terregionaal centrum georganiseerd door rechtspersonen, verzelfstandigde onderdelen van rechtspersonen of samenwerkingsverbanden tussen rechtspersonen. De werking van een RTC is gericht op : 1° de bewerkstelliging van synergieën tussen onderwijsinstellingen en bedrijven, en 2° de optimale doorstroming van leerlingen, studenten en cursisten naar het bedrijfsleven, en 3° de opwaardering van het technisch en beroepsonderwijs. Artikel XII.2 Een RTC neemt concrete
itiatieven
zake : 1° de onderlinge afstemming tussen onderwijsinstellingen en bedrijven van de vraag naar en het aanbod van
frastructuur, apparatuur en uitrusting voor technisch en beroepsonderwijs die een pedagogisch-didactische rol kunnen vervullen,
zonderheid door de ontwikkeling of ondersteuning van (een)
frastructurele
bedding(en), en 2° de onderlinge afstemming tussen onderwijsinstellingen en bedrijven van de vraag naar en het aanbod van leerlingen- en cursistenstages, en/of 3° het faciliteren of coördineren van nascholing op het vlak van nieuwe technologieën, en/of 4° de creatie van een platform waarbinnen onderwijsinstellingen en bedrijven kennis en ervaring kunnen uitwisselen. Afdeling II. - Beheersovereenkomst Onderafdeling I. -
houd Artikel XII.3 §
zake de beheers- en of managementstructuur van de RTC's;2° de minimale resultaatsverbintenissen van de RTC's;3° de wijze waarop de ondersteuningsfunctie van de RTC-coördinator wordt uitgeoefend;4° de wijze waarop de lokale actoren uit het onderwijs-, vormings- en opleidingsveld bij de werking van het RTC betrokken kunnen worden;5° de rapporterings- en controlemechanismen;6° de remediërende en sanctionerende maatregelen
geval van niet-naleving van de beheersovereenkomst;7° de gevallen waarin en de wijze waarop de beheersovereenkomst tijdens de looptijd ervan kan worden gewijzigd. § 3. De algemene voorwaarden kunnen per RTC worden aangevuld met specifieke bepalingen die rekening houden met het regionale of
terregionale behoeftepatroon. Onderafdeling II. - Financiële bijdrage van de Vlaamse Gemeenschap Sectie I. - Vaste werkingsenveloppe Artikel XII.4 Een RTC opent door het afsluiten van een beheersovereenkomst met de Vlaamse Regering een recht op een driejaarlijkse vaste werkingsenveloppe, overeenkomstig de bepalingen van deze sectie. De vaste werkingsenveloppe wordt, binnen het kader van de begrotingskredieten, toegekend door de Vlaamse Gemeenschap. Artikel XII.5 De omvang van de vaste werkingsenveloppe wordt per RTC vastgesteld met
achtname van : 1° de diversiteit en/of het belang van de actieterreinen waarop het RTC actief is, bedoeld
artikel XII.2; 2° de aard en het belang van de betrokken bedrijfssector(en);3° het aantal en de omvang van de participerende bedrijven en onderwijsinstellingen;4° de realisaties en voorgestelde mogelijkheden
zake cofinanciering;5° de vaste kostenstructuur. De Vlaamse Regering kan de regelen bepalen
zake de toekenning of herverdeling, tijdens een lopende periode van drie jaar, van nieuwe of vrijkomende middelen. Artikel XII.6 De vaste werkingsenveloppe wordt jaarlijks vereffend volgens de volgende formule : 1° een eerste voorschot ten bedrage van 22,5 percent wordt uitbetaald ten laatste op 28 februari;2° een tweede voorschot ten bedrage van 22,5 percent wordt uitbetaald ten laatste op 31 mei;3° een derde voorschot ten bedrage van 22,5 percent wordt uitbetaald ten laatste op 31 juli;4° een vierde voorschot ten bedrage van 22,5 percent wordt uitbetaald ten laatste op 31 oktober;5° het saldo van 10 procent wordt uitbetaald na
diening en goedkeuring van een werkings- en activiteitenverslag. Sectie II. - Subsidie projectfinanciering Artikel XII.7 §
artikel XII.2; 2° het aantal en de omvang van de participerende bedrijven en onderwijsinstellingen;3° de aard en/of de omvang van het doelpubliek dat bij de projecten kan worden betrokken;4° de relevantie van de projecten op lange termijn. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen
zake : 1° de wijze waarop de subsidie projectfinanciering wordt aangevraagd;2° de wijze waarop het dossier wordt beoordeeld;3° het betalingsritme van de subsidie projectfinanciering. Afdeling III. - Facilitair kader Onderafdeling I. - Aanvullende middelen Artikel XII.8 Benevens de financiële bijdragen van de Vlaamse Gemeenschap, bedoeld
artikelen XII.4 en XII.7, kan een RTC beschikken over de volgende middelen : 1° financiële, materiële of immateriële ondersteuning door actoren uit de onderwijssector of de bedrijfswereld of door openbare besturen;2° opbrengsten uit het eigen bezit;3° schenkingen en legaten;4° leningen van allerlei aard. De Vlaamse Regering kan aan de leningen ten behoeve van een RTC de waarborg van de Vlaamse Gemeenschap verlenen. Onderafdeling II. -
frastructuur Artikel XII.9 § 1.
dien een
richtende macht aan een (rechtspersoon binnen een) RTC en ten behoeve van de werking van een RTC een persoonlijk of zakelijk recht of een gebruiksrecht verleent op een onroerend goed, bestemd voor het onderwijs, wordt dit nimmer als een bestemmingswijziging beschouwd. § 2. (De rechtspersoon binnen) het RTC treedt ten aanzien van de Dienst voor
frastructuurwerken van het Gesubsidieerd Onderwijs, verder : « DIGO », of de rechtsopvolger daarvan,
de rechten en verplichtingen van de overdragende
richtende macht,
dien (de rechtspersoon binnen) het RTC eigenaar wordt van het gebouw of het zakelijk recht overneemt dat noodzakelijk was voor het verkrijgen van de subsidies, verstrekt door de DIGO, of de rechtsopvolger daarvan.
dien (de rechtspersoon binnen) het RTC de eigendom of het zakelijk recht niet overneemt, blijft de overdragende
richtende macht verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit de regelgeving voor het verkrijgen van de subsidies verstrekt door de DIGO of de rechtsopvolger daarvan. Afdeling IV. - De RTC-coördinator Onderafdeling I. - Aanstelling Artikel XII.10 §
samenspraak met de RTC-coördinator, op regelmatige basis een behoeftestudie die aan de hand van een analyse van de regionale sociaal-economische structuren aangeeft : 1° welke regio's behoefte hebben aan de oprichting van een RTC;2° welke RTC's behoefte hebben aan een gewijzigde of uitgebreide werking. Subsectie II. - Ontwikkeling van een overlegstructuur Artikel XII.13 De RTC-coördinator ziet toe op de ontwikkeling van een overlegstructuur waarbinnen hij op geregelde basis en ten minste jaarlijks overleg pleegt met vertegenwoordigers van de RTC's. Subsectie III. - Opdrachten
zake de beheersovereenkomsten Artikel XII.14 De RTC-coördinator vervult een adviserende functie bij : 1° het opstellen van de algemene voorwaarden, bedoeld
artikel XII.3, § 2; 2° het vaststellen van de omvang van de vaste werkingsenveloppe, bedoeld
artikel XII.4. Hij doet een remediëringsvoorstel
dien hij, op grond van de controlemechanismen
de beheersovereenkomst, vaststelt dat een RTC de decretale, reglementaire of conventionele verplichtingen of verbintenissen manifest niet of niet behoorlijk uitvoert of nakomt. Afdeling V. - Meta-evaluatie Artikel XII.15 De Vlaamse Regering neemt de nodige maatregelen opdat een algehele evaluatie van de werking van de RTC's aan het Vlaams Parlement kan worden voorgelegd vóór 31 december 2007. Afdeling VI. - Overgangsmaatregel Artikel XII.16 De Vlaamse Regering sluit uiterlijk op 15 mei 2004 een beheersovereenkomst met de RTC's die bestaan op het ogenblik van de
werkingtreding van dit hoofdstuk.
afwijking van artikel XII.7 wordt de financiële bijdrage van de Vlaamse Gemeenschap, verschuldigd
2004, uitbetaald overeenkomstig het volgende betalingsritme : 1° een eerste voorschot ten bedrage van 50 procent wordt uitbetaald na ondertekening van de beheersovereenkomst;2° een tweede voorschot ten bedrage van 40 procent wordt uitbetaald ten laatste op 15 oktober;3° het saldo van 10 procent wordt uitbetaald na
diening en goedkeuring van een werkings- en activiteitenverslag. Afdeling VII. -
werkingtredingsbepaling Artikel XII.17 De bepalingen van deze titel hebben uitwerking met
gang van 1 april
gang van 1 april 2004. TITEL II. - Noodzakelijke en dringende onderwijsbepalingen HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving Art. 4.
artikel 53, 3°, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving,
gevoegd bij decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten, worden de woorden « artikel 6bis, 2°, dat
werking treedt » vervangen door de woorden « artikel 6bis, 2° en 4°, die
werking treden ». Art. 5.Artikel 4 heeft uitwerking op 1 september
aansluiting op of binnen bestaande studiegebieden
het volwassenenonderwijs. Basiseducatie heeft tot doel cursisten de competenties te laten verwerven die nodig zijn om maatschappelijk te functioneren en voor het volgen van verdere opleiding of vorming. § 2. Het niveau van de basiseducatie is vergelijkbaar met het niveau van basisonderwijs en secundair onderwijs van de eerste graad, behoudens voor de opleidingen bedoeld
Voor deze opleidingen wordt het niveau bepaald door de Vlaamse Regering. § 3. Basiseducatie omvat de volgende opleidingen : 1° Nederlands moedertaal;2° Nederlands als tweede taal;3° wiskunde;4° maatschappij-oriëntatie;5°
formatie- en communicatietechnologie;6° opstapcursussen Frans en Engels. De Vlaamse Regering kan experimenteel nieuwe opleidingen erkennen. Uiterlijk na vijf jaar worden deze opleidingen decretaal aan het eerste lid toegevoegd of wordt de erkenning jaar na jaar opgeheven. § 4. Basiseducatie omvat tevens de nodige activerings- en keuzebegeleidingsactiviteiten. Dit zijn educatieve programma's die gericht zijn op : 1° de verkenning van de educatieve behoeften;2° een exemplarische kennismaking met de
houden en de werkwijzen van de basiseducatie;3° het stimuleren van de deelnemers om na het doorlopen van het programma zich verder te vervolmaken en door te stromen naar andere educatieve voorzieningen.» Art. 8.
hetzelfde decreet wordt een artikel 6bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 6bis.De Centra voor Basiseducatie worden gemachtigd erkende studiebewijzen basiseducatie uit te reiken aan cursisten die met goed gevolg een opleiding of een deel ervan hebben doorlopen. De Vlaamse Regering legt de certificering vast en bepaalt : 1° de evaluatiemodaliteiten;2° het model van de studiebewijzen die de centra uitreiken;3° de periode waarbinnen de studiebewijzen moeten worden afgeleverd.» Art. 9.De artikelen van dit hoofdstuk treden
werking op 1 september 2004. HOOFDSTUK III. - Rechtspositieregeling Afdeling I. - Wijziging aan het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs Art. 10.Aan artikel 29 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2.
afwijking op § 1 komt een betrekking die wordt
gericht
uren-leraar, lesuren of lestijden die worden toegekend
het kader van het geïntegreerd onderwijs
het basis- en secundair onderwijs en het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers
het gewoon basis- en secundair onderwijs, wel
aanmerking voor vacantverklaring en vaste benoeming. Deze bepaling geldt voorzover de betrekking
toepassing van de rationalisatieregelen niet onderhevig is aan progressieve opheffing zoals bepaald
11.
hoofdstuk V van hetzelfde decreet wordt een artikel 48ter
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 48ter.
afwijking van de bepalingen van dit hoofdstuk moet een personeelslid dat reeds deeltijds vast benoemd is
een selectie- of bevorderingsambt, met het oog op een uitbreiding van vaste benoeming
hetzelfde ambt geen proeftijd meer doorlopen. De raad van bestuur - voor de pedagogische begeleidingsdiensten en het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - kan dit personeelslid vast benoemen mits het voldoet aan de bepalingen van artikel 46, 1° tot en met 5°. ». Art. 12.
artikel 100undecies van hetzelfde decreet,
gevoegd bij decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/07/2003 pub. 24/10/2003 numac 2003201478 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het landschap basisonderwijs sluiten, worden een § 8, § 9 en § 10
gevoegd, die luiden als volgt : « § 8. Voor de personeelsleden die
juni 2003
dienst zijn
een gefinancierde
stelling van het secundair onderwijs als contractueel personeelslid ten laste van het departement Onderwijs, worden de diensten gepresteerd als contractueel personeelslid
een administratieve functie
een gefinancierde
stelling van het secundair onderwijs beschouwd als dienstanciënniteit zoals bepaald
de artikelen 4, 21, 21bis, 36 en 56. Deze diensten worden beschouwd alsof zij gepresteerd werden
het ambt van administratief medewerker
de personeelscategorie van het ondersteunend personeel
het secundair onderwijs. Het personeelslid kan op basis van deze diensten een dienstanciënniteit van maximaal 720 dagen verwerven. De beperking tot 720 dagen geldt niet voor de toepassing van artikel 55, §§ 1 en
juni 2003
dienst zijn als contractueel personeelslid ten laste van het departement Onderwijs
een gefinancierde
stelling van het deeltijds kunstonderwijs of van het volwassenenonderwijs, worden de diensten gepresteerd als contractueel personeelslid ten laste van het departement Onderwijs
een ambt van een personeelscategorie van het deeltijds kunstonderwijs of volwassenenonderwijs beschouwd als dienstanciënniteit zoals bepaald
de artikelen 4, 21, 36 en 56. Deze diensten worden beschouwd alsof zij gepresteerd werden
het overeenkomstig ambt. Het personeelslid kan op basis van deze diensten een dienstanciënniteit van maximaal 720 dagen verwerven. De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op het contractueel personeelslid dat vóór juni 2003 werd ontslagen, tenzij dit personeelslid na dit ontslag opnieuw wordt aangeworven door de scholengroep die het ontslag heeft gegeven. § 10. Diensten als contractueel personeelslid ten laste van het departement Onderwijs die gepresteerd zijn door de personeelsleden die
de maand juni 2004 tewerkgesteld zijn als contractueel personeelslid ten laste van het departement Onderwijs bij het Gemeenschapsonderwijs, worden mits
stemming van de raad van bestuur en het akkoord van het bevoegd lokaal comité, beschouwd als dienstanciënniteit zoals bepaald
de artikelen 4, 21, 21bis, 36 en 56, met dien verstande dat een personeelslid op basis van deze diensten een dienstanciënniteit van maximaal 720 dagen kan verwerven. Deze diensten worden
dat geval beschouwd als zijnde gepresteerd bij de betrokken scholengroep. De raad van bestuur beslist voor welk ambt deze diensten
aanmerking komen. Als de raad van bestuur de diensten
aanmerking laat komen voor het ambt van administratief medewerker
het beleids- en ondersteunend personeel of het ambt van administratief medewerker
het ondersteunend personeel, geldt de beperking van 720 dagen dienst-anciënniteit niet voor de toepassing van artikel 55, § 1, § 2 of § 2bis. » Art. 13.
hoofdstuk XI van hetzelfde decreet wordt een artikel 103quinquies
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 103quinquies.Onverminderd de bepalingen van dit decreet en
afwijking op artikel 35 en artikel 37, § 3, kan de raad van bestuur eenmalig op 1 september 2004 een vaste benoeming uitspreken
een betrekking die wordt
gericht
uren-leraar, lesuren of lestijden die worden toegekend
het kader van het geïntegreerd onderwijs
het basis- en secundair onderwijs en het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers
het gewoon basis- en secundair onderwijs. Deze vaste benoeming kan slechts worden uitgesproken als de raad van bestuur de reglementering
zake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstellingen heeft nageleefd tot op het niveau van de
stelling waar de vaste benoeming wordt uitgesproken. » Afdeling II. - Wijzigingen aan het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding Art. 14.Aan artikel 34 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2.
afwijking op § 1 komt een betrekking die wordt
gericht
uren-leraar, lesuren of lestijden die worden toegekend
het kader van het geïntegreerd onderwijs
het basis- en secundair onderwijs en het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers
het gewoon basis- en secundair onderwijs, wel
aanmerking voor vacantverklaring en vaste benoeming. Deze bepaling geldt voor zover de betrekking
toepassing van de rationalisatieregelen niet onderhevig is aan progressieve opheffing zoals bepaald
15.
artikel 84decies van hetzelfde decreet,
gevoegd bij decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/07/2003 pub. 24/10/2003 numac 2003201478 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het landschap basisonderwijs sluiten, worden een § 7 en § 8
gevoegd, die luiden als volgt : « § 7. Voor de personeelsleden die
juni 2003
dienst zijn als contractueel personeelslid ten laste van het departement Onderwijs
een gesubsidieerde
stelling van het deeltijds kunstonderwijs of van het volwassenenonderwijs, worden de diensten gepresteerd als contractueel personeelslid ten laste van het departement Onderwijs
een ambt van een personeelscategorie van het deeltijds kunstonderwijs of volwassenenonderwijs beschouwd als dienstanciënniteit zoals bepaald
de artikelen 6, 23, 31, 35, 74 en 77. Deze diensten worden beschouwd alsof zij gepresteerd werden
het overeenkomstig ambt. Het personeelslid kan op basis van deze diensten een dienstanciënniteit van maximaal 720 dagen verwerven. De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op het contractueel personeelslid dat vóór juni 2003 werd ontslagen, tenzij dit personeelslid na dit ontslag opnieuw wordt aangeworven door de scholengroep die het ontslag heeft gegeven. § 8. Diensten als contractueel personeelslid ten laste van het departement Onderwijs die gepresteerd zijn door de personeelsleden die
de maand juni 2004 tewerkgesteld zijn als contractueel personeelslid ten laste van het departement Onderwijs bij een representatieve vereniging van
richtende machten van het gesubsidieerd officieel onderwijs, het gesubsidieerd vrij confessioneel onderwijs of het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs, worden mits
stemming van de
richtende macht en het akkoord van het bevoegd lokaal comité, beschouwd als dienstanciënniteit zoals bepaald
de artikelen 6, 23, 23bis, 31, 35, 74 en 77, met dien verstande dat een personeelslid op basis van deze diensten een dienstanciënniteit van maximaal 720 dagen kan verwerven. Deze diensten worden
dat geval beschouwd als zijnde gepresteerd bij de betrokken
richtende macht. De
richtende macht beslist voor welk ambt deze diensten
aanmerking komen. Als de
richtende macht de diensten
aanmerking laat komen voor het ambt van administratief medewerker
het beleids- en ondersteunend personeel of het ambt van administratief medewerker
het ondersteunend personeel, geldt de beperking van 720 dagen dienstanciënniteit niet voor de toepassing van artikel 44, §§ 1, 2 of 2bis. » Art. 16.Aan titel II, hoofdstuk XI van hetzelfde decreet wordt een artikel 84duodecies toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 84duodecies.Onverminderd de bepalingen van dit decreet en
afwijking op artikel 30 en artikel 33, § 1, laatste lid, kan een
richtende macht eenmalig op 1 september 2004 een vaste benoeming uitspreken
een betrekking die wordt
gericht
uren-leraar, lesuren of lestijden die worden toegekend
het kader van het geïntegreerd onderwijs
het basis- en secundair onderwijs en het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers
het gewoon basis- en secundair onderwijs. Deze vaste benoeming kan slechts worden uitgesproken als de
richtende macht de reglementering
zake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstellingen heeft nageleefd tot op het niveau van de
stelling waar de vaste benoeming wordt uitgesproken. » Afdeling III. -
werkingtredingsdatum Art. 17.De artikelen van dit hoofdstuk hebben uitwerking op 1 april 2004, met uitzondering van artikel 11, dat uitwerking heeft met
gang van 1 januari 2004. HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen aan het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen
de Vlaamse Gemeenschap Art. 18.
artikel 20quater van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen
de Vlaamse Gemeenschap worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, 1, wordt tussen het woord « Nederlands, » en het woord « godsdienst » het woord « gebarentaal, »
gevoegd;2° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4.Tot een door de Vlaamse Regering te bepalen datum worden als algemene, kunst-, technische respectievelijk praktische vakken beschouwd : alle algemene, kunst-, technische res-pectievelijk praktische vakken, bedoeld
de artikelen 2 tot en met 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken
de
stellingen voor voltijds secundair onderwijs en
de
stellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de
stellingen voor buitengewoon secundair onderwijs, waarvan de vermelding
het leerplan wordt gevolgd door het woord « -gebarentaal ». » Art. 19.Aan artikel 326 van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen
de Vlaamse Gemeenschap wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : «
afwijking van artikel 122 kan de hogeschool tot het einde van het academiejaar 2004-2005 werkgelegenheid verschaffen aan de tijdelijke personeelsleden die op 30 juni 1995 aangesteld waren
een vacant ambt van assistent, naar rato van het opdrachtvolume op 30 juni 1995, voorzover zij dit ambt
hoofdambt uitoefenden. » Art. 20.De artikelen van dit hoofdstuk treden als volgt
werking : 1° artikel 18 heeft uitwerking met
gang van 1 september 1996;2° artikel 19 heeft uitwerking met
gang van 1 januari 2004. HOOFDSTUK V. - Wijzigingen aan het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 Art. 21.Artikel 16 van het decreet van 25 februari van 1997 betreffende het basisonderwijs wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 16.Naast de toelatingsvoorwaarden bepaald
de artikelen 12, 13 en 15 is voor de aanvullende financiering of subsidiëring van een leerling
het geïntegreerd onderwijs nog een
tegratieplan vereist. De regering bepaalt de
houd van het
tegratieplan en legt de samenstelling van het
tegratieteam, dat het
tegratieplan zal opstellen, vast. Een nieuw
tegratieplan wordt opgesteld bij de wijziging van : de aard van de
tegratie, de aard en de ernst van de handicap of het onderwijsniveau (met
begrip van het beroepenveld, de studierichting, de afdeling of de opties). Bij wijziging van het
tegratieteam kan het bestaande
tegratieplan bevestigd worden.
dien het attest, bedoeld
artikel 15, naar de types 1, 3 of 8 oriënteert, moet de leerling
het betreffende type ten minste negen maanden voltijds buitengewoon onderwijs gevolgd hebben onmiddellijk voorafgaand aan de
tegratie
het gewoon onderwijs. ». Art. 22.Aan artikel 125duodecies, § 2, 3°, van hetzelfde decreet, worden
fine de woorden « en op basis van de
schrijving
het buitengewoon basisonderwijs » toegevoegd. Art. 23.Artikel 194 van hetzelfde decreet, opgeheven door het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten, wordt opnieuw opgenomen
de volgende lezing : « Artikel 194.
afwijking van artikel 131 van het decreet basisonderwijs worden de lestijden volgens de schalen voor de scholen voor buitengewoon basisonderwijs die uitsluitend type 4 én type 8
richten en die gedurende het schooljaar 1998-1999 overeenkomstig artikel 108 leerlingen onderbrengen, berekend op basis van het aantal regelmatige leerlingen
geschreven op de laatste schooldag van september. » Art. 24.De artikelen van dit hoofdstuk treden als volgt
werking : 1° artikel 21 treedt
werking op 1 september 2004;2° artikel 22 heeft uitwerking met
gang van 1 september 2003;3° artikel 23 heeft uitwerking met
gang van 1 september 1998. HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen aan het decreet betreffende het onderwijs VIII van 15 juli 1997 Art. 25.Artikelen 21, 22 en 23 van het decreet betreffende het onderwijs VIII van 15 juli 1997 worden vervangen door wat volgt : « Artikel 21.Om toegelaten te worden tot het geïntegreerd secundair onderwijs is het volgende vereist : 1° de leerling moet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden die gelden voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs;2° voor de betrokken leerling moet een
tegratieplan opgesteld worden. De regering bepaalt de
houd van het
tegratieplan en legt de samenstelling van het
tegratieteam, dat het
tegratieplan zal opstellen, vast; 3°
dien het attest, bedoeld
artikel 5 van de wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs van 6 juli 1970, naar de types 1 of 3 oriënteert, moet de leerling
het betreffende type ten minste negen maanden voltijds buitengewoon onderwijs gevolgd hebben onmiddellijk voorafgaand aan de
tegratie
het gewoon onderwijs. Artikel 22.Een nieuw
tegratieplan wordt opgesteld bij wijziging van : de aard van de
tegratie, de aard en de ernst van de handicap of het onderwijsniveau (met
begrip van het beroepenveld, de studierichting, de afdeling of de opties). Artikel 23.Bij wijziging van het
tegratieteam kan het bestaande
tegratieplan bevestigd worden. » Art. 26.Artikel 25 treedt
werking op 1 september 2004. HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen aan het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs Art. 27.
artikel 99, § 2, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten, wordt het vierde lid vervangen door wat volgt : « Voor het schooljaar 2003-2004 bedraagt deze voorafname maximum 2 % van de totale puntenenveloppe. Volstaat deze 2 % voorafname evenwel niet om een volledige betrekking op te richten, dan mag de scholengemeenschap deze 2 % overschrijden tot een maximum van 120 punten. De scholengemeenschap kan evenwel een hoger percentage dan voormelde 2 % voorafnemen en dit tot een maximum van 5 %. Deze voorafname kan enkel plaatsvinden als hierover binnen het bevoegde lokaal onderhandelingscomité van de scholengemeenschap een akkoord wordt bereikt. Vanaf het schooljaar 2004-2005 en tot een door de Vlaamse Regering te bepalen datum kan de scholengemeenschap tot maximum 5 % van de totale puntenenveloppe voorafnemen voor haar ondersteuning. Deze voorafname kan enkel plaatsvinden als hierover binnen het bevoegde lokaal onderhandelingscomité van de scholengemeenschap een akkoord wordt bereikt. » Art. 28.Artikel 27 heeft uitwerking op 1 september 2003. HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingen aan het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs sluiten tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs Art. 29.
artikel 15 van het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs sluiten tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2° of een module van deze afdeling, opleiding of optie 40 of 60 lestijden, of een veelvoud van 40 lestijden en maximaal 240 lestijden omvat;»; 2° 4° wordt vervangen door wat volgt : « 4° de basiscompetenties van elke module;»; 3° er wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2.
afwijking van § 1, 2° kan de regering voor bijzondere doelgroepen afwijken van het vastgestelde minimaal aantal lestijden. » Art. 30.
artikel 45 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het vierde lid worden tussen de woorden « gelegen
het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad » en « behouden hun recht op financiering of subsidiëring » de woorden « of
een rand- of taalgrensgemeente » gevoegd;2° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Voor de toepassing van het vierde lid wordt verstaan onder « rand- of taalgrensgemeenten » : de gemeenten genoemd
artikel 3, 1°, van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling
het onderwijs of genoemd
artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen
bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.» Art. 31.Artikel 48 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 48.§ 1. Het aantal financierbare of subsidieerbare leraarsuren wordt voor het schooljaar dat tijdens een bepaald jaar begint, berekend volgens de formule : Fla = Flh - (Nh - Na)/d als Na groter is dan Nh' of kleiner is dan Nh''.
het andere geval blijft Fla gelijk aan Flh. Als Fla kleiner wordt dan Flh, kan Fla
geen geval kleiner worden dan Na/d op voorwaarde dat Flh groter is dan Na/d. Fla = het aantal financierbare of subsidieerbare leraarsuren per studiegebied of categorie van het betrokken schooljaar; Flh = het per studiegebied of categorie historische bepaalde forfaitair aantal leraarsuren; Nh = het historisch aantal lesurencursist voor het betrokken studiegebied of categorie; Nh' = Nh + 3 %; Nh" = Nh - 3 %. De waarden van Flh, Nh, Nh' en Nh » zijn per centrum en per studiegebied of categorie opgenomen
bijlage II. Na = het aantal lesurencursist voor het betrokken studiegebied of de betrokken categorie vanaf 1 februari van het vorig jaar tot en met 31 januari van het lopend jaar; d = 9, voor de studiegebieden algemene vorming, auto, boekbinden, bouw, chemie, confectie, decoratieve technieken, diamantbewerking, grafische technieken, hout, juwelen, koeling en warmte, land- en tuinbouw, lederbewerking, maritiem onderwijs, mechanica-elektriciteit, meubelrestauratie en houtsnijden, muziekinstrumentenbouw, optiek, orthopedische technieken, Nederlands tweede taal, smeden, textiel en voeding; 12, voor de studiegebieden handel, kant, lichaamsverzorging, personenzorg, talen richtgraad 3 en 4 en toerisme; 13, voor het hoger onderwijs; 15, voor de studiegebieden bedrijfsbeheer, fotografie, huishoudelijk onderwijs en talen richtgraad 1 en 2. § 2. Als
een studiegebied of categorie een opleiding, optie of afdeling wordt overgeschakeld naar modulair onderwijs dan is, eenmalig voor dat studiegebied of die categorie, gedurende de drie daaropvolgende schooljaren
dat studiegebied of die categorie FLa
geen geval kleiner dan FLh. Het centrum kiest vrij of deze waarborgregeling
gaat vanaf het schooljaar van de omschakeling of vanaf het schooljaar volgend op de omschakeling. Het centrum deelt deze keuze mee aan het departement op het ogenblik van de omschakeling. § 3. Als centra studiegebieden
richten waarvoor voor hen geen historisch forfait
bijlage II werd vastgesteld, wordt het aantal jaarlijks financierbare leraarsuren voor het schooljaar dat tijdens een bepaald jaar begint, berekend door het aantal lesurencursist vanaf 1 februari van het vorig schooljaar tot en met 31 januari van het lopend jaar te delen door d. De eerste maal wordt het aantal lesurencursist vermenigvuldigd met
hetzelfde decreet wordt een onderafdeling Cbis, bestaande uit artikel 50bis toegevoegd, die luidt als volgt : « Onderafdeling Cbis. - Cursusmateriaal Artikel 50bis.§
overleg tussen de centra die binnen dezelfde provincie NT2 aanbieden. Voor de centra gevestigd
Antwerpen, Gent en het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad gebeurt het overleg tussen de centra van deze betrokken steden. Wanneer de centra een jaar na de
werkingtreding van onderhavig decreet niet tot een overeenkomst zijn gekomen wat de maximale kostprijs betreft, kan deze door de regering worden opgelegd. » Art. 33.Artikel 51 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 34.Er wordt een artikel 87bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 87bis.De Vlaamse Regering kan afstandsonderwijs
gericht door derden en de hieraan verbonden studiebewijzen erkennen
dien dit onderwijs dezelfde structuur en dezelfde basiscompetenties of eindtermen respecteert als door de Vlaamse Gemeenschap erkend onderwijs, een examenprocedure gebruikt die door de regering is goedgekeurd en controle namens de regering aanvaardt. De Regering kan aanvullende voorwaarden vastleggen. » Art. 35.De artikelen van dit hoofdstuk treden
werking op 1 september 2004. HOOFDSTUK IX. - Wijzigingen aan het decreet van 8 juni 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/06/2000 pub. 25/08/2000 numac 2000035865 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenambt sluiten houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenambt, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 20 december 2002 en 10 juli 2003 Art. 36.
artikel 10 van het decreet van 8 juni 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/06/2000 pub. 25/08/2000 numac 2000035865 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenambt sluiten houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenambt, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001 en 10 juli 2003, wordt een 13°
gevoegd, dat luidt als volgt : « 13° beheersorgaan : orgaan dat
toepassing van de wetgeving op de overheidsopdrachten bij overeenkomst wordt belast met het beheer van de vervangingspool. ». Art. 37.
artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 20 december 2002 en 10 juli 2003, worden
, tweede lid, de woorden « vanaf het schooljaar 2001-2002 of 2002-2003 of 2003-2004 » vervangen door de woorden « vanaf een bepaald schooljaar ». Art. 38.Artikel 15 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2001 pub. 27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 15.Het beheersorgaan wordt belast met de werking van de vervangingspool en neemt daarbij de principes van dit hoofdstuk
acht. » Art. 39.
artikel 16 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2001 pub. 27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « De administrateur-generaal van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding of zijn gemachtigde » vervangen door de woorden : « Het beheersorgaan of zijn aangestelde »;2°
6° worden de woorden « de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding » vervangen door de woorden « het beheersorgaan ». Art. 40.
artikel 17 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2001 pub. 27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten, worden
het eerste lid de woorden « de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding » vervangen door de woorden « het beheersorgaan ». Art. 41.
artikel 18 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2001 pub. 27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden « De administrateur-generaal van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding of zijn gemachtigde » vervangen door de woorden « Het beheersorgaan of zijn aangestelde »;2°
worden de woorden « de administrateur-generaal van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding of zijn gemachtigde » vervangen door de woorden « het beheersorgaan of zijn aangestelde »;3° § 3 wordt opgeheven;4°
worden de woorden « de administrateur-generaal van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding of zijn gemachtigde » vervangen door de woorden « het beheersorgaan of zijn aangestelde ». Art. 42.
artikel 30 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2001 pub. 27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten, worden
de woorden « De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding » vervangen door de woorden « Het beheersorgaan ». Art. 43.
artikel 36 van hetzelfde decreet worden de woorden « De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding » vervangen door de woorden « Het beheersorgaan ». Art. 44.
artikel 38 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2001 pub. 27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden de woorden « de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding » vervangen door de woorden « het beheersorgaan »;2°
wordt 4° vervangen door wat volgt : « 4° als toepassing moet worden gemaakt van artikel 18, § 2 ». Art. 45.
artikel 43bis van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2001 pub. 27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten en gewijzigd bij het decreet van 20 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002036637 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2003 type decreet prom. 20/12/2002 pub. 14/02/2003 numac 2003035150 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2003 sluiten, wordt § 5 vervangen door wat volgt : « § 5. De zelfstandige stage zoals beschreven
» Art. 46.
artikel 44, tweede lid, van hetzelfde decreet, zoals gewijzigd bij het decreet van 20 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002036637 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2003 type decreet prom. 20/12/2002 pub. 14/02/2003 numac 2003035150 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2003 sluiten, wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « De maatregelen vervat
de hoofdstukken II, III en IV gelden voor een periode van vijf schooljaren die aanvangt op 1 september 2000. » Art. 47.
artikel 44, tweede lid, van hetzelfde decreet, zoals gewijzigd bij het decreet van 20 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002036637 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2003 type decreet prom. 20/12/2002 pub. 14/02/2003 numac 2003035150 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2003 sluiten, wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « De maatregelen vervat
hoofdstuk IV gelden tot en met schooljaar 2007-2008. » Art. 48.De artikelen van dit hoofdstuk treden
werking op 1 september 2005, met uitzondering van de artikelen 37, 45 en 46, die
werking treden op 1 september 2004. HOOFDSTUK X. - Wijziging aan het decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 28/06/2002 pub. 14/09/2002 numac 2002036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I sluiten betreffende gelijke onderwijskansen-I Art. 49.
artikel X.1. van het decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 28/06/2002 pub. 14/09/2002 numac 2002036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I sluiten betreffende gelijke onderwijskansen-I, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten betreffende het onderwijs-XIV, worden de woorden « Tijdens de schooljaren 2002-2003 en 2003-2004 » vervangen door de woorden « Tijdens de schooljaren 2002-2003, 2003-2004 en 2004-2005 ». Art. 50.Artikel 49 treedt
werking op 1 september
, 3°, bedoeld samenwerkingsplatform wordt afgesloten : 1° voor het schooljaar 2003-2004 voor de duur van één schooljaar;2° voor het schooljaar 2004-2005 voor de duur van één schooljaar;3° vanaf 1 september 2005 voor de duur van zes schooljaren. De Vlaamse Regering kan het minimum aantal
stellingen/leerlingen/lesurencursist bepalen dat bij een samenwerkingsplatform moet worden betrokken.
dien het samenwerkingsplatform een scholengemeenschap en/of een scholengroep omvat, kan van deze regeling worden afgeweken. » Art. 52.Artikel 51 heeft uitwerking op 1 september 2003. HOOFDSTUK XII. - Wijzigingen aan het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 14/08/2003 numac 2003035868 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs
Vlaanderen sluiten betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs
Vlaanderen Art. 53.Aan artikel 125 van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 14/08/2003 numac 2003035868 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs
Vlaanderen sluiten betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs
Vlaanderen, wordt een § 6bis toegevoegd, die luidt als volgt : « § 6bis. De hogescholen kunnen hun voortgezette lerarenopleidingen van ten minste 60 studiepunten die ze
het academiejaar 2001-2002 aanbieden en die volgen op een basisopleiding omvormen tot een bachelorsopleiding die volgt op een andere bachelorsopleiding. De hogescholen melden elke voorgenomen omvorming aan de Vlaamse Regering. Daarbij verstrekken ze de gegevens bedoeld
. Voor de omvorming geldt volgende tijdstabel : 1° de hogescholen delen uiterlijk op 30 juni 2004 hun voorstellen van omvorming mee aan de Vlaamse Regering;2° de Erkenningscommissie deelt haar advies aan de Vlaamse Regering mee ten laatste op 1 november 2004;3° de Vlaamse Regering stelt vóór 1 januari 2005 de lijst op van de bachelorsopleidingen die volgen op een bachelorsopleiding die hogescholen kunnen organiseren.De lijst vermeldt de bestaande opleidingen, de omgevormde opleidingen, de studieomvang van de omgevorrmde opleidingen en de onderwijstaal. Voor de toepassing van dit decreet worden bedoelde opleidingen beschouwd als omgevormde opleidingen
de zin van § 4. » Art. 54.Artikel 53 treedt
werking op 1 juni
het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 7 mei 2004. De minister-president van de Vlaamse Regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme, R. LANDUYT De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, M. VANDERPOORTEN _______ Nota
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.