zake roerende voorheffing op
komsten betaald of toegekend
uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten
komstenbelastingen 1992 (KB/WIB 92) met betrekking tot de verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing en de voorwaarden tot aanvaarding van gecentraliseerde systemen voor het lenen en ontlenen van financiële
strumenten geïntegreerd
een betalings- en afwikkelingssysteem van verrichtingen met effecten, met het oog op de uitvoering van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten sluiten betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten (hierna genoemd « de wet betreffende financiële zekerheden »). De wet betreffende financiële zekerheden zet de Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten om
het Belgisch recht en zij regelt een globaal en eenvormig fiscaal stelsel dat van toepassing is op verrichtingen uit zakelijke zekerheidsovereenkomsten met betrekking tot financiële
strumenten gedefinieerd
artikel 2, § 1, 11°, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 (WIB 92), zoals gewijzigd door artikel 30 van de wet betreffende financiële zekerheden, alsmede op leningen met betrekking tot dergelijke financiële
strumenten. Draagwijdte van het voorgestelde koninklijk besluit De zakelijke-zekerheidsovereenkomsten zijn gedefinieerd
artikel 2, § 1, 12°, WIB 92, zoals gewijzigd door artikel 30 van de wet betreffende financiële zekerheden. De vergoedingen voor ontbrekende coupon en voor ontbrekend lot betaald of toegekend
uitvoering van zakelijke zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten (hierna genoemd "de overeenkomsten") zijn een divers
komen bedoeld
artikel 90, 11°, WIB 92, zoals gewijzigd door artikel 36 van de wet betreffende financiële zekerheden. Krachtens artikel 269, eerste lid, 3°, WIB 92, zoals vervangen door artikel 55 van de wet betreffende financiële zekerheden, is
beginsel een roerende voorheffing verschuldigd op de
komsten vermeld
artikel 90, 11°, WIB 92. Overeenkomstig artikel 261, WIB 92, zoals gewijzigd bij artikel 51 van de wet betreffende financiële zekerheden, moeten de schuldenaars en de tussenpersonen de roerende voorheffing
houden op de vergoedingen betaald als compensatie voor de ontbrekende
terest, dividenden en loten die ze toekennen of betalen aan de overdrager, de pandgever of de leninggever van financiële
strumenten
uitvoering van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot deze
strumenten. Artikel 261, derde lid, WIB 92,
gevoegd bij artikel 51 van de wet betreffende financiële zekerheden, bepaalt overigens,
afwijking van het vorige lid, dat het de beheerder van het erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële
strumenten is die de schuldenaar is van de roerende voorheffing op de
terest van leningen van financiële
strumenten en de
komsten vermeld
artikel 90, 11°, WIB 92 betaald
uitvoering van een lening met betrekking tot financiële
strumenten gesloten en
tegraal vereffend door tussenkomst van een gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële
strumenten. Artikel 266, WIB 92 bepaalt dat de Koning, onder de voorwaarden en binnen de grenzen die hij bepaalt, kan afzien van de
ning van de roerende voorheffing op
komsten van roerende goederen en kapitalen en van diverse
komsten, binnen de voorwaarden voorzien
deze wettelijke bepaling. Dit besluit strekt ertoe
dat kader de bepalingen van het KB/WIB 92
zake de verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing aan te passen aan de situatie waarin
komsten worden betaald of toegekend
uitvoering van overeenkomsten bedoeld door de wet betreffende financiële zekerheden
de gevallen waar de aard van de verrichtingen het vereist. Het besluit strekt er overigens toe de erkenningvoorwaarden te wijzigen waaraan een gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële
strumenten moet voldoen, om deze
overeenstemming te brengen met de wijzigingen die de wet betreffende financiële zekerheden aan het WIB 92 heeft aangebracht. Bespreking van de artikelen Artikelen 1 en 2 Artikel 1 wijzigt het opschrift van de afdeling XXVIIquater van Hoofdstuk I van het KB/WIB 92. Artikel 42 van de wet heeft
derdaad de bepalingen van artikel 203, § 1, tweede lid, en § 2, zesde lid, WIB 92, opgeheven die handelden over de aftrekbaarheid van de vergoedingen voor ontbrekende coupon
het kader van het stelsel van de definitief belaste
komsten. Ter herinnering kan worden gemeld dat het vorige fiscaal stelsel van vergoedingen voor ontbrekende coupon van aandelen verleend of toegekend naar aanleiding van een lening van die aandelen geregeld werd door de wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten tot wijziging van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende
richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld
artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen. De opgeheven bepalingen die
het WIB 92 waren
gevoegd door de wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten hadden uitsluitend betrekking op leningen (draagwijdte welke door de wet betreffende financiële zekerheden werd uitgebreid tot zakelijke-zekerheidsovereenkomsten, naast de leningen) van aandelen die toegelaten zijn tot verhandeling op een gereglementeerde markt (toepassingsveld dat werd uitgebreid tot alle
de wet betreffende financiële zekerheden gedefinieerde financiële
strumenten). De wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten stelde de vergoedingen voor ontbrekende coupon van aandelen volledig gelijk met aandelen, hetgeen werd vertaald met specifieke maatregelen
zake definitief belaste
komsten. De vergoedingen voor ontbrekende coupon (betaald ter vervanging van dividenden of
terest volgens het verruimde toepassingsveld
gesteld door het WIB 92) worden van nu af beschouwd als diverse
komsten zodat het gepast was de bepalingen van het KB/WIB 92 met betrekking tot de notie van dividenden aan te passen en dat zowel op het vlak van de erkenning van een gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van effecten als
zake de verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing (
fra).
deze nieuwe context is het niet meer gepast de erkenningsvoorwaarden van een gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van effecten op te nemen
de afdeling XXVIIquater met betrekking tot de definitief belaste
komsten (materie die voorheen viel onder artikel 203, § 2, zesde lid, WIB 92, opgeheven door de wet betreffende financiële zekerheden), maar ze op te nemen
een specifieke afdeling XXVIIquinquies dat verwijst naar artikel 261, derde lid, WIB 92, nieuw.
derdaad, zoals wij reeds hebben vermeld, vult artikel 51 van de wet artikel 261, WIB 92 aan met een derde lid dat de beheerder van het erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële
strumenten aanmerkt als de schuldenaar van de roerende voorheffing voor de
terest van leningen en de
komsten vermeld
artikel 90, 11°, WIB 92 (" 11° de vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betreffende financiële
strumenten die het voorwerp uitmaken van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of van een lening."), die zijn betaald
uitvoering van een lening van financiële
strumenten gesloten en
tegraal vereffend door tussenkomst van dit erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële
strumenten. Artikel 2 voegt de titel van de nieuwe afdeling XXVIIquinquies
voor artikel 735, KB/WIB 92. De nieuwe afdeling omvat de artikelen 735 tot 7312,
gevoegd
het KB/WIB 92 bij het koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1 tot uitvoering van artikel 203, § 2, zesde lid, WIB 92, opgeheven door de wet betreffende financiële zekerheden. De artikelen 3 tot 9 van dit besluit passen de artikelen 735 tot 7312, KB/WIB 92,
uitvoering van het nieuwe artikel 261, derde lid, WIB 92, aan, teneinde ze
overeenstemming te brengen met de wijzigingen die door de wet betreffende financiële zekerheden aan het WIB 92 zijn aangebracht
zake gecentraliseerde leningen van financiële
strumenten. Artikel 3
artikel 735, KB/WIB 92, wordt het woord "aandelen" vervangen door de woorden "financiële
strumenten". Artikel 4 De verwijzingen naar de wetteksten en de terminologie van artikel 736, KB/WIB 92 dat de algemene erkenningsvoorwaarden van het gecentraliseerd systeem vastlegt, zijn aangepast aan het WIB 92 zoals gewijzigd door de wet betreffende financiële zekerheden. Artikel 4, 1°, vervangt de verwijzing naar de wettekst van artikel 203, § 2, zesde lid, 2°, WIB 92, dat het betalings- en afwikkelingssysteem vermeldde, door een verwijzing naar het nieuwe artikel 261, derde lid, dat het gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële
strumenten beoogt. Het woord « aandelen » wordt vervangen door de woorden « financiële
strumenten » zoals bedoeld
de wet betreffende financiële zekerheden. Artikel 4, 2° heft de voorwaarde op die erin bestond
ontradende kosten te voorzien ten laste van de ontlener, rekening houdende dat deze voorwaarde eigen was aan het opgeheven systeem dat door de voornoemde wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten was
gesteld en waarin het systematisch beroep doen op betaling van ontbrekende coupons door tussenkomst van een gecentraliseerd systeem diende ontmoedigd te worden door geëigende middelen wegens de voordelen dat deze betaling kon opleveren
zake definitief belaste
komsten. Dit voordeel
zake definitief belaste
komsten bestaat niet meer onder het nieuwe systeem dat door de wet betreffende financiële zekerheden is
gesteld zodat niet meer dient te worden voorzien
het opleggen van ontradende kosten ten name van de ontleners die
dergelijke verrichtingen zouden kunnen tussengekomen zijn. Artikel 4, 3°, vervangt het begrip van vergoedingen voor ontbrekende coupon door de verwijzing naar artikel 90, 11°, WIB 92. Artikel 5 Artikel 5, 1°, past de terminologie aan van artikel 738, § 1, KB/WIB 92 aan deze van het WIB 92, zoals gewijzigd door de wet betreffende financiële zekerheden. Artikel 5, 2°, past de terminologie van paragraaf 2 van dit artikel aan en brengt de periode waarvoor de vernieuwing van de erkenningsperiode wordt verleend van twee op vijf jaar. Artikel 6 Artikel 739, KB/WIB 92, dat aan de beheerder van het systeem de verplichting oplegde aan de Administratie van de ondernemings- en
komensfiscaliteit bepaalde gegevens mee te delen, is gewijzigd teneinde de gegevens die door de beheerder van het systeem aan de FOD Financiën moeten worden verstrekt, aan te passen aan het feit dat de vergoeding voor ontbrekende coupon niet langer wordt aangemerkt als een dividend en dat de vrijstelling van de roerende voorheffing van toepassing is op de vergoeding voor ontbrekende coupon en de vergoeding voor lening betaald door het gecentraliseerd systeem (
fra). De mee te delen gegevens hebben niet langer betrekking op de identiteit van de Belgische schuldenaars van de vergoeding voor ontbrekende coupon, maar op de identiteit van de Belgische deelnemers aan het gecentraliseerd systeem welke vergoedingen voor ontbrekende coupon of vergoedingen voor lening ontvangen. Artikel 7 Artikel 7310, KB/WIB 92, dat voorzag
de verplichting voor de beheerder van het systeem elke wijziging van het tarief van de kosten vermeld
artikel 736, eerste lid, 4°, WIB 92, te melden, is opgeheven wegens de opheffing van deze kosten door artikel 4, 2° van dit besluit. Artikel 8 Het eerste lid van artikel 7311, KB/WIB 92 dat voorziet dat het gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen aan de FOD Financiën moet toelaten te beschikken over de gegevens met betrekking tot het bedrag van de vergoedingen voor ontbrekende coupon betaald per ontleend aandeel en per schuldenaar gedurende een periode van vijf jaar, is vervangen door een nieuwe bepaling die verwijst naar de
komsten bedoeld
artikel 90, 11°, WIB 92 en naar de
terest voor lening van financiële
strumenten, en die de gegevens beoogt met betrekking tot het bedrag van de
komsten die zijn betaald door en aan iedere deelnemer en per
strument over een periode van vijf jaar. De vaststelling van het bedrag van deze
komsten en de vergoedingen voor lening moet gebeuren gedurende vijf jaren na het jaar gedurende hetwelk deze
komsten zijn betaald. Artikel 9
artikel 7312, KB/WIB 92, wordt het woord "aandelen" vervangen door de woorden "financiële
strumenten". Artikel 10 Dit artikel wijzigt het opschrift van onderafdeling I van afdeling III van hoofdstuk II van het KB/WIB 92. Aan het opschrift van hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling I worden de
artikel 90, 11°, WIB 92, bedoelde
komsten (vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot) ten laste van een schuldenaar niet-rijksinwoner, toegevoegd teneinde duidelijk aan te geven dat die diverse
komsten van buitenlandse oorsprong voortaan worden beoogd door de controlemaatregelen bedoeld
de artikelen 96 en volgende. Artikel 11 Artikel 96, KB/WIB 92 wordt volledig vervangen teneinde : 1. de gebruikte terminologie te actualiseren;2. de
artikel 261, derde lid, WIB 92 bedoelde
komsten uit het toepassingsgebied van dit artikel te sluiten;3. het bijhouden van een bijzonder register op een elektronische
formatiedrager toe te laten. De door deze maatregel betrokken
stellingen en personen worden omschreven door de verwijzing naar de artikelen 2 en 2bis van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/1993 pub. 29/07/2013 numac 2013000488 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 11/01/1993 pub. 27/06/2012 numac 2012000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Die wet bevat een volledige opsomming van de actoren die dergelijke
komsten
België kunnen betalen, gebaseerd op een meer actuele en een voor de financiële sector meer vertrouwde terminologie. De uit het toepassingsgebied van dit artikel gesloten
komsten zijn overigens de
teresten van leningen van financiële
strumenten en de
artikel 90, 11°, WIB 92, bedoelde
komsten, met name de vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot die worden betaald
uitvoering van een lening die verband houdt met financiële
strumenten, gesloten en volledig vereffend door tussenkomst van een erkend gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële
strumenten. De maatregelen
zake verzaking aan roerende voorheffing en de daarop betrekking hebbende controlemaatregelen
zake die specifieke verrichtingen zijn terug te vinden
de artikelen 116bis en 117, § 16, nieuw, KB/WIB 92. Paragraaf 2 bevat de modaliteiten die de betrokken
stellingen en personen
acht moeten nemen voor het bijhouden van het bijzonder register. Er wordt
zonderheid verduidelijkt dat aan de op de elektronische
formatiedrager geregistreerde gegevens niets mag worden gewijzigd, toegevoegd of weggelaten nadat ze
de computer zijn
gebracht.
dit opzicht komt het aan de betrokken
stellingen en personen toe om de vereiste maatregelen te nemen om tot dat resultaat te komen. Naar analogie van hetgeen het artikel 315bis, derde lid, WIB 92, nu reeds bepaalt voor de geautomatiseerde boekhoudingen, moeten de betrokken
stellingen en personen de bevoegde ambtenaren toelaten om de geregistreerde gegevens te lezen en er kopieën van te maken zodat zij die gegevens kunnen meenemen met het oog op een grondig onderzoek. Artikel 12 De tekst van artikel 105, 1°, a, KB/WIB 92, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten3, is verduidelijkt en geactualiseerd. Artikel 105, 6°, b, KB/WIB 92,
gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten4 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 augustus 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten6 ter verzaking aan de
ning van roerende voorheffing op
terest en royalty's verleend of betaalbaar gesteld aan verbonden vennootschappen, definieert het begrip verbonden ondernemingen met het oog op de verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing op
trest en royalty's betaald of toegekend tussen verbonden ondernemingen. Een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming van 25 %
het kapitaal is voorzien om vennootschappen als verbonden vennootschappen aan te merken voor de verzaking aan de roerende voorheffing. Artikel 12 vult de definitie van verbonden vennootschappen aan teneinde te vermijden dat door middel van een lening voor ten minste 1 jaar, van aandelen uitgegeven door een verbonden vennootschap, door een vennootschap aandeelhouder aan een vennootschap-ontlener, zowel de vennootschap-uitlener als de vennootschap-ontlener zich op hetzelfde ogenblik de hoedanigheid aanmeten van verbonden vennootschap op grond van de aandelen die het voorwerp zijn van de lening, rekening houdend, enerzijds, met de fictie van niet-overdracht van eigendom ten name van de leninggever voorzien
artikel 2, § 2, eerste lid, WIB 92, zoals gewijzigd door de wet betreffende financiële zekerheden en, anderzijds, met de regels van het gemeen recht waardoor de ontlener eigenaar van de aandelen is geworden door het bezit ervan
uitvoering van de lening. Er wordt gepreciseerd dat er geen rekening wordt gehouden met de aandelen die, op het ogenblik waarop de
teresten toegekend of betaalbaar zijn gesteld, het voorwerp zijn van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van een lening met betrekking tot deze aandelen om na te gaan of aan de voorwaarden van de rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming van 25 % is voldaan voor de toepassing van de bepalingen betreffende verbonden ondernemingen, zoals die
het KB/WIB 92 werden
gelast bij de koninklijke besluiten van 22 december 2003 en 13 augustus 2004. De bepaling is eveneens van toepassing, om dezelfde redenen, op aandelen die het voorwerp zijn van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten. Artikel 13 Artikel 106, KB/WIB 92, bepaalt de verschillende gevallen van volledige of gedeeltelijke verzaking aan de roerende voorheffing met betrekking tot dividenden. Artikel 13, 1° schrapt
het artikel 106, § 1, eerste lid, KB/WIB 92, de verwijzing naar artikel 18, eerste lid, 3°, WIB 92, dat de vergoedingen voor ontbrekende coupon met betrekking tot aandelen aanmerkte als dividenden
het stelsel dat was
gevoegd bij de bovenvermelde wet van 10 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten. Artikel 13, 2° heft § 1, tweede lid, van artikel 106, KB/WIB 92, dat uitsluitend handelt over de vergoedingen voor ontbrekende coupon met betrekking tot aandelen van een buitenlandse vennootschap, op om dezelfde redenen als deze vermeld voor artikel 13, 1°. Artikel 13, 3° wijzigt §§ 2 en 3 van artikel 106, KB/WIB 92, en stelt de
komsten die worden betaald of toegekend
uitvoering van zakelijke zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot Belgische aandelen gelijk met dividenden van Belgische aandelen voor de verzaking aan de roerende voorheffing ten gunste van spaarders niet-
woners die geen onderneming exploiteren of die zich niet bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard en die vrijgesteld zijn van alle
komstenbelastingen
het land waarvan ze
woner zijn of ten gunste van de door de Minister van Financiën erkende Belgische beleggingsfondsen bedoeld
artikel 106, § 3, KB/WIB 92. Deze uitbreiding beoogt de gevallen waarin een dergelijke niet-
woner, die
het land waarvan hij een particulier
woner is geniet van een regime van fiscale vrijstelling, of een dergelijk Belgisch beleggingsfonds de Belgische aandelen die hij of het fonds bezit, leent aan een Belgische vennootschap of aan een andere Belgische persoon bedoeld
artikel 106, § 2 of § 3, KB/WIB 92, en een vergoeding voor ontbrekend dividend ontvangt welke door deze ontlener is betaald. Deze verzaking is zelfs van toepassing
de gevallen waarin de spaarder niet-
woner bedoeld
artikel 106, § 2, KB/WIB 92 zich niet kan beroepen op een overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting (
tegenstelling tot de algemene bepaling
zake verzaking die is voorzien
artikel 111bis, § 2, KB/WIB 92, voor de vergoedingen voor ontbrekende coupon met betrekking tot onder andere Belgische aandelen). Artikel 13, 4° vervangt § 4 van artikel 106, KB/WIB 92, door een preciezere anti-misbruikbepaling. De huidige § 4 van artikel 106, KB/WIB 92, bepaalt dat de verzaking aan de roerende voorheffing bedoeld
en 3 van hetzelfde artikel niet van toepassing is wanneer de spaarder niet-
woner niet de uiteindelijke verkrijger is van de
komsten uit aandelen of winstbewijzen omdat hij er zich,
werkelijkheid, contractueel toe verbonden heeft het
komen ervan door te storten aan een derde. De nieuwe formulering van artikel 106, § 4, KB/WIB 92 breidt de toepassing van de anti-misbruikbepaling uit tot het geval waarin de niet-
woner bedoeld
artikel 106, § 2, KB/WIB 92, of het Belgisch beleggingsfonds bedoeld
artikel 106, § 3, KB/WIB 92, de aandelen bezit
de hoedanigheid van leningnemer en deze de verplichting heeft een vergoeding voor ontbrekend dividend aan de leninggever te storten.
dergelijke situaties blijkt dat de uiteindelijke verkrijger van het
komen geen niet-
woner is welke bedoeld wordt
artikel 106, § 2, KB/WIB 92, of het Belgisch beleggingsfonds bedoeld
artikel 106, § 3, KB/WIB 92. Evenwel is de anti-misbruikmaatregel zoals geformuleerd
artikel 106, § 4, nieuw, KB/WIB 92 niet van toepassing wanneer de niet-
woner bedoeld
artikel 106, § 2, KB/WIB 92, of het Belgisch beleggingsfonds bedoeld
artikel 106, § 3, KB/WIB 92 de Belgische aandelen krachtens een overeenkomst, desgevallend een ontlening, zouden bezitten die hen tot de doorstorting van de
komsten ervan verplicht en de uiteindelijke verkrijger, desgevallend leninggever, zelf zou hebben kunnen genieten van een verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing op basis van artikel 106, § 2, § 3, § 5 of § 6, KB/WIB 92,
de veronderstelling dat hij deze aandelen zelf zou hebben bezeten. Artikel 117, §§ 2 en 3, KB/WIB 92, wordt overigens aangepast door artikel 19, 1° en 2° van dit besluit opdat de vereiste attesten ter ondersteuning van deze verzakingen de voorziene voorwaarden bevatten om de mogelijke misbruiken te beperken. Artikel 13, 5° schrapt § 5, vierde lid van artikel 106, KB/WIB 92, met betrekking tot de
komsten bedoeld
artikel 18, eerste lid, 3°, WIB 92 aangezien deze bepaling is opgeheven door de wet betreffende financiële zekerheden. Artikel 13, 6° vervangt § 5, vijfde lid van artikel 106, KB/WIB 92. De nieuwe bepaling stipuleert dat de aandelen die, op het ogenblik waarop de
komsten toegekend of betaalbaar gesteld zijn, het voorwerp zijn van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten of van een lening niet
aanmerking genomen worden voor de vaststelling van de minimumdeelneming ten name van de overdrager, de pandgever of de leninggever. Artikel 106, § 5, KB/WIB 92, voorziet
een verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing met betrekking tot dividenden van een Belgische dochteronderneming ten gunste van een moedervennootschap
een andere Lidstaat van de Europese Unie,
uitvoering van de richtlijn van de Raad van Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 (90/435/EEG) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende Lidstaten. De verzaking is evenwel niet van toepassing
dien het aandelenbezit van de moedervennootschap uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald niet een deelneming vertegenwoordigt van ten minste 25 %
het kapitaal van de dochtervennootschap en deze minimumdeelneming van 25 % niet gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar wordt of werd behouden. Artikel 106, § 5, vijfde lid, nieuw van het KB/WIB 92 strekt ertoe te vermijden dat door middel van een lening van tenminste één jaar van effecten van een dochteronderneming door de moedervennootschap aan een ontlenende vennootschap, zowel de uitlenende als de ontlenende vennootschap zich gelijktijdig kunnen beroepen op de hoedanigheid van moedervennootschap
de zin van artikel 106, KB/WIB 92, op grond van de aandelen die het voorwerp zijn van de lening, rekening houdend enerzijds met de fictie van niet-eigendomsoverdracht voorzien
hoofde van de leninggever door artikel 2, § 2, eerste lid, WIB 92, zoals gewijzigd door de wet betreffende financiële zekerheden en anderzijds met de gemeenrechtelijke regels
hoofde van de leningnemer die eigenaar is geworden van de aandelen ten gevolge van het bezit van deze aandelen
uitvoering van een lening. Deze regel is evenwel slechts voorzien ten name van de moedervennootschap (die dus handelt als leninggever, pandgever of overdrager) en niet ten name van de ontlenende vennootschap zodat deze zich zal kunnen beroepen, met het oog op de verzaking, op de aandelen die ze bezit
de hoedanigheid van leningnemer, pandnemer of cessionaris
uitvoering van een lening of van een zakelijke zekerheidsovereenkomst met een looptijd van tenminste één jaar. Aldus zal de moedervennootschap die op duurzame wijze 35 % van de aandelen van een Belgische vennootschap bezit, 10 % van de aandelen kunnen uitlenen zonder het voordeel van de verzaking aan de roerende voorheffing op de dividenden van de behouden 25 % te verliezen, terwijl de twee ontlenende vennootschappen die op duurzame wijze bij hypothese 20 % zouden bezitten vóór de verrichting, zouden kunnen voldoen aan de voorwaarden
zake minimumdeelneming door elk 5 % van de aandelen te ontlenen gedurende één jaar. De vergoedingen voor ontbrekende coupon die door elk van de ontlenende vennootschappen worden uitgekeerd aan de uitlenende vennootschap voor de 5 % die ze bezitten zijn bovendien vrijgesteld van roerende voorheffing krachtens artikel 111bis, KB/WIB 92, nieuw.
dien daarentegen de moedervennootschap meer dan 10 % van de 35 % zou uitlenen, zou zij het recht op de verzaking met betrekking tot de aandelen
haar bezit die dan minder dan 25 % bedragen, verliezen daar de fictie van niet-eigendomsoverdracht zoals voorzien
artikel 2, § 2, eerste lid, WIB 92, niet van toepassing is op dit vlak. Artikel 13, 7° heft § 6, derde lid van artikel 106, KB/WIB 92, op volgens de verklaringen die identiek zijn als deze opgenomen voor artikel 13, 5°, supra, betreffende de afschaffing van § 5, vierde lid. Artikel 13, 8° vervangt § 6, vierde lid van artikel 106, KB/WIB 92. De nieuwe bepaling stipuleert dat de aandelen die, op het ogenblik waarop de
komsten toegekend of betaalbaar gesteld zijn, deel uitmaken van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten of een lening niet
aanmerking genomen worden voor de bepaling van de minimumdeelneming ten name van de overdrager, de pandgever of de leninggever. Artikel 106, § 6, KB/WIB 92, voorziet, mutatis mutandis artikel 106, § 5,
het stelsel van de verzaking voor moedervennootschappen en dochterondernemingen met betrekking tot binnenlandse vennootschappen. Dezelfde regel als deze welke is besproken voor § 5, vijfde lid, nieuw, is eveneens op dit vlak opgenomen om te vermijden dat dezelfde aandelen die het voorwerp uitmaken van een lening of van een zakelijke zekerheidsovereenkomst ten name van de twee partijen aan de overeenkomst gelijktijdig
aanmerking worden genomen om te voldoen van de voorwaarden
zake minimumdeelneming. Artikel 13, 9° heft de §§ 10 en 11 van artikel 106, KB/WIB 92, op omdat die betrekking hebben op de
komsten bedoeld
het door de wet betreffende financiële zekerheden opgeheven artikel 18, eerste lid, WIB 92, die de vergoedingen voor ontbrekende coupon als dividenden definieerde. Artikel 14 Dit artikel wijzigt artikel 107, § 2, KB/WIB 92, wat de verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing op
terest betreft. Artikel 14, 1° vult artikel 107, § 2, 5° aan met een littera f) dat ertoe strekt de verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing toe te staan voor
terest betaald aan spaarders niet-
woners (gedefinieerd
artikel 105, 5°, KB/WIB 92) door beursvennootschappen
uitvoering van zakelijke zekerheidsovereenkomsten of leningen met betrekking tot financiële
strumenten. Deze regeling is ook voorzien wanneer de schuldenaar een Belgische
richting van een beleggingsonderneming naar buitenlands recht is die dezelfde categorieën van diensten
zake beleggingen mag verlenen als de beursvennootschappen naar Belgisch recht. Het betreft beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die zijn erkend als beursvennootschap krachtens artikel 47 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende
richting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld
artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten
zake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs. Artikel 14, 2° verstrengt de voorwaarden voor de verzaking aan de
ning van roerende voorheffing op
komsten van Belgische obligaties die het voorwerp zijn van een
schrijving op naam en die worden verleend of toegekend aan spaarders niet-
woners door schuldenaars die niet bedoeld zijn
artikel 107, § 2, 5°, b, KB/WIB 92. Het begrip van spaarders niet-
woners wordt met dit oogmerk gepreciseerd teneinde het gebruik door rijksinwoners van buitenlandse vennootschappen die genieten van een stelsel dat aanzienlijk gunstiger is dan
België te beperken. Artikel 14, 3° heft artikel 107, § 2, 12°, KB/WIB 92, op omdat dat betrekking had op
terest van aandelenleningen verleend of toegekend door een gecentraliseerd systeem van aandelenleningen bij toepassing van het stelsel dat door de wet betreffende financiële zekerheden is opgeheven. Dit stelsel wordt vervangen door artikel 116bis, KB/WIB 92,
gevoegd bij artikel 18 van dit besluit. Artikel 15 Artikel 15 voegt
het KB/WIB 92 een artikel 111bis
met het oog op het toestaan van een algemene verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing met betrekking tot vergoedingen voor ontbrekende coupon ten gunste van verkrijgers bedoeld
de §§ 1 en 2 van deze nieuwe bepaling. Artikel 111bis, § 1, eerste lid, beoogt de vergoedingen voor ontbrekende coupon betaald of toegekend aan elke binnenlandse vennootschap en aan een Belgische
richting van een buitenlandse vennootschap die de financiële
strumenten die het voorwerp uitmaken van een lening of van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst heeft gebruikt voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid
België. Het tweede lid sluit evenwel het voordeel van de verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing uit met betrekking tot vergoedingen betaald
uitvoering van een lening van 1 jaar of meer (de bepaling beoogt niet de zakelijke-zekerheidsovereenkomsten), aangezien de leningen met een dergelijke looptijd het ondermeer de ontlener mogelijk maken te genieten van een verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing wanneer aan de permanentievoorwaarde is voldaan (cfr. artikel 118, KB/WIB 92 : het houden
eigendom gedurende de hele periode waarop de
komsten betrekking hebben). Artikel 111bis, § 2, nieuw voorziet
de verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing op vergoedingen voor ontbrekende coupon betaald door Belgische schuldenaars bedoeld
de bepaling, of door een Belgische
richting van een buitenlandse vennootschap, aan elke spaarder niet-
woner die de hiervoor gedefinieerde financiële
strumenten uitgeleend,
pand gegeven of overgedragen heeft. De verzaking is evenwel niet van toepassing wanneer de spaarder niet-
woner geen aanspraak kan maken op de toepassing van een overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting gesloten tussen het land waarvan hij
woner is en België, hetzij omdat een dergelijke overeenkomst niet bestaat, hetzij omdat hij rationae personae is uitgesloten van de toepassing van een bestaande overeenkomst. Artikelen 16 en 17 Deze artikelen passen de artikelen 115 en 116 aan met betrekking tot de wijzigingen aangebracht
het WIB 92 door de wet betreffende financiële zekerheden op de hiervoor besproken punten. Artikel 18 Artikel 18 voegt
het KB/WIB 92 een artikel 116bis
met het oog op het
stellen van de verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing op de
komsten bedoeld
artikel 261, derde lid, WIB 92, zoals
gevoegd bij de wet betreffende financiële zekerheden, d.w.z.
terest van leningen van financiële
strumenten en de vergoedingen voor ontbrekende coupon betaald
uitvoering van een lening met betrekking tot financiële
strumenten, gesloten en
tegraal vereffend door tussenkomst van een gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële
strumenten.
de verzaking is voorzien ten gunste van zeven categorieën van verkrijgers. Deze lijst van verkrijgers is gebaseerd op de categorieën van personen waarvoor wordt verzaakt aan de
ning van de roerende voorheffing op basis van artikel 4 van het koninklijk besluit van 26 mei 1994 over de
houding en de vergoeding van de roerende voorheffing overeenkomstig hoofdstuk I van de wet van 6 augustus 1993 betreffende transacties met bepaalde effecten (vereffeningsstelsel X/N beheerd door de Nationale Bank van België). Artikel 19 Artikel 19 vult artikel 117, KB/WIB 92, aan teneinde de formaliteiten waaraan de hiervoor vermelde verzakingen zijn onderworpen te verduidelijken. Met betrekking tot de voorwaarde
zake eigenaar zijn of vruchtgebruiker zijn van de rentegevende roerende kapitalen voorzien
artikel 117, § 2, nieuw KB/WIB 92
hoofde van de verkrijger van vergoedingen voor ontbrekende coupon bedoeld
artikel 106, § 2, KB/WIB 92, wordt gepreciseerd dat deze voorwaarde dient te worden onderzocht rekening houdend met de fictie van niet eigendomsoverdracht voorzien
artikel 2, § 2, WIB 92, zoals gewijzigd bij artikel 30 van de wet betreffende financiële zekerheden. Artikel 20 Artikel 20 voegt
het KB/WIB 92 een nieuw artikel 123bis
teneinde de toepassingsmodaliteiten van het nieuwe artikel 283, WIB 92, vast te leggen dat voorziet
de weigering of de beperking van de verrekening van de roerende voorheffing
hoofde van de leningnemer van aandelen van Belgische vennootschappen,
dien de leninggever een niet-
woner is en die deze effecten niet heeft aangewend voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid
België en die
woner is van een Staat waarmede België een overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting heeft gesloten. Artikel 283, tweede lid, WIB 92 laat een voorwaardelijke gehele of gedeeltelijke verrekening van de roerende voorheffing toe
hoofde van de leningnemer
functie van de verzakingen aan de
ning van de roerende voorheffing of ten belope van de vermindering van de bronbelasting waarvan de leninggever zou kunnen hebben genieten met betrekking tot deze dividenden die hem zouden zijn toegekend bij ontstentenis van een lening van aandelen. De toepassing van deze bepaling vereist dat de leningnemer die om de gehele of gedeeltelijke verrekening van de roerende voorheffing die werd
gehouden op de dividenden die hij heeft ontvangen verzoekt, een attest kan overleggen waarbij de leninggever bevestigt dat hij een verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing of een verdragsvermindering van de bronbelasting had kunnen bekomen op het ogenblik van de toekenning of de betaalbaarstelling van de dividenden
dien hij zijn aandelen waarop de dividenden betrekking hebben en die aan de roerende voorheffing zijn onderworpen, niet had uitgeleend.
het attest dient te worden verduidelijkt op grond van welke wettelijke of verdragsrechtelijke bepalingen de leninggever een verzaking of een vermindering had kunnen bekomen en dient ook het tarief van de roerende voorheffing of van de bronheffing dat door hem definitief zou zijn verschuldigd
dien hijzelf de dividenden had ontvangen, te worden gepreciseerd. Artikel 21 Het artikel 21 regelt de
werkingtreding van de bepalingen van dit besluit door zich te baseren op de regels voorzien
de wet betreffende financiële zekerheden. Artikel 22 Dit artikel 22 voorziet
overgangsmaatregelen voor de toepassing van artikel 107, § 2, 10° en artikel 117, § 6, KB/WIB 92 met betrekking tot
komsten van Belgische obligaties uitgegeven vóór de datum van bekendmaking van dit besluit. Overgangsmaatregelen zijn ook voorzien voor gecentraliseerde systemen voor het lenen en het ontlenen van aandelen die erkend waren op grond van bepalingen
voegen vóór de
werkingtreding van dit besluit. Sire, Van Uwe Majesteit, De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Vice-Eerste Minister en de Minister van Financiën, D. REYNDERS 20 JANUARI 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92
zake roerende voorheffing op
komsten betaald of toegekend
uitvoering van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992,
zonderheid op : - artikel 18, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 28 juli 1992, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, en bij de wetten van 22 december 1998, 10 maart 1999, 24 december 2002 en 15 december 2004; - artikel 19, § 1, 1° en § 3, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 22 juli 1993, 20 maart 1996, 10 maart 1999 en 15 december 2004; - artikel 261, eerste lid, 4°, en tweede lid,
gevoegd bij de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten sluiten; - artikel 263, gewijzigd bij de wet van 4 april 1995; - artikel 265, tweede en derde lid,
gevoegd bij de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten sluiten; - artikel 269, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 24 december 1993, vervangen bij de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/1994 pub. 07/02/2012 numac 2012000056 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 30/03/1994 pub. 27/01/2015 numac 2015000029 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 10 maart 1999, 24 december 2002 en 15 december 2004; Gelet op het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 (KB/WIB 92),
zonderheid op : - artikelen 735, 736 en 738 tot 7312,
gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1; artikel 96; artikel 105, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 12 augustus 1994, 7 april 1995, 23 december 1996, 16 mei 2003, 22 december 2003 en 13 augustus 2004; - artikel 106, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 10 april 1995, 6 juli 1997, 9 januari 1998, 4 december 2000 en 15 mei 2003; - artikel 107, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 mei 1994, 11 december 1996, 4 december 2000, 15 mei 2003, 22 december 2003 en 13 augustus 2004; - artikel 115, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 september 1995; - artikel 116, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 4 december 2000 en 15 mei 2003; - artikel 117, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 mei 1994, 30 mei 1995, 1 september 1995, 11 december 1996, 17 december 1996, 6 juli 1997, 4 december 2000 en 22 december 2003; Gelet op het advies van de
specteur van Financiën, gegeven op 1 september 2004; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 2 september 2004; Gelet op het advies nr. 37.831/2 van de Raad van State gegeven op 22 december 2004
uitvoering van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.
het opschrift van afdeling XXVIIquater van Hoofdstuk I van het KB/WIB 92,
gevoegd bij het koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2003 en vervangen door het koninklijk besluit van 13 december 2003, worden de woorden "203, § 1, derde lid en § 2, zesde lid, 2°" vervangen door de woorden "203, § 1, tweede lid". Art. 2.
van hetzelfde besluit, wordt voor artikel 733 een afdeling XXVIIquinquies dat de artikelen 735 à 7312,
gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, omvat,
gevoegd en luidende als volgt : « Afdeling XXVIIquinquies. - Erkenningsvoorwaarden waaraan een gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële
strumenten dat geïntegreerd is
een betalings- en afwikkelingssysteem van effectenverrichtingen moet voldoen en periode gedurende dewelke de erkenning kan worden verleend (Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, artikel 261, derde lid). » Art. 3.
artikel 735, 1° en 2°, van hetzelfde besluit,
gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, wordt het woord "aandelen" vervangen door de woorden "financiële
strumenten". Art. 4.
artikel 736 van hetzelfde besluit,
gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, worden de woorden "203, § 2, 6de lid, 2°" vervangen door de woorden "261, derde lid" en het woord "aandelen" wordt vervangen door de woorden "financiële
strumenten";2° het eerste lid, 4°, wordt opgeheven;3°
het tweede lid, worden de woorden "van vergoedingen voor ontbrekende coupon" vervangen door de woorden "van
komsten bedoeld
artikel 90, 11° van hetzelfde Wetboek". Art. 5.
artikel 738 van hetzelfde besluit,
gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, wordt het woord "aandelen" vervangen door de woorden "financiële
strumenten";2°
, wordt het woord "aandelen" vervangen door de woorden "financiële
strumenten" en het woord "twee" wordt vervangen door het woord "vijf". Art. 6.Artikel 739 van hetzelfde besluit,
gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 739.De beheerder van het systeem of,
de gevallen bedoeld
artikel 737 van dit besluit, zijn aansprakelijke vertegenwoordiger, deelt aan de FOD Financiën vóór 15 december van ieder kalenderjaar volgende gegevens mee : - het totaal bedrag van de
komsten bedoeld
artikel 90, 11° van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 en van de vergoedingen voor leningen die betaald zijn
het kader van het gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële
strumenten,
de loop van de periode die loopt van 1 september van het vorig jaar tot 31 augustus van het lopend jaar of, als de erkenning bekomen werd
de loop van de betrokken periode, sedert de datum van erkenning tot 31 augustus van het lopend jaar; - de identiteit van de deelnemers aan het gecentraliseerd systeem die de
komsten bedoeld
artikel 90, 11° van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 en vergoedingen voor leningen hebben ontvangen
de loop van dezelfde periode als die bedoeld
het vorige gedachtestreepje, alsmede het bedrag van die
komsten en vergoedingen betaald aan elk van die deelnemers
diezelfde periode. » Art. 7.Artikel 7310 van hetzelfde besluit,
gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, wordt opgeheven. Art. 8.Artikel 7311, eerste lid, van hetzelfde besluit,
gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Het gecentraliseerd systeem voor het lenen en ontlenen van financiële
strumenten moet per geleend financieel
strument toelaten het bedrag te bepalen van de
komsten bedoeld
artikel 90, 11° van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 en van de vergoedingen voor lening betaald door en aan iedere deelnemer gedurende vijf jaren na het jaar gedurende hetwelk deze
komsten zijn betaald.» Art. 9.
artikel 7312, §§ 2, 3 en 4, van hetzelfde besluit,
gevoegd bij koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, wordt het woord "aandelen" vervangen door de woorden "financiële
strumenten". Art. 10.
het opschrift van onderafdeling I van afdeling III van Hoofdstuk II van hetzelfde besluit, worden de woorden "en
komsten bedoeld
artikel 90, 11° van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 ten laste van een schuldenaar niet rijksinwoner "
gevoegd tussen de woorden "gelddeposito's
het buitenland" en de woorden "-Controlemaatregelen". Art. 11.Artikel 96 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 96.§ 1. Voor de regelmatige
ning van de roerende voorheffing zijn de
stellingen en personen die zijn vermeld
de artikelen 2 en 2bis van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/1993 pub. 29/07/2013 numac 2013000488 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 11/01/1993 pub. 27/06/2012 numac 2012000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en die
België
komsten van buitenlandse oorsprong uitbetalen of op enigerlei wijze bij de
cassering van zulke
komsten optreden, verplicht die verrichtingen, naarmate zij zich voordoen, te boeken
een bijzonder register. Het register dat alle door de Minister van Financiën voorgeschreven vermeldingen moet bevatten, kan zowel op papier als op een elektronische
formatiedrager worden bijgehouden. Het eerste lid is niet van toepassing op de
komsten die zijn bedoeld
artikel 261, derde lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen
artikel 101 aangewezen ambtenaren onmiddellijk worden voorgelegd. Als het register wordt bijgehouden op een elektronische
formatiedrager, moet de
bedoelde
stelling of persoon : - de passende maatregelen treffen die iedere wijziging, toevoeging of schrapping van geregistreerde gegevens op zijn elektronische
formatiedrager beletten; - en, op elk verzoek van de
artikel 101 aangewezen ambtenaren, onmiddellijk toelaten om die gegevens te lezen en op zijn uitrusting en
bijzijn van de ambtenaren van de administratie, kopieën te maken
de door die ambtenaren gewenste vorm van het geheel of een deel van voormelde gegevens. » Art. 12.
artikel 105 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 12 augustus 1994, 7 april 1995, 23 december 1996, 15 mei 2003, 22 december 2003 en 13 augustus 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
1°, wordt a vervangen door de volgende bepaling : « a) de
België gevestigde kredietinstellingen bedoeld
de wet op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen van 22 maart 1993 evenals de Nationale Bank van België;»; 2°
6°, wordt b aangevuld met een tweede lid die luidt als volgt : « Voor de vaststelling van de
het eerste lid bedoelde rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming van ten minste 25 pct., wordt er geen rekening gehouden met de aandelen die, op het ogenblik waarop de
komsten toegekend of betaalbaar gesteld zijn het voorwerp zijn van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of van een lening met betrekking tot deze aandelen. » Art. 13.
artikel 106 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 10 april 1995, 6 juli 1997, 9 januari 1998, 4 december 2000 en 15 mei 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
, eerste lid, vervallen de woorden "niet
artikel 18, eerste lid, 3°, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 bedoelde";2° § 1, tweede lid, wordt opgeheven;3°
en 3, worden de woorden "en op
komsten bedoeld
artikel 90, 11° van hetzelfde Wetboek met betrekking tot Belgische aandelen "
gevoegd tussen het woord "dividenden" en de woorden "waarvan de schuldenaar";4° § 4 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 4.De bepalingen van § 2 zijn niet van toepassing wanneer de spaarder niet-
woner er toe gehouden is, hetzij krachtens een contractuele verplichting de opbrengst van Belgische aandelen die hij
eigen naam beheert door te storten aan de uiteindelijke verkrijger, hetzij een
komen bedoeld
artikel 90, 11° van hetzelfde Wetboek met betrekking tot Belgische aandelen die hij krachtens een ontlening bezit door te storten behalve wanneer de uiteindelijke verkrijger een niet-
woner is bedoeld
, een beleggingsfonds is bedoeld
of een moedervennootschap is bedoeld
of
. »; De bepalingen van § 3 zijn niet van toepassing wanneer de spaarder niet-
woner bedoeld
, tweede lid, b, alhoewel hij de delen van het fonds
eigen naam beheert of bezit, er krachtens een andere contractuele verplichting dan het reglement van het fonds toe gehouden is de opbrengst ervan door te storten aan de uiteindelijke verkrijger, noch wanneer het beleggingsfonds er toe gehouden is een
komen bedoeld
artikel 90, 11° van hetzelfde Wetboek met betrekking tot Belgische aandelen die het krachtens een ontlening bezit door te storten behalve wanneer de uiteindelijke verkrijger een niet-
woner is bedoeld
, een beleggingsfonds is bedoeld
of een moedervennootschap is bedoeld
of
. »; 5° § 5, vierde lid, wordt opgeheven;6° § 5, vijfde lid, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Voor de toepassing van deze paragraaf wordt voor de vaststelling van de minimumdeelneming
het kapitaal van de dochteronderneming ten name van de overdrager, van de pandgever of van de leninggever geen rekening gehouden met de aandelen die, op het ogenblik waarop de
komsten toegekend of betaalbaar gesteld zijn, het voorwerp zijn van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of van een lening met betrekking tot deze aandelen.»; 7° § 6, derde lid, wordt opgeheven;8° § 6, vierde lid, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Voor de toepassing van deze paragraaf wordt voor de vaststelling van de minimumdeelneming
het kapitaal van de dochteronderneming ten name van de overdrager, van de pandgever of van de leninggever geen rekening gehouden met de aandelen die, op het ogenblik waarop de
komsten toegekend of betaalbaar gesteld zijn, het voorwerp zijn van een zakelijke zekerheidsovereenkomst of van een lening met betrekking tot deze aandelen.»; 9° de §§ 10 en 11 worden opgeheven. Art. 14.
artikel 107, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 mei 1994, 11 december 1996, 4 december 2000, 15 mei 2003, 22 december 2003 en 13 augustus 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 5° wordt aangevuld met een littera f, waarvan de tekst luidt als volgt : « f)
terest van zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en van leningen met betrekking tot financiële
strumenten zoals beoogd door het artikel 19, § 1, 1° van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 toegekend of betaalbaar gesteld door een beursvennootschap naar Belgisch recht of door een Belgische
richting van een beleggingsonderneming naar buitenlands recht die dezelfde categorieën van diensten
zake beleggingen mag verlenen als de beursvennootschappen naar Belgisch recht aan een verkrijger die wordt geïdentificeerd als een spaarder niet-
woner.»; 2° het 10° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 10°
komsten van Belgische obligaties die het voorwerp zijn van een
schrijving op naam bij de uitgever die aan spaarders niet-
woners worden verleend of toegekend door niet
5°, b, vermelde schuldenaars. De bepalingen van het eerste lid zijn slechts van toepassing
dien de verkrijger : - ofwel een
artikel 227, 1° of 3° van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 vermelde niet-
woner is; - ofwel een
artikel 227, 2° van hetzelfde Wetboek vermelde niet-
woner is die,
het land waarvan hij
woner is, onderworpen is aan een
komstenbelasting waarvan de bepalingen niet aanzienlijk gunstiger zijn dan
België, ofwel waarvan de aandelen niet voor ten minste de helft
het bezit zijn van rijksinwoners; - ofwel een beleggingsvennootschap is die een openbaar beroep heeft gedaan op het spaarwezen. »; 3° het 12° wordt opgeheven. Art. 15.Tussen de artikelen 111 en 112 van hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 111bis
gevoegd waarvan de tekst luidt als volgt : « Art. 111bis.§ 1. Van de
ning van de roerende voorheffing wordt volledig afgezien met betrekking tot de
komsten bedoeld
artikel 90, 11° van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, andere dan degene bedoeld
artikel 265, tweede lid, van hetzelfde wetboek, wanneer de verkrijger wordt geïdentificeerd als een binnenlandse vennootschap of als een belastingplichtige onderworpen aan de belasting der niet-
woners overeenkomstig artikel 233 van hetzelfde Wetboek, die de financiële
strumenten, die het voorwerp uitmaken van de zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van de lening, voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid
België gebruikt. Het eerste lid is niet van toepassing op de
artikel 90, 11° van hetzelfde Wetboek bedoelde
komsten die zijn betaald of toegekend
uitvoering van een lening met een looptijd die gelijk is aan of langer is dan één jaar met betrekking tot deze financiële
strumenten. § 2. Van de
ning van de roerende voorheffing wordt volledig afgezien met betrekking tot de
komsten bedoeld
artikel 90, 11° van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, verkregen uit financiëleinstrumenten en die ten laste zijn van een leningnemer, een cessionaris of een pandnemer zijnde een rijksinwoner, enigerlei vennootschap, vereniging,
richting of
stelling met maatschappelijke zetel, voornaamste
richting of zetel van bestuur of beheer
België, de Belgische Staat of de staatkundige onderdelen of plaatselijke gemeenschappen daarvan, of een
richting waarover een
artikel 227 bedoelde niet-
woner
België beschikt, wanneer de verkrijger wordt geïdentificeerd als een spaarder niet-
woner die aanspraak kan maken op de toepassing van een overeenkomst tot vermijding van dubbele belasting gesloten tussen België en de Staat waarvan hij
woner is. » Art. 16.
artikel 115, §§ 1 en 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 september 1995, worden de woorden "en 90, 6°" vervangen door de woorden "en 90, 6° en 11°". Art. 17.
artikel 116 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 1993, 4 december 2000 en 15 mei 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, vervallen de woorden "die niet zijn bedoeld
artikel 18, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek" en worden de woorden "en 90, 6°" vervangen door de woorden "en 90, 6° en 11°";2° het tweede lid wordt opgeheven. Art. 18.Tussen de artikelen 116 en 117 van hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 116bis
gevoegd waarvan de tekst luidt als volgt : « Art. 116bis.Van de
ning van de roerende voorheffing wordt volledig afgezien met betrekking tot de
artikel 261, derde lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 vermelde
komsten, waarvan de verkrijgers deel uitmaken van een van de volgende categorieën : 1° binnenlandse vennootschappen;2° onverminderd de toepassing van artikel 262, 1° en 5° van hetzelfde Wetboek, de
artikel 2, § 3, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen bedoelde
stellingen, verenigingen of ondernemingen, andere dan deze vermeld
1° en 3°;3° de
artikel 105, 2° vermelde parastatale
stellingen voor sociale zekerheid of ermede gelijkgestelde
stellingen;4° de
artikel 105, 5°, vermelde spaarders niet-
woners;5° de
artikel 115 vermelde beleggingsfondsen;6° de
artikel 227, 2° van hetzelfde Wetboek vermelde belastingplichtigen, die volgens artikel 233 van hetzelfde Wetboek aan de belasting van niet-
woners onderworpen zijn en die de rentegevende kapitalen voor het uitoefenen van hun beroepswerkzaamheid gebruiken;7° collectieve beleggingsinstellingen naar buitenlands recht die een onverdeeld vermogen zijn dat wordt beheerd door een beheersvennootschap voor rekening van deelnemers, wanneer hun aandelen
België niet openbaar worden uitgegeven en niet
België worden verhandeld.» Art. 19.
artikel 117 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 mei 1994, 30 mei 1995, 1 september 1995, 11 december 1996, 17 december 1996, 6 juli 1997, 4 december 2000 en 22 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2.De
artikel 106, § 2, gestelde verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing wordt slechts toegestaan
dien aan de schuldenaar van de
komsten een attest wordt overhandigd waarbij is bevestigd dat de verkrijgers :
woners zijn die geen onderneming exploiteren of zich niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden en die
het land waarvan zij
woner zijn, vrijgesteld zijn van
komstenbelastingen;c) niet gehouden zijn de opbrengst van aandelen of winstbewijzen aan de uiteindelijke verkrijger krachtens een contractuele verplichting door te storten of een
komen bedoeld
artikel 90, 11° van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 met betrekking tot Belgische aandelen die ze krachtens een overeenkomst bezitten door te storten behalve
dien de uiteindelijke verkrijger een niet-
woner is bedoeld
artikel 106, § 2, een beleggingsfonds is bedoeld
artikel 106, § 3 of een moedervennootschap is bedoeld
artikel 106, § 5 of § 6.»; 2° § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 3.De
de artikelen 106, § 3, en 110, 4°, c, gestelde verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing wordt slechts toegestaan
dien de beheersvennootschap van het beleggingsfonds aan de schuldenaar van de roerende voorheffing een attest overhandigt waarbij wordt bevestigd dat de het gaat om
komsten die worden verkregen ten voordele van een overeenkomstig artikel 106, § 3, erkend beleggingsfonds. De
artikel 106, § 3, gestelde verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing wordt bovendien slechts toegestaan
dien het attest bedoeld
het vorige lid bevestigt dat de spaarders niet-
woners die de aandelen bezitten er niet toe gehouden zijn het resultaat ervan krachtens een contractuele verplichting aan de uiteindelijke verkrijger door te storten en dat het beleggingsfonds er niet toe gehouden is een
komen vermeld
artikel 90, 11° van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 met betrekking tot Belgische aandelen die het krachtens een lening bezit door te storten behalve
dien de uiteindelijke verkrijger een niet-
woner is bedoeld
artikel 106, § 2, een beleggingsfonds is bedoeld
artikel 106, § 3 of een moedervennootschap is bedoeld
artikel 106, § 5 of § 6. »; 3° § 4, derde lid, wordt opgeheven;4° § 5, derde lid, wordt opgeheven;5°
, worden de woorden "107, § 2, 5°, b tot e, 6° en 10°" vervangen door de woorden "107, § 2, 5°, b tot f, en 6°";6° een § 6ter wordt
gevoegd, luidende : « § 6ter.De verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing
gevolge artikel 107, § 2, 10°, wordt slechts toegestaan
dien de schuldenaar van de
komsten een attest wordt overhandigd waarbij is bevestigd dat de verkrijger :
woner is die deze kapitalen niet voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid
België gebruikt;c) - ofwel een
artikel 227, 1° of 3° van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 vermelde niet-
woner is; - ofwel een
artikel 227, 2° van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 vermelde niet-
woner is die,
het land waarvan hij
woner is, onderworpen is aan een
komstenbelasting waarvan de bepalingen niet aanzienlijk gunstiger zijn dan
België, ofwel waarvan de aandelen niet voor ten minste de helft
het bezit zijn van rijksinwoners; - ofwel een beleggingsvennootschap is die een openbaar beroep doet op het spaarwezen. »; 7° § 16 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 16.De verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing
gevolge artikel 116bis, wordt slechts toegestaan
dien aan de beheerder van het erkende gecentraliseerde systeem een attest wordt overhandigd door de deelnemer aan het systeem die hem de geleende financiële
strumenten overdraagt, waarin wordt bevestigd dat de
komsten zijn verkregen door personen behorende tot de
dit artikel bedoelde categorieën. »; 8° § 17 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 17.De verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing
gevolge artikel 111bis, § 1, wordt slechts toegestaan
dien aan de schuldenaar van de
komsten een attest wordt overhandigd waarin wordt bevestigd dat de verkrijger : a) een binnenlandse vennootschap is of een belastingplichtige is onderworpen aan de belasting der niet-
woners overeenkomstig artikel 233 van hetzelfde Wetboek, die de financiële
strumenten, die het voorwerp uitmaken van de zakelijke-zekerheidsovereenkomst of van de lening, voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid
België gebruikt;b) eigenaar is van de geleende financiële
strumenten.»; 9° § 18 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 18.De verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing
gevolge artikel 111bis, § 2, wordt slechts toegestaan
dien aan de schuldenaar van de
komsten, of de
België gevestigde tussenpersoon een attest wordt overhandigd waarin wordt bevestigd dat de verkrijger : a) een spaarder niet-
woner is die om de toepassing kan verzoeken van een overeenkomst tot vermijding van dubbele belasting gesloten tussen België en de Staat waarvan hij
woner is;b) eigenaar is van de geleende financiële
strumenten.» Art. 20.Tussen de artikelen 123 en 124 van hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 123bis
gevoegd waarvan de tekst luidt als volgt : « Art. 123bis.De verrekening van de roerende voorheffing bedoeld
artikel 283, tweede lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, is onderworpen aan de voorwaarde dat de verkrijger van de
komsten
het bezit wordt gesteld van een attest waarbij is bevestigd : a) hetzij dat de leninggever van de aandelen waarvoor de verrekening wordt gevraagd, zonder een lening met betrekking tot die aandelen, de voorwaarden zou hebben vervuld om de verzaking aan de
ning van de roerende voorheffing te bekomen overeenkomstig de artikelen 106 tot 119bis op het ogenblik van de toekenning en de betaalbaarstelling van de dividenden die betrekking hebben op de geleende aandelen;b) hetzij dat de leninggever zonder een lening met betrekking tot die aandelen de voorwaarden zou hebben vervuld om een vermindering van de roerende voorheffing te bekomen overeenkomstig de bepalingen van een overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting, op het ogenblik van toekenning of betaalbaarstelling van de dividenden die betrekking hebben op de geleende aandelen.» Art. 21.De artikelen 1 tot 11 treden
werking vanaf de datum van bekendmaking van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten sluiten betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten. Artikel 12, 1° treedt
werking op de dag van bekendmaking van dit besluit
het Belgisch Staatsblad. De artikelen 12, 2° en 13, 6° en 8°, zijn van toepassing op zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en op leningen betreffende financiële
strumenten, afgesloten vanaf de datum van bekendmaking van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten sluiten betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten. De artikelen 13, 1°, 2° en 9° zijn van toepassing op
komsten toegekend of betaalbaar gesteld
uitvoering van de leningen van aandelen afgesloten vanaf de datum van bekendmaking van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten sluiten betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten. De artikelen 13, 5° en 7° en 19, 3° en 4°, zijn van toepassing op leningen van aandelen afgesloten vanaf de datum van bekendmaking van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten sluiten betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten. De artikelen 13, 3° en 4°, 14, 1° en 3°, 15 tot 18 en 19, 1°, 2° en 7° tot 9° en 20, zijn van toepassing op
komsten toegekend of betaalbaar gesteld
uitvoering van de zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten, afgesloten vanaf de datum van bekendmaking van de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten sluiten betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten. Artikel 14, 2° en artikel 19, 5° en 6°, zijn van toepassing op
komsten van Belgische obligaties die het voorwerp uitmaken van een
schrijving op naam bij de emittent uitgegeven vanaf de datum van bekendmaking van dit besluit
het Belgisch Staatsblad. Art. 22.Artikel 107, § 2, 10° en artikel 117, § 6 van het KB/WIB 92, zoals deze bestonden alvorens door dit besluit te zijn gewijzigd blijven van toepassing op
komsten van Belgische obligaties die het voorwerp uitmaken van een
schrijving op naam bij de emittent uitgegeven vóór de datum van bekendmaking van dit besluit
het Belgisch Staatsblad. De gecentraliseerde systemen voor het lenen en ontlenen van aandelen erkend overeenkomstig het artikel 738, KB/WIB 92, zoals dit bestond voor de wijziging door artikel 5 van dit besluit, behouden hun erkenning die ze hadden op het moment van het
voege treden van de artikelen 1 tot 9 van dit besluit voorzover dat ze zich binnen de termijn van 12 maanden vanaf deze datum
overeenstemming brengen met de voorwaarden voorzien bij de artikelen 735, 736 en 738 tot 7312, KB/WIB 92, zoals gewijzigd bij dit besluit en onder voorbehoud dat ze zonder onderbreking de voorwaarden hebben gerespecteerd zoals voorzien bij het artikel 737 en bij de artikelen 735, 736 en 738 tot 7312, KB/WIB 92, zoals zij bestonden vóór enige aanpassing bij dit besluit. Art. 23.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 20 januari 2005. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS _______ Nota
komstenbelastingen 1992, koninklijk besluit van 10 april 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juli
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten, Belgisch Staatsblad van 14 april 1999, 2e editie. Wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling
zake
komstenbelastingen en tot
stelling van een systeem van voorafgaande beslissingen
fiscale zaken sluiten, Belgisch Staatsblad van 31 december 2002, 2de editie. Wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten sluiten, Belgisch Staatsblad van .... Wet van 22 juli 1993, Belgisch Staatsblad van 26 juli
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten8 tot uitvoering van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, Belgisch Staatsblad van 13 september 1993. Koninklijk besluit van 29 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten1, Belgisch Staatsblad van 23 december 2000, 2de editie. Koninklijk besluit van 12 augustus 1994, Belgisch Staatsblad van 10 september
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten7, Belgisch Staatsblad van 31 december 1996, 3de editie. Koninklijk besluit van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten3, Belgisch Staatsblad van 5 juni 2003. Koninklijk besluit van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten4, Belgisch Staatsblad van 31 december 2003, 2de editie. Koninklijk besluit van 13 augustus 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten6, Belgisch Staatsblad van 7 september
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten0, Belgisch Staatsblad van 6 februari 1998. Koninklijk besluit van 4 december 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten2, Belgisch Staatsblad van 23 december 2000, 2e editie. Koninklijk besluit van 15 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995
zake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten5, Belgisch Staatsblad van 12 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.