termediaire organisaties, voor wat de activiteiten betreft die zij aanbieden aan de werkzoekenden op het vlak van beroepskeuzevoorlichting, beroepsopleiding, trajectbegeleiding, arbeidsbemiddeling en erkenning van verworven competenties;3° de Vlaamse diensten, voor wat de procedures van rekrutering en selectie van werkzoekenden in functie van een concrete werkaanbieding of met het oog op de samenstelling van een wervingsreserve voor een betrekking bij de Vlaamse diensten betreft. HOOFDSTUK II. - Rechten van de werkzoekende Art. 4.De werkzoekende heeft recht op gelijke behandeling en non-discriminatie overeenkomstig de geldende wetgeving. Art. 5.§ 1. De werkzoekende heeft recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In het bijzonder : 1° garanderen
termediaire organisaties en de Vlaamse diensten dat ze alle door de werkzoekende verstrekte inlichtingen op vertrouwelijke wijze zullen behandelen.Onverminderd de toepassing van artikel 7, § 3, kan informatie omtrent een werkzoekende slechts door een intermediaire organisatie of Vlaamse dienst aan derden worden doorgegeven na uitdrukkelijke toestemming van de werkzoekende; 2° waken
termediaire organisaties en de Vlaamse diensten erover dat alle personeelsleden de vertrouwelijkheid van de persoonlijke gegevens respecteren.Persoonlijke gegevens moeten in principe verkregen worden van de werkzoekende zelf. Als
termediaire organisaties of de Vlaamse diensten het noodzakelijk achten persoonlijke gegevens in te winnen bij derden, wordt de werkzoekende daarover vooraf geïnformeerd en moet hij uitdrukkelijk zijn toestemming verlenen. Als in het curriculum vitae uitdrukkelijk naar een referentiepersoon wordt verwezen, geldt dat als uitdrukkelijke toestemming van de werkzoekende; 3° mogen er geen persoonlijke gegevens worden ingewonnen en opgeslagen die niet noodzakelijk zijn voor de opdracht.De persoonlijke gegevens worden bewaard en gecodeerd op een wijze die de werkzoekende kan begrijpen en die hem geen enkel kenmerk toedichten met een mogelijk discriminerend effect tot gevolg; 4° kan de werkzoekende te allen tijde zijn toestemming intrekken om gegevens die tot de persoonlijke levenssfeer behoren, op te vragen en te gebruiken.Het is verboden om methodes of technieken te gebruiken waarvan wordt vastgesteld dat ze een inbreuk vormen op de persoonlijke levenssfeer; 5° houden
termediaire organisaties en de Vlaamse diensten dossiers met persoonsgegevens slechts bij zolang de werkzoekende het wenst of zolang dat nodig is voor de concrete opdracht;6° corrigeren
termediaire organisaties en de Vlaamse diensten
het dossier van de opdrachtgever of de werkzoekende bijgehouden gegevens wanneer de werkzoekende erom verzoekt;7° mogen
termediaire organisaties en de Vlaamse diensten medische gegevens slechts inwinnen of laten inwinnen in de mate dat dit noodzakelijk is om te bepalen of de werkzoekende in staat is een bepaalde functie uit te oefenen of te voldoen aan de eisen van gezondheid en veiligheid;8° mogen
termediaire organisaties en de Vlaamse diensten geen genetische tests verrichten of laten verrichten. §
termediaire organisaties en de Vlaamse diensten maken verkeerd geadresseerde vragen om advies of informatie over aan de bevoegde instelling of persoon.
termediaire organisaties en de Vlaamse diensten brengen elke werkzoekende die kandidaat is voor een specifieke vacature, begeleiding, opleiding of erkenning van verworven competenties en die wordt geweigerd, binnen een redelijke termijn schriftelijk op de hoogte van de reden waarom hij of zij wordt geweigerd.
termediaire organisaties en de Vlaamse diensten brengen elke werkzoekende die zich inschrijft voor een brede waaier van vacatures schriftelijk op de hoogte van de reden waarom zijn inschrijving wordt geweigerd. Deze bepaling is niet van toepassing op intermediaire organisaties gericht op het in dienst nemen van werknemers, om ter beschikking te stellen met het oog op de uitvoering van een bij of krachtens de wet toegelaten tijdelijke arbeid.
termediaire organisaties geven aan elke werkzoekende concrete informatie over de aard van het aangeboden contract, de aanwervingsvoorwaarden, de arbeidsduur en de arbeidstijden, de bezoldiging, de loopbaanmogelijkheden, de opleidingskansen, de functievereisten, de plaats van de functie in de organisatie en desgevallend de positieve acties die met betrekking tot de werkzoekende worden ondernomen. De werkzoekende heeft recht op inzage in het dossier dat
termediaire organisatie van hem of haar bijhoudt. Art. 8.De Vlaamse overheid garandeert, via de door haar georganiseerde en gesubsidieerde intermediaire organisaties, dat elke niet-werkende werkzoekende, alsook elke verplicht ingeschreven werkzoekende, begeleid wordt bij het zoeken naar werk en dat hij of zij in het kader van een aangepaste trajectbegeleiding aan de nodige opleiding en werkervaring kan deelnemen met het oog op een duurzame tewerkstelling. De Vlaamse regering bepaalt, na advies van de SERV, op welke wijze en binnen welke termijn vanaf de aanvang van de werkloosheid deze beide garanties worden verleend. De niet-werkende werkzoekende is er toe gehouden in te gaan op de aangeboden kansen inzake begeleiding, opleiding en tewerkstelling, op basis van zijn bekwaamheden. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding stelt aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
formatie ter beschikking over
spanningen die de uitkeringsgerechtigde werkzoekende al dan niet deed in het zoeken naar werk, dit volgens de voorwaarden die nader worden bepaald in een bijlage bij het beheerscontract tussen de Vlaamse regering en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Art. 9.De werkzoekende heeft recht op kwalitatieve, klantvriendelijke, laagdrempelige dienstverlening door
termediaire organisaties. Deze dienstverlening is gericht op zelfwerkzaamheid van de werkzoekende.
termediaire organisatie neemt de nodige compenserende maatregelen voor de werkzoekenden die onvoldoende zelfredzaam is. Art. 10.§
formatie die aan de werkzoekende wordt verstrekt bij het begin van de opleiding;
termediaire organisatie of aan derden;
termediaire organisatie als de onderneming wordt ondertekend vooraleer de opleiding op de werkvloer een aanvang neemt. Art. 11.De werkzoekende heeft recht op de erkenning van verworven competenties, ongeacht waar en op welke wijze die werden verworven.
termediaire organisaties houden bij de organisatie van hun activiteiten zoveel mogelijk rekening met het geheel van deze verworven competenties.
termediaire organisaties verstrekken na elke opleiding, werkervaring of deelname aan een procedure tot erkenning van verworven competenties aan de werkzoekende een gepersonaliseerd attest met een aanduiding van de gevolgde opleiding en/of de verworven competenties. Art. 12.§ 1. De werkzoekende heeft recht op veiligheid, gezondheid en welzijn. § 2.
termediaire organisaties zijn verantwoordelijk voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werkzoekende. Bij verhoogde risicosituaties worden door hen aangepaste maatregelen genomen. § 3. De bepaling in § 2 is niet van toepassing bij deelname aan :
termediaire organisaties en de Vlaamse diensten zijn verplicht de werkzoekenden in te lichten over de rechten die zij ontlenen aan dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de klachten- en beroepsprocedures bij niet-naleving van deze rechten. Art. 15.De Vlaamse regering kan, na advies van de SERV, de nadere regels bepalen voor de uitvoering van de artikelen 4 tot 7, artikel 8, tweede lid en artikelen 9, 11, 13 en 14. HOOFDSTUK III. - Klachten- en beroepsprocedure Art. 16.Elke intermediaire organisatie die niet onderworpen is aan de verplichting een klachtenvoorziening in te stellen krachtens het decreet van 1 juni 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/06/2001 pub. 17/07/2001 numac 2001035718 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende toekenning van een klachtrecht ten aanzien van bestuursinstellingen sluiten houdende toekenning van een klachtrecht ten aanzien van bestuursinstellingen of die niet onderworpen is aan een klachtenprocedure, ingesteld krachtens artikel 17 van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 05/06/1999 numac 1999035624 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest sluiten met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest, is verplicht een procedure in te stellen voor een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over haar handelingen en werking. Deze procedure voldoet minstens aan de bepalingen van artikel 5, eerste lid, en artikelen 6 tot 11 van het decreet van 1 juni 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/06/2001 pub. 17/07/2001 numac 2001035718 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende toekenning van een klachtrecht ten aanzien van bestuursinstellingen sluiten. Zij bepaalt op welke wijze gevolg wordt gegeven aan een klacht die gegrond wordt bevonden. Daarnaast heeft de werkzoekende die meent dat zijn rechten, zoals bepaald in dit decreet, worden geschonden, het recht hiertegen een klacht in te dienen bij een hiertoe door de Vlaamse regering gemachtigd orgaan, volgens de door de Vlaamse regering bepaalde klachtenprocedure. De Vlaamse regering kan, na advies van de SERV, voorzien in een beroepsprocedure tegen de bepaalde beslissingen die worden genomen door of in opdracht van publieke of door de overheid gesubsidieerde intermediaire organisaties.
termediaire organisaties zijn ertoe gehouden de beslissing van de beroepsinstantie te respecteren. HOOFDSTUK IV. - Toezicht en sancties Art. 17.§ 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren en beambten toezicht op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. § 2.
bedoelde ambtenaren mogen bij uitoefening van hun opdracht : 1° tussen 5 en 21 uur zonder voorafgaande verwittiging vrij binnentreden in alle lokalen, woonruimtes uitgezonderd, waarvan zij redelijkerwijze kunnen vermoeden dat ze aan hun toezicht onderworpen zijn;2° tussen 21 en 5 uur met voorafgaande toestemming van de rechter in de politierechtbank, binnentreden in
1° bedoelde lokalen, woonruimtes uitgezonderd, voor zover er redenen zijn om te veronderstellen dat er inbreuken gepleegd zijn op de reglementering waarop zij toezicht uitoefenen;3° een onderzoek, een controle of een enquête instellen alsmede alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan werkelijk worden nageleefd, inzonderheid : a) de werkzoekenden,
termediaire organisaties of de Vlaamse diensten ondervragen over alle feiten die nuttig zijn voor de uitoefening van het toezicht;
bedoelde ambtenaren en beambten hebben het recht waarschuwingen te geven, de overtreder een termijn toe te staan om zich in orde te stellen en processen-verbaal op te maken die bewijskracht hebben tot het tegendeel bewezen is. Op straffe van nietigheid moet een afschrift van het proces-verbaal ter kennis van de overtreder worden gebracht, wanneer deze bekend is, en dit binnen een termijn van veertien dagen na de vaststelling van de overtreding. § 4.
bedoelde ambtenaren en beambten kunnen, in de uitoefening van hun ambt, de bijstand van politiediensten vorderen. Art. 18.Onverminderd de artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van 25 euro tot 125 euro of met één van deze straffen alleen : 1° ieder persoon, alsmede zijn aangestelden of lasthebbers die commissieloon, bijdrage, toelatings- of inschrijvingsgelden vordert of int van de werkzoekende, buiten de door dit decreet bepaalde perken;2° ieder persoon, alsmede zijn aangestelden of lasthebbers die medische gegevens inwint of laat inwinnen van de personen bedoeld in artikel 3, buiten de door dit decreet bepaalde perken;3° iedere persoon, alsmede zijn aangestelden of lasthebbers die genetische testen verricht of laat verrichten in strijd met artikel 5, § 1, 8°;4° iedere persoon die het krachtens dit decreet geregelde toezicht verhindert. Art. 19.De bedingen van een overeenkomst, en de bepalingen en interne reglementen van organisaties en ondernemingen die strijdig zijn met de bepalingen van dit decreet, en de bedingen die bepalen dat een of meer contracterende partijen bij voorbaat afzien van de rechten die door dit decreet gewaarborgd worden, zijn nietig. Art. 20.Elk geschil over de toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsbepalingen kan door de werkzoekende of een van de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de SERV worden voorgelegd aan de arbeidsgerechten. Deze vorderingen worden ingeleid bij verzoekschrift, overeenkomstig artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, verzonden bij aangetekende brief aan of neergelegd bij de griffie van het bevoegde gerecht. De vonnissen en arresten worden bij gerechtsbrief ter kennis gebracht aan de betrokken partijen. De werkzoekende en de werknemersorganisatie kunnen zich bij de arbeidsgerechten laten bijstaan of vertegenwoordigen door een afgevaardigde van een van de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de SERV. Deze mag namens de organisatie waartoe hij behoort alle handelingen verrichten die bij deze vertegenwoordiging behoren, een verzoekschrift indienen, pleiten en alle mededelingen ontvangen betreffende de rechtsingang, de behandeling en berechting van het geschil. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen Art. 21.Artikel 5, 7°, van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 05/06/1999 numac 1999035624 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest sluiten met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest wordt vervangen door wat volgt : « Het bureau dient alle betrokkenen op een objectieve en respectvolle wijze te behandelen en dient de geldende wetgeving inzake evenredige participatie en gelijke behandeling en het decreet houdende het Handvest van de Werkzoekende en zijn uitvoeringsbesluiten na te leven. ». Art. 22.Het decreet van 31 maart 1993 houdende vaststelling van het Charter van de Werkzoekende wordt opgeheven. Artikel 19 van het decreet van 24 april 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt wordt opgeheven. Artikel 7 van het decreet van 4 juni 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/06/2003 pub. 30/06/2003 numac 2003035645 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het inwerkingsbeleid sluiten op het inwerkingsbeleid wordt opgeheven. Art. 23.Dit decreet treedt in werking op de eerste dag van de derde maand volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 30 april 2004. De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme, R. LANDUYT Nota Zitting 2003 - 2004 Stukken : - Voorstel van decreet : 1663 - Nr. 1 - Advies van de Raad van Sate : 1663 - Nr. 2 - Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen : 1663 - Nr. 3 - Amendementen : 1663 - Nrs. 4 en 5 - In eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen : 1663 - Nr. 6 - Verslag : 1663 - Nr. 7 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1663 - Nr. 8 Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 21 april 2004.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.