← België

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de erkenning en betoelaging van verenigingen zonder winstoogmerk en verenigingen met een

11 MAART 2004. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de erkenning en betoelaging van verenigingen zonder winstoogmerk en verenigingen met een sociaal oogmerk die in de hergeb

§ 1bedoelde nadere regels.

§

  1. Binnen zeventig dagen na kennisgeving van de volledigheid van de aanvraag bezorgt het Instituut, samen met een voorstel tot erkenning, zijn advies aan de Regering. Art. 6.Binnen negentig dagen na kennisgeving van de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag, betekent de Regering bij een ter post aangetekende zending haar met redenen omklede beslissing tot toekenning of weigering van de erkenning aan de aanvrager. De termijn kan met dertig dagen worden verlengd. In dat geval wordt deze met redenen omklede beslissing ter kennis van de aanvrager gebracht. Art. 7.De erkenning is vijf jaar geldig. De houder van de erkenning is verplicht de wijzigingen met betrekking tot de nadere gegevens die in het dossier staan vermeld, uiterlijk binnen drie maanden aan het Instituut mede te delen. HOOFDSTUK III. - Toelage Art. 8.De betoelagingsaanvraag wordt door een erkende persoon bij een ter post aangetekende zending of tegen ontvangbewijs bij het Instituut ingediend. De aanvraag bevat de volgende vermeldingen : 1° een omschrijving van de aard van de afvalstoffen die krachtens de lijst gevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 april 2002 tot vaststelling van de lijst van afvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen, nuttig kunnen worden toegepast;elke afvalsoort die in bovenvermelde lijst opgenomen is dient te worden verduidelijkt in functie van de in artikel 12, § 1 bedoelde lijst; 2° een omstandige omschrijving van de inzamelingswijze, het betrokken geografisch gebied, de opslagwijze, de voorgenomen herstellingsingrepen alsook de verscheidene verkooppunten en bestaande verkoopovereenkomsten met partners of dienstverleners, de eindverwerkingsstromen voor het restafval en de bijbehorende contracten;3° een omschrijving en hoeveelheidsbalans van de hergebruiks-, recycling- of eindverwerkingsstromen van de producten die ingezameld zijn gedurende de twaalf maanden vóór de maand waarop de aanvraag wordt ingediend;4° een omstandige omschrijving van de toegepaste werkwijze om de stromen fysiek en financieel op te volgen, en een omstandige omschrijving van de rapporteringswijze van de activiteit. De aanvrager dient het Instituut uiterlijk binnen drie maanden in kennis te stellen van de minste wijziging met betrekking tot de in het dossier verstrekte inlichtingen. Art. 9.§
  2. Binnen twintig dagen na ontvangst van het dossier stelt het Instituut de aanvrager in kennis van de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag. §
  3. Het Instituut stelt de aanvrager binnen dezelfde termijn in kennis van de onvolledigheid van de aanvraag en vermeldt welke stukken en inlichtingen ontbreken. Binnen tien dagen na ontvangst van de aanvullende stukken stelt het Instituut de aanvrager in kennis van de volledigheid en ontvankelijkheid van

§ 1bedoelde nadere regels.

§

  1. Binnen zeventig dagen na kennisgeving van de volledigheid van de aanvraag bezorgt het Instituut zijn advies en een beslissingsvoorstel aan de Regering. Art. 10.§
  2. Binnen twintig dagen na ontvangst van het dossier stelt het Instituut de aanvrager in kennis van de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag. §
  3. Het Instituut stelt de aanvrager binnen dezelfde termijn in kennis van de onvolledigheid van de aanvraag en vermeldt welke stukken en inlichtingen ontbreken. Binnen tien dagen na ontvangst van de aanvullende stukken stelt het Instituut de aanvrager in kennis van de volledigheid en ontvankelijkheid van

§ 1bedoelde nadere regels.

§

  1. Binnen zeventig dagen na kennisgeving van de volledigheid van de aanvraag bezorgt het Instituut zijn advies en een beslissingsvoorstel aan de Minister. Art. 11.Binnen binnen negentig dagen na kennisgeving van de volligheid en ontvankelijkheid van de aanvraag, betekent de Regering bij een ter post aangetekende zending haar met redenen omklede beslissing tot toekenning of weigering van de toelage aan de aanvrager. De termijn kan met dertig dagen worden verlengd. In dat geval wordt deze met redenen omklede beslissing ter kennis van de aanvrager gebracht. Art. 12.§
  2. De goederen die in aanmerking komen voor de berekening van de toelage zijn afgedankte waren die met name tot een van de volgende categorieën behoren :
  3. Meubilair (keuken, tuinmeubels, salon, eetkamer, slaapkamer, kantoormeubilair, met inbegrip van matrassen en tapijten, enz...)
  4. Groot witgoed (wasmachines, vaatwasmachines, droogkasten, enz...)
  5. Klein witgoed (strijkijzer, keukenapparaten, stofzuigers, boenwasapparaten, enz...)
  6. Computer- en bureauticamateriaal (computer, printer, telefoon, laptop, GSM, fax, copieerapparaten, enz...)
  7. TV, Hifi, video, fototoestellen, camera's 6.Huishoudelijk gerief (borden, lampen, binnenhuisdecoratie, schilderijen, spiegels, enz...)
  8. Vrijetijdsartikelen (fietsen, boeken, speelgoed, zwembaden, fitnessmateriaal, ligstoelen, enz...)
  9. Knutsel- en tuinmateriaal (boor- en schuurmachines, grasmaaier, heggenschaar, enz...)
  10. Kledingsstukken, huislinnen, schoeisel en lederen kledingsbenodigdheden enz..... § 2 De volgende goederen mogen niet als ingezamelde hoeveelheid worden meegerekend :
  11. de fabrieks- of eindereeksproducten 2.goederen die tegen betaling zijn verworven
  12. goederen die bij een andere, krachtens dit besluit betoelaagde organisatie zijn verworven 4.niet-herbruikbare afvalstoffen die aan een terugnameplicht zijn onderworpen. §
  13. Het toelagebedrag per toelagetrekker (S) wordt berekend als volgt : S = s (t1 + t2) « s » wordt elk jaar door de Minister vastgelegd in functie van de begrotingsmiddelen, het aantal toelagetrekkers en de hoeveelheid betoelaagbare goederen ingezameld tijdens de eerste zes maanden van het betoelagingsjaar « t1 » komt overeen met de in artikel 12, § 1, punten 1 tot en met 8 bedoelde goederen, wordt in ton uitgedrukt en als volgt berekend : t1 = ingezamelde hoeveelheid min verwijderde hoeveelheid min (0,5 x gerecycleerde hoeveelheid) « t2 » komt overeen met de in artikel 12, § 1, punt 9 bedoelde goederen, wordt in ton uitgedrukt en berekend als volgt : « t2 »= ingezamelde hoeveelheid min verwijderde hoeveelheid §
  14. Voor 2003, bedraagt s 35 EUR per ton §
  15. Wanneer de hoeveelheden niet gewogen worden wordt een raming verricht op grond van de gewichten die in de bijlage zijn opgenomen. §
  16. Om de milieuprestaties te bevorderen zal de verhoging van de vastgestelde hergebruiksgraad van het jaar n, in het jaar n+1 recht geven op een verhoging van het toelagebedrag met 25 % als toegepast op de hoeveelheden die voor deze verhoging in aanmerking komen. De eerste, in aanmerking genomen hoeveelheden zijn die van het eerste betoelagingsjaar. Art. 13.De toelagetrekker dient het Instituut elk kwartaal gegevens te bezorgen over de drie voorafgaande maanden, per categorie verwerkte goederen : 1° ingezamelde hoeveelheid;2° hergebruikte hoeveelheid met bondige beschrijving van de hergebruikswijze;3° gerecycleerde hoeveelheid met bondige beschrijving van de recyclingswijze;4° verwijderde hoeveelheid door verbranding of storten. Het verslagmodel wordt in samenspraak tijdens de eerste vergadering van het begeleidingscomité opgesteld . Art. 14.Het Instituut betaalt de verschuldigde bedragen als volgt : - per kwartaal, na ontvangst van de eerste drie verslagen als bedoeld in artikel 13; - het saldo tot afsluiting van het gehele jaar, na ontvangst van het eindverslag samen met alle bewijsstukken, meer bepaald die welke in artikel 4.
  17. en 4.8 zijn vermeld. De schuldvorderingen worden aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer, Gulledelle 100, te 1200 Brussel gericht. Art. 15.Door het aanvaarden van de toelage aanvaardt de toelagetrekker eveneens de verplichting zijn inkomsten en uitgaven bekend te maken aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer met mogelijkheid van controle ter plaatse van alle nodige stukken, overeenkomstig artikel 55 en volgende van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli
  18. Art. 16.Er wordt een opvolgingscomité opgericht waarvan de samenstelling en werking door de Minister worden bepaald. Art. 17.De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 11 maart
  19. Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek, J. SIMONET De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud, Openbare Netheid en Buitenlandse Handel, D. GOSUIN

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.