, kunnen slechts verleend worden in het geval dat de landbouwproductiemethode effectief een positief resultaat realiseert ten opzichte van de minimumnormen op het gebied van leefmilieu, natuur, landschap, hygiëne en dierenwelzijn. Tijdelijke steun kan wel voor aanpassing aan nieuwe normen die zijn gebaseerd op communautaire regelgeving inzake het milieu, de gezondheid van mens, dier of plant en het dierenwelzijn. Art. 4.§ 1. Een vereniging kan erkend worden als centrum ter bevordering van meer duurzame landbouwproductiemethoden voor het uitvoeren van een steunmaatregel als
artikel 3, als ze aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de bevordering van meer duurzame landbouwproductiemethoden;2° ze heeft een vestiging in het Vlaamse Gewest met een secretariaat waar alle gegevens, nodig voor de controle en de uitvoering van de steunmaatregel in kwestie, ter beschikking zijn;3° ze is voor de steunmaatregel in kwestie in Vlaanderen aantoonbaar representatief en ze heeft een voldoende expertise;4° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de steunmaatregel in kwestie ter bevordering van meer duurzame landbouwproductiemethoden;5° ze aanvaardt de administratieve en financiële controle van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de Europese Commissie. § 2. De Vlaamse regering kan nadere regels bepalen voor de voorwaarden,
5.De uitvoering van de steunmaatregelen,
artikel 3, kan worden gesubsidieerd binnen de grenzen van de jaarlijks toegestane begrotingskredieten, als aan de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse regering, is voldaan. Hiertoe bepaalt de Vlaamse regering : 1° de regels waaraan de centra moeten voldoen;2° de aard van de steunmaatregelen waarvoor subsidie wordt gegeven;3° de kwaliteitseisen van de begeleiding. Art. 6.De erkenning als centrum ter bevordering van meer duurzame landbouwproductiemethoden kan worden geschorst of opgeheven als niet aan de voorwaarden,
artikelen 4 en 5, wordt voldaan. De Vlaamse regering bepaalt nader de regels voor de schorsing en de opheffing en kan tevens nog andere gevallen bepalen die leiden tot schorsing of opheffing van de erkenning als centrum ter bevordering van meer duurzame landbouwproductiemethoden. Art. 7.De uitvoering van de steunmaatregelen,
artikel 3, en de erkende centra kunnen worden onderworpen aan de controle en de sancties, bepaald door de Vlaamse regering. HOOFDSTUK III. - Landbouwvorming Art. 8.Voor landbouwvorming kunnen naschoolse vormingsactiviteiten worden georganiseerd met als doel : 1° de beroepsopleiding te bevorderen van personen die een landbouwactiviteit uitoefenen of zullen uitoefenen om hen door naschoolse vorming in staat te stellen vakbekwaamheid en deskundigheid te verwerven of te verbeteren inzake landbouwactiviteiten en de hieraan verbonden activiteiten, en inzake de omschakeling van landbouwactiviteiten;2° de personen die landbouwactiviteiten uitoefenen of zullen uitoefenen voor te bereiden op een kwalitatieve heroriëntering van de productie en op de toepassing van productiemethoden die verenigbaar zijn met landschapsbehoud, landschapsverbetering, milieubescherming, hygiënische normen en dierenwelzijn, alsmede hen de vaardigheden te laten verwerven die nodig zijn om hen in staat te stellen een economisch levensvatbaar landbouwbedrijf te beheren;3° de opleiding te vervolmaken van de lesgevers die in de naschoolse landbouwvorming actief zijn of willen worden. Art. 9.Om voor subsidie in aanmerking te komen, mogen de deelnemers aan de naschoolse vormingsactiviteiten,
artikel 8, bij de aanvang van deze activiteiten niet meer leerplichtig zijn, overeenkomstig de wet van 29 juni 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1983 pub. 25/01/2011 numac 2011000012 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de leerplicht. - Duitse vertaling sluiten betreffende de leerplicht. Art. 10.§ 1. Een vereniging kan als centrum voor landbouwvorming erkend worden als ze aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de organisatie van naschoolse vormingsactiviteiten als
artikel 8;2° ze heeft een vestiging in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad met een secretariaat waar alle gegevens, nodig voor de controle en de uitvoering van de naschoolse vormingsactiviteiten, ter beschikking zijn;3° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de verschillende types vormingsactiviteiten, bepaald door de Vlaamse regering;4° ze aanvaardt de administratieve en financiële controle van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de Europese Commissie. § 2. De Vlaamse regering kan voor specifieke doelgroepen of opleidingstypen nadere regels bepalen voor de voorwaarden,
11.§ 1. De organisatie van de naschoolse vormingsactiviteiten,
artikel 8, kan worden gesubsidieerd binnen de grenzen van de jaarlijks toegestane begrotingskredieten als aan de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse regering, is voldaan. Hiertoe bepaalt de Vlaamse regering : 1° de regels waaraan de centra moeten voldoen;2° de aard van de naschoolse vormingsactiviteiten;3° de kwaliteitseisen van de lesgevers. §
artikelen 10 en 11, wordt voldaan. De Vlaamse regering bepaalt nader de regels voor de schorsing en de opheffing en kan tevens nog andere gevallen bepalen die leiden tot schorsing of opheffing van de erkenning als centrum. Art. 13.De organisatie van de naschoolse vormingsactiviteiten,
artikel 8, en de erkende centra kunnen worden onderworpen aan de controle en de sancties, bepaald door de Vlaamse regering. Art. 14.Personen die landbouwactiviteiten uitoefenen en met goed gevolg landbouwvorming beëindigd hebben, kunnen een vergoeding voor sociale promotie krijgen. De Vlaamse regering legt de nadere voorwaarden en regels vast. HOOFDSTUK IV. - Sensibiliseringsacties ter bevordering van een meer duurzame landbouw Art. 15.§
, kunnen slechts verleend worden in het geval dat de landbouwproductiemethode effectief een positief resultaat realiseert ten opzichte van de minimumnormen op het gebied van leefmilieu, natuur, landschap, hygiëne en dierenwelzijn. Tijdelijke steun kan wel voor aanpassing aan nieuwe normen die zijn gebaseerd op communautaire regelgeving inzake het milieu, de gezondheid van mens, dier of plant en het dierenwelzijn. Art. 16.§ 1. Een vereniging kan als centrum voor sensibilisering van meer duurzame landbouw worden erkend als ze aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de organisatie van sensibiliseringsacties als
artikel 15;2° ze heeft een vestiging in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad met een secretariaat waar alle gegevens, nodig voor de controle en de uitvoering van de sensibiliseringsacties,
artikel 15, ter beschikking zijn;3° ze heeft de nodige ervaring met betrekking tot het organiseren en uitvoeren van sensibiliseringsactiviteiten als
artikel 15, of van sensibiliseringsactiviteiten in sectoren, verwant met landbouw;4° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de sensibiliseringsacties,
artikel 15;5° ze aanvaardt de administratieve en financiële controle van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de Europese Commissie. § 2. De Vlaamse regering kan nadere regels bepalen voor de voorwaarden,
17.§ 1. De organisatie van de sensibiliseringsacties,
artikel 15, kan worden gesubsidieerd binnen de grenzen van de jaarlijks toegestane begrotingskredieten als aan de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse regering, is voldaan. Hiertoe bepaalt de Vlaamse regering 1° de regels waaraan de centra moeten voldoen;2° de aard en de kwaliteit van de sensibiliseringsacties. § 2. Een erkend centrum wordt geschorst indien het centrum, voor activiteiten die worden gesubsidieerd met dit decreet als basis, ook andere subsidiëring aanvraagt en krijgt. Art. 18.De erkenning als centrum voor sensibilisering van meer duurzame landbouw kan worden geschorst of opgeheven als niet aan de voorwaarden,
artikelen 16 en 17, wordt voldaan. De Vlaamse regering bepaalt nader de regels voor de schorsing en de opheffing en kan tevens nog andere gevallen bepalen die leiden tot schorsing of opheffing van de erkenning als centrum. Art. 19.De organisatie van de sensibiliseringsactiviteiten,
artikel 15, en de erkende centra kunnen worden onderworpen aan de controle en de sancties, bepaald door de Vlaamse regering. HOOFDSTUK V. - Landbouweducatie Art. 20.Om de kennis, de dialoog en de visievorming inzake meer duurzame landbouw en meer duurzame consumptie van landbouwproducten bij de bevolking in het algemeen of bij bepaalde doelgroepen te bevorderen en op die manier het maatschappelijke draagvlak van meer duurzame landbouw te versterken, kunnen landbouweducatieve en visievormende activiteiten rond meer duurzame landbouw en meer duurzame consumptie van landbouwproducten worden georganiseerd. Art. 21.§ 1. Een vereniging kan als centrum voor landbouweducatie erkend worden als ze aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de organisatie van landbouweducatieve activiteiten als
artikel 20;2° ze heeft een vestiging in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad met een secretariaat waar alle gegevens, nodig voor de controle en de uitvoering van landbouweducatieve activiteiten als
artikel 20, ter beschikking zijn;3° ze heeft de nodige ervaring met betrekking tot educatieve initiatieven, al dan niet in de landbouwsfeer;4° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de landbouweducatieve activiteiten,
artikel 20;5° ze aanvaardt de administratieve en financiële controle van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de Europese Commissie. §
artikel 20, kan worden gesubsidieerd binnen de grenzen van de jaarlijks toegestane begrotingskredieten als aan de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse regering, is voldaan. Hiertoe bepaalt de Vlaamse regering : 1° de regels waaraan de centra moeten voldoen;2° de aard en de kwaliteit van de landbouweducatieve activiteiten. § 2. Een erkend centrum wordt geschorst indien het centrum, voor activiteiten die worden gesubsidieerd met dit decreet als basis, ook andere subsidiëring aanvraagt en krijgt. Art. 23.De erkenning als centrum voor landbouweducatie van meer duurzame landbouw kan worden geschorst of opgeheven als niet aan de voorwaarden,
artikelen 21 en 22, wordt voldaan. De Vlaamse regering bepaalt nader de regels voor de schorsing en de opheffing en kan tevens nog andere gevallen bepalen die leiden tot schorsing of opheffing van de erkenning als centrum. Art. 24.De organisatie van de landbouweducatieve activiteiten,
artikel 20, en de erkende centra kunnen worden onderworpen aan de controle en de sancties, bepaald door de Vlaamse regering. HOOFDSTUK VI. - Slotbepaling Art. 25.Dit decreet treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.