22 DECEMBER 2005. - Koninklijk besluit betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet o
Art. 26
.De exploitant van een levensmiddelenbedrijf is ertoe gehouden de keurings- en de controlewerkzaamheden te vergemakkelijken, inzonderheid door alle door de officiële dierenarts nuttig geachte handelingen te verrichten, diens instructies inzake merken en onbruikbaarmaking op te volgen, hem de nodige ingerichte ruimte met het oog op efficiënte keuring ter beschikking te stellen evenals de nodige hulp te bieden en het gebruik van de communicatiemiddelen van de inrichting ter beschikking te stellen. Art. 27.§
- De officiële dierenarts kan bevelen die dieren die hij aanwijst, onmiddellijk te slachten. §
- De exploitant van een levensmiddelenbedrijf dient de slachtverrichtingen stop te zetten wanneer de officiële dierenarts het beveelt met het oog op het respect voor wettelijke of reglementaire bepalingen of op grond van hygiënische of sanitaire motieven. Art. 28.Het slachten mag vanaf de openbare weg niet zichtbaar zijn. Tijdens het slachten moeten de deuren gesloten blijven, met uitzondering van de toegang voor de te slachten dieren. Art. 29.De exploitant van het slachthuis dient de officiële dierenarts ten laatste de dag voordien het tijdstip van slachten en het vermoedelijke aantal dieren mee te delen. Indien het evenwel om een noodslachting gaat, dient de exploitant van het slachthuis de officiële dierenarts de dag zelf vóór 14 uur, of, indien de slachting later heeft plaatsgehad, de volgende werkdag vóór 10 uur, daarover in te lichten. Art. 30.Karkassen, delen van karkassen en slachtafval die definitief ongeschikt voor de menselijke consumptie worden bevonden of verklaard of schadelijk worden verklaard, moeten, zo nodig in aanwezigheid en volgens instructie van de officiële dierenarts, onbruikbaar worden gemaakt door de exploitant van het slachthuis of de inrichting waar de keuring heeft plaatsgevonden. De nodige middelen daartoe worden eveneens door de exploitant ter beschikking gesteld. De Minister kan een lijst vaststellen van kleurstoffen die voor de onbruikbaarmaking van bovenvermelde vlees mogen worden aangewend. Art. 31.§
- Het is verboden de dieren voor de dood te villen, te plukken, te broeien of te branden. §
- Tenzij in opdracht van de officiële dierenarts is het verboden karkassen of slachtafval te verwijderen of in te snijden of delen daarvan weg te snijden voor het einde van de keuring. Vers vlees mag in de slachthuizen niet worden uitgesneden of uitgebeend, tenzij het na de keuring lossnijden van organen, tong, middenrif, staart, oppervlakkig vet en delen die facultatief van het karkas mogen worden losgesneden, evenals de inwendige en uitwendige kauwspieren van dieren die een particuliere slachting hebben ondergaan. §
- Het is verboden messen in vlees te steken, vlees met behulp van doeken of andere materialen te reinigen, alsmede vlees op te blazen. Wanneer zulks door een godsdienstige ritus wordt voorgeschreven, kan evenwel het opblazen van een orgaan worden toegestaan. In dit geval zal het opgeblazen orgaan voor de menselijke voeding worden uitgesloten. Eveneens is het mechanisch opblazen voor het villen van lammeren en jonge geiten van minder dan 15 kg levend gewicht toegestaan mits de hygiënenormen worden nageleefd. §
- Het is verboden karkassen in het slachthuis op te vullen. Karkassen van pluimvee, konijnen, en klein vrij wild mogen evenwel worden opgevuld met slachtafvallen afkomstig van dieren van dezelfde soort die in het slachthuis zijn geslacht. Daartoe moeten zowel de karkassen als de aangewende slachtafvallen vooraf geschikt zijn bevonden voor de menselijke voeding. Afdeling
- - Identificatiemerken Art. 32.§
- In afwijking van artikel 5, 1, b, van bovenvermelde verordening (EG) nr. 853/
- van 29 april 2004 dient het identificatiemerk op het voor menselijke consumptie geschikt bevonden vlees bekomen van pluimvee, lagomorfen en klein vrij wild, die afkomstig zijn van een grondgebied of een deel van een grondgebied dat niet voldoet aan alle veterinairrechtelijke voorschriften, zoals vermeld in het koninklijk besluit van 13 mei 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/05/2005 pub. 23/05/2005 numac 2005022376 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong type koninklijk besluit prom. 13/05/2005 pub. 27/06/2005 numac 2005022507 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong. - Corrigendum sluiten houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, overeen te stemmen met het volgende model : 1° vorm : ovaal met twee rechte lijnen die loodrecht op elkaar staan, schuin door het identificatiemerk lopen, elkaar in het midden ervan kruisen en zodanig zijn aangebracht dat de aanduidingen leesbaar blijven;2° aanduidingen : - in het bovenste deel : BELGIE of BE - in het midden : het erkenningsnummer van de inrichting - in het onderste gedeelte : de initialen EG - gegevens aan de hand waarvan de officiële dierenarts die het vlees heeft gekeurd, kan worden geïdentificeerd. Deze identificatiemerk mag alleen worden aangebracht onder rechtstreeks toezicht van de officiële dierenarts. §
- Indien in de uitsnijderij, ten gevolge van het uitsnijden van vlees gemerkt overeenkomstig § 1, delen zonder merk worden verkregen, moeten deze delen worden voorzien van een identificatiemerk naar hetzelfde model als het gezondheidsmerk of identificatiemerk dat voorkwam op het vlees dat werd versneden. HOOFDSTUK II. - Specifieke voorschriften voor bepaalde producten van dierlijke oorsprong Afdeling
- - Vlees van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren Onderafdeling
- -
Art. 33.In de slachthuizen is het verboden slachtafval te versnijden.
Art. 34.In de slachthuizen voor als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren dient de exploitant een register bij te houden met vermelding van : 1° de hoeveelheid en de aard van het gespecificeerd risicomateriaal dat is opgehaald door het destructiebedrijf;2° het aantal en de bestemming van de koppen van dieren die gespecificeerd risicomateriaal bevatten die verzonden werden naar uitsnijderijen die voor het uitsnijden ervan zijn erkend;3° het aantal en de bestemming van karkassen, halve karkassen, kwartieren of deelstukken van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren die gespecificeerd risicomateriaal bevatten, die werden verzonden naar erkende inrichtingen of naar toegelaten vleeswinkels met een bijhorende werkplaats;4° de hoeveelheid, de aard en de bestemming van het gespecificeerd risicomateriaal of de karkassen, delen of stukken van karkassen of slachtafval die het bevatten, die verzonden werden naar een andere toegelaten bestemming dan het destructiebedrijf. De exploitant dient op vraag van de officiële dierenarts op elk moment documenten ter staving van de vermeldingen in dit register te kunnen overleggen. Art. 35.De slachthuizen waar als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren worden geslacht dienen te voldoen aan de voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting vastgelegd in bijlage VI. Onderafdeling 2. - Voorschriften voor uitsnijderijen Art. 36.Bij het uitsnijden van koppen van dieren die gespecificeerd risicomateriaal bevatten is het verboden de hersenen en de ogen uit deze koppen te verwijderen. Art. 37.De uitsnijderijen dienen te voldoen aan de voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting vastgelegd in bijlage VI. Onderafdeling 3. - Hygiëne bij het slachten Art. 38.De exploitanten van slachthuizen waar als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren worden geslacht dienen de hygiënevoorschriften na te leven vastgelegd in bijlage VI. Afdeling 2. - Vlees van pluimvee en lagomorfen Onderafdeling 1. -
Art. 39
.De slachthuizen waar pluimvee of lagomorfen worden geslacht, dienen te voldoen aan de voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting vastgelegd in bijlage VII. Onderafdeling
- - Voorschriften voor uitsnijderijen Art. 40.De uitsnijderijen dienen te voldoen aan de voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting vastgelegd in bijlage VII. Onderafdeling
- - Hygiëne bij het slachten Art. 41.De exploitanten van slachthuizen waar pluimvee en lagomorfen worden geslacht dienen de hygiënevoorschriften na te leven die zijn vastgelegd in bijlage VII. Afdeling
- - Vlees van vrij wild Art. 42.De exploitanten van wildbewerkingsinrichtingen dienen de specifieke voorschriften na te leven die zijn vastgelegd in bijlage VIII. Afdeling
- - Gehakt vlees, vleesbereidingen en separatorvlees Art. 43.De inrichtingen waar gehakt vlees, vleesbereidingen en separatorvlees worden geproduceerd, moeten beschikken over een lokaal voor ontvangst, een lokaal voor verzending en een lokaal voor het verpakken van deze levensmiddelen. Deze lokalen kunnen worden vervangen door een enkel, op voorwaarde dat het voldoende groot is om de verpakking, de verzending en de ontvangst hygiënisch te laten verlopen. Afdeling
- - Vleesproducten Art. 44.De inrichtingen waar vleesproducten worden geproduceerd, moeten beschikken over : 1° voorzieningen voor het wassen van de handen, uitgerust met kranen die zo zijn ontworpen dat de verspreiding van verontreiniging wordt voorkomen, voor het personeel dat met naakte producten omgaat;2° een lokaal voor de ontvangst van het vlees en de grondstoffen;3° lokalen om verpakt en naakt vlees en verpakte en naakte producten gescheiden op te slaan, tenzij verpakt en naakt vlees of verpakte en naakte producten nooit tegelijk worden opgeslagen of zodanig dat het verpakkingsmateriaal en de wijze van opslag geen bron van verontreiniging van het vlees of de producten kunnen zijn;4° een lokaal voor het aanbrengen van de verpakking en voor de verzending.Dit lokaal mag samen met het lokaal bedoeld onder punt 2, worden vervangen door een enkel, op voorwaarde dat het voldoende groot is om de verpakking, de ontvangst en de verzending hygiënisch te laten verlopen. Afdeling
- - Visserijproducten Art. 45.§
- Exploitanten van levensmiddelen-bedrijven die inrichtingen beheren waar visserijproducten worden gehanteerd, moeten beschikken over : 1° een duidelijke scheiding tussen de onreine en de reine zone teneinde deze laatste te beschermen tegen alle verontreiniging;2° voorzieningen voor het wassen van de handen, uitgerust met kranen die zo zijn ontworpen dat de verspreiding van verontreiniging wordt voorkomen, voor het personeel dat met naakte producten omgaat. §
- In de inrichtingen waar visserijproducten worden gehanteerd, bewerkt, verwerkt of opgeslagen is het verboden binnen te brengen, voorhanden te hebben, te hanteren, te bewerken, te verwerken of te verpakken : 1° verse visserijproducten die niet werden onderworpen aan een officiële controle zoals vermeld in de hoofdstukken II en III van bijlage III van bovenvermelde verordening (EG) 854/2004 van 29 april 2004, tenzij ze reglementair in deze inrichting voor officiële controle zullen worden aangeboden;2° niet voor de menselijke consumptie geschikte visserijproducten of visserijproducten die niet tot de invoer werd toegelaten. Afdeling
- - Rauwe melk en zuivelproducten Onderafdeling
- - Rauwe melk Art. 46.Rauwe melk die niet voldoet aan de in bijlage III, sectie IX, van bovenvermelde verordening. (EG) Nr. 853/2004 van 29 april 2004 vastgelegde criteria wat betreft het kiemgetal en het aantal somatische cellen, kan worden gebruikt voor de vervaardiging van kaas met een rijpingstijd van ten minste 60 dagen, en bij de vervaardiging van dergelijke kaas verkregen zuivelproducten. Onderafdeling
- - Zuivelproducten Art. 47.§
- De inrichtingen waar zuivelproducten worden vervaardigd, dienen te voldoen aan de voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting vastgelegd in bijlage IX. §
- Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 september 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/09/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999022945 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de etikettering van voorverpakte voedingsmiddelen sluiten betreffende de etikettering van voorverpakte voedingsmiddelen en van hoofdstuk IV van sectie IX van bijlage III van voornoemde verordening (EG) Nr. 853/2004 van 29 april 2004, moet op het etiket voor rauwe melk bestemd voor rechtstreekse menselijke consumptie de vermelding "koken voor gebruik" duidelijk worden vermeld. Afdeling
- - Gesmolten dierlijke vetten en kanen Art. 48.De inrichtingen die gesmolten dierlijke vetten en kanen bereiden, moeten beschikken over : 1° voorzieningen voor het wassen van de handen, uitgerust met kranen die zo zijn ontworpen dat de verspreiding van verontreiniging wordt voorkomen, voor het personeel dat met naakt vlees en met naakte producten omgaat;2° een lokaal of een plaats voor de ontvangst van de grondstoffen. Afdeling
- - Behandelde magen, blazen en darmen Art. 49.De inrichtingen die magen, blazen en darmen behandelen, moeten beschikken over : 1° een duidelijke scheiding tussen de onreine en de reine zone teneinde deze laatste te beschermen tegen alle verontreiniging;2° voorzieningen voor het wassen van de handen, uitgerust met kranen die zo zijn ontworpen dat de verspreiding van verontreiniging wordt voorkomen, voor het personeel dat met naakt vlees en met naakte producten omgaat;3° een lokaal voor de ontvangst van de grondstoffen. Afdeling
- - Gelatine Art. 50.Exploitanten van inrichtingen die gelatine vervaardigen, moeten de volgende voorschriften naleven : 1° huid en graten van visserijproducten die worden gebruikt als grondstof voor de vervaardiging van gelatine moeten afkomstig zijn van visserijproducten die via officiële controle geschikt zijn bevonden voor menselijke consumptie;2° het aanbrengen van de onmiddellijke verpakking of verpakking moet plaatsvinden in een lokaal of op een plaats die speciaal daarvoor is bestemd;3° voedingsgelatine moet tijdens het vervoer vergezeld gaan van een handelsdocument waarop het identificatiemerkteken van de inrichting van verzending, de bereidingsdatum evenals de vermelding « Voor menselijke consumptie geschikte gelatine » wordt vermeld. Afdeling
- - Collageen Art. 51.Exploitanten van inrichtingen die collageen vervaardigen, moeten de volgende voorwaarden naleven : 1° huid en graten van visserijproducten die worden gebruikt als grondstof voor de vervaardiging van collageen moeten afkomstig zijn van visserijproducten die via officiële controle geschikt zijn bevonden voor menselijke consumptie;2° het aanbrengen van de onmiddellijke verpakking of verpakking moet plaatsvinden in een lokaal of op een plaats die speciaal daarvoor is bestemd;3° collageen moet tijdens het vervoer vergezeld gaan van een handelsdocument waarop het identificatiemerkteken van de inrichting van verzending, de bereidingsdatum evenals de vermelding « Voor menselijke consumptie geschikt collageen » wordt vermeld. TITEL VII. - Opheffings- en slotbepalingen Art. 52.Worden opgeheven : 1° het koninklijk besluit van 12 december 1955 betreffende de uitvoer van vlees, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 augustus 1960, 24 december 1962, 24 april 1965, 3 januari 1966, 25 november 1966, 13 februari 1967, 2 april 1968, 30 augustus 1968, 9 maart 1970, 28 december 1970, 3 juli 1974, 17 juni 1976, 15 december 1980, 4 november 1981, 9 december 1982, 26 april 1991 en 11 mei 1992;2° het koninklijk besluit van 31 juli 1969 betreffende de handel in eieren gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 september 1987 en 20 november 1987.3° het koninklijk besluit van 30 september 1974 betreffende gezondheidsvoorschriften voor de handel in eieren en het gebruik van sommige eieren in voedingsmiddelen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 31 december 1992Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/12/1992 pub. 28/09/2015 numac 2015000506 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de veterinaire controles voor dieren en bepaalde produkten van dierlijke oorsprong, ingevoerd uit derde landen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;4° het koninklijk besluit van 9 februari 1981Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/02/1981 pub. 21/11/2017 numac 2017014046 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende het toezicht bij de invoer van voedingsmiddelen en andere in de wet van 24 januari 1977 bedoelde produkten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de uitsnijderijen alsook de uitvoer van uitgebeend en uitgesneden vers vlees gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 mei 1992 en 4 juli 1996;5° het koninklijk besluit van 30 december 1992 betreffende de keuring van en de handel in vlees van konijnen, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 25 februari 1994 en 4 juli 1996;6° het koninklijk besluit van 30 december1992 betreffende de keuring van en de handel in vlees van gekweekt wild, gewijzigd door het koninklijk besluit van 4 juli 1996;7° het koninklijk besluit van 31 december 1992Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/12/1992 pub. 28/09/2015 numac 2015000506 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de veterinaire controles voor dieren en bepaalde produkten van dierlijke oorsprong, ingevoerd uit derde landen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de bereiding en het in de handel brengen van eiproducten, gewijzigd door het koniklijk besluit van 4 december 1995;8° het koninklijk besluit van 10 maart 1993 betreffende het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de erkenningsvoorwaarden van melkbehandelings-en melkverwerkingsinrichtingen;9° het koninklijk besluit van 6 oktober 1993 betreffende het aanbrengen van een keurmerk bij het in de handel brengen van consumptiemelk en producten op basis van melk gewijzigd door het koninklijk besluit van 14 september 1995;10° het koninklijk besluit van 7 maart 1994 betreffende de erkenning van melkinrichtingen en kopers, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 29 mei 1995, 8 augustus 1997 en 17 september 2000, met uitzondering van artikel 4, § 1, 5° en § 2, 3°;11° het koninklijk besluit van 9 november 1994 betreffende de keuring van en de handel in vlees van vrij wild, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 4 juli 1996 en 19 december 2001;12° het koninklijk besluit van 15 december 1994 betreffende de productie en het in de handel brengen van consumptiemelk en producten op basis van melk, gewijzigd door het koninklijk besluit van 14 september 1995;13° het koninklijk besluit van 3 september 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/09/2000 pub. 04/10/2000 numac 2000016244 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de bepaling van de kwaliteit van zuivelproducten rechtstreeks verkocht aan de eindverbruiker sluiten betreffende de bepaling van de kwaliteit van zuivelproducten rechtstreeks verkocht aan de eindverbruiker;14° het koninklijk besluit van 5 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/2000 pub. 21/12/2000 numac 2000022892 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende voedingsgelatine sluiten betreffende voedingsgelatine;15° het koninklijk besluit van 17 december 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/12/2003 pub. 13/04/2004 numac 2004022035 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende voedingscollageen sluiten betreffende voedingscollageen;16° het ministerieel besluit van 23 maart 1949 betreffende het gebruik van eendeneieren in beschuiten;17° het ministerieel besluit van 27 december 1962 genomen in uitvoering van het koninklijk besluit van 12 december 1955 betreffende de uitvoer van vlees;gewijzigd bij het ministerieel besluit van 22 juni 1965; 18° het ministerieel besluit van 22 juni 1965 genomen in uitvoering van het koninklijk besluit van 12 december 1955 betreffende de uitvoer van vlees;19° het ministerieel besluit van 2 februari 1966 houdende vaststelling van de karakteristieken der stempelmerken die geplaatst worden op het ingevoerd vlees en ingevoerde vleeswaren, evenals de plaatsen waarop zij moeten aangebracht worden;20° het ministerieel besluit van 14 februari 1967 genomen in uitvoering van het koninklijk besluit van 12 december 1955 betreffende de uitvoer van vlees;21° het ministerieel besluit van 18 augustus 1969 genomen in uitvoering van artikel 8, 4°, van het koninklijk besluit van 12 december 1955 betreffende de uitvoer van vlees;22° het ministerieel besluit van 5 december 1969 genomen in uitvoering van artikel 8, 4°, van het koninklijk besluit van 12 december 1955 betreffende de uitvoer van vlees;23° het ministerieel besluit van 5 februari 1970 genomen in uitvoering van het koninklijk besluit van 12 december 1955 betreffende de uitvoer van vlees, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 27 augustus 1971, 12 september 1973 en 5 november 1981;24° het ministerieel besluit van 20 augustus 1971 genomen in uitvoering van het koninklijk besluit van 12 december 1955 betreffende de uitvoer van vlees;25° het ministerieel besluit van 27 september 1972 in uitvoering van het koninklijk besluit van 21 september 1970, gewijzigd door het koninklijk besluit van 8 oktober 1971, betreffende de keuring van en de handel in vlees van gevogelte, houdende vaststelling van het model van het gezondheidscertificaat dat dient voorgelegd bij de invoer van vlees van gevogelte;26° het ministerieel besluit van 12 juli 1979 ter uitvoering van het koninklijk besluit van 28 december 1970 betreffende de vleeswarenfabrieken en de uitvoer van hun producten, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 5 november 1981;27° het ministerieel besluit van 7 september 1981 houdende vaststelling van het model van gezondheidscertificaat dat dient voorgelegd bij het vervoer van ganzen en eenden voor de productie van "foie gras" gehouden, naar een behoorlijk uit geruste uitsnijderij van vlees van gevogelte;28° het ministerieel besluit van 5 november 1981 genomen in uitvoering van het koninklijk besluit van 12 december 1955 betreffende de uitvoer van vlees;29° het ministerieel besluit van 6 november 1981 tot vervanging van het ministerieel besluit van 26 september 1972, genomen in uitvoering van het koninklijk besluit van 21 september 1970 betreffende de keuring van en de handel in vlees van gevogelte, houdende vaststelling van het model van het gezondheidscertificaat dat dient voorgelegd bij de uitvoer van vlees van gevogelte;30° het ministerieel besluit van 12 april 1994 tot vaststelling van het model van het keurmerk en de wijze van merken van vlees van gevogelte en van konijnen gewijzigd door het ministerieel besluit van 11 december 1995;31° het ministerieel besluit van 28 december 1994 tot vaststelling van het model van het keurmerk en de wijze van merken van vlees van vrij wild, gewijzigd door het ministerieel besluit van 28 oktober
- Art. 53.Dit besluit treedt in werking op 1 januari
- Art. 54.Onze Minister bevoegd voor de Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 22 december
- ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE Bijlage I De rechtstreekse levering, door de producent, van kleine hoeveelheden primaire producten Afdeling 1 De rechtstreekse levering, door de producent, van kleine hoeveelheden visserijproducten aan de eindverbruiker
- onder kleine hoeveelheden wordt verstaan maximum 100 kg per aanvoer voor op zee gevangen visserijproducten of 10 kg per vangst van visserijproducten gevangen in rivieren, kanalen, meren, vijvers of andere binnenwateren;
- er moet worden voldaan aan de voorschriften van toepassing op primaire productie vermeld in bijlage I van bovenvermelde verordening (EG) Nr.852/2004 van 29 april 2004;
- er moet worden voldaan aan de voorschriften voor visserijproducten vermeld in bijlage III, sectie VIII, van bovenvermelde verordening (EG) Nr.853/2004 van 29 april
- Afdeling 2 De rechtstreekse levering, door de producent, van kleine hoeveelheden levende tweekleppige weekdieren aan de eindverbruiker
- onder kleine hoeveelheden wordt verstaan maximum 20 kg per week;
- er moet worden voldaan aan de voorschriften van toepassing op primaire productie vermeld in bovenvermelde Verordening (EG) Nr. 852/2004 van 29 april 2004;
- de producenten mogen levende tweekleppige weekdieren alleen verzamelen in productiegebieden met een vaste ligging en vaste grenzen die door het Agentschap overeenkomstig bovenvermelde verordening (EG) Nr.854/2004 van 29 april 2004 in klasse A zijn ingedeeld;
- de producenten moeten ervoor zorgen dat de levende tweekleppige weekdieren voldoen aan de overeenkomstig voornoemde Verordening (EG) Nr.852/2004 van 29 april 2004 aangenomen microbiologische criteria en aan de normen van bijlage III, sectie VII, hoofdstuk V van bovenvermelde verordening (EG) Nr. 853/2004 van 29 april 2004;
- producenten die de levende tweekleppige weekdieren opslaan en vervoeren moeten ervoor zorgen dat deze bewaard worden bij een temperatuur en onder omstandigheden die de voedselveiligheid en de levensvatbaarheid van deze weekdieren niet aantast. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 22 december 2005 betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE Bijlage II De rechtstreekse levering door de jagers van kleine hoeveelheden vrij wild of vlees van vrij wild aan de plaatselijke detailhandel die rechtstreeks aan de eindverbruiker levert
- Een wildbewerkingsinrichting die grenst aan een detailhandelszaak dient minimum te beschikken over : - een lokaal voor het prepareren en het keuren van het vrij wild; - een afsluitbaar koellokaal of een afsluitbare koelvoorziening voor het geïsoleerd bewaren van gehele stukken vrij wild die tot nader onderzoek in observatie zijn aangehouden.
- De gehele stukken vrij wild afkomstig uit dergelijke inrichting mogen uitsluitend worden aangewend voor de bevoorrading van de aangrenzende detailhandelzaak van de exploitant en voor de rechtstreekse verkoop aan de eindverbruiker.
- In een wildbewerkingsinrichting die grenst aan een detailhandelszaak, waarvan het vlees uitsluitend mag worden aangewend voor de bevoorrading van de detailhandel van de exploitant en tot de rechtstreekse verkoop aan de eindverbruiker, dient het vlees van klein vrij wild dat na de keuring voor de menselijke voeding geschikt werd bevonden, te worden gemerkt met het identificatiemerk dat bestaat uit een rechthoek waarvan de lengte het dubbele bedraagt van de breedte. De lengte dient als basis voor de verdeling in twee vakken met daarin volgende gegevens : 1° centraal in het linkervak, ter grootte van een derde van de rechthoek, de hoofdletter D;2° centraal in het rechtervak, het erkenningsnummer van de wildbewerkingsinrichting die grenst aan een detailhandelszaak.
- Ingeval dit identificatiemerk wordt gebruikt voor het rechtstreeks merken van vlees van klein vrij wild dan moeten de zijden van de rechthoek 2 cm en 1 cm bedragen waarbij de letter D 0,4 cm hoog moet zijn, terwijl de andere tekens minstens 0,2 cm hoog moeten zijn. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 22 december 2005 betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE Bijlage III Rechtstreekse levering van producten van dierlijke oorsprong van detailhandelszaken alleen aan andere detailhandelszaken De rechtstreekse levering van zelf geproduceerde samengestelde verwerkte producten op basis van, enerzijds, vers vlees, gehakt vlees of vleesbereidingen en, anderzijds, meel tussen bakkers die een detailhandelszaak uitbaten, kan alleen gebeuren onder de volgende voorwaarden : 1° De rechtstreekse levering is marginaal : de aan andere detailhandelszaken geleverde hoeveelheid mag niet meer dan 80 kg gemiddeld per week bedragen;2° De rechtstreekse levering is plaatselijk : de bevoorrade detailhandelszaken zijn uitsluitend gevestigd binnen een straal van 80 km;3° De rechtstreekse levering is beperkt : de levering slaat op de verkoop van een bakker, die een detailhandelszaak uitbaat, slechts aan andere bakkers, die een detailhandelszaak uitbaten. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 22 december 2005 betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE Bijlage IV Voorschriften voor alle inrichtingen voor producten van dierlijke oorsprong I. Voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting
- De inrichtingen moeten ten minste voorzien zijn van : a) voorzieningen voor hygiënisch intern transport;b) voorzieningen ter bescherming van de grondstoffen en de eindproducten zonder onmiddellijke verpakking of verpakking tijdens het laden en lossen;c) corrosiebestendige werktuigen en apparatuur die aan de eisen van de hygiëne voldoen en bestemd zijn voor : - het intern transport van de levensmiddelen; - het neerzetten van recipiënten op zodanige wijze dat voorkomen wordt dat deze of hun inhoud rechtstreeks met de vloer of de wanden in aanraking kunnen komen.
- De temperatuur in koel- en vrieslokalen moet worden opgenomen en geregistreerd met behulp van een zelfregistrerende thermometer of telethermometer. II. Voorschriften inzake exploitatie
- In de werk- en opslaglokalen, de laad-, aanvoer-, sorteer-, en loszones, alsmede in andere zones en gangen waar levensmiddelen worden vervoerd, is het verboden te roken, te spuwen, te eten of te drinken.
- De werklokalen moeten in elk geval bij het einde van de dagelijkse werkzaamheden worden gereinigd en ontsmet, en telkens er gevaar voor besmetting van de levensmiddelen bestaat.Tijdens de reiniging en ontsmetting mogen zich geen levensmiddelen in de lokalen bevinden, tenzij het uitsluitend levensmiddelen in gesloten eindverpakking betreft. Indien eenzelfde lokaal achtereenvolgens voor verschillende productietypes wordt gebruikt, dient dit tussen de verschillende activiteiten gereinigd en ontsmet te worden. Opslaglokalen, in het bijzonder deze bestemd voor onverpakte levensmiddelen, moeten geregeld worden leeggemaakt teneinde ze te reinigen en te ontsmetten. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 22 december 2005 betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE Bijlage V Algemene voorschriften voor inrichtingen waar dieren worden geslacht of vlees wordt versneden, verwerkt, behandeld of opgeslagen I. Voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting
- Inrichtingen moeten voldoende door daglicht en of kunstlicht worden verlicht.De verlichting natuurlijk of kunstmatig mag de kleur van de levensmiddelen niet veranderen.
- Inrichtingen die vlees versnijden, verwerken, behandelen of opslaan, moeten beschikken over voorzieningen ter bescherming van de levensmiddelen tijdens het laden en het lossen inclusief passend ingedeelde en ingerichte aanvoer- en sorteerruimten; II. Voorschriften inzake exploitatie
- Het gebruik van hout is verboden behalve in lokalen waar zich uitsluitend verpakte levensmiddelen bevinden en in lokalen voor het roken, doorzouten, rijpen, pekelen, opslaan of verzenden van levensmiddelen van dierlijke oorsprong, wanneer dit om technologische redenen nodig is en voorzover er geen gevaar bestaat voor besmetting van deze producten.Houten laadborden mogen slechts voor het vervoer van volledig omhulde levensmiddelen van dierlijke oorsprong en uitsluitend voor dat gebruik in de lokalen worden toegelaten. Voorts is het gebruik van gegalvaniseerd metaal toegestaan, op voorwaarde dat dit metaal niet gecorrodeerd is en niet in contact komt met levensmiddelen van dierlijke oorsprong.
- Behalve in opslagbedrijven waar zich uitsluitend levensmiddelen in gesloten verpakking bevinden, mogen motoren met brandstoffen die uitlaatgassen produceren, alleen worden aangewend indien deze verbrandingsgassen rechtstreeks kunnen afgevoerd worden. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 22 december 2005 betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE Bijlage VI Specifieke voorschriften voor vlees van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren I. Voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting voor slachthuizen
- Indien de lekvrije containers voor het opslaan van huiden, horens, klauwen, hoeven en varkenshaar niet onmiddellijk op de dag van het slachten zelf uit het slachthuis worden verwijderd, dienen de slachthuizen te beschikken over een voldoende groot lokaal voor het onderbrengen van deze containers.
- De slachthuizen dienen te beschikken over koel- en vrieslokalen met voldoende capaciteit voor de koeling en de opslag van vers vlees.
- De slachthuizen dienen te beschikken over een omheining met voorziening die het mogelijk maakt toezicht uit te oefenen op het binnenkomen en het verlaten van het slachthuis.
- De slachthuizen dienen te beschikken over een duidelijke scheiding tussen de onreine en de reine zone, teneinde deze laatste te beschermen tegen iedere vorm van verontreiniging.
- De slachthuizen dienen te beschikken over wasgelegenheden en toiletten met waterspoeling, voorbehouden aan het personeel dat levende dieren hanteert of in de onreine zone werkt. II. Voorschrift inzake infrastructuur en uitrusting voor uitsnijderijen De uitsnijderijen dienen te beschikken over een lokaal voor de ontvangst en voor het verzenden van het vlees. III. Hygiëne bij het slachten
- De slachtlokalen mogen voor geen andere doeleinden worden aangewend.Slachten mag alleen in slachtlokalen van het slachthuis plaatsvinden.
- De dieren moeten goed zijn uitgebloed.Het bloed moet bij de keling worden opgevangen. Indien het voor de menselijke voeding is bestemd, dient het in volmaakt reine en corrosiebestendige recipiënten te worden opgevangen en onmiddellijk gekoeld.
- De karkassen en slachtafvallen van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren moeten, behoudens het spijsverteringsstelsel en het bloed, tot het einde van de keuring in opgehangen positie blijven.
- Hoeven, klauwen en hoornen dienen te worden verwijderd.
- Oren van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren waaraan reglementair een identificatieoormerk moet zijn bevestigd, dienen in natuurlijk verband aan het geslachte dier te worden gelaten tot minstens het beëindigen van de keuring.In voorkomend geval moeten maatregelen worden genomen om besmetting of verontreiniging van vers vlees te voorkomen. Tenzij ze zijn onthaard, moeten deze oren van het karkas worden verwijderd, ten laatste bij het verlaten van het slachthuis.
- Het steekgat en de omgeving dient te worden weggesneden.De galblaas moet van de lever worden verwijderd. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 22 december 2005 betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE Bijlage VII Specifieke voorschriften voor vlees van pluimvee en lagomorfen I. Voorschriften inzake infrastructuur en uitrusting voor slachthuizen.
- De slachthuizen dienen te beschikken over een duidelijke scheiding tussen de onreine en de reine zone, teneinde deze laatste te beschermen tegen iedere vorm van verontreiniging.
- De slachthuizen dienen te beschikken over een lokaal of plaats voor het verzamelen van veren of huiden, tenzij deze als afval worden behandeld.
- De slachthuizen dienen te beschikken over wasgelegenheden en toiletten met waterspoeling, voorbehouden aan het personeel dat levende dieren hanteert of in de onreine zone werkt.
- De slachthuizen dienen te beschikken over voorzover op het terrein van het slachthuis mest wordt opgeslagen, een speciaal hiervoor ingerichte overdekte plaats.
- De slachthuizen dienen te beschikken over koellokalen met voldoende capaciteit voor de koeling en de opslag van vers vlees. II. Voorschrift inzake infrastructuur en uitrusting voor uitsnijderijen. De uitsnijderijen dienen te beschikken over een lokaal voor de ontvangst en voor het verzenden van het vlees. III. Hygiene bij het slachten. Het verwijderen van de ingewanden uit de karkassen, eventueel met uitzondering van de nieren, moet ten laatste onmiddellijk na de keuring volledig gebeuren. Het verwijderen van de ingewanden uit karkassen van gevogelte en konijnen van ten hoogste zes maanden oud kan echter beperkt zijn tot de darmen. Eveneens moeten de niet voor de menselijke voeding geschikte delen onmiddellijk worden verwijderd. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 22 december 2005 betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE Bijlage VIII Specifieke voorschriften voor vlees van vrij wild
- De exploitant van een wildbewerkingsinrichting verwittigt de officiële dierenarts binnen twaalf uur na aankomst van vrij wild in zijn inrichting en deelt hem het uur van aankomst, de diersoort en het aantal mee.
- In de wildbewerkingsinrichting mag het verwijderen van de ingewanden van klein vrij wild worden uitgesteld voor een periode van ten hoogste twee weken na het doden, op voorwaarde dat dit klein vrij wild wordt bewaard bij een temperatuur die 4 °C niet overstijgt.Dit klein vrij wild mag de wildbewerkingsinrichting slechts verlaten nadat het ter keuring werd aangeboden.
- Niettegenstaande de genummerde verklaring van een gekwalificeerd persoon dient de lever en één nier altijd bij het grof vrij wild aanwezig te zijn bij aankomst in een wildbewerkingsinrichting ter controle van bepaalde residuen en stoffen. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 22 december 2005 betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE Bijlage IX Specifieke voorschriften voor zuivelproducten
- Kruisbesmetting tussen verrichtingen via materiaal, luchttoevoer of personeel moet worden voorkomen.Zo nodig moeten de productielokalen worden verdeeld in vochtige en droge zones, die elk hun eigen werkvoorwaarden hebben.
- Op de losplaats waar melk verzameld wordt moeten er voorzieningen zijn ter bescherming van de melkophaalwagens en de melk tegen zonlicht, regenneerslag, stof, wind, warmteïnvloeden en condensatie. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 22 december 2005 betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE