← België

Ministerieel besluit tot implementatie van een fokprogramma ter verkrijging van resistentie tegen overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij schap

2 JUNI 2004. - Ministerieel besluit tot implementatie van een fokprogramma ter verkrijging van resistentie tegen overdraagbare spongiforme encefalopathieën (OSE) bij schapen, en tot implementatie van

bijlage I van de beschikking;7° het uitreiken van certificaten met vermelding van het genotyperingsresultaat;8° een autocontrolebeleid op alle aspecten van het lastenboek. De dienst kan de organisaties of verenigingen van fokkers van schapen,

het eerste lid, opdragen procedures voor extra aspecten uit te werken. §

  1. Elke wijziging die de vereniging of organisatie aan het lastenboek aanbrengt, moet vooraf door de dienst goedgekeurd worden. Art. 4.§
  2. Ter uitvoering van artikel 20 van het koninklijk besluit worden de organisaties of verenigingen van fokkers van schapen die erkend zijn met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit, belast met de opmaak en de uitvoering van het fokprogramma, vermeld in artikel 2, 1°. §
  3. De opdracht, vermeld in § 1, wordt uitgevoerd op basis van een gedetailleerd lastenboek dat door de organisatie of vereniging van fokkers in kwestie wordt uitgewerkt met inachtneming van de bepalingen in de beschikking. Dat lastenboek moet vooraf ter goedkeuring voorgelegd worden aan de dienst. In dat lastenboek moeten procedures voor minstens de volgende aspecten opgenomen worden : 1° het fokbeleid voor het verkrijgen van een OSE-resistente schapenpopulatie;2° een autocontrolebeleid met betrekking tot alle aspecten van dit lastenboek. §
  4. Een van de organisaties of verenigingen van fokkers van schapen,

§ 1

, wordt door de dienst aangewezen en aanvullend belast met de volgende opdrachten : 1° het beheren van een centrale gegevensbank waarin alle gegevens die betrekking hebben op de opdrachten, vermeld in artikel 2, worden bijgehouden van alle organisaties of verenigingen van fokkers van schapen die erkend zijn met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit;2° het opmaken en uitvoeren van een regeling tot erkenning van de OSE-resistente status van bepaalde koppels schapen,

artikel 2, 2°. De dienst kan die organisatie of vereniging van fokkers van schapen belasten met aanvullende opdrachten. § 4. De opdrachten, vermeld in § 3, worden uitgevoerd op basis van gedetailleerde lastenboeken die door de organisatie of vereniging van fokkers in kwestie worden uitgewerkt met inachtneming van de bepalingen in de beschikking. Die lastenboeken moeten vooraf ter goedkeuring voorgelegd worden aan de dienst. In die lastenboeken moeten procedures voor minstens de volgende aspecten opgenomen worden : 1° het bijhouden van alle gegevens in de gegevensbank,

§ 3

, 10;2° het uitreiken van een certificaat betreffende de OSE-resistente status van een koppel schapen,

§ 3

, 2°;3° een autocontrolebeleid met betrekking tot alle aspecten van die lastenboeken, met inbegrip van een regeling voor het uitvoeren van steekproefsgewijze bemonstering van de schapen van OSE-resistente koppels op de landbouwbedrijven in kwestie,

bijlage II, 2, van de beschikking. §

  1. Onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen van § 2 en § 4, kan de dienst procedures voor extra aspecten aan de organisaties of verenigingen van fokkers in kwestie opleggen. §
  2. Elke wijziging die de vereniging of organisatie aan de lastenboeken in kwestie aanbrengt, moet vooraf door de dienst goedgekeurd worden. Art. 5.§
  3. De dienst wordt belast met het bepalen van de procedure tot indeling van de niet-raszuivere schapen, waarvan de dieren en de afstammelingen worden geregistreerd door een organisatie of vereniging van fokkers van schapen die erkend is met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit, bij een bepaald ras. §
  4. De dienst wordt ermee belast om, op voorstel van de organisatie of vereniging van fokkers,

artikel 4, § 3, een lijst met rassen op te maken in het kader van de coördinatie van de opdracht,

artikel 2, 2°. Art. 6.De laboratoria,

artikel 3, § 1, tweede lid, 3°, moeten voor de OSE-typering bij schapen erkend zijn door de autoriteit die bevoegd is voor de implementatie van Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot schapen en geiten. Art. 7.Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten kunnen aan de organisaties of verenigingen van fokkers van schapen die erkend zijn met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit, subsidies verleend worden in het kader van de opdrachten, genoemd in dit besluit. Art. 8.De fokkers die lid zijn van een organisatie of van een vereniging van fokkers van schapen die erkend is met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit, kunnen tot 1 april 2005 vrijwillig deelnemen aan het fokprogramma,

artikel 4, §

  1. Na die datum is hun deelname aan het fokprogramma verplicht. Art. 9.§
  2. Een bepaald schapenras kan, zoals

deel 3 van bijlage I van de beschikking, een afwijking verkrijgen op de eisen van het fokprogramma,

deel 1 en 2 van bijlage I van de beschikking. § 2. De dienst wordt belast met de aanwijzing op basis van de voorwaarden, vermeld in deel 3 van bijlage I van de beschikking, van de schapenrassen die voor de afwijking,

§ 1, aanmerking komen.

Art. 10.De dienst wordt belast met de controle op de uitvoering van dit besluit. Art. 11.Overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgelegd en bestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 20 juni 1956Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. Art. 12.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2004. Brussel, 2 juni 2004. J. TAVERNIER

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.