← België

Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 12 februari 2004 betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan e

3 JUNI 2004. - Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004201078 bron minis

§ 2, eerste lid, van het decreet kunnen om de twee jaar verminderd worden.

Om het bedrag van de subsidies te behouden die hem toegekend worden overeenkomstig artikel 15, §

§ 2

, eerste lid, van het decreet, levert het opvangtehuis over een periode van twee jaar het bewijs van : 1° een bezettingsgraad van minstens 80 % van de gesubsidieerde huisvestingscapaciteit als ze bestemd is voor mannen en/of vrouwen die niet vergezeld zijn van kinderen;2° een bezettingsgraad van minstens 70 % van de gesubsidieerde huisvestingscapaciteit als ze bestemd is voor mannen en/of vrouwen die vergezeld zijn van kinderen. Om het bedrag van de subsidies te behouden die bedoeld worden in artikel 15, §

§ 2

, eerste lid, van het decreet, levert het gemeenschapstehuis over een periode van twee jaar het bewijs van : 1° een bezettingsgraad van minstens 70 % van de gesubsidieerde huisvestingscapaciteit als ze bestemd is voor mannen en/of vrouwen die niet vergezeld zijn van kinderen;2° een bezettingsgraad van minstens 60 % van de gesubsidieerde huisvestingscapaciteit als ze bestemd is voor mannen en/of vrouwen die vergezeld zijn van kinderen. Er wordt van uitgegaan dat een opvangtehuis of een gemeenschapshuis van kinderen vergezelde mannen of vrouwen onderbrengt als 25 % van het totaalaantal overnachtingen of meer kinderovernachtingen zijn. De documenten ter rechtvaardiging van de bezettingsgraden bedoeld in het tweede en het derde lid worden uiterlijk 31 januari van het derde erkenningsjaar aan de administratie overgemaakt. Als de bezettingsgraad van een opvangtehuis of een gemeenschapshuis lager is dan de bezettingsgraden bedoeld in het tweede en het derde lid stemt het aantal plaatsen dat in overweging genomen worden voor de bepaling van de subsidies bedoeld in de artikelen 31 en 32 overeen met het effectief aantal bezette plaatsen tijdens de berekeningperiode. Art. 50.Elke schending van de werkingsvoorwaarden bedoeld in de artikelen 20, 21, 22, 26 en 29 van het decreet heeft als gevolg dat de overtreder niet meer in aanmerking genomen wordt bij de berekening van de bezettingsgraad. Art. 51.Elke schending van de voorwaarden bedoeld in de artikelen 25, 27 en 30 van het decreet houdt in dat de subsidies ter dekking van de werkingskosten met 25 % verminderd worden. Art. 52.Elke schending van de voorwaarden bedoeld in artikel 28 van het decreet heeft als gevolg dat de subsidies bedoeld in artikel 15, § 1, en § 2, eerste lid, met 25 % verminderd worden. Art. 53.Het verlies van de erkenning heeft als gevolg het verlies van de subsidies bedoeld in artikel 15, § 1, en § 2 van het decreet. Art. 54.De vermindering of de afschaffing van de subsidies treedt pas in werking vanaf het jaar na de beslissing tot vermindering of afschaffing. Art. 55.De voorstellen tot vermindering of intrekking van de subsidies bedoeld in artikel 15, §

§ 2

, eerste lid, van het decreet worden onderzocht volgens de procedure bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk II. Onder voorbehoud van het derde lid is elke beslissing tot vermindering of intrekking van de subsidies van toepassing vanaf 1 januari van het jaar na de beslissing. In geval van intrekking van de erkenning heeft de beslissing tot intrekking van de subsidies onmiddellijk gevolg. Art. 56.Artikel 14 is toepasselijk op het beroep tegen een beslissing tot vermindering of intrekking van de subsidies. Afdeling 4. - Aanvragen tot afwijking Art. 57.Op straffe van niet-ontvankelijkheid worden de aanvragen tot afwijking bedoeld in artikel 18, § 2, van het decreet ingediend d.m.v. het formulier opgenomen in bijlage 9. HOOFDSTUK X. - Sluiting Art. 58.§ 1. Als de administratie voor de gevallen bedoeld in artikel 38, § 1, van het decreet een voorstel tot sluiting van een inrichting aan de Minister richt, stuurt ze hem een verslag ter rechtvaardiging van de dringende sluiting, een recent inspectieverslag alsmede, in voorkomend geval, elk nuttig gegeven. De Minister geeft de beheerder en de burgemeester onmiddellijk kennis van de beslissing tot sluiting. § 2. Als de administratie voor de gevallen bedoeld in artikel 38, § 2, van het decreet een voorstel tot sluiting van een inrichting aan de Minister richt, geeft ze de beheerder kennis van dat voorstel. Ze informeert hem ook over het feit dat hij over een termijn van 15 dagen beschikt om zijn geschreven opmerkingen aan de administratie te richten. Het dossier wordt door de afgevaardigde-ambtenaar aangevuld met de geschreven opmerkingen van de beheerder. Hij roept vervolgens de beheerder op bij ter post aangetekend schrijven of per brief afgegeven tegen ontvangbewijs en vermeldt de plaats, de dag en het uur van de hoorzitting. De oproeping vermeldt de mogelijkheid om zich door een raadsman te laten bijstaan. De weigering te verschijnen of zijn verweermiddelen aan te voeren wordt in het proces-verbaal van verhoor geacteerd. Het dossier wordt naar de beheerder gestuurd, eventueel aangevuld met elk bijkomend nuttig gegeven en stuk en vergezeld van het proces-verbaal van verhoor. De beheerder beschikt over een termijn van vijftien dagen om zijn geschreven opmerkingen te doen gelden vooraleer het dossier aan de beslissing van de Minister onderworpen wordt. Art. 59.Het beroep tegen een beslissing tot dringende sluiting wordt binnen dertig dagen na kennisgeving van de betwiste beslissing bij aangetekend schrijven aan de Minister gericht. Het beroep vermeldt : 1° de naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de eisende partij;2° het voorwerp van het beroep en een uiteenzetting van de feiten en middelen. De Regering beslist binnen een termijn van twee maanden na de datum van ontvangst van het beroep. De Minister roept de beheerder bij ter post aangetekend schrijven op en vermeldt de plaats, de dag en het uur van het verhoor door de afgevaardigde-ambtenaar. De oproeping vermeldt de mogelijkheid om zich door een raadsman te laten bijstaan. De weigering te verschijnen of zijn verweermiddel aan te voeren wordt in het proces-verbaal van verhoor geacteerd. Art. 60.Als de beheerder van een inrichting van plan is de inrichting vrijwillig te sluiten, verwittigt hij de Minister uiterlijk drie maanden vóór de sluiting. HOOFDSTUK XI. - Commissie Art. 61.Deelname aan de zittingen van de Commissie of van het bureau geeft recht op presentiegeld, waarvan het bedrag bepaald wordt als volgt : 1° de voorzitter : 50 EUR;2° de ondervoorzitters : 30 EUR;3° de overige leden, behalve de vertegenwoordigers van de Regering en de administratie : 25 EUR. Art. 62.De commissieleden krijgen hun reiskosten terugbetaald onder de volgende voorwaarden : 1° het gebruik van het openbaar vervoer geeft recht op terugbetaling op grond van de officiële tarieven;2° het gebruik van een eigen voertuig of fiets geeft recht op een kilometervergoeding die berekend wordt overeenkomstig de tarieven vastgelegd bij de regelgeving die op de ambtenaren van het Waalse Gewest toepasselijk is. Het Waalse Gewest komt niet op voor de dekking van de risico's i.v.m. het gebruik van een eigen voertuig. Art. 63.§ 1. Binnen de Commissie wordt een bureau opgericht dat zal instaan voor de organisatie van de vergaderingen, de voorbereiding van de agenda ervan en de coördinatie van de werkzaamheden. § 2. Het bureau bestaat uit de voorzitter, de ondervoorzitter, de secretaris en twee leden van de Commissie die door haar gekozen worden. Art. 64.De deskundigen die de zittingen van de Commissie bijwonen en die er geen lid van zijn, worden gelijkgesteld met de Commissieleden voor de toekenning van presentiegeld en de terugbetaling van reiskosten. HOOFDSTUK XII. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 65.§ 1. Binnen dertig dagen na de inwerkingtreding van dit besluit geven de instellingen die beschikken over een erkenning verleend krachtens hoofdstuk I van Titel I van het programmadecreet van 17 december 1997Relevante gevonden documenten type programmadecreet prom. 17/12/1997 pub. 24/01/1998 numac 1998027026 bron ministerie van het waalse gewest Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren type programmadecreet prom. 17/12/1997 pub. 27/01/1998 numac 1998027032 bron ministerie van het waalse gewest Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake belastingen, taksen en retributies, huisvesting, onderzoek, milieu, plaatselijke besturen en vervoer sluiten houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren of die op 30 september 2000 beschikken over een erkenning als moederhuis verleend door het "Office de la Naissance et de l'Enfance" de administratie kennis van het aantal erkende plaatsen die ze respectievelijk besteden aan de verschillende opdrachten bedoeld in de artikelen 4 tot 7 van het decreet. § 2. Binnen dertig dagen na de inwerkingtreding van dit besluit geven de instellingen die gesubsidieerd worden krachtens hoofdstuk I van Titel I van het programmadecreet van 17 december 1997Relevante gevonden documenten type programmadecreet prom. 17/12/1997 pub. 24/01/1998 numac 1998027026 bron ministerie van het waalse gewest Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren type programmadecreet prom. 17/12/1997 pub. 27/01/1998 numac 1998027032 bron ministerie van het waalse gewest Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake belastingen, taksen en retributies, huisvesting, onderzoek, milieu, plaatselijke besturen en vervoer sluiten houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren of die op 30 september 2000 als moederhuis gesubsidieerd worden door het "Office de la Naissance et de l'Enfance" de administratie kennis van het aantal plaatsen dat ze wensen in aanmerking genomen te zien voor de bepaling van de krachtens artikel 31 of 32 gesubsidieerde huisvestingscapaciteit. Bij gebrek aan kennisgeving : 1° wordt het bedrag van de subsidies van de opvangtehuizen of gemeenschapshuizen die erkend zijn krachtens hoofdstuk I van Titel I van het programmadecreet van 17 december 1997Relevante gevonden documenten type programmadecreet prom. 17/12/1997 pub. 24/01/1998 numac 1998027026 bron ministerie van het waalse gewest Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren type programmadecreet prom. 17/12/1997 pub. 27/01/1998 numac 1998027032 bron ministerie van het waalse gewest Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake belastingen, taksen en retributies, huisvesting, onderzoek, milieu, plaatselijke besturen en vervoer sluiten houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren berekend op grond van het aantal bedden tot bepaling van de categorie waarin ze eerder gesubsidieerd werden;2° wordt het bedrag van de subsidies van de opvangtehuizen of gemeenschapshuizen die op 30 september 2000 als moederhuis erkend waren door het "Office de la Naissance et de l'Enfance" op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit berekend op grond van het aantal plaatsen voor moeders en kinderen zoals in aanmerking genomen in bedoelde erkenning. Art. 66.In afwijking van de artikelen 26 tot 28, 31 en 32 kan het personeel tewerkgesteld in een opvangtehuis of gemeenschapshuis dat niet over de vereiste titels beschikt, zijn activiteiten voortzetten na beslissing van de Minister. Als een subsidie wordt toegekend krachtens de artikelen 31 en 32, wordt de subsidie die overeenkomt met de titel van de werknemer gehandhaafd tot het einde van zijn contract. De aanvragen om afwijking worden ingediend binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit. Art. 67.Als in een huisvestingsstructuur die vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit een moederhuis was een betrekking van niveau A1 bij dit besluit in een betrekking A2 omgezet wordt, blijft het opvangtehuis of het gemeenschapshuis de subsidie die met de titel van de werknemer overeenkomt genieten tot het einde van diens contract. Art. 68.Niettegenstaande het programma bedoeld in artikel 30 blijft het aantal gesubsidieerde bedden gehandhaafd : 1° voor de opvangtehuizen en gemeenschapshuizen die erkend zijn krachtens hoofdstuk I van Titel I van het programmadecreet van 17 december 1997Relevante gevonden documenten type programmadecreet prom. 17/12/1997 pub. 24/01/1998 numac 1998027026 bron ministerie van het waalse gewest Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren type programmadecreet prom. 17/12/1997 pub. 27/01/1998 numac 1998027032 bron ministerie van het waalse gewest Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake belastingen, taksen en retributies, huisvesting, onderzoek, milieu, plaatselijke besturen en vervoer sluiten houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren;2° voor de opvangtehuizen en gemeenschapshuizen die op 30 september 2000 als moederhuis erkend zijn door de "Office de la Naissance et de l'Enfance". Art. 69.Overgangsmaatregel : zolang de begrotingskredieten de subsidiëring van de opvangtehuizen en gemeenschapshuizen niet toelaten overeenkomstig de bepalingen bedoeld in hoofdstuk IX : 1° worden de subsidies bedoeld in de artikelen 31 en 32 toegekend aan de opvangtehuizen en gemeenschapshuizen die op de dag van inwerkingtreding van dit besluit erkend zijn krachtens hoofdstuk I van Titel I van het programmadecreet van 17 december 1997Relevante gevonden documenten type programmadecreet prom. 17/12/1997 pub. 24/01/1998 numac 1998027026 bron ministerie van het waalse gewest Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren type programmadecreet prom. 17/12/1997 pub. 27/01/1998 numac 1998027032 bron ministerie van het waalse gewest Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake belastingen, taksen en retributies, huisvesting, onderzoek, milieu, plaatselijke besturen en vervoer sluiten houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren of die op 30 september 2000 als moederhuis erkend zijn door de "Office de la Naissance et de l'Enfance";2° krijgen de opvangtehuizen die op 30 september 2000 als moederhuis erkend zijn door de "Office de la Naissance et de l'Enfance" bovendien een bijkomende subsidie die zo berekend wordt dat ze in aanmerking kunnen komen voor hetzelfde subsidiebedrag kunnen krijgen als het bedrag voorzien voor het jaar 2004.Dit bedrag wordt aan de index gekoppeld. Het bijkomende bedrag wordt prioritair toegekend krachtens artikel 33, vervolgens artikel 34, § 1, en tenslotte artikel 42. Het eventuele overschot wordt toegekend hetzij krachtens de artikelen 31, § 2 en § 3, of 35, hetzij voor de werkingskosten; 3° het saldo verkregen na aftrek van de bedragen bedoeld in 1° en 2° wordt verdeeld onder de opvangtehuizen die op de dag van inwerkingtreding van dit besluit erkend zij krachtens hoofdstuk I van Titel I van het programmadecreet van 17 december 1997Relevante gevonden documenten type programmadecreet prom. 17/12/1997 pub. 24/01/1998 numac 1998027026 bron ministerie van het waalse gewest Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren type programmadecreet prom. 17/12/1997 pub. 27/01/1998 numac 1998027032 bron ministerie van het waalse gewest Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake belastingen, taksen en retributies, huisvesting, onderzoek, milieu, plaatselijke besturen en vervoer sluiten houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren of die op 30 september 2000 als moederhuis erkend zijn door de "Office de la Naissance et de l'Enfance" zodat ze in aanmerking kunnen komen voor de subsidie bedoeld in artikel 33 en 34, § 1;4° het saldo verkregen na aftrek van de bedragen bedoeld in 1°, 2° en 3° wordt verdeeld onder de opvangtehuizen en gemeenschapshuizen naar rato van wat ze zouden mogen opeisen overeenkomstig hoofdstuk IX.Dit bedrag wordt prioritair toegekend krachtens artikel 42, vervolgens artikel 34, § 2 en § 3, en tenslotte artikel 35. Art. 70.Dit decreet en dit besluit treden in werking : 1° op 1 oktober 2004 voor de opvangtehuizen, de gemeenschapshuizen en de opvangtehuizen van het gezinstype;2° op 1 januari 2005 voor de nachtasielen, behalve hoofdstuk IX van het decreet en hoofdstuk XI van dit besluit, die in werking treden op 1 oktober 2004. Art. 71.De Minister van Sociale Aangelegenheden is belast met de uitvoering van dit besluit. Namen, 3 juni 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE Bijlage 1 Normen van toepassing op de lokalen, de collectieve uitrustingen en de hygiëne Afdeling 1 : Gemeenschappelijke bepalingen Artikel 1 : De huisvestingsstructuur voldoet aan de hygiënenormen. Artikel 2 : Als eenzelfde gebouw bestemd is voor een opvangtehuis, een gemeenschapshuis, een nachtasiel en/of een opvangtehuis van het gezinstype, vormt elk van deze structuren een apart geheel. Artikel 3 : De lokalen worden regelmatig onderhouden en beschermd tegen vocht en insijpelingen. Het verwarmingssysteem waarborgt onder alle weersomstandigheden minimum 18 °C in elke verblijfsruimte. Het mag vlammen, gas noch stof veroorzaken. Artikel 4 : De lokalen worden verlucht en verlicht. Alle lokalen die voor de ondergebrachte personen toegankelijk zijn, zijn voldoende elektrisch verlicht. Artikel 5 : De lokalen waar de activiteit geuren, damp, stoffen en lawaai veroorzaakt worden zo gebouwd en ingericht dat zoveel mogelijk hinder voorkomen wordt. Artikel 6 : Drinkwater is naar believen beschikbaar in de huisvestingsstructuur. Artikel 7 : De lokalen waar kinderen verblijven zijn niet-rokers-lokalen. Artikel 8 : Er wordt voorzien in één of meer slaapkamers. Artikel 9 : Het beddengoed is altijd proper en wordt hoe dan ook om de vijftien dagen veranderd en telkens als het noodzakelijk is. Het vuile linnengoed wordt afgevoerd de dag waarop het vervangen wordt. Artikel 10 : Er wordt voorzien in een verbanddoos. Artikel 11 : De inrichtende macht en/of de beheerder van een huisvestingsstructuur kan de lokalen sluiten wanneer een deel of het geheel ervan : - gerenoveerd moet worden na brand, waterinsijpelingen, natuurlijke slijtage of schade te wijten aan o.a. een ramp; - een tussenkomst van een gespecialiseerde instelling vereist om redenen van volksgezondheid. Artikel 12 : Als een beslissing tot tijdelijke sluiting door de inrichtende macht of de beheerder wordt genomen, wordt de administratie zo spoedig mogelijk in kennis gesteld : - van de oorzaken, de sluitingsperiode (begin- en einddatum) en het soort lokaal; - van de maatregelen genomen opdat de bijgebouwen en de huisvestingsplaats zouden of weer zouden voldoen aan de vereiste hygiëne- en kwaliteitsnormen; - van de maatregelen genomen om de huisvesting van de in sociale moeilijkheden verkerende personen voort te zetten; - het adres waar de huisvesting zich eventueel voortzet. Artikel 13 : De inrichtende macht en/of de beheerder stelt alles in het werk om de in sociale moeilijkheden verkerende personen via de volgens hen meest gepaste kanalen kennis te geven van de sluitingsperiodes en verstrekken personalia en verdere gegevens betreffende de verenigingen of administraties die opvang, huisvesting en/of sociale begeleiding bieden. Afdeling 2 : Specifieke bepalingen voor de opvangtehuizen en gemeenschapshuizen Artikel 14 : Er wordt voorzien in voldoende sanitaire installaties. Deze installaties worden verlucht. Elke huisvestingsstructuur beschikt hoe dan ook over : - een wc voor tien ondergebrachte personen; - een bad of douche voor twaalf ondergebrachte personen; - een wasbak met warm en koud stromend water per schijf van vier ondergebrachte personen, toegankelijk voor iedereen. De huisvestingsstructuur beschikt over aparte sanitaire installaties als zij niet verwante mannen en vrouwen opvangt. De ondergebrachte personen kunnen dagelijks gebruik maken van de baden of douches. Er worden voorzorgsmaatregelen genomen opdat de voorzieningen voor watertoevoer en -afvoer geen ongevallen zouden veroorzaken. Het afvalwater wordt voortdurend afgevoerd overeenkomstig de hygiënenormen. Artikel 15 : In de collectieve kamers zorgen eventuele verplaatsbare scheidingsdelen voor een minimum aan intimiteit. Artikel 16 : Als een kamer meer bedden telt : - is er minstens 60 centimeter ruimte in de breedte tussen de bedden voor volwassenen; - is er minstens 80 centimeter ruimte in de breedte tussen de bedden voor volwassenen en de kinderbedden of tussen de kinderbedden. De stapelbedden van maximum twee niveaus worden toegelaten, inzonderheid om de familiale herenigingen te bevorderen. Deze bedden bieden voldoende veiligheidsgaranties. Ze zijn niet bestemd voor kinderen onder 7 jaar op het bovenste niveau. Er wordt voorzien in een ruimte van minstens 1,2 m tussen twee bedden. De kamers hebben een grondoppervlakte van minsten 4 m2 per persoon. Deze oppervlakte wordt teruggebracht tot 3 m2 per persoon voor kamers met stapelbedden. De bedden voor kinderen onder drie jaar (kinderbedden of wiegen) hebben ook een oppervlakte van minstens 2 m2 per bed. Artikel 17 : Elke kamer beschikt over minstens één bed per persoon en over ruimte voor een kleerkast per niet-verwante persoon. Artikel 18 : Van de erkende huisvestingsplaatsen die een behandeling of renovatie nodig hebben binnen een termijn van minder dan 30 opeenvolgende dagen wordt beschouwd dat ze door een begunstigde bezet zijn. Ze worden dan opgenomen in de berekening van de bezettingsgraad. Deze beschikking wordt beperkt tot 30 dagen per kalenderjaar en onderworpen aan het voorafgaandelijk akkoord van de Minister. Artikel 19 : De dieren waarvan de aanwezigheid uitdrukkelijk wordt toegelaten in het huishoudelijk reglement hebben geen toegang tot de keukens, de lokalen waar de voeding wordt bewaard, de eetkamer en eventuele verzorgingslokalen. Artikel 20 : Als er kinderopvang is, omvat de installatie van de bijgebouwen een ruimte die speciaal aan hun behoeften aangepast is. Als het opvangtehuis of het gemeenschapshuis ouders huisvest die vergezeld zijn van kinderen onder drie jaar, dient het een lokaal in te richten dat speciaal uitgerust is voor de kinderen. Vanaf 10 aanwezige kinderen wordt een lokaal bestemd voor ludieke en educatieve activiteiten. Dit lokaal kan zich in een gebouw apart van de huisvestingsplaats bevinden. De lokalen bedoeld in de vorige leden komen onder de verantwoordelijkheid van één of meer personeelsleden te staan. Artikel 21 : De woonkamer is gescheiden van de andere lokalen. Artikel 22 : Er wordt voorzien in voldoende huishoudapparatuur. De kookplaats(

  1. en)wordt (worden) ingericht om de ondergebrachte personen niet met geuren te hinderen. De huishoudafval mag niet in contact komen met de grondstof die gebruikt wordt om de gerechten klaar te maken, noch opgeslagen worden in de lokalen waar de grondstof zich bevindt. Afdeling 3 : Specifieke bepalingen voor de opvangtehuizen van het gezinstype : Artikel 23 : De in sociale moeilijkheden verkerende personen hebben toegang tot een woonlokaal of een lokaal bestemd voor het koken. Artikel 24 : Dieren hebben geen toegang tot de kamers waar maaltijden worden klaargemaakt, noch tot de lokalen waar voedsel wordt bewaard en maaltijden gebruikt. Afdeling 4 : Specifieke bepalingen voor de nachtasielen : Artikel 25 : Elk nachtasiel beschikt over minstens één wc voor 10 ondergebrachte personen. Artikel 26 : Als het gebouw dat voor het nachtasiel bestemd is overdag gebruikt wordt om een ander behoeftig publiek te helpen dan datgene dat in het nachtasiel ondergebracht wordt, zijn de huisvestingsplaatsen niet toegankelijk voor het publiek dat het gebouw bezoekt. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 juni 2004 tot uitvoering van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004201078 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen sluiten betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen. Namen, 3 juni 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE Bijlage 2A Het collectieve begeleidingsproject Algemene voorstelling : 1. Het huis : - Context van de oprichting ervan, ter informatie : ? historiek, filosofische opties, theoretische verwijzingen, varia, - Geografische ligging, ter informatie : ? lokalisering in de sociaal-economische omgeving, - Enkele gegevens over de vestigingsgemeente(n), ter informatie : ? bevolking, aantal werkzoekenden met uitkering, aantal leefloongerechtigden, anderen. 2. Kenmerken van het project : - Doelpubliek : - Intern of in partnerschap gevoerde specifieke activiteiten in het kader van : ? de begeleiding van kinderen, ? de noodopvang of 24 u./24 u., ? de ontwikkeling van een na-opvang dienst. 3. Gebruik van de hulpbronnen om het project beter te beheren : - Infrastructuur : - Effectieve en potentiële externe hulpbronnen : ? lijst van de sociale partners; ? inschrijving in een federatie of een netwerk van sociale actoren. - Menselijke hulpbronnen : ? A. het personeel : Functioneel en hiërarchisch organogram van de al dan niet gesubsidieerde personeelsleden, mandaat toevertrouwd aan de Directeur door de inrichtende macht. Management en uurroosters; ? B. de vrijwilligers
  2. a)lijst van vrijwilligers;
  3. b)maatregelen genomen in het kader van de samenwerking, het overleg en de coördinatie van de vrijwilligers;
  4. c)allerlei.4. De opvang : - Organisatie van de opvang van de persoon (personen) die om huisvesting vragen en meer bepaald van de kinderen.5. De opname : - Opname, niet-opname en oriëntatie, - Samenwerkingen, coördinaties en overleg in verband met de sociale, administratieve, pedagogische en financiële opname van de persoon of de familie, ter informatie : ? tussen de werknemers van het huis; ? tussen de werknemers en de vrijwilligers; ? tussen de werknemers van het huis en de externe maatschappelijke interveniënten, frequentie van de vergaderingen en verdeling van de taken. - Betrokkenheid van de persoon of het gezin tijdens het verblijf. - Manier om sociale autonomie te verwerven, ter informatie : ? beheer van de gezinsdynamiek; ? beheer van het beeld; ? beheer van de communicatie; ? beheer van de omgeving; ? coördinatie van de opname van de ondergebrachte personen. 6. Verblijfsvoorwaarden van de ondergebrachte personen : - huisvesting, soort kamer : ? voorbehouden aan de individuele of collectieve noodopvang; - maaltijden : ? collectief of individueel klaargemaakt; ? naleving van de diëten en religieuze of ideologische overtuigingen; ? pedagogie ontwikkeld rond de notie "evenwichtige maaltijd" voor volwassenen en kinderen; ? beheer van het voedingsbudget door de ondergebrachte personen tijdens hun verblijf, leertype voor na het verblijf; - lichaamshygiëne : ? douches, wc en individuele of collectieve wasbakken; ? pedagogie ontwikkeld rond de notie "lichaamshygiëne" voor volwassenen en kinderen, apparaten ter beschikking gesteld door het huis; - onderhoud van bijgebouwen en kamers : ? pedagogie ontwikkeld rond de notie "onderhoud van woonmilieu"; - activiteiten binnen of buiten het huis, ter informatie : ? opvoedkundige-, culturele- en of sportieve activiteiten. 7. De raad van de ondergebrachte personen : - animatieverantwoordelijke; - lokaal, frequentie van de vergaderingen, secretariaat; - besproken thema's; - voorstellen van de ondergebrachte personen. 8. Het vertrek : - voorbereiding en regeling tijdens het verblijf; - stappen ondernomen met de mensen waarvoor het einde van het verblijf door het huis wordt betekend. 9. Evaluatiemodaliteiten van het project van collectieve begeleiding : - Wie en met welk mandaat ? - Hoe wordt dit geformaliseerd ? Opkomst van nieuwe problematieken 1.Identificatie van de problematieken : - welke ontwikkelingen inzake sociale moeilijkheden hebben jullie vastgesteld wat jullie doelpubliek betreft ? - blijven bepaalde huisvestingsaanvragen onbeantwoord ? Hoe zouden jullie het publiek kenmerken dat geen toegang krijgt tot jullie huis ? - ervaren jullie belangrijke hindernissen op pedagogisch en sociaal vlak wat jullie samenwerking met de lokale actoren betreft ? Zijn deze hindernissen het gevolg van een gebrek aan zichtbaarheid of van tegengestelde werkwijzen ? 2. Bemerkingen over het uitgevoerde werk : - kan jullie collectieve begeleidingsproject niet aangepast worden om in te spelen op de huisvestingsaanvragen die onbeantwoord blijven ? - zijn de gebruikte sociale werkmethodes afgestemd op de moeilijkheden die de ondergebrachte personen ondervinden ? - hoe denken jullie erover om jullie imago bij het publiek en jullie partners te verbeteren ? 3.Opstellen van het project : - rekening houdende met de snelle evolutie van de sociale en economische omgeving, op welke interne hefboom denken jullie te moeten werken om deze evolutie tegemoet te komen ? - welk project wensen jullie voort te zetten of te ontwikkelen rekening houdende met de moeilijkheden waarmee jullie te kampen hebben inzake beheer van huisvestingsaanvragen of huisvestingen ? Advies van het personeel Advies van de vrijwilligers Advies van de Raad van gehuisveste personen over elk punt, behalve de punten 1, 2 en 3 van de algemene voorstelling Bijlage 2B Het collectieve huisvestingsproject A. Algemene voorstelling 1. Het nachtasiel :
  5. a)Historiek en voorstelling.
  6. b)Inschrijving in een netwerk van actoren die de sociale nood beheren.Opsomming van de partners en overeenkomsten. 2. Kenmerken van het project :
  7. a)ondergebracht publiek;
  8. b)antwoorden op de huisvestingsaanvragen : ? wat de structuur betreft; ? wat de contactpunten betreft. 3. Hulpbronnen :
  9. a)Menselijke hulpkrachten : ? Het personeel :
  10. a)functioneel en hiërarchisch organogram;
  11. b)rol en functies van de maatschappelijke interveniënten;
  12. c)maatregelen genomen in het kader van de samenwerking, het overleg en de coördinatie van het personeel. ? De vrijwilligers :
  13. a)lijst van de vrijwilligers;
  14. b)maatregelen genomen in het kader van de samenwerking, het overleg en de coördinatie van de vrijwilligers.4. Huisvestingsvoorwaarden :
  15. a)Huisvesting :
  16. i)soort kamer
  17. ii)allerlei.
  18. b)Maaltijd (indien aangeboden) :
  19. i)soort maaltijd
  20. ii)allerlei.
  21. c)sanitaire installaties.5. Modaliteiten voor de evaluatie van het collectieve huisvestingsproject :
  22. a)Wie en met welk mandaat ?
  23. b)Hoe wordt dit geformaliseerd ? B.Nieuwe problematieken 1. Identificatie van de problematieken : - welke ontwikkelingen inzake sociale moeilijkheden hebben jullie vastgesteld wat jullie doelpubliek betreft? - blijven bepaalde huisvestingsaanvragen onbeantwoord ? Hoe zouden jullie het publiek kenmerken dat geen toegang krijgt tot jullie nachtasiel ? 2.Bemerkingen over het uitgevoerde werk : - kan jullie collectieve begeleidingsproject niet aangepast worden om in te spelen op de huisvestingsaanvragen die onbeantwoord blijven ? - zijn de gebruikte sociale werkmethodes afgestemd op de moeilijkheden die de ondergebrachte personen ondervinden ? - hoe denken jullie erover om jullie imago bij het publiek en jullie partners te verbeteren ? 3. Opstellen van het project : - rekening houdende met de snelle evolutie van de sociale en economische omgeving, op welke interne hefboom denken jullie te moeten werken om deze evolutie tegemoet te komen ? - welk project wensen jullie voort te zetten of te ontwikkelen rekening houdende met de moeilijkheden waarmee jullie te kampen hebben inzake beheer van huisvestingsaanvragen of huisvestingen ? C.Advies van de personeelsleden D. Advies van de vrijwilligers Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 juni 2004 tot uitvoering van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004201078 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen sluiten betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen. Namen, 3 juni 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE Bijlage 3 Huishoudelijk reglement Het huishoudelijk reglement bepaalt : - de rechten en plichten van de ondergebrachte personen; - de rechten en plichten van de directeur en/of diens vertegenwoordiger (...); - de rechten en plichten van de inrichtende macht. Het reglement vermeldt : A. Wat de huisvestingsstructuur betreft : - de benaming, de bedrijfszetel(
  24. s)of maatschappelijke zetel, zijn lokalisatie en zijn werkingstitel; - de naam van de directrice (directeur); - de beknopte beschrijving van de huisvestingsstructuur, haar openingsdagen en -uren; - de maatregelen genomen om de fysieke veiligheid van de personen binnen de huisvestingsstructuur te garanderen. B. Wat de huisvesting betreft : - de na te leven regels betreffende het gemeenschapsleven; - een korte beschrijving van het dagelijks leven van een ondergebrachte persoon binnen de structuur; - het naleven van het privé-leven van de ondergebrachte personen, van hun intimiteit en wat voorzien is voor het uitoefenen van fundamentele rechten (recht van bewaring, oudersbezoek, enz.); - de modaliteiten voor het tot stand brengen en de animatie van de raad van ondergebrachte personen; - de opsomming van de verplichtingen van de verantwoordelijke van het huis in het kader van de financiële bijdrage, het inkijken van het dossier van de ondergebrachte personen, de vrijheid om aan de raad van ondergebrachte personen en aan "vormende" of "bezigheids-" werkgroepen deel te nemen; - het adres van de dienst van de gewestelijke administratie waar klachten kunnen ingediend worden; - het adres van de burgemeester die bevoegd is om klachten in ontvangst te nemen. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 juni 2004 tot uitvoering van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004201078 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen sluiten betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen. Namen, 3 juni 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE Bijlage 4 Model van brandattest Deel 1 (Dit deel moet ingevuld worden vóór de afgifte van het attest door de burgemeester) Ondergetekende . . . . . . . . . . Hoofd van de brandweerdienst van en in . . . . . . . . . . verklaart dat het opvangtehuis* - gemeenschapshuis* - opvangtehuis van het gezinstype* - nachtasiel* - voor in sociale moeilijkheden verkerende personen . . . . . te . . . . . straat . . . . . nr. .................. Eerste mogelijkheid**
  25. a)de maatreglen inzake veiligheid en brandbescherming zijn voldoende voor de huisvesting van ........................ in sociale moeilijkheden verkerende personen; Tweede mogelijkheid**
  26. b)de maatregelen inzake veiligheid en brandbescherming zijn onvoldoende voor wat betreft de punten hieronder vermeld : Om deze redenen zou het opstarten - het voortzetten van de activiteiten van de huisvestingsstructuur - niet toegelaten mogen worden.* Wat betreft de punten hieronder vermeld : Deze redenen vormen volgens mij geen beletsel voor het opstarten van de huisvestingsstructuur - voor het voortzetten van de activiteiten van de huisvestingsstructuur voor een huisvesting van maximum .................. in sociale moeilijkheden verkerende personen. Hier zal echter aan voldoen moeten worden binnen een termijn van .......................** Hoe dan ook, als de huisvestingsstructuur aan de punten hierboven voldoet en toezicht op de uitvoering ervan wordt uitgeoefend**, zal ze aan de maatregelen inzake veiligheid en brandbescherming voldoen. Het Hoofd van de brandweerdienst (datum en ondertekening) (*) Schrappen wat niet van toepassing is. (**) Schrappen wat niet van toepassing is en invullen. Deel 2 (Deel voorbehouden aan de burgemeester) Gelet op het attest ingevuld door . . . . ., Hoofd van de brandweerdienst, op ............................................. betreffende het opvangtehuis* - het gemeenschapshuis* - het opvangtehuis van het gezinstype* - het nachtasiel* - naam . . . . . . . . . . en beheerd door ...................................................... . . . . . Ondergetekende, ....................................................... Burgemeester van . . . . . Eerste mogelijkheid*
  27. a)gaat akkoord met het verslag van de brandweerdienst in deel 1 : Tweede mogelijkheid*
  28. b)gaat niet akkoord met het verslag van de brandweerdienst in deel 1 om volgende redenen : .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Bijgevolg, Eerste mogelijkheid**
  29. a)het opstarten - het voortzetten van de activiteiten van de bovengenoemde huisvestingsstructuur - wordt toegelaten voor de huisvesting van ........................ in sociale moeilijkheden verkerende personen voor een periode van 4 jaar ** - van ......................... (te bepalen als het gaat over een periode van minder dan 4 jaar). Tweede mogelijkheid**
  30. b)het opstarten - het voortzetten van de activiteiten van bovengenoemde huisvestingsstructuur - wordt toegelaten voor de huisvesting van maximum ............................ in sociale moeilijkheden verkerende personen voor een periode van .............................. en tot .......................................... Tijdens die periode moet inzake veiligheid en brandbescherming aan de volgende punten voldaan worden : Het toezicht wordt door het Hoofd van de brandweerdienst uitgeoefend. Derde mogelijkheid*
  31. c)Het opstarten - het voortzetten van de activiteiten - wordt niet toegelaten*. De Burgemeester, (datum en ondertekening) (*) Schrappen wat niet van toepassing is. (**) Schrappen wat niet van toepassing is en invullen. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 juni 2004 tot uitvoering van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004201078 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen sluiten betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen. Namen, 3 juni 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE Bijlage 5 Het geïndividualiseerde begeleidingsproject Het geïndividualiseerde begeleidingsproject beoogt een verduidelijking van de relaties tussen de verantwoordelijken van het huis, de psychosociale interveniënten of anderen die ontvangende partij zijn bij uw begeleiding tijdens het verblijf in het huis. Wij zien ons genoodzaakt om de taken te verdelen in het kader van de administratieve, sociale en financiële regularisatie van uw persoonlijke toestand of van die van één van uw gezinsleden die in het huis verblijft en om een tijdschema op te stellen voor de verwezenlijking ervan. Daarom moeten wij na uw eerste maand van verblijf in een geschreven document de verschillende oriëntaties vastleggen die wij zullen volgen om de doelstellingen te halen. (...) Het gaat over het betuigen van uw instemming met de doelstellingen dat het huis en eventueel de externe interveniënten met u vastleggen om uw toestand en uw projecten te doen evolueren. De duur van het verblijf in een huis is altijd beperkt in de tijd. De tijd is kostbaar en we moeten hem ten volle benutten. Tijdens haar/zijn verblijf in het huis " . . . . . " gaat Mevrouw, Juffrouw, Mijnheer . . . . . de verbintenis aan om volgende stappen te ondernemen : - op administratief vlak, planning van de stappen te ondernemen binnen een termijn van . . . . . vanaf het afsluiten van het project : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - op financieel vlak, planning van de stappen te ondernemen binnen een termijn van . . . . . vanaf het afsluiten van het project : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - op sociaal vlak, planning van de stappen te ondernemen binnen een termijn van . . . . . vanaf het afsluiten van het project : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Het personeel van het huis verbindt zich ertoe alles in het werk te stellen om de ondergebrachte persoon of zijn gezin te helpen evolueren in het beheer van zijn moeilijkheden of om ze in orde te brengen. Daarom plant het de uitvoering van verschillende taken binnen een periode van .................................................................. dagen of maanden. - op administratief vlak, planning van de te ondernemen stappen : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - op financieel vlak, planning van de te ondernemen stappen : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - op sociaal en pedagogisch vlak, planning van de te ondernemen stappen : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De externe interveniënt(
  32. en)dragen bij tot de verwezenlijking van het geïndividualiseerde begeleidingsproject door hulp te bieden in verband met hun bevoegdheden : - op administratief vlak : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - op financieel vlak : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - op sociaal en pedagogisch vlak : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Het geïndividualiseerde begeleidingsproject kan elk ogenblik herzien worden op verzoek van één van de opstellers ervan. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 juni 2004 tot uitvoering van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004201078 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen sluiten betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen. Namen, 3 juni 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE Bijlage 6 Aanwezigheidsboek De vorm van het boek wordt door het huis bepaald. Het moet minstens van formaat A4 zijn en gemakkelijk te raadplegen zijn door de inspectiediensten. Er wordt een aanwezigheidsblad opgesteld voor elke ondergebrachte persoon ouder dan 18 jaar. Het ziet eruit als volgt : Aanwezigheidsblad Identiteit van de ondergebrachte persoon : .................................................................................., leeftijd .................., aantal personen ten laste die hem vergezellen ............................ Aankomstdatum in het huis : .................................................... "ondertekening..." Aantal overnachtingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 juni 2004 tot uitvoering van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004201078 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen sluiten betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen. Namen, 3 juni 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE Bijlage 7 Berekeningsmethode en in aanmerking komende uitgaven voor de tariefbepaling van aangeboden diensten In deze bijlage dient men te verstaan onder : - referentiejaar : jaar ter bepaling van de in aanmerking komende kost en van het aantal overnachtingen. Het begint op 1 januari en eindigt op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar van toepassing van de nieuwe tarifering; - in aanmerking komende kosten : kosten ter bepaling van kost en inwoning. Ze worden opgenomen in de tabel hieronder. Deze tabel wordt ingevuld op grond van de informatie vermeld in de balans en resultatenrekening van het referentiejaar goedgekeurd door de inrichtende macht (algemene vergadering, raad voor sociale hulpverlening of college van burgemeester en schepenen). Als de verantwoordelijke van een opvangtehuis van het gezinstype een natuurlijke persoon is, moet hij de in aanmerking komende kosten voor waar en oprecht verklaren; - aantal overnachtingen : aantal geregistreerde overnachtingen per opvangtehuis, gemeenschapshuis en opvangtehuis van het gezinstype tijdens het referentiejaar. De werkelijke kost van kost en inwoning wordt bepaald door de som van de in aanmerking komende kosten te delen door het totaal aantal overnachtingen. Hij wordt berekend tijdens de eerste twee maanden van het kalenderjaar en treedt in werking uiterlijk 1 april. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld * Geef een korte beschrijving ter rechtvaardiging van dit punt. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 juni 2004 tot uitvoering van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004201078 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen sluiten betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen. Namen, 3 juni 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE Bijlage 8 Kwalificatie- en vormingsvereisten voor het personeel Opvoeder klasse 1 De houders van een einddiploma of -getuigschrift van het hoger universitair of niet-universitair onderwijs met pedagogische, psychologische, sociale of paramedische oriëntering, met volledig leerplan of voor sociale promotie, met uitzondering van het diploma van bibliothecaris-documentalist, van het getuigschrift en van het diploma van pedagogische bekwaamheid. Opvoeder klasse 2 Uitsluitend de opvoeders van klasse 2 die reeds in een erkende inrichting in dienst waren op 1 januari 1976 en houders van één van de volgende titels : - diploma of getuigschrift van een school of van een technische hogere secundaire cursus met pedagogische, psychologische of sociale oriëntering; - attest van verpleger(ster) of van kinderverzorgster voorzover deze zich bezighouden met kinderen van 0 tot 6; - diploma, getuigschrift of gelijkwaardige titel van minstens het gewoon basisonderwijs voorzover de titularissen van deze titels zich bezighouden met kinderen van 3 tot 6 jaar; - diploma van het gewoon kleuteronderwijs. Opvoeders klasse 2A De houders van één van de volgende titels : - diploma bezorgt door een universiteit of door een inrichting behorende tot het hoger onderwijs van het lange type als de studiecyclussen minstens 4 jaar bevatten; - einddiploma of -getuigschrift van het hoger secundair onderwijs met pedagogische, psychologische, sociale of paramedische oriëntering; - attest van verpleger(ster); - attest van kinderverzorgster voorzover deze zich bezighoudt met kinderen van 0 tot 6 jaar; - de opvoeders met 10 jaar anciënniteit in de klasse 2B. Opvoeder klasse 2B - de houders van een einddiploma of -getuigschrift van het hoger secundair onderwijs (algemeen of technisch onderwijs); - de opvoeders klasse 3, de kinderverzorgsters, de ziekenoppassers en de sanitaire- en gezinshelpsters met 10 jaar anciënniteit in één van deze functies. Opvoeder klasse 3 De houders van één van de volgende titels : - einddiploma of -getuigschrift van het hoger secundair onderwijs (algemeen of technisch onderwijs); - eindattest of getuigschrift (met vrucht beëindigd) van het hoger secundair beroepsonderwijs; - de sanitaire en gezinshelpsters, de ziekenoppassers, houders van één van de volgende titels : - attest van sanitaire en gezinshelpster of hulpkracht of kwalificatiegetuigschrift van sanitaire en gezinsassistente; - getuigschrift van ziekenoppasser of attest van ziekenverpleger(ster) of attest van assistent in ziekenhuiszorgen. Maatschappelijk assistent De houders van het diploma dat die titel verleent. Licentiaat in de menswetenschappen De houders van het diploma dat die titel verleent. Directeur - De houders van een einddiploma of -getuigschrift van het hoger universitair of niet-universitair onderwijs met pedagogische, psychologische, sociale of paramedische oriëntering, met volledig leerplan of voor sociale promotie, die de twee volgende voorwaarden vervullen : - het bewijs leveren van minstens drie jaar dienstanciënniteit in een educatieve, sociale, pedagogische, psychologische of paramedische functie in de sector personenzorg; - De directeurs die op de datum van bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad, als directeur waren aangeworven en die op die datum over de vereiste kwalificaties voor de uitoefening van deze functie beschikten. Kinderverzorger(ster) De houders van het diploma dat die titel verleent. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 juni 2004 tot uitvoering van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004201078 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen sluiten betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen. Namen, 3 juni 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE Bijlage 9 Aanvraagformulier om afwijking van de verblijfsduur 1. Adres en verdere gegevens betreffende van het opvangtehuis 1.1. Benaming : 1.2. Adres : 1.3. Telefoon : 2. Begunstigde(
  33. n)van de aanvraag om afwijking Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2.2 Ondergebracht in het opvangtehuis sinds : 2.3 Verlenging gewenst tot : 2.4 Eerste, tweede of derde aanvraag tot verlenging met 90 nachten (*) 2.5 Gaat het om een eerste verblijf in een erkende huisvestingsstructuur in het kader van het decreet "opvang van, verschaffen van een onderkomen aan en begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen" ? JA - NEEN - ONBEKEND (*) 2.6 Indien neen, gelieve data en duur van de vorige verblijven in uw instelling te bepalen en indien mogelijk in de andere huisvestingsstructuren (aantal dagen) : In uw opvangtehuis : van . . . . . tot . . . . . hetzij . . . . . dagen van . . . . . tot . . . . . hetzij . . . . . dagen van . . . . . tot . . . . . hetzij . . . . . dagen In een andere huisvestingsstructuur : van . . . . . tot . . . . . hetzij . . . . . ......... dagen in de . . . . . van . . . . . tot . . . . . hetzij . . . . . ......... dagen in de . . . . . van . . . . . tot . . . . . hetzij . . . . . ......... dagen in de . . . . . 3. Sociale en administratieve toestand aan het einde van de toegelaten verblijfsperiode 3.1. Op administratief en financieel vlak : Vastgelegde doelstellingen : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Bereikte doelstellingen : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.2 Op sociaal en pedagogisch vlak : Vastgelegde doelstellingen : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Bereikte doelstellingen : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3.3 Lijst met de tussenkomsten van de partners aanwezig of niet in het geïndividualiseerde begeleidingsproject : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4. Voornaamste doelstellingen tijdens de verlenging vastgelegd bij de persoon(
  34. en): .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5. Uiteenzetting van de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot de aanvraag : .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6. Uiteenzetting van de te nemen sociale maatregelen om de nieuwe termijn te halen 6.1 Administratieve en financiële problemen : Nagestreefde doelstellingen : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6.2 Sociale en pedagogische problemen : Nagestreefde doelstellingen : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6.3 Problemen in verband met de gezondheid of een handicap : Nagestreefde doelstellingen : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6.4 Werkwijze voor het zoeken naar een meer aangepaste woning of huisvesting : Wordt er gedacht aan een verblijf in een gemeenschapshuis ? Indien ja, in welk huis. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Datum : Verantwoordelijke sociale medewerker De begunstigde : Ondertekening : Ondertekening : De Directeur : Ondertekening : Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 juni 2004 tot uitvoering van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 26/04/2004 numac 2004201078 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen sluiten betreffende de opvang van, het verschaffen van een onderkomen aan en de begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen. Namen, 3 juni 2004. De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.