bezitstelling van op rekening geboekte financiële instrumenten kan inzonderheid geschieden door de creditering van die instrumenten op een speciale rekening geopend op naam van de zekerheidsverschaffer of van de begunstigde van de zekerheid of van een derde pandhouder. Het feit dat de als zekerheid verschafte activa in de boeken van een bemiddelaar worden ingeschreven, belet die bemiddelaar niet om, met betrekking tot die activa, te handelen als een partij. § 2. Deze wet is ook van toepassing op nettingovereenkomsten. Art. 5.De zakelijke-zekerheidsovereenkomsten die worden gesloten door een vertegenwoordiger van begunstigden van zakelijke zekerheden, die in eigen naam, maar voor rekening van die begunstigden optreedt, worden beschouwd als geldig en tegenstelbaar aan derden, inclusief aan de betrokken vertegenwoordiger, in zoverre de identiteit van de begunstigden van zakelijke zekerheden kan worden vastgesteld aan de hand van die overeenkomsten. De identiteit van die begunstigden van zakelijke zekerheden kan veranderen in de tijd, zonder dat dit de zakelijke zekerheid, inzonderheid de geldigheid, de tegenstelbaarheid en de rang ervan, aantast. De vertegenwoordiger geniet alle rechten en prerogatieven die normaliter toekomen aan de begunstigden voor wier rekening hij optreedt. HOOFDSTUK IV. - Bewijs Art. 6.Het sluiten van
artikel 4 bedoelde zakelijke-zekerheidsovereenkomsten moet schriftelijk worden bewezen, inclusief op elektronische wijze en op elke andere duurzame drager, of via alle rechtsmiddelen die in commerciële aangelegenheden zijn toegestaan. Dit geldt eveneens voor de identificatie van de activa waarop de zakelijke-zekerheidsovereenkomst betrekking heeft en, wat de financiële instrumenten betreft, voor hun verschaffing. HOOFDSTUK V. - Pand Afdeling I. - Voorwaarden voor de geldigheid en de tegenstelbaarheid van het pand Art. 7.§
pand gegeven financiële instrumenten toe te eigenen, niettegenstaande een insolventieprocedure, het beslag of enig ander geval van samenloop tussen de schuldeisers van de schuldenaar of van de derde pandgever. Het bedrag dat voortvloeit uit de waardering van de als zekerheid verschafte financiële instrumenten wordt, overeenkomstig artikel 1254 van het Burgerlijk Wetboek, toegerekend op de schuldvordering in hoofdsom, interesten en kosten, van de pandhoudende schuldeiser. Het eventuele saldo komt toe aan de pandgevende schuldenaar of, naargelang van het geval, de derde pandgever. §
pand gegeven contanten, overeenkomstig artikel 1254 van het Burgerlijk Wetboek en met naleving van de door de partijen vastgestelde regels voor de waardering en de opeisbaarheid van die contanten, toe te rekenen op zijn schuldvordering in hoofdsom, interesten en kosten. Het eventuele saldo komt toe aan de pandgevende schuldenaar of, naargelang van het geval, de derde pandgever. § 2. Paragraaf 1 doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de hoven en rechtbanken om achteraf de voorwaarden te controleren voor de waardering van
pand gegeven contanten of van het bedrag van de gewaarborgde schuldvordering. Art. 10.§ 1. Behoudens andersluidende overeenkomst, heeft het voorrecht van de pandhoudende schuldeiser voorrang op het wettelijk voorrecht van de gekwalificeerde tussenpersonen en de verrekenings- en vereffeningsinstellingen als bedoeld in artikel 31 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, als die tussenpersonen of die instellingen ermee hebben ingestemd om dat pand op de financiële instrumenten waarop het wettelijk voorrecht betrekking heeft, te crediteren op een speciale rekening in hun boeken in de zin van artikel 4, § 1, of als zij
pandgeving van contanten hebben erkend conform artikel 2075, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. § 2. Paragraaf 1 is ook van toepassing op het wettelijk voorrecht als bedoeld in artikel 7 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België. Afdeling III. - Recht om
pand gegeven financiële instrumenten te gebruiken Art. 11.§ 1. Voorzover de partijen daarover overeenstemming hebben bereikt, mag de pandhoudende schuldeiser
pand gegeven financiële instrumenten op om het even welke manier gebruiken, alsof hij er eigenaar van is, op voorwaarde dat hij die financiële instrumenten uiterlijk op de datum van opeisbaarheid van de gewaarborgde schuld, vervangt door financiële instrumenten die gelijkwaardig zijn aan de oorspronkelijk in pand gegeven financiële instrumenten. Het in het vorige lid bedoelde gebruik tast de rechten van de pandhoudende schuldeiser op het pand niet aan. § 2. Uiterlijk op de datum van opeisbaarheid van de gewaarborgde schuld vervangt de pandhoudende schuldeiser de oorspronkelijk in pand gegeven financiële instrumenten door gelijkwaardige financiële instrumenten of, voor zover de partijen daarover overeenstemming hebben bereikt, rekent hij de waarde van die financiële instrumenten toe op de schuldvordering in hoofdsom, interesten en kosten, van de pandhoudende schuldeiser met naleving van de overeengekomen regels met betrekking tot de waardering van
pand gegeven financiële instrumenten en van de gewaarborgde schuld. Het eventuele saldo komt toe aan de pandgevende schuldenaar of, naargelang van het geval, de derde pandgever. Op de aldus vervangen financiële instrumenten is dezelfde regeling van toepassing als op de oorspronkelijk in pand gegeven financiële instrumenten, zonder dat zij als een nieuwe zekerheid kunnen worden beschouwd. § 3. Als de pandhoudende schuldeiser zijn verplichting niet nakomt om de oorspronkelijk in pand gegeven financiële instrumenten op de datum van opeisbaarheid van de gewaarborgde schuldvordering te vervangen door gelijkwaardige financiële instrumenten, mag de schuldenaar, overeenkomstig artikel 1254 van het Burgerlijk Wetboek, de waarde van de oorspronkelijk in pand gegeven financiële instrumenten toerekenen op de schuldvordering in hoofdsom, interesten en kosten, van de pandhoudende schuldeiser, met naleving van de overeengekomen regels voor de waardering van
pand gegeven financiële instrumenten en van de gewaarborgde schuld. Bij gebrek aan dergelijke regels worden
pand gegeven financiële instrumenten gewaardeerd onder verwijzing naar hun waarde op de datum van opeisbaarheid van de gewaarborgde schuld. §
bedoelde eigendomsoverdrachten zijn geldig en aan derden tegenstelbaar, inclusief de prerogatieven die uit de eigendom voortvloeien en die inzonderheid de vervreemding van de activa waarop die overdrachten betrekking hebben, of de saldering van de desbetreffende schuldvorderingen mogelijk maken, niettegenstaande een insolventieprocedure, het beslag of enig ander geval van samenloop tussen de schuldeisers van één van de partijen bij deze overeenkomsten. §
het eerste lid bedoelde voorwaarden, tegen een lagere prijs geschiedt dan de voor de terugkoop op termijn overeengekomen prijs, komt het eventuele saldo toe aan de verkoper op termijn, na aftrek van de kosten en interesten die desgevallend aan de koper op termijn verschuldigd zijn. De uitoefening van de rechten die deze paragraaf toekent aan de koper op termijn, wordt noch geschorst door een insolventieprocedure in hoofde van zijn tegenpartij, noch door een beslag dat wordt gelegd op één van zijn vermogensbestanddelen, noch door enig ander geval van samenloop dat plaatsvindt tussen zijn schuldeisers. HOOFDSTUK VIII. - Nettingovereenkomsten Art. 14.De netting-overeenkomsten alsook de ontbindende bedingen en voorwaarden of de bedingen en voorwaarden met betrekking tot de vroegtijdige beëindiging die zijn vastgelegd om de schuldvernieuwing of -vergelijking mogelijk te maken, kunnen, zonder voorafgaande ingebrekestelling of gerechtelijke beslissing, niettegenstaande elke overdracht van de rechten waarop zij betrekking hebben, in het geval van de opening van een insolventieprocedure of in het geval van het beslag of enig ander geval van samenloop, aan de schuldeisers worden tegengesteld als de schuldvordering en de schuld waarop de schuldvernieuwing of -vergelijking moet worden toegepast, bestaan op het ogenblik waarop
solventieprocedure, het beslag of een geval van samenloop plaatsvindt, ongeacht de datum van hun opeisbaarheid, hun doel of de valuta waarin zij zijn uitgedrukt. HOOFDSTUK IX. - Insolventie Art. 15.§ 1. De zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en de nettingovereenkomsten zjn geldig en aan derden tegenstelbaar en zij kunnen dus rechtsgevolg hebben, inclusief in het geval van een insolventieprocedure, het beslag of enig ander geval van samenloop, als die overeenkomsten zijn gesloten vóór het tijdstip waarop
solventieprocedure wordt geopend of vóór het be slag of de samenloop plaatsvindt, of, wanneer die overeenkomsten nà dat moment zijn gesloten, als de tegenpartij kan aantonen dat hij, op het ogenblik waarop de betrokken overeenkomst werd gesloten, in de gewettigde onwetendheid verkeerde over de opening of het eerder plaatsvinden van die procedure of die samenloop. § 2. Paragraaf 1 is ook van toepassing op de betalingen, transacties en handelingen die worden verricht ter uitvoering van
die paragraaf bedoelde overeenkomsten, en op
de artikelen 7, § 2, 12, § 1, tweede lid, 13, § 1, tweede en derde lid, en 16 bedoelde marge-opvragingen of vervangingen. Het eerste lid vindt toepassing onverminderd artikel 17, 3°, van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten. voor de gevallen waarin een zekerheid voor het eerst wordt overeengekomen om een eerder aangegane schuld te waarborgen. Art. 16.§
bedoelde aangelegenheden zijn : 1° de juridische aard en de vermogensrechtelijke gevolgen van de zekerheid;2° de eventuele vereisten met betrekking tot het vervullen van de nodige formaliteiten om een dergelijke zekerheid tegenstelbaar te maken aan derden;3° de samenloop tussen concurrerende rechten of de vraag of een verkrijging te goeder trouw heeft plaatsgevonden;4° de eventuele voorwaarden voor de realisatie van de zekerheid. §
geschreven effecten van dezelfde categorie. § 2. De volgende instellingen zijn erkend om rekeningen bij te houden en kunnen bijgevolg in België gedematerialiseerde effecten bijhouden voor derden : 1° de rechtspersonen opgericht naar Belgisch recht, die daartoe door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen vergund zijn;2°
België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen of beleggingsondernemingen opgericht naar het recht van een lid-Staat van de Europese Economische Ruimte, die in hun land van herkomst ertoe gemachtigd zijn effecten bij te houden voor rekening van derden;3°
België gevestigde bijkantoren van rechtspersonen opgericht naar het recht van een buitenlandse Staat die daartoe door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen vergund zijn;4° de Nationale Bank van België.» Art. 19.Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 4.§ 1. De Nationale Bank van België is de vereffeningsinstelling belast met het aanhouden van
deze wet bedoelde gedematerialiseerde effecten en met de vereffening van transacties in deze effecten. § 2. De Koning kan bijzondere regels vaststellen voor : 1° het aanhouden op rekening, door
stellingen die rekeningen bijhouden, van in vreemde valuta's of in rekeneenheden uitgedrukte gedematerialiseerde effecten;2° het aanhouden op rekening, die gelden voor
stelling die rekeningen bijhoudt in verband met het beheer van een internationaal vereffeningssysteem, en die betrekking hebben op het bijhouden op rekening van effecten bij een andere gelijkaardige instelling, ten einde de overdracht van effecten tussen die vereffeningssystemen te vergemakkelijken. § 3. De vereffeningsinstellingen zijn gemachtigd om effecten op rekening van hun deelnemers te boeken op grond van een onherroepelijke en onvoorwaardelijke verbintenis van de Nationale Bank van België dat zij die effecten dezelfde dag in haar vereffeningssysteem zal inschrijven op een rekening op naam van
stelling of, in voorkomend geval, op naam van
termediair van
stelling bij het vereffeningssysteem van de Bank. » Art. 20.In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt opgeheven;2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « De pandgever wordt geacht eigenaar te zijn van
pand gegeven gedematerialiseerde effecten.De geldigheid van het pand wordt door de afwezigheid van eigendomsrecht van de pandgever op
pand gegeven effecten niet aangetast, onverminderd de aansprakelijkheid van de pandgever ten overstaan van de werkelijke eigenaar van
pand gegeven effecten. Indien de pandgever de pandhoudende schuldeiser voorafgaandelijk en schriftelijk heeft verwittigd dat hij niet de eigenaar is van
pand gegeven effecten, dan is de geldigheid van het pand onderworpen aan de machtiging van de eigenaar voor
pandgeving van deze effecten. » Art. 21.In artikel 11, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "onlichamelijke zakelijke rechten" vervangen door de woorden "rechten van mede-eigendom bedoeld in artikel 3, eerste lid,". Art. 22.Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 13.§ 1. De Commissie voor het Bank-Financie- en Assurantiewezen is belast met het toezicht op de naleving van de regels en verplichtingen bepaald in dit hoofdstuk en in de uitvoeringsbesluiten ervan door
artikel 3, § 2, 1° tot 3°, bedoelde instellingen. § 2. Voor de uitoefening van het in § 1 bedoelde toezicht, voor het opleggen van bestuursrechtelijke sancties en voor het treffen van andere maatregelen ten overstaan van
artikel 3, § 2, 1° tot 3°, bedoelde instellingen, maakt de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen : 1° ten aanzien van
artikel 3, § 2, 1° tot 3°, bedoelde kredietinstellingen, gebruik van de bevoegdheden die haar worden toegekend door de wet van 22.maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen; 2° ten aanzien van beleggingsondernemingen en van de andere in artikel 3, § 2, 1° tot 3°, bedoelde instellingen, gebruik van de bevoegdheden die haar werden toegekend door de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten0 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en
uitvoering ervan getroffen besluiten en reglementen. De daarmee overeenstemmende bepalingen die de niet-naleving van voornoemde bepalingen bestraffen zijn van toepassing. §
stellingen waarvan het bedrijf bestaat uit het gehele of gedeeltelijke operationele beheer van diensten verstrekt door dergelijke vereffeninginstellingen. » Art. 24.Paragrafen 2 en 3 van artikel 157 van dezelfde wet worden respectievelijk § 1 en § 2 van dat artikel. Art. 25.Artikel 46, 7°, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten0 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs wordt aangevuld met het volgende lid : « voor de toepassing van artikel 95 worden met een financiële instelling gelijkgesteld : de vereffeninginstellingen bedoeld in artikel 2, 17°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, en
stellingen waarvan het bedrijf bestaat uit het gehele of gedeeltelijke operationele beheer van diensten verstrekt door dergelijke vereffeninginstellingen. » Art. 26.Artikel 468 van het Wetboek van vennootschappen wordt aangevuld met het volgende lid : « De boeking op rekening van effecten vestigt een onlichamelijk recht van mede-eigendom op de universaliteit van effecten van dezelfde categorie die op naam van de vereffeningsinstelling zijn ingeschreven in het register van effecten op naam bedoeld in het vierde lid. » Art. 27.In artikel 470 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt opgeheven;2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « De pandgever wordt geacht eigenaar te zijn van
pand gegeven gedematerialiseerde effecten.De geldigheid van het pand wordt door de afwezigheid van eigendomsrecht van de pandgever op
pand gegeven gedematerialiseerde effecten niet aangetast, onverminderd de aansprakelijkheid van de pandgever ten overstaan van de werkelijke eigenaar van
pand gegeven gedematerialiseerde effecten. Indien de pandgever de pandhoudende schuldeiser voorafgaandelijk en schriftelijk heeft verwittigd dat hij niet de eigenaar is van
pand gegeven gedematerialiseerde effecten, dan is de geldigheid van het pand onderworpen aan de machtiging van de eigenaar voor
pandgeving van deze effecten. » Art. 28.In artikel 471, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "onlichamelijke zakelijke rechten" vervangen door de woorden "rechten van mede-eigendom bedoeld in artikel 468, vijfde lid,". Art. 29.Artikel 23 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten wordt aangevuld met de volgende paragraaf : « § 7. Voor de toepassing van de §§ 2 tot 6 en de afdelingen 8 en 9 van dit hoofdstuk worden gelijkgesteld met vereffeningsinstellingen :
België gevestigde instellingen waarvan het bedrijf bestaat uit het gehele of gedeeltelijke operationele beheer van in § 1. bedoelde diensten van vereffeningsinstellingen, ook wanneer deze laatste in België gevestigde kredietinstellingen zijn. De Koning duidt, op advies van de NBB en de CBFA,
stellingen aan die in het toepassingsgebied vallen van dit lid.
het eerste lid bedoelde instellingen dienen een vergunning van de CBFA te verkrijgen. Op advies van de NBB en de CBFA regelt de Koning inzonderheid, zowel op geconsolideerde als niet-geconsolideerde basis, de voorwaarden en de procedure voor de vergunning en handhaving van de vergunning van deze instellingen door de CBFA, met inbegrip van de voorwaarden waaraan de personen die de effectieve leiding waarnemen en de personen die een belangrijke deelneming hebben, moeten voldoen. Op advies van de NBB en de CBFA kan de Koning, met naleving van
ternationale verplichtingen van België,
het eerste en tweede lid opgenomen regeling geheel of gedeeltelijk toepassen op in het buitenland gevestigde instellingen waarvan het bedrijf bestaat uit het gehele of gedeeltelijke operationele beheer van diensten van in België gevestigde vereffeningsinstellingen bedoeld in § 1, ook wanneer deze laatste in België gevestigde kredietinstellingen zijn. » Art. 30.In artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In § 1 worden de woorden "van dezelfde rang als dat van de pandhoudende schuldeiser," ingevoegd tussen de woorden "voorrecht" en "op";2° In § 5 worden de woorden "Het plaatsen van financiële instrumenten door een financiële tussenpersoon op een rekening bij een instelling bedoeld in § 2 met voor gevolg dat deze instrumenten aan het voorrecht van deze instelling worden onderworpen, vereist de schriftelijke toestemming van de cliënt van de financiële tussenpersoon, op straffe van inbreuk op artikel 148, § 3, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten0" vervangen door de woorden "Het plaatsen van financiële instrumenten door een financiële tussenpersoon op een rekening bij een gekwalificeerde tussenpersoon of bij een instelling als bedoeld in § 1 of in § 2 met als gevolg dat deze instrumenten aan het voorrecht van deze tussenpersoon of deze instelling worden onderworpen, vereist de schriftelijke toestemming van de cliënt van de financiële tussenpersoon, op straffe van inbreuk op artikel 148, § 3, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten0". Art. 31.Artikel 122 van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « 20° door de aanvrager van een vergunning en door de vergunde instelling tegen de beslissingen van de CBFA om de vergunning te weigeren, te schorsen of te herroepen krachtens de artikelen 3, 12 en 13 van de wet van 2 januari 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetaire beleidsinstrumentarium en van
uitvoering ervan getroffen besluiten. Het beroep schorst de beslissing tenzij de CBFA, om zwaarwichtige redenen, haar beslissing uitvoerbaar zou hebben verklaard niettegenstaande hoger beroep. » HOOFDSTUK XII. - Fiscale bepalingen Afdeling I. - Wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen Art. 32.De artikelen 52 tot 54 van de wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten tot wijziging van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten0 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen, worden ingetrokken. Afdeling II. - Wetboek van
komstenbelastingen 1992 Art. 33.In artikel 2 van het Wetboek van
komstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg type wet prom. 10/08/2001 pub. 29/11/2002 numac 2002015034 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Slovenië tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Ljubljana op 22 juni 1998
artikel 3, 3°, van de wet van [...] betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten vermelde pandovereenkomsten en overeenkomsten die leiden tot eigendomsoverdracht ten titel van zekerheid, inclusief cessie-retrocessieovereenkomsten ("repo's"); b) binnen het kader van
a bedoelde overeenkomsten, de marge-opvragingen bedoeld in artikel 3, 9°, van de wet van [...] betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, en de substituties, in de loop van de overeenkomst, van de oorspronkelijk als zekerheid gegeven activa door nieuwe financiële instrumenten; c) de soortgelijke overeenkomsten als bedoeld in a en b die, krachtens de bepalingen naar buitenlands recht, leiden of, terzake van de overeenkomsten van pandgeving, kunnen leiden tot een eigendomsoverdracht.»; 2° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2.Voor de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, van de bijzondere wettelijke bepalingen op het stuk van
komstenbelastingen en van de tot uitvoering ervan genomen besluiten in hun hoofde, worden de overdrager, de pandgever en de leninggever die handelen in het kader van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van een lening met betrekking tot financiële instrumenten geacht eigenaar te blijven van de betrokken financiële instrumenten gedurende de hele looptijd van het contract. In afwijking van het eerste lid, worden
komsten van kapitalen en roerende waarden uit financiële instrumenten die zijn overgedragen, in pand zijn gegeven of zijn uitgeleend in het kader van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van een lening niet geacht te zijn ontvangen door de overdrager, de pandgever of de leninggever. » Art. 34.In artikel 18, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992 en 20 maart 1996, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, en bij de wetten van 22 december 1998, 10 maart 1999 en 24. december 2002, wordt het 3° opgeheven. Art. 35.In artikel 19 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 22 juli 1993, 20 maart 1996 en 10 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, 1°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 1° interest, premies en alle andere opbrengsten van leningen, daaronder begrepen zakelijke-zekerheidsovereenkomsten met betrekking tot financiële instrumenten, van gelddeposito's en van elke andere schuldvordering;»; 2° § 2 wordt aangevuld met een derde lid, luidende : « In afwijking van het vorige lid, is het totaal bedrag van
het eerste lid bedoelde inkomsten van financiële instrumenten die het voorwerp uitmaken van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van een lening, dat, tijdens de looptijd van die overeenkomst, is betaald of toegekend op de vastgestelde vervaldag, belastbaar ten name van de cessionaris, van de pandnemer of van de leningnemer.»; 3° in § 3, worden de woorden ", niet zijnde zakelijke-zekerheidsovereenkomsten met betrekking tot financiële instrumenten," ingevoegd tussen de woorden "uit verrichtingen" en de woorden "tot afstand". Art. 36.In Titel II, hoofdstuk II, Afdeling IV, van hetzelfde Wetboek, wordt de onderafdeling I aangevuld met een punt J met als titel "Diverse inkomsten met beroepskarakter" dat een artikel 37bis omvat, luidende : « Art. 37bis.Onverminderd de toepassing van de roerende voorheffing, worden vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betreffende financiële instrumenten die het voorwerp uitmaken van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van een lening, aangemerkt als beroepsinkomsten wanneer de financiële instrumenten die het voorwerp zijn van de overeenkomst worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van die inkomsten. De netto-inkomsten van deze vergoedingen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 98, tweede lid. » Art. 37.In artikel 45 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1998, 10 maart 1999 en
artikel 90, 11°, bedoelde vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot, naargelang de toepasbare aanslagvoet op
komsten van roerende goederen en kapitalen en op
artikel 90, 6°, bedoelde loten, waarop die vergoedingen betrekking hebben; ». Art. 42.In artikel 192, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 december 1992, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wetten van 22 december 1998 en 10 maart 1999, vervallen de woorden "en § 2, eerste lid". Art. 43.In artikel 198, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 22 juli 1993, 27 december 1993, 6 juli 1994 en 20 december 1995, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wetten van 22 december 1998, 10 maart 1999, 4 mei 1999, 22. mei 2001 en 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met een 13°, luidende : « 13° de vergoedingen voor ontbrekende coupon betaald of toegekend in uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten of leningen met betrekking tot aandelen, tot een bedrag gelijk aan het verschil tussen enerzijds het totale bruto dividend betaald of toegekend voor de aandelen waar deze vergoedingen voor ontbrekend coupon betrekking op hebben en anderzijds het totale bruto bedrag als dividend ofwel daadwerkelijk verkregen ofwel met betrekking waartoe een vergoeding voor ontbrekend coupon werd verkregen met betrekking tot deze aandelen.»; 2° het derde lid wordt opgeheven. Art. 44.In artikel 202, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en gewijzigd bij de wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten en bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000, 13 juli 2001 en 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het zesde lid wordt vervangen als volgt : «
artikel 2, § 2, bedoelde fictie van niet overdracht van eigendom, is niet van toepassing voor de vaststelling of aan
het eerste lid, 1°, bedoelde voorwaarde is voldaan.» ; 2° De paragraaf wordt aangevuld met het volgende lid : «
, eerste lid, 1° en 2°, bedoelde inkomsten verkregen uit hoofde van aandelen die verworven zijn krachtens een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten zijn bovendien niet aftrekbaar.» Art. 45.In artikel 203 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992, 21 december
komsten van dezelfde aard ten laste van een leningnemer, een cessionaris of een pandnemer die een in artikel 227 bedoelde niet-inwoner is wanneer zij in België worden verkregen.» Art. 50.In artikel 230 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992 en 6 augustus 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het 1° worden de woorden "zomede
artikel 228, § 2, 9°, j, bedoelde diverse inkomsten andere dan degene die betrekking hebben op inkomsten van aandelen," ingevoegd tussen de woorden "niet zijnde dividenden," en de woorden "waarvan de schuldenaar een rijksinwoner is,";2° het 2° wordt vervangen als volgt : « 2°
komsten van buitenlandse financiële instrumenten die werden gedeponeerd in België en
komsten verkregen in uitvoering van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot die financiële instrumenten, wanneer die bewaargevingen en die transacties voldoen aan de vormvoorwaarden bepaald door de Minister van Financiën en voorzover de bewaargever die financiële instrumenten niet voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid in België gebruikt;»; 3° een 2° bis wordt ingevoegd, luidende : « 2°bis
komsten van buitenlandse financiële instrumenten en
komsten van buitenlandse oorsprong verkregen in uitvoering van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten en voorzover die financiële instrumenten niet voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid in België worden gebruikt en
komsten worden betaald door tussenkomst van een in België gevestigde financiële tussenpersoon als bedoeld in artikel 2 van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten1 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, onder de door de Minister van Financiën bepaalde vormvoorwaarden;»; 4° in het 5° worden de woorden "a tot i," ingevoegd tussen de woorden "artikel 228, § 2, 9°," en de woorden "verkregen door". Art. 51.Artikel 234, 5°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten, wordt opgeheven. Art. 52.Artikel 240, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wet van 4 mei 1999, wordt opgeheven. Art. 53.In artikel 247, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten, vervallen de woorden "en 5°" en worden de woorden ", toelagen en vergoedingen" vervangen door de woorden "en toelagen". Art. 54.In artikel 261 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 4 april 1995, 22 december 1998 en 17. mei 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid, 1°, wordt vervangen als volgt : « 1° door rijksinwoners, binnenlandse vennootschappen, verenigingen, instellingen, inrichtingen en lichamen, en aan de rechtspersonenbelasting onderworpen rechtspersonen die inkomsten van roerende goederen en kapitalen en inkomsten als bedoeld in artikel 90, 6° of 11°, verschuldigd zijn, zomede door aan de belasting van niet-inwoners onderworpen belastingplichtigen die in België een inrichting hebben, op de resultaten waarvan inkomsten als bedoeld in artikel 17, § 1, 2° tot 4°, en inkomsten als bedoeld in artikel 90, 6° en 11°, worden aangerekend;»; 2° het eerste lid wordt aangevuld met een 4°, luidende : « 4° door
België gevestigde tussenpersonen die rechtstreeks aan de werkelijke verkrijger inkomsten als bedoeld in artikel 90, 11°, van buitenlandse oorsprong betalen.» ; 3° het artikel wordt aangevuld met een derde lid, luidende : « Met betrekking tot
terest van leningen van financiële instrumenten en
artikel 90, 11°, bedoelde inkomsten die worden betaald in uitvoering van een lening betreffende financiële instrumenten, gesloten en integraal vereffend door tussenkomst van een erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten, is, in afwijking van het eerste lid, de schuldenaar van de roerende voorheffing welke deze voorheffing op de belastbare inkomsten moet inhouden niettegenstaande elke andersluidende overeenkomst, de beheerder van het erkend gecentraliseerd systeem.Onder "erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten" wordt verstaan een systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten dat tot doel heeft in laatste instantie de afwikkeling van orders tot overdracht van effecten te vergemakkelijken en dat geïntegreerd is in een vereffeningssysteem voor effecten zoals bedoeld in artikel 2, § 1, b, van de wet van 28. april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/1999 pub. 01/06/1999 numac 1999003307 bron ministerie van financien Wet houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen sluiten houdende omzetting van de richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitief karakter van de afwikkeling van de betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen, of in een systeem van een andere Staat waarvan de wetgeving minstens in gelijkwaardige werkingsvoorwaarden voorziet, erkend door de minister van Financiën of zijn gedelegeerde. De Koning bepaalt de erkenningsvoorwaarden waaraan het systeem moet voldoen en de periode tijdens dewelke de erkenning kan worden verleend. » Art. 55.In artikel 262 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 22 juli 1993, 30 januari 1996, 20 maart 1996, 16 april 1997 en 22 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in 1°, worden de woorden "diverse inkomsten vermeld in artikel 90, 6°," vervangen door de woorden "in artikel 90, 6° en 11°, bedoelde inkomsten,";2° in 4°, worden de woorden "en loten van effecten van leningen" vervangen door de woorden ", loten van effecten van leningen en
artikel 90, 11°, bedoelde inkomsten,". Art. 56.In artikel 263, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 4 april 1995, worden de woorden "op
artikel 90, 11°, bedoelde inkomsten van buitenlandse oorsprong," ingevoegd tussen de woorden "gelddeposito's in het buitenland," en de woorden "alsook op in artikel 267, vierde lid, vermelde inkomsten." Art. 57.Artikel 265 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 12 december 1996, wordt aangevuld als volgt : « De roerende voorheffing is evenmin verschuldigd door
België gevestigde tussenpersonen die in artikel 90, 11°, bedoelde vergoedingen, van buitenlandse oorsprong betalen, wanneer deze tussenpersonen dergelijke vergoedingen betalen in het onmiddellijke voordeel van een binnenlandse vennootschap of een belastingplichtige onderworpen aan de belasting der niet-inwoners overeenkomstig artikel
artikel 90, 11°, bedoelde vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot, naargelang de toepasbare aanslagvoet op
komsten van roerende goederen en kapitalen en op
artikel 90, 6° bedoelde loten, waarop die vergoedingen betrekking hebben. » Art. 59.Artikel 280 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 6 juli 1994 en 4 juli 2004, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : « Bovendien wordt, voor de toepassing van het tweede lid ten name van de verkrijger van inkomsten van roerende goederen en kapitalen waarvan hij de eigendom heeft verkregen krachtens een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten, de roerende voorheffing verrekend ten belope van het bedrag van de voorheffing dat verhoudingsgewijze betrekking heeft op de totale periode bestaande uit de periode bepaald overeenkomstig het vermelde lid en die tijdens dewelke de leninggever, de overdrager of de pandgever de volle eigendom heeft gehad van die financiële instrumenten. » Art. 60.In artikel 281 van hetzelfde Wetboek, aangevuld bij de wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten, wordt het tweede lid opgeheven. Art. 61.In hetzelfde Wetboek wordt artikel 283, opgeheven bij de wet van 30 januari 1996, opnieuw opgenomen in de volgende lezing : « Artikel 283.Behalve indien de lening wordt gesloten door tussenkomst van een erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten bedoeld in artikel 261, derde lid, wordt geen enkele roerende voorheffing verrekend uit hoofde van inkomsten uit aandelen van Belgische vennootschappen waarvan de verkrijger de eigendom heeft verkregen naar aanleiding van een lening met betrekking tot financiële instrumenten wanneer de leninggever van deze financiële instrumenten een inwoner is van een Staat waarmee België een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting heeft gesloten en deze financiële instrumenten niet heeft gebruikt voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid in België. In afwijking van het vorige lid en onverminderd
de artikelen 281 en 282 bedoelde bepalingen, wordt in hoofde van de leningnemer, wanneer deze aantoont dat de leninggever van de aandelen zonder lening zou kunnen hebben genieten van een verzaking aan
ning van de roerende voorheffing of van een vermindering van de roerende voorheffing als bedoeld in een overeenkomst die België ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten met betrekking tot dividenden toegekend of betaalbaar gesteld voor die aandelen, de roerende voorheffing verrekend ten belope van het verschil tussen de werkelijk op de dividenden ingehouden roerende voorheffing en het bedrag van de roerende voorheffing dat definitief zou verschuldigd zijn geweest door de leninggever indien deze laatste zelf de dividenden had ontvangen. » Art. 62.Artikel 289 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 6 juni 1994 en 10 augustus 2001, wordt aangevuld als volgt : « Het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting wordt niet verrekend terzake van interesten opgebracht door financiële instrumenten, welke in België zijn ge bruikt voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van
komsten wanneer hij deze financiële instrumenten bezit in zijn hoedanigheid van leningnemer in het kader van een lening met betrekking tot financiële instrumenten. » Art. 63.In artikel 313, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 6 juli 1994, 16. april 1997, 22 december 1998 en 26 maart 1999, worden de woorden ", noch de vergoedingen vermeld in artikel 90, 11°," ingevoegd tussen de woorden "noch
artikel 90, 6°, vermelde loten" en de woorden "te vermelden". Art. 64.Artikel 362bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juli 1994, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Ten name van belastingplichtigen die kapitalen, niet zijnde aandelen, gebruiken voor het uitoefenen van hun beroepswerkzaamheid worden de op een bepaald belastbaar tijdperk betrekking hebbende verlopen interestgedeelten van die kapitalen of het gedeelte van de vergoedingen voor ontbrekende coupon dat betrekking heeft op de verlopen interesten van die kapitalen krachtens een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening, beschouwd als een inkomen van dat tijdperk, zelfs wanneer
teresten of de vergoedingen gedurende een later tijdperk worden geïnd of verkregen. In afwijking van het vorige lid, wordt, ten name van de cessionarissen, pandnemers of leningnemers bedoeld in artikel 19, § 2, derde lid, het totale bedrag van
terest die werd geïnd of verkregen gedurende een bepaald belastbaar tijdperk in het kader van hun beroepswerkzaamheid, beschouwd als een inkomen van dat belastbaar tijdperk. » Art. 65.In hetzelfde Wetboek wordt artikel 394bis, opgeheven door de wet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten, opnieuw opgenomen in de volgende lezing : « Artikel 394 bis. Artikel 2, § 2, eerste lid, is niet van toepassing op de bepalingen die betrekking hebben op
vordering van de belasting. » Afdeling III. - Wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten Art. 66.In artikel 143, § 1, van de wet van 4 december 1990. op de financiële transacties en de financiële markten, gewijzigd door de wetten van 5 augustus 1992, 28 december 1992, 16 april 1997, 10 maart 1999 en 22 april 2003, vervallen de woorden "de vergoedingen toegekend voor ontbrekende coupon als vermeld in artikel 18, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek,". Afdeling IV. - Wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de transacties met bepaalde effecten Art. 67.In artikel 12 van de wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de transacties met bepaalde effecten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « Bij toepassing van artikel 2, § 2, eerste lid, van het Wetboek van
komstenbelastingen 1992, worden de lening en de zakelijke-zekerheidsovereenkomst met betrekking tot financiële instrumenten die door overschrijving van of naar een vrijgestelde rekening worden geleverd, ten aanzien van de houder van een zodanige rekening, geacht geen eigendomsoverdracht tot gevolg te hebben.»; 2° In het tweede lid worden de woorden "van cessieretrocessie" vervangen door de woorden "tijdens de periode voor dewelke de zakelijke-zekerheidsovereenkomst met betrekking tot financiële instrumenten aan een eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden krachtens de wet van [...] betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten »; 3° het derde lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « De vergoeding van de lening of van de zakelijke-zekerheidsovereenkomst met betrekking tot financiële instrumenten wordt ten aanzien van
het tweede lid, 2°, bedoelde verkrijgers beschouwd als een rente waarop de leningnemer of de medecontractant de voorheffing verschuldigd is.»; 4° het vierde lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « Indien de leningnemer of de medecontractant niet in België is gevestigd, is de roerende voorheffing verschuldigd door
België gevestigde tussenpersoon die de compenserende vergoeding of de vergoeding van de lening of van de zakelijke-zekerheidsovereenkomst met betrekking tot financiële instrumenten toekent of betaalbaar stelt aan de uiteindelijke verkrijger.» Afdeling V. - Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen Art. 68.Artikel 1261, 15°, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, ingevoegd bij de wet van 4. april 1995, wordt opgeheven. HOOFDSTUK XIII. - Opheffingsbepalingen en diverse bepalingen Art. 69.Opgeheven worden : 1° artikel 4, derde en vierde lid, van de wet van 5.mei 1872 die Titel VI, Boek I, van het Wetboek van koophandel vormt, voor zover die leden betrekking hebben op de panden op financiële instrumenten of op contanten; 2° artikel 7, § 2, van het gecoördineerd koninklijk besluit nr.62 betreffende de bewaargeving van vervangbare financiële instrumenten en de vereffening van transacties op deze instrumenten; 3° artikel 119 nonies, § 2, derde en vierde lid, van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, voor zover die leden betrekking hebben op de panden op financiële instrumenten of op contanten;4° de artikelen 23 tot 26 van de wet van 2 januari 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetaire beleidsinstrumentarium;5° artikel 157, § 1, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen. Art. 70.Het koninklijk besluit van 27 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten3 tot coördinatie van het koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 ter bevordering van de omloop van financiële instrumenten, wordt bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding. Art. 71.
stellingen, erkend met toepassing van het ministerieel besluit van 24 januari 1991 houdende algemene, per categorie van instellingen, verleende vergunning voor het bijhouden van rekeningen van gedematerialiseerde effecten van overheidsschuld, die binnen de toepassing vallen van artikel 3 van de wet van 2 januari 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2 verkrijgen van rechtswege een vergunning tot de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen een andere beslissing neemt. Art. 72.De gecentraliseerde systemen voor het lenen en ontlenen van aandelen die werden erkend op grond van artikel 203, § 2, zesde lid, van het Wetboek van
komstenbelastingen 1992, voordat deze bepaling werd opgeheven door artikel 42, 2°, van deze wet, blijven hun erkenning behouden indien zij aan de door de Koning vastgestelde voorwaarden voldoen binnen de door Hem vastgestelde termijn. Deze erkenning geldt dan als "erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële instrumenten" als bedoeld in artikel 261, derde lid, van hetzelfde Wetboek, zoals ingevoerd bij artikel 51 van deze wet. HOOFDSTUK XIV. - Inwerkingtreding Art. 73.§ 1. Met uitzondering van de artikelen 18, 19, 22, 31 en 71, waarvan de tenuitvoerleggingsdatum door de Koning wordt vastgelegd, treden de bepalingen van de hoofdstukken II tot XI van deze wet in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
het eerste lid bedoelde bepalingen zijn ook van toepassing op de zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en de netting overeenkomsten die zijn gesloten vóór hun inwerkingtreding, behalve wat
solventieprocedures, de gevallen van samenloop of de beslagprocedures betreft die dateren van vóór die datum. Art. 74.De artikelen 32, 47, 1° en 48, 1°, zijn van toepassing op leningen van aandelen afgesloten vanaf 14 april
komsten van buitenlandse financiële instrumenten betreft, op
komsten die worden betaald of toegekend vanaf de datum van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad ; - wat de andere inkomsten dan vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot verkregen in uitvoering van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten betreft, op
komsten betaald of toegekend in uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, afgesloten vanaf de datum van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. De artikelen 61 en 62 zijn van toepassing op inkomsten van financiële instrumenten die het voorwerp zijn van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten die zijn afgesloten vanaf de datum van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. Brussel, 25 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.