17 DECEMBER 2003. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende het geldelijk statuut van het wetenschappelijk personeel van de wetenschappelijke instellingen van de Franse Gemeenschap van 17 december 2003 houdende het organiek statuut van de wetenschappelijke instellingen van de Franse Gemeenschap De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, gewijzigd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, inzonderheid op artikel 87; Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2000 pub. 09/01/2001 numac 2000002114 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen sluiten tot bepaling van de algemene principes, zoals gewijzigd; Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 december 2003 houdende het organiek statuut van de wetenschappelijke instellingen van de Franse Gemeenschap; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 19 maart 2003; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 27 maart 2003; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken van 17 december 2003; Gelet op het protocol nr. 291 van het Comité van Sector XVII, gesloten op 4 juni 2003; Gelet op de beraadslaging van de Regering over de aanvraag aan de Raad van State om binnen een termijn van hoogstens één maand advies te verlenen; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 3 november 2003 ter uitvoering van artikel 84, lid 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van de Minister van Cultuur, Begroting, Ambtenarenzaken, Jeugd en Sport; Gelet op de beraadslaging van de Regering van 17 december 2003, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemeenheden Artikel 1.De wedden van het wetenschappelijk personeel van de wetenschappelijke instellingen van de Franse Gemeenschap worden in weddeschalen bepaald. Die weddeschalen bestaan uit een minimumbedrag, vermeerderd met bedragen die "trappen" heten en die voortvloeien uit tussentijdse verhogingen. Het maximumbedrag bestaat uit de som van het minimumbedrag en alle trappen. Deze bedragen worden uitgedrukt in een aantal munteenheden dat met hun jaarbedrag overeenstemt. Alle weddeschalen behoren tot de klasse "24 jaar". Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet : verwijst de uitdrukking "dienst van de Staat" naar elke niet-rechtspersoonlijke dienst die afhangt van een Belgische wetgevende macht of Belgische uitvoerende macht, of nog, van de gerechtelijke macht; verwijst de uitdrukking "dienst van Afrika" naar elke niet-rechtspersoonlijke dienst die afhing van het gouvernement van Belgisch-Congo of van het gouvernement van Ruanda-Urundi; verwijst de uitdrukking "andere openbare diensten dan de diensten van de Staat en de diensten van Afrika" naar : 1° elke rechtspersoonlijke dienst die van een Belgische uitvoerende macht afhangt;2° elke rechtspersoonlijke dienst die afhing van het gouvernement van Belgisch-Congo of van het gouvernement van Ruanda-Urundi;3° elke dienst die afhangt van een provincie, een gemeente, een vereniging van gemeenten, een agglomeratie of een federatie van gemeenten alsook elke dienst die afhangt van een aan een provincie of gemeente ondergeschikte instelling;4° elke andere instelling onder Belgisch recht, die voldoet aan collectieve noodwendigheden van lokaal of algemeen belang, en aan welker oprichting of bijzondere leiding de openbare overheid klaarblijkelijk een overwegend aandeel heeft, alsook elke andere instelling van koloniaal recht die beantwoordde aan dezelfde voorwaarden. Voor de verenigingen zonder winstoogmerk, wordt het overwegend aandeel van de openbare overheid gemeten naar de omvang van haar werkelijke vertegenwoordiging binnen zowel hun algemene vergadering als binnen hun raad van bestuur. HOOFDSTUK II. - Organieke regeling Afdeling 1. - Niet-leidend wetenschappelijk personeel Vaststelling van de weddenschalen Art. 3.De schaal van iedere graad wordt bepaald in functie van de rang en volgens de nadere regels hierna bepaald : Rang A 1° Attaché : 20.401,64 - 3 jaarlijkse verhogingen van 684,29, 11 tweejaarlijkse verhogingen van 1.280,28; 2° Assistent : 25.285,15 - 3 jaarlijkse verhogingen van 618,08, 10 tweejaarlijkse verhogingen van 1.081,61; 3° Eerste assistent : 28.344,92 - 3 jaarlijkse verhogingen van 618,08, 9 tweejaarlijkse verhogingen van 1.081,61; Rang B Werkleider : 29.183, 64 - 11 tweejaarlijkse verhogingen van 1.280,28 Rang C Geaggregeerde werkleider : 29.669,46 - 14 tweejaarlijkse verhogingen van 1.324,45 Vaststelling van de wedde Art. 4.Bij elke wijziging van dit geldelijk statuut, wordt elke krachtens dit statuut vastgestelde wedde opnieuw vastgesteld alsof de wijziging altijd had bestaan. Indien de aldus opnieuw vastgestelde wedde lager is dan de wedde welke de ambtenaar in zijn graad en in zijn kwalificatiegroep genoot bij de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit, blijft hij de hoogste wedde genieten totdat hij een ten minste gelijke wedde bekomt. Art. 5.Voor het bepalen van de leeftijd van de ambtenaar met het oog op de vaststelling van zijn wedde, wordt de verjaardag die niet op de eerste van de maand valt, steeds verschoven naar de eerste dag van de volgende maand. Art. 6.De ambtenaar die de leeftijd van 24 jaar niet heeft bereikt geniet de minimumwedde van zijn schaal. Art. 7.Elke wijziging van weddeschaal die geschiedt op een andere datum dan de eerste dag van een maand, heeft pas op de eerste dag van de maand die op deze wijziging volgt, uitwerking. Art. 8.De vastbenoemde ambtenaar die werd bevorderd, ontvangt nooit, in zijn nieuwe graad, een wedde die lager is dan de wedde die hij in zijn vroegere graad zou hebben genoten. In aanmerking komende diensten en berekening van de geldelijke anciënniteit Art. 9.Behoudens andersluidende bepalingen, komen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit enkel in aanmerking : 1° de wetenschappelijke anciënniteit zoals bedoeld bij artikel 4 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 december 2003 tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de wetenschappelijke instellingen van de Franse Gemeenschap;2° de effectieve diensten die de ambtenaar verricht heeft, met ingang van zijn 24ste jaar terwijl hij behoorde : - tot de onderwijsinstellingen van de Staat of de Gemeenschappen, als burgerlijk of geestelijk titularis van een bezoldigd ambt met volledige prestaties; - tot de gesubsidieerde vrije onderwijsinrichtingen, als burgerlijk of geestelijk titularis van een ambt met volledige prestaties dat door een weddetoelage bezoldigd wordt; - tot de vrije gesubsidieerde diensten van school- en beroepsoriëntering en psycho-medisch-sociale centra, als burgerlijk of geestelijk titularis van een ambt met volledige prestaties dat door een weddetoelage bezoldigd wordt. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit komen eveneens in aanmerking, en dit voor een maximumduur van zes jaar, de diensten verricht in de openbare sector als tewerkgestelde werkloze in een ambt met volledige prestaties. De diensten die verricht werden binnen een buitenlandse instelling die overeenstemt met een van de instellingen bedoeld bij de vorige leden worden in aanmerking genomen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit op dezelfde voorwaarde als deze bepaald bij bedoelde leden wanneer dit gevolg geeft aan een verplichting van internationaal recht die de Franse Gemeenschap in acht moet nemen. Art. 10.Voor de toepassing van artikel 9 : 1° wordt de ambtenaar geacht effectieve diensten te verrichten, zolang hij zich bevindt in een administratieve stand op grond waarvan hij, krachtens zijn statuut, zijn activiteitswedde of, bij gemis daarvan, zijn aansprak op bevordering tot een hogere wedde behoudt;2° zijn volledig, de prestaties waarvan de uurregeling een normale beroepsactiviteit volledig in beslag neemt;3° worden als beroepsmilitair beschouwd :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.