← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 84 van 6 oktober 2004, gesloten in de Nationale

Obsah (4)Art. 27Art. 31Art. 32Art. 40

22 DECEMBER 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 84 van 6 oktober 2004, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de ro

;4° de frequentie van de vergaderingen

;5° de aan het vertegenwoordigingsorgaan toe te wijzen financiële en materiële middelen;6° ingeval de bevoegde organen van de deelnemende vennootschappen en de bijzondere onderhandelingsgroep tijdens de onderhandelingen besluiten medezeggenschapsregelingen vast te stellen, de inhoud daarvan, onder meer, in voorkomend geval, het aantal van de leden in het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SE die de werknemers gerechtigd zijn te kiezen of te benoemen, of met betrekking tot wier benoeming de werknemers aanbevelingen kunnen doen of bezwaar kunnen maken, de procedures voor het kiezen of benoemen van die leden of het met betrekking tot hun benoeming aanbevelingen doen of bezwaar maken door de werknemers en de rechten van die leden;7° de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst, de looptijd, de gevallen waarin opnieuw over de overeenkomst moet worden onderhandeld en de procedure voor hernieuwde onderhandelingen. De overeenkomst bepaalt dat zij voldoet aan de voorwaarden inzake meerderheid, bepaald in artikel 19 van deze overeenkomst. Zij constateert het gedeelte van de werknemers dat vertegenwoordigd is door elk lid van de bijzondere onderhandelingsgroep. Commentaar Wat punt 7° van dit artikel betreft, kunnen de partijen onder andere regels overeenkomen die in acht moeten worden genomen met betrekking tot veranderingen in de structuur van de SE, grote personeelswijzigingen of verhuizing van de zetel van de SE. Art. 23.De bevoegde organen van de deelnemende vennootschappen en de bijzondere onderhandelingsgroep kunnen besluiten om voor de SE die haar zetel heeft in België, in plaats van een vertegenwoordigingsorgaan, een of meer informatie- en raadplegingsprocedures in te stellen. De overeenkomst moet de wijze bepalen waarop die procedures toepassing vinden. Art. 24.In het geval van een SE opgericht door omzetting, moet de overeenkomst tenminste in dezelfde mate voorzien in elk aspect van de rol van de werknemers als bij de in een SE om te zetten vennootschap het geval is. HOOFDSTUK VI. - Referentievoorschriften Afdeling I. - Toepassingsvoorwaarden inzake de referentievoorschriften Art. 25.De referentievoorschriften met betrekking tot de rol van de werknemers in de SE, zijn van toepassing vanaf de datum van inschrijving van de SE in België : 1° indien de bevoegde organen van de deelnemende vennootschappen en de bijzondere onderhandelingsgroep dit overeenkomen of 2° indien er binnen de in artikel 20 bedoelde termijn geen overeenkomst is gesloten en - het bevoegde orgaan van elk van de deelnemende vennootschappen besluit ermee in te stemmen dat de referentievoorschriften, bedoeld in de artikelen 25 tot 50, worden toegepast en daardoor de inschrijving van de SE voort te zetten en - de bijzondere onderhandelingsgroep niet het in artikel 17 bedoelde besluit heeft genomen om de onderhandelingen niet te openen of om reeds geopende onderhandelingen te beëindigen. Bovendien zijn de referentievoorschriften betreffende de medezeggenschap van de werknemers in de SE slechts van toepassing : 1° in het geval van een SE opgericht door omzetting, indien de regels betreffende de medezeggenschap van de werknemers in het toezichthoudend of het bestuursorgaan op een in een SE omgezette vennootschap van toepassing waren;2° in het geval van een SE opgericht door fusie : - indien er vóór de inschrijving van de SE in een of meer van de deelnemende vennootschappen één of meer vormen van medezeggenschap van toepassing waren die ten minste 25 % van het totale aantal werknemers van de deelnemende vennootschappen bestreken of - indien er vóór de inschrijving van de SE in één of meer van de deelnemende vennootschappen één of meer vormen van medezeggenschap van toepassing waren die minder dan 25 % van het totale aantal werknemers van de deelnemende vennootschappen bestreken en de bijzondere onderhandelingsgroep daartoe besluit;3° in het geval van een SE opgericht door oprichting van een holdingmaatschappij of een dochteronderneming : - indien er vóór de inschrijving van de SE in één of meer van de deelnemende vennootschappen een of meer vormen van medezeggenschap van toepassing waren die ten minste 50 % van het totale aantal werknemers van de deelnemende vennootschappen bestreken of - indien er vóór de inschrijving van de SE in één of meer van de deelnemende vennootschappen een of meer vormen van medezeggenschap van toepassing waren die minder dan 50 % van het totale aantal werknemers van de deelnemende vennootschappen bestreken en de bijzondere onderhandelingsgroep daartoe besluit. Art. 26.In al de gevallen waarin krachtens artikel 25 de referentievoorschriften betreffende de medezeggenschap van de werknemers in de SE van toepassing zijn en indien er in de diverse deelnemende vennootschappen meer dan één vorm van medezeggenschap bestond, besluit de bijzondere onderhandelingsgroep welke van die vormen in de SE moet worden ingevoerd. Dit besluit wordt genomen met inachtneming van de voorwaarden inzake meerderheid, bepaald in artikel 19 van deze overeenkomst. De bijzondere onderhandelingsgroep licht de bevoegde organen van de deelnemende vennootschappen in over de uit hoofde van dit artikel genomen besluiten. Afdeling II. - Samenstelling

Art. 27. § 1.

Het vertegenwoordigingsorgaan bestaat uit werknemers van de SE en haar dochterondernemingen en vestigingen, die door de werknemersvertegenwoordigers of, bij ontstentenis daarvan, door alle werknemers uit hun midden worden gekozen of aangewezen. § 2. De leden

worden gekozen of aangewezen in verhouding tot het aantal werknemers dat in de onderscheiden lid-Staten in dienst is van de deelnemende vennootschappen en de betrokken dochterondernemingen en vestigingen, door per lid-Staat een zetel toe te wijzen voor elke 10 %, of een deel daarvan, van de werknemers die in de betrokken lid-Staat in dienst zijn, berekend over het totale aantal werknemers dat bij de deelnemende vennootschappen en de betrokken dochterondernemingen en vestigingen in alle lid-Staten tezamen in dienst is. Commentaar Elke lid-Staat waarin werknemers in dienst zijn van een deelnemende vennootschap en/of een betrokken dochteronderneming of vestiging wordt vertegenwoordigd in het vertegenwoordigingsorgaan. Bijvoorbeeld, indien in een lid-Staat minder dan 10 % van de werknemers in dienst is, berekend over het totale aantal werknemers, zal aan die lid-Staat een mandaat worden toegekend. Indien dit aantal 10 % bereikt, zal aan die lid-Staat eveneens een mandaat worden toegekend. Er worden twee mandaten toegekend indien het aantal meer dan 10 % tot 20 % bedraagt. Een aantal van meer dan 20 % geeft recht op drie mandaten. Afdeling III. - Aanwijzing van de in België tewerkgestelde leden-werknemers

en samenstelling van een reservelijst Art. 28.De bepalingen van dit artikel hebben betrekking op de aanwijzing van de leden-werknemers van het in België of in een andere lid-Staat ingestelde vertegenwoordigingsorgaan. De in België tewerkgestelde leden-werknemers

worden aangewezen door en onder de in België tewerkgestelde werknemersvertegenwoordigers die zitting hebben in de ondernemingsraden van de deelnemende vennootschappen en hun betrokken dochterondernemingen en vestigingen. Wanneer er geen akkoord is onder die vertegenwoordigers, worden de leden-werknemers

aangewezen door de meerderheid van die vertegenwoordigers. Bij ontstentenis van ondernemingsraad worden de leden-werknemers

aangewezen door en onder de werknemersvertegenwoordigers die zitting hebben in de comités voor preventie en bescherming op het werk. Wanneer er geen akkoord is onder die vertegenwoordigers, worden de leden-werknemers

aangewezen door de meerderheid van die vertegenwoordigers. Bij ontstentenis van ondernemingsraad en comité voor preventie en bescherming op het werk, kan elk paritair comité de vakbondsafvaardigingen van de deelnemende vennootschappen en betrokken dochterondernemingen en vestigingen die onder zijn sectorale bevoegdheid vallen, machtigen de leden-werknemers

aan te wijzen. Bij ontstentenis van ondernemingsraad of comité voor preventie en bescherming op het werk in de in België gelegen deelnemende vennootschappen en betrokken dochterondernemingen en vestigingen, en bij ontstentenis van machtiging van het paritair comité, hebben de werknemers van de deelnemende vennootschap en de betrokken dochteronderneming of vestiging het recht de leden-werknemers

te verkiezen of aan te wijzen. Art. 29.Er wordt een reservelijst samengesteld om te zorgen voor continuïteit binnen het vertegenwoordigingsorgaan in geval van overlijden, arbeidsongeschiktheid van langere duur, moederschap, vertrek uit de deelnemende vennootschap of de betrokken dochteronderneming of vestiging, ontslag van het lid of verlies van het nationaal mandaat op basis waarvan de aanwijzing of de verkiezing als lid

heeft plaatsgehad. De personen op die reservelijst worden aangewezen volgens dezelfde procedure als de leden

. Die lijst omvat een vervanger per mandaat. Art. 30.Het bevoegde orgaan van de SE wordt in kennis gesteld van de samenstelling

en van de namen op de reservelijst. Afdeling IV. - Aanpassing van de samenstelling

Art. 31

.In geval van veranderingen in de structuur of de omvang van de SE of haar dochterondernemingen en vestigingen, of in geval van grote personeelswijzigingen, dient het vertegenwoordigingsorgaan te worden aangepast of, in voorkomend geval, opnieuw samengesteld te worden, overeenkomstig de artikelen 27 en volgende. Het samenwerkingsprotocol opgesteld op grond van artikel 54 bepaalt de nadere regels voor de samenstelling

in geval van veranderingen in de structuur of de omvang van de SE. Afdeling V. - Bevoegdheid

Art. 32

.De bevoegdheid

is beperkt tot aangelegenheden die betrekking hebben op de SE zelf en op eender welke van haar dochterondernemingen of vestigingen in een andere lid-Staat of die de bevoegdheid van de besluitvormingsorganen in één enkele lid-Staat te buiten gaan. Afdeling VI. - Procedure voor de onderhandeling over een overeenkomst of behoud van de referentievoorschriften Art. 33.Vier jaar nadat het vertegenwoordigingsorgaan is ingesteld dient : - hetzij een onderhandelingsprocedure te worden geopend om een overeenkomst, als bedoeld in hoofdstuk V, te sluiten; - hetzij verder toepassing te worden gemaakt van de referentievoorschriften, bepaald in dit hoofdstuk. Indien wordt besloten de onderhandelingsprocedure te openen, vervult het vertegenwoordigingsorgaan de functie van bijzondere onderhandelingsgroep. Tijdens de procedure blijft het vertegenwoordigingsorgaan werken. Indien wordt besloten geen onderhandelingen aan te vatten of indien binnen de in artikel 20 bepaalde termijn geen overeenkomst wordt gesloten, blijven de in dit hoofdstuk bepaalde referentievoorschriften van toepassing. Afdeling VII. - Beperkt comité Art. 34.Indien de omvang zulks rechtvaardigt, kiest het vertegenwoordigingsorgaan uit zijn midden een beperkt comité met ten hoogste drie leden. Het reglement van orde

kan regels vaststellen voor de geografische verdeling van de mandaten in het beperkte comité. Afdeling VIII. - Vergaderingen Art. 35.Voor elke vergadering met het bevoegde orgaan van de SE heeft het vertegenwoordigingsorgaan of het beperkte comité, zo nodig uitgebreid overeenkomstig artikel 38, § 4, het recht te vergaderen zonder dat daarbij vertegenwoordigers van het bevoegde orgaan aanwezig zijn. Onderafdeling I. - Jaarlijkse vergaderingen Art. 36.Het vertegenwoordigingsorgaan heeft het recht geïnformeerd en geraadpleegd te worden en te dien einde ten minste eenmaal per jaar te vergaderen met het bevoegde orgaan van de SE op basis van door het bevoegde orgaan op gezette tijden opgestelde verslagen over de gang van zaken bij de SE en de desbetreffende vooruitzichten. De plaatselijke leiding wordt daarvan in kennis gesteld. Het bevoegde orgaan van de SE verstrekt het vertegenwoordigingsorgaan de agenda van de vergaderingen van het bestuursorgaan of, in voorkomend geval, van het leidinggevend en het toezichthoudend orgaan, met afschriften van alle documenten die aan de algemene vergadering van haar aandeelhouders worden voorgelegd. Het samenwerkingsprotocol bedoeld in artikel 54, bepaalt binnen welke termijn en op welke wijze het verslag, de agenda en de afschriften van documenten, bedoeld in de tweede alinea, aan de leden

worden bezorgd. Art. 37.De vergadering heeft met name betrekking op de structuur, de economische en financiële situatie, de waarschijnlijke ontwikkeling van het bedrijf en van de productie en de omzet, de situatie en waarschijnlijke ontwikkeling van de werkgelegenheid, investeringen, ingrijpende wijzigingen in de organisatie, de invoering van nieuwe werkmethodes of productieprocessen, verplaatsingen van de productie, fusies, afslankingen of sluitingen van ondernemingen, vestigingen of belangrijke delen daarvan, en collectieve ontslagen. Onderafdeling II. - Vergaderingen in geval van buitengewone omstandigheden Art.

  1. §
  2. Wanneer buitengewone omstandigheden aanzienlijke gevolgen hebben voor de belangen van de werknemers, met name in het geval van verhuizingen, verplaatsingen, sluiting van vestigingen of ondernemingen of collectieve ontslagen, heeft het vertegenwoordigingsorgaan het recht geïnformeerd te worden. Het vertegenwoordigingsorgaan of, indien het daar met name om spoedeisende redenen toe besluit, het beperkte comité, heeft het recht op eigen verzoek het bevoegde orgaan van de SE, of een passender niveau van de leiding met eigen beslissingsbevoegdheden binnen de SE, te ontmoeten om geïnformeerd en geraadpleegd te worden over maatregelen die aanzienlijke gevolgen hebben voor de belangen van de werknemers. §
  3. Indien het bevoegde orgaan besluit om het advies

niet te volgen, heeft het vertegenwoordigingsorgaan recht op een tweede vergadering met het bevoegde orgaan van de SE om te trachten tot overeenstemming te komen. §

  1. Het samenwerkingsprotocol bedoeld in artikel 54, bepaalt de nadere regels voor het beleggen van speciale vergaderingen. §
  2. Wordt met het beperkte comité een vergadering georganiseerd, dan zijn de leden

die werknemers vertegenwoordigen op wie de maatregelen bedoeld in § 1 rechtstreeks betrekking hebben, eveneens gerechtigd daaraan deel te nemen. §

  1. De informatie- en raadplegingsvergaderingen bedoeld in § 1 en § 2, vinden zo spoedig mogelijk plaats overeenkomstig artikel 3, § 7, 2°. §
  2. Deze informatie- en raadplegingsvergaderingen vinden plaats op basis van een schriftelijk verslag opgemaakt door het bevoegde orgaan of elk ander passend niveau van de leiding van de SE, waarover na afloop van die vergaderingen of binnen een redelijke termijn een advies kan worden uitgebracht. §
  3. Die vergaderingen laten de rechten van het bevoegde orgaan onverlet. Afdeling IX. - Informatie over de inhoud en de resultaten van de informatie- en raadplegingsprocedures Art. 39.De leden-werknemers

stellen de vertegenwoordigers van de werknemers van de SE en van haar dochterondernemingen en vestigingen op de hoogte van de inhoud en het resultaat van de informatie- en raadplegingsprocedures. Afdeling X. - Werking

Art. 40.Het vertegenwoordigingsorgaan stelt zijn reglement van orde vast.

Art. 41.Het vertegenwoordigingsorgaan en het beperkte comité kunnen zich laten bijstaan door deskundigen van hun keuze. Het samenwerkingsprotocol bedoeld in artikel 54, stelt de praktische regels vast voor de aanwezigheid van deskundigen op de vergaderingen

en het beperkte comité. De kostenvergoeding van het bevoegde orgaan van de SE is beperkt tot slechts één deskundige. Art. 42.Voorzover dit voor het verrichten van hun taken noodzakelijk is, zijn de leden

gerechtigd om, zonder salarisderving, afwezig te zijn voor opleidingsdoeleinden. Art. 43.De kosten

worden gedragen door de SE, die de leden van het orgaan de financiële en materiële middelen verschaft die nodig zijn om hun opdracht naar behoren te vervullen. Tenzij anders wordt overeengekomen, komen met name de kosten in verband met de organisatie van de vergaderingen en de vertolking alsmede de reis- en verblijfkosten van de leden

en van het beperkte comité ten laste van de SE. Afdeling XI. - Referentievoorschriften voor medezeggenschap Onderafdeling I. - SE opgericht door omzetting Art. 44.Indien in het geval van een SE opgericht door omzetting de regels van een lid-Staat betreffende de medezeggenschap van de werknemers in het toezichthoudend of het bestuursorgaan vóór de inschrijving van toepassing waren, blijven alle elementen van de werknemersmedezeggenschap op de SE van toepassing. Daartoe zijn de bepalingen van onderafdeling II van overeenkomstige toepassing. Onderafdeling II. - Andere gevallen van oprichting van een SE Art. 45.In de andere gevallen van oprichting van een SE hebben de werknemers van de SE en van haar dochterondernemingen en vestigingen en/of hun vertegenwoordigingsorgaan het recht om leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SE te kiezen of te benoemen, of om met betrekking tot die benoeming aanbevelingen te doen of bezwaar te maken, voor een aantal dat gelijk is aan het hoogste van de aantallen dat vóór de inschrijving van de SE in de betrokken deelnemende vennootschappen van toepassing was. Art. 46.Indien er vóór de inschrijving van de SE voor geen van de deelnemende vennootschappen medezeggenschapsregels golden, hoeft de SE geen voorschriften voor medezeggenschap van de werknemers in te voeren. Art.

  1. §
  2. Het vertegenwoordigingsorgaan besluit over de verdeling van de zetels in het toezichthoudend of het bestuursorgaan onder de leden die de werknemers van de onderscheiden lid-Staten vertegenwoordigen, of over de wijze waarop de werknemers van de SE met betrekking tot de benoeming van de leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan aanbevelingen kunnen doen of bezwaar kunnen maken. §
  3. De zetels worden verdeeld naar verhouding van het aantal werknemers dat in elke lid-Staat in dienst is van de SE, haar dochterondernemingen en vestigingen. §
  4. Indien de verdeling van de zetels meebrengt dat de werknemers van een of meer lid-Staten niet vertegenwoordigd worden, wijst het vertegenwoordigingsorgaan deze lid-Staten toch een zetel toe, eerst aan de staat waar de SE haar zetel heeft en vervolgens, indien die staat al vertegenwoordigd is, aan de lid-Staat onder de andere nog niet vertegenwoordigde lid-Staten, waarin het grootst aantal werknemers in dienst is. §
  5. Bij toepassing van § 3 wordt de zetel opnieuw toegewezen op één van de volgende drie manieren : 1° de zetel die opnieuw wordt toegewezen, is een van de zetels die aanvankelijk waren toegewezen aan de lid-Staat met de meeste zetels. of 2° alle zetels, op één na, dienen naar verhouding verdeeld te worden. De aldus gereserveerde zetel wordt opnieuw toegewezen. of 3° het reglement van orde

legt de te volgen regels vast om te bepalen welke zetel opnieuw moet worden toegewezen. Art. 48.De in België tewerkgestelde leden-werknemers van het toezichthoudend of het bestuursorgaan worden aangewezen of verkozen overeenkomstig artikel 28 van deze overeenkomst. Art. 49.Er wordt een reservelijst samengesteld om te zorgen voor continuïteit binnen het toezichthoudend of bestuursorgaan in geval van overlijden, arbeidsongeschiktheid van langere duur, moederschap, vertrek uit de deelnemende vennootschap of de betrokken dochteronderneming of vestiging, ontslag van het lid of verlies van het nationaal mandaat op basis waarvan de aanwijzing of de verkiezing als lid van het toezichthoudend of het bestuursorgaan heeft plaatsgehad. De personen op die reservelijst worden aangewezen volgens dezelfde procedure als de leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan. Die lijst omvat een vervanger per mandaat. Art. 50.Elk lid van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SE dat door het vertegenwoordigingsorgaan is gekozen, benoemd of aanbevolen dan wel door de werknemersvertegenwoordigers of de werknemers is gekozen of benoemd, is van rechtswege lid met dezelfde rechten en plichten als de leden die de aandeelhouders vertegenwoordigen, inclusief het stemrecht. HOOFDSTUK VII. - Diverse bepalingen Afdeling I. - Werking

en van de procedure ter informatie en raadpleging van de werknemers Art. 51.Het in België gelegen bevoegde orgaan van de SE en het vertegenwoordigingsorgaan werken in een geest van samenwerking en met inachtneming van hun wederzijdse rechten en verplichtingen. Hetzelfde geldt voor de samenwerking tussen het in België gelegen bevoegde orgaan van de SE en de leden

in het kader van een procedure ter informatie en raadpleging van de werknemers. Afdeling II. - Middelen die moeten worden verschaft aan de in België tewerkgestelde leden

en werknemersvertegenwoordigers van de dochterondernemingen en vestigingen van de SE Art. 52.De leden

en de werknemersvertegenwoordigers van alle in België gelegen technische bedrijfseenheden die onder het toepassingsgebied

vallen, moeten over de nodige tijd en middelen kunnen beschikken zodat de leden

de werknemersvertegenwoordigers van alle technische bedrijfseenheden in kennis kunnen stellen van de inhoud en de resultaten van de informatie- en raadplegingsprocedure binnen het vertegenwoordigingsorgaan. Afdeling III. - Statuut Art. 53.De in België tewerkgestelde leden van de bijzondere onderhandelingsgroep, leden

, werknemersvertegenwoordigers die hun taken verrichten in het kader van de procedure bedoeld in artikel 23 en werknemersvertegenwoordigers die zitting hebben in het toezichthoudend of het bestuursorgaan van een SE, genieten bij het verrichten van hun taak dezelfde rechten en bescherming als de leden die de werknemers in de ondernemingsraad vertegenwoordigen, in het bijzonder wat betreft de deelneming aan de vergaderingen en eventuele voorbereidende vergaderingen en de betaling van hun loon voor de duur dat zij afwezig moeten zijn om hun taak te verrichten. Afdeling IV. - Samenwerkingsprotocol Art. 54.Voor de goede organisatie van de informatie- en raadplegingsvergaderingen moeten het in België gelegen bevoegde orgaan van de SE en respectievelijk het vertegenwoordigingsorgaan en het beperkte comité, met name de volgende punten in een samenwerkingsprotocol regelen : het voorzitterschap, het secretariaat en de agenda van de vergaderingen, het bijeenroepen van speciale vergaderingen, de toezending van de verslagen, de veranderingen in de structuur of de omvang van de SE, de aanwezigheid van deskundigen op de vergaderingen, de budgettaire voorschriften, de opleiding, de vertaling en de vertolking. HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen Art. 55.Deze overeenkomst is gesloten voor onbepaalde tijd. Zij treedt in werking op 8 oktober

  1. Zij kan op verzoek van de meest gerede ondertekenende partij worden herzien of opgezegd, met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden. De organisatie die het initiatief tot herziening of opzegging neemt, moet de redenen ervan aangeven en amendementsvoorstellen indienen; de andere organisaties verbinden er zich toe deze binnen een maand na ontvangst ervan in de Nationale Arbeidsraad te bespreken. Gedaan te Brussel, op zes oktober tweeduizend en vier. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december
  2. De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE Bijlage Artikel 8 - Praktische voorbeelden I. Voorbeeld 1 - De vennootschappen A tot F gaan samen in een Europese vennootschap en zijn in vier verschillende lid-Staten gelegen A. Berekening van het aantal "gewone" leden van de bijzondere onderhandelingsgroep (BOG) De vennootschappen A tot F gaan een fusie aan. Ze stellen in totaal 7.000 werknemers tewerk. Voor elke 10 % van de werknemers

(700)of een deel daarvan wordt per lid-Staat, volgens deelnemende vennootschappen en betrokken dochterondernemingen of vestigingen, een mandaat toegewezen. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld B. Berekening van het aantal extra mandaten
  1. Beginsel - In elke lid-Staat : een mandaat per deelnemende vennootschap die ophoudt als afzonderlijk juridisch lichaam te bestaan Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2.Toepassing van de regels inzake niet-cumulatie en vermindering Variant 1 a. Geen directe vertegenwoordiger of dubbele vertegenwoordiging - In België is het "gewone" lid van de BOG een vertegenwoordiger van het personeel van vennootschap A : geen extra mandaat voor België (regel van de directe vertegenwoordiging). - In Frankrijk is een "gewone" vertegenwoordiger in de BOG een "vrijgestelde" van de betrokken sector (vennootschap B) terwijl de tweede een vertegenwoordiger is van een dochteronderneming van vennootschap C : één extra mandaat omdat er voor vennootschap B dubbele vertegenwoordiging is daar de "vrijgestelde" wordt verondersteld de werknemers van vennootschap B te vertegenwoordigen. - In Spanje hebben de twee "gewone" vertegenwoordigers in de BOG een mandaat in elk van de twee deelnemende vennootschappen D en E : volgens de regel van de directe vertegenwoordiging, heeft Spanje geen extra mandaat. - In Luxemburg is de "gewone" vertegenwoordiger in de BOG eveneens een "vrijgestelde" van de sector : de regel van de dubbele vertegenwoordiging geldt en er is geen extra mandaat. In totaal zou maar één extra mandaat toegewezen worden aan vennootschap C. b. Geen verhoging met meer dan 20 % van het aantal mandaten vergeleken met het aantal "gewone" mandaten" De BOG telt 13 "gewone" leden.Er kunnen dus slechts 3 extra mandaten worden toegewezen. Hier kan, op grond van de toepassing van de voorgaande regels, maar één extra mandaat toegewezen worden. De regel inzake vermindering van het aantal extra mandaten wordt hier dus niet toegepast. Variant 2 a. Geen directe vertegenwoordiger of dubbele vertegenwoordiging - In België is het "gewone" lid van de BOG een vertegenwoordiger van het personeel van een dochteronderneming van vennootschap A : er wordt één extra mandaat toegewezen aan België. - In Frankrijk en Spanje zijn de twee "gewone" leden van de BOG ook vertegenwoordigers van het personeel van een dochteronderneming van de vennootschappen B en C en van een dochteronderneming van de vennootschappen D en E : er worden twee extra mandaten toegewezen aan Frankrijk en twee extra mandaten aan Spanje. - In Luxemburg is het "gewone" lid van de BOG een "vrijgestelde" van de sector. De regel van de dubbele vertegenwoordiging geldt en Luxemburg heeft geen extra mandaat. In totaal zouden in beginsel vijf extra mandaten toegewezen moeten worden. b. Geen verhoging met meer dan 20 % van het aantal mandaten vergeleken met het aantal "gewone" mandaten" Op grond van de regels inzake niet-cumulatie, uitgelegd in punt a. hierboven, zouden vijf extra mandaten toegewezen moeten worden. Aangezien de BOG echter 13 "gewone" leden telt, kunnen slechts 3 extra mandaten toegewezen worden. De extra mandaten worden "aan de vennootschappen in verschillende lid-Staten toegekend in dalende volgorde van het aantal werknemers in die vennootschappen ". Dat geeft het volgende resultaat : - vennootschap D in Spanje heeft 5.000 werknemers en heeft recht op het eerste mandaat; - vennootschap C in Frankrijk heeft 1.000 werknemers en heeft recht op het tweede mandaat; - vennootschap A in België heeft 120 werknemers (terwijl vennootschap B in Frankrijk 500 werknemers tewerkstelt, maar de richtlijn bepaalt dat extra mandaten worden toegekend aan vennootschappen in verschillende lid-Staten) en krijgt het derde extra mandaat. II. Voorbeeld 2 - De vennootschappen A tot R gaan samen in een Europese vennootschap en zijn in drie verschillende lid-Staten gelegen A. Berekening van het aantal "gewone" leden" van de BOG Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld B. Berekening van het aantal extra mandaten
  2. Beginsel - In elke lid-Staat : een mandaat per deelnemende vennootschap Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2.Toepassing van de regels inzake niet-cumulatie en vermindering Variant 1 a. Geen directe vertegenwoordiger of dubbele vertegenwoordiging - In België is de "gewone" vertegenwoordiger in de BOG een vertegenwoordiger van het personeel van vennootschap A : vennootschap A "verliest" dus het recht op een extra lid;België kan bijgevolg vijf extra mandaten hebben. - In Frankrijk worden twee van de zes "gewone" mandaten ingenomen door vertegenwoordigers van de betrokken sector (voor de vennootschappen H en I); vennootschap G wordt vertegenwoordigd door een van de vertegenwoordigers van het personeel van die vennootschap net als de vennootschappen J, K en L : Frankrijk heeft dus geen extra mandaat. - In het Verenigd Koninkrijk zijn alle "gewone" leden in de BOG vakbondsafgevaardigden van de betrokken sector : het Verenigd Koninkrijk heeft dus geen extra mandaat. In totaal zouden vijf extra mandaten worden toegewezen. b. Geen verhoging met meer dan 20 % van het aantal mandaten vergeleken met het aantal "gewone" mandaten" De BOG telt 12 "gewone" leden, d.i. een mogelijkheid van 2 extra mandaten. Alleen België kan extra mandaten toekennen (er zijn geen "verschillende lid-Staten"), maar in plaats van de vijf mandaten die voortvloeien uit de toepassing van de voorgaande regels, zullen maar twee mandaten effectief worden toegewezen. Variant 2 a. Geen directe vertegenwoordiger of dubbele vertegenwoordiging - In België is de "gewone" vertegenwoordiger in de BOG een vertegenwoordiger van het personeel van vennootschap A : vennootschap A "verliest" dus het recht op een extra lid;België kan bijgevolg vijf extra mandaten hebben. - In Frankrijk worden de vennootschappen H en I vertegenwoordigd door afgevaardigden van de sector : ze hebben dus geen recht op een extra mandaat. De vennootschappen G, J, K en L worden vertegenwoordigd door afgevaardigden uit dochterondernemingen en behouden elk hun recht op een extra mandaat (dus vier extra mandaten). - In het Verenigd Koninkrijk worden de vennootschappen N, O en P vertegenwoordigd door een afgevaardigde van de sectoren, vennootschap R door een afgevaardigde van het personeel van de onderneming en vennootschappen M en Q door de afgevaardigden van dochterondernemingen : er zouden dus twee extra mandaten moeten worden toegekend aan het Verenigd Koninkrijk. In totaal zouden elf extra mandaten moeten worden toegewezen. b. Geen verhoging met meer dan 20 % van het aantal mandaten vergeleken met het aantal "gewone" mandaten" De BOG telt 12 leden.Er kunnen twee extra mandaten toegewezen worden. Ze worden "aan de vennootschappen in verschillende lid-Staten toegekend in dalende volgorde van het aantal werknemers in die vennootschappen ". Dat geeft het volgende resultaat : Voor België :Vennootschap B : 900 werknemers Vennootschap C : 800 werknemers Vennootschap D : 600 werknemers Vennootschap E : 500 werknemers Vennootschap F : 500 werknemers Voor Frankrijk : Vennootschap G : 10.000 werknemers Vennootschap J : 7.000 werknemers Vennootschap K : 6.000 werknemers Vennootschap L : 5.000 werknemers Voor het Verenigd Koninkrijk : Vennootschap M : 4.000 werknemers Vennootschap Q : 5.000 werknemers De vennootschappen G en Q krijgen dus de extra mandaten. III. Voorbeeld 3 - De vennootschappen A tot R gaan samen in een Europese vennootschap en zijn in tien verschillende lid-Staten gelegen A. Variant 1
  3. Berekening van het aantal "gewone" leden van de BOG Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2.Berekening van het aantal extra mandaten a. Beginsel - In elke lid-Staat : een extra mandaat per deelnemende vennootschap die ophoudt als afzonderlijk juridisch lichaam te bestaan België :2 mandaten Frankrijk : 2 mandaten Duitsland : 2 mandaten Nederland : 1 mandaat Oostenrijk : 2 mandaten Spanje : 2 mandaten Italië : 1 mandaat VK : 2 mandaten Ierland : 2 mandaten Zweden : 2 mandaten ____________ 18 mandaten b.Toepassing van de regels inzake niet-cumulatie en vermindering 1) Geen directe vertegenwoordiger of dubbele vertegenwoordiging In alle betrokken lid-Staten worden de werknemers van de deelnemende vennootschappen die een fusie zijn aangegaan, vertegenwoordigd door een afgevaardigde van de werknemers van een dochteronderneming.Elke vennootschap behoudt dus het recht op extra mandaten. 2) Geen verhoging met meer dan 20 % van het aantal mandaten vergeleken met het aantal "gewone" mandaten" De BOG telt 14 "gewone" leden : er kunnen dus slechts 3 extra mandaten worden toegewezen. De vennootschappen D (Frankrijk) en J (Spanje) hebben de meeste werknemers
(600)en krijgen de eerste twee mandaten. Het derde mandaat wordt toegekend aan vennootschap E (Duitsland) die 550 werknemers tewerkstelt. B. Variant 2
  1. Berekening van het aantal "gewone" leden van de BOG We gaan uit van het vorige voorbeeld maar wijzigen het aantal werknemers in de vennootschappen C en D (Frankrijk), E en F (Duitsland), J en K (Spanje) en Q en R (Zweden). Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
  2. Berekening van het aantal extra mandaten a.Beginsel - In elke lid-Staat : een extra mandaat per deelnemende vennootschap die ophoudt als afzonderlijk juridisch lichaam te bestaan Net als in variant 1 geeft dit als resultaat : 18 mandaten. b. Toepassing van de regels inzake niet-cumulatie en vermindering 1) Geen directe vertegenwoordiger of dubbele vertegenwoordiging In alle betrokken lid-Staten worden de werknemers van de deelnemende vennootschappen die een fusie zijn aangegaan, vertegenwoordigd door een afgevaardigde van de werknemers van een dochteronderneming.Elke vennootschap behoudt dus het recht op extra mandaten. 2) Geen verhoging met meer dan 20 % van het aantal mandaten vergeleken met het aantal "gewone" mandaten" Er kunnen drie extra mandaten toegewezen worden : - de vennootschappen C en D (beide in Frankrijk) hebben elk 550 werknemers : Frankrijk zal dus een regeling moeten opzetten om één extra mandaat toe te wijzen (de richtlijn bepaalt dat de mandaten aan de vennootschappen in verschillende lid-Staten worden toegekend); - vennootschap P (Ierland) stelt 540 werknemers tewerk en krijgt het tweede mandaat; - de vennootschappen E (Duitsland) en Q (Zweden) hebben elk 530 werknemers : de richtlijn stelt hier geen regel vast om te bepalen welke vennootschap het mandaat zal krijgen. 1 Er kan eventueel gedacht worden aan de vennootschap in de lid-Staat waar in total de meeste werknemers tewerkgesteld zijn.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.