24 MAART 2005. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2002 pub. 26/11/2002 numac 2002031554 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2002 pub. 26/11/2002 numac 2002031559 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vijfde wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op de instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 11; Gelet op de wet van 21 augustus 1987 tot wijziging van de wet houdende organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten en houdende bepalingen betreffende het Brusselse Gewest, inzonderheid op artikel 27, § 3; Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1989Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/03/1989 pub. 07/11/2014 numac 2014031896 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Koninklijk besluit tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer sluiten tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, bekrachtigd door de wet van 16 juni 1989, inzonderheid op artikel 1, § 2; Gelet op de ordonnantie van 19 juli 1990 houdende oprichting van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp, inzonderheid op artikel 8, tweede lid; Gelet op het koninklijk besluit van 13 maart 1991 houdende coördinatie van de wetten van 28 december 1984 en van 26 juni 1990 betreffende de afschaffing en de herstructurering van instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten, inzonderheid op artikelen 9 en 16; Gelet op de ordonnantie van 3 december 1992 betreffende de exploitatie en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven en de aanhorigheden ervan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inzonderheid op artikel 17, vierde lid, gewijzigd bij de ordonnantie van 29 januari 2001; Gelet op de ordonnantie van 18 januari 2001 houdende organisatie en werking van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling, inzonderheid de artikelen 23 en 34; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2002 pub. 26/11/2002 numac 2002031554 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2002 pub. 26/11/2002 numac 2002031559 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vijfde wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd door de besluiten van 26 september 2002 en de besluiten van 3 oktober 2002, 30 april 2003 en 3 juli 2003; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 juni 1997Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 12/06/1997 pub. 27/08/1997 numac 1997031343 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering waarbij de wijzigingen die krachtens de koninklijke besluiten van 30 december 1993, 14 oktober 1994, 7 april 1995 en 28 februari 1996 aangebracht werden aan het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de loopbaanonderbreking in de Rijksbesturen en in andere diensten van de ministeries, toepasselijk worden gemaakt op de personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Instellingen van openbaar nut die van het Gewest afhangen type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 12/06/1997 pub. 27/08/1997 numac 1997031342 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering waarbij het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de halftijdse loopbaanonderbreking in de rijksbesturen toepasselijk wordt gemaakt op de personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de instellingen van openbaar nut die van het Gewest afhangen sluiten waarbij de modaliteiten, aangebracht in het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de loopbaanonderbreking in de rijksbesturen en in andere diensten van de ministeries door de koninklijke besluiten van 30 december 1993, 14 oktober 1994, 7 april 1995 en 28 februari 1996, toepasselijk worden gemaakt op de personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de instellingen van openbaar nut die van het Gewest afhangen; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 juni 1997Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 12/06/1997 pub. 27/08/1997 numac 1997031343 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering waarbij de wijzigingen die krachtens de koninklijke besluiten van 30 december 1993, 14 oktober 1994, 7 april 1995 en 28 februari 1996 aangebracht werden aan het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de loopbaanonderbreking in de Rijksbesturen en in andere diensten van de ministeries, toepasselijk worden gemaakt op de personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Instellingen van openbaar nut die van het Gewest afhangen type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 12/06/1997 pub. 27/08/1997 numac 1997031342 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering waarbij het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de halftijdse loopbaanonderbreking in de rijksbesturen toepasselijk wordt gemaakt op de personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de instellingen van openbaar nut die van het Gewest afhangen sluiten waarbij het koninklijk besluit van 28 februari 1991 betreffende de halftijdse loopbaanonderbreking in de rijksbesturen toepasselijk wordt gemaakt op de personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de instellingen van openbaar nut van het Gewest afhangen; Gelet op de akkoordbevinding van de federale Minister van Pensioenen, gegeven op 29 augustus 2001 en 24 december 2004; Gelet op de akkoordbevinding van de federale Ministerraad, gegeven op 20 juni 2002; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 23 april 2004; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 januari 2004; Gelet op het protocol nr. 2004/4 van sector XV van 3 maart 2004; Gelet op het advies van het beheerscomité van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling van 6 januari 2004; Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij van 13 januari 2004; Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Gewestelijke Vennootschap van de Haven van Brussel van 30 januari 2004; Gelet op het advies nr. 37.103/4 van de Raad van State, gegeven op 26 mei 2004, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Minister van Openbaar Ambt; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Artikel 32, derde lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2002 pub. 26/11/2002 numac 2002031554 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2002 pub. 26/11/2002 numac 2002031559 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vijfde wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd bij het besluit van 26 september 2002, wordt vervangen als volgt : 1° het laatste punt van 9° wordt vervangen door een puntkomma;2° een 10° wordt toegevoegd, luidende : « 10° verlof voor loopbaanonderbreking voor palliatieve verzorging en verlof voor loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof," Art.2. In artikel 39, eerste lid, van het hetzelfde besluit worden de woorden "naar de dienst belast met de vorming" vervangen door de woorden "naar het HRM". Art. 3.Artikel 41 van hetzelfde besluit, worden de woorden "de dienst belast met de vorming" vervangen door de woorden "het HRM". Art. 4.Eerste en tweede lid van artikel 80 van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt : « Art. 80.De ambtenaar die beschikt over een evaluatie "voldoende", kan, alvorens hij de vereiste graadanciënniteit heeft bereikt, zijn functionele loopbaan versnellen door het afwerken van een programma in het kader van de vrijwillige beroepsvorming, bedoeld in artikel 268 van dit besluit. Die vorming moet een professioneel belang bevatten inzake de opdrachten van de instelling en door de directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal moet worden goedgekeurd op basis van een met redenen omkleed advies van de dienst belast met de vorming. Ingeval het in het tweede lid van dit artikel bedoeld professioneel belang wordt geweigerd, kan de ambtenaar beroep indienen bij de directieraad binnen een maand na de betekening van de beslissing tot weigering van de directeur-generaal en adjunct-directeur-generaal. De vorming moet beantwoorden aan de in artikel 269bis, § 2, bedoelde voorwaarden en de tijdsduur ervan bedraagt minstens : - 30 uur voor niveau E; - 75 uur voor niveau D; - 100 uur voor de overige niveaus. » Art. 5.Artikelen 168 tot 172 van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt : « Art. 168.§ 1. De ambtenaar krijgt verlof om zijn loopbaan te onderbreken volgens de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten onder het stelsel van het koninklijk besluit van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999022506 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 genomen tot uitvoering van artikel 2, § 5, eerste lid, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999011176 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende de inwerkingtreding van artikel 6 van de wet van 26 april 1999 tot wijziging van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999022505 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit van tot uitvoering van artikel 35, § 1, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999022459 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 juni 1998 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 april 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de koopvaardij in toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999022504 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 35, § 4, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999002066 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 17/09/1999 numac 1999014162 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het bestek van toepassing op de exploitatie van mobiele persoonlijke satellietcommunicatiediensten type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 21/05/1999 numac 1999014129 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999012413 bron ministerie van ambtenarenzaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen sluiten betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen alsmede van alle bepalingen die deze regeling mochten wijzigen of vervangen. § 2. De ambtenaar kan verlof voor loopbaanonderbreking krijgen volgens de voorwaarden en modaliteiten van het koninklijk besluit bedoeld in de eerste alinea : 1° volledig;2° gedeeltelijk, naar rata van één vijfde of de helft van de duur van de dienstprestaties die normaal behoren te worden verricht;3° met het oog op hulpverlening aan of verzorging van een gezins- of familielid tot de tweede graad dat aan een ernstige kwaal lijdt;4° met het oog op palliatieve verzorging;5° in het kader van het ouderschapsverlof bij de geboorte of de adoptie van een kind. Art. 169.§ l. Iedere ambtenaar heeft recht op de verloven voor loopbaanonderbreking voor palliatieve verzorging en in het kader van het ouderschapsverlof bedoeld in artikel 168, § 2, 4° en 5°. § 2. De ambtenaren die houder zijn van een wervingsgraad hebben recht op de verloven voor volledige, gedeeltelijke loopbaanonderbreking en in het kader van de medische bijstand bedoeld in artikel 168, § 2,1° tot 3'. De houders van een bevorderingsgraad kunnen deze verloven genieten, middels de toelating van de directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal. De mandaathouders worden ervan uitgesloten. Art. 170 § l. Bij gedeeltelijke loopbaanonderbreking worden de dienstprestaties ofwel dagelijks ofwel volgens een andere indeling van de werkweek verricht. In afwijking van het eerste lid kan de functioneel bevoegde minister in de instellingen behorende tot categorie A, de raad van bestuur of het beheerscomité in de instellingen behorende tot categorie B beslissen voor sommige door hem bepaalde functies een indeling van de dienstprestaties per maand op te leggen. § 2. Een ambtenaar kan zijn ambtsverrichtingen hervatten vooraleer de periode van loopbaanonderbreking verstreken is met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden die per aangetekend schrijven aan de directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal ter kennis wordt gebracht, tenzij laatstgenoemden een kortere termijn aanvaarden. Art. 171.Een ambtenaar die de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en die verlof verkrijgt tot loopbaanonderbreking overeenkomstig artikel 8 van het koninklijk besluit van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999022506 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 genomen tot uitvoering van artikel 2, § 5, eerste lid, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999011176 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende de inwerkingtreding van artikel 6 van de wet van 26 april 1999 tot wijziging van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999022505 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit van tot uitvoering van artikel 35, § 1, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999022459 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 juni 1998 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 april 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de koopvaardij in toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999022504 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 35, § 4, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999002066 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 17/09/1999 numac 1999014162 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het bestek van toepassing op de exploitatie van mobiele persoonlijke satellietcommunicatiediensten type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 21/05/1999 numac 1999014129 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999012413 bron ministerie van ambtenarenzaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen sluiten bedoeld in artikel 168, § l, is ertoe gehouden zich ertoe te verbinden zijn loopbaan gedeeltelijk tot aan de pensionering te onderbreken. Hij kan voor een andere regeling opteren, op voorwaarde dat de duur van de verrichte dienstprestaties wordt beperkt. Art. 172.De ambtenaar kan tijdens zijn verlof geen aanspraak maken op wedde. Een ambtenaar die zich voltijds in loopbaanonderbreking bevindt komt niet in aanmerking voor de versnelde functionele loopbaan. Een ambtenaar die zich in deeltijdse loopbaanonderbreking bevindt, komt naar rata van de verrichte dienstprestaties in aanmerking voor de versnelde functionele loopbaan. Het verlof wordt bovendien gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. » Art. 6.In hetzelfde besluit wordt een artikel 172bis ingevoegd, luidende : « Art. 172bis.Het verlof voor loopbaanonderbreking wordt in verlof voor persoonlijke redenen omgezet wanneer de ambtenaar een beroepsactiviteit uitoefent, uitgezonderd in de gevallen bedoeld in artikel 24, tweede lid, van het voormeld koninklijk besluit van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999022506 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 genomen tot uitvoering van artikel 2, § 5, eerste lid, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999011176 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende de inwerkingtreding van artikel 6 van de wet van 26 april 1999 tot wijziging van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999022505 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit van tot uitvoering van artikel 35, § 1, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999022459 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 juni 1998 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 april 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de koopvaardij in toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 24/06/1999 numac 1999022504 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 35, § 4, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999002066 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 17/09/1999 numac 1999014162 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het bestek van toepassing op de exploitatie van mobiele persoonlijke satellietcommunicatiediensten type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 21/05/1999 numac 1999014129 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs type koninklijk besluit prom. 07/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999012413 bron ministerie van ambtenarenzaken en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen sluiten of indien de ambtenaar een bijkomende beroepsactiviteit uitoefent als bezoldigd werknemer. » Art. 7.In artikel 228 van hetzelfde besluit worden de woorden "het geschiktheidsonderzoek," geschrapt. Art. 8.Artikel 259 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 259.Inzake beroepsvorming dient te worden verstaan, elke vorming die de ambtenaar toelaat zijn kennis en bekwaamheden te verbeteren, in verband met de functie die de ambtenaar uitoefent of zou kunnen uitoefenen in de toekomst in zijn instelling, in een andere instelling van openbaar nut of in een ministerie Wordt ambtshalve als beroepsvorming beschouwd, de vorming die op de loopbaanexamens voorbereidt. Een vorming wordt slechts erkend als beroepsvorming met het akkoord van de met de vorming belaste dienst. Ingeval de vorming op het initiatief van de ambtenaar voorgesteld wordt, is bovendien het akkoord van de hiërarchische meerdere vereist. » Art. 9.Artikel 261 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : 1° het puntkomma van 3° wordt vervangen door punt aan het einde van de zin;2° punt 4° wordt geschrapt. Art. 10.In artikel 262 van hetzelfde besluit wordt punt 6° vervangen als volgt : « 6° een evaluatie van het vorige vormingsplan. » Art. 11.Artikelen 265 tot 268 van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt : « Art. 265.§ 1. De doorlopende beroepsvorming is de vorming die : - tot doel heeft de aanpassing van de ambtenaar aan de evolutie van de organisatie, de technieken en de werkomstandigheden te vergemakkelijken en de beroepsbekwaamheid te behouden of te verbeteren; - in verband staat met de huidige functie van de ambtenaar; - wordt voorgesteld door de met de vorming belaste dienst of door de hiërarchische meerdere van de ambtenaar, of aangevraagd wordt door de ambtenaar. De kosten verbonden aan de doorlopende beroepsvorming worden gedragen door de instelling voorzover de ambtenaar de in artikel 266 bepaalde voorwaarden in acht neemt. De met de vorming belaste dienst of de hiërarchische meerdere kan de ambtenaar opleggen bepaalde van deze vormingen te volgen. Wordt uitgesloten van de doorlopende beroepsvorming, elke vrijwillige beroepsvorming, behoudens een uitdrukkelijke door de directeurgeneraal en de adjunct-directeur-generaal toegekende afwijking middels. De taalvormingen in het Nederlands en het Frans, worden niet als doorlopende beroepsvorming beschouwd. Niettemin geniet de ambtenaar de in paragraaf 2 bedoelde dienstvrijstelling om ze te volgen. § 2. Onverminderd de toepassing van artikel 260, wordt een dienstvrijstelling verleend ingeval de doorlopende beroepsvorming plaatsvindt tijdens de diensturen. Art. 266.De inschrijving van de ambtenaar voor een vorming impliceert zijn formele verbintenis om de vorming te volgen, ongeacht het gaat om een vrijwillige dan wel opgelegde vorming. Als de ambtenaar in de onmogelijkheid verkeert om de vorming bij te wonen, moet hij onmiddellijk zijn afwezigheid verantwoorden bij de met de vorming belaste dienst. Bij ontstentenis kunnen de voor deze vorming gemaakte kosten op hem worden verhaald en teruggewonnen worden door de instelling. Bovendien bekomt hij geen dienstvrijstelling voor deze vorming en verliest hij zodoende een aantal dagen jaarlijkse vakantie a rato van het aantal zonder verantwoording gemiste uren. Art. 267.De vrijwillige beroepsvorming is de vorming die door de ambtenaar wordt aangevraagd en die hem toelaat zijn loopbaan in verband met de functie die de ambtenaar momenteel uitoefent of zou kunnen uitoefenen in de toekomst in zijn instelling, een andere instelling of in een ministerie. De kosten van de vrijwillige beroepsvorming worden gedragen door de ambtenaar. » Art. 268.Worden erkend als vrijwillige beroepsvorming : A. In de Vlaamse Gemeenschap : 1° de vormingen in het kader van het Onderwijs voor Sociale Promotie georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Gemeenschap;2° de vormingen in het kader van de basiseducatie;3° de volgende vormingen van de hogescholen en de universiteiten waarvoor een diploma of een getuigschrift behaald kan worden :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.