(1)Bovendien, bij wijze van vergelijking, voorzien de artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 13 augustus 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/08/2004 pub. 18/08/2004 numac 2004003330 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende oprichting van de dienst « voorafgaande beslissingen in fiscale zaken » bij de Federale Overheidsdienst Financiën sluiten houdende oprichting van de dienst "voorafgaande beslissingen in fiscale zaken" bij de Federale Overheidsdienst Financiën (Belgisch Staatsblad van 18 april 2004, tweede editie) niet in de mogelijkheid om het college dat de voorafgaande beslissingen neemt op te splitsen in afzonderlijke kamers. De kamer was samengesteld uit : De heer Y. Kreins, kamervoorzitter, D e heer J. Jaumotte en Mevr. M. Baguet, staatsraden, De heer J. Kirkpatrick, assessor van de afdeling wetgeving, Mevr. B. Vigneron, griffier. Het verslag werd uitgebracht door de heer J. Regnier, eerste auditeur-afdelingshoofd. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer J. Jaumotte. De griffier, B.Vigneron. De voorzitter, Y. Kreins. 25 FEBRUARI
- - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 413bis tot 413sexies van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, namelijk de artikelen 413bis tot 413octies, ingevoegd door het artikel 332 van de programmawet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 januari 2005; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 3 februari 2005; Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat : - krachtens het artikel 333 van de programmawet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, het artikel 332 van dezelfde wet, dat de artikelen 413bis tot 413octies in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 invoegt, in werking is getreden op 1 januari 2005; - vanaf deze datum, de verzoeken tot onbeperkt uitstel van de invordering bij de verschillende bevoegde directeurs der belastingen kunnen worden ingediend; - het dus absoluut noodzakelijk is, teneinde een uniforme behandeling van de verzoeken te verzekeren en zodoende ook de rechtszekerheid, om zonder uitstel de vereiste uitvoeringsmaatregelen aan te nemen; - dat eveneens moet vermeden worden dat er zich bij de behandeling van de verzoeken door de administratie vanaf deze datum reeds vertragingen voordoen door het uitblijven van duidelijke uitvoeringsmaatregelen. Gelet op het advies 38.124/2 van de Raad van State, gegeven op 14 februari 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.De behandeling van het verzoek tot onbeperkt uitstel van de invordering zoals bedoeld in het artikel 413quater, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt toevertrouwd aan de ambtenaar belast met de invordering van de fiscale schuldvorderingen waarop het verzoek betrekking heeft. Indien evenwel, het verzoek tot onbeperkt uitstel van de invordering betrekking heeft op schuldvorderingen die tot de bevoegdheid behoren van verschillende ambtenaren belast met de invordering, wordt de behandeling van het verzoek toevertrouwd aan de ambtenaar in wiens ambtsgebied de verzoeker zijn woonplaats heeft op de dag waarop het verzoek werd ingediend. Art. 2.§
- De ambtenaar belast met de invordering aan wie de behandeling van het verzoek wordt toevertrouwd, stelt, in alle gevallen, een solvabiliteitsonderzoek in ten laste van de belastingschuldige of zijn echtgenoot om tegelijkertijd de vermogenssituatie en de inkomsten en uitgaven van de huishouding vast te stellen. §
- Met dit doel wordt de belastingschuldige of zijn echtgenoot uitgenodigd zijn verzoek te vervolledigen met een overzicht van de vermogenssituatie en van de inkomsten en uitgaven van de huishouding. De Administratie kan het gebruik van een overzicht van de vermogenssituatie en de inkomsten en uitgaven van de huishouding onder de vorm van een gestandaardiseerd formulier voorschrijven. §
- De ambtenaar belast met de invordering brengt over zijn behandeling verslag uit aan de directeur die gevat werd door het verzoek en hij legt hem een voorstel van beslissing voor. Art. 3.Om het onbeperkt uitstel van de invordering te verlenen, houdt de directeur rekening met de door de belastingschuldige of zijn echtgenoot vermelde bijzondere elementen in zijn verzoek, met de vermogenssituatie en de inkomsten en uitgaven van de huishouding van de verzoeker evenals met zijn vervallen of, nog te vervallen fiscale schulden. Hij bepaalt het bedrag van de in het artikel 413bis, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde som op basis van dezelfde criteria. Art. 4.§
- De Beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 413quinquies, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt, naast de leidende ambtenaar van de diensten bevoegd voor de invordering van de belasting of zijn gedelegeerde, samengesteld uit drie van de overeenkomstig voormeld artikel aangeduide directeurs van de belastingen. §
- De beslissingen van de Commissie worden aangenomen door een meerderheid, elk lid beschikkend over één stem. In geval van pariteit, is de stem van de Voorzitter doorslaggevend. §
- De Commissie stelt zijn reglement van orde op. Dit reglement wordt goedgekeurd door de Minister van Financiën. Art. 5.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 6.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 25 februari
- ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS