← België

Koninklijk besluit tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invo

26 MAART 2005. - Koninklijk besluit tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregel

§ 1

, worden de verloven van de personeelsleden bedoeld in § 1, 1° tot 4° en 7°, toegekend door het hoofd van de dienst waarbij zij zijn gedetacheerd.

§ 1

zijn, voor de toepassing van de evaluatieregeling van de personeelsleden bedoeld in § 1, 1° tot 4° en 7°, de evaluator alsmede de eindverantwoordelijke voor de evaluatie, diegene van hun korps van oorsprong, op advies van het hoofd van de dienst waarbij zij zijn gedetacheerd. Voor de toepassing van de wet van 13 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/05/1999 pub. 16/06/1999 numac 1999000472 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten sluiten houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten, wordt, indien het personeelslid gedetacheerd is naar een dienst waar geen tuchtoverheid voorzien is, deze rol vervuld door de tuchtoverheid van het korps of de dienst van oorsprong, in voorkomend geval gevat door de functionele meerdere van het gedetacheerde personeelslid of het hoofd van de dienst waarbij het is gedetacheerd. § 6. Voor de personeelsleden die deeltijds zijn gedetacheerd, worden, voor de toepassing van artikel 15, zowel de plaats van detachering als het korps van oorsprong beschouwd als de gewone plaats van het werk. De verplaatsingen tussen die verschillende gewone plaatsen van het werk zijn dienstverplaatsingen die in aanmerking worden genomen voor de berekening van de arbeidsduur. Voor de in het eerste lid bedoelde personeelsleden is,

§ 1

, inzake het evaluatie-, verlof- en tuchtstatuut, de ter zake bevoegde overheid van het korps van oorsprong bevoegd doch rekening houdend met, naar gelang van het geval, de adviezen, behoeften en voorstellen van de terzake bevoegde overheid van de plaats van detachering. Voor de in het eerste lid bedoelde personeelsleden worden,

§ 1

, de in artikel 19 bedoelde toelagen en vergoedingen proportioneel verminderd in functie van de verhouding tussen de te presteren arbeidsduur in het korps van oorsprong en in de plaats van detachering. §

  1. Tenzij de bijzondere bepalingen die op hen van toepassing zijn anders bepalen, is de overheid bevoegd om te beslissen over de in dit artikel bepaalde detacheringen : 1° de Minister van Binnenlandse zaken of de door hem aangewezen overheid, wat de detachering van een personeelslid van de federale politie betreft;2° de burgemeester of het politiecollege, op advies van de korpschef, wat de detachering van een personeelslid van een korps van de lokale politie betreft. TITEL III. - Bepalingen betreffende de personeelsleden bedoeld in artikel 105 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus Art. 22.Voor de uitvoering van artikel 105, vierde lid, van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, bepaalt de directeur van de gedeconcentreerde gerechtelijke dienst voor de duur van de aanwijzing van de verbindingsambtenaar, zijn gewone plaats van het werk, zoals bedoeld in artikel XI.IV.13, 12°, RPPol. Hij wijst daartoe de plaats aan waar de betrokken verbindingsambtenaar het grootste deel van zijn werktijd doorbrengt. De vergoeding van de dienstverplaatsingen, zoals bedoeld in artikel XI.IV.13, 4°, RPPol, evenals de tegemoetkoming in de vervoerskosten, zoals bedoeld in artikel XI.V.1 RPPol, worden bepaald rekening houdend met de vastgestelde gewone plaats van het werk. Voor het overige blijft het betrokken personeelslid lid van de oorspronkelijke gerechtelijke dienst. TITEL IV. - Overgangsbepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Afdeling
  2. - Overgangsbepalingen die van toepassing zijn op alle gedetacheerden bedoeld in de titels I en II Art. 23.§ 1.

artikel XII.XI.79 RPPol, heeft de gedetacheerde die geopteerd heeft voor het behoud van zijn oorspronkelijke rechtspositieregeling, zoals bedoeld in artikel XII.I.1, 3°, RPPol, recht op de toelagen bedoeld in artikel 18, § 1, onder de voorwaarden vastgesteld in die bepalingen. Artikel 18, § 2, is daarentegen op hem slechts van toepassing in de mate dat de bepalingen van het RPPol die betrekking hebben op deze weddebijslagen, toelagen, vergoedingen, bezoldigingen of tegemoetkomingen, van toepassing zijn op het personeelslid dat voor het behoud van zijn oorspronkelijke rechtspositieregeling heeft geopteerd. §

  1. Het toekennen van de tweetaligheidstoelagen bedoeld in de artikelen XI.III.31 en XI.III.32 RPPol kan geenszins worden gecumuleerd met de tweetaligheidstoelage of de loontoeslag voor de kennis en het gebruik van twee landstalen toegekend bij toepassing van de oorspronkelijke rechtspositieregeling, indien het personeelslid, ondanks zijn detachering, één van die twee elementen blijft genieten. De betrokkene behoudt de toelage of de loontoeslag bedoeld in het eerste lid, indien hij van oordeel is dat die voordeliger is. Hij beslist daartoe binnen de dertig dagen na de datum waarop zijn detachering daadwerkelijk aanvangt. Die keuze is, eenmaal gemaakt, onherroepelijk. Indien binnen die termijn geen keuze wordt gemaakt, is artikel XI.III.31 of XI.III.32 RPPol van rechtswege op hem van toepassing. Art. 24.Onverminderd artikel 23, § 2, vervalt, indien het personeelslid voor het behoud van zijn oorspronkelijke rechtspositieregeling heeft geopteerd, het recht op al de toelagen en vergoedingen van functionele aard waarop het tijdens en wegens zijn detachering bij toepassing van deze oorspronkelijke rechtspositieregeling geen aanspraak meer kan maken. Het recht op die toelagen en vergoedingen vervalt vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de detachering aanvangt. Indien die datum samenvalt met de eerste van de maand, vervalt het recht onmiddellijk. Art. 25.Indien het personeelslid voor het behoud van het recht op maaltijdcheques heeft geopteerd, blijft het die genieten. In dat geval kan het evenwel geen aanspraak maken op de vergoeding bedoeld in artikel 18, § 1, 3°, noch op andere vergoedingen voor maaltijdkosten. Art. 26.§
  2. De eventuele rechten op de bijkomende toelage bedoeld in artikel XII.XI.21 RPPol en op de compenserende toelage bedoeld in artikel XII.XI.23 RPPol en toegekend bij toepassing van artikel XII.XI.24 RPPol, worden, gedurende de periode tijdens dewelke het personeelslid wordt gedetacheerd, geschorst, behalve indien het wordt gedetacheerd naar een dienst die deel uitmaakt van de algemene directie gerechtelijke politie van de federale politie. De rechten worden heropend bij de herneming van zijn betrekking zoals bedoeld in artikel 13, tweede lid, of bij de herplaatsing, indien die geschieden in een betrekking die recht geeft op deze toelagen of op één ervan. § 2.

§ 1

, blijft het personeelslid bedoeld in artikel XII.XI.24, 2°, RPPol de compenserende toelage bedoeld in artikel XII.XI.23 RPPol genieten volgens de voorwaarden bepaald in artikel XII.XI.24, 2°, RPPol. Art. 27.Voor de toepassing van artikel XII.XI.57 RPPol, worden de gedetacheerden, gedurende de duur van de detachering, beschouwd te beantwoorden aan de voorwaarden bepaald door het tweede en het derde lid van dat artikel. Afdeling

  1. - Overgangsbepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden bedoeld in titel I of II, die reeds gedetacheerd waren op de datum van de bekendmaking van dit besluit Art. 28.Voor de toepassing van artikel XII.XI.21, eerste lid, RPPol, op de gedetacheerde moeten de begrippen "gedetacheerd naar of ter beschikking is gesteld van een dienst die behoort tot de algemene directie gerechtelijke politie", in voorkomend geval, in die zin worden begrepen dat zij eveneens de toestand van een in uitvoering van artikel 96 van de wet gedetacheerde betreffen, wanneer deze reeds op 1 april 2001 naar de algemene directie gerechtelijke politie gedetacheerd was. Art. 29.De detacheringen van de leden van de lokale of gemeentepolitie die in uitvoering van artikel 96 van de wet of de in titel II bedoelde soortgelijke gevallen reeds plaatsvonden vóór de datum van de bekendmaking van dit besluit, worden geacht te beantwoorden aan de voorwaarden vastgesteld in titel I, hoofdstukken I tot III. Indien de termijn van de in artikel 96 van de wet bedoelde detachering niet uitdrukkelijk is bepaald, kan die na gezamenlijk akkoord tussen de partijen worden vastgesteld, zonder evenwel 31 december 2006 te kunnen overschrijden. In voorkomend geval kan hij éénmaal verlengd worden voor een maximumtermijn van, naar gelang van het geval, drie, vier of vijf jaar. HOOFDSTUK II. - Bepalingen betreffende de actuele personeelsleden van het operationeel kader die gedetacheerd waren naar het commissariaat-generaal van de gerechtelijke politie bij de parketten of naar de algemene politiesteundienst Art. 30.Met uitzondering van de actuele personeelsleden aangewezen voor de algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie, worden de in de artikelen XII.XI.6 en XII.XI.7, eerste lid, RPPol, bedoelde actuele personeelsleden van het operationeel kader van de vroegere gerechtelijke politie bij de parketten aangewezen voor de in die artikelen bedoelde diensten, waar sedert 1 januari 2001 hun ambt wordt uitgeoefend. Tot 31 december 2008 hebben de in het eerste lid bedoelde personeelsleden het recht om herplaatst te worden in hun oorspronkelijke administratieve standplaats zoals vastgesteld op uiterlijk 31 maart
  2. Die herplaatsing geschiedt, in voorkomend geval, in overtal. De artikelen VI.II.10, tweede lid, 3°, XI.IV.35, XI.IV.101 en deel XI, titel IV, hoofdstuk VII, afdeling 6, RPPol zijn niet van toepassing op de in dit artikel bedoelde ambtshalve aangewezen of herplaatste personeelsleden. TITEL V. - Wijzigingsbepalingen HOOFDSTUK I. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/01/2001 pub. 26/01/2001 numac 2001000075 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot instelling bij het departement van Binnenlandse Zaken van een Administratief-Technisch Secretariaat sluiten tot instelling bij het departement van binnenlandse zaken van een administratief en technisch secretariaat Art. 31.Artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 januari 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/01/2001 pub. 26/01/2001 numac 2001000075 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot instelling bij het departement van Binnenlandse Zaken van een Administratief-Technisch Secretariaat sluiten tot instelling bij het departement van Binnenlandse Zaken van een Administratief en Technisch Secretariaat, waarvan de huidige tekst de § 1 zal vormen, wordt aangevuld als volgt : "§
  3. Indien zij beantwoorden aan de toekenningsvoorwaarden gekoppeld aan de kennis van een andere taal, kunnen de leden van het Secretariaat eveneens aanspraak maken op de tweetaligheidstoelage bedoeld in artikel XI.III.31 of XI.III.4, 5°, RPPol, voor de kennis van een andere landstaal dan de hunne en, indien zij gedetacheerd werden vanuit de lokale politie, op de maaltijdvergoeding en de vergoeding voor trajectkosten waarop de leden van de lokale politie, gedetacheerd in uitvoering van artikel 96 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, aanspraak kunnen maken. ». Art. 32.In hetzelfde besluit wordt een artikel 7ter ingevoegd, luidend als volgt : "Art. 7ter.De wedde en de eventuele weddebijslagen, toelagen, vergoedingen en tegemoetkomingen, met inbegrip van de werkgeversbijdrage, van de gedetacheerden uit de lokale politie zijn ten laste van de Minister van Binnenlandse Zaken. De nadere regels van deze tenlasteneming zijn dezelfde als deze die van toepassing zijn op de leden van de lokale politie die gedetacheerd zijn in uitvoering van artikel 96 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus." HOOFDSTUK II. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 31/03/2001 numac 2001000327 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten sluiten tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten Art. 33.Artikel XI.III.29 wordt aangevuld als volgt : "§
  4. De in dit hoofdstuk bedoelde toelagen zijn verschuldigd in alle administratieve standen die recht geven op een volledige wedde of op een wedde zoals verschuldigd in het raam van het stelsel van de vrijwillige vierdagenweek bedoeld in artikel VIII.XVI.1, van de halftijdse vervroegde uittreding bedoeld in artikel VIII.XVIII.1 of van de deeltijdse loopbaanonderbreking bedoeld in artikel VIII.XV.1 of artikel VIII.XV.
  5. Onverminderd het eerste lid worden ze, wanneer de maandwedde niet volledig is verschuldigd, verminderd overeenkomstig dezelfde regels en in dezelfde mate als de wedde." HOOFDSTUK III. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juni 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/06/2002 pub. 13/06/2002 numac 2002009532 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende het statuut van de leden van het controleorgaan bedoeld in artikel 44/7 van de wet op het politieambt sluiten betreffende het statuut van de leden van het controleorgaan bedoeld in artikel 44/7 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt Art. 34.In artikel 24, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 juni 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/06/2002 pub. 13/06/2002 numac 2002009532 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende het statuut van de leden van het controleorgaan bedoeld in artikel 44/7 van de wet op het politieambt sluiten betreffende het statuut van de leden van het controleorgaan bedoeld in artikel 44/7 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt, worden de woorden "en 33bis " ingevoegd tussen de woorden "t.e.m.28" en "behouden". Art. 35.In hetzelfde besluit wordt een artikel 33bis ingevoegd, luidend als volgt : "Art. 33bis.De elementen van het statuut van het lid dat politieambtenaar is, die niet zijn geregeld bij onderhavig besluit, worden geregeld overeenkomstig artikel 21, § 1, van het koninklijk besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen. De financiering voor het personeelslid van de lokale politie wordt geregeld overeenkomstig artikel 20 van hetzelfde koninklijk besluit." TITEL VI. - Bepalingen tot uitvoering van artikel 96 bis van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus Art. 36.De wedde en alle eventuele weddebijslagen, toelagen, vergoedingen of tegemoetkomingen met inbegrip van de patronale bijdragen van de naar de communicatie- en informatiecentra gedetacheerde personeelsleden van de lokale politie, vallen als volgt ten laste van de federale politie : 1° de wedde en de weddebijslagen, toelagen, vergoedingen en andere tegemoetkomingen, die samen met de wedde uitbetaald worden, vallen ten haren laste vanaf de eerste dag van de maand waarin de detachering aanvangt.Die tenlasteneming eindigt op de eerste dag van de maand waarin de detachering eindigt; 2° de toelagen, vergoedingen en andere tegemoetkomingen die afzonderlijk uitbetaald of toegekend worden, vallen ten haren laste vanaf de dag waarop de detachering aanvangt, voorzover die betrekking hebben op prestaties geleverd tijdens de detacheringsperiode;3° het vakantiegeld en de eindejaarstoelage vallen ten haren laste voor het deel van de referentieperiodes bedoeld in de desbetreffende reglementeringen, tijdens hetwelk het personeelslid daadwerkelijk was gedetacheerd bij het communicatie- en informatiecentrum. Voor de toepassing van het eerste lid en voor de gehele periode van detachering, betaalt de zone waartoe de gedetacheerde behoort, als werkgever, eerst de verschuldigde bedragen, en vraagt nadien, trimestrieel, de terugbetaling aan de federale politie. TITEL VII. - Slotbepalingen Art. 37.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van : 1° de artikelen 30 en 32 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2001;2° artikel 28 dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2001;3° artikel 33 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2003;4° artikel 36 dat uitwerking heeft met ingang van 1 april
  6. Art. 38.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie en Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Nice, 26 maart
  7. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL Annexe 2 à l'arrêté royal du 26 mars 2005 Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 26 maart 2005 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

(1)en Duits in de provincie Luik Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 26 maart 2005 tot regeling van de structurele detacheringen van personeelsleden van de politiediensten en van soortgelijke toestanden en tot invoering van verschillende maatregelen. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.