De fiscaal deskundige die slaagt in de competentiemeting 4 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2.500 EUR gedurende vijf jaar. § 8. De fiscaal deskundige die niet slaagt in de competentiemeting 4 verliest het recht op de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid behoudt hij gedurende een periode van twaalf maanden volgend op de datum van zijn inschrijving voor deze competentiemeting en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande competentiemeting, de helft van
9.§
§
- Financieel en ICT-deskundige (afgeschafte graad) Art. 14.De competentiemetingen hebben een geldigheidsduur van drie jaar voor de graad van financieel en ICT-deskundige. Art. 15.§
De financieel en ICT-deskundige die slaagt in de competentiemeting 3 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2.500 EUR gedurende de geldigheidsduur van deze competentiemeting. § 5. De financieel en ICT-deskundige die niet in de competentiemeting 3 slaagt, verliest het recht op de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid behoudt hij gedurende een periode van twaalf maanden volgend op de datum van zijn inschrijving voor deze competentiemeting en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande competentiemeting, de helft van
- Adjunct-fiscaal deskundige (afgeschafte graad) Art. 16.De competentiemetingen hebben een geldigheidsduur van vijf jaar voor de graad van adjunct-fiscaal deskundige. Art. 17.§
De adjunct-fiscaal deskundige, bezoldigd in de weddenschaal BF2, die slaagt in competentiemeting 3 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2.000 EUR gedurende de geldigheidsduur van deze competentiemeting. § 5. De adjunct-fiscaal deskundige die niet slaagt in competentiemeting 3 verliest het voordeel van de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid behoudt hij gedurende een periode van twaalf maanden volgend op de datum van zijn inschrijving voor deze competentiemeting en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande competentiemeting, de helft van
De adjunct-fiscaal deskundige die slaagt in competentiemeting 4 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2.000 EUR gedurende de geldigheidsduur van deze competentiemeting. § 7. De adjunct-fiscaal deskundige die niet slaagt in competentiemeting 4 verliest het voordeel van de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid behoudt hij gedurende een periode van twaalf maanden volgend op de datum van zijn inschrijving voor deze competentiemeting en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande competentiemeting, de helft van
De adjunct-fiscaal deskundige die slaagt in competentiemeting 5 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2.000 EUR gedurende de geldigheidsduur van deze competentiemeting. § 9. De adjunct-fiscaal deskundige die niet slaagt in competentiemeting 5 verliest het voordeel van de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid behoudt hij gedurende een periode van twaalf maanden volgend op de datum van zijn inschrijving voor deze competentiemeting en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande competentiemeting, de helft van
- Financieel assistent Art. 18.De competentiemetingen hebben een geldigheidsduur van zes jaar voor de graad van financieel assistent. Art. 19.§
De financieel assistent die slaagt in de competentiemeting 3 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 1.700 EUR gedurende zes jaar. § 5. De financieel assistent die niet slaagt in competentiemeting 3 verliest het voordeel van de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid behoudt hij gedurende een periode van twaalf maanden volgend op de datum van zijn inschrijving voor deze competentiemeting en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande competentiemeting, de helft van
De financieel assistent die niet slaagt in competentiemeting 4 verliest het voordeel van de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid behoudt hij gedurende een periode van twaalf maanden volgend op de datum van zijn inschrijving voor deze competentiemeting en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande competentiemeting, de helft van
- Adjunct-financieel assistent (afgeschafte graad) Art. 20.De competentiemetingen hebben een geldigheidsduur van zes jaar voor de graad van adjunct-financieel assistent. Art. 21.§
- Technisch assistent Art. 22.De technisch assistent die bezoldigd wordt in de weddenschaal 20S2 of 20S3 en geslaagd is in de competentiemeting 4 verbonden aan deze graad behoudt het recht op de competentietoelage. De weddenschaal CT3 wordt aan deze personeelsleden niet toegekend. Afdeling VIII. - Algemene bepaling Art. 23.De bepalingen die door Ons werden vastgesteld voor het geheel van het Federaal Openbaar Ambt met betrekking tot de competentiemetingen en de competentietoelagen zijn van toepassing op de competentiemetingen en competentietoelagen bedoeld in dit hoofdstuk, behoudens de door Ons voorziene afwijkingen. HOOFDSTUK IV. - Vaststelling van sommige diensten Art. 24.In afwijking van artikel 25, § 2, van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten worden de diensten gepresteerd als fiscaal deskundige, financieel en administratief deskundige (afgeschafte graad) en ICT- en financieel deskundige (afgeschafte graad), door de ambtenaren van niveau 1 beschouwd als behorende tot groep B. Art. 25.De periode gedurende welke de ambtenaar van een fiscale of financiële administratie van het Ministerie van Financiën bij dit departement in functie geweest is als aangenomen klerk, particulier klerk, particulier medewerker, dwangbeveldrager, of stagiair, vormt aanneembare dienst, onverminderd de leeftijdsvoorwaarden bepaald bij artikel 35 van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten. Bedoelde aanneembare diensten worden in groep A gerangschikt. HOOFDSTUK V. - Weddencomplementen en toelage Afdeling I. - Weddencomplementen Art. 26.Aan de weddenschalen verbonden aan de graden vermeld in kolom 3 van onderstaande tabel, wordt een complement toegevoegd waarvan het jaarlijks bedrag voorkomt in kolom 2 : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Afdeling II. - Weddencomplement toegekend aan sommige titularissen van het brevet van expert bij een fiscaal bestuur Art. 27.§
dit besluit worden in aanmerking genomen voor de berekening van het vakantiegeld en de eindejaarstoelage. Art. 38.Voor de toepassing van artikel 13 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen, dient onder « bezoldiging » te worden verstaan, de wedde berekend op basis van de weddenschaal die van toepassing is op de ambtenaar, verhoogd met het complement, het weddencomplement en het supplement bedoeld in respectievelijk de artikelen 26, 27 en 32 van dit besluit. HOOFDSTUK VIII. - Overgangsbepalingen Art. 39.In afwijking van artikel 5 van dit besluit en de artikelen 221, 223 en 225 van het koninklijk besluit van 5 september 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/09/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002002215 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen type koninklijk besluit prom. 05/09/2002 pub. 25/09/2002 numac 2002014237 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit van 5 september 2002 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer type koninklijk besluit prom. 05/09/2002 pub. 11/09/2002 numac 2002002206 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2001 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu sluiten houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen, wordt aan de personeelsleden die op 31 december 1993 titularis waren van de geschrapte graad vermeld in kolom 1 van de hiernavolgende tabel, de in kolom 2 vermelde weddenschaal toegekend en, in voorkomend geval, het in kolom 3 vermelde weddencomplement, voor zover deze weddenschalen hoger zijn dan deze verbonden aan hun nieuwe graad vermeld in kolom 1 : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 40.De ambtenaren die op 31 december 1993 titularis waren van de geschrapte graad vermeld in kolom 1 en niet de opleiding hebben gevolgd overeenkomstig artikel 216 van voornoemd koninklijk besluit van 5 september 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/09/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002002215 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen type koninklijk besluit prom. 05/09/2002 pub. 25/09/2002 numac 2002014237 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit van 5 september 2002 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer type koninklijk besluit prom. 05/09/2002 pub. 11/09/2002 numac 2002002206 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2001 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu sluiten behouden de in kolom 2 vermelde weddenschaal : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 41.De ambtenaren die de dag voor hun ambtshalve benoeming in de nieuwe graad vermeld in kolom 1 titularis waren van de geschrapte graad vermeld in dezelfde kolom van de hiernavolgende tabel, behouden de in kolom 2 vermelde weddenschaal wanneer deze voordeliger is dan deze verbonden aan hun nieuwe graad : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 42.In afwijking van artikel 5 van dit besluit, wordt de wedde van een ontvanger C - hoofd van dienst, voorheen bekleed met de graad van verificateur bij een fiscaal bestuur (rang 24) en respectievelijk benoemd tot eerstaanwezend verificateur (rang 28) en eerstaanwezend verificateur, afgeschafte graad in niveau B, bezoldigd met de weddenschaal 28S2, verhoogd met 426,09 EUR wanneer de betrokkene een geldelijke anciënniteit van drieëndertig jaar telt. Art. 43.In afwijking van artikel 5 wordt aan de ambtenaren van de Administratie der directe belastingen die, als titularis van de graad van sectiechef bij financiën op 1 juli 1997, ambtshalve werden benoemd tot assistent bij financiën, de in kolom 1 vermelde weddenschaal met het in kolom 2 vermelde weddencomplement toegekend, wanneer dit hun wedde overtreft in de graad van financieel assistent of indien zij werden benoemd in de afgeschafte graad van assistent bij financiën : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 44.Voor de personeelsleden van niveau B die ambtshalve werden benoemd in dit niveau, worden, in afwijking van de artikelen 7 en 35 van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten, de diensten bedoeld in artikel 14 van hetzelfde besluit, voor de personeelsleden in dienst op 31 december 1993 en voor de diensten gepresteerd vóór 1 januari 1994, in aanmerking genomen vanaf de leeftijd van twintig jaar voor het personeelslid dat uiterlijk met ingang van 1 december 1996 titularis is geworden van een weddenschaal van niveau 2+. Art. 45.In afwijking van de artikelen 7 en 35, van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten komen de diensten bedoeld in artikel 14 van hetzelfde besluit, voor de personeelsleden in dienst op 31 december 1993 en voor de diensten gepresteerd vóór 1 januari 1994, in aanmerking vanaf de leeftijd van achttien jaar voor het personeelslid bezoldigd in een weddenschaal van niveau C, dat titularis was van een schaal van niveau 3 en klasse achttien jaar, de dag voor zijn ambtshalve benoeming in niveau C. HOOFDSTUK IX. - Gemeenschappelijke bepaling Art. 46.De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale overheidsdiensten is van toepassing op alle wedden, complementen, supplementen en toelagen voorkomend in dit besluit. Zij worden aan de spilindex 138,01 gekoppeld. HOOFDSTUK X. - Opheffingsbepalingen Art. 47.Worden opgeheven : 1° het koninklijk besluit van 11 maart 1993 betreffende het brevet van expert bij een fiscaal bestuur, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 1996 en 6 juli 1997;2° het koninklijk besluit van 6 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 31/07/1997 numac 1997003368 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 31/07/1997 numac 1997003367 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1990 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van het Ministerie van Financiën type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 02/09/1997 numac 1997002066 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de weddeschalen van de bijzondere graden van het Ministerie van Ambtenarenzaken en houdende sommige geldelijke bepalingen type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 31/07/1997 numac 1997003360 bron ministerie van financien Koninklijk besluit betreffende de vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het Ministerie van Financiën behorende tot de niveaus 1 en 2+ sluiten tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van het Ministerie van Financiën, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1999, 17 juni 1999, 8 juli 1999, 9 mei 2001, 4 december 2001, 17 december 2002, 12 februari 2003, 11 juli 2003 en 2 februari 2004. Art. 48.Dit besluit heeft uitwerking als volgt : 1° de bepalingen met betrekking tot niveau D met ingang van 1 januari 2002;2° de bepalingen met betrekking tot niveau C met ingang van 1 juni 2002;3° de bepalingen met betrekking tot niveau B met ingang van 1 oktober 2002.4° de bepalingen met betrekking tot de geschrapte graden van assistent informatica bij financiën (niveau C), hoofdoperateur-mechanograaf bij financiën (niveau D) en operateur-mechanograaf bij financiën (niveau D), met ingang van 1 september 2004;5° de bepalingen met betrekking tot niveau 1 met ingang van 1 december 2004. Art. 49.Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Pensioenen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 3 maart 2005. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Pensioenen, B. TOBBACK De Minister van Begroting, J. VANDE LANOTTE
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.