artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - Fiscaliteit Art. 2.Artikel 419,
, eerste zin, worden de woorden «
artikel 419,
artikel 419,
, eerste zin, worden de woorden «
artikel 419,
artikel 419,
, worden de woorden «
artikel 419,
artikel 419,
werking op 1 augustus 2005. HOOFDSTUK III. - Sociale zekerheid Art. 5.
artikel 38, § 3, 6°, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de programmawet (I) van 24 december 2002, worden de woorden« 1,02 pct » vervangen door de woorden « 1 pct ». Art. 6.Artikel 5 is van toepassing vanaf de sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd voor het vierde kwartaal 2005. Art. 7.
artikel 38, § 3quater, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers,
gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 augustus 1997, de wet van 22 mei 2001 en de wet van 27 december 2004, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « Een solidariteitsbijdrage is verschuldigd door de werkgever die gelijk welk voertuig, dat ook voor andere dan louter beroepsdoeleinden wordt gebruikt, rechtstreeks of onrechtstreeks ter beschikking stelt van zijn werknemer, ongeacht elke financiële bijdrage van de werknemer
de financiering of het gebruik van dit voertuig. Wordt verondersteld ter beschikking van de werknemer te zijn gesteld voor andere dan louter beroepsdoeleinden, ieder voertuig dat op naam van de werkgever is
geschreven of dat het voorwerp uitmaakt van een huur- of leasingcontract of van gelijk welk ander contract voor het gebruik van het voertuig, behalve
dien de werkgever aantoont ofwel dat het gebruik voor ander dan louter beroepsdoeleinden uitsluitend gebeurt door een persoon die niet valt onder het toepassingsgebied van de sociale zekerheid voor werknemers, ofwel dat het voertuig voor louter beroepsdoeleinden wordt gebruikt. » Art. 8.Artikel 7 heeft uitwerking met
gang van 1 juli 2005. Art. 9.Het Besluit van de Regent van 12 september 1946 waarbij de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood werden samengeordend en de wet van 12 februari 1963 betreffende de
richting van een ouderdoms- en overlevingspensioenregeling ten behoeve van de vrijwillig verzekerden, worden opgeheven. De resterende activa worden overgedragen naar het algemeen beheer van de sociale zekerheid van de werknemers. Dit artikel heeft uitwerking de eerste dag van de maand volgend op de publicatie ervan
het Belgisch Staatsblad. Art. 10.De meerwaarde voortvloeiend uit de herwaardering op 31 december 2004 van de onroerende goederen die zijn opgenomen ten titel van wiskundige reserves
het kapitalisatiestelsel,
gericht bij de Rijksdienst voor pensioenen krachtens de wet van 28 mei 1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels
gericht
het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood, laatst gewijzigd bij de wet van 26 juni 1992 wordt aan het globaal beheer van de sociale zekerheid overgedragen voor een bedrag van 59,5 miljoen euro. Art. 11.
artikel 7, § 3, van de wet van 28 mei 1971 tot verwezenlijking van de éénmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels
gericht
het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood, laatst gewijzigd bij de wet van 26 juni 1992, wordt
het eerste lid de volgende tekst toegevoegd : « Voor het jaar 2005 evenwel worden ze gedragen door het wettelijk kapitalisatiestelsel. » Art. 12.Voor het dienstjaar 2005 wordt de last van de
dexering die voortvloeit uit de toepassing van artikel 36 van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende de rust- en overlevingspensioenen voor werknemers ten laste gelegd van het wettelijk kapitalisatiestelsel,
gericht
het raam van de wetten betreffende de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood bij de Rijksdienst voor pensioenen, ten belope van 121,2 miljoen euro, en dit niettegenstaande elke andersluidende bepaling. De Koning bepaalt de nadere regelen
zake de ter beschikking stelling van het
dit artikel bedoelde bedrag en stelt tevens de
terestvoeten en de wijze van terugbetaling van het overgedragen bedrag vast. Art. 13.
de wet hadende sociale, budgettaire en andere bepalingen van 2 januari 2001 en gewijzigd bij de programmawet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 09/07/2004 pub. 15/07/2004 numac 2004021091 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, wordt een artikel 67quinquies
gevoegd, luidende : « Art. 67quinquies.- Vanaf 1 januari 2005 wordt een bedrag van 130.000 duizend EUR voorafgenomen op de opbrengst van de accijnzen en van de met de accijnzen gelijkgestelde taksen en toegewezen aan het RIZIV ten voordele van de verzekering voor geneeskundige verzorging. Vanaf 1 januari 2006 kan de Koning middels een
Ministerraad overlegd besluit het bedrag van de toewijzing bedoeld
het vorige lid wijzigen. Dit bedrag wordt gestort
gelijke maandelijkse schijven. ». Art. 14.
artikel 66, § 3bis, eerste lid, wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen van 2 januari 2001, gewijzigd bij de programmawet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 09/07/2004 pub. 15/07/2004 numac 2004021091 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, worden de woorden « 1.533.175 duizend EUR » vervangen door de woorden « 1.551.887 duizend EUR ». Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 20 juli 2005. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Begroting en Overheidsbedrijven, J. VANDE LANOTTE De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE De Minister van Pensioenen, B. TOBBACK Met 's Lands zegel gezegeld : Voor de Minister van Justitie, afwezig : De Minister van Landsverdediging, A. FLAHAUT _______ Nota's
plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.
tegraal verslag : 13 juli 2005. Senaat. Stukken : 3-1303 - 2004/2005 : Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat. Nr. 2 : Amendementen. Nrs. 3 en 4 : Verslagen. Nr. 5 : Beslissing om niet te amenderen. Handelingen van de Senaat : 15 juli 2005.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.