(13)voor de aanvaarding van de donor : de Koning kan deze aanpassen rekening houdend met de evolutie van de medische kennis of eventueel andere dwingende omstandigheden". De verplichting om de wetgeving aan te passen aan de bepaling van een richtlijn kan als een dwingende omstandigheid worden beschouwd. Bovendien kan aanvaard worden dat de artikelen 5 en 6 van het ontwerp "bijkomende of strengere voorwaarden" inhouden, in de zin van artikel 18, eerste lid, van de wet. Toch blijft het een feit dat de in het ontwerp vervatte aanpassingen, en zeker die vervat in artikel 6, een vrij ruime draagwijdte hebben. Het is niet zeker of de wetgever wel bedoeld heeft om de Koning tot zulke aanpassingen te machtigen. Gelet op de ernstige twijfels die kunnen bestaan over de rechtsgrond voor het ontwerp 37.857/3, doen de stellers van het ontwerp er beter aan om de bepalingen ervan om te werken tot een ontwerp van wet. Een dergelijke werkwijze biedt veel meer mogelijkheden om aan te sluiten bij de bepalingen van de richtlijnen (zie opmerking 3), nu voor een wijziging van de wet door de wetgever zelf geen rekening gehouden moet worden met de beperkingen vervat in de artikelen 13 en 18 van de wet. In het licht van deze conclusie acht de Raad van State het niet nodig om nog verder in te gaan op de concrete bepalingen van het ontwerp 37.857/
- Het ontwerp 37.858/3 vindt in hoofdzaak rechtsgrond in artikel 4 van de wet van 5 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1994 pub. 10/08/2009 numac 2009000495 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Die bepaling machtigt de Koning om erkenningsvoorwaarden vast te stellen voor de bloedinstellingen. Aanvullend vindt het ontwerp rechtsgrond in artikel 19 van dezelfde wet, dat de Koning machtigt om de criteria vast te stellen voor de opslag, de aflevering en het transport van bloed en bloedderivaten. De kamer was samengesteld uit : de heren : D. Albrecht, staatsraad, voorzitter; P. Lemmens, B. Seutin, staatsraden; H. Cousy, assessor van de afdeling wetgeving; Mevr. A.-M. Goossens, griffier. Het verslag werd uitgebracht door de H. J. Van Nieuwenhove, auditeur. De griffier, A.-M. Goossens. De voorzitter, D. Albrecht. 1 FEBRUARI
- - Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 5 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1994 pub. 10/08/2009 numac 2009000495 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 5 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1994 pub. 10/08/2009 numac 2009000495 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong, inzonderheid op de artikelen 8, 9, 13, 17 en 18, gewijzigd bij de wet van 8 april 2003; Overwegende dat de richtlijn 2004/33/EG van 22 maart 2004 tot uitvoering van de Richtlijn 2002/98/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot bepaalde technische voorschriften voor bloed en bloedbestanddelen vereist dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 8 februari 2005 aan de richtlijn te voldoen; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën van 8 december 2004; Gelet op het advies 37.857/3 van de Raad van State, gegeven op 14 december 2004 met toepassing van artikel 84, § 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Artikel 8 van de wet van 5 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1994 pub. 10/08/2009 numac 2009000495 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong wordt vervangen door volgende bepaling : « Art. 8.In uitzonderlijke gevallen kunnen individuele donaties van donors die niet aan de vereisten inzake leeftijd, lichaamsgewicht voldoen of individuele donaties van donors waarvan het bloed niet voldoet aan de vereisten inzake hemoglobinegehalte, eiwitgehalte of thrombocytengehalte door een arts van de bloedinstelling worden toegelaten. Al deze gevallen moeten duidelijk worden vastgelegd. » Art. 2.In artikel 9 van de wet van 5 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1994 pub. 10/08/2009 numac 2009000495 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° De eerste zin van het derde lid wordt aangevuld met de woorden « en mits toelating door een arts van de bloedinstelling.» 2° Het artikel wordt aangevuld met een vierde lid luidend als volgt: « De toelating van nieuwe donors, ouder dan 60 jaar, is afhankelijk van het oordeel van de arts van de bloedinstelling.» Art. 3.In artikel 10 van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° In het eerste lid worden de woorden « redenen voor een verbod, opgesomd in artikel 8 » vervangen door de woorden « uitsluitingscriteria, opgesomd in de bijlage bij deze wet ».2° Het tweede lid wordt opgeheven. Art. 4.In artikel 11 worden de woorden « artikel 8, § 2, 1° en 2° » vervangen door de woorden « de uitsluitingscriteria voor donors van volbloed en bloedbestanddelen, zoals bepaald in de bijlage bij deze wet ». Art. 5.In artikel 16, § 1, van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° Punt 3° wordt vervangen als volgt: « 3° De tests voor de opsporing van hepatitis B (HBsAg), hepatitis C (anti-HCV en een onderzoek naar het genoom van het hepatitis virus), van HIV 1 en 2 (anti-HIV 1 en 2 alsook een onderzoek naar het genoom van het HIV 1-virus) en van syfilis;»; 2° Een punt 7° wordt toegevoegd, luidend als volgt: « 7° De onderzoeken op HbsAg, op anti-HCV, op anti-HIV 1 en 2 en naar de genomen van het hepatitis C virus en van het HIV 1 virus dienen te gebeuren volgens methoden die bepaald zijn door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.» Art. 6.In artikel 17 van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.De afgenomen hoeveelheid bloed mag 500 ml. met een maximumwaarde van 13 % van het geraamde totale bloedvolume van de donors niet overtreffen. Dit totaal bloedvolume wordt geraamd aan de hand van lengte en gewicht van de donor. Tussen twee bloedafnemingen moeten minstens twee maanden verlopen en per jaar mogen niet meer dan 4 afnemingen worden verricht. In sommige bijzondere gevallen, meer bepaald voor de zeldzame bloedgroepen, mag de frequentie, op verantwoordelijkheid van de arts, hoger liggen dan vier afnemingen per jaar voorzover de jaarlijkse afgenomen hoeveelheid 32 ml, per kilogram lichaamsgewicht niet overschrijdt. In het raam van een geprogrammeerde autologe transfusie, moeten de afnemingen worden verricht op medisch voorschrift met vermelding van de nodige hoeveelheid bloed en van de datum van de geprogrammeerde ingreep. Voor de afname van autoloog volledig bloed bij kinderen mag maximaal 10,5 ml. per kg. lichaamsgewicht worden afgenomen. De afnemingsvoorwaarden en -frequentie worden vastgelegd in een schriftelijk therapeutisch protocol dat per patiënt wordt opgemaakt gezamenlijk door de voorschrijvende arts en de arts die verantwoordelijk is voor de instelling. De verantwoordelijkheid voor de autologe afneming behoort tot de bevoegdheid van de arts die verantwoordelijk is voor de instelling. Het lichaamsgewicht van donors van volledig bloed of cellulaire bestanddelen door middel van aferese dient ten minste 50 kg. te bedragen. In sommige uitzonderlijke gevallen, meer bepaald voor de zeldzame bloed-, plaatjes- en HLA-groepen mag, op verantwoordelijkheid van de arts, een donatie plaatsvinden bij een donor met een lichaamsgewicht lager dan 50 kg. » 2° § 3, laatste lid, wordt vervangen als volgt : « Bij donors die plasmaferese ondergaan, bedraagt het eiwitgehalte van het bloed tenminste 60 g./l. ; bij deze donors moet het eiwitgehalte ten minste jaarlijks bepaald worden". 3° in § 4 worden de woorden « het bepaalde in artikel 8 » vervangen door de woorden « de in de bijlage bij deze wet bepaalde uitsluitingscriteria ». Art. 7.De bijlage bij dit besluit wordt toegevoegd aan dezelfde wet als bijlage. Art. 8.Onze Minister van Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 1 februari
- ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, R. DEMOTTE Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gelet om gevoegd te worden bij Ons besluit van 1 februari 2005 tot wijziging van de wet van 5 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1994 pub. 10/08/2009 numac 2009000495 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, R. DEMOTTE