24 MAART 2005. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 mei 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/05/1999 pub. 16/06/1999 numac 1999031214 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, gewijzigd door de bijzondere wetten van 9 mei 1989, 5 mei 1993, 16 juli 1993, 5 april 1995, 4 december 1996, 4 mei 1999, deze van 13 juli 2001 en de bijzondere wet van 22 januari 2002, inzonderheid op artikel 40, § 1; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 mei 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/05/1999 pub. 16/06/1999 numac 1999031214 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd door de besluiten van 25 april 2002, van 19 september 2002 en deze van 26 september 2002 en de besluiten van 30 april 2003 en 3 juli 2003; Gelet op het koninklijk besluit van 8 augustus 1991 betreffende het onthaal en de opleiding van het rijkspersoneel; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 juni 1997Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 12/06/1997 pub. 27/08/1997 numac 1997031343 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering waarbij de wijzigingen die krachtens de koninklijke besluiten van 30 december 1993, 14 oktober 1994, 7 april 1995 en 28 februari 1996 aangebracht werden aan het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de loopbaanonderbreking in de Rijksbesturen en in andere diensten van de ministeries, toepasselijk worden gemaakt op de personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Instellingen van openbaar nut die van het Gewest afhangen type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 12/06/1997 pub. 27/08/1997 numac 1997031342 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering waarbij het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de halftijdse loopbaanonderbreking in de rijksbesturen toepasselijk wordt gemaakt op de personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de instellingen van openbaar nut die van het Gewest afhangen sluiten waarbij de modaliteiten, aangebracht in het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de loopbaanonderbreking in de rijksbesturen en in andere diensten van de ministeries door de koninklijke besluiten van 30 december 1993, 14 oktober 1994, 7 april 1995 en 28 februari 1996, toepasselijk worden gemaakt op de personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de instellingen van openbaar nut die van het Gewest afhangen; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 juni 1997Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 12/06/1997 pub. 27/08/1997 numac 1997031343 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering waarbij de wijzigingen die krachtens de koninklijke besluiten van 30 december 1993, 14 oktober 1994, 7 april 1995 en 28 februari 1996 aangebracht werden aan het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de loopbaanonderbreking in de Rijksbesturen en in andere diensten van de ministeries, toepasselijk worden gemaakt op de personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Instellingen van openbaar nut die van het Gewest afhangen type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 12/06/1997 pub. 27/08/1997 numac 1997031342 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering waarbij het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de halftijdse loopbaanonderbreking in de rijksbesturen toepasselijk wordt gemaakt op de personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de instellingen van openbaar nut die van het Gewest afhangen sluiten waarbij het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de halftijdse loopbaanonderbreking in de rijksbesturen toepasselijk wordt gemaakt op de personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de instellingen van openbaar nut van het Gewest afhangen; Gelet op het ministerieel besluit van 14 november 1996 houdende sommige uitvoeringsmodaliteiten inzake verminderde prestaties en loopbaanonderbreking voor het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; Gelet op de akkoordbevinding van de federale Minister van Pensioenen, gegeven op 14 september 2001, op 29 november 2001 en op 24 december 2004; Gelet op de akkoordbevinding van de federale Ministerraad, gegeven op 20 juni 2002; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 23 april 2004; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 januari 2004; Gelet op het protocol nr. 2004/3 van sector XV van 3 maart 2004; Gelet op het advies nr. 37.102/4 van de Raad van State, gegeven op 26 mei 2004, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Minister van Openbaar Ambt; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Artikel 31, derde lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 mei 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 06/05/1999 pub. 16/06/1999 numac 1999031214 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd bij de besluiten van 25 april 2002 en 26 september 2002, wordt vervangen als volgt : 1° het laatste punt van 9° wordt vervangen door een puntkomma;2° een 10° wordt toegevoegd, luidende : « 10° verlof voor loopbaanonderbreking voor palliatieve verzorging en verlof voor loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof.» Art. 2.In artikel 38, eerste lid, van het hetzelfde besluit worden de woorden « naar de dienst belast met de vorming » vervangen door de woorden « naar het HRM ». Art. 3.Artikel 40 van hetzelfde besluit, worden de woorden « de dienst belast met de vorming » vervangen door de woorden « het HRM ». Art. 4.Eerste en tweede lid van artikel 80 van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt : « Art. 80.De ambtenaar die beschikt over een evaluatie « voldoende », kan, alvorens hij de vereiste graadanciënniteit heeft bereikt, zijn functionele loopbaan versnellen door het afwerken van een programma in het kader van de vrijwillige beroepsvorming, bedoeld in artikel 262 van dit besluit. Die vorming moet een professioneel belang bevatten inzake de opdrachten van het ministerie en door de secretaris-generaal moet worden goedgekeurd op basis van een met redenen omkleed advies van de dienst belast met de vorming. Ingeval het in het tweede lid van dit artikel bedoeld professioneel belang wordt geweigerd, kan de ambtenaar beroep indienen bij de directieraad binnen een maand na de betekening van de beslissing tot weigering van de secretaris-generaal. De vorming moet beantwoorden aan de in artikel 263bis, § 2, bedoelde voorwaarden en de tijdsduur ervan bedraagt minstens : - 30 uur voor niveau E; - 75 uur voor niveau D; - 100 uur voor de overige niveaus. » Art. 5.Artikelen 164 tot 168 van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt : « Art. 164.§ 1. De ambtenaar krijgt verlof om zijn loopbaan te onderbreken volgens de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten onder het stelsel van het koninklijk besluit van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 24/07/1999 numac 1999022508 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 genomen tot uitvoering van artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999022506 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 genomen tot uitvoering van artikel 2, § 5, eerste lid, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999011176 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende de inwerkingtreding van artikel 6 van de wet van 26 april 1999 tot wijziging van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999022459 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 juni 1998 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 april 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de koopvaardij in toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999012413 bron ministerie van ambtenarenzaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999002066 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries sluiten betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen alsmede van alle bepalingen die deze regeling mochten wijzigen of vervangen. § 2. De ambtenaar kan verlof voor loopbaanonderbreking krijgen volgens de voorwaarden en modaliteiten van het koninklijk besluit bedoeld in de eerste alinea : 1° volledig;2° gedeeltelijk, naar rata van één vijfde of de helft van de duur van de dienstprestaties die normaal behoren te worden verricht;3° met het oog op hulpverlening aan of verzorging van een gezins- of familielid tot de tweede graad dat aan een ernstige kwaal lijdt;4° met het oog op palliatieve verzorging;5° in het kader van het ouderschapsverlof bij de geboorte of de adoptie van een kind. Art. 165.§ 1. Iedere ambtenaar heeft recht op de verloven voor loopbaanonderbreking voor palliatieve verzorging en in het kader van het ouderschapsverlof bedoeld in artikel 164, § 2, 4° en 5°. § 2. De ambtenaren die houder zijn van een wervingsgraad hebben recht op de verloven voor volledige, gedeeltelijke loopbaanonderbreking en in het kader van de medische bijstand bedoeld in artikel 164, § 2, 1° tot 3°. De houders van een bevorderingsgraad kunnen deze verloven genieten, middels de toelating van de secretaris-generaal of de adjunct-secretaris-generaal. De mandaathouders worden ervan uitgesloten. Art. 166.§ 1. Bij gedeeltelijke loopbaanonderbreking worden de dienstprestaties ofwel dagelijks ofwel volgens een andere indeling van de werkweek verricht. In afwijking van het eerste lid kan de minister beslissen voor sommige door hem bepaalde functies een indeling van de dienstprestaties per maand op te leggen. § 2. Een ambtenaar kan zijn ambtsverrichtingen hervatten vooraleer de periode van loopbaanonderbreking verstreken is met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden die per aangetekend schrijven aan de secretaris-generaal of de adjunct-secretaris-generaal ter kennis wordt gebracht, tenzij laatstgenoemde een kortere termijn aanvaardt. Art. 167.Een ambtenaar die de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en die verlof verkrijgt tot loopbaanonderbreking overeenkomstig artikel 8 van het koninklijk besluit van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 24/07/1999 numac 1999022508 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 genomen tot uitvoering van artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999022506 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 genomen tot uitvoering van artikel 2, § 5, eerste lid, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999011176 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende de inwerkingtreding van artikel 6 van de wet van 26 april 1999 tot wijziging van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999022459 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 juni 1998 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 april 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de koopvaardij in toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999012413 bron ministerie van ambtenarenzaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999002066 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries sluiten bedoeld in artikel 164, § 1, is ertoe gehouden zich ertoe te verbinden zijn loopbaan gedeeltelijk tot aan de pensionering te onderbreken. Hij kan voor een andere regeling opteren, op voorwaarde dat de duur van de verrichte dienstprestaties wordt beperkt. Art. 168.De ambtenaar kan tijdens zijn verlof geen aanspraak maken op wedde. Een ambtenaar die zich voltijds in loopbaanonderbreking bevindt komt niet in aanmerking voor de versnelde functionele loopbaan. Een ambtenaar die zich in deeltijdse loopbaanonderbreking bevindt komt naar rata van de verrichte dienstprestaties in aanmerking voor de versnelde functionele loopbaan. Het verlof wordt bovendien gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. » Art. 6.In hetzelfde besluit wordt een artikel 168bis ingevoegd, luidende : « Art. 168bis.Het verlof voor loopbaanonderbreking wordt in verlof voor persoonlijke redenen omgezet wanneer de ambtenaar een beroepsactiviteit uitoefent, uitgezonderd in de gevallen bedoeld in artikel 24, tweede lid, van het voormeld koninklijk besluit van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 24/07/1999 numac 1999022508 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 genomen tot uitvoering van artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999022506 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 genomen tot uitvoering van artikel 2, § 5, eerste lid, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999011176 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende de inwerkingtreding van artikel 6 van de wet van 26 april 1999 tot wijziging van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999022459 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 juni 1998 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 april 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de koopvaardij in toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999012413 bron ministerie van ambtenarenzaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999002066 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries sluiten of indien de ambtenaar een bijkomende beroepsactiviteit uitoefent als bezoldigd werknemer. » Art. 7.In artikel 222 van hetzelfde besluit worden de woorden « het geschiktheidsonderzoek, » geschrapt. Art. 8.Artikel 253 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 253.Inzake beroepsvorming dient te worden verstaan, elke vorming die de ambtenaar toelaat zijn kennis en bekwaamheden te verbeteren, in verband met de functie die de ambtenaar uitoefent of zou kunnen uitoefenen in de toekomst in het ministerie, een ander ministerie of een instelling van openbaar nut. Wordt ambtshalve als beroepsvorming beschouwd, de vorming die op de loopbaanexamens voorbereidt. Een vorming wordt slechts erkend als beroepsvorming met het akkoord van de met de vorming belaste dienst. Ingeval de vorming op het initiatief van de ambtenaar voorgesteld wordt, is bovendien het akkoord van de hiërarchische meerdere vereist. » Art. 9.Artikel 255 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : 1° het puntkomma van 3° wordt vervangen door punt aan het einde van de zin;2° punt 4° wordt geschrapt. Art. 10.In artikel 256 van hetzelfde besluit wordt punt 6° vervangen als volgt : « 6° een evaluatie van het vorige vormingsplan. » Art. 11.Artikel 259 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 259.§ 1. De doorlopende beroepsvorming is de vorming die : - tot doel heeft de aanpassing van de ambtenaar aan de evolutie van de organisatie, de technieken en de werkomstandigheden te vergemakkelijken en de beroepsbekwaamheid te behouden of te verbeteren; - in verband staat met de huidige functie van de ambtenaar; - wordt voorgesteld door de met de vorming belaste dienst of door de hiërarchische meerdere van de ambtenaar, of aangevraagd wordt door de ambtenaar. De kosten verbonden aan de doorlopende beroepsvorming worden gedragen door het ministerie voorzover de ambtenaar de in artikel 260 bepaalde voorwaarden in acht neemt. De met de vorming belaste dienst of de hiërarchische meerdere kan de ambtenaar opleggen bepaalde van deze vormingen te volgen. Wordt uitgesloten van de doorlopende beroepsvorming, elke vrijwillige beroepsvorming, behoudens een uitdrukkelijke door de secretaris-generaal toegekende afwijking middels een met redenen omkleed advies van de directeur-generaal onder wie de ambtenaar ressorteert. De taalvormingen in het Nederlands en het Frans, worden niet als doorlopende beroepsvorming beschouwd. Niettemin geniet de ambtenaar de in paragraaf 2 bedoelde dienstvrijstelling om ze te volgen. § 2. Onverminderd de toepassing van artikel 260, wordt een dienstvrijstelling verleend ingeval de doorlopende beroepsvorming plaatsvindt tijdens de diensturen. » Art. 12.Artikel 260 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 25 april 2002, wordt vervangen als volgt : « Art 260. De inschrijving van de ambtenaar voor een vorming impliceert zijn formele verbintenis om de vorming te volgen, ongeacht het gaat om een vrijwillige dan wel opgelegde vorming. Als de ambtenaar in de onmogelijkheid verkeert om de vorming bij te wonen, moet hij onmiddellijk zijn afwezigheid verantwoorden bij de met de vorming belaste dienst. Bij ontstentenis kunnen de voor deze vorming gemaakte kosten op hem worden verhaald en teruggewonnen worden door het ministerie. Bovendien bekomt hij geen dienstvrijstelling voor deze vorming en verliest hij zodoende een aantal dagen jaarlijkse vakantie a rato van het aantal zonder verantwoording gemiste uren. » Art. 13.Artikelen 261 en 262 van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt : « Art. 261.De vrijwillige beroepsvorming is de vorming die door de ambtenaar wordt aangevraagd en die hem toelaat zijn loopbaan in verband met de functie die de ambtenaar momenteel uitoefent of zou kunnen uitoefenen in de toekomst in het ministerie, een ander ministerie of een instelling van openbaar nut. De kosten van de vrijwillige beroepsvorming worden gedragen door de ambtenaar. Art. 262.Worden erkend als vrijwillige beroepsvorming : A. In de Vlaamse Gemeenschap : 1° de vormingen in het kader van het Onderwijs voor Sociale Promotie georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Gemeenschap;2° de vormingen in het kader van de basiseducatie;3° de volgende vormingen van de hogescholen en de universiteiten waarvoor een diploma of een getuigschrift behaald kan worden :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.