worden door een schorsing bij wijze van tuchtmaatregel, een tuchtschorsing, een terbeschikkingstelling bij wijze van tuchtmaatregel of een non-activiteitstelling bij wijze van tuchtmaatregel opgelegd door de
richtende macht of elke andere
richtende macht van een ander net.9° zijn kandidatuur
de vorm en binnen de termijn vastgesteld bij de oproep tot de kandidaten hebben
gediend. Een ongunstig verslag dat over ten minste 100 lestijden loopt, wordt niet
aanmerking genomen, als een gunstig verslag
het betrokken ambt dat over ten minste 400 lestijden loopt, op dat verslag volgt. » Art. 28.
hetzelfde besluit wordt een artikel 46ter
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 46ter.
het onderwijs voor sociale promotie, onder vacante betrekking
een wervingsambt van de categorie bestuurs- en onderwijzend personeel, dient te worden verstaan : de betrekking(en), voor elke
richting opgericht,
verband met alle organieke lestijden van éénzelfde ambt, die gedurende de 5 voorafgaande schooljaren
de bedoelde
richting ononderbroken werden georganiseerd, verminderd met alle lestijden toegewezen aan personeelsleden die
vast verband benoemd zijn en voor de
richting aangewezen zijn, en met alle lestijden die aan deskundigen werden toegewezen overeenkomstig het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 26 januari 1993 tot bepaling van de voorwaarden waaronder een beroep wordt gedaan op deskundigen, wegens hun bijzondere bevoegdheid, voor bepaalde prestaties
het onderwijs voor sociale promotie van stelsel 1. Voor het wervingsambt van het opvoedend hulppersoneel, worden als vacant beschouwd, de wervingsbetrekkingen bepaald bij artikel 25 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 27 december 1991 betreffende de ambten, opdrachten en betrekkingen van de leden van het personeel van het onderwijs voor sociale promotie die
bedoelde
richting ononderbroken werden georganiseerd gedurende de 5 voorafgaande schooljaren, en die niet toegewezen zijn aan een
vast verband benoemd personeelslid of aan een administratief personeelslid. ». Art. 29.
hetzelfde besluit wordt een artikel 46quater
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 46quater.
het onderwijs voor sociale promotie,
de loop van de maand januari, roept het
richtingshoofd het basisoverlegcomité van de
richting bijeen, om de lijst van de vacante betrekkingen na te kijken die door de administratie overeenkomstig de bepalingen van artikel 46ter werd opgemaakt. Voor 15 februari van elk jaar zendt ieder
richtingshoofd aan de voorzitter van de betrokken zonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale promotie de lijst van de vacante betrekkingen voor elk ambt over, met vermelding van het aantal betrokken lestijden, alsook de lestijden die kunnen worden toegekend door uitbreiding van opdracht. Wanneer cursussen gelijktijdig moeten worden georganiseerd, overeenkomstig de bepalingen van artikel 17ter, stelt het
richtingshoofd aan de voorzitter van de zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie, voor éénzelfde ambt, verschillende betrekkingen voor waarvan de som van de lestijden waaruit ze bestaan, niet hoger mag zijn dan het aantal lestijden bedoeld
artikel 46ter. Bij de lijst worden de notulen gevoegd van de vergadering van het basisoverlegcomité, met nauwkeurige vermelding van de redenen tot verantwoording van de vacantverklaringen en waarbij bepaald wordt dat sommige vacante betrekkingen niet aan hetzelfde personeelslid kunnen worden toegekend. ». Art. 30.
hetzelfde besluit wordt een artikel 46quinquies
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 46quinquies.Uiterlijk voor 15 maart van elk jaar, zendt elke zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie aan de Regering de lijst van vacante betrekkingen voor elke
richting en elk ambt over, met vermelding van het aantal betrokken lestijden. Die lijst moet met redenen worden omkleed. De zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie moet aan de Regering de lijst overzenden van alle vacante betrekkingen van de
richtingen van de zone die overeenkomstig de bepalingen van artikel 46ter werden gecreëerd. Anderzijds, deelt de zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie aan de Regering voor dezelfde datum de adviezen bedoeld
artikel 14quater, § 1, tweede lid, 1° tot 3° mee. Om
de lijst bedoeld
het eerste lid te kunnen worden opgenomen, moet een vacante betrekking ten minste één twintigste omvatten van het aantal lestijden dat vereist is om een betrekking van een ambt met volledig leerplan uit te maken. ». Art. 31.
hetzelfde besluit wordt een artikel 46sexies
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 46sexies.Uiterlijk op 15 mei, doet de Regering een oproep voor benoeming door bekendmaking
het Belgisch Staatsblad, voor elke
richting en voor elk ambt, van de lijst van betrekkingen die vacant blijven
het onderwijs voor sociale promotie, nadat zij, voor de personeelsleden van de betrokken zone, een uitbreiding van opdracht heeft verricht voor de personeelsleden die deze uitbreiding hebben aanvaard, de verrichtingen heeft uitgevoerd
zake reaffectatie, tijdelijk weer
actieve dienst roepen, aanvullende opdracht en aanstellingsverandering, en bepaalt zij het aantal lestijden waaruit elk van die bestaat. De Regering bepaalt de voorwaarden die vereist zijn van iedere kandidaat voor één van de toe te kennen ambten, alsook de vorm waarin en de termijn waarbinnen de kandidaturen moeten worden
gediend. ». Art. 32.
hetzelfde besluit wordt een artikel 46septies
gediend, luidend als volgt : « Artikel 46septies.
het onderwijs voor sociale promotie, dient de kandidaat die naar verschillende betrekkingen solliciteert een afzonderlijke kandidatuur voor elk van die
. Op straffe van nietigheid, worden de kandidaturen bij de Regering
gediend bij een ter post aangetekend schrijven. Een kandidaat wordt niet ertoe gemachtigd naar meer dan één betrekking te solliciteren die vacant wordt verklaard voor éénzelfde ambt binnen dezelfde
richting. Een kandidaat van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel kan,
de akte voor kandidaatstelling, vragen zijn benoeming
vast verband te beperken tot een aantal lestijden dat lager is dan het aantal lestijden die voor de betrokken vacante betrekking open verklaard zijn, op voorwaarde dat dit aantal niet lager zou zijn dan één twintigste van het aantal lestijden dat vereist is om een ambt met volledig leerplan uit te maken. Een kandidaat van de categorie van het opvoedend hulppersoneel kan,
de akte voor kandidaatstelling, zijn benoeming
vast verband beperken tot een halftijdse prestatie, wanneer de betrekking als een voltijdse betrekking wordt verklaard. ». Art. 33.
hetzelfde besluit wordt een artikel 46octies
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 46octies.Voor elk van de vacante betrekkingen die overeenkomstig de bepalingen van artikel 46sexies toe te kennen zijn, worden de kandidaten die zich regelmatig kandidaat hebben gesteld en die aan de vereiste voorwaarden voldoen, gerangschikt volgens de dienstanciënniteit die ze op 30 april van het voorafgaande schooljaar hebben verkregen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft de kandidaat met de grootste ambtsanciënniteit de voorrang. Bij gelijke ambtsanciënniteit, heeft de oudste kandidaat de voorrang. ». Art. 34.
hetzelfde besluit wordt een artikel 46novies
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 46novies.Voor de berekening van de dienstanciënniteit bedoeld
artikel 46octies, eerste lid, worden de diensten
aanmerking genomen die werkelijk zijn gepresteerd als hoofdambt
het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap vanaf 1 september 1998, ofwel sedert het personeelslid houder is van het bekwaamheidsbewijs dat vereist is voor het ambt bedoeld
artikel 31quater, ofwel wanneer de afwijkingen bedoeld
artikel 20 toegekend zijn vanaf de 451ste dag gepresteerd als tijdelijke en op het einde van het derde schooljaar, voor het betrokken ambt. Worden eveneens
aanmerking genomen, de diensten die werkelijk werden gepresteerd vanaf 1 september 1998
het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap als hoofdambt
een ander ambt van dezelfde categorie of van een andere categorie dan die bedoeld
artikel 31quater, sedert hij houder is van het bekwaamheidsbewijs dat vereist is voor dat andere ambt van dezelfde categorie of van een andere categorie. Worden eveneens
aanmerking genomen, de diensten die het personeelslid vóór 1 september 1998 werkelijk heeft gepresteerd als hoofdambt
het betrokken ambt,
een ander ambt van dezelfde categorie of van een andere categorie
het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, sedert hij houder is van het bekwaamheidsbewijs dat vereist voor het ambt waarin de diensten werden gepresteerd. ». Art. 35.
hetzelfde besluit wordt een artikel 46decies
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 46decies.Voor de berekening van de ambtsanciënniteit bedoeld
artikel 46octies, tweede lid, komen alleen
aanmerking de diensten die het personeelslid gepresteerd heeft als hoofdambt vanaf 1 september 1998
het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap
het ambt waarvoor hij zich kandidaat stelt, ofwel sinds het personeelslid houder is van het vereiste bekwaamheidsbewijs voor het ambt bedoeld
artikel 31quater, ofwel, wanneer de afwijkingen bedoeld
artikel 20 toegekend werden, vanaf de 451ste dag
hoedanigheid van tijdelijke en op het einde van het derde schooljaar voor het bedoelde ambt. Komen ook
aanmerking de werkelijke diensten die het personeelslid als hoofdambt
het bedoelde ambt gepresteerd heeft
het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap vóór 1 september 1998, sinds hij houder is van het vereiste bekwaamheidsbewijs voor het ambt waarin de diensten werden gepresteerd. » Art. 36.
hetzelfde besluit wordt een artikel 46undecies
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 46undecies.Voor de berekening van de duur van de diensten die
aanmerking komen voor de dienstanciënniteit bedoeld
artikel 46novies en voor de ambtsanciënniteit bedoeld
artikel 46decies : 1° de werkelijke diensten gepresteerd
een ambt tellen mee voor een anciënniteit die gelijk is aan 300 dagen voor zover de diensten die per schooljaar gepresteerd werden, ten minste 50 % van het aantal lestijden per schooljaar vertegenwoordigen dat nodig is om een volledige opdracht
dat ambt te vormen;2° de werkelijke diensten gepresteerd
een ambt tellen mee voor een anciënniteit die gelijk is aan 150 dagen per schooljaar, voor zover de diensten die per schooljaar gepresteerd werden, minder dan 50 % van het aantal lestijden per schooljaar vertegenwoordigen dat nodig is om een volledige opdracht
dat ambt te vormen;3° de duur van de diensten gepresteerd
twee of meer ambten met volledige of onvolledige dienstprestaties, uitgeoefend
hetzelfde schooljaar, mag nooit hoger zijn dan de duur van de diensten gepresteerd
een ambt met volledige dienstprestaties dat tijdens het bedoelde schooljaar uitgeoefend wordt. Voor de berekening van de
het eerste lid bedoelde duur van de diensten die
aanmerking worden genomen, zijn de bepalingen van artikel 39, b van overeenkomstige toepassing. » Art. 37.
hetzelfde besluit wordt een artikel 46duodecies
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 46duodecies.§ 1. Het personeelslid dat
vast dienstverband wordt benoemd
een ambt met onvolledige dienstprestaties
het onderwijs voor sociale promotie wordt van rechtswege
het klassement van de tijdelijken opgenomen en wordt geacht zijn kandidatuur te hebben
gediend
de vorm en binnen de termijn bepaald bij de oproep tot kandidaten. Dit klassement wordt elk jaar aangepast door het aantal van zijn kandidaturen met één eenheid te verhogen. Het personeelslid dat
vast dienstverband wordt benoemd
een hoofdambt met volledige dienstprestaties
het onderwijs voor sociale promotie verliest het voordeel van een voorafgaande benoeming
een hoofdambt met volledige of onvolledige dienstprestaties. Als het personeelslid
verschillende ambten
vast dienstverband wordt benoemd, mag het totale aantal lestijden die binnen deze verschillende ambten werden toegewezen, niet hoger zijn dan het minimum vereiste aantal lestijden, bepaald
artikel 9, eerste en tweede leden, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 25 oktober 1993 houdende bezoldigingsregeling van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap. § 2.
het onderwijs voor sociale promotie mag een aanstellingsverandering niet toegekend worden
een ambt uitgeoefend door een beschermde tijdelijke. » Art. 38.
hetzelfde besluit wordt een artikel 46terdecies
gevoegd, luidend als volgt. « Artikel 46terdecies.
het onderwijs voor sociale promotie heeft elke benoeming
vast dienstverband uitwerking vanaf 1 september volgend op de oproep voor benoeming. » Art. 39.Tussen artikel 46terdecies,
gevoegd bij dit decreet, en artikel 47, vervangen bij het besluit van de Regering van 10 juni 1993, wordt een ondertitel C
gevoegd, luidend als volgt : « C. Gemeenschappelijke bepalingen voor de benoeming
vast dienstverband
het onderwijs met volledig leerplan en
het onderwijs voor sociale promotie. » Art. 40.Tussen artikel 47, vervangen bij het besluit van de Regering van 10 juni 1993, en artikel 48 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het decreet van 29 maart 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 29/03/2001 pub. 14/04/2001 numac 2001029172 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van de regelgeving betreffende het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch, psychologisch en sociaal personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen sluiten, wordt een onderafdeling 2
gevoegd, luidend als volgt : « Onderafdeling 2. - Aanstellingsveranderingen. » Art. 41.
artikel 48, laatst gewijzigd bij het decreet van 29 maart 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 29/03/2001 pub. 14/04/2001 numac 2001029172 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van de regelgeving betreffende het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch, psychologisch en sociaal personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen sluiten worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, tweede lid, worden de woorden « de daaropvolgende 1 juli » vervangen door de woorden « behalve
de daaropvolgende 1 juli, het onderwijs voor sociale promotie waar ze uitwerking heeft vanaf de daaropvolgende 1 september »;2°
, eerste lid, worden de woorden « van de maand januari » vervangen door de woorden « van de maand januari, behalve
het onderwijs voor sociale promotie,
de loop van de eerste veertien dagen van de maand maart »;3°
, eerste lid, worden de woorden « Een aanstellingsverandering » vervangen door de woorden « Behalve
het onderwijs voor sociale promotie, een aanstellingsverandering ». Art. 42.
artikel 65 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 10 juni 2003 worden de woorden « en aan de prioritair tijdelijken » vervangen door de woorden « , aan de prioritair tijdelijken en aan de beschermde tijdelijken. » Art. 43.
artikel 67, 1° van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Executieve van 27 september 1991 en gewijzigd bij het besluit van de Regering van 10 juni 1993, worden de woorden « en aan de prioritair tijdelijken » vervangen door de woorden « , prioritair tijdelijken en beschermde tijdelijken ». Art. 44.
artikel 80 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, tweede lid, worden de woorden « de daaropvolgende 1 juli.» vervangen door de woorden « de daaropvolgende 1 juli, behalve
het onderwijs voor sociale promotie waar ze uitwerking heeft vanaf de daaropvolgende 1 september. »; 2°
, eerste lid, worden de woorden « van de maand januari » vervangen door de woorden « van de maand januari, behalve
het onderwijs voor sociale promotie,
de loop van de eerste veertien dagen van de maand maart »;3°
, eerste lid, worden de woorden « een aanstellingsverandering » vervangen door de woorden « behalve
het onderwijs voor sociale promotie, een aanstellingsverandering ». Art. 45.
artikel 83 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 12 januari 1998 en bij het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid wordt een 3°bis
gevoegd, luidend als volgt : « 3°bis.
het onderwijs voor sociale promotie, ten minste 3000 dagen dienstanciënniteit tellen; »; 2°
hetzelfde eerste lid worden de woorden « ten minste zes jaar » vervangen door de woorden « ten minste zes jaar;
het onderwijs voor sociale promotie telt de vereiste ambtsanciënniteit ten minste 1800 dagen; »; 3° hetzelfde artikel 1 wordt aangevuld met een « 7° », luidend als volgt : « 7°
het onderwijs voor sociale promotie,
het bezit zijn van een attest van slagen voor de opleidingseenheid (heden) bepaald door de Regering.»; 4° tussen het tweede lid en het derde lid wordt het volgende lid
gevoegd : «
het onderwijs voor sociale promotie, onverminderd de voorwaarde bepaald
het eerste lid, 3°,
afwijking van het eerste lid, 1°, en bij ontstentenis van de kandidatuur van een personeelslid van het onderwijs voor sociale promotie dat het geheel van de
eerste lid opgesomde voorwaarden vervult, kan de Regering een personeelslid benoemen dat vast titularis is
het onderwijs met volledig leerplan van één van de wervingsambten waarvan de benamingen overeenstemmen met de wervingsambten die toegang verlenen tot de selectieambten
het onderwijs voor sociale promotie of, wat betreft het ambt van onderdirecteur, een personeelslid dat vast titularis is van een ambt van rang 1 of van rang 2
de Hogescholen georganiseerd door de Franse Gemeenschap bedoeld bij het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen
de door de Franse Gemeenschap
gerichte of gesubsidieerde Hogescholen.» Art. 46.
artikel 84 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 9 januari 1996 en 12 januari 1998 en bij het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten, worden het tweede lid en het derde lid vervangen door het volgende lid : «
het onderwijs voor sociale promotie, voor de berekening van de dienstanciënniteit bedoeld
artikel 83, eerste lid, 3°bis en voor de berekening van de ambtsanciënniteit bedoeld
artikel 83, eerste lid, 4° zijn de bepalingen van de artikelen 46novies, 46decies en 46undecies van toepassing.» Art. 47.Artikel 85, g),
gevoegd bij het besluit van de Regering van 12 januari 1998 en vervangen bij het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten, wordt opgeheven. Art. 48.
artikel 94 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Regering van 10 juni 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, tweede lid, worden de woorden « de daaropvolgende 1 januari » vervangen door de woorden « de daaropvolgende 1 januari, behalve
het onderwijs voor sociale promotie waar ze uitwerking heeft vanaf de daaropvolgende 1 september.»; 2°
, tweede lid, worden de woorden « van de maand oktober.» vervangen door de woorden « van de maand oktober of, wat betreft het onderwijs voor sociale promotie,
de loop van de eerste veertien dagen van de maand maart. » 3°
, eerste lid, worden de woorden « Een aanstellingsverandering » vervangen door de woorden « Behalve
het onderwijs voor sociale promotie, een aanstellingsverandering.» Art. 49.
artikel 97 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, 3°, worden de woorden « ten minste tien jaar;» vervangen door de woorden « ten minste tien jaar;
het onderwijs voor sociale promotie, telt de vereiste dienstanciënniteit ten minste 3 000 dagen; »; 2°
hetzelfde eerste lid, 4°, worden de woorden « ten minste zes jaar;» vervangen door de woorden « ten minste zes jaar;
het onderwijs voor sociale promotie telt de ambtsanciënniteit ten minste 1 800 dagen; »; 3°
hetzelfde eerste lid, 8°, worden de woorden « te begeven.» vervangen door de woorden « te begeven, of wat betreft de personeelsleden die
vast dienstverband benoemd werden
het onderwijs met volledig leerplan bedoeld
het derde lid, van het brevet van prefectstudie en van directeur »; 4° tussen het tweede lid en het derde lid wordt het volgende lid
gevoegd : «
het onderwijs voor sociale promotie, onverminderd de voorwaarde bedoeld
het eerste lid, 5°,
afwijking van het eerste lid, 1°, en bij ontstentenis van de kandidatuur van een personeelslid van het onderwijs voor sociale promotie dat het geheel van de
eerste lid opgesomde voorwaarden vervult, kan de Regering een personeelslid benoemen dat vast titularis is
het onderwijs met volledig leerplan van één van de wervingsambten waarvan de benamingen overeenstemmen met de wervingsambten die toegang verlenen tot de selectieambten
het onderwijs voor sociale promotie of, wat betreft het ambt van onderdirecteur, een personeelslid dat vast titularis is van een ambt van rang 1 of van rang 2
de Hogescholen georganiseerd door de Franse Gemeenschap bedoeld bij het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen
de door de Franse Gemeenschap
gerichte of gesubsidieerde Hogescholen.» Art. 50.Artikel 98 van hetzelfde besluit, vervangen door het besluit van de Regering van 10 juni 1993 en gewijzigd bij het besluit van de Regering van 9 januari 1996, wordt aangevuld als volgt : «
het onderwijs voor sociale promotie, voor de berekening van deze dienstanciënniteit, zijn de bepalingen van artikel 46novies van toepassing. » Art. 51.
artikel 99 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten, worden het tweede lid en het derde lid vervangen door het volgende lid : «
het onderwijs voor sociale promotie, voor de berekening van deze ambtsanciënniteit, zijn de bepalingen van artikel 46decies van toepassing. » Art. 52.
artikel 100 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 12 januari 1998 en bij het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « artikel 85, a), b), c), d), e), f), en
het onderwijs voor sociale promotie, voor de berekening van de duur van de diensten die
aanmerking komen voor die anciënniteiten, zijn de bepalingen van artikel 46undecies van toepassing.» Art. 53.
artikel 106 van het besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid wordt het punt « 3° de leeftijd van 35 jaar bereikt hebben;» geschrapt; 2°
het eerste lid, punt 4°, dat punt 3° wordt, na de woorden « ten minste tien jaar;» worden de woorden «
het onderwijs voor sociale promotie telt de vereiste dienstanciënniteit ten minste 3 000 dagen; » toegevoegd; 3°
het eerste lid, punt 5°, dat punt 4° wordt, na de woorden « ten minste zes jaar;» worden de woorden «
het onderwijs voor sociale promotie telt de ambtsanciënniteit ten minste 1800 dagen; » toegevoegd; 4°
het eerste lid, na de punten « 6°, 7° en 8° » die respectievelijk punten « 5°, 6° en 7° » worden, wordt een nieuw 8° toegevoegd, luidend als volgt : « 8°
het onderwijs voor sociale promotie, houder zijn van het bevorderingsbrevet dat overeenstemt met het te begeven ambt.» Art. 54.Artikel 107 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 9 januari 1996, wordt aangevuld als volgt : «
het onderwijs voor sociale promotie, voor de berekening van de anciënniteiten bedoeld
1°, 2° en voor de berekening van de duur van de diensten die
aanmerking komen voor die anciënniteiten bedoeld
3° van dit artikel, zijn de bepalingen van de artikelen 46novies, 46decies en 46undecies respectievelijk van toepassing.» Art. 55.
hetzelfde besluit wordt een artikel 110bis
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 110bis.Artikel 108 is niet van toepassing
het onderwijs voor sociale promotie. » Art. 56.
het eerste lid van artikel 111 van hetzelfde besluit worden de woorden « of, voor wat betreft het onderwijs voor sociale promotie,
een ambt van pedagogisch bestuurder » tussen de woorden « ambt van
specteur-generaal » en de woorden «
dien hij niet voldoet »
gevoegd. Art. 57.
artikel 112 van hetzelfde besluit worden de woorden « en tot
specteur-generaal » vervangen door de woorden « , tot
specteur-generaal en tot pedagogisch bestuurder ». Art. 58.
hetzelfde besluit wordt een artikel 159bis
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 159bis.Wanneer een
richtingshoofd van het onderwijs voor sociale promotie vaststelt dat hij aan een personeelslid dat niet ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking, niet meer een aantal lestijden zal kunnen toevertrouwen dat ten minste gelijk is aan het aantal waarvoor hij als vastbenoemd personeelslid wordt bezoldigd, brengt hij dit binnen de tien dagen ter kennis van de Regering en van de voorzitter van de bevoegde zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie waaronder de
richting ressorteert. Het betrokken personeelslid blijft ter beschikking van de Regering, die hem, op eigen
itiatief, aanvullende bevoegdheden
zijn
richting kan toevertrouwen en, op voorstel van de zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie waaronder de
richting ressorteert, hem een aanvullende opdracht toevertrouwen
één van de
richtingen van de zone : 1° ten eerste vóór elke aanstelling van een tijdelijke of van een beschermde tijdelijke;2° daarna
de door de tijdelijken beklede betrekkingen;3° tenslotte
de door beschermde tijdelijken beklede betrekkingen,
de omgekeerde volgorde van hun rangschikking als tijdelijke.» Art. 59.
hetzelfde besluit wordt een artikel 159ter
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 159ter.Wanneer de bepalingen van artikel 159bis, tweede lid, niet konden worden toegepast op het geheel van de betrokken lestijden, brengt de voorzitter van de zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie waaronder de
richting ressorteert, het binnen de tien dagen ter kennis van de Regering en de voorzitter van de
terzonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie. Het betrokken personeelslid blijft ter beschikking van de Regering, die hem, op voorstel van de
terzonale aanstellingscommissie, een aanvullende opdracht kan toevertrouwen
een
richting van een andere zone : 1° ten eerste vóór elke aanstelling van een tijdelijke;2° daarna
de door tijdelijken beklede betrekkingen.» Art. 60.
hetzelfde besluit wordt een artikel 159quater
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 159quater.Elk personeelslid mag de lestijden, die hem werden toevertrouwd, weigeren op basis van de bepalingen van artikel 159ter, tweede lid,
elke
richting van een andere zone die zich op meer dan 40 km bevindt van één van de
richtingen waarin hij
vast dienstverband wordt benoemd. » Art. 61.
hetzelfde besluit wordt een artikel 167ter
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 167ter, 1.
het onderwijs voor sociale promotie, waanneer een
richtingshoofd geen enkele vacante lestijd aan een personeelslid kan toevertrouwen, wordt hij ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, en brengt het
richtingshoofd dit binnen de tien dagen ter kennis van de minister en de voorzitter van de betrokken zonale commissie. Het personeelslid dat ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking, blijft ter beschikking van de minister, die hem, op eigen
itiatief, of op voorstel van de betrokken zonale commissie, voorlopig
actieve dienst mag terugroepen of, op voorstel van die commissie,
actieve dienst mag terugroepen voor een onbepaalde duur
één van de
richtingen van de zone, onverminderd de
achtneming van de bepalingen van artikel 26ter, § 2, en vóór elke aanstelling van een tijdelijke of een beschermde tijdelijke. Het personeelslid dat ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking wordt door de minister
één van de
richtingen van de zone gereaffecteerd op advies van de bevoegde zonale commissie : 1° ten eerste
de door tijdelijken beklede betrekkingen;2° daarna
de door beschermde tijdelijke beklede vacante betrekkingen,
de omgekeerde volgorde van hun anciënniteit overeenkomstig de bepalingen van artikel 46octies. Het personeelslid treedt pas
dienst,
de betrekking waarin hij wordt gereaffecteerd, op 1 september volgend op de datum wanneer beslist werd hem te reaffecteren. Art. 62.
hetzelfde besluit wordt een artikel 167ter, 2
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 167ter, 2. Wanneer een personeelslid dat wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld is, niet
de eigen zone voorlopig
actieve dienst kon teruggeroepen worden, niet
actieve dienst voor onbepaalde duur kon teruggeroepen worden of gereaffecteerd voor een aantal lestijden dat ten minste gelijk is aan het aantal waarvoor hij
vast dienstverband wordt benoemd, brengt de voorzitter van de zonale commissie het geval ter kennis van de minister alsook van de voorzitter van de
terzonale aanstellingscommissie. Het personeelslid dat ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking, blijft ter beschikking van de minister, die hem, op eigen
itiatief, of op voorstel van de
terzonale commissie, voorlopig
actieve dienst mag terugroepen of, op voorstel van die commissie,
actieve dienst mag terugroepen voor een onbepaalde duur
één van de
richtingen van een andere zone vóór elke aanstelling van een tijdelijke of
een door een tijdelijke beklede betrekking. Het personeelslid dat wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld is, wordt door de minister gereaffecteerd op advies van de
terzonale aanstellingscommissie
een
richting van een andere zone
de door tijdelijken vacante beklede betrekkingen. » Art. 63.
hetzelfde besluit wordt een artikel 167ter, 3,
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 167ter, 3. Elk personeelslid mag de lestijden die hem worden toevertrouwd, weigeren op basis van de bepalingen van de artikelen 159bis, tweede lid en 167ter, 2, tweede lid,
elke
richting die zich op meer dan 40 km bevindt van zijn woonplaats. » Art. 64.
hetzelfde besluit wordt een artikel 167ter, 4,
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 167ter, 4. Het personeelslid dat
actieve dienst voor een onbepaalde duur wordt teruggeroepen, wordt op 1 september volgend op de vacature van een betrekking van zijn ambt
dezelfde
richting gereaffecteerd. Het personeelslid dat voorlopig
actieve dienst wordt teruggeroepen
een betrekking die ten minste drie vierde omvat van de lestijden waarvoor hij wordt bezoldigd, treedt pas op de daaropvolgende 1 september
dienst
de betrekking waarin hij wordt gereaffecteerd. » Art. 65.
hetzelfde besluit wordt een artikel 167ter, 5,
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 167ter, 5. De bepalingen van de artikelen 167, §§ 1, 2, 3 et 5, alsook artikel 167ter van deze afdeling zijn niet van toepassing voor wat betreft het onderwijs voor sociale promotie. » HOOFDSTUK II. - Wijzigingen
het koninklijk besluit van 22 april 1969 tot vaststelling van de lichamelijke geschiktheid vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel der rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen Art. 66.Artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 april 1969 tot vaststelling van de lichamelijke geschiktheid vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel der rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen, gewijzigd bij de besluiten van de Regering van 10 juni 1993 en 12 januari 1998 en bij het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten, wordt vervangen als volgt : « Artikel 1.Alvorens als prioritair tijdelijke te worden aangesteld of, wat betreft het onderwijs voor sociale promotie, alvorens
vast dienstverband te worden benoemd als lid van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel van het onderwijs van de Franse Gemeenschap, moet iedereen zich op verzoek van de Minister, die het onderwijs waaronder het lid ressorteert onder zijn bevoegdheid heeft, aan een door de administratieve gezondheidsdienst georganiseerd geneeskundig onderzoek onderwerpen. » Art. 67.
artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 10 juni 1993, worden de woorden « en
vast verband worden benoemd » vervangen door de woorden « en
vast verband worden benoemd, of, wat betreft het onderwijs voor sociale promotie,
vast verband te worden benoemd ». HOOFDSTUK III. - Wijzigingen
het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de regels voor de rangschikking van de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling
het rijksonderwijs Art. 68.Artikel 2, vierde lid, van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de regels voor de rangschikking van de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling
het rijksonderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 12 januari 1998 en bij het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de
richtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten, wordt vervangen als volgt : « Voor de berekening van het aantal dagen zijn van toepassing de bepalingen bepaald bij artikel 39, b), c) en d) van het koninklijk besluit van 22 maart 1969; voor wat betreft het onderwijs voor sociale promotie zijn, vanaf 1 september 1998, de bepalingen van artikel 46undecies van hetzelfde besluit van toepassing. » Art. 69.
artikel 3, derde lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Executieve van 9 november 1998, worden de woorden «
een ander ambt, die het vereiste bekwaamheidsbewijs bezitten voor een ander ambt waarin zij om hun aanstelling als tijdelijke verzoeken » vervangen door de woorden «
een ambt, die het vereiste bekwaamheidsbewijs bezitten voor een ander ambt waarin zij om hun aanstelling als tijdelijke verzoeken, alsook
het onderwijs voor sociale promotie, de personeelsleden die
vast dienstverband worden benoemd
een ambt met onvolledige dienstprestaties ». HOOFDSTUK IV. - Wijziging
het koninklijk besluit van 31 juli 1969 tot vaststelling van de ambten waarvan de personeelsleden van het rijksonderwijs titularis moeten zijn om benoemd te kunnen worden
een ambt van de
spectiedienst belast met het toezicht op de rijksonderwijsinrichtingen en op de
ternaten die van deze
richtingen afhangen Art. 70.Artikel 1bis van het koninklijk besluit van 31 juli 1969 tot vaststelling van de ambten waarvan de personeelsleden van het rijksonderwijs titularis moeten zijn om benoemd te kunnen worden
een ambt van de
spectiedienst belast met het toezicht op de rijksonderwijsinrichtingen en op de
ternaten die van deze
richtingen afhangen,
gevoegd bij het besluit van de Regering van 19 juli 1993, wordt aangevuld als volgt : « Voor de benoeming
de ambten opgesomd
artikel 10bis van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel, van het maatschappelijk personeel der
richtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en hoger onderwijs buiten de universiteit van de Franse Gemeenschap en de ambten der personeelsleden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze
richtingen, moeten de ambten opgesomd
artikel 1 waarvan de personeelsleden titularis moeten zijn,
het onderwijs voor sociale promotie vervuld zijn geweest. » HOOFDSTUK V. - Wijziging
het koninklijk besluit van 22 september 1969 tot vaststelling van de ambten waarvan de personeelsleden van het rijksonderwijs titularis moeten zijn om te kunnen worden benoemd tot het ambt van
specteur-generaal Art. 71.Het opschrift van het koninklijk besluit van 22 september 1969 tot vaststelling van de ambten waarvan de personeelsleden van het rijksonderwijs titularis moeten zijn om te kunnen worden benoemd tot het ambt van
specteur-generaal wordt vervangen als volgt : « Koninklijk besluit van 22 september 1969 tot vaststelling van de ambten waarvan de personeelsleden van het rijksonderwijs titularis moeten zijn om te kunnen worden benoemd tot het ambt van
specteur-generaal of pedagogisch bestuurder. » Art. 72.
hetzelfde besluit wordt een artikel 1bis
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 1bis.Om te kunnen benoemd worden tot het ambt van pedagogisch bestuurder, moeten de personeelsleden van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap titularis zijn, sinds 1800 dagen ten minste, van één van de ambten opgesomd
artikel 10bis, 2° van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel, van het maatschappelijk personeel der
richtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en hoger onderwijs buiten de universiteit van de Franse Gemeenschap en de ambten der personeelsleden van de
spectiedienst belast met het toezicht op deze
richtingen, en
het bezit zijn van één van de diploma's opgesomd
artikel 1, tweede lid. » HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen ter uitvoering van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de staat, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen Art. 73.
artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen ter uitvoering van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de staat, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen, vervangen bij het decreet van 20 december 2001, worden de woorden « De vastbenoemde personeelsleden op wie het koninklijk besluit van 22 maart 1969 van toepassing is » vervangen door de woorden « Behalve
het onderwijs voor sociale promotie, het vastbenoemd personeelslid op wie het koninklijk besluit van 22 maart 1969 van toepassing is. » Art. 74.
hetzelfde besluit wordt een artikel 1bis
gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 1bis.
het onderwijs voor sociale promotie wordt het vastbenoemde personeelslid op wie het voornoemde koninklijk besluit van 22 maart 1969 van toepassing is, ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking wanneer geen enkele vacante lestijd
zijn ambt hem kon worden toevertrouwd
de
richting waar hij zijn ambt
vast dienstverband uitoefent
dien hij dit slechts uitoefent
één enkele
richting, of
het geheel van de
richtingen waar hij zijn ambt
vast dienstverband uitoefent, als hij dit
verschillende
richtingen uitoefent. Het personeelslid bedoeld
het eerste lid dat niet ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking en aan wie een aantal vacante lestijden hem niet kon worden toevertrouwd dat ten minste gelijk is aan het aantal waarvoor hij bezoldigd wordt,
de
richting waar hij zijn ambt
vast dienstverband uitoefent,
dien hij dit slechts
één enkele
richting uitoefent, of
één of meer
richtingen waar hij zijn ambt
vast dienstverband uitoefent,
dien hij dit
verschillende
richtingen uitoefent, wordt
gedeeltelijk opdrachtverlies gesteld. » Art. 75.Artikel 3bis van hetzelfde besluit, vervangen bij het decreet van 29 maart 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 29/03/2001 pub. 14/04/2001 numac 2001029172 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van de regelgeving betreffende het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch, psychologisch en sociaal personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen sluiten, wordt aangevuld als volgt : « Het personeelslid bedoeld
artikel 1bis van dit besluit wordt slechts
gedeeltelijk opdrachtverlies of ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking nadat er een einde werd gemaakt aan de diensten van de personeelsleden die hetzelfde ambt
een vacante betrekking uitoefenen, zulks
de volgorde vastgesteld
artikel 26ter van het voornoemde koninklijk besluit van 22 maart 1969. » Art. 76.
artikel 3quater van hetzelfde besluit, vervangen bij het decreet van 29 maart 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 29/03/2001 pub. 14/04/2001 numac 2001029172 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van de regelgeving betreffende het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch, psychologisch en sociaal personeel der
richtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede der
ternaten die van deze
richtingen afhangen en van de leden van de
spectiedienst die belast is met het toezicht op deze
richtingen sluiten, wordt het volgende lid tussen het eerste lid en het tweede lid
gevoegd; «
het onderwijs voor sociale promotie, bij gelijke dienstanciënniteit, wordt het personeelslid met de kleinste ambtsanciënniteit
gedeeltelijk opdrachtverlies of ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Bij gelijke ambtsanciënniteit wordt het minst oude personeelslid
gedeeltelijk opdrachtverlies of ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. » Art. 77.Artikel 3sexies van hetzelfde besluit,
gevoegd bij het besluit van de Regering van 10 juni 1993 en gewijzigd bij de besluiten van de Regering van 4 juli 1994 en 9 januari 1996 en bij het decreet van 8 februari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/02/1999 pub. 23/04/1999 numac 1999029192 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende maatregelen
zake onderwijs sluiten, waarvan deze tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidend als volgt : « § 2.
het onderwijs voor sociale promotie voor de diensten gepresteerd vanaf 1 september 1998 wordt de berekening van de dienstanciënniteit bedoeld
artikel 3quater volgens de volgende regels uitgevoerd : 1° de werkelijke diensten gepresteerd
een ambt tellen mee voor een anciënniteit die gelijk is aan 300 dagen, als de gepresteerde diensten per schooljaar ten minste 50 % van het aantal lestijden per jaar vertegenwoordigen dat nodig is om een opdracht
dat ambt te vormen;2° de werkelijke diensten gepresteerd
een ambt tellen mee voor een anciënniteit die gelijk is aan 150 dagen per schooljaar, als de diensten gepresteerd per schooljaar minder dan 50 % van het aantal lestijden per jaar vertegenwoordigen dat nodig is om een volledige opdracht
dat ambt te vormen;3° de duur van de
twee of meer ambten gepresteerde diensten, met volledige of onvolledige prestaties, gelijktijdig uitgeoefend, mag de duur van de diensten gepresteerd
een ambt met volledige prestaties, uitgeoefend tijdens dezelfde lestijd, nooit overschrijden;4° dertig dagen vormen een maand;5° de duur van de
aanmerking komende diensten die het personeelslid telt, mag voor een kalenderjaar nooit twaalf maanden overschrijden.» HOOFDSTUK VII. - Opheffings- en slotbepalingen Art. 78.Artikel 1 van het decreet van 10 april 1995 houdende dringende maatregelen
zake het onderwijs voor sociale promotie wordt opgeheven. Art. 79.Dit decreet treedt
werking de dag waarop het
het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het
het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 3 maart 2004. De Minister-President, belast met de
ternationale Betrekkingen, H. HASQUIN De Minister van Cultuur, Ambtenarenzaken, Jeugdzaken en Sport, C. DUPONT De Minister van Kinderwelzijn, belast met het Basisonderwijs, de Opvang en de Opdrachten toegewezen aan de « O.N.E. », J.-M. NOLLET De Minister van Secundair Onderwijs en Buitengewoon Onderwijs, P. HAZETTE De Minister van Begroting, M. DAERDEN De Minister van Kunsten en Letteren en van de Audiovisuele Sector, O. CHASTEL De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor Sociale Promotie en Wetenschappelijk Onderzoek, F. DUPUIS De Minister van Hulpverlening aan de Jeugd en Gezondheid, N. MARECHAL _______ Nota
tegraal verslag. - Bespreking en aanneming. - Vergadering van 17 februari 2004.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.