← België

Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake roerende voorheffing op inkomsten betaald of toegekend in uitvoering van zakelijke-zekerheid

Obsah (5)§§ 2§ 1§ 3§ 5§ 6

20 JANUARI 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92

zake roerende voorheffing op

komsten betaald of toegekend

uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten

(1)VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat wij aan Uwe Majesteit ter ondertekening voorleggen, heeft als oogmerk diverse bepalingen te wijzigen van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 (KB/WIB 92) met betrekking tot de verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing en de voorwaarden tot aanvaarding van gecentraliseerde systemen voor het lenen en ontlenen van financiële

strumenten geïntegreerd

een betalings- en afwikkelingssysteem van verrichtingen met effecten, met het oog op de uitvoering van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten sluiten betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten (hierna genoemd « de wet betreffende financiële zekerheden »). De wet betreffende financiële zekerheden zet de Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten om

het Belgisch recht en zij regelt een globaal en eenvormig fiscaal stelsel dat van toepassing is op verrichtingen uit zakelijke zekerheidsovereenkomsten met betrekking tot financiële

strumenten gedefinieerd

artikel 2, § 1, 11°, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 (WIB 92), zoals gewijzigd door artikel 30 van de wet betreffende financiële zekerheden, alsmede op leningen met betrekking tot dergelijke financiële

strumenten. Draagwijdte van het voorgestelde koninklijk besluit De zakelijke-zekerheidsovereenkomsten zijn gedefinieerd

artikel 2, § 1, 12°, WIB 92, zoals gewijzigd door artikel 30 van de wet betreffende financiële zekerheden. De vergoedingen voor ontbrekende coupon en voor ontbrekend lot betaald of toegekend

uitvoering van zakelijke zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten (hierna genoemd "de overeenkomsten") zijn een divers

komen bedoeld

artikel 90, 11°, WIB 92, zoals gewijzigd door artikel 36 van de wet betreffende financiële zekerheden. Krachtens artikel 269, eerste lid, 3°, WIB 92, zoals vervangen door artikel 55 van de wet betreffende financiële zekerheden, is

beginsel een roerende voorheffing verschuldigd op de

komsten vermeld

artikel 90, 11°, WIB 92. Overeenkomstig artikel 261, WIB 92, zoals gewijzigd bij artikel 51 van de wet betreffende financiële zekerheden, moeten de schuldenaars en de tussenpersonen de roerende voorheffing

houden op de vergoedingen betaald als compensatie voor de ontbrekende

terest, dividenden en loten die ze toekennen of betalen aan de overdrager, de pandgever of de leninggever van financiële

strumenten

uitvoering van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot deze

strumenten. Artikel 261, derde lid, WIB 92,

gevoegd bij artikel 51 van de wet betreffende financiële zekerheden, bepaalt overigens,

afwijking van het vorige lid, dat het de beheerder van het erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële

strumenten is die de schuldenaar is van de roerende voorheffing op de

terest van leningen van financiële

strumenten en de

komsten vermeld

artikel 90, 11°, WIB 92 betaald

uitvoering van een lening met betrekking tot financiële

strumenten gesloten en

tegraal vereffend door tussenkomst van een gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële

strumenten. Artikel 266, WIB 92 bepaalt dat de Koning, onder de voorwaarden en binnen de grenzen die hij bepaalt, kan afzien van de

ning van de roerende voorheffing op

komsten van roerende goederen en kapitalen en van diverse

komsten, binnen de voorwaarden voorzien

deze wettelijke bepaling. Dit besluit strekt ertoe

dat kader de bepalingen van het KB/WIB 92

zake de verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing aan te passen aan de situatie waarin

komsten worden betaald of toegekend

uitvoering van overeenkomsten bedoeld door de wet betreffende financiële zekerheden

de gevallen waar de aard van de verrichtingen het vereist. Het besluit strekt er overigens toe de erkenningvoorwaarden te wijzigen waaraan een gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële

strumenten moet voldoen, om deze

overeenstemming te brengen met de wijzigingen die de wet betreffende financiële zekerheden aan het WIB 92 heeft aangebracht. Bespreking van de artikelen Artikelen 1 en 2 Artikel 1 wijzigt het opschrift van de afdeling XXVIIquater van Hoofdstuk I van het KB/WIB 92. Artikel 42 van de wet heeft

derdaad de bepalingen van artikel 203, § 1, tweede lid, en § 2, zesde lid, WIB 92, opgeheven die handelden over de aftrekbaarheid van de vergoedingen voor ontbrekende coupon

het kader van het stelsel van de definitief belaste

komsten. Ter herinnering kan worden gemeld dat het vorige fiscaal stelsel van vergoedingen voor ontbrekende coupon van aandelen verleend of toegekend naar aanleiding van een lening van die aandelen geregeld werd door de wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten tot wijziging van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld

artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen. De opgeheven bepalingen die

het WIB 92 waren

gevoegd door de wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten hadden uitsluitend betrekking op leningen (draagwijdte welke door de wet betreffende financiële zekerheden werd uitgebreid tot zakelijke-zekerheidsovereenkomsten, naast de leningen) van aandelen die toegelaten zijn tot verhandeling op een gereglementeerde markt (toepassingsveld dat werd uitgebreid tot alle

de wet betreffende financiële zekerheden gedefinieerde financiële

strumenten). De wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten stelde de vergoedingen voor ontbrekende coupon van aandelen volledig gelijk met aandelen, hetgeen werd vertaald met specifieke maatregelen

zake definitief belaste

komsten. De vergoedingen voor ontbrekende coupon (betaald ter vervanging van dividenden of

terest volgens het verruimde toepassingsveld

gesteld door het WIB 92) worden van nu af beschouwd als diverse

komsten zodat het gepast was de bepalingen van het KB/WIB 92 met betrekking tot de notie van dividenden aan te passen en dat zowel op het vlak van de erkenning van een gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van effecten als

zake de verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing (

fra).

deze nieuwe context is het niet meer gepast de erkenningsvoorwaarden van een gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van effecten op te nemen

de afdeling XXVIIquater met betrekking tot de definitief belaste

komsten (materie die voorheen viel onder artikel 203, § 2, zesde lid, WIB 92, opgeheven door de wet betreffende financiële zekerheden), maar ze op te nemen

een specifieke afdeling XXVIIquinquies dat verwijst naar artikel 261, derde lid, WIB 92, nieuw.

derdaad, zoals wij reeds hebben vermeld, vult artikel 51 van de wet artikel 261, WIB 92 aan met een derde lid dat de beheerder van het erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële

strumenten aanmerkt als de schuldenaar van de roerende voorheffing voor de

terest van leningen en de

komsten vermeld

artikel 90, 11°, WIB 92 (" 11° de vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betreffende financiële

strumenten die het voorwerp uitmaken van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of van een lening."), die zijn betaald

uitvoering van een lening van financiële

strumenten gesloten en

tegraal vereffend door tussenkomst van dit erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële

strumenten. Artikel 2 voegt de titel van de nieuwe afdeling XXVIIquinquies

voor artikel 735, KB/WIB 92. De nieuwe afdeling omvat de artikelen 735 tot 7312,

gevoegd

het KB/WIB 92 bij het koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1 tot uitvoering van artikel 203, § 2, zesde lid, WIB 92, opgeheven door de wet betreffende financiële zekerheden. De artikelen 3 tot 9 van dit besluit passen de artikelen 735 tot 7312, KB/WIB 92,

uitvoering van het nieuwe artikel 261, derde lid, WIB 92, aan, teneinde ze

overeenstemming te brengen met de wijzigingen die door de wet betreffende financiële zekerheden aan het WIB 92 zijn aangebracht

zake gecentraliseerde leningen van financiële

strumenten. Artikel 3

artikel 735, KB/WIB 92, wordt het woord "aandelen" vervangen door de woorden "financiële

strumenten". Artikel 4 De verwijzingen naar de wetteksten en de terminologie van artikel 736, KB/WIB 92 dat de algemene erkenningsvoorwaarden van het gecentraliseerd systeem vastlegt, zijn aangepast aan het WIB 92 zoals gewijzigd door de wet betreffende financiële zekerheden. Artikel 4, 1°, vervangt de verwijzing naar de wettekst van artikel 203, § 2, zesde lid, 2°, WIB 92, dat het betalings- en afwikkelingssysteem vermeldde, door een verwijzing naar het nieuwe artikel 261, derde lid, dat het gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële

strumenten beoogt. Het woord « aandelen » wordt vervangen door de woorden « financiële

strumenten » zoals bedoeld

de wet betreffende financiële zekerheden. Artikel 4, 2° heft de voorwaarde op die erin bestond

ontradende kosten te voorzien ten laste van de ontlener, rekening houdende dat deze voorwaarde eigen was aan het opgeheven systeem dat door de voornoemde wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten was

gesteld en waarin het systematisch beroep doen op betaling van ontbrekende coupons door tussenkomst van een gecentraliseerd systeem diende ontmoedigd te worden door geëigende middelen wegens de voordelen dat deze betaling kon opleveren

zake definitief belaste

komsten. Dit voordeel

zake definitief belaste

komsten bestaat niet meer onder het nieuwe systeem dat door de wet betreffende financiële zekerheden is

gesteld zodat niet meer dient te worden voorzien

het opleggen van ontradende kosten ten name van de ontleners die

dergelijke verrichtingen zouden kunnen tussengekomen zijn. Artikel 4, 3°, vervangt het begrip van vergoedingen voor ontbrekende coupon door de verwijzing naar artikel 90, 11°, WIB 92. Artikel 5 Artikel 5, 1°, past de terminologie aan van artikel 738, § 1, KB/WIB 92 aan deze van het WIB 92, zoals gewijzigd door de wet betreffende financiële zekerheden. Artikel 5, 2°, past de terminologie van paragraaf 2 van dit artikel aan en brengt de periode waarvoor de vernieuwing van de erkenningsperiode wordt verleend van twee op vijf jaar. Artikel 6 Artikel 739, KB/WIB 92, dat aan de beheerder van het systeem de verplichting oplegde aan de Administratie van de ondernemings- en

komensfiscaliteit bepaalde gegevens mee te delen, is gewijzigd teneinde de gegevens die door de beheerder van het systeem aan de FOD Financiën moeten worden verstrekt, aan te passen aan het feit dat de vergoeding voor ontbrekende coupon niet langer wordt aangemerkt als een dividend en dat de vrijstelling van de roerende voorheffing van toepassing is op de vergoeding voor ontbrekende coupon en de vergoeding voor lening betaald door het gecentraliseerd systeem (

fra). De mee te delen gegevens hebben niet langer betrekking op de identiteit van de Belgische schuldenaars van de vergoeding voor ontbrekende coupon, maar op de identiteit van de Belgische deelnemers aan het gecentraliseerd systeem welke vergoedingen voor ontbrekende coupon of vergoedingen voor lening ontvangen. Artikel 7 Artikel 7310, KB/WIB 92, dat voorzag

de verplichting voor de beheerder van het systeem elke wijziging van het tarief van de kosten vermeld

artikel 736, eerste lid, 4°, WIB 92, te melden, is opgeheven wegens de opheffing van deze kosten door artikel 4, 2° van dit besluit. Artikel 8 Het eerste lid van artikel 7311, KB/WIB 92 dat voorziet dat het gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen aan de FOD Financiën moet toelaten te beschikken over de gegevens met betrekking tot het bedrag van de vergoedingen voor ontbrekende coupon betaald per ontleend aandeel en per schuldenaar gedurende een periode van vijf jaar, is vervangen door een nieuwe bepaling die verwijst naar de

komsten bedoeld

artikel 90, 11°, WIB 92 en naar de

terest voor lening van financiële

strumenten, en die de gegevens beoogt met betrekking tot het bedrag van de

komsten die zijn betaald door en aan iedere deelnemer en per

strument over een periode van vijf jaar. De vaststelling van het bedrag van deze

komsten en de vergoedingen voor lening moet gebeuren gedurende vijf jaren na het jaar gedurende hetwelk deze

komsten zijn betaald. Artikel 9

artikel 7312, KB/WIB 92, wordt het woord "aandelen" vervangen door de woorden "financiële

strumenten". Artikel 10 Dit artikel wijzigt het opschrift van onderafdeling I van afdeling III van hoofdstuk II van het KB/WIB 92. Aan het opschrift van hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling I worden de

artikel 90, 11°, WIB 92, bedoelde

komsten (vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot) ten laste van een schuldenaar niet-rijksinwoner, toegevoegd teneinde duidelijk aan te geven dat die diverse

komsten van buitenlandse oorsprong voortaan worden beoogd door de controlemaatregelen bedoeld

de artikelen 96 en volgende. Artikel 11 Artikel 96, KB/WIB 92 wordt volledig vervangen teneinde : 1. de gebruikte terminologie te actualiseren;2. de

artikel 261, derde lid, WIB 92 bedoelde

komsten uit het toepassingsgebied van dit artikel te sluiten;3. het bijhouden van een bijzonder register op een elektronische

formatiedrager toe te laten. De door deze maatregel betrokken

stellingen en personen worden omschreven door de verwijzing naar de artikelen 2 en 2bis van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/1993 pub. 29/07/2013 numac 2013000488 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 11/01/1993 pub. 27/06/2012 numac 2012000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Die wet bevat een volledige opsomming van de actoren die dergelijke

komsten

België kunnen betalen, gebaseerd op een meer actuele en een voor de financiële sector meer vertrouwde terminologie. De uit het toepassingsgebied van dit artikel gesloten

komsten zijn overigens de

teresten van leningen van financiële

strumenten en de

artikel 90, 11°, WIB 92, bedoelde

komsten, met name de vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot die worden betaald

uitvoering van een lening die verband houdt met financiële

strumenten, gesloten en volledig vereffend door tussenkomst van een erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële

strumenten. De maatregelen

zake verzaking aan roerende voorheffing en de daarop betrekking hebbende controlemaatregelen

zake die specifieke verrichtingen zijn terug te vinden

de artikelen 116bis en 117, § 16, nieuw, KB/WIB 92. Paragraaf 2 bevat de modaliteiten die de betrokken

stellingen en personen

acht moeten nemen voor het bijhouden van het bijzonder register. Er wordt

zonderheid verduidelijkt dat aan de op de elektronische

formatiedrager geregistreerde gegevens niets mag worden gewijzigd, toegevoegd of weggelaten nadat ze

de computer zijn

gebracht.

dit opzicht komt het aan de betrokken

stellingen en personen toe om de vereiste maatregelen te nemen om tot dat resultaat te komen. Naar analogie van hetgeen het artikel 315bis, derde lid, WIB 92, nu reeds bepaalt voor de geautomatiseerde boekhoudingen, moeten de betrokken

stellingen en personen de bevoegde ambtenaren toelaten om de geregistreerde gegevens te lezen en er kopieën van te maken zodat zij die gegevens kunnen meenemen met het oog op een grondig onderzoek. Artikel 12 De tekst van artikel 105, 1°, a, KB/WIB 92, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten3, is verduidelijkt en geactualiseerd. Artikel 105, 6°, b, KB/WIB 92,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten4 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 augustus 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten6 ter verzaking aan de

ning van roerende voorheffing op

terest en royalty's verleend of betaalbaar gesteld aan verbonden vennootschappen, definieert het begrip verbonden ondernemingen met het oog op de verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing op

trest en royalty's betaald of toegekend tussen verbonden ondernemingen. Een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming van 25 %

het kapitaal is voorzien om vennootschappen als verbonden vennootschappen aan te merken voor de verzaking aan de roerende voorheffing. Artikel 12 vult de definitie van verbonden vennootschappen aan teneinde te vermijden dat door middel van een lening voor ten minste 1 jaar, van aandelen uitgegeven door een verbonden vennootschap, door een vennootschap aandeelhouder aan een vennootschap-ontlener, zowel de vennootschap-uitlener als de vennootschap-ontlener zich op hetzelfde ogenblik de hoedanigheid aanmeten van verbonden vennootschap op grond van de aandelen die het voorwerp zijn van de lening, rekening houdend, enerzijds, met de fictie van niet-overdracht van eigendom ten name van de leninggever voorzien

artikel 2, § 2, eerste lid, WIB 92, zoals gewijzigd door de wet betreffende financiële zekerheden en, anderzijds, met de regels van het gemeen recht waardoor de ontlener eigenaar van de aandelen is geworden door het bezit ervan

uitvoering van de lening. Er wordt gepreciseerd dat er geen rekening wordt gehouden met de aandelen die, op het ogenblik waarop de

teresten toegekend of betaalbaar zijn gesteld, het voorwerp zijn van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van een lening met betrekking tot deze aandelen om na te gaan of aan de voorwaarden van de rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming van 25 % is voldaan voor de toepassing van de bepalingen betreffende verbonden ondernemingen, zoals die

het KB/WIB 92 werden

gelast bij de koninklijke besluiten van 22 december 2003 en 13 augustus 2004. De bepaling is eveneens van toepassing, om dezelfde redenen, op aandelen die het voorwerp zijn van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten. Artikel 13 Artikel 106, KB/WIB 92, bepaalt de verschillende gevallen van volledige of gedeeltelijke verzaking aan de roerende voorheffing met betrekking tot dividenden. Artikel 13, 1° schrapt

het artikel 106, § 1, eerste lid, KB/WIB 92, de verwijzing naar artikel 18, eerste lid, 3°, WIB 92, dat de vergoedingen voor ontbrekende coupon met betrekking tot aandelen aanmerkte als dividenden

het stelsel dat was

gevoegd bij de bovenvermelde wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten. Artikel 13, 2° heft § 1, tweede lid, van artikel 106, KB/WIB 92, dat uitsluitend handelt over de vergoedingen voor ontbrekende coupon met betrekking tot aandelen van een buitenlandse vennootschap, op om dezelfde redenen als deze vermeld voor artikel 13, 1°. Artikel 13, 3° wijzigt §§ 2 en 3 van artikel 106, KB/WIB 92, en stelt de

komsten die worden betaald of toegekend

uitvoering van zakelijke zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot Belgische aandelen gelijk met dividenden van Belgische aandelen voor de verzaking aan de roerende voorheffing ten gunste van spaarders niet-

woners die geen onderneming exploiteren of die zich niet bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard en die vrijgesteld zijn van alle

komstenbelastingen

het land waarvan ze

woner zijn of ten gunste van de door de Minister van Financiën erkende Belgische beleggingsfondsen bedoeld

artikel 106, § 3, KB/WIB 92. Deze uitbreiding beoogt de gevallen waarin een dergelijke niet-

woner, die

het land waarvan hij een particulier

woner is geniet van een regime van fiscale vrijstelling, of een dergelijk Belgisch beleggingsfonds de Belgische aandelen die hij of het fonds bezit, leent aan een Belgische vennootschap of aan een andere Belgische persoon bedoeld

artikel 106, § 2 of § 3, KB/WIB 92, en een vergoeding voor ontbrekend dividend ontvangt welke door deze ontlener is betaald. Deze verzaking is zelfs van toepassing

de gevallen waarin de spaarder niet-

woner bedoeld

artikel 106, § 2, KB/WIB 92 zich niet kan beroepen op een overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting (

tegenstelling tot de algemene bepaling

zake verzaking die is voorzien

artikel 111bis, § 2, KB/WIB 92, voor de vergoedingen voor ontbrekende coupon met betrekking tot onder andere Belgische aandelen). Artikel 13, 4° vervangt § 4 van artikel 106, KB/WIB 92, door een preciezere anti-misbruikbepaling. De huidige § 4 van artikel 106, KB/WIB 92, bepaalt dat de verzaking aan de roerende voorheffing bedoeld

§§ 2

en 3 van hetzelfde artikel niet van toepassing is wanneer de spaarder niet-

woner niet de uiteindelijke verkrijger is van de

komsten uit aandelen of winstbewijzen omdat hij er zich,

werkelijkheid, contractueel toe verbonden heeft het

komen ervan door te storten aan een derde. De nieuwe formulering van artikel 106, § 4, KB/WIB 92 breidt de toepassing van de anti-misbruikbepaling uit tot het geval waarin de niet-

woner bedoeld

artikel 106, § 2, KB/WIB 92, of het Belgisch beleggingsfonds bedoeld

artikel 106, § 3, KB/WIB 92, de aandelen bezit

de hoedanigheid van leningnemer en deze de verplichting heeft een vergoeding voor ontbrekend dividend aan de leninggever te storten.

dergelijke situaties blijkt dat de uiteindelijke verkrijger van het

komen geen niet-

woner is welke bedoeld wordt

artikel 106, § 2, KB/WIB 92, of het Belgisch beleggingsfonds bedoeld

artikel 106, § 3, KB/WIB 92. Evenwel is de anti-misbruikmaatregel zoals geformuleerd

artikel 106, § 4, nieuw, KB/WIB 92 niet van toepassing wanneer de niet-

woner bedoeld

artikel 106, § 2, KB/WIB 92, of het Belgisch beleggingsfonds bedoeld

artikel 106, § 3, KB/WIB 92 de Belgische aandelen krachtens een overeenkomst, desgevallend een ontlening, zouden bezitten die hen tot de doorstorting van de

komsten ervan verplicht en de uiteindelijke verkrijger, desgevallend leninggever, zelf zou hebben kunnen genieten van een verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing op basis van artikel 106, § 2, § 3, § 5 of § 6, KB/WIB 92,

de veronderstelling dat hij deze aandelen zelf zou hebben bezeten. Artikel 117, §§ 2 en 3, KB/WIB 92, wordt overigens aangepast door artikel 19, 1° en 2° van dit besluit opdat de vereiste attesten ter ondersteuning van deze verzakingen de voorziene voorwaarden bevatten om de mogelijke misbruiken te beperken. Artikel 13, 5° schrapt § 5, vierde lid van artikel 106, KB/WIB 92, met betrekking tot de

komsten bedoeld

artikel 18, eerste lid, 3°, WIB 92 aangezien deze bepaling is opgeheven door de wet betreffende financiële zekerheden. Artikel 13, 6° vervangt § 5, vijfde lid van artikel 106, KB/WIB 92. De nieuwe bepaling stipuleert dat de aandelen die, op het ogenblik waarop de

komsten toegekend of betaalbaar gesteld zijn, het voorwerp zijn van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten of van een lening niet

aanmerking genomen worden voor de vaststelling van de minimumdeelneming ten name van de overdrager, de pandgever of de leninggever. Artikel 106, § 5, KB/WIB 92, voorziet

een verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing met betrekking tot dividenden van een Belgische dochteronderneming ten gunste van een moedervennootschap

een andere Lidstaat van de Europese Unie,

uitvoering van de richtlijn van de Raad van Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 (90/435/EEG) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende Lidstaten. De verzaking is evenwel niet van toepassing

dien het aandelenbezit van de moedervennootschap uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald niet een deelneming vertegenwoordigt van ten minste 25 %

het kapitaal van de dochtervennootschap en deze minimumdeelneming van 25 % niet gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar wordt of werd behouden. Artikel 106, § 5, vijfde lid, nieuw van het KB/WIB 92 strekt ertoe te vermijden dat door middel van een lening van tenminste één jaar van effecten van een dochteronderneming door de moedervennootschap aan een ontlenende vennootschap, zowel de uitlenende als de ontlenende vennootschap zich gelijktijdig kunnen beroepen op de hoedanigheid van moedervennootschap

de zin van artikel 106, KB/WIB 92, op grond van de aandelen die het voorwerp zijn van de lening, rekening houdend enerzijds met de fictie van niet-eigendomsoverdracht voorzien

hoofde van de leninggever door artikel 2, § 2, eerste lid, WIB 92, zoals gewijzigd door de wet betreffende financiële zekerheden en anderzijds met de gemeenrechtelijke regels

hoofde van de leningnemer die eigenaar is geworden van de aandelen ten gevolge van het bezit van deze aandelen

uitvoering van een lening. Deze regel is evenwel slechts voorzien ten name van de moedervennootschap (die dus handelt als leninggever, pandgever of overdrager) en niet ten name van de ontlenende vennootschap zodat deze zich zal kunnen beroepen, met het oog op de verzaking, op de aandelen die ze bezit

de hoedanigheid van leningnemer, pandnemer of cessionaris

uitvoering van een lening of van een zakelijke zekerheidsovereenkomst met een looptijd van tenminste één jaar. Aldus zal de moedervennootschap die op duurzame wijze 35 % van de aandelen van een Belgische vennootschap bezit, 10 % van de aandelen kunnen uitlenen zonder het voordeel van de verzaking aan de roerende voorheffing op de dividenden van de behouden 25 % te verliezen, terwijl de twee ontlenende vennootschappen die op duurzame wijze bij hypothese 20 % zouden bezitten vóór de verrichting, zouden kunnen voldoen aan de voorwaarden

zake minimumdeelneming door elk 5 % van de aandelen te ontlenen gedurende één jaar. De vergoedingen voor ontbrekende coupon die door elk van de ontlenende vennootschappen worden uitgekeerd aan de uitlenende vennootschap voor de 5 % die ze bezitten zijn bovendien vrijgesteld van roerende voorheffing krachtens artikel 111bis, KB/WIB 92, nieuw.

dien daarentegen de moedervennootschap meer dan 10 % van de 35 % zou uitlenen, zou zij het recht op de verzaking met betrekking tot de aandelen

haar bezit die dan minder dan 25 % bedragen, verliezen daar de fictie van niet-eigendomsoverdracht zoals voorzien

artikel 2, § 2, eerste lid, WIB 92, niet van toepassing is op dit vlak. Artikel 13, 7° heft § 6, derde lid van artikel 106, KB/WIB 92, op volgens de verklaringen die identiek zijn als deze opgenomen voor artikel 13, 5°, supra, betreffende de afschaffing van § 5, vierde lid. Artikel 13, 8° vervangt § 6, vierde lid van artikel 106, KB/WIB 92. De nieuwe bepaling stipuleert dat de aandelen die, op het ogenblik waarop de

komsten toegekend of betaalbaar gesteld zijn, deel uitmaken van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten of een lening niet

aanmerking genomen worden voor de bepaling van de minimumdeelneming ten name van de overdrager, de pandgever of de leninggever. Artikel 106, § 6, KB/WIB 92, voorziet, mutatis mutandis artikel 106, § 5,

het stelsel van de verzaking voor moedervennootschappen en dochterondernemingen met betrekking tot binnenlandse vennootschappen. Dezelfde regel als deze welke is besproken voor § 5, vijfde lid, nieuw, is eveneens op dit vlak opgenomen om te vermijden dat dezelfde aandelen die het voorwerp uitmaken van een lening of van een zakelijke zekerheidsovereenkomst ten name van de twee partijen aan de overeenkomst gelijktijdig

aanmerking worden genomen om te voldoen van de voorwaarden

zake minimumdeelneming. Artikel 13, 9° heft de §§ 10 en 11 van artikel 106, KB/WIB 92, op omdat die betrekking hebben op de

komsten bedoeld

het door de wet betreffende financiële zekerheden opgeheven artikel 18, eerste lid, WIB 92, die de vergoedingen voor ontbrekende coupon als dividenden definieerde. Artikel 14 Dit artikel wijzigt artikel 107, § 2, KB/WIB 92, wat de verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing op

terest betreft. Artikel 14, 1° vult artikel 107, § 2, 5° aan met een littera f) dat ertoe strekt de verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing toe te staan voor

terest betaald aan spaarders niet-

woners (gedefinieerd

artikel 105, 5°, KB/WIB 92) door beursvennootschappen

uitvoering van zakelijke zekerheidsovereenkomsten of leningen met betrekking tot financiële

strumenten. Deze regeling is ook voorzien wanneer de schuldenaar een Belgische

richting van een beleggingsonderneming naar buitenlands recht is die dezelfde categorieën van diensten

zake beleggingen mag verlenen als de beursvennootschappen naar Belgisch recht. Het betreft beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die zijn erkend als beursvennootschap krachtens artikel 47 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende

richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld

artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten

zake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs. Artikel 14, 2° verstrengt de voorwaarden voor de verzaking aan de

ning van roerende voorheffing op

komsten van Belgische obligaties die het voorwerp zijn van een

schrijving op naam en die worden verleend of toegekend aan spaarders niet-

woners door schuldenaars die niet bedoeld zijn

artikel 107, § 2, 5°, b, KB/WIB 92. Het begrip van spaarders niet-

woners wordt met dit oogmerk gepreciseerd teneinde het gebruik door rijksinwoners van buitenlandse vennootschappen die genieten van een stelsel dat aanzienlijk gunstiger is dan

België te beperken. Artikel 14, 3° heft artikel 107, § 2, 12°, KB/WIB 92, op omdat dat betrekking had op

terest van aandelenleningen verleend of toegekend door een gecentraliseerd systeem van aandelenleningen bij toepassing van het stelsel dat door de wet betreffende financiële zekerheden is opgeheven. Dit stelsel wordt vervangen door artikel 116bis, KB/WIB 92,

gevoegd bij artikel 18 van dit besluit. Artikel 15 Artikel 15 voegt

het KB/WIB 92 een artikel 111bis

met het oog op het toestaan van een algemene verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing met betrekking tot vergoedingen voor ontbrekende coupon ten gunste van verkrijgers bedoeld

de §§ 1 en 2 van deze nieuwe bepaling. Artikel 111bis, § 1, eerste lid, beoogt de vergoedingen voor ontbrekende coupon betaald of toegekend aan elke binnenlandse vennootschap en aan een Belgische

richting van een buitenlandse vennootschap die de financiële

strumenten die het voorwerp uitmaken van een lening of van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst heeft gebruikt voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid

België. Het tweede lid sluit evenwel het voordeel van de verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing uit met betrekking tot vergoedingen betaald

uitvoering van een lening van 1 jaar of meer (de bepaling beoogt niet de zakelijke-zekerheidsovereenkomsten), aangezien de leningen met een dergelijke looptijd het ondermeer de ontlener mogelijk maken te genieten van een verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing wanneer aan de permanentievoorwaarde is voldaan (cfr. artikel 118, KB/WIB 92 : het houden

eigendom gedurende de hele periode waarop de

komsten betrekking hebben). Artikel 111bis, § 2, nieuw voorziet

de verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing op vergoedingen voor ontbrekende coupon betaald door Belgische schuldenaars bedoeld

de bepaling, of door een Belgische

richting van een buitenlandse vennootschap, aan elke spaarder niet-

woner die de hiervoor gedefinieerde financiële

strumenten uitgeleend,

pand gegeven of overgedragen heeft. De verzaking is evenwel niet van toepassing wanneer de spaarder niet-

woner geen aanspraak kan maken op de toepassing van een overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting gesloten tussen het land waarvan hij

woner is en België, hetzij omdat een dergelijke overeenkomst niet bestaat, hetzij omdat hij rationae personae is uitgesloten van de toepassing van een bestaande overeenkomst. Artikelen 16 en 17 Deze artikelen passen de artikelen 115 en 116 aan met betrekking tot de wijzigingen aangebracht

het WIB 92 door de wet betreffende financiële zekerheden op de hiervoor besproken punten. Artikel 18 Artikel 18 voegt

het KB/WIB 92 een artikel 116bis

met het oog op het

stellen van de verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing op de

komsten bedoeld

artikel 261, derde lid, WIB 92, zoals

gevoegd bij de wet betreffende financiële zekerheden, d.w.z.

terest van leningen van financiële

strumenten en de vergoedingen voor ontbrekende coupon betaald

uitvoering van een lening met betrekking tot financiële

strumenten, gesloten en

tegraal vereffend door tussenkomst van een gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële

strumenten.

de verzaking is voorzien ten gunste van zeven categorieën van verkrijgers. Deze lijst van verkrijgers is gebaseerd op de categorieën van personen waarvoor wordt verzaakt aan de

ning van de roerende voorheffing op basis van artikel 4 van het koninklijk besluit van 26 mei 1994 over de

houding en de vergoeding van de roerende voorheffing overeenkomstig hoofdstuk I van de wet van 6 augustus 1993 betreffende transacties met bepaalde effecten (vereffeningsstelsel X/N beheerd door de Nationale Bank van België). Artikel 19 Artikel 19 vult artikel 117, KB/WIB 92, aan teneinde de formaliteiten waaraan de hiervoor vermelde verzakingen zijn onderworpen te verduidelijken. Met betrekking tot de voorwaarde

zake eigenaar zijn of vruchtgebruiker zijn van de rentegevende roerende kapitalen voorzien

artikel 117, § 2, nieuw KB/WIB 92

hoofde van de verkrijger van vergoedingen voor ontbrekende coupon bedoeld

artikel 106, § 2, KB/WIB 92, wordt gepreciseerd dat deze voorwaarde dient te worden onderzocht rekening houdend met de fictie van niet eigendomsoverdracht voorzien

artikel 2, § 2, WIB 92, zoals gewijzigd bij artikel 30 van de wet betreffende financiële zekerheden. Artikel 20 Artikel 20 voegt

het KB/WIB 92 een nieuw artikel 123bis

teneinde de toepassingsmodaliteiten van het nieuwe artikel 283, WIB 92, vast te leggen dat voorziet

de weigering of de beperking van de verrekening van de roerende voorheffing

hoofde van de leningnemer van aandelen van Belgische vennootschappen,

dien de leninggever een niet-

woner is en die deze effecten niet heeft aangewend voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid

België en die

woner is van een Staat waarmede België een overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting heeft gesloten. Artikel 283, tweede lid, WIB 92 laat een voorwaardelijke gehele of gedeeltelijke verrekening van de roerende voorheffing toe

hoofde van de leningnemer

functie van de verzakingen aan de

ning van de roerende voorheffing of ten belope van de vermindering van de bronbelasting waarvan de leninggever zou kunnen hebben genieten met betrekking tot deze dividenden die hem zouden zijn toegekend bij ontstentenis van een lening van aandelen. De toepassing van deze bepaling vereist dat de leningnemer die om de gehele of gedeeltelijke verrekening van de roerende voorheffing die werd

gehouden op de dividenden die hij heeft ontvangen verzoekt, een attest kan overleggen waarbij de leninggever bevestigt dat hij een verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing of een verdragsvermindering van de bronbelasting had kunnen bekomen op het ogenblik van de toekenning of de betaalbaarstelling van de dividenden

dien hij zijn aandelen waarop de dividenden betrekking hebben en die aan de roerende voorheffing zijn onderworpen, niet had uitgeleend.

het attest dient te worden verduidelijkt op grond van welke wettelijke of verdragsrechtelijke bepalingen de leninggever een verzaking of een vermindering had kunnen bekomen en dient ook het tarief van de roerende voorheffing of van de bronheffing dat door hem definitief zou zijn verschuldigd

dien hijzelf de dividenden had ontvangen, te worden gepreciseerd. Artikel 21 Het artikel 21 regelt de

werkingtreding van de bepalingen van dit besluit door zich te baseren op de regels voorzien

de wet betreffende financiële zekerheden. Artikel 22 Dit artikel 22 voorziet

overgangsmaatregelen voor de toepassing van artikel 107, § 2, 10° en artikel 117, § 6, KB/WIB 92 met betrekking tot

komsten van Belgische obligaties uitgegeven vóór de datum van bekendmaking van dit besluit. Overgangsmaatregelen zijn ook voorzien voor gecentraliseerde systemen voor het lenen en het ontlenen van aandelen die erkend waren op grond van bepalingen

voegen vóór de

werkingtreding van dit besluit. Sire, Van Uwe Majesteit, De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Vice-Eerste Minister en de Minister van Financiën, D. REYNDERS 20 JANUARI 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92

zake roerende voorheffing op

komsten betaald of toegekend

uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992,

zonderheid op : - artikel 18, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 28 juli 1992, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, en bij de wetten van 22 december 1998, 10 maart 1999, 24 december 2002 en 15 december 2004; - artikel 19, § 1, 1° en § 3, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 22 juli 1993, 20 maart 1996, 10 maart 1999 en 15 december 2004; - artikel 261, eerste lid, 4°, en tweede lid,

gevoegd bij de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten sluiten; - artikel 263, gewijzigd bij de wet van 4 april 1995; - artikel 265, tweede en derde lid,

gevoegd bij de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten sluiten; - artikel 269, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 24 december 1993, vervangen bij de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/1994 pub. 07/02/2012 numac 2012000056 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 30/03/1994 pub. 27/01/2015 numac 2015000029 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 10 maart 1999, 24 december 2002 en 15 december 2004; Gelet op het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 (KB/WIB 92),

zonderheid op : - artikelen 735, 736 en 738 tot 7312,

gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1; artikel 96; artikel 105, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 12 augustus 1994, 7 april 1995, 23 december 1996, 16 mei 2003, 22 december 2003 en 13 augustus 2004; - artikel 106, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 10 april 1995, 6 juli 1997, 9 januari 1998, 4 december 2000 en 15 mei 2003; - artikel 107, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 mei 1994, 11 december 1996, 4 december 2000, 15 mei 2003, 22 december 2003 en 13 augustus 2004; - artikel 115, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 september 1995; - artikel 116, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 4 december 2000 en 15 mei 2003; - artikel 117, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 mei 1994, 30 mei 1995, 1 september 1995, 11 december 1996, 17 december 1996, 6 juli 1997, 4 december 2000 en 22 december 2003; Gelet op het advies van de

specteur van Financiën, gegeven op 1 september 2004; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 2 september 2004; Gelet op het advies nr. 37.831/2 van de Raad van State gegeven op 22 december 2004

uitvoering van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.

het opschrift van afdeling XXVIIquater van Hoofdstuk I van het KB/WIB 92,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2003 en vervangen door het koninklijk besluit van 13 december 2003, worden de woorden "203, § 1, derde lid en § 2, zesde lid, 2°" vervangen door de woorden "203, § 1, tweede lid". Art. 2.

Hoofdstuk I

van hetzelfde besluit, wordt voor artikel 733 een afdeling XXVIIquinquies dat de artikelen 735 à 7312,

gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, omvat,

gevoegd en luidende als volgt : « Afdeling XXVIIquinquies. - Erkenningsvoorwaarden waaraan een gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële

strumenten dat geïntegreerd is

een betalings- en afwikkelingssysteem van effectenverrichtingen moet voldoen en periode gedurende dewelke de erkenning kan worden verleend (Wetboek van de

komstenbelastingen 1992, artikel 261, derde lid). » Art. 3.

artikel 735, 1° en 2°, van hetzelfde besluit,

gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, wordt het woord "aandelen" vervangen door de woorden "financiële

strumenten". Art. 4.

artikel 736 van hetzelfde besluit,

gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid, worden de woorden "203, § 2, 6de lid, 2°" vervangen door de woorden "261, derde lid" en het woord "aandelen" wordt vervangen door de woorden "financiële

strumenten";2° het eerste lid, 4°, wordt opgeheven;3°

het tweede lid, worden de woorden "van vergoedingen voor ontbrekende coupon" vervangen door de woorden "van

komsten bedoeld

artikel 90, 11° van hetzelfde Wetboek". Art. 5.

artikel 738 van hetzelfde besluit,

gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, wordt het woord "aandelen" vervangen door de woorden "financiële

strumenten";2°

§ 2

, wordt het woord "aandelen" vervangen door de woorden "financiële

strumenten" en het woord "twee" wordt vervangen door het woord "vijf". Art. 6.Artikel 739 van hetzelfde besluit,

gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 739.De beheerder van het systeem of,

de gevallen bedoeld

artikel 737 van dit besluit, zijn aansprakelijke vertegenwoordiger, deelt aan de FOD Financiën vóór 15 december van ieder kalenderjaar volgende gegevens mee : - het totaal bedrag van de

komsten bedoeld

artikel 90, 11° van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en van de vergoedingen voor leningen die betaald zijn

het kader van het gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële

strumenten,

de loop van de periode die loopt van 1 september van het vorig jaar tot 31 augustus van het lopend jaar of, als de erkenning bekomen werd

de loop van de betrokken periode, sedert de datum van erkenning tot 31 augustus van het lopend jaar; - de identiteit van de deelnemers aan het gecentraliseerd systeem die de

komsten bedoeld

artikel 90, 11° van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en vergoedingen voor leningen hebben ontvangen

de loop van dezelfde periode als die bedoeld

het vorige gedachtestreepje, alsmede het bedrag van die

komsten en vergoedingen betaald aan elk van die deelnemers

diezelfde periode. » Art. 7.Artikel 7310 van hetzelfde besluit,

gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, wordt opgeheven. Art. 8.Artikel 7311, eerste lid, van hetzelfde besluit,

gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Het gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële

strumenten moet per geleend financieel

strument toelaten het bedrag te bepalen van de

komsten bedoeld

artikel 90, 11° van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en van de vergoedingen voor lening betaald door en aan iedere deelnemer gedurende vijf jaren na het jaar gedurende hetwelk deze

komsten zijn betaald.» Art. 9.

artikel 7312, §§ 2, 3 en 4, van hetzelfde besluit,

gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, wordt het woord "aandelen" vervangen door de woorden "financiële

strumenten". Art. 10.

het opschrift van onderafdeling I van afdeling III van Hoofdstuk II van hetzelfde besluit, worden de woorden "en

komsten bedoeld

artikel 90, 11° van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 ten laste van een schuldenaar niet rijksinwoner "

gevoegd tussen de woorden "gelddeposito's

het buitenland" en de woorden "-Controlemaatregelen". Art. 11.Artikel 96 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 96.§ 1. Voor de regelmatige

ning van de roerende voorheffing zijn de

stellingen en personen die zijn vermeld

de artikelen 2 en 2bis van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/1993 pub. 29/07/2013 numac 2013000488 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 11/01/1993 pub. 27/06/2012 numac 2012000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en die

België

komsten van buitenlandse oorsprong uitbetalen of op enigerlei wijze bij de

cassering van zulke

komsten optreden, verplicht die verrichtingen, naarmate zij zich voordoen, te boeken

een bijzonder register. Het register dat alle door de Minister van Financiën voorgeschreven vermeldingen moet bevatten, kan zowel op papier als op een elektronische

formatiedrager worden bijgehouden. Het eerste lid is niet van toepassing op de

komsten die zijn bedoeld

artikel 261, derde lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen

  1. §
  2. Wanneer het register op papier wordt bijgehouden, moet het op elk verzoek van de

artikel 101 aangewezen ambtenaren onmiddellijk worden voorgelegd. Als het register wordt bijgehouden op een elektronische

formatiedrager, moet de

§ 1

bedoelde

stelling of persoon : - de passende maatregelen treffen die iedere wijziging, toevoeging of schrapping van geregistreerde gegevens op zijn elektronische

formatiedrager beletten; - en, op elk verzoek van de

artikel 101 aangewezen ambtenaren, onmiddellijk toelaten om die gegevens te lezen en op zijn uitrusting en

bijzijn van de ambtenaren van de administratie, kopieën te maken

de door die ambtenaren gewenste vorm van het geheel of een deel van voormelde gegevens. » Art. 12.

artikel 105 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 12 augustus 1994, 7 april 1995, 23 december 1996, 15 mei 2003, 22 december 2003 en 13 augustus 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

1°, wordt a vervangen door de volgende bepaling : « a) de

België gevestigde kredietinstellingen bedoeld

de wet op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen van 22 maart 1993 evenals de Nationale Bank van België;»; 2°

6°, wordt b aangevuld met een tweede lid die luidt als volgt : « Voor de vaststelling van de

het eerste lid bedoelde rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming van ten minste 25 pct., wordt er geen rekening gehouden met de aandelen die, op het ogenblik waarop de

komsten toegekend of betaalbaar gesteld zijn het voorwerp zijn van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of van een lening met betrekking tot deze aandelen. » Art. 13.

artikel 106 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 10 april 1995, 6 juli 1997, 9 januari 1998, 4 december 2000 en 15 mei 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, eerste lid, vervallen de woorden "niet

artikel 18, eerste lid, 3°, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 bedoelde";2° § 1, tweede lid, wordt opgeheven;3°

§§ 2

en 3, worden de woorden "en op

komsten bedoeld

artikel 90, 11° van hetzelfde Wetboek met betrekking tot Belgische aandelen "

gevoegd tussen het woord "dividenden" en de woorden "waarvan de schuldenaar";4° § 4 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 4.De bepalingen van § 2 zijn niet van toepassing wanneer de spaarder niet-

woner er toe gehouden is, hetzij krachtens een contractuele verplichting de opbrengst van Belgische aandelen die hij

eigen naam beheert door te storten aan de uiteindelijke verkrijger, hetzij een

komen bedoeld

artikel 90, 11° van hetzelfde Wetboek met betrekking tot Belgische aandelen die hij krachtens een ontlening bezit door te storten behalve wanneer de uiteindelijke verkrijger een niet-

woner is bedoeld

§ 2

, een beleggingsfonds is bedoeld

§ 3

of een moedervennootschap is bedoeld

§ 5

of

§ 6

. »; De bepalingen van § 3 zijn niet van toepassing wanneer de spaarder niet-

woner bedoeld

§ 3

, tweede lid, b, alhoewel hij de delen van het fonds

eigen naam beheert of bezit, er krachtens een andere contractuele verplichting dan het reglement van het fonds toe gehouden is de opbrengst ervan door te storten aan de uiteindelijke verkrijger, noch wanneer het beleggingsfonds er toe gehouden is een

komen bedoeld

artikel 90, 11° van hetzelfde Wetboek met betrekking tot Belgische aandelen die het krachtens een ontlening bezit door te storten behalve wanneer de uiteindelijke verkrijger een niet-

woner is bedoeld

§ 2

, een beleggingsfonds is bedoeld

§ 3

of een moedervennootschap is bedoeld

§ 5

of

§ 6

. »; 5° § 5, vierde lid, wordt opgeheven;6° § 5, vijfde lid, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Voor de toepassing van deze paragraaf wordt voor de vaststelling van de minimumdeelneming

het kapitaal van de dochteronderneming ten name van de overdrager, van de pandgever of van de leninggever geen rekening gehouden met de aandelen die, op het ogenblik waarop de

komsten toegekend of betaalbaar gesteld zijn, het voorwerp zijn van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of van een lening met betrekking tot deze aandelen.»; 7° § 6, derde lid, wordt opgeheven;8° § 6, vierde lid, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Voor de toepassing van deze paragraaf wordt voor de vaststelling van de minimumdeelneming

het kapitaal van de dochteronderneming ten name van de overdrager, van de pandgever of van de leninggever geen rekening gehouden met de aandelen die, op het ogenblik waarop de

komsten toegekend of betaalbaar gesteld zijn, het voorwerp zijn van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of van een lening met betrekking tot deze aandelen.»; 9° de §§ 10 en 11 worden opgeheven. Art. 14.

artikel 107, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 mei 1994, 11 december 1996, 4 december 2000, 15 mei 2003, 22 december 2003 en 13 augustus 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 5° wordt aangevuld met een littera f, waarvan de tekst luidt als volgt : « f)

terest van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en van leningen met betrekking tot financiële

strumenten zoals beoogd door het artikel 19, § 1, 1° van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 toegekend of betaalbaar gesteld door een beursvennootschap naar Belgisch recht of door een Belgische

richting van een beleggingsonderneming naar buitenlands recht die dezelfde categorieën van diensten

zake beleggingen mag verlenen als de beursvennootschappen naar Belgisch recht aan een verkrijger die wordt geïdentificeerd als een spaarder niet-

woner.»; 2° het 10° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 10°

komsten van Belgische obligaties die het voorwerp zijn van een

schrijving op naam bij de uitgever die aan spaarders niet-

woners worden verleend of toegekend door niet

5°, b, vermelde schuldenaars. De bepalingen van het eerste lid zijn slechts van toepassing

dien de verkrijger : - ofwel een

artikel 227, 1° of 3° van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 vermelde niet-

woner is; - ofwel een

artikel 227, 2° van hetzelfde Wetboek vermelde niet-

woner is die,

het land waarvan hij

woner is, onderworpen is aan een

komstenbelasting waarvan de bepalingen niet aanzienlijk gunstiger zijn dan

België, ofwel waarvan de aandelen niet voor ten minste de helft

het bezit zijn van rijksinwoners; - ofwel een beleggingsvennootschap is die een openbaar beroep heeft gedaan op het spaarwezen. »; 3° het 12° wordt opgeheven. Art. 15.Tussen de artikelen 111 en 112 van hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 111bis

gevoegd waarvan de tekst luidt als volgt : « Art. 111bis.§ 1. Van de

ning van de roerende voorheffing wordt volledig afgezien met betrekking tot de

komsten bedoeld

artikel 90, 11° van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992, andere dan degene bedoeld

artikel 265, tweede lid, van hetzelfde wetboek, wanneer de verkrijger wordt geïdentificeerd als een binnenlandse vennootschap of als een belastingplichtige onderworpen aan de belasting der niet-

woners overeenkomstig artikel 233 van hetzelfde Wetboek, die de financiële

strumenten, die het voorwerp uitmaken van de zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van de lening, voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid

België gebruikt. Het eerste lid is niet van toepassing op de

artikel 90, 11° van hetzelfde Wetboek bedoelde

komsten die zijn betaald of toegekend

uitvoering van een lening met een looptijd die gelijk is aan of langer is dan één jaar met betrekking tot deze financiële

strumenten. § 2. Van de

ning van de roerende voorheffing wordt volledig afgezien met betrekking tot de

komsten bedoeld

artikel 90, 11° van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992, verkregen uit financiëleinstrumenten en die ten laste zijn van een leningnemer, een cessionaris of een pandnemer zijnde een rijksinwoner, enigerlei vennootschap, vereniging,

richting of

stelling met maatschappelijke zetel, voornaamste

richting of zetel van bestuur of beheer

België, de Belgische Staat of de staatkundige onderdelen of plaatselijke gemeenschappen daarvan, of een

richting waarover een

artikel 227 bedoelde niet-

woner

België beschikt, wanneer de verkrijger wordt geïdentificeerd als een spaarder niet-

woner die aanspraak kan maken op de toepassing van een overeenkomst tot vermijding van dubbele belasting gesloten tussen België en de Staat waarvan hij

woner is. » Art. 16.

artikel 115, §§ 1 en 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 september 1995, worden de woorden "en 90, 6°" vervangen door de woorden "en 90, 6° en 11°". Art. 17.

artikel 116 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 4 december 2000 en 15 mei 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid, vervallen de woorden "die niet zijn bedoeld

artikel 18, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek" en worden de woorden "en 90, 6°" vervangen door de woorden "en 90, 6° en 11°";2° het tweede lid wordt opgeheven. Art. 18.Tussen de artikelen 116 en 117 van hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 116bis

gevoegd waarvan de tekst luidt als volgt : « Art. 116bis.Van de

ning van de roerende voorheffing wordt volledig afgezien met betrekking tot de

artikel 261, derde lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 vermelde

komsten, waarvan de verkrijgers deel uitmaken van een van de volgende categorieën : 1° binnenlandse vennootschappen;2° onverminderd de toepassing van artikel 262, 1° en 5° van hetzelfde Wetboek, de

artikel 2, § 3, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie

het Duits type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen bedoelde

stellingen, verenigingen of ondernemingen, andere dan deze vermeld

1° en 3°;3° de

artikel 105, 2° vermelde parastatale

stellingen voor sociale zekerheid of ermede gelijkgestelde

stellingen;4° de

artikel 105, 5°, vermelde spaarders niet-

woners;5° de

artikel 115 vermelde beleggingsfondsen;6° de

artikel 227, 2° van hetzelfde Wetboek vermelde belastingplichtigen, die volgens artikel 233 van hetzelfde Wetboek aan de belasting van niet-

woners onderworpen zijn en die de rentegevende kapitalen voor het uitoefenen van hun beroepswerkzaamheid gebruiken;7° collectieve beleggingsinstellingen naar buitenlands recht die een onverdeeld vermogen zijn dat wordt beheerd door een beheersvennootschap voor rekening van deelnemers, wanneer hun aandelen

België niet openbaar worden uitgegeven en niet

België worden verhandeld.» Art. 19.

artikel 117 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 mei 1994, 30 mei 1995, 1 september 1995, 11 december 1996, 17 december 1996, 6 juli 1997, 4 december 2000 en 22 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2.De

artikel 106, § 2, gestelde verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing wordt slechts toegestaan

dien aan de schuldenaar van de

komsten een attest wordt overhandigd waarbij is bevestigd dat de verkrijgers :

  1. a)eigenaar of vruchtgebruiker zijn van de rentegevende roerende kapitalen;
  2. b)niet-

woners zijn die geen onderneming exploiteren of zich niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden en die

het land waarvan zij

woner zijn, vrijgesteld zijn van

komstenbelastingen;c) niet gehouden zijn de opbrengst van aandelen of winstbewijzen aan de uiteindelijke verkrijger krachtens een contractuele verplichting door te storten of een

komen bedoeld

artikel 90, 11° van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 met betrekking tot Belgische aandelen die ze krachtens een overeenkomst bezitten door te storten behalve

dien de uiteindelijke verkrijger een niet-

woner is bedoeld

artikel 106, § 2, een beleggingsfonds is bedoeld

artikel 106, § 3 of een moedervennootschap is bedoeld

artikel 106, § 5 of § 6.»; 2° § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 3.De

de artikelen 106, § 3, en 110, 4°, c, gestelde verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing wordt slechts toegestaan

dien de beheersvennootschap van het beleggingsfonds aan de schuldenaar van de roerende voorheffing een attest overhandigt waarbij wordt bevestigd dat de het gaat om

komsten die worden verkregen ten voordele van een overeenkomstig artikel 106, § 3, erkend beleggingsfonds. De

artikel 106, § 3, gestelde verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing wordt bovendien slechts toegestaan

dien het attest bedoeld

het vorige lid bevestigt dat de spaarders niet-

woners die de aandelen bezitten er niet toe gehouden zijn het resultaat ervan krachtens een contractuele verplichting aan de uiteindelijke verkrijger door te storten en dat het beleggingsfonds er niet toe gehouden is een

komen vermeld

artikel 90, 11° van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 met betrekking tot Belgische aandelen die het krachtens een lening bezit door te storten behalve

dien de uiteindelijke verkrijger een niet-

woner is bedoeld

artikel 106, § 2, een beleggingsfonds is bedoeld

artikel 106, § 3 of een moedervennootschap is bedoeld

artikel 106, § 5 of § 6. »; 3° § 4, derde lid, wordt opgeheven;4° § 5, derde lid, wordt opgeheven;5°

§ 6

, worden de woorden "107, § 2, 5°, b tot e, 6° en 10°" vervangen door de woorden "107, § 2, 5°, b tot f, en 6°";6° een § 6ter wordt

gevoegd, luidende : « § 6ter.De verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing

gevolge artikel 107, § 2, 10°, wordt slechts toegestaan

dien de schuldenaar van de

komsten een attest wordt overhandigd waarbij is bevestigd dat de verkrijger :

  1. a)eigenaar of vruchtgebruiker is van de rentegevende roerende kapitalen;
  2. b)niet-

woner is die deze kapitalen niet voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid

België gebruikt;c) - ofwel een

artikel 227, 1° of 3° van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 vermelde niet-

woner is; - ofwel een

artikel 227, 2° van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 vermelde niet-

woner is die,

het land waarvan hij

woner is, onderworpen is aan een

komstenbelasting waarvan de bepalingen niet aanzienlijk gunstiger zijn dan

België, ofwel waarvan de aandelen niet voor ten minste de helft

het bezit zijn van rijksinwoners; - ofwel een beleggingsvennootschap is die een openbaar beroep doet op het spaarwezen. »; 7° § 16 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 16.De verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing

gevolge artikel 116bis, wordt slechts toegestaan

dien aan de beheerder van het erkende gecentraliseerde systeem een attest wordt overhandigd door de deelnemer aan het systeem die hem de geleende financiële

strumenten overdraagt, waarin wordt bevestigd dat de

komsten zijn verkregen door personen behorende tot de

dit artikel bedoelde categorieën. »; 8° § 17 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 17.De verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing

gevolge artikel 111bis, § 1, wordt slechts toegestaan

dien aan de schuldenaar van de

komsten een attest wordt overhandigd waarin wordt bevestigd dat de verkrijger : a) een binnenlandse vennootschap is of een belastingplichtige is onderworpen aan de belasting der niet-

woners overeenkomstig artikel 233 van hetzelfde Wetboek, die de financiële

strumenten, die het voorwerp uitmaken van de zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van de lening, voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid

België gebruikt;b) eigenaar is van de geleende financiële

strumenten.»; 9° § 18 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 18.De verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing

gevolge artikel 111bis, § 2, wordt slechts toegestaan

dien aan de schuldenaar van de

komsten, of de

België gevestigde tussenpersoon een attest wordt overhandigd waarin wordt bevestigd dat de verkrijger : a) een spaarder niet-

woner is die om de toepassing kan verzoeken van een overeenkomst tot vermijding van dubbele belasting gesloten tussen België en de Staat waarvan hij

woner is;b) eigenaar is van de geleende financiële

strumenten.» Art. 20.Tussen de artikelen 123 en 124 van hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 123bis

gevoegd waarvan de tekst luidt als volgt : « Art. 123bis.De verrekening van de roerende voorheffing bedoeld

artikel 283, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992, is onderworpen aan de voorwaarde dat de verkrijger van de

komsten

het bezit wordt gesteld van een attest waarbij is bevestigd : a) hetzij dat de leninggever van de aandelen waarvoor de verrekening wordt gevraagd, zonder een lening met betrekking tot die aandelen, de voorwaarden zou hebben vervuld om de verzaking aan de

ning van de roerende voorheffing te bekomen overeenkomstig de artikelen 106 tot 119bis op het ogenblik van de toekenning en de betaalbaarstelling van de dividenden die betrekking hebben op de geleende aandelen;b) hetzij dat de leninggever zonder een lening met betrekking tot die aandelen de voorwaarden zou hebben vervuld om een vermindering van de roerende voorheffing te bekomen overeenkomstig de bepalingen van een overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting, op het ogenblik van toekenning of betaalbaarstelling van de dividenden die betrekking hebben op de geleende aandelen.» Art. 21.De artikelen 1 tot 11 treden

werking vanaf de datum van bekendmaking van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten sluiten betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten. Artikel 12, 1° treedt

werking op de dag van bekendmaking van dit besluit

het Belgisch Staatsblad. De artikelen 12, 2° en 13, 6° en 8°, zijn van toepassing op zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en op leningen betreffende financiële

strumenten, afgesloten vanaf de datum van bekendmaking van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten sluiten betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten. De artikelen 13, 1°, 2° en 9° zijn van toepassing op

komsten toegekend of betaalbaar gesteld

uitvoering van de leningen van aandelen afgesloten vanaf de datum van bekendmaking van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten sluiten betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten. De artikelen 13, 5° en 7° en 19, 3° en 4°, zijn van toepassing op leningen van aandelen afgesloten vanaf de datum van bekendmaking van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten sluiten betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten. De artikelen 13, 3° en 4°, 14, 1° en 3°, 15 tot 18 en 19, 1°, 2° en 7° tot 9° en 20, zijn van toepassing op

komsten toegekend of betaalbaar gesteld

uitvoering van de zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten, afgesloten vanaf de datum van bekendmaking van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten sluiten betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten. Artikel 14, 2° en artikel 19, 5° en 6°, zijn van toepassing op

komsten van Belgische obligaties die het voorwerp uitmaken van een

schrijving op naam bij de emittent uitgegeven vanaf de datum van bekendmaking van dit besluit

het Belgisch Staatsblad. Art. 22.Artikel 107, § 2, 10° en artikel 117, § 6 van het KB/WIB 92, zoals deze bestonden alvorens door dit besluit te zijn gewijzigd blijven van toepassing op

komsten van Belgische obligaties die het voorwerp uitmaken van een

schrijving op naam bij de emittent uitgegeven vóór de datum van bekendmaking van dit besluit

het Belgisch Staatsblad. De gecentraliseerde systemen voor het lenen en ontlenen van aandelen erkend overeenkomstig het artikel 738, KB/WIB 92, zoals dit bestond voor de wijziging door artikel 5 van dit besluit, behouden hun erkenning die ze hadden op het moment van het

voege treden van de artikelen 1 tot 9 van dit besluit voorzover dat ze zich binnen de termijn van 12 maanden vanaf deze datum

overeenstemming brengen met de voorwaarden voorzien bij de artikelen 735, 736 en 738 tot 7312, KB/WIB 92, zoals gewijzigd bij dit besluit en onder voorbehoud dat ze zonder onderbreking de voorwaarden hebben gerespecteerd zoals voorzien bij het artikel 737 en bij de artikelen 735, 736 en 738 tot 7312, KB/WIB 92, zoals zij bestonden vóór enige aanpassing bij dit besluit. Art. 23.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 20 januari 2005. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS _______ Nota

(1)Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad. Wetboek van de

komstenbelastingen 1992, koninklijk besluit van 10 april 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juli

  1. Wet van 28 juli 1992, Belgisch Staatsblad van 31 juli
  2. Koninklijk besluit van 20 december 1996, Belgisch Staatsblad van 31 december 1996, 4de editie. Wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari
  3. Wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten, Belgisch Staatsblad van 14 april 1999, 2e editie. Wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling

zake

komstenbelastingen en tot

stelling van een systeem van voorafgaande beslissingen

fiscale zaken sluiten, Belgisch Staatsblad van 31 december 2002, 2de editie. Wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen

zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële

strumenten sluiten, Belgisch Staatsblad van .... Wet van 22 juli 1993, Belgisch Staatsblad van 26 juli

  1. Wet van 20 maart 1996, Belgisch Staatsblad van 7 mei
  2. Wet van 4 april 1995, Belgisch Staatsblad van 23 mei 1995 - err. 1 juli
  3. Wet van 24 december 1993, Belgisch Staatsblad van 31 december 1993, 2de editie. Wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/1994 pub. 07/02/2012 numac 2012000056 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 30/03/1994 pub. 27/01/2015 numac 2015000029 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen sluiten, Belgisch Staatsblad van 31 maart 1994, 2de editie. Wet van 20 december 1995, Belgisch Staatsblad van 23 december
  4. Koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten8 tot uitvoering van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992, Belgisch Staatsblad van 13 september 1993. Koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, Belgisch Staatsblad van 23 december 2000, 2de editie. Koninklijk besluit van 12 augustus 1994, Belgisch Staatsblad van 10 september

  1. Koninklijk besluit van 7 april 1995, Belgisch Staatsblad van 29 april
  2. Koninklijk besluit van 23 december 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten7, Belgisch Staatsblad van 31 december 1996, 3de editie. Koninklijk besluit van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten3, Belgisch Staatsblad van 5 juni 2003. Koninklijk besluit van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten4, Belgisch Staatsblad van 31 december 2003, 2de editie. Koninklijk besluit van 13 augustus 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten6, Belgisch Staatsblad van 7 september

  1. Koninklijk besluit van 22 oktober 1993, Belgisch Staatsblad van 29 oktober
  2. Koninklijk besluit van 10 april 1995, Belgisch Staatsblad van 13 mei
  3. Koninklijk besluit van 6 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 31/07/1997 numac 1997003365 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Financiën sluiten, Belgisch Staatsblad van 30 juli
  4. Koninklijk besluit van 9 januari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten0, Belgisch Staatsblad van 6 februari 1998. Koninklijk besluit van 4 december 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten2, Belgisch Staatsblad van 23 december 2000, 2e editie. Koninklijk besluit van 15 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995

zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten5, Belgisch Staatsblad van 12 juni

  1. Koninklijk besluit van 26 mei 1994, Belgisch Staatsblad van 9 juni
  2. Koninklijk besluit van 11 december 1996, Belgisch Staatsblad van 14 december
  3. Koninklijk besluit van 1 september 1995, Belgisch Staatsblad van 5 oktober 1995 - err. 20 oktober
  4. Koninklijk besluit van 30 mei 1995, Belgisch Staatsblad van 21 juli
  5. Koninklijk besluit van 17 december 1996, Belgisch Staatsblad van 31 december 1996, 2de editie. Gecoördineerde wetten op de Raad van State, wet van 12 januari 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/1973 pub. 01/10/2009 numac 2009000642 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gecoördineerde wetten op de Raad van State sluiten, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.