artikel 8 van het Elektriciteitsdecreet, zijn ook van toepassing op dit besluit. § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° site : de locatie van een kwalitatieve warmtekrachtinstallatie of een verzameling kwalitatieve warmtekrachtinstallaties voor de productie van mechanische energie of van elektriciteit, die vervolgens ter plaatse wordt verbruikt of wordt geleverd aan het distributie- of transmissienet of aan directe lijnen en waarvoor de overeenstemmende warmtekrachtcertificaten toekomen aan één certificaatgerechtigde;2° certificaatplichtige : leverancier die, krachtens hoofdstuk II, afdeling III, verplicht is een aantal warmtekrachtcertificaten aan de VREG voor te leggen;3° certificaatgerechtigde : natuurlijke persoon of rechtspersoon die recht heeft op warmtekrachtcertificaten volgens artikel 3, § 2 van dit besluit;4° certificatenverplichting : de verplichting,
hoofdstuk II, afdeling III;5° VREG : de reguleringsinstantie,
artikel 2, 21° van het Elektriciteitsdecreet;6° datum van indienstneming : datum waarop een warmtekrachtinstallatie voor het eerst in dienst werd genomen of datum waarop een warmtekrachtinstallatie ingrijpend gewijzigd werd;7° ingrijpende wijziging : wijziging waarbij minstens voldaan is aan één van volgende voorwaarden :
artikel 11, eerste lid, om gegevens met betrekking tot bepaalde warmtekrachtcertificaten te consulteren;9° Besluit Kwalitatieve WKK : het besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/09/2001 pub. 12/12/2001 numac 2001036365 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de voorwaarden waaraan een kwalitatieve warmtekrachtinstallatie moet voldoen sluiten tot bepalng van de voorwaarden waaraan een kwalitatieve warmtekrachtinstallatie moet voldoen. HOOFDSTUK II. - Het systeem van de warmtekrachtcertificaten Afdeling I. - De aanvraag tot toekenning van warmtekrachtcertificaten Art. 2.§ 1. De eigenaar van een warmtekrachtinstallatie kan de toekenning van warmtekrachtcertificaten aanvragen door een aanvraagdossier op te sturen aan de VREG. Dit aanvraagdossier bestaat uit : 1° een correct en volledig ingevuld aanvraagformulier, waarvan het model wordt bepaald door de VREG en waarvan de vorm desgewenst verschillend kan zijn naargelang de gebruikte energiebron.2° voor een warmtekrachtinstallatie met een elektrisch of mechanisch nominaal vermogen, minder dan of gelijk aan 200 kW : technische bewijsstukken ter staving van de berekening van de warmtekrachtbesparing;3° voor een warmtekrachtinstallatie met een elektrisch of mechanisch nominaal vermogen, groter dan 200 kW, de meetresultaten van de metingen die met behulp van de meetapparatuur,
artikel 4, § 1 van het Besluit Kwalitatieve WKK, werden verricht, met een bijgevoegde berekeningsnota van de warmtekrachtbesparing;4° voor een warmtekrachtinstallatie met een elektrisch of mechanisch nominaal vermogen van meer dan 1 MW : een keuringsverslag van een geaccrediteerde keuringsinstantie, waarin de geaccrediteerde keuringsinstantie bevestigt dat de metingen die met behulp van de meetapparatuur,
artikel 4, § 1 van het Besluit Kwalitatieve WKK, werden verricht, voldoen aan de in dat artikel gestelde voorwaarden;5° voor een warmtekrachtinstallatie waarin afvalstoffen worden aangewend : een correct en volledig ingevuld inlichtingenformulier, waarvan het model wordt bepaald door de OVAM, met betrekking tot de verwerking van de afvalstoffen. Voor warmtekrachtinstallaties die reeds een kwaliteitserkenning hebben verkregen zoals
het Besluit Kwalitatieve WKK, volstaat een aanvraagdossier bestaande uit een aanvraagformulier waarvan het model wordt bepaald door de VREG. Als het aanvraagdossier niet volledig en correct is samengesteld, brengt de VREG binnen een maand na ontvangst van het aanvraagdossier, de aanvrager daarvan schriftelijk op de hoogte. In die brief worden de redenen vermeld waarom de aanvraag niet volledig werd bevonden en de termijn waarbinnen de aanvrager, op straffe van verval van de aanvraag, het aanvraagdossier kan vervolledigen. § 2. De VREG beslist binnen twee maanden na ontvangst van het volledig en correct samengestelde aanvraagdossier of de warmtekrachtbesparing, gerealiseerd door de betrokken warmtekrachtinstallatie, voldoet aan de voorwaarden voor het toekennen van warmtekrachtcertificaten,
artikel 5, en op welke wijze de hoeveelheid toe te kennen warmtekrachtcertificaten zal worden berekend, overeenkomstig artikelen 6 tot en met 8, met inbegrip van de metingen die hiervoor nodig zijn. § 3. De aanvrager wordt binnen vijf werkdagen na het nemen van de beslissing,
Indien de warmtekracht-installatie gebruik maakt van afvalstoffen, wordt de beslissing eveneens overgemaakt aan de OVAM. Afdeling II. - De toekenning van warmtekrachtcertificaten Onderafdeling I. - Algemene principes Art. 3.§
artikel 5;2° alle wijzigingen die een invloed kunnen hebben op het aantal toe te kennen warmtekrachtcertificaten zoals
de artikelen 6 tot en met 8;3° iedere wijziging met betrekking tot de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de warmtekrachtcertificaten moeten worden toegekend, zoals
artikel 3, § 2. Bij wijzigingen, zoals
1° van het vorig lid, kan de VREG haar beslissing, zoals
artikel 2, § 2, herroepen. Vanaf de herroeping van haar beslissing worden geen warmtekrachtcerificaten meer toegekend voor de warmtekrachtbesparing, gerealiseerd in de warmtekrachtinstallatie in kwestie. Bij wijzigingen, zoals
2° van het eerste lid, kan de VREG haar beslissing,
artikel 2, § 2, wijzigen. De certificaatgerechtigde voor een warmtekrachtinstallatie met een nominaal elektrisch of mechanisch vermogen van meer dan 1 MW, legt een nieuw keuringsverslag voor, zoals
artikel 2, § 1, 4°, bij de melding van een wijziging, zoals
2° van het eerste lid. Onderafdeling II. - Voorwaarden voor de toekenning van warmtekrachtcertificaten Art. 5.De VREG kent enkel warmtekrachtcertificaten toe voor de warmtekrachtbesparing die gerealiseerd werd door gebruik te maken van een warmtekrachtinstallatie, die gelegen is in het Vlaamse gewest en die voldoet aan de voorwaarden voor kwalitatieve warmtekrachtinstallaties vastgelegd in uitvoering van artikel 16 van het Elektriciteitsdecreet. Onderafdeling III. - Berekening van het aantal toe te kennen warmtekrachtcertificaten Art. 6.De berekening van het aantal toe te kennen warmtekrachtcertificaten gebeurt op basis van de gegevens die aan de VREG worden meegedeeld,
de artikelen 7 en
het eerste lid, over te laten aan de certificaatgerechtigde. In dat geval brengt de certificaatgerechtigde de VREG maandelijks op de hoogte van de meetgegevens met betrekking tot de opgewekte elektriciteit. De certificaatgerechtigde voert per site de metingen uit
artikel 4, § 1 van het Besluit Kwalitatieve WKK. De certificaatgerechtigde brengt de VREG maandelijks op de hoogte van deze meetgegevens. De VREG kan beslissen om deze metingen aan te vullen of te vervangen door andere metingen om de warmtekrachtbesparing te bepalen. § 2. Voor kwalitatieve warmtekrachtinstallaties die per jaar minder dan 10 000 kWh elektriciteit opwekken, gebeuren de metingen,
De certificaatgerechtigde brengt de VREG op de hoogte van de meetgegevens telkens wanneer de warmtekrachtinstallatie een warmtekrachtbesparing van 1 000 kWh heeft gerealiseerd. § 3. De VREG kan nadere regels vaststellen betreffende de manier waarop de metingen,
Art. 8.§ 1. De warmtekrachtbesparing
artikel 3, die gerealiseerd wordt door een warmtekrachtinstallatie voor elektriciteitsproductie, wordt berekend als de primaire energiebesparing die wordt gerealiseerd door gebruik te maken van een warmtekrachtinstallatie in plaats van een referentiecentrale en een referentieketel die eenzelfde hoeveelheid netto elektriciteit en nuttige warmte zouden opwekken als die warmtekrachtinstallatie. Voor de berekening van de warmtekrachtbesparing door een warmtekrachtinstallatie met elektriciteitsproductie wordt uitgegaan van de netto elektriciteitsproductie die op de locatie zelf verbruikt wordt of die geleverd wordt aan het distributienet, aan het transmissienet of aan directe lijnen. Die netto-elektriciteitsproductie wordt gemeten vóór de eventuele transformatie naar netspanning. § 2. De warmtekrachtbesparing
artikel 3, die gerealiseerd wordt door een warmtekrachtinstallatie voor de rechtstreekse mechanische aandrijving van machines, wordt berekend als de primaire energiebesparing die wordt gerealiseerd door gebruik te maken van een warmtekrachtinstallatie in plaats van de best beschikbare aandrijftechnologie en referentieketel die dezelfde aandrijving en dezelfde hoeveelheid nuttige warmte zouden leveren als die warmtekrachtinstallatie. De aanvrager toont aan de VREG de correctheid van de berekening van deze primaire energiebesparing aan. §
artikel 3, § 2, van het Besluit Kwalitatieve WKK; T = periode tussen datum van indienstneming en productiemaand vermeld op het warmtekrachtcertificaat, uitgedrukt in maanden. §
artikel 9, §
het vorige lid, binnen tien werkdagen aan de nieuwe eigenaar. Art. 13.De VREG publiceert maandelijks de gemiddelde prijs van de warmtekrachtcertificaten, opgesplitst naargelang die, overeenkomstig artikel 10, aanvaard kunnen worden voor het voldoen aan de certificatenverplichting. Ze publiceert tevens maandelijks het aantal toegekende warmtekrachtcertificaten. Ze biedt tevens, op een algemeen toegankelijke manier, de mogelijkheid aan om het aanbod van en de vraag naar warmtekrachtcertificaten bekend te maken. HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen Art. 14.In artikel 3, § 4, van het Besluit Kwalitatieve WKK, worden de woorden « nominaal vermogen » vervangen door de woorden « nominale spanning ». Art. 15.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Energiebeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 5 maart 2004. De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, G. BOSSUYT
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.